2025.052 Bijlage 2. Veiligheidsplan noodopvang 2025-2030 versie 1 februari 2025 (1307542)
Tekst van het document
VEILIGHEIDSPLAN Noodopvang Zierikzee 2025–2030 Versie 1 februari 2025
1
Inhoud
1. Algemene informatie 2. Opvanglocatie Zierikzee
3 4
3. Betrokken partijen en verantwoordelijkheden
5
4. Betrokkenheid van de omgeving 5. Veiligheid op het terrein
7 9
2.1 Soort opvang 2.1.1 Beschrijving doelgroep 2.2 Beheer en verantwoordelijkheid locatie 3.1 Communicatie en afstemming partners
5.1 Maatregelen- en sanctiebeleid COA 5.2 Veiligheid op het terrein van het COA 5.2.1 Beveiliging op het terrein 5.2.2 Privaat cameratoezicht 5.2.3 BHV-organisatie 5.3 Inzet politie, strafbare feiten en het aangiftebeleid 5.4 Handelingsvrijheid bewoners
4 4 4 5
9 9 9 10 10 10 11
6. Veiligheid buiten het terrein
12
7. Crisisbeheersing Bijlagen
14 15
6.1 Verantwoordelijkheid politie 6.2 Verantwoordelijkheid gemeente 6.3 Fysieke maatregelen in de openbare ruimte
Bijlage 1 Huisregels COA Bijlage 2 Maatregelenbeleid COA
12 12 12
15 19
2
1. Algemene informatie Gemeente Schouwen-Duiveland stelt voor vijf jaar een locatie ter beschikking aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) voor de opvang van maximaal 250 asielzoekers. De opvang vindt plaats in de noodopvanglocatie aan het perceel N161 aan de Nieuwe Koolweg in Zierikzee. Concrete afspraken over de opvang zijn vastgelegd in een bestuursovereenkomst. Eén van de belangrijkste uitgangspunten is dat de partijen gebruik maken van bestaande plannen en werkwijzen. Dit sluit aan bij de reguliere bevoegdheden. We waarborgen de veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid op en rondom de noodopvang. Dit geldt voor zowel de tijdelijk bewoners van de noodopvang als voor de direct omwonenden en bedrijven. In dit plan worden de preventieve maatregelen uiteengezet. Daarnaast wordt duidelijk hoe gehandeld dient te worden bij calamiteiten in en rondom de opvanglocatie. Goede en adequate communicatie is daarin een belangrijke succesfactor.
Doelstelling veiligheidsplan
1. Het uitwerken van de verantwoordelijkheden en werkwijzen van de betrokken partners en hulpdiensten. 2. Het realiseren van een gecoördineerde en efficiënte hulpverleningsinzet tijdens incidenten en/of calamiteiten. 3. Het bieden van een veilige omgeving voor zowel bewoners als omwonenden van de opvanglocatie.
Totstandkoming en verloop veiligheidsplan
Het veiligheidsplan kwam tot stand in een samenwerking met het COA, de gemeente Schouwen-Duiveland en de diverse hulpdiensten. Het veiligheidsplan is een onderdeel van de bestuursovereenkomst tussen de gemeente en het COA. Het plan treedt in werking na goedkeuring door de burgemeester in overleg met het COA en de politie. Een afspraak is dat de betrokken partijen dit veiligheidsplan jaarlijks evalueren. Het plan kan dan ook worden bijgesteld. Wijzigingen komen tot stand in samenwerking met, en met goedkeuring van, de gemeente Schouwen-Duiveland, het COA en de politie.
3
2. Opvanglocatie Zierikzee 2.1 Soort opvang
Locatie noodopvang : Perceel N161, Zierikzee Gebruik van de locatie : Opvang van maximaal 250 asielzoekers Startdatum opvang : Zomer 2025, datum onbekend (periode van maximaal 5 jaar) Bezettingstijden opvang : 24 uur per dag, 7 dagen in de week
2.1.1 Beschrijving doelgroep
Het COA vangt mensen op die in Nederland asiel aanvragen, in procedure zitten of al een status hebben gekregen en in afwachting zijn van een woning. COA bewonerslogistiek plaatst bewoners in één van de locaties waar op dat moment plaats is. Het is voor de andere instanties vooraf niet inzichtelijk welke bewoners er naar de locatie Zierikzee komen. Een opvanglocatie heeft ongeveer 40 verschillende nationaliteiten. Het gaat om gezinnen, alleenreizende mannen en vrouwen, jong en oud. De groep die we opvangen in Zierikzee is een afspiegeling van de populatie die aanwezig is in Nederland. Er worden op dit moment circa 75.000 personen opgevangen in Nederland waarvan ongeveer 37.000 alleenreizende mannen, 6.000 alleengaande vrouwen en 26.000 personen in gezinsverband (waaronder kinderen) en 5.000 alleenstaande minderjarige vluchtelingen (AMV). In de noodopvang in Zierikzee worden geen alleenstaande minderjarige vluchtelingen opgevangen. De locatie is hier ook niet voor ingericht.
2.2 Beheer en verantwoordelijkheid locatie
De organisatie van de opvang en het beheer van de locatie in Zierikzee zijn de verantwoordelijkheid van het COA. Die verantwoordelijkheid loopt tot de fysieke grenzen van de locatie. Buiten de fysieke grenzen van de locatie, in de openbare ruimte, is de gemeente verantwoordelijk. Als er zich incidenten voordoen buiten de opvanglocatie spant het COA zich in om in samenwerking met de politie de situatie te de-escaleren.
4
3. Betrokken partijen en verantwoordelijkheden In en rondom de noodopvang kunnen verschillende veiligheidsvraagstukken spelen. Afhankelijk van het vraagstuk is het COA en/of de burgemeester verantwoordelijk. Het COA is verantwoordelijk voor de veiligheid binnen de noodopvang. Wanneer er sprake is van calamiteiten buiten de opvanglocatie, treden de gemeente en het COA daarover zo snel mogelijk met elkaar in overleg. Het COA en de burgemeester bekijken samen of en welke maatregel toegepast kan worden, met inachtneming van het maatregelenbeleid van het COA en de wettelijke bevoegdheden van de burgemeester. De burgemeester is namelijk verantwoordelijk voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid. In onderstaand overzicht zijn de belangrijkste taken en rollen van betrokken partijen weergegeven. Figuur 1 Overzicht betrokken partijen Partner
Taken
Domein
Burgemeester
De burgemeester is verantwoordelijk voor de Openbare orde en handhaving van de openbare orde en veiligheid veiligheid en de hulpverlenende taak van de politie en brandweer. De burgemeester heeft in dit kader het gezag over de politie en de brandweer.
Politie
De politie handhaaft de openbare orde en de rechtsorde onder gezag van de burgemeester en de Officier van Justitie.
Handhaving openbare orde en veiligheid
Openbaar Ministerie
De Officier van Justitie is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde: het opsporen en vervolgen van strafbare feiten.
Strafrechtelijke handhaving openbare orde en veiligheid
COA
Het COA is verantwoordelijk voor de veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid op de noodopvang.
Veiligheid op het terrein en binnen de noodopvang
Handhaving
De handhavers leefbaarheid van gemeente Leefbaarheid rondom de Schouwen-Duiveland zijn verantwoordelijk voor noodopvang de leefbaarheid rondom de noodopvang.
3.1 Communicatie en afstemming partners Veiligheidsoverleg noodopvang
Uitgangspunt is dat er één keer in de twee weken overleg plaatsvindt tussen de gemeente, COA, politie en andere betrokken partijen. De overlegstructuur sluit aan op de bestaande structuren van bijvoorbeeld de tweewekelijkse veiligheidsoverleggen tussen gemeente, politie en handhaving. De frequentie wordt opgeschaald of afgebouwd naar wens. Gegevensuitwisseling tussen de gemeente, COA, en politie is mogelijk op basis van de wettelijke verstrekkingsgrondslag tussen deze partijen.
5
Doel van het veiligheidsoverleg is om de veiligheid binnen en buiten de locatie te bespreken. Tijdens dit overleg brengt het COA de andere partijen op de hoogte van binnengekomen klachten en uitgezette acties rondom deze klachten. Ook wordt gezamenlijk optreden tegen eventuele overlastgevers besproken.
Voortgangsoverleg burgemeester en COA
Naast het veiligheidsoverleg organiseren we maandelijks een bestuurlijk voortgangsoverleg met de burgemeester, het COA en de politie over het reilen en zeilen in de noodopvang. De frequentie wordt opgeschaald of afgebouwd naar wens.
6
4. Betrokkenheid van de omgeving In aanloop naar de realisatie van de noodopvang heeft afstemming tussen de omgeving en de betrokken partijen (gemeente, COA en politie) plaats gevonden. Er is een openbare bijeenkomst over veiligheid geweest voor alle inwoners van de gemeente en er zijn sessies over dit thema geweest met bedrijven in de directe omgeving en wat verder gelegen organisaties. Er is daarnaast afstemming geweest met vertegenwoordigers uit de wijk en de naastgelegen bedrijven over dit veiligheidsplan. Een belangrijk inzicht hierbij is dat bewoners van de wijk en de gemeente Schouwen-Duiveland zich onveilig kunnen voelen door de komst van een noodopvang voor asielzoekers. Dit heeft enerzijds te maken met een grote toename aan bewoning in een gebied waar op sommige punten weinig verlichting is. Anderzijds met de onzekerheid over hoe bewoning door een grote en diverse groep op een klein oppervlak zich ontwikkelt. Daarom maken we afspraken met de omgeving over: 1. Verlichting. Dit is uitgewerkt in paragraaf 6.3 van dit veiligheidsplan. 2. Frequente afstemming tussen de betrokken partijen en omwonenden. Verder toegelicht in dit hoofdstuk. 3. Waar men terecht kan met vragen, opmerkingen en meldingen. Dit staat op de meldkaart die in dit hoofdstuk is opgenomen. Er vindt frequent afstemming plaats tussen de gemeente, COA, politie en andere betrokken partijen.
De partijen hechten er aan om ook omwonenden hierbij actief te betrekken. Daarom richten we een zogenaamd omwonendenoverleg op.
Omwonendenoverleg
Het omwonendenoverleg bestaat uit: omwonenden, locatiemanager, adviseur openbare orde en veiligheid, de wijkagent en de wijkboa. Afhankelijk van de agenda kunnen andere instanties uitgenodigd worden. Het doel van het omwonendenoverleg is om in contact te blijven met elkaar. Er is ruimte om eventuele bijzonderheden, signalen en/of klachten te bespreken. De betrokken partijen nemen het initiatief om het omwonendenoverleg op te richten en te organiseren. Omwonenden van de opvanglocatie mogen altijd telefonisch of per e-mail contact opnemen met de receptie van de locatie of de wijkagent. Het verzoek is om als buren de lijntjes kort te houden en liever te vaak bij elkaar binnen te stappen dan te weinig. Ook is er de uitnodiging om de locatie te bezoeken op bijvoorbeeld nationale burendag en andere initiatieven voor open huis.
Contact met het COA
Zodra de noodopvang operationeel is, beschikt deze over een telefoonnummer dat 24 uur per dag beantwoord wordt door een beveiligingsmedewerker op locatie. Vanuit hier kan een bereikbaarheidsdienst ingezet worden die buiten kantooruren bemand is door een van de locatiemanagers in de regio Zuid, waar Zierikzee onder valt. Ook heeft elke locatie een e-mailadres waarop omwonenden contact kunnen opnemen met de locatiemanager. Deze contactgegevens worden gepubliceerd op coa.nl onder de opvanglocatie en in onderstaande meldkaart.
7
De contactkaart
Deze contactkaart wordt los gepubliceerd op de website van de gemeente SchouwenDuiveland en wordt op papier ter beschikking gesteld. De contactkaart maakt inzichtelijk bij welke instantie een vraag, klacht of melding thuis hoort. De contactkaart is er als service voor de omwonenden, om in één oogopslag alle belangrijke contactgegevens bij elkaar te hebben. Figuur 2 Contactgegevens hulpdiensten Wie?
Contactgegevens
Voor wat?
Overige informatie
Politie
Spoed: bel 112 Geen spoed, wel politie? Bel 0900-8844
Denk hierbij aan: • Geluidsoverlast (buiten de opvanglocatie) • Intimiderend gedrag • Diefstal • Inbraken • Beroving • Verdachte situaties • Onveilig gevoel door samenscholing
Politie adviseert om bij strafbare feiten aangifte te doen. Dit kan online via: www. politie.nl/aangifte
COA Beveiligingsbedrijf (beveiliging) Trigion op locatie. Bel 24/7 naar: ……………………… ?
Denk hierbij aan: • Geluidsoverlast (vanuit de opvanglocatie)
COA (algemeen)
• •
Telefoon: Mail:
Algemene vragen aan het COA.
Gemeente
•
Bel naar: 0111-452000 Via WhatsApp: 06-10115163 Via e-mail: gemeente@ schouwen-duiveland.nl
Voor vragen aan de collega’s van handhaving, veiligheid.
BuitenBeter App Met de BuitenBeter app meldt u in 4 simpele stappen bijvoorbeeld rondslingerend afval of defecte straatverlichting. De app is bedoeld voor de ruimte buiten uw huis.
Bel naar: 0800-7000 Online melden via: meldmisdaadanoniem.nl
Meld Misdaad Anoniem (M.) is de meldlijn waar u anoniem informatie kunt geven over criminele feiten en/ of misdrijven.
De melding is niet herleidbaar naar u als persoon of naar uw adres.
• •
Anoniem melden?
• •
8
5. Veiligheid op het terrein 5.1 Maatregelen- en sanctiebeleid COA
Het maatregelenbeleid van het COA (zie bijlage 1) dient een tweeledig doel: aan de ene kant gedragsbeïnvloeding en aan de andere kant optreden bij onaanvaardbaar gedrag. Er kan gewerkt worden met een correctiegesprek, een waarschuwingsbrief of een leermaatregel. Bij de laatste variant dient te bewoner te leren van de impact van het ongewenste gedrag of incident. Er zijn huisregels op de opvanglocatie. Een bewoner die zich niet aan de huisregels houdt, wordt hierop aangesproken. Daarnaast wordt er een aantekening gemaakt in het dossier en volgt een sanctie op de overtreding. Indien er sprake is van een strafbaar feit of verstoring van de openbare orde meldt de medewerker van het COA of het beveiligingspersoneel een voorval bij de politie of de wijkagent. In een uiterste situatie kan het COA hierbij overgaan tot uitplaatsen van een bewoner naar een andere locatie (time out, overplaatsing of plaatsing in de Handhaving en Toezichtlocatie). Iedere opvanglocatie in Regio Zuid, waar locatie Zierikzee onder valt, kent standaard één time out plaats. Onder uiterste terughoudendheid kan een ROV-maatregel worden opgelegd. Hierbij is sprake van een financiële inhouding op het leefgeld. ROV is een afkorting voor Reglement Onthouding Verstrekkingen.
5.2 Veiligheid op het terrein van het COA 5.2.1 Beveiliging op het terrein
Het COA schakelt vanuit zijn verantwoordelijkheid voor een veilige, leefbare en beheersbare woonsituatie op het terrein van de opvang de particuliere beveiligingsorganisatie Trigion in. Zij krijgt van het COA de taak en opdracht om 24/7 toe te zien op de veiligheid en leefbaarheid en waar nodig passende maatregelen te treffen. Trigion is slechts in het geval van een calamiteit of incident waarbij veiligheid van een bewoner of medewerker in het geding is gemachtigd om een kamer of slaapkamer te betreden. Aanwezigheid beveiliging Er is op doordeweekse dagen locatiepersoneel van het COA aanwezig. Naast het aanwezige personeel is ook een beveiliger van Trigion actief op de locatie. In de late avond en nacht werken er drie beveiligers op locatie. Op deze tijden is er geen locatiepersoneel aanwezig. Verantwoordelijkheden beveiliging De beveiliging is verantwoordelijk voor de sluitings- en openingsrondes op het terrein. Daarnaast lopen de beveiligers ‘s avonds surveillancerondes op het terrein. Overdag loopt er voldoende locatiepersoneel om toezicht te houden. De beveiligers zijn daarnaast verantwoordelijk voor de toegangscontrole van bezoekers. Bezoekers, medewerkers en ketenpartners worden geregistreerd. Als de inrichting van de locatie gereed is, zal een objectinstructie gemaakt worden. Dit zijn tekeningen en plattegronden van de locatie.
Deze worden als bijlage toegevoegd aan het veiligheidsplan.
9
5.2.2 Privaat cameratoezicht
Voor privaat cameratoezicht is de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Het doel van privaat cameratoezicht is zaak bescherming. Dit is het beveiligen en beschermen van privé-eigendommen en natuurlijke personen. Het privacybelang speelt echter een belangrijke rol. Indien cameratoezicht wordt inzet, moet het een ‘noodzakelijk’ middel zijn. Het is dan een aanvulling op andere fysieke maatregelen, zoals toegangscontrole en beveiliging. Op het terrein van de noodopvang wordt privaat cameratoezicht ingezet. Het COA is hier primair verantwoordelijk voor. De inzet wordt afgestemd tussen het COA, politie en gemeente. Het doel van dit cameratoezicht is de bescherming van de opvanglocatie inclusief bewoners, bezoekers, werknemers en materieel. Het cameratoezicht wordt, waar mogelijk, live uitgekeken door beveiligingsorganisatie Trigion. De beelden worden onder verantwoordelijkheid van het COA opgenomen. Ook het eventueel terugkijken van deze beelden valt onder verantwoordelijkheid van het COA. Indien andere partijen gebruik willen maken van de COA-beelden, wordt het verzoek gedaan aan de locatiemanager. Hij/zij bepaalt wie de beelden kan bekijken zodat de juiste analyse gemaakt kan worden. Bij geconstateerde strafbare feiten worden de beelden toegevoegd aan de aangifte. Bij politieonderzoek kunnen de beelden gevorderd worden.
De politie kan een schriftelijk verzoek tot delen van camerabeelden indienen. Bij strafzaken kan de vordering mondeling worden gedaan (via gegevensverantwoordelijke); binnen drie dagen na deze vordering wordt dit alsnog schriftelijk ingediend door de politie.
5.2.3 BHV-organisatie
Het COA heeft 24/7 een voldoende bemenste, adequate en ter zake geoefende BHV organisatie op de noodopvang paraat. Tijdens de nachtelijke uren wordt deze taak vervuld door beveiligingsorganisatie Trigion. Er zijn in totaal drie personen opgeleid tot BHV-ploegleider, waarvan één beveiliger en twee personeelsleden. Er is altijd één BHV-ploegleider aanwezig. Al het personeel is BHV opgeleid en kan hiermee onderdeel uitmaken van de BHV-organisatie.
5.3 Inzet politie, strafbare feiten en het aangiftebeleid Aangifte doen
Indien het gaat om een persoonsgebonden delict, bijvoorbeeld bedreiging, dan dient de persoon in kwestie zelf aangifte te doen. Indien het gaat om een niet-persoonsgebonden delict, bijvoorbeeld vernieling van eigendom van het COA, dan is ieder personeelslid bevoegd om aangifte te doen bij de politie. Bij agressie en geweld tegen COA-personeel of andere medewerkers met een publieke taak gelden strafverzwarende omstandigheden en wordt altijd aangifte gedaan. We stimuleren het doen van aangifte van alle delicten en het goed vastleggen van informatie.
Verhouding COA - politie
Strafbare feiten die zich afspelen zowel binnen of buiten de opvanglocatie vallen onder de verantwoordelijkheid van de politie. Het COA spant zich in om overlast buiten de opvanglocatie in samenwerking met politie en gemeente aan te pakken. Het COA en de beveiliging spannen zich daarnaast in om conflicten onder bewoners zoveel mogelijk te voorkomen, zelf op te lossen of te de-escaleren. Denk hierbij aan een burenconflict. Indien het conflict escaleert, bijvoorbeeld wanneer er geweld gebruikt wordt, schalen zij op naar de politie.
10
Registratie incidenten
Het COA registreert incidenten/delicten om het beeld van de bewoner up-to-date te houden. De begeleiding wordt hier op afgestemd. Dossieropbouw kan ook gebruikt worden om eventuele sancties of maatregelen te verantwoorden.
5.4 Handelingsvrijheid bewoners
De bewoners van de noodopvang Zierikzee zijn vrij om te gaan en te staan waar zij willen, net zoals iedere andere inwoner van Zierikzee. Zij moeten zich hierbij houden aan de wetgeving en gedragsregels in Nederland, gemeente Schouwen-Duiveland en de opvanglocatie. Vluchtelingen die nieuw zijn in een opvanglocatie krijgen van het COA een intakegesprek en moeten tekenen voor de ontvangst van documentatie over de rechten en plichten in Nederland. Ook de omgangsregels en gewoonten worden besproken. Er wordt aandacht gegeven aan algemene aandachtspunten zoals brandveiligheid op de locatie en verkeersveiligheid. De algemene huisregels die geldend zijn op alle COA-locaties zijn bijgevoegd in bijlage 1 van dit plan.
Meldplicht
Er geldt een fysieke meldplicht voor de bewoners van de noodopvang. Iedere week dienen de bewoners zich op een vast moment te melden bij de medewerkers op locatie. Dit is opgenomen in de huisregels.
11
6. Veiligheid buiten het terrein 6.1 Verantwoordelijkheid politie
De politie is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke handhaving en de handhaving van de openbare orde en veiligheid. Dit geldt zowel binnen als buiten het terrein van het COA en in de gehele leefomgeving. De politie reageert net als in een reguliere situatie op meldingen van de noodopvang of de omgeving wanneer er sprake is van ongeregeldheden die de openbare orde verstoren of de veiligheid negatief beïnvloeden. Dit wijkt niet af van andere processen. Indien een incident of calamiteit zich voordoet binnen of direct rondom de opvanglocatie, wordt de politie waar mogelijk opgevangen door een COA-medewerker (BHV-ploegleider) of de beveiliging. Zij kunnen duiding geven aan de situatie en de exacte locatie van de calamiteit. Denk hierbij aan de volgende openbare orde problematiek: • Geluidsoverlast • Intimiderend gedrag • Diefstal • Inbraken • Beroving • Verdachte situaties • Onveilig gevoel door samenscholing
6.2 Verantwoordelijkheid gemeente Handhaving
Binnen gemeente Schouwen-Duiveland zijn handhavers leefbaarheid actief in de openbare ruimte. Handhavers worden ingezet in nauwe afstemming met de politie. Handhaving heeft niet dezelfde bevoegdheden als de politie. Handhavers zijn niet verantwoordelijk voor de aanpak van openbare orde problematiek. Wel kunnen zijn een oog- en oor functie hebben. In preventieve sfeer en bij kleinschalige vormen van overlast kunnen de handhavers een rol spelen. Zij kunnen bijvoorbeeld personen aanspreken of een STOP-gesprek voeren. Dit is een gesprek om een persoon aan te spreken om het gedrag en dit gedrag te veranderen. In de reguliere surveillance van handhaving worden de opvanglocaties in de gemeente preventief bezocht. De wijkboa van Zierikzee zal de eerste contactpersoon zijn voor de locatiemanager van de noodopvang, evenals de bewoners van de opvanglocatie.
6.3 Fysieke maatregelen in de openbare ruimte
Tijdens verschillende participatiemomenten voorafgaand aan het vaststellen van het Definitief Ontwerp voor de noodopvang in Zierikzee hebben bewoners, ondernemers en de wijkraad gevraagd om onderzoek te doen naar mogelijke verbetering en/of uitbreiding van openbare verlichting in de directe omgeving van de noodopvang. Tijdens een integraal (gemeentelijk) overleg met de projectmanagers, de adviseur openbare orde en veiligheid en de beheerder van de openbare verlichting is dit verzoek verder uitgewerkt.
12
Boerenweg ten oosten van het plangebied
Geconcludeerd wordt dat de verlichting in het oostelijke deel van de Boerenweg kan worden verbeterd. Hiervoor hebben wij een verlichtingsplan opgesteld (zie figuur 3). De figuur hieronder bevat details over de locaties waar lichtmasten worden geplaatst. De eerste en laatste lichtmast in dit gebied branden continu. De tussenliggende masten reageren via bewegingssensoren op voorbijgangers. Figuur 3 Verlichtingsplan Boerenweg
Uit een gesprek met een vertegenwoordiging van de wijkraad, de ondernemers en de bewoners van de Boerenweg werd positief op het voorstel gereageerd. De omwonenden van de Boerenweg heeft ook nog afzonderlijk naar het voorstel gekeken en hier hun reactie op gegeven. Ook vanuit de bewonersgroep Boerenweg is geen bezwaar op het voorgelegde voorstel met betrekking tot de verlichting. De verlichting zal dus onderdeel uitmaken van de fysieke maatregelen in de openbare ruimte.
13
7. Crisisbeheersing Binnen de noodopvang kunnen zich door de samenkomst van veel mensen met een verschillende achtergrond, nationaliteit en mogelijke levenservaringen incidenten voordoen. Bij deze incidenten is het COA primair verantwoordelijk en neemt zij maatregelen om zelfstandig te voorzien in een afdoende veiligheidsoptreden. Als door de aard- en omvang van het incident het optreden van het COA niet toereikend is, kan de hulp ingeroepen worden van de hulpdiensten. Als er sprake is van een groot incident waarbij multidisciplinaire afstemming noodzakelijk is, kan opgeschaald worden naar een GRIPstructuur. GRIP staat voor Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdingsprocedure. Hulpdiensten bepalen hiermee hoe hun werk bij incidenten gecoördineerd moet worden. Deze opschaling en de regie hierop ligt in handen van de hulpdiensten of het operationeel centrum/ meldkamer. Dit is conform de reguliere procedures. Daar waar er sprake is van een (dreigende) verstoring van de openbare orde of maatschappelijke onrust, dan komt (ook) de lokale driehoek Schouwen-Duiveland in beeld. Deze bestaat uit de burgemeester, de teamchef van politie en de gebiedsofficier van het Openbaar Ministerie. Denk hierbij aan één van de van de volgende calamiteiten: • Vechtpartij of openbare ordeverstoring. • Bommelding of verdacht object. • Brand en/of groot incident met ontruiming.
• Demonstratie of maatschappelijke onrust bij de locatie. Het adres van de locatie: xxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxxx De plattegrond wordt toegevoegd aan dit veiligheidsplan als het COA de inrichting definitief heeft gemaakt.
14
Bijlagen Bijlage 1 Huisregels COA Huisregels op COA-opvanglocatie
versie mei 2020
Voor de veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid op COA-opvanglocaties hanteert het COA huisregels (huisregels). Deze huisregels zijn aanvullend op de Nederlandse wet- en regelgeving en zijn geldig op alle COA-opvanglocaties. De huisregels zijn ook digitaal terug te vinden op www.coa.nl.
Maatregelen bij overtreding van de huisregels
U moet altijd de instructies van COA-medewerkers volgen en de huisregels nakomen. Wie zich niet aan deze huisregels houdt, kan een maatregel opgelegd krijgen door de COAmedewerkers op uw COA-locatie. Een maatregel kan zijn dat een deel van uw weekgeld voor een bepaalde tijd wordt ingehouden. Bij zware overtredingen kan het COA u overplaatsen naar een COA-locatie met streng regime. Bij crimineel gedrag schakelt het COA de politie in. Ook bij vermoedens van strafbare feiten. 1. Discriminatie, intimidatie en geweld In Artikel 1 van de Nederlandse grondwet staat dat discriminatie is verboden. Discriminatie vanwege godsdienst, levensovertuiging, politieke voorkeur, ras, geslacht, seksuele geaardheid, of welke grond dan ook, is niet toegestaan. Voor het COA is dit een heel belangrijke wet, omdat op COA-locaties heel veel verschillende mensen met verschillende achtergronden veilig moeten samenleven. Elke vorm van (het aanzetten tot) agressie en geweld tegen anderen is in Nederland verboden en wordt bestraft. Agressief en gewelddadig gedrag naar COA-medewerkers wordt zwaarder bestraft. Als u slachtoffer bent van bijvoorbeeld agressie, geweld of strafbaar seksueel gedrag, adviseert het COA u om aangifte te doen bij de politie. Is een familielid gewelddadig naar andere familieleden? Dan kan het COA hulp bieden.
Heeft u hulp nodig of kent u iemand die hulp nodig heeft? Bespreek dit met een COA-medewerker. Er wordt dan naar de best mogelijke oplossing gezocht. Wij gaan discreet om met de informatie die u ons geeft. Uw veiligheid nemen wij serieus. Voor meer informatie kunt u kijken op de website van Veilig Thuis. 2. Politieke of religieuze activiteiten Het COA is een politiek/religieus neutrale organisatie. Op een COA-locatie bent u vrij u geloof te belijden of uw politieke opvattingen te hebben. Maar anderen mogen op geen enkele wijze last hebben van uw politieke of religieuze activiteiten. 3. Drugs, alcohol, wapens en illegale handel Illegale drugs zijn verboden op COA-opvanglocaties. U mag geen illegale drugs bezitten, verhandelen of gebruiken. Openbare dronkenschap is verboden. Wapens zijn verboden. Het bezit van wapens en de handel in wapens zijn verboden.
15
4. Verbod op gezichtsbedekkende kleding Het is wettelijk verboden om gezichtsbedekkende kleding te dragen op een COA-locatie, omdat een COA-medewerker u dan niet kan identificeren. Denk bij gezichtsbedekkende kleding aan een nikab of boerka, maar ook een bivakmuts of een integraalhelm. Dit verbod geldt voor medewerkers, bewoners en bezoekers in het azc. Het verbod geldt op de hele COA-locatie inclusief uw eigen woonruimte. Ook in scholen, zorginstellingen en overheidsgebouwen geldt dit verbod. Mondkapjes zijn wel toegestaan om besmettingsgevaar te verkleinen. 5. Verplichte TBC-screening In sommige landen komt de besmettelijke ziekte tuberculose (TBC) veel voor. Als u uit een van deze landen komt, dan moet u verplicht een TBC-screening ondergaan. Dit onderzoek is pijnloos en ongevaarlijk. Wanneer u tuberculose heeft, dan moet u zich verplicht laten behandelen. Tuberculose is over het algemeen goed te behandelen. 6. Meldplicht Op alle COA-locaties heeft u meldplicht (meldplicht). U bent verplicht zich te melden op het tijdstip en de plek aangegeven door het COA. Specifieke informatie over uw meldplicht ontvangt u van een COA-medewerker op uw locatie. Heeft u een goede reden om niet aan deze meldplicht te voldoen? Dan moet u die vooraf aan een COA-medewerker laten weten. U kunt dan vragen of u (tijdelijk) niet aan de meldplicht hoeft te voldoen.
De COAmedewerker kan u vragen om bewijsdocumenten te laten zien waaruit blijkt dat u een geldige reden heeft om niet bij de meldplicht aanwezig te zijn. 7. Woonruimte - U mag gebruikmaken van een tijdelijke woonruimte van het COA. Deze ruimte is uw hoofdverblijf. Deze ruimte is alleen bestemd voor u en uw medebewoners. U mag hier geen andere mensen in laten wonen. U mag geen veranderingen aanbrengen aan de woonruimte of de meubels. - U mag geen eigen meubels meenemen. Vanwege de brandveiligheid mag u geen eigen gordijnen of wandkleden ophangen. Als u iets beschadigt aan uw woonruimte, dan moet u zelf de reparatiekosten betalen. Dat geldt ook voor alle goederen die u van het COA in bruikleen heeft ontvangen. - Uw woonruimte moet u zelf schoonhouden. Wanneer u verhuist, moet u uw woonruimte schoon achterlaten. U mag dan geen goederen van het COA meenemen. Alle bewoners zijn verantwoordelijk voor het schoonhouden van de gemeenschappelijke faciliteiten van de woonruimtes en de directe omgeving rond de woonruimte. - U mag geen huisdier hebben, tenzij u schriftelijk toestemming heeft van de leiding van de COA-locatie. - U moet COA-medewerkers toegang geven tot uw woonruimte. Dit is nodig voor verplichte kamercontroles, onderhoud of reparaties.
COA-medewerkers kunnen de woonruimte ongevraagd betreden als er gevaar dreigt voor de veiligheid en de volksgezondheid, bijvoorbeeld bij besmettingsrisico’s. - Het kan gebeuren dat u naar een andere ruimte verhuist of dat een andere bewoner bij u in de woonruimte geplaatst wordt.
16
8. Goederen in bruikleen U kunt bepaalde goederen tijdelijk van het COA lenen. Denk aan borden, bestek, linnenpakket, of een babypakket. Goederen die u heeft geleend, moet u weer inleveren zoals afgesproken met het COA. 9. Brandvoorschriften Voor uw eigen veiligheid en die van anderen gelden de volgende brandvoorschriften: - U mag niet roken in COA-gebouwen. Ook niet in uw eigen woonruimte. - U mag geen open vuur aansteken. Denk aan kaarsen, wierook, olielampen, etc. - U mag alleen koken op de vaste kooktoestellen in de keukens. Tijdens het koken moet u altijd opletten. Blijf altijd in de buurt van het kooktoestel. - U mag alleen elektrische apparatuur gebruiken die het COA veilig vindt. Vraag dus om goedkeuring van een COA-medewerker. - Het is streng verboden een brandmelder af te plakken. - U mag het brandalarm niet activeren als er geen brand is. - Als er brand ontstaat, moet u ongehinderd kunnen vluchten. Daarom moeten de vluchtwegen altijd vrij zijn. Zorg dat kinderwagens of fietsen niet in de weg staan. - Wanneer het brandalarm afgaat, moet u het gebouw direct verlaten en buiten wachten. Vervolgens volgt u de instructies op van COA-medewerkers. - Zelfsluitende, brandwerende deuren moet u nooit openhouden. Daarom mag u een deurdranger nooit verwijderen. - Bewaar nooit benzine, alcohol of andere licht ontvlambare stoffen in uw woonruimte.
- Van de wasdroger moet u altijd het stoffilter schoonmaken. Verwijder voor én na gebruik het stof uit de filter van de droger. Een vervuilde droger kan vlam vatten. 10. Aansprakelijkheid - Het COA is niet aansprakelijk voor schade aan of verlies van uw eigendommen, ook niet als de schade door medebewoners of door anderen is veroorzaakt. - U bent volledig aansprakelijk voor beschadigingen die u aanbrengt in of aan de woonruimte en/of de COA-inventaris en voor onzorgvuldig gebruik hiervan. De kosten voor herstel of vervanging verhaalt het COA op u. - Als het niet duidelijk is wie een beschadiging heeft gemaakt aan een woonruimte, moet iedere bewoner van die woonruimte meebetalen aan de reparatiekosten. Bij verdwijning of beschadiging van COA-eigendommen doet het COA in veel gevallen aangifte bij de politie. 11. Geluidsoverlast U mag geen geluidsoverlast maken. Tussen 22.00 en 8.00 uur moet het rustig zijn, zodat iedereen ongestoord kan slapen. 12. Privacy De privacy op COA-opvanglocaties is belangrijk. Daarom is het verboden om zonder toestemming foto-, video- of geluidsopnamen te maken van medebewoners, medewerkers, bezoekers en andere aanwezigen op de locatie. Deze regels gelden op alle locaties voor bewoners, medewerkers en bezoekers.
17
13. Bezoekers Bezoekers die niet op de COA-locatie wonen, moeten zich melden bij de receptie bij aankomt en afmelden als zij vertrekken. Bezoekers zijn welkom van 8.00 uur tot 22.00 uur. U bent verplicht uw bezoek op te halen bij de receptie. U bent verantwoordelijk dat uw bezoekers zich ook aan de huisregels houden. Op elke COA-locatie kunt u een ‘Bezoekersreglement’ opvragen. Deze geldt voor alle bezoekers. 14. Kinderen U bent verantwoordelijk voor de veiligheid en het handelen van uw minderjarige kinderen. Als uw kinderen niet op school of in kinderopvang verblijven, bent u verantwoordelijk toezicht op uw kinderen te houden. Schade veroorzaakt door uw minderjarige kinderen moet u betalen. Alle kinderen van 5 tot 18 jaar moeten in Nederland verplicht naar school. Als ouder of verzorger bent u verantwoordelijk dat uw kinderen naar school gaan. Als uw kinderen niet naar school gaan, maakt het COA of de school daarvan melding. U kunt dan een forse geldboete krijgen. U kunt bij de infobalie vragen hoe u uw kind aanmeldt bij een school in de buurt.
18
Bijlage 2 Maatregelenbeleid COA Versie augustus 2024
1. Inleiding
Het COA biedt opvang aan een omvangrijke groep bewoners en heeft daarbij de verantwoordelijkheid en zorg om de veiligheid, leefbaarheid en beheersbaarheid te waarborgen. Op asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen die onder de doelgroep van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (hierna: Rva 2005) vallen en gebruik maken van de opvang van het COA, rusten de verplichtingen, zoals vastgesteld in art. 19 van de Rva 2005. Bij niet-naleving voorziet de Rva 2005 in de mogelijkheid tot het opleggen van maatregelen. Afhankelijk van het incident of gedrag kan een maatregel aan de asielzoeker/vreemdeling worden opgelegd, met of zonder gevolgen voor zijn/haar verstrekkingen. Deze maatregelen worden ook wel rov-maatregelen genoemd. Deze zijn gebonden aan een aantal uitgangspunten en kaders. Rov is de afkorting voor reglement onthouding verstrekkingen. Overige vreemdelingen die niet onder de doelgroep van de Rva 2005 vallen, kunnen onder omstandigheden feitelijke opvang van het COA krijgen. In dat geval kunnen naar analogie ook maatregelen opgelegd worden namens de staatssecretaris.
2. Visie op het maatregelenbeleid 2.1 Missie, visie en kernwaarden
Het COA werkt vanuit een missie en een visie. Deze uitgangspunten liggen ten grondslag aan de visie bij het opleggen van een maatregel. De missie van het COA luidt als volgt: Het COA biedt asielzoekers leefbare en veilige opvang en begeleidt hen naar een toekomst in Nederland of daarbuiten, in samenwerking met partners in de samenleving. De visie van het COA is uitgebreid en staat beschreven op coa.nl. De volgende delen uit de visie zijn nadrukkelijk van toepassing op het maatregelenbeleid: 3 van 16 : • Wij zijn de professionals op het gebied van menswaardige en duurzame opvang en begeleiding van asielzoekers. • Wij bieden kwalitatief hoogwaardige begeleiding aan onze bewoners. Daarmee stimuleren wij hen en stellen we hen in staat zelfredzaam te zijn in een voor hen nog onbekende omgeving. Zo kunnen zij zo vroeg mogelijk verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen toekomst en een bijdrage leveren aan de samenleving. Als onze bewoners geen recht hebben op asiel, draagt onze begeleiding bij aan terugkeer met perspectief. • We creëren, samen met partners, doelmatige, duurzame, veilige, menswaardige en flexibele opvangvormen en bieden daarbij maatschappelijke meerwaarde, bijvoorbeeld op het gebied van (arbeids)participatie, lokale investeringen en huisvesting. • Wij kennen onze bewoners en hun talenten in een vroeg stadium en kunnen daarom maatwerk bieden.
Een van de kernwaarden van het COA is ‘menswaardig’: • Wij bieden veilige en menswaardige opvang en staan naast de bewoner. Doordat het COA haar bewoners in een vroeg stadium leert kennen, onder andere door de methodiek de 6 domeinen en het methodisch kader voor alleenstaande minderjarige
19
vreemdelingen (amv), worden veel incidenten voorkomen. Als bekend is wie de bewoner is, kan begeleiding op maat worden aangeboden. Begeleiding op maat verkleint de kans op onacceptabel gedrag. Vanuit het oogpunt van begeleiding op maat wordt mede gekeken naar de op te leggen maatregel. Bij het interveniëren op overlastgevend gedrag staat bij het COA de begeleiding centraal en kiest het COA in eerste instantie voor interventies die het gedrag beïnvloeden. Pas als die interventies geen gewenst effect hebben wordt overgegaan op maatregelen die een prikkel moeten zijn om het gedrag alsnog te veranderen. Als echter bij gedrag, binnen of buiten de locatie, de veiligheid van medewerkers, medebewoners en/of andere personen in het geding komt, worden andere prioriteiten gesteld. Het borgen van de veiligheid is dan het uitgangspunt wat zelfs kan betekenen dat de betrokken bewoner de locatie moet verlaten. In het maatregelenbeleid is daarin voorzien.
2.2 Doelgroep
Het maatregelenbeleid is van toepassing op bewoners die vallen onder de werking van de Rva 2005. Het maatregelenbeleid geldt in de praktijk dus voor asielzoekers en vergunninghouders die in een opvangvoorziening verblijven en voor personen die administratief zijn geplaatst of gebruik maken van tijdelijke regelingen voor verblijf buiten een opvanglocatie. 2.2.1 Minderjarigen Het maatregelenbeleid is ook van toepassing op minderjarigen die niet alleenstaand zijn. Voor minderjarigen gelden de amv-maatregelen. Met uitzondering van de time-out maatregel.
3. Wettelijke kaders 3.1 Wet COA en de Rva 2005
Het recht op opvang wordt in de Nederlandse wetgeving geregeld in de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers (wet COA) en de Rva 2005. De Wet COA bepaalt dat het COA wordt ingesteld om de materiële en immateriële opvang van asielzoekers te verzorgen. De specifieke regels over de verstrekkingen aan asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen zijn uiteengezet in de Rva 2005. De Rva 2005 bepaalt welke verstrekkingen er worden geboden (zie artikel 9 Rva), maar ook de mogelijkheid deze te beperken of in te trekken. De wettelijke grondslag voor de bevoegdheid van het COA om verstrekkingen te beperken of te onthouden en daarmee een maatregel op te leggen aan bewoners, is neergelegd in artikel 10 van de Rva 2005. De Rva 2005 gaat in artikel 19 in op de rechten en de plichten van de bewoner. Uit Artikel 11 Rva volgt dat het COA bepaalt in welke opvangvoorziening een asielzoeker wordt geplaatst en is het COA de bevoegdheid verleend een asielzoeker naar een andere voorziening over te plaatsen.
4. De maatregelen van het COA
Indien de bewoner zich niet aan de verplichtingen als bedoeld in artikel 19 Rva (waaronder de huisregels) houdt, of het gedrag van de bewoner de grens van het aanvaardbare overschrijdt, kan het COA-maatregelen treffen. Bij strafbare feiten wordt de politie ingeschakeld en adviseert het COA altijd om aangifte te doen. Agressie- en geweldsincidenten tegen COA-medewerkers en andere personen die op de locatie werkzaam zijn worden volgens de eenduidige landelijke afspraken van Veilige Publieke Taak (VPT) afgehandeld.
20
Mocht hier sprake van zijn dan kan dat worden gezien als verzwarende omstandigheid. Het doel van deze afspraken is een eenduidige, effectieve en snelle afhandeling van agressie en geweld tegen functionarissen met een publieke taak door politie en Openbaar Ministerie. Groepsgedrag kan eveneens als verzwarende omstandigheid gelden. Onder groepsgedrag kan groepsgeweld en hinderlijk groepsgedrag worden gerekend. Het COA heeft verschillende instrumenten voorhanden om onacceptabel gedrag te corrigeren en bewoners te confronteren met de negatieve impact van het incident/getoonde gedrag. De instrumenten kunnen in 4 categorieën worden opgedeeld: • Maatregelen waarbij geen verstrekkingen ingehouden worden; • Maatregelen waarbij verstrekkingen ingehouden kunnen worden: - Maatregelen voor azc’s en de (pre) proces opvanglocatie (pre-pol). - Maatregelen voor de centrale ontvangstlocatie (col). - Maatregelen voor spoor 2-locaties. -
Htl-maatregel. Amv-maatregelen.
Relevant verder is het arrest Haqbin van 12 november 2019 van het Hof van Justitie van de Europese Unie. In dit arrest heeft het Hof van Justitie bepaald dat aan asielzoekers die overlastgevend gedrag veroorzaken weliswaar sancties kunnen worden opgelegd, maar dat, vanuit het oogpunt van menselijke waardigheid, een asielzoeker, onder verantwoordelijkheid van de Staat, moet kunnen blijven voorzien in zijn elementaire levensbehoefte van onderdak, eten en kleding.
4.1 Impactniveaus
Voor welke maatregel gekozen wordt, hangt af van de impact van het incident op de omgeving. Er zijn 4 impactniveaus te onderscheiden: geringe impact, middelgrote impact, grote impact en zeer grote impact (zie figuur 4). Figuur 2: Impactniveaus maatregelen Nummer
Impactniveau
Maatregel
1
Geringe impact
Zonder inhouding of 1
2
Middelgrote impact
2 tot en met 3
3
Grote impact
4 tot en met 5 of htl
4
Zeer grote impact
6 tot en met 11 of htl
Om een idee te geven wat er onder de verschillende impactniveaus wordt verstaan volgen hierna een aantal voorbeelden (niet limitatief).
21
Geringe impact 1. Overtreding van huisregels waarbij medebewoners, COA-medewerkers en andere personen die op de locatie werkzaam zijn en/of derden geen schade ondervinden en/of gevaar lopen, zoals: - roken in de eigen woonruimte; - niet schoonhouden van de eigen woonruimte; - niet voldoen aan de meldplicht. 2. Lichte agressie en geweld zonder schade (niet op de persoon gericht), zoals negatieve uitlatingen over medebewoners in een gesprek met een COA-medewerker. Middelgrote impact 1. Overtreden huisregels waarbij medebewoners, COA-medewerkers en andere personen die op de locatie werkzaam zijn en/of derden lichte schade ondervinden en/of licht gevaar lopen, zoals: - roken in een gezamenlijke woonruimte en leefomgeving; - openbaar dronkenschap; - niet schoonhouden van de gezamenlijke woonruimte en leefomgeving. 2. Agressie en geweld met een kleine impact, zoals: - algemene discriminerende uitlatingen in een openbare ruimte (niet op de persoon gericht); - woordenwisseling; - kleine ruzie. Grote impact 1. Overtreden huisregels waarbij medebewoners, COA-medewerkers en andere personen die op de locatie werkzaam zijn en/of derden grote schade ondervinden en/of groot gevaar lopen, zoals: - ernstige nalatigheid in het schoonhouden van de eigen of gezamenlijke woonruimte of leefomgeving, waarbij de volksgezondheid in gevaar komt; - afplakken van de rookmelder. 2.
Agressie en geweld tegen medebewoners en/of derden met een grote impact, zoals: o discriminatie op grond van iemands geloofsovertuiging, huidskleur, afkomst, seksuele identiteit etc.; - gedrag met als doel de ander te kleineren of te bedreigen; - gedrag met als doel de ander fysieke schade toe te brengen. Zeer grote impact 1. Overtreden huisregels waarbij medebewoners, COA-medewerkers en andere personen die op de locatie werkzaam zijn en/of derden zeer grote schade - brandstichting; - openlijk wapenbezit c.q. wapengebruik (volgens de wapenwet). 2. Agressie en geweld tegen medebewoners en/of derden met een zeer grote o ernstige discriminatie op grond van iemands geloofsovertuiging, huidskleur, seksuele identiteit, etc.; - gedrag met als doel de ander ernstig te kleineren of te bedreigen; - gedrag met als doel de ander ernstige fysieke schade toe te brengen.
22
4.2 Maatregelen waarbij geen verstrekkingen ingehouden worden
Wanneer een bewoner onacceptabel gedrag vertoont, maar niet met zo’n grote impact dat verstrekkingen ingehouden moeten worden, kunnen minder ver strekkende maatregelen worden opgelegd. Het doel van deze maatregelen is gedragsverandering, het voorkomen van herhaling of verergering van gedrag. Daarvoor zijn meerdere mogelijkheden. De maatregelen kunnen aan iedere bewoner worden opgelegd, ongeacht waar de bewoner verblijft. 4.2.1 Het correctiegesprek De bewoner wordt uitgenodigd voor een gesprek over het gedrag dat is vertoond. Het doel is om de bewoner bewust te maken wat de impact is van het vertoonde gedrag en het voorkomen van herhaling van dat gedrag. 4.2.2 De waarschuwingsbrief In een waarschuwingsbrief wordt officieel duidelijk gemaakt dat het vertoonde gedrag niet wordt geaccepteerd en dat herhaling van dit gedrag kan leiden tot een maatregel waarbij verstrekkingen ingehouden kunnen worden. 4.2.3 De leermaatregel Het doel van een leermaatregel is een bewoner te leren wat de impact is van het ongewenste gedrag of incident. De leermaatregel is maatwerk en kan voor elke bewoner anders zijn.
4.3 Maatregelen waarbij verstrekkingen ingehouden kunnen worden
Het COA heeft de mogelijkheid verstrekkingen waar bewoners recht op hebben, op basis van de Rva 2005, in te houden. Deze zogenoemde rov-maatregelen hebben dus directe gevolgen op de rechten van de bewoner. Daarom moeten de maatregelen voldoen aan de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het besluit moet voldoen aan de vereisten inzake motivering, dossieropbouw, zorgvuldigheid, proportionaliteit, subsidiariteit en (hoor- en) wederhoor. Op bewoners die onder de Opvangrichtlijn14 vallen is de Rva 2005 van toepassing en het zogenoemde Haqbinarrest. Bewoners waar de Rva op van toepassing is bevinden zich over het algemeen in de col, een pol, een azc of amv-opvang. 4.3.1 Maatregelen voor azc’s, (pre)pol’s en Spoor 2 beroepsfase Wanneer begeleiding alleen niet meer voldoende is, kunnen maatregelen worden opgelegd waarbij verstrekkingen inhouden kunnen worden. Bewoners hebben de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen de opgelegde maatregel. Figuur 2: Azc, (pre)pol en Spoor 2 beroepsfase maatregelen Nummer
Maatregel
Gedurende
Afkoelperiode – de toegang tot de locatie wordt tijdelijk ontzegd
Maximaal 4 uur
1
inhouding van maximaal het leefgelddeel van het weekgeld
1 week
2
inhouding van maximaal het leefgelddeel van het weekgeld
2 weken
3
inhouding van maximaal het leefgelddeel van het weekgeld
4 weken
4
inhouding van alle verstrekkingen en eventueel aanbod timeout plek*
1 week
23
Nummer
Maatregel
Gedurende
5
inhouding van maximaal het leefgelddeel van het weekgeld
8 weken
6
inhouding van alle verstrekkingen en eventueel aanbod timeout plek*
2 weken
7
inhouding van alle verstrekkingen en eventueel aanbod timeout plek*
4 weken
8
inhouding van alle verstrekkingen en eventueel aanbod timeout plek*
8 weken
9
inhouding van alle verstrekkingen en eventueel aanbod timeout plek*
13 weken
10
inhouding van alle verstrekkingen en eventueel aanbod timeout plek*
26 weken
11
inhouding van alle verstrekkingen en eventueel aanbod timeout plek*
altijd
(*) Inhouding van alle Rva-verstrekkingen betekent inhouding van financiële verstrekkingen en ontzegging van toegang tot de opvanglocatie. Tenzij de vreemdeling zelf in onderdak voorziet, dan behoudt hij/zij het eetgeld. Verzekering tegen ziektekosten en wettelijke aansprakelijkheid lopen wel door. Indien een bewoner kiest voor een time-out plek en niet binnen 48 uur na het opleggen van de maatregel op de time-outplek arriveert, dan eindigt het recht op opvang. 4.3.2 Maatregelen voor de col en spoor 2 in versnelde procedure Op col locaties en in spoor 2 versnelde procedure worden uitsluitend verstrekkingen in natura aangeboden. Dit maakt het inhouden van het weekgeld onmogelijk. Ook de korte verblijfsduur in deze opvangvorm maakt het soms niet mogelijk om maatregelen waarbij verstrekkingen ingehouden kunnen worden volledig op te leggen (zoals het verblijf op een time-out plek van meerdere weken).Voor bewoners die in spoor 2 in de beroepsfase zitten en financiële verstrekkingen ontvangen gelden de azc-maatregelen. Daarnaast zijn er voor de col twee specifieke maatregelen opgesteld, de gedragsbeïnvloedingsmaatregel (gbm) en verlenging verblijf prikkelarme omgeving. Tijdens de gedragsbeïnvloedingsmaatregel, die in beginsel voor twee weken wordt opgelegd, verblijft de desbetreffende bewoner op de prikkelarme omgeving. In deze omgeving gelden een aantal regels.
Zo dienen bewoners van 22.00–08.00 uur binnen te zijn. Zijn de verstrekkingen in natura en geldt er een drugs- en alcoholverbod. Bewoners krijgen daarnaast dagelijks coaching om te werken aan hun gedrag. Aan de hand van hun inzet en gedrag kan de maatregel ingekort of verlengd worden. Als een bewoner onder invloed terugkeert naar de locatie of wanneer een bewoner na 22.00 uur terugkeert of aankomt, dan gaat deze bewoner naar de interne time-out plek.
24
Figuur 3: Col en spoor 2 versnelde procedure maatregelen Nr.
Maatregel
Gedurende
Afkoelperiode – de toegang tot de locatie wordt tijdelijk ontzegd
4 uur
1
Ontzegging van toegang tot de opvanglocatie voor 8 uur
1 dag
2
Ontzegging van toegang tot de opvanglocatie voor 8 uur
2 dagen
3
Ontzegging van toegang tot de opvanglocatie voor 8 uur
3 dagen
4
Ontzegging van alle verstrekkingen en aanbod time-out plek*
1 week
5
Ontzegging van toegang tot de opvanglocatie voor 8 uur
4 dagen
6
Ontzegging van alle verstrekkingen en aanbod time-out plek*
2 weken
7
Ontzegging van alle verstrekkingen en aanbod time-out plek*
4 weken
8
Ontzegging van alle verstrekkingen en aanbod time-out plek*
8 weken
9
Ontzegging van alle verstrekkingen en aanbod time-out plek*
13 weken
10
Ontzegging van alle verstrekkingen en aanbod time-out plek*
26 weken
11
Ontzegging van alle verstrekkingen en aanbod time-out plek*
altijd
(*) Inhouding van alle Rva-verstrekkingen betekent inhouding van verstrekkingen en ontzegging van toegang tot de opvanglocatie. Tenzij de vreemdeling zelf in onderdak voorziet, dan behoudt hij/zij het eetgeld. Verzekering tegen ziektekosten en wettelijke aansprakelijkheid lopen wel door. Indien een bewoner kiest voor een time-out plek en niet binnen 48 uur na het opleggen van de maatregel op de time-outplek arriveert, dan eindigt het recht op opvang.
25