CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.050 bijlage 2 - Doorbraakmethode (1264936)

Gemeenteraad 27 februari 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.306 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Doorbraakmethode De doorbraakmethode gaat telkens uit van 6 processtappen, te weten: 1. Situatieschets 2. Toekomstperspectief 3. Overzicht 4. Doorbraak 5. Onderbouwen met de waardendriehoek : LEGITIMITEIT, RENDEMENT,BETROKKENHEID 6. Actieplan De gemeente Terneuzen is op het gebied van de doorbraakmethode koploper in het Zeeuwse. Mede door de behaalde resultaten en de effectiviteit van de aanpak in Terneuzen is de doorbraakmethode de aangewezen methodiek om 1 taal te spreken over de diverse beleidsgebieden van het sociaal domein heen. De doorbraakmethode is een product wat IPW (instituut Publieke Waarden) aanbiedt om gemeenten te ondersteunen in maatwerkplannen, actie-onderzoek en leersessies om de inwoner op maat van de benodigde hulp te voorzien. Wat willen we bereiken? In plaats van iedere gemeente voor zich willen wij in samenwerking met de lokale gemeenten en de regio een aanpak voorstellen die zo integraal en efficiënt mogelijk de verschillende opdrachten bundelt. Vanuit de regio willen wij de DBM regionaal aanbieden d.m.v. opleidingen, intervisiebijeenkomsten en regionale leersessies. We gaan uit van een traject van 3 jaar. De insteek is om samen met de regio en bijbehorende gemeenten een passend plan te maken dat aansluit bij hun behoeften.

Het collectief aanbieden van opleidingen, methoden, kennis en reflectiesessies bundelt kennis en een praktische aanpak voor de integrale opgave van de gemeenten en regio. Dit scheelt inzet en tijd van drukbezette medewerkers en zorgt voor een versnelling omdat de gemeenten en regio’s ook kunnen leren van en met elkaar. a. Betrokkenheid van alle niveaus in het stelsel Een valkuil is om een lerende gemeenschap alleen op uitvoeringsniveau te maken. Met als gevolg dat alle verandering enkel plaatsvindt op de werkvloer. Terwijl lagen erboven (beleid, management, bestuur) blijven doen wat ze altijd deden, bijvoorbeeld blijven sturen op oude kpi’s en succes blijven meten aan de verkeerde indicatoren. Om een geheel vakgebied te veranderen moet iedereen betrokken zijn. Managers, bestuurders, beleidsmakers en opdrachtgevers hebben ook een andere rol in het licht van het nieuwe vak. Een taak waarin faciliteren van reflectie en gezamenlijk leren uit en met de praktijk centraal staat. In een succesvolle leerinfrastructuur vindt leren dan ook plaats op en tussen verschillende niveaus in publieke organisaties geplot op de drie lagen van een klassiek publieke organisatie: uitvoering, beleid en bestuur. Alleen zo blijft de maatschappelijke opgave bij eenieder scherp voor ogen en boeken we nieuwe resultaten voor burgers.

Het IPW betrekt altijd alle verschillende bestuurslagen bij het ontwerpen van leeromgevingen. Dat is de beste manier om leren blijvend te laten zijn.

b. c. d. e. Praktische wijsheid f. Voor lerende gemeenschappen bestaat geen universele blauwdruk. Dat komt omdat leren in gemeenschappen altijd moet aansluiten bij de kennis, behoefte en personen in een bepaalde context. Fundament voor de lerende omgeving moet dan ook praktische wijsheid van de leden van de gemeenschapszin. En dat betekent in de allereerste plaats dat de lerende omgeving op de juiste schaal en in de juiste context vormgegeven moet worden. Geen one size fits all, maar partijen die binnen hun

eigen context (een regio) hun eigen leerproces aanjagen. Regio’s kunnen sterk verschillen in hun startpositie, leeropgaven en leertempo. Het IPW sluit aan bij de praktische wijsheid van de deelnemers aan een lerende gemeenschap. Duurzaam Het succes van een lerende omgeving staat of valt bij het gevoelde eigenaarschap van de deelnemers. Dat eigenaarschap moet groeien, dat kost tijd. Bovendien wil je niet dat het aan een of een paar mensen afhangt. In deze tijd met hoge personeelswisselingen wil je een brede verankering van de leeromgeving. De leeromgeving moet daarom geen éénmalige exercitie zijn, maar permanent en duurzaam van vorm zijn. Dus de te ontwikkelen omgeving is erop gericht om blijvend van aard te zijn. Dat betekent dat we ook de structurele kant (financiering, organisatie, governance) van de leeromgeving vormgeven. Geen eenmalige feestjes, maar langdurende activiteiten die overeind blijven, welke veranderingen er ook zijn. Niet vrijblijvend Het Regioprogramma DBM Zeeland neemt haar opgave zeer serieus en legt de ambitielat hoog. En dat is pure noodzaak gezien de uitdagingen die er zijn. De te ontwikkelen lerende omgevingen moeten dan ook doordrenkt zijn van dit gevoel van urgentie. En dat betekent dat deelname aan de lerende gemeenschap geen luxe is.

Meedoen aan de leeromgeving betekent verregaande commitment aan de opgave, een serieuze tijdsinvestering, bereidwilligheid om te veranderen, te experimenteren en fouten te maken. Het IPW ziet het niet als een leertraject, opleiding, of training waarin deelnemers kennis krijgen aangeboden, maar een gezamenlijk leren.

Wat gaan we ervoor doen? a. Actie- en ervaringsleren centraal Eerder spraken we al over praktische wijsheid als kennisbasis van de lerende omgeving. Om praktische wijsheid te vergaren binnen de lerende omgeving is het van groot belang om het leren te verbinden aan het doen. In het handelen ontwikkel je praktische wijsheid over ingewikkelde vraagstukken: kennis over het vraagstuk, maar óók over mogelijke oplossingen. Op die manier wordt de lerende gemeenschap ook meteen een plek waar nieuwe oplossingen en innovaties worden ontwikkeld. De lerende gemeenschap kan vertrekken vanuit de casuïstiek waar slimme oplossingen worden uitgeprobeerd, en van daaruit de stap zetten naar structurele innovaties (zie figuur onder). Voor het ontwikkelen van het nieuwe vak is het raadzaam om het leren sterk te verbinden met doen en ervaren in de praktijk. Dat is de enige wijze waarop het vak werkelijkheid wordt. Skin in the game noemen we dat. b. Globale planning Doorbraakmethode - Eerste jaar In het eerste jaar ligt de nadruk op het (aan)leren van de DBM en hier een logisch implementatie-route voor te organiseren. De lessen die we leren vanuit het eerste jaar zijn input om in het tweede jaar verschillende actieonderzoeken te ontwikkelen. In andere steden komen b.v. de thema’s wonen, jeugd, en bestaanszekerheid naar boven.

-Tweede Jaar Aan de hand van de thema’s die we in het eerste jaar hebben opgehaald kunnen concrete actieonderzoeken worden opgezet in nauwe samenwerking met partners. Die actieonderzoeken worden uitgeprobeerd om nieuwe, structurele oplossingen ontwikkelen. Van n = 1 naar n = 100. Denk hierbij aan samenwerking met GGZ instellingen, organiseren van collectieve oplossingen in de wijken, ontschotte financieringsmodellen, integrale sociale verordeningen en leren van de data is in beeld is

middels de DBM. -Derde jaar Implementatie van de voorafgaande ontwikkelingen op lokaal en regionaal niveau. Inkoop en beleidsveranderingen kunnen stap voor stap worden geïmplementeerd. We bouwen aan een community met professionals en beleidsmedewerkers, die het innovatieproces voedt en beleid en bestuurlijke lessen genereren voor de regio. Deze worden opgezet in concrete veranderingen in inkoop en beleid Wat zijn de kanttekeningen en risico’s? Wat betreft de risico’s en kanttekeningen bij de uitrol van de doorbraakmethode zal het duidelijk zijn dat het belangrijk is dat er een Zeeuws commitment komt voor het invoeren van de methode. Een commitment op zowel uitvoerend niveau, managementniveau en bestuursniveau. Naast dit commitment is het van belang de navolgende kanttekeningen te maken, welke neerkomen op de aandacht voor en de inzet van menskracht op de diverse niveaus. Onderstaand hiervan een weergave: -

-

Projectleider : Lokaal vragen we van de individuele gemeenten dat zij een projectleider aanstellen die aan de slag gaat met de DBM. Doorbraakregisseurs: Idealiter stelt elke gemeente ook een groep doorbraakregisseurs aan die de taak krijgen het aanspreekpunt van de gemeente te zijn voor doorbraakplannen. Vaak komen deze professionals uit de wijkteams. Denk aan drie of vier regisseurs per gemeente, afhankelijk van de grootte van de gemeente. Deze projectleiders en regisseurs gaan allen naar een regionale klas waar zij opgeleid worden in het werken met de DBM. Beleid :Elke gemeente die aansluit levert ook twee beleidsmedewerkers die samen met hun collega’s van andere gemeenten de regionale samenwerking en het Zeeuwse programma (waaronder de actieonderzoeken) gaan vormgeven. Bestuurders: Bestuurders hebben zich gecommitteerd aan de regionale samenwerking en dragen bij aan de ontwikkeling regio breed (domein overstijgend samenwerken) . We organiseren reflectiesessies op bestuurlijk niveau om te leren van de lessen uit de casuïstiek en de actieonderzoeken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15122118/1