CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025.050 Bijlage 1 - Offerte Doorbraakmethode Zeeland (1264936)

Gemeenteraad 27 februari 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.170 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INSTITUUT VOOR PUBLIEKE WAARDEN

Doorbraakmethode in Zeeland lokaal en regionaal

Sandra Klokman Augustus 2024

Aanleiding Het Instituut voor Publieke Waarden (IPW) is twee jaar nauw betrokken geweest bij het transformatieproces in de gemeente Terneuzen. De gemeente Terneuzen heeft als een van de weinige gemeenten een integrale verordening sociaal domein. Vanaf april 2022 t/m 2024 zijn we samen met beleidsmakers, uitvoerders en bestuurders aan de slag gegaan met complexe casuïstiek. Mensen die meerdere problemen hebben worden binnen de gemeentelijke en hulpverleningsorganisaties niet altijd passend geholpen. Men kijkt naar elkaar en weet vooral te beargumenteren waarom er geen hulp of uitkering verstrekt kan worden. Integraal werken en één gezin één plan zijn begrippen die iedereen kent en onderschrijft. Maar het uitvoeren van beleid dat gestoeld is op deze uitgangspunten blijkt zeer ingewikkeld te zijn. Wij zien dat professionals vanuit jeugd, wijk en toegangsteams hard werken om passende plannen te maken, maar dat zij vaak intern en extern tegen obstakels oplopen die zij niet of moeizaam kunnen slechten. Het realiseren van een integraal plan wordt zo veel moeilijker. Op basis van vele cases heeft het IPW de Doorbraakmethode (DBM) ontwikkeld. De methode is inmiddels bekend in het land en ongeveer 100 gemeenten werken met de methode. Het maken van doorbraakplannen voor knellende vraagstukken en casuïstiek geeft inzicht in een passende oplossing.

Deze oplossing legitimeren we vanuit de waarden: betrokkenheid, legitimiteit en rendement. Deze DBM staat in de Hervormingsagenda Jeugd. Het landelijk programma Toekomstscenario’s kind en gezinsbescherming werkt in 5 gemeenten ook met de methode. Vanuit het IPW begeleiden we de betrokken teams vanuit de casuïstiek en bespreken met uitvoering, beleid en bestuur de mogelijke oplossingen die breder kunnen worden ontwikkeld d.m.v. actieonderzoek. Denk hierbij aan mogelijke duurzame woonoplossingen, integrale gezinsindicaties en ontschotte financieringsmodellen. Onze aanpak is altijd gebaseerd op de werkpraktijk van medewerkers binnen het Sociaal Domein. Dat zijn in het algemeen vaak uitvoerende professionals, maar ook beleidsambtenaren, inkopers, kwaliteitsmedewerkers, werk- en inkomensconsulenten en bestuurders. Binnen het sociaal domein richten wij ons op jeugd, werk en inkomen, GGZ, beschermd wonen, woningcoöperaties, etc. Kortom: alle organisaties die betrokken zijn als zij de hulp van de overheid inroepen binnen het Sociaal Domein van 0-100 jaar. In de gemeenten Terneuzen en Hulst en vele anderen gemeenten is het IPW actief in het begeleiden van veranderingsprocessen. Inmiddels zijn er meer gemeenten in Zeeland die graag met de methode willen werken; de regio is mede geïnteresseerd omdat de DBM in Hervormingsagenda jeugd staat.

Naast de Hervormingsagenda zijn er nog meer landelijke programma’s die een integrale aanpak van de gemeenten vragen (IZA, GALA, Gezond in de Wijk). De lokale gemeenten hebben hun eigen verantwoordelijkheden en keuze m.b.t het sociaal domein. De samenwerking met regionale partners is hierin belangrijk omdat het vaak overstijgende vraagstukken betreft, zoals dakloosheid en zorg- en veiligheidsproblematiek, sociale veiligheid en de Top 3 aanpak. In plaats van iedere gemeente voor zich willen wij in samenwerking met de lokale gemeenten en de regio een aanpak voorstellen die zo integraal en efficiënt mogelijk de verschillende opdrachten bundelt. Vanuit de regio willen wij de DBM regionaal aanbieden d.m.v. opleidingen, intervisiebijeenkomsten en regionale leersessies. We gaan uit van een traject van 3 jaar. Ieder jaar evalueren we en stellen we bij waar nodig. De insteek is om samen met de regio en bijbehorende gemeenten een passend plan te maken dat aansluit bij hun behoeften. Het collectief aanbieden van opleidingen, methoden, kennis en reflectiesessies bundelt kennis en een praktische aanpak voor de integrale opgave van de gemeenten en regio. Dit scheelt inzet en tijd van drukbezette medewerkers en zorgt voor een versnelling omdat de gemeenten en regio’s ook kunnen leren van en met elkaar.

Voordat we hier verder op in gaan geven een korte samenvatting van de DBM en de leervisie van het IPW. Naast inhoudelijke visie geeft de Doorbraakmethode aan de hand van de gemaakte plannen kosten &baten analyses. De ervaring leert dat de plannen financieel voordeel opleveren, oplossingen realiseren die duurzaam zijn en de samenwerking en het plezier van de werkers vergroot! Daarna geven we een overzicht van hoe dit er praktisch uit kan zien.

Leervisie: Uitgangspunten werkwijze Op basis van onze ervaringen in het verleden met blijvend lerende organisaties en gemeenschappen weten we dat het proces van het samen ontwikkelen van dergelijke omgevingen zich van tevoren niet helemaal laat uittekenen. Immers, het is een lerend proces. Juist daarom is het belangrijk om een aantal uitgangspunten te hanteren die het leren mogelijk maken en daar tegelijkertijd kaders voor scheppen. Betrokkenheid van alle niveaus in het stelsel Een valkuil is om een lerende gemeenschap alleen op uitvoeringsniveau te maken. Met als gevolg dat alle verandering enkel plaatsvindt op de werkvloer. Terwijl lagen erboven (beleid, management, bestuur) blijven doen wat ze altijd deden, bijvoorbeeld blijven sturen op oude kpi’s en succes blijven meten aan de verkeerde indicatoren. Om een geheel vakgebied te veranderen moet iedereen betrokken zijn. Managers, bestuurders, beleidsmakers en opdrachtgevers hebben ook een andere rol in het licht van het nieuwe vak. Een taak waarin faciliteren van reflectie en gezamenlijk leren uit en met de praktijk centraal staat. In een succesvolle leerinfrastructuur vindt leren dan ook plaats op en tussen verschillende niveaus in publieke organisaties. Gebaseerd op de drie ordes van leren van Argyris en geplot op de drie lagen van een klassiek publieke organisatie: uitvoering, beleid en bestuur.

Alleen zo blijft de maatschappelijke opgave bij eenieder scherp voor ogen en boeken we nieuwe resultaten voor burgers. Het IPW betrekt altijd alle verschillende bestuurslagen bij het ontwerpen van leeromgevingen. Dat is de beste manier om leren blijvends te laten zijn.

Praktische wijsheid Voor lerende gemeenschappen bestaat geen universele blauwdruk. Dat komt omdat leren in gemeenschappen altijd moet aansluiten bij de kennis, behoefte en personen in een bepaalde context. Aristoteles maakte het onderscheid tussen technè en phronèsis. Technè, technische kennis, is heel handig voor het uitdenken van abstracte en enkelvoudige vragen. Het is kennis die wordt verworven door middel van ratio, universeel geldend en objectief is. Phronèsis, praktische wijsheid, is het type kennis dat contextgebonden is, moreel op het goede gericht is en verkregen wordt door te handelen. Overheden hebben de neiging om maatschappelijke opgaven met technè aan te vliegen. Wat voor enkelvoudige vragen heel goed werkt. Maar op het moment dat vraagstukken een meer veranderlijk karakter hebben, met een veelvoud aan factoren, is het beter om praktische wijsheid te gebruiken. Je moet iets uitproberen, reflecteren op de uitkomst en leren wat dit zegt over het vraagstuk en de context. De opgaven waar de partijen die werken met en voor inwoners met veiligheidsvraagstukken, zijn van die tweede categorie. Fundament voor de lerende omgeving moet dan ook praktische wijsheid van de leden van de gemeenschapszin. En dat betekent in de allereerste plaats dat de lerende omgeving op de juiste schaal en in de juiste context vormgegeven moet worden.

Geen one size fits all, maar partijen die binnen hun eigen context (een regio) hun eigen leerproces aanjagen. Regio’s kunnen sterk verschillen in hun startpositie, leeropgaven en leertempo. Het IPW sluit aan bij de praktische wijsheid van de deelnemers aan een lerende gemeenschap. Duurzaam Het succes van een lerende omgeving staat of valt bij het gevoelde eigenaarschap van de deelnemers. Dat eigenaarschap moet groeien, dat kost tijd. Bovendien wil je niet dat het aan een of een paar mensen afhangt. In deze tijd met hoge personeelswisselingen wil je een brede verankering van de leeromgeving. De leeromgeving moet daarom geen éénmalige exercitie zijn, maar permanent en duurzaam van vorm zijn. Dus de te ontwikkelen omgeving is erop gericht om blijvend van aard te zijn. Dat betekent dat we ook de structurele kant (financiering, organisatie, governance) van de leeromgeving vormgeven. Geen eenmalige feestjes, maar langdurende activiteiten die overeind blijven, welke veranderingen er ook zijn.

Eigenaarschap en structurele interventies zijn voor het IPW noodzakelijke voorwaarden voor het ontwikkelen van een blijvende leeromgeving. Blijvend gaat naast praktisch goed inregelen met alle wisselingen van de wacht, vooral over luiken openzetten die eenmaal open niet meer genegeerd kunnen worden. Dus raken op een fundamenteler denk en overtuigingenniveau. Zodat je zowel het anders doen faciliteert, maar fundamenteler vanuit een ander standpunt laat kijken. Het voordeel hiervan is dat mensen ook in nieuwe situatie kunnen zoeken naar nieuwe handelingen. Je pakt ze bij de bron. Eigenaarschap en structurele interventies zijn voor het IPW noodzakelijke voorwaarden voor het ontwikkelen van een blijvende leeromgeving. Blijvend gaat naast praktisch goed inregelen met alle wisselingen van de wacht, vooral over luiken openzetten die eenmaal open niet meer genegeerd kunnen worden. Dus raken op een fundamenteler denk en overtuigingenniveau. Zodat je zowel het anders doen faciliteert, maar fundamenteler vanuit een ander standpunt laat kijken. Het voordeel hiervan is dat mensen ook in nieuwe situatie kunnen zoeken naar nieuwe handelingen. Je pakt ze bij de bron. Niet vrijblijvend Het Regioprogramma DBM Zeeland neemt haar opgave zeer serieus en legt de ambitielat hoog. En dat is pure noodzaak gezien de uitdagingen die er zijn.

De te ontwikkelen lerende omgevingen moeten dan ook doordrenkt zijn van dit gevoel van urgentie. En dat betekent dat deelname aan de lerende gemeenschap geen luxe is. Meedoen aan de leeromgeving betekent verregaande commitment aan de opgave, een serieuze tijdsinvestering, bereidwilligheid om te veranderen, te experimenteren en fouten te maken. Het IPW ziet het niet als een leertraject, opleiding, of training waarin deelnemers kennis krijgen aangeboden, maar een gezamenlijk leren. Actie- en ervaringsleren centraal Eerder spraken we al over praktische wijsheid als kennisbasis van de lerende omgeving. Om praktische wijsheid te vergaren binnen de lerende omgeving is het van groot belang om het leren te verbinden aan het doen. Een kind leert het beste dat vuur heet is, als het zijn hand brandt (maar niet te erg natuurlijk). In het handelen ontwikkel je praktische wijsheid over ingewikkelde vraagstukken: kennis over het vraagstuk, maar óók over mogelijke oplossingen. Op die manier wordt de lerende gemeenschap ook meteen een plek waar nieuwe oplossingen en innovaties worden ontwikkeld. De lerende gemeenschap kan vertrekken vanuit de casuïstiek waar slimme oplossingen worden uitgeprobeerd, en van daaruit de stap zetten naar structurele innovaties (zie figuur onder).

Voor het ontwikkelen van het nieuwe vak is het raadzaam om het leren sterk te verbinden met doen en ervaren in de praktijk. Dat is de enige wijze waarop het vak werkelijkheid wordt. Skin in the game noemen we dat.

De Doorbraakmethode ® Kort gezegd werken we vanuit de praktische wijsheid samen met alle bestuurslagen aan het verbeteren van de publieke zaak. We doen dit niet alleen door te ‘praten over’, maar we doen ook echt. Daarvoor gebruiken we de Doorbraakmethode (DBM). De DBM geeft door middel van de plannen inzicht in de doorbraken, op welke terreinen deze zich afspelen en welke kosten er mee gebaat zijn. Het dashboard geeft managementinformatie over wetgeving, kosten en baten. Hieronder lichten we de methode kort toe: De Doorbraakmethode is geboren in actieonderzoek in de praktijk van mensen met meerdere problemen. Dat waren lang niet altijd multiprobleemgezinnen. Maar ook alleenstaande moeders, dak- en thuisloze jongeren, uitgeprocedeerde asielzoekers, jongeren met een chronische aandoening, ernstig psychiatrisch patiënten, gedupeerden van de Toeslagenaffaire, enzovoort. Alle mensen die wij samen met gemeenten, zorginstellingen, woningcorporaties, zorgverzekeraars en vermogensfondsen hielpen waren anders. Desondanks hadden ze allemaal één ding gemeen: om wat voor reden dan ook was hulp en ondersteuning niet optimaal geregeld waardoor zij onvoldoende naar wens en vermogen mee konden doen in de samenleving. Bovendien zaten niet alleen hun eigen beperkingen daarvoor in de weg, maar ook beperkingen in het systeem.

Met meer dan drieduizend van deze mensen gingen we aan de slag om hun eigen perspectief op hun manier waar te maken. Eén voor één, stap voor stap. Om hun individuele maatwerkplannen te ontwerpen, onderbouwen en realiseren maken we gebruik van samengebalde praktische wijsheid die we tegenwoordig de Doorbraakmethode noemen. Die methode er dus voor om mensen met veel persoonlijke problemen, die daardoor te maken hebben met veel instanties en regels, beter en goedkoper te helpen. Met alleen maar hun eigen doelen en wensen in het vizier. Met deze methode helpt IPW zelf inmiddels ongeveer 450 huishoudens per jaar. Ongeveer 3 duizend sociaal professionals in gemeenten gebruiken de methode in hun praktijk. Met als doel om de levens van inwoners te verbeteren. En daarvan te leren voor een betere inrichting van het stelsel van gezondheidszorg, sociaal domein, veiligheid en volkshuisvesting. De maatwerkplannen die met de Doorbraakmethode gemaakt worden, bestaan uit grofweg twee onderdelen. Het eerste is het plan zelf. Dat plan is feitelijk een eenvoudig overzicht dat bestaat uit een situatieschets, een scherp geformuleerd perspectief dat relatief dichtbij in de tijd ligt (ongeveer 6 maanden vanaf nu). En een uitgewerkt idee over wat nodig is om de situatie te verbeteren met dat perspectief in het vooruitzicht.

Datgene wat nodig is kan worden gedefinieerd als iets wat iemand zelf kan, waar hij of zij bij ondersteund moet worden en/ of waarvoor een behandeling nodig is. De crux van ieder maatwerkplan is echter de Doorbraak. Dat is de eerste belangrijkste stap die voorwaardelijk is aan alle andere stappen om het perspectief dichterbij te brengen. Die stap gaat vaak gepaard met een belemmering in het systeem. Als we die belemmering(en) uit de weg kunnen ruimen, kunnen ook andere zinvolle stappen richting het perspectief gezet worden. En om die eerste stap mogelijk te maken is vaak een uitzondering op de regel of werkroutine nodig. Dát is de Doorbraak.

Van die doorbraak willen we vervolgens laten zien dat het niet alleen een goed idee is voor het individu om hem mogelijk te maken. Maar dat het ook door de ogen van de rest van de samenleving goed te verantwoorden is en zelfs de voorkeur zou moeten hebben. Daarom waarderen we ieder maatwerkplan door de ogen van de Waardendriehoek. We toetsen de juridische legitimiteit van ieder plan (Legitimiteit), bepalen waarom het plan bijdraagt aan het verbeteren van de autonomie, zelfregie en/ of kwaliteit van leven van de inwoner (Betrokkenheid) en rekenen door wat de maatschappelijke kosten en baten van het maatwerkplan zijn ten opzichte van blijven doen wat we deden of de uitzondering niet mogelijk maken (Rendement). In de drieduizend ingewikkelde situaties die we de afgelopen jaren bij de lurven hebben gegrepen met het IPW zien we dat de wet – op twee cases na, dat waren geen Nederlanders – nooit in de weg zit om maatwerk mogelijk te maken, dat de kwaliteit van leven van mensen er bijna altijd op vooruit gaat en dat de gemiddelde maatschappelijke kosten afnemen. De impact van de Doorbraakmethode meten we af aan de beleving van betrokkenen zelf (o.a.

met onze eigen “Hoop & Geluk monitor” die verbonden is aan de methode), aan het saldo van de maatschappelijke kosten en baten uitgesplitst in wettelijke domeinen en mate van verzilverbaarheid en aan de juridische waterdichtheid van de plannen. Door dat telkens op dezelfde manier te doen kunnen belevingen, kosten en baten en juridische (on)mogelijkheden worden geanalyseerd en vertaald naar structurele lessen. IPW heeft alle ervaringslessen die werden opgedaan achter de vele voordeuren en in samenwerking met de duizenden frontlijnprofessionals vertaald naar een allround pakket van instrumenten en activiteiten, waardoor het mogelijk is om op een makkelijke manier maatwerk te maken. Een belangrijk onderdeel van de Doorbraakmethode is een digitale leeromgeving waarin professionals op een makkelijke manier permanent kunnen leren. Daarnaast kunnen frontlijnprofessionals met de Doorbraak-tool casus voor casus, via steeds dezelfde processtappen, maatwerkplannen en gelegitimeerde uitzonderingen maken. In de tool is een dashboard opgenomen waarmee in real-time lokaal en landelijk te volgen is wat de maatschappelijke (financiële) impact van dat maatwerk is. Aanvullend krijgen professionals trainingen, zijn er verschillende manieren van (analoge) ondersteuning ingebed en is er continue monitoring van gebruik, gebruikers en (maatschappelijke) effecten.

In “Het Grote Doorbraakboek” staat de methode beschreven. Ook de Rijksuitvoeringsinstellingen (denk aan SVB, UWV, Belastingdienst) en de meeste grote zorgverzekeraars zijn aangehaakt op de methode (CZ, Menzis, DSW, met VGZ en ZilverenKruis zijn we in gesprek).

Praktisch Leren en implementeren kost tijd, we trekken 3 jaar uit om samen met de regio een aanpak te ontwikkelen en van te leren die passend is voor Zeeland. Zoals gezegd wordt de inhoud van deze jaren echter sterk bepaald door waar we in de praktijk tegenaan lopen. We schetsen eerst de globale opbouw van het project en daarna schetsen we wie er mee doet en kosten en activiteiten in het eerste jaar. Algemene praktische voorwaarden zitten zoals beschreven in het vormen van betrokken deelnemers. Het organiseren van een budget met bureaucratievrij geld is een belangrijk om snelheid in plannen en oplossingen te realiseren. Nauwe samenwerking met partners zoals zorgverzekeraars, gecertificeerde instellingen en anderen vraagt goede afstemming. Globale planning Eerste jaar In het eerste jaar ligt de nadruk op het (aan)leren van de DBM en hier een logisch implementatieroute voor te organiseren. De lessen die we leren vanuit het eerste jaar zijn input om in het tweede jaar verschillende actieonderzoeken te ontwikkelen. In andere steden komen b.v. de thema’s wonen, jeugd, en bestaanszekerheid naar boven. Tweede Jaar Aan de hand van de thema’s die we in het eerste jaar hebben opgehaald kunnen concrete actieonderzoeken worden opgezet in nauwe samenwerking met partners. Die actieonderzoeken worden uitgeprobeerd om nieuwe, structurele oplossingen ontwikkelen. Van n = 1 naar n = 100.

Denk hierbij aan samenwerking met GGZ instellingen, organiseren van collectieve oplossingen in de wijken, ontschotte financieringsmodellen, integrale sociale verordeningen. In Terneuzen is er bijv. een straat aangepakt in samenwerking met de woningcorporatie, het wijkteam en hulpverleningsorganisaties. Het resultaat is een collectieve aanpak van sociale problematiek. Terneuzen gaat hiermee hoogst waarschijnlijk een vervolg aan geven in een andere wijk. In het jeugd domein is in samenwerking met kinderopvang een groep gestart die kinderen hulp biedt om te voorkomen dat zij de jeugdzorgketen in gaan. Dit traject wordt in samenwerking met de kinderopvang, ouders en de gemeente opgezet. De hulp is zo collectiever en dichterbij georganiseerd. Er wordt geen gebruik gemaakt van de jeugdhulpverlening, dit levert besparingen op vanuit de jeugdwet. Vanuit het toekomstscenario Jeugd zijn we hier al met 5 gemeenten mee bezig. Derde jaar Implementatie van de voorafgaande ontwikkelingen op lokaal en regionaal niveau. Inkoop en beleidsveranderingen kunnen stap voor stap worden geïmplementeerd. We bouwen aan een community met professionals en beleidsmedewerkers, die het innovatieproces voedt en beleid en bestuurlijke lessen genereren voor de regio. Deze worden opgezet in concrete veranderingen in inkoop en beleid. Wie doen er mee? •

Projectleider Lokaal vragen we van de individuele gemeenten dat zij een projectleider aanstellen die aan de slag gaat met de DBM.

•

Doorbraakregisseurs Idealiter stelt elke gemeente ook een groep doorbraakregisseurs aan die de taak krijgen het aanspreekpunt van de gemeente te zijn voor doorbraakplannen. Vaak komen deze professionals uit de wijkteams. Denk aan drie of vier regisseurs per gemeente, afhankelijk van de grootte van de gemeente. Deze projectleiders en regisseurs gaan allen naar een regionale klas waar zij opgeleid worden in het werken met de DBM.

•

Beleid Elke gemeente die aansluit levert ook twee beleidsmedewerkers die samen met hun collega’s van andere gemeenten de regionale samenwerking en het Zeeuwse programma (waaronder de actieonderzoeken) gaan vormgeven.

•

Bestuurders Bestuurders hebben zich gecommitteerd aan de regionale samenwerking en dragen bij aan de ontwikkeling regio breed. We organiseren reflectiesessies op bestuurlijk niveau om te leren van de lessen uit de casuïstiek en de actieonderzoeken.

Globale Kosten en activiteiten jaar 1 Lokale gemeenten gebruiken de Doorbraakmethode Wat? Aansluiten op de tool, leeromgeving en help-out Wie? Projectleiders & Doorbraakregisseurs

Investering: €720,-- per licentie

Basisprogramma DBM 6 sessies Wat? Training die ervoor zorgt dat professionals met de Doorbraakmethode kunnen werken, plannen kunnen maken en deze gaan uitvoeren Wie? Projectleider, Doorbraakregisseurs en evt. andere betrokken professionals (vanuit verschillende domeinen)

Investering: vaste prijs 16.080,00

Max: 16 personen Expert programma 3 sessies voor meer ervaren profs Wat? Programma voor ervaren groep die als ambassadeurs binnen de gemeenten en regio kunnen fungeren Wie? Projectleider & doorbraakregisseurs

Investering: vaste prijs 8.040,00

Max 16 personen Kraak en leersessies Wat? Leren om met elkaar casuïstiek op te lossen en een oplossingen route af te spreken. Frequentie: 1 per maand een dagdeel Wie? Deelnemers vanuit gemeenteteams.

Investering: 30 dagen

Max. 12 personen

(12 x 2 = 24 dagen + 6 dagen uitwerking)

Intervisie Wat? Intervisie op lokaal en regionaal niveau, ter verdieping van het leereffect. Frequentie 2-maandelijks Wie? Uitvoerders en management

Investering: 15 dagen

Max 8 deelnemers

(6 x 2 = 12 dagen + 3 dagen uitwerking)

Data , Cijfers en wetten uit de tool Wat? Vergaren van Managementinformatie die brede info geeft over wetten & financiën. Frequentie: 3-maandelijks Wie? Data analist vanuit IPW & JB Lorenz i.r.t. grotere geheel

Investering: 10 dagen (4 x 2 = 8 dagen + 2 dagen uitwerking)

Reflectie met beleid en bestuur Wat? Ophalen lessen vanuit casuïstiek met bestuur Frequentie: 3 keer per jaar regionaal Wie? Beleidsmakers en bestuur.

Investering: 8 dagen

Max 12 personen

(3 x 2 = 6 dagen + 2 dagen uitwerking)

Coaching train de trainer /coaching profs Wat? Investeer in kennisoverdracht en borging van deze kennis in de Regio. Maandelijks online Wie? Professionals die doorbraakplannen maken

Investering: 12 + 4 dagen =16 dagen

Community DBM platform Zeeland Voorbereiding platform, kennisdelen en data delen t.b.v. monitor. Wat? Vanuit de regio een platform bouwen waarin kennis, ervaringen en data kan worden uitgewisseld en doorontwikkeld kan worden. Frequentie: Tweemaandelijks Wie? Bouwen platform met Lorenz en Regio

Investering: 16 dagen (6 x 2 = 12 dagen + 4 dagen uitwerking)

Monitoring Gemeenten & regio Wat? Monitoring traject op impact Wie? Lorenz en Regio Actieonderzoek sessies Voor gevorderde doorbraakteams o.b.v doorbraakplannen actieonderzoek inzetten. Basisopleiding Max 12 deelnemers

Investering: n.t.b. 12 dagen

Investering : 12 dagen

Aantal dagen globaal Eerste jaar 200 dagen trainingen

1.340 per dag ex. BTW

200 dagen

Projectleiderschap IPW 3 dagen waarvan 2 fysiek en 1 digitaal. 46 dagen

Tweede jaar actieonderzoek Derde jaar implementatie Maatschapp elijke, financiële propositie van de aanpak

Directe maatschappelijke opbrengst (kosten bespaard t.o.v. huidige kosten)

Reële maatschappelijke opbrengst (kosten op korte termijn voorkomen)

Uitgaande van de aanname dat 50 professionals ieder 5 doorbraken in een jaar realiseren verwachten we de volgende maatschappelijke opbrengst op basis van het trackrecord van de Doorbraakmethode tot nu toe

2.800 euro per casus x 250 cases = €700.000

15.800 euro per casus 250 cases = €3.950.000

Activiteiten en investering Hieronder vindt u een samenvatting van de activiteiten en de bijbehorende investering. Omschrijving Basisprogramma Doorbraakmethode : max. 16 personen

Totaal € 16.080,00

Het basisprogramma is als volgt opgebouwd: - Trainingssessies 1-4; - Tussentijdse evaluatie; - Trainingssessie 5-6, deze sessies zijn in onderling overleg en op basis van behoefte in te vullen; - Eindevaluatie. Duur: 3 uur per sessie. De training wordt verzorgd door twee IPW'ers. De prijs is inclusief voorbereiding, nabereiding en reistijd.

Expertprogramma Doorbraakmethode : max 16 personen

€ 8.040,00

Het expertprogramma bestaat uit drie trainingssessies en is bedoeld voor professionals die al bekend zijn met het maken van maatwerk en de Doorbraakmethode. Na afloop van het programma volgt nog een eindevaluatie. Duur: 3 uur per sessie. De training wordt verzorgd door twee IPW'ers. De prijs is inclusief voorbereiding, nabereiding en reistijd.

Doorbraakpakket : aansluitingen op de Doorbraaktool

€ 36.000,00

Dit betreft de licentie voor de Doorbraaktool en online leeromgeving per gebruiker per jaar.

Kraak- en maaksessie :

€ 32.160,00

Dit betreft een kraak- en maaksessie. Het tarief is inclusief voorbereiding, nabereiding en reistijd

Coaching Groep : intervisie/ coaching sessies 6 maal per jaar

€ 20.100,00

Intervisie/ coaching medewerkers , 6 maal per jaar. Maximaal 8 personen.

Analyse : Data analyse &wetten en cijfers

€ 13.400,00

Samen met uitvoerders en beleid het uitlezeen van de data

Sessie : reflectiesessies met beleid en bestuurders

€ 10.720,00

3 maal per jaar een reflectiesessie met beleid en bestuurders

Vinger aan de pols : overleggen met opdrachtgever, gemeenten en partners Sessie : voorbereiding community bouwen met Regio en Partners

€ 26.800,00 € 26.800,00

De gemeente en Regio willen samen een community bouwen waar vergaardekennis gedeeld kan worden.

Sessie : 46 dagen projectleiderschap IPW

€ 61.640,00

46 dagen voor overleggen, extra bezoeken, aansluiten buiten reguliere afspraken etc.

Projectmanagement : Planning en organisatie (10%) van 143 dagen

€ 18.760,00

Projectmanagement, planning, contact met de opdrachtgever

Instituut voor Publieke Waarden Zutphenseweg 37 7211 EA EEFDE

KVK: 58247084 BTW: NL8529.44.421.B01 IBAN: NL69ABNA0608779369

Maatwerk kosten : maatwerkbudget/bureaucratievrijgeld

€ 50.000,00

voor declaratie maatwerk budget 50.000€ budget om snelle oplossingen te realiseren .

Sessie : Actieonderzoek

€ 16.080,00

6 sessies waarin groepsgewijs geleerd wordt wat de basisbeginselen zijn van actieonderzoek. max. 15 mensen, begeleid door 2 ipw-ers = 12 dagen

Maatwerk kosten : bureaucratievrij geld

€ 100.000,00

voor 13 gemeenten om bureaucratievrijgeld te besteden voor maatwerk

Totaal exclusief BTW

€ 436.580,00

BTW 21%

€ 60.181,80

Geen BTW

€ 0,00

Totaal inclusief BTW

€ 496.761,80

De geldigheidsduur van deze offerte bedraagt 30 dagen. Wij factureren deze opdracht na beëindiging van de werkzaamheden. We zien uit naar onze samenwerking in dit traject en denken dat wij hiermee een passende offerte hebben opgesteld. Mochten er vragen of opmerkingen zijn, dan horen wij die graag. Met vriendelijke groet:

Voor akkoord:

Instituut voor Publieke Waarden Sandra Klokman

CZW Bureau

2/2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15122123/1