20241128 inspraakreactie Van Vliet- strandbeleid
Tekst van het document
Gezond ondernemerschap voor strandpaviljoenhouders is de discussie. Voor de 384 Strandpaviljoens die aan of op de Nederlandse kust staan is er vanaf 2020 zwaar weer ontstaan: 1. Nieuwe Europese richtlijnen van de Europese Centrale Bank (ECB) aan de Nederlandse banken voor de verstrekte hypotheken die niet kadastraal geregistreerd zijn. 2. Uitblijven van nieuwe gebruikers/huurovereenkomsten met de lokale gemeentes om reden dat deze aangepast moeten worden op de nieuwe voorwaarde van de ECB en de ned banken qua duur van de overeenkomst (onbepaalde tijd en overdraagbaar). 3. Het Didamarrest zou van toepassing kunnen zijn bij het aangaan van een nieuwe huurperiode welke nu tussen 5 en 10 jaar is vastgelegd, wat inhoud dat er door externe geboden kan worden op het betreffende strandpaviljoen wat dan mogelijk afgebroken moet worden, Kortom een ongezond ondernemersklimaat voor deze paviljoenhouders met gevolgen voor de toeristische industrie in Nederland deze ondernemers willen graag investeren maar kunnen gewoonweg niet meer. In bijna alle gevallen heeft dit gevolgen voor de strandpaviljoenhouders met hun bedrijven, de bank die hun de hypotheek hebben verstrekt moeten alle leningen opnieuw laten taxeren rekening houden met deze nieuwe richtlijn van de ECB met als gevolg dat de taxatiewaarden van deze paviljoens met 2/3 is gedaald m.a.w.
een gemiddeld paviljoen vertegenwoordigd een taxatiewaarde van 1.2 miljoen euro voor 2020 in 2024 is deze waarde gedaald met € 800.000.— Deze waardedaling zet gezonde bedrijfsvoering sterk onder druk en dat in een tijd waar er fors geïnfesteerd moet worden in de verduurzaming van deze bedrijven wat met deze waarden niet meer financierbaar is Om over verkoopbaarheid maar niet te praten, stoppen voor die ondernemers die een groot deel van hun leven hard op het strand hebben gewerkt kan nu niet hun pensioen is met 2/3 gedaald. In de periode voor 2020 werd er door de banken onder marktconforme condities een hypothecaire lening verstrekt met aangepaste zekerheden, de kennis van de banken over het gebied vertegenwoordigde de kennis van de marktwaarde van zo’n hypotheek of geldlening met zekerheidsstellingen die gelijk waren aan hypothecaire verstrekkingen die kadastraal waren ingeschreven, kortom nooit een probleem geweest. Wij (64 Zeeuwse Strandpaviljoenhouders met KHN) hebben contact opgenomen met Advocatenkantoor Wieringa in Amsterdam welke specialist is in kadastraal recht, hebben de probleemstelling voorgelegd. Daaropvolgend zijn zij met oplossingen gekomen waar we onze Overheden bij nodig hebben.
Om de bank kadastrale zekerheden te kunnen geven moet er in de gebruikers/huurovereenkomst een onbepaalde tijdsduur worden vastgelegd, daarnaast moet in deze overeenkomst een huuraanvullend opstalrecht worden omschreven, de Gemeente zal hiervoor toestemming van de grondeigenaar het Rijksvastgoedbedrijf moeten krijgen, wat mogelijk jaren gaat duren. De paviljoenhouders hebben duidelijkheid nodig om hun planningen, investeringen voor de midden en lange termijn te kunnen maken. Wieringa advocaten met KHN, paviljoenhouders hebben overleg met de juridische afdelingen Rabo en ABN AMRO bank gehad en beide banken gaan akkoord met het huuraanvullend opstalrecht mits de looptijd van de overeenkomst evenredig loopt met de looptijd van de lening, ons verzoek een eeuwigdurend overdraagbaar recht. Uit de gevoerde gesprekken met ambtenaren van het Rijksvastgoedbedrijf blijken er wel mogelijkheden te zijn om de gewenste aanpassingen te doen maar kunnen dit niet toezeggen, Deze toestemming moet van het hoogste beslissingsniveau komen, het verzoek doen we hierbij aan de verantwoordelijke gedeputeerde om ons hierin te begeleiden de juiste stappen te ondernemen bij Economische zaken Om deze aanpassingen in de genoemde overeenkomsten toe te passen. Hopelijk zijn deze problemen in 2024 opgelost. Met vriendelijke groet, Namens de Schouwse en Zeeuwse strandpaviljoenhouders.