CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2024 54 Bijlage 3 Samenvatting Ontwerp NPLG

Gemeenteraad 28 maart 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Nationaal Programma Landelijk Gebied December 2023

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Vooraf Dit is een samenvatting van het Ontwerp Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Het Ontwerp NPLG helpt provincies en andere betrokkenen bij de stappen naar een duurzaam landelijk gebied. Deze verkorte versie van het Ontwerp NPLG is bedoeld voor een breder geïnteresseerd publiek. Van 16 januari 2024 tot en met 26 februari 2024 kan iedereen officieel reageren op het Ontwerp NPLG. Inmiddels zijn provincies al voortvarend gestart met eigen gebiedsprogramma’s. De volledige versie van het Ontwerp NPLG is de enige rechtsgeldige versie.

2

—

Vooraf

Inhoud 1

Inleiding

4

2

Doelen

7

3

Structurerende Keuzes 

10

4.

Programmatisch, cyclisch en adaptief werken

14

5.

Gezamenlijk de doelen realiseren

17

6.

Participatie en PlanMER

20

Natuur8 Water en bodem 8 Broeikasgassen landbouw en landgebruik 8 Groenblauwe-dooradering8 Samenhang in doelen 9 Provinciale verdeling van doelen 9

Omgevingskwaliteit als verbindend principe Adviezen uit het maatschappelijk middenveld

12 13

Sturingsfilosofie15 NPLG-Cyclus15 Zicht op voortgang van de uitvoering 16 Bijsturing als de voortgang niet voldoende blijkt te zijn 16 Lerende aanpak 16

Afspraken en samenwerking overheden 18 Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied (RTLG) 18 Generieke en gebiedsgerichte instrumenten 18 Instrumentenkoffer19

Participatie21 PlanMER21

Afkortingenlijst22

3

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

1 Inleiding

4

—

Inleiding

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Het Ontwerp Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) is de volgende stap naar een duurzame toekomst voor het landelijk gebied. Het geeft provincies en andere betrokkenen duidelijkheid over wat er moet gebeuren. En legt een stevig fundament onder de aanpak voor de komende jaren. Ook geeft het inzicht in welke instrumenten provincies kunnen inzetten om de doelen te behalen. Verder gaat het NPLG in op de beperkte fysieke ruimte in Nederland – het feit dat niet alles overal kan. De balans is zoek We staan nationaal en lokaal voor veel uitdagingen. Klimaatverandering veroorzaakt wateroverlast, droogte, verzilting van drinkwater, afnemende biodiversiteit, gezondheids­risico’s én meer onzekerheid over de oogsten van tuinbouw en akkerbouw. Ook is er druk op de natuur door te veel stikstof en bi­j­voorbeeld droogte, meer recreatie, verzuring van de bodem én ondermaatse waterkwaliteit. Terwijl we voor gezondheid en voedsel juíst afhankelijk zijn van natuur, water en landbouw. De balans is zoek. Naar een duurzame toekomst Daarom moeten we op weg naar een duurzame toekomst voor het landelijk gebied. Een toekomst waarin de kwaliteit van het water op orde is, planten en dieren kunnen voortbestaan en het landelijk gebied bijdraagt aan het tegengaan van en omgaan met klimaatverandering. Hierbij hoort ook ruimte voor agrarisch ondernemers met duurzame verdienmodellen.

Deze transitie van het landelijk gebied is noodzakelijk, maar betekent ook veel voor de mensen die er wonen, werken en recreëren. Daarom is het NPLG gebaseerd op een zorgvuldige aanpak, waarmee we samen daadkrachtig en op een lerende manier naar de duurzame toekomst toewerken. Samenhangend, gebiedsbericht en toekomstbestendig De NPLG-aanpak is samenhangend, gebiedsgericht en toekomstbestendig: • Samenhangend: Het NPLG kijkt in samenhang naar water, natuur en klimaat. Ook omdat zo in één keer de noodzakelijke stappen kunnen worden genomen. Een ondernemer hoeft dan bijvoorbeeld niet eerst met stikstof (natuur) aan de slag en daarna nog een keer met klimaat. • Gebiedsgericht: De provincies stellen gebiedsprogramma’s op waarin zij de beleidsuitgangs­punten van het NPLG regionaal concreet maken. Met brede betrokkenheid uit de regio beoordelen zij wat passende keuzes zijn. • Toekomstbestendig: Het NPLG richt zich op de middellange termijn. Wel houdt het rekening met uitdagingen op de lange termijn (2050) én geeft aan wat die voor de keuzes van vandaag betekenen. Dit voorkomt dat een keuze nu negatieve invloed heeft op keuzes voor 2050.

Samenhang met andere rijksprogramma’s Het NPLG is een beleidsprogramma onder de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), met drie ministeries als opdrachtgever: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Het NPLG staat dus niet op zichzelf, en hangt ook samen met verschillende andere rijksprogramma’s. Deze zijn onder te verdelen in de volgende vier sets: • Het ruimtelijk kader: NOVI, NOVEX en een nieuwe Nota Ruimte. • De directe buren: programma’s en beleid die in de provinciale gebiedsuitwerkingen samenkomen. • Mooier en beter: ondersteunende programma’s die kennis, ontwerpkracht en ondersteuning bieden. • De goede vrienden: programma’s met effecten in het landelijk gebied, die iets verder van het NPLG af staan.

5

—

Inleiding

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Opbouw Ontwerp NPLG Het Ontwerp NPLG is logisch opgebouwd, en deze samenvatting volgt dezelfde structuur. Hoofdstuk 2 gaat in op de doelen om de ambitie van een duurzame toekomst voor het landelijk gebied waar te maken. Daarna geeft hoofdstuk 3 extra handvatten in de vorm van structurerende keuzes. Deze (ruimtelijke) keuzes geven aan hoe er wordt toegewerkt naar de doelen. Hoofdstuk 4 beschrijft hoe de omvangrijke transitie wordt bestuurd. In hoofdstuk 5 wordt verder ingegaan op de samenwerking tussen de verschillende overheden en op de Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied. Ook beschrijft het welke instrumenten er voor decentrale overheden in de ‘instrumentenkoffer’ zitten om gebiedsprogramma’s te realiseren. Afsluitend behandelt hoofdstuk 6 participatie: een transitie die zo impactvol is, slaagt alleen als alle betrokkenen in het proces worden meegenomen.

6

—

Inleiding

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

2 Doelen

7

—

Doelen

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Het landgebruik weer in balans brengen met wat het milieu nodig heeft. Dat is de hoofdopgave van de gebiedsprogramma’s. Nationale doelen op het terrein van natuur, water en klimaat zijn hiervoor regionaal verdeeld. De doelen zijn gebaseerd op (inter-)nationale verplichtingen. In het Ontwerp NPLG zijn alle nationale doelen toegelicht. De meeste doelen zijn verdeeld over de provincies, zodat de doelen beter behapbaar worden en opgaven in samenhang kunnen worden opgepakt. Realisatie van de doelen wordt beschouwd als noodzakelijk en daarom onontkoombaar om de balans te herstellen tussen het landgebruik en de grenzen van de natuurlijke systemen. Zo moet de uitstoot van bijvoorbeeld stikstof, broeikasgassen en de uitspoeling van schadelijke stoffen naar het water en de bodem worden beperkt. En is er meer ruimte nodig voor bomen, bossen en natuur.

Natuur Het NPLG richt zich voor natuur op het realiseren van de bestaande Europese afspraken over het behoud en herstel van de biodiversiteit. De doelen van de Vogel- en Habitatrichtlijn (VHR) staan hierbij centraal. De kernopgave is om op de langere termijn aangewezen vogelsoorten en dier- en plantensoorten en in een gunstige staat te brengen. Voor 2030 is de opgave om het gat tussen die gunstige staat en de huidige staat met 30% te verkleinen. Daarvoor in een inzet op meerdere terreinen nodig: bijvoorbeeld betere hydrologische condities, minder stikstof en meer ruimte voor bossen en natuur. Voor deze onderdelen zijn ook specifieke doelen geformuleerd en verdeeld per provincie.

Water en bodem Door klimaatverandering en het intensief landgebruik, lopen we meer en meer tegen de grenzen aan van wat het water- en bodemsysteem nog aan kan. Het lukt nog onvoldoende de kwaliteit van het water te herstellen. Bodemdaling, verzilting, wateroverlast maar ook verdroging nemen toe. Het is één van de oorzaken van de verslechtering van de natuur. Maar ook de land- en tuinbouw er daar last van. We willen het beleid, de inrichting en het beheer van het watersysteem aanpassen aan het veranderende klimaat en zo schade en ontwrichting door weersextremen zoveel mogelijk beperken. Specifiek voor de waterkwaliteit en de beschikbaarheid van grondwater gelden de verplichtingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW), een Europese richtlijn. Uiterlijk in 2027 moeten in Nederland alle maatregelen genomen zijn, om te komen tot een goede ecologische en chemische kwaliteit van grond- en oppervlaktewater.

Broeikasgassen landbouw en landgebruik In Nederland is afgesproken dat alle maatschappelijke sectoren moeten bijdragen aan het nationale klimaatdoel voor 2030: 55% emissiereductie van broeikasgassen (ten opzichte van 1990). Om dit doel met zekerheid te halen richt het kabinetsbeleid zich op 60% reductie in 2030. Per economische sector zijn hiervoor indicatieve restemissiedoelen afgesproken voor 2030. Het NPLG werkt de emissiereductiedoelen uit voor landbouw en landgebruik. Dit doel voor 2030 betekent dat er na 2030 nog een grote opgave voor Nederland en het landelijk gebied overblijft. Ook na 2030 blijven maatregelen gericht op minder uitstoot van broeikasgassen noodzakelijk.

Groenblauwe-dooradering Het NPLG stelt ook doelen om de groenblauwe-dooradering van het landschap te versterken. Het gaat om kleine natuurelementen die ons landschap in belangrijke mate vormgeven. Het vormt een netwerk dat bestaat uit individuele houtige elementen – zoals singels, bomenrijen, heggen, griendjes en hoogstamboomgaarden –, uit niet-houtige begroeiing zoals kruidenrijke akkerranden en ruigtes én uit natte elementen zoals ecologisch beheerde sloten, natuurvriendelijke oevers en poelen. Groenblauwedooradering ondersteunt de andere NPLG doelen voor natuur, water en klimaat. Het is de ambitie om in 2050 10% van het landelijk gebied (exclusief NNN, inclusief gronden die geen agrarische functie hebben) ingevuld te hebben met groenblauwe-dooradering. Een deel van deze structuren is nu al aanwezig. Het is de ambitie om in 2030 de helft van het verschil tussen nu en 2050 te hebben overbrugd.

8

—

Doelen

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Samenhang in doelen Het is een bewuste keuze deze doelen in samenhang op te pakken. Het is maatschappelijk niet acceptabel om eerst bij een boer langs te komen voor stikstof, en daarna voor de waterkwaliteit en daarna voor de klimaatopgave. Denk aan een veehouder die wordt uitgekocht en stopt en vervolgens bollen gaat telen op een plek waar dat vanwege de waterkwaliteit niet kan. Dat soort situaties moeten worden voorkomen. De opgaven hangen ook samen: een natuurgebied waarvan de hydrologie op orde is, is beter bestand tegen stikstof. En wanneer de vruchtbaarheid van de bodem wordt verbeterd, heeft dat ook positieve effecten voor water en klimaat.

Provinciale verdeling van doelen Nationale en emissiereductieopgaven en hectareopgaven in het NPLG zijn vertaald naar het provinciale niveau. Dit maakt de opgaven concreter en verbindt ze aan andere te maken keuzes in het gebied. Daarnaast gelden ook de doelen die niet regionaal verdeeld zijn. Dit gaat bijvoorbeeld om GBDA, KRW-doelen en kwalitatieve doelen zoals voor klimaatadaptatie. Als voorbeeld zijn de regionale doelen voor de provincie Flevoland op een rij gezet.

Flevoland Natuur VHR-arealen

2030

Opgave extra natuur: 60 ha 30% Opgave extra agrarische natuur: 1.600 ha

Stikstofemissiereductie

2035

Emissiereductie (stal en veld) stikstof van 442 (ton NH3). Dit staat gelijk aan 24% reductie van stikstofemissies.

NNN & Bossenstrategie

2027

Resterende opgave nieuwe natuur conform NNN van 105 ha

Bossenstrategie

2030

Bosuitbreiding van 664 ha. Onder te verdelen naar 64 ha conform NNN, 600 ha buiten NNN en 0 ha compensatie

2030

Regionale koolstofvastlegging in minerale landbouwbodems van 0,061 Mton CO₂ eq. (extra t.o.v. basispad KEV 2021)eq.

Klimaat Landgebruik – minerale landbouwbodems Landgebruik – veenweide Landbouw

9

—

Doelen

n.v.t. 2030

Regionale emissie-reductie-opgave broeikasgassen voor de veehouderij en mestaanwending in de akkerbouw van 0,1 Mton CO₂ eq.

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

3 Structurerende Keuzes

10

—

Structurerende keuzes

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Doelen alleen geven onvoldoende handvatten voor de transitie van het landelijk gebied. Daarom werkt het NPLG met een set structurerende keuzes. Deze (ruimte­lijke) keuzes geven aan hoe er wordt toegewerkt naar doelbereik. Ze gaan over de thema’s natuur, water en bodem en landbouw. Zo is er een structurerende keuze die vraagt overgangsgebieden aan te wijzen rond Natura 2000-gebieden. En een structurerende keuze over zorgvuldig omgaan met landbouwgrond. De keuzes zijn sturend voor de gebiedsprocessen. Dit hoofdstuk gaat ook in op de vraag hoe kan worden omgegaan met de schaarse ruimte. Wat zijn structurerende keuzes in het NPLG? Structurerende keuzes in het NPLG zijn door het Rijk gemaakte keuzes voor de ruimtelijke inrichting. De keuzes van het NPLG zijn algemene inrichtingsprincipes die ingaan op de (on)wenselijkheid van (nieuwe) activiteiten in het landelijk gebied. Met de structurerende keuzes geeft het NPLG richting aan de ruimtelijke uitwerking van de gebiedsprogramma’s door de provincies.

11

—

Structurerende keuzes

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Omgevingskwaliteit als verbindend principe Werken aan omgevingskwaliteit komt de samenhangende en gebiedsgerichte aanpak van het NPLG ten goede. Omgevingskwaliteit neemt het bestaande landschap als startpunt en zet de waarde en betekenis van een plek voor huidige en toekomstige gebruikers centraal. Werken aan omgevingskwaliteit overstijgt daarmee per definitie de verschillende opgaven in een gebied. Het plaatst sectorale opgaven in samenhang en verbindt die met de eigenschappen van het water- en bodemsysteem en de landschappelijke kenmerken van het gebied. Een gebiedsgerichte dialoog over de beoogde omgevingskwaliteit draagt bij aan het maatschappelijk draagvlak voor verandering.

Vanuit het Rijk wordt de inbedding van deze structurerende keuzes provinciale gebiedsprogramma’s nu gestimuleerd met financiële middelen en ook worden hier bestuurlijke afspraken over gemaakt. Bij de doorontwikkeling van het iteratieve NPLG kan blijken dat voor de toepassing van structurerende keuzes ook de inzet van ander instrumentarium nodig is, vanuit het oogpunt van doelbereik, ruimtelijke samenhang en onontkoombaarheid. Het Rijk verkent daarom – in afstemming met provincies en andere betrokkenen – doorlopend of aanpassing van regelgeving wenselijk is. Hiermee kan bijvoorbeeld meer nadruk gelegd worden op de toepassing van effectieve en urgente structurerende keuzes.

12

—

Structurerende keuzes

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Adviezen uit het maatschappelijk middenveld Bij de beleidsontwikkeling van de structurerende keuzes van het NPLG hebben de ideeën en voorstellen van maatschappelijke organisaties die betrokken zijn bij de transitie een belangrijke rol gespeeld. De structurerende keuzes zijn niet geïsoleerd binnen het Rijk ontstaan, maar bouwen voort op en sluiten aan bij perspectieven en oplossingen uit de samenleving. Een aantal structurerende keuzes, waaronder de keuze overgangsgebieden en invulling GBDA, is in nauwe afstemming met maatschappelijke actoren ontwikkeld. Zo heeft een aantal maatschappelijke organisaties de werkgroep overgangsgebieden geïnitieerd voor overleg met Rijk en provincies over hoe overgangsgebieden rond Natura 2000-gebieden ingezet kunnen worden om systeemherstel in deze gebieden mogelijk te maken én perspectief te bieden voor de landbouw. De werkgroep is een belangrijk platform voor het ontwikkelen van deze gebieden. Adviezen van de werkgroep zijn betrokken bij de ontwikkeling van de structurerende keuze in het NPLG.

13

—

Structurerende keuzes

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

4. Programmatisch, cyclisch en adaptief werken

14

—

Programmatisch, cyclisch en adaptief werken

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Voor de omvangrijke transitie van het landelijk gebied is een sterke sturingsfilosofie noodzakelijk. Dit is het fundament om voorspelbaar en met draagvlak te blijven werken. Volgens deze filosofie werkt het NPLG programmatisch, cyclisch en adaptief. En werken overheden met een 4-jarige cyclus aan de transitie. Het NPLG wordt daarin iedere vier jaar geactualiseerd. Dit geldt ook voor de gebiedsprogramma’s, maar wel een jaar na het NPLG. Sturingsfilosofie Niet alles hoeft in één keer klaar. De sturingsfilosofie van het NPLG en de provinciale gebieds­programma’s is juist om gezamenlijk, programmatisch, cyclisch en adaptief te werken. Dit is de komende jaren de leidraad voor de transitie van het landelijk gebied. Waarbij de verantwoordelijkheden verdeeld zijn over een breed scala van partijen. Daarom is het belangrijk de sturingsfilosofie concreet te maken, en een ritme af te spreken voor bijsturing en actualisering.

NPLG-Cyclus In de praktijk ontstaat met de gekozen sturingsfilosofie een 4-jarige cyclus voor de actualisatie van het NPLG (zie onderstaand figuur). Deze cyclus biedt voldoende houvast om langjarig en volgens een vast ritme te werken aan de transitie van het landelijk gebied. De eerste cyclus start na de vaststelling van het NPLG. Op verschillende manieren wordt ervoor gezorgd dat de cyclus goed kan worden doorlopen, terwijl de uitvoering altijd door kan gaan. Denk bijvoorbeeld aan een monitorings- en evaluatie systematiek, een beschrijving van het toetsingsproces en een toelichting op de lerende aanpak.

15

—

Programmatisch, cyclisch en adaptief werken

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Zicht op voortgang van de uitvoering Het NPLG kent vier hoofdopgaven: het toekomstbestendig ontwikkelen van het landelijk gebied, zorgen dat er keuzes worden gemaakt over bovenregionale vraagstukken, bijdragen aan een vitaal landelijk gebied en het vormgeven van een lerende aanpak voor de transitie. Via deze hoofdopgaven werken we samen aan een meerjarige transitie van het landelijk gebied. Het is daarbij essentieel tussentijds zicht te houden op de voort­gang van de NPLG-doelen en de bredere effecten. Ook om de aanpak en de besteding van middelen te kunnen verantwoorden. Het kan bovendien bijdragen aan interbestuurlijk leren, maar volstaat daarvoor niet. Daarom is naast monitoring van de voortgang van de uitvoering en doelbereik, een lerende aanpak in het NPLG apart uitgewerkt. Voor de verantwoording worden een aantal instrumenten en rapportages ontwikkeld, globaal gericht op de volgende drie doelen: • zicht op de samenhang van de afzonderlijke provinciale gebiedsprogramma’s door toetsing van de PPLG’s • zicht op de voortgang van de maatregelen via het Meerjarenprogramma Transitiefonds Landelijk gebied en natuur • zicht op het doelbereik van de NPLG-doelen via monitoring en evaluatie in een tweejaarlijkse NPLG-verkenning

Bijsturing als de voortgang niet voldoende blijkt te zijn Het kabinet kiest voor een aanpak die waarborgt dat de hoofddoelen op natuur, water en klimaat onontkoombaar worden gerealiseerd. Realisatie van de aanpak is essentieel om de natuur te herstellen, de kwaliteit van het water te verbeteren en te voldoen aan de klimaatopgave. Voor onontkoombaar doelbereik is het nodig om gepast bij te sturen wanneer de voortgang onvoldoende is. In de hiervoor beschreven cyclus van het NPLG en de gebiedsprogramma’s is bijsturing op ieder moment mogelijk. De komende jaren zal de monitoringssystematiek een belangrijke rol spelen in het bepalen of de aanpak op koers ligt voor doelbereik. Voor de maatregelmonitoring wordt onder meer gebruik gemaakt van het meerjarenprogramma met een jaarlijks te actualiseren Programmaboek dat aan de Tweede Kamer wordt aangeboden bij de begroting van het Transitiefonds.

Lerende aanpak Het NPLG en de gebiedsprogramma’s hebben een adaptief karakter: ze bieden ruimte om van start te gaan en vervolgens te blijven verbeteren aan de hand van voortschrijdend inzicht. Hiervoor is het belangrijk dat het Rijk en de medeoverheden ontvankelijk zijn voor knelpunten en kansen die zich in de uitvoeringspraktijk voordoen, en die kunnen leiden tot bijstelling van beleidskaders. Het organiseren van systematisch, continu en interbestuurlijk leren is hiervoor essentieel. En vraagt om actief ophalen van nieuwe inzichten en ervaringen uit het veld en uit onderzoek, reflectie, evaluatie en aanpassing. De lerende aanpak richt zich daarbij op het maatschappelijk en bestuurlijk systeem en op het NPLG als programma.

16

—

Programmatisch, cyclisch en adaptief werken

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

5. Gezamenlijk de doelen realiseren

17

—

Gezamenlijk de doelen realiseren

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Het NPLG vraagt een gezamenlijke inspanning van Rijk en provincies. Generieke (rijks)maatregelen en gebiedsspecifieke maatregelen moeten samen zorgen voor de realisatie van de transitie van het landelijk gebied. Dit vraagt goede afstemming en afspraken tussen Rijk en provincies. De nieuwe Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied heeft hierin een rol. Er zijn verschillende instrumenten die helpen bij het realiseren van de doelen. Afspraken en samenwerking overheden Voor een succesvolle transitie is goede samenwerking tussen de verschillende overheden nodig. In de gebiedsgerichte aanpak voeren de provincies de regie. Zij stellen provinciale gebiedsprogramma’s landelijk gebied (PPLG’s) en bijbehorende maatregelpakketten op in afstemming met waterschappen, gemeenten en onderdelen van de rijksoverheid. In de interbestuurlijke samenwerking draagt elke deelnemende overheid vanuit zijn verantwoordelijkheid bij aan de ontwikkeling en uitvoering van de gebiedsprogramma’s en maatregelpakketten. Voor een vruchtbare samenwerking zijn de code Interbestuurlijke verhoudingen en samenwerkingsafspraken NOVI van belang. Daarin staat onder andere dat de medeoverheden op tijd betrokken worden bij beleidsvoornemens en dat partijen elkaar aanspreken en samenwerken vanuit gelijkwaardig partnerschap.

Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied (RTLG) De transitie is noodzakelijk, maar ook omvangrijk en vraagt veel van betrokken partijen. Daarom helpt een hiervoor opgerichte regieorganisatie – de Regieorganisatie Transitie Landelijk Gebied – de provincies, het Rijk, de waterschappen en de gemeenten om te komen tot een succesvolle en slagvaardige uitvoering. De Regieorganisatie bevordert de uitvoering om de NPLG-doelen te realiseren én participeert actief in het maakproces van het NPLG vanuit het perspectief van de uitvoering. De Regieorganisatie zet zich ervoor in dat in het NPLG consistente en werkbare doelen worden geformuleerd, waar provincies in hun gebiedsprocessen mee aan de slag kunnen. En is schakel in het oplossen van regel- en beleidsproblemen. Dit doet zij onder meer via het stimuleren van wederkerige afspraken tussen samenwerkende overheden voor een effectieve uitvoering.

Generieke en gebiedsgerichte instrumenten De doelen van het NPLG kunnen alleen behaald worden met inzet van alle overheden, maatschappelijke partners én sectoren. De beleidsmaatregelen en instrumenten die ingezet worden om de transitie te realiseren zijn een combinatie van Europese, rijks-, provinciale, gemeentelijke of waterschapsmaatregelen/-instrumenten. Bij beleidsmaatregelen en instrumenten wordt vaak onderscheid gemaakt tussen generiek en gebiedsgericht. In het NPLG is uiteengezet hoe generieke en gebiedsgerichte maatregelen in samenhang door de verschillende overheden kunnen worden ingezet.

18

—

Gezamenlijk de doelen realiseren

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Instrumentenkoffer Iedere overheid heeft haar eigen rol en instrumenten. In de provinciale gebiedsprogramma’s werken de provincies gebiedsgericht de nationale opgaven voor natuur, klimaat en water uit. Daarvoor zijn instrumenten nodig om in te zetten in de gebieden. Het Ontwerp NPLG bevat een overzicht op hoofdlijnen van de instrumenten die ingezet kunnen worden voor de uitvoering van de provinciale gebiedsprogramma’s. Dit overzicht komt in meer gedetailleerde vorm beschikbaar als Instrumentenkoffer NPLG, en biedt een overzicht van op dat moment beschikbaar instrumentarium. Inclusief enkele instrumenten die nu nog niet, maar wel binnen afzienbare tijd beschikbaar zijn (zoals de verplaatsingsregeling). Deze instrumentenkoffer wordt tijdens de transitie steeds verder verrijkt, bijvoorbeeld wanneer er een landbouwplan wordt gepubliceerd.

19

—

Gezamenlijk de doelen realiseren

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

6. Participatie en PlanMER

20

—

Participatie en PlanMER

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Participatie is een belangrijk onderdeel van het NPLG. Veel partijen hebben mee­gedacht over het NPLG en dit heeft de inhoud beter en scherper gemaakt. Ook de planMER heeft een relevante rol gehad in het scherper krijgen van het NPLG. Met het planMER zijn de effecten van het Ontwerp NPLG onderzocht, wat tot enkele wijzigingen in het programma heeft geleid. Participatie Het NPLG heeft op veel manieren impact in het landelijk gebied. Daarom vindt het Rijk het belangrijk om ook de ideeën vanuit de samenleving op te halen en mee te wegen in het beleid. En om betrokkenen – zoals maatschappelijke organisaties en het brede publiek – zorgvuldig en transparant te informeren over en betrekken bij de totstandkoming van het NPLG. Hierbij is ruimte voor de verschillende posities, belangen en perspectieven die er zijn en zijn er mogelijkheden om inzichten en ideeën te delen. Met aandacht voor de kansen en de zorgen die er zijn. Daarnaast kan het zijn dat er iets mist, een nadere toelichting of uitwerking nodig is of dat er punten zijn waar we in de uitvoering extra op moeten letten. Dit kunnen allemaal belangrijke signalen zijn om mee te nemen in de verdere ontwikkeling van het NPLG. Daarnaast bevat het NPLG een samenhangende gebiedsgerichte aanpak waarin medeoverheden – gemeenten, waterschappen en provincies – een belangrijke rol spelen richting de uitvoering.

Daarom is er ook zorgvuldig met hen afgestemd over het programma. Zo werken we met elkaar aan draagvlak voor inhoud en proces van het NPLG en versterken we de transitie van het landelijk gebied.

PlanMER Voor het NPLG is een planMER opgesteld. Hierbij is vanuit een breed perspectief onderzocht wat de mogelijke effecten van het NPLG zijn op het milieu, met name de effecten op de fysieke leefomgeving. Het planMER laat zien hoe voor de onderzochte indicatoren de huidige situatie is, wat de trend is en welke knelpunten er zijn. Voor die indicatoren wordt het effect van structurerende keuzes beschreven op de knelpunten en de trend. Het onderzoek heeft een strategisch en globaal niveau, passend bij het abstractieniveau van het NPLG. Waar beleidskeuzes globaal zijn, zijn de effecten ook globaal in beeld gebracht. Het Rad van de Leefomgeving vormt de basis voor de effectbeschouwing. Het planMER heeft vooral uitwerking gegeven aan het bovenste deel van het Rad, omdat ook de doelen van het NPLG voor natuur, water, klimaat en groenblauwe-dooradering met name gericht zijn op het beschermen van de fysieke leef­omgeving. De effecttoetsing in het planMER is een kwalitatieve beschouwing van kansen en risico’s en waar mogelijk van aannemelijke effecten. Deze effecten, kansen en risico’s zijn ‘gewaardeerd’ op basis van expert judgement, met gebruik van al beschikbare informatie.

21

—

Participatie en PlanMER

Samenvatting van het Ontwerpprogramma

Afkortingenlijst KRW NOVI NPLG PlanMER RTLG Transitiefonds VHR

22

—

Bijlagen

Kaderrichtlijn Water Nationale Omgevingsvisie Nationaal Programma Landelijk Gebied Plan-milieueffectapportage Regieorganisatie Realisatie Transitie Landelijk Gebied Transitiefonds Landelijk Gebied en Natuur Vogel Habitatrichtlijn

Deze samenvatting hoort bij het Ontwerpprogramma Nationaal Programma Landelijk Gebied en is een uitgave van: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties December 2023 | Publicatie-nr. 23409630

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13857578/1