2024.323 Bijlage 1 - Plan van aanpak realisatieplan MO, VO en BW in Zeeland (1223256)
Tekst van het document
Plan van aanpak realisatieplan van voorzieningen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen regio Zeeland Versie 17 september 2024
1
Inhoudsopgave Aanleiding
pag. 3
Doelstellingen
pag. 3
Aanverwante ontwikkelingen
pag. 3
-
Volkshuisvesting pag. 3 Partnerschapsafspraken pag. 4 Inkoop beschermd wonen pag. 4
Projectstructuur
pag. 5
Projectaanpak
pag. 6
Stakeholderanalyse
pag. 7
Projectbeheersing -
2
Randvoorwaarden Scope Kwaliteit Planning Kosten
pag. 8 pag. 8 pag. 9 pag. 9 pag. 9
pag. 10
Aanleiding
Gemeenten dragen de verantwoordelijkheid om mensen met psychische problematiek een beschermde woonomgeving met (op participatie gerichte) ondersteuning te bieden. Om psychisch kwetsbare mensen meer volwaardig te laten deelnemen aan de maatschappij kan hulp het beste worden geboden vanuit een beschermde thuisomgeving in de eigen wijk. Als gevolg van deze beweging naar een beschermd thuis ontstaat een veel grotere vraag dan voorheen naar woningen voor burgers die eerder in een kliniek of instelling verbleven. Dit realisatieplan is het vervolg op het onderzoek naar het ideale zorglandschap voor beschermd wonen en opvang in Zeeland. Het onderzoek is uitgevoerd door het onderzoeksbureau HHM tussen 2022 en 2023. Het resultaat van het onderzoek verricht door bureau HHM is het op-, om-, afbouw en spreidingsplan (hierna OOAS-plan). De Zeeuwse gemeenten hebben vastgesteld dat op het door HHM opgeleverde plan nog praktische aanvulling nodig is om onze doelstellingen (zie hieronder) te bereiken. Met dit realisatieplan beogen de Zeeuwse gemeenten een vertaalslag te maken van het OOAS-plan naar de praktijk.
Doelstellingen
A. Bestuurlijke overeenstemming over het gewenste/passende woon- en voorzieningen
niveau voor de aandachtsgroepen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen (residentieel en ambulant) verspreid over de regio.
B. Selecteren van geschikte locaties voor de realisatie van het gewenste voorzieningenniveau. C. Realisatie van het gewenste voorzieningenniveau verspreid over de regio.
Aanverwante ontwikkelingen
Volkshuisvesting Een belangrijke aanverwante ontwikkeling is die op het gebied van volkshuisvesting. De regering heeft volkshuisvesting vanwege de woningnood tot één van de prioriteiten van haar beleid gemaakt. Er wordt specifiek beleid gemaakt voor de volkshuisvesting en dat beleid is bovendien flink geïntensiveerd. Dit heeft geleid tot de Nationale Bouw- en Woonagenda en de zes landelijke programma’s voor de volkshuisvesting, waarvan er 2 direct raken aan het sociaal domein en de ontwikkelingen op het gebied van langer thuis blijven wonen en beschermd wonen. Dit zijn “Wonen en zorg voor ouderen” en “Een thuis voor iedereen”. Landelijk ligt er de opdracht om het woningtekort op te lossen, en tot een meer evenwichtige woningvoorraad te komen die in het bijzonder past bij de behoeften van mensen met een middeninkomen of een laag inkomen, en waarbij de woningen evenwichtig zijn verspreid over de regio. Een groot deel van de wettelijke vertaling van deze twee programma’s is terug te vinden in het Wetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting. Kerninstrument in de Wet versterking regie volkshuisvesting is het volkshuisvestingsprogramma. De woonvisie, woonzorgvisie en het beleidsplan van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)gaan op in het volkshuisvestingsprogramma en krijgen een plek in de beleidscyclus van de Omgevingswet. Elke gemeente stelt een omgevingsvisie op.
De gemeenteraad stelt die visie vast. Vervolgens werkt de gemeente deze visie verplicht uit in het volkshuisvestingsprogramma. Het college van B&W stelt het volkshuisvestingsprogramma vast. Het volkshuisvestelijk programma vormt vervolgens de inhoudelijke grondslag voor: - (de wijziging van) de Huisvestingsverordening: sommige gemeenten hebben al een Huisvestingsverordening, andere gemeenten weer niet. De nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting verplicht alle gemeenten een Huisvestingsverordening vast te stellen. In de 3
huisvestingsverordening moeten gemeenten verplicht een urgentieregeling opnemen voor bepaalde groepen urgent woningzoekenden, zoals jongeren die uitstromen uit de jeugdzorg, maar ook mensen die uit beschermd wonen of de maatschappelijke opvang stromen; - de (nieuw) te maken omgevingsplannen; - de prestatieafspraken die gemeenten, woningcorporaties en huurdersorganisaties maken. Niet alleen de gemeente maakt een volkshuisvestingsprogramma. Ook de provincie en het Rijk maken een dergelijk programma, gebaseerd op de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) of Provinciale Omgevingsvisie. Er wordt (landelijk) dus ingezet op een geïntegreerd volhuisvestingsbeleid als vast onderdeel van het beleid voor de fysieke leefomgeving dat moet worden vastgesteld in een omgevingsvisie, het volkshuisvestelijk programma en dat verder vertaald moet worden in decentrale regelgeving. Dit vraagt om (structurele) integrale samenwerking tussen het fysieke en sociale domein. Het volkshuisvestingsprogramma beoogt een domein overstijgende aanpak. Het gaat niet alleen over bouwen, maar over passende woonvoorzieningen die aansluiten bij de behoefte van de doelgroep. In het volkshuisvestingsprogramma wordt juist de verbinding met zorg en ondersteuning, en daarmee de Wmo, nadrukkelijk gevraagd (woonzorgvisie). Gemeenten lopen hierin hun eigen proces.
Een extern bureau is in dit kader momenteel aan het inventariseren welke overlegtafels Zeeuwsbreed over dit onderwerp lopen, welke beleidsdocumenten gemeenten in dit kader al hebben vastgesteld en welke onderzoeken er lopen c.q. zijn verricht en geeft advies over de best passende projectstructuur. Ter begeleiding van dit traject is een projectgroep gevormd die bestaat uit de provincie, gemeenten (fysiek domein) en programmateam Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein (voor de verbinding met Sociaal Domein). Daarnaast loopt in dit kader een onderzoeksopdracht gegeven door de provincie Zeeland aan bureau STEC inhoudende onderzoek te doen naar de kwalitatieve woonbehoefte in Zeeland. Dit onderzoek bijt niet met het realisatieplan, omdat het onderzoek van STEC zich baseert op bestaande informatie binnen de regio. De uitkomsten van het realisatieplan zullen daarom gefaseerd gedeeld worden met STEC en zullen meegenomen worden in het onderzoek van STEC. Gemeenten nemen daarnaast zowel vanuit de fysieke en sociale domein deel aan de regiosessies die bureau STEC in dit kader organiseert. Partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang De Zeeuwse gemeenten werken vanaf 1 januari 2024 met de partnerschapsafspraken beschermd wonen en opvang in Zeeland.
Kern van deze afspraken is dat de Zeeuwse gemeenten alle cliënten en Zeeuwse cliënten beschouwen en dat de inkoop van ondersteuning centraal plaatsvindt vanuit het regiobudget. Het regiobudget wordt gevuld door de Rijksbijdragen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen die (vooralsnog) centrumgemeente Vlissingen ontvangt. Middelen die gedurende het jaar niet worden besteed worden na afloop van het kalenderjaar toegevoegd aan de reserve regiobudget. Het huidige saldo van de reserve bedraagt per 1 januari 2024 € 16.070.000,-. Deze reserve is bestemd voor de transformatie en innovatie van het zorglandschap beschermd wonen en maatschappelijke opvang (raadsbesluit Vlissingen 14 december 2024). Aanbesteding beschermd wonen Het huidige contract beschermd wonen loopt tot 31 december 2025. In het tweede kwartaal van 2025 start de nieuwe aanbesteding voor de inkoop van beschermd wonen van 2026 e.v. De oplevering van onderzoeksvragen 1 tot en met 4 (medio december 2024) vormt de inhoudelijke basis voor deze aanbesteding.
4
Projectstructuur Besluitvorming definitief realisatieplan
De 13 Zeeuwse gemeenteraden
Overleg Zeeuwse Overheden Sociaal Domein
Zeeuwsbrede afstemming management
Bestuurlijke afstemming voorbereiding realisatieplan
Provinciaal Management Overleg
Zeeuwsbrede afstemming ambtelijk
Ambtelijk afstemmingsoverleg
Kernteam
Verantwoordelijk uitvoering pva Afstemming met provincie
Betrokkenen, klankbordgroep inhoud (vertegenwoordiging fysiek en sociaal domein)
5
Werkgroep Wonen Voorzieningen Projectleider
In Gemeente ?
Betrokkenen, klankbordgroep woningcorporaties en zorgaanbieders
Betrokkenen klankbordgroep financien
Sparringpartner bestuurlijke advisering
Opdrachtgever
Ervaringsdeskundige (Meedenkers)
Projectaanpak ONDERZOEKSVRAGEN
1. Hoeveel zelfstandige woningen en welk ondersteuningsaanbod zijn er op grond van de behoefte tot en met 2035 per jaar in iedere Zeeuwse gemeente nodig om de uitstroom uit beschermd wonen, maatschappelijke opvang en vrouwenopvang op te kunnen vangen - en hoe kunnen die voorzieningen het beste over de Zeeuwse gemeenten worden verspreid? - beschrijving doel - beschrijving doelgroep - beschrijving ondersteuning - opstellen prognose in aantallen - voorstel tot verdeelsleutel 2. Hoeveel plaatsen voor (semi) residentieel verblijf in beschermd wonen en welk ondersteuningsaanbod is er op grond van de behoefte tot en met 2035 per jaar in Zeeland nodig - en hoe kunnen die plaatsen het beste over de Zeeuwse gemeenten worden verspreid? - beschrijving doel - beschrijving doelgroep - beschrijving ondersteuning - opstellen prognose in aantallen - voorstel tot verdeelsleutel 3. Welke ondersteuning is er aanvullend nodig om cliënten met een beschermd wonen vraag die niet (semi) residentieel kunnen worden geplaatst of in een reguliere woonwijk kunnen wonen op te kunnen vangen- en hoe kunnen die het beste over de Zeeuwse gemeenten worden verspreid? - beschrijving doel - beschrijving doelgroep - beschrijving ondersteuning - opstellen prognose in aantallen - voorstel tot verdeelsleutel 4. Welke woonvorm past bij welke ondersteuningsbehoefte? 5.
Welke (woon)voorzieningen kunnen worden aangewezen als passende (woon)voorziening , gelet op: a. Beschikbaarheid b. Eigendom c. Staat van onderhoud d. Verbouwingskosten e. Voorzieningen/Domotica f. Draagkracht in de wijk g. Hergebruik van leegstaande gemeentelijke objecten, evt. co-gefinancierd? Daarbij spelen tevens de volgende vragen: - Is er pro-actief aanbod uit Zeeuwse Woondeal? - Zijn er linken te leggen met andere zorgvormen (ouderenzorg)? - Is er bovenregionaal aanbod waar we als regio Zeeland gebruik van kunnen maken en welke afspraken horen daarbij?
6
6. Welke randvoorwaarden voor (woon)voorzieningen kunnen we benoemen, rekening houdend met de behoefte van de doelgroep, een acceptabele impact voor de wijk/omgeving, een evenredige verdeling over de regio, economische haalbaarheid en behoud van openbare orde en veiligheid? Daarbij speelt tevens de volgende vraag: - Hoe gaan we om met de (historisch ontstane) scheefgroei tussen gemeenten? 7. Wat zijn de incidentele en structurele lasten en opbrengsten van de te realiseren opgave per sub-regio, door vertaald naar individuele gemeenten en willen we de kosten met elkaar verrekenen of spreken we af dit met gesloten beurs te doen? Te denken valt aan o.a. begeleiding, extra ondersteuningscapaciteit, stimuleringsgelden, kosten Participatiewet. En hoe kunnen de lasten worden gedekt? 8. Wat zijn de risico’s van de te realiseren opgave op o.a. het gebied van: - Maatschappelijke impact - Economische impact - Ruimtelijke impact - Samenwerking ketenpartners - Veiligheid - Draagvlak onder betrokkenen 9. Welke beheersmaatregelen moeten er worden getroffen ter afdekking van de risico’s?
Projectresultaat
Een Zeeuws vastgestelde businesscase waarin bovengenoemde onderzoeksvragen zijn uitgewerkt. De antwoorden op de onderzoeksvragen worden uitgewerkt door de projectleider. Dit plan van aanpak beschrijft de minimale eisen waaraan het realisatieplan dient te voldoen. De projectleider werkt de onderzoeksvragen uit binnen de in dit plan van aanpak opgenomen projectstructuur en betrekt bij de uitwerking van de vragen reeds beschikbare informatie bij gemeenten en op een gepaste manier onderstaande stakeholders. De projectleider houdt daarbij rekening met het feit dat stakeholders al een grote bijdrage/input hebben geleverd in het kader van het OOAS plan opgesteld en opgeleverd door bureau HHM. De projectleider kan op dit plan van aanpak vanuit eigen expertise aanvullingen doen. Er vindt ca. drie-wekelijks overleg plaats met de werkgroep. De projectleider bespreekt 1 keer per maand de voortgang van het project met het kernteam.
Stakeholderanalyse Partner Gemeenten uit het sociaal domein Gemeenten uit het fysieke domein Provincie Cliënt- en naastenperspectief/ HerstelTalent, Wmo adviesraad Aanbieders Beschermd wonen/ opvang Leger des Heils Zeeuwse Gronden Emergis 7
CKZ Eleos Juvent KIO MGB Novafarm Grip Philadelphia Le Sejour Zero & Sano Zorgtafel Relevante partijen uit het fysieke domein Woningcorporaties met aandacht voor integrale benadering: woco’s moeten ook andere aandachts- en urgentiegroepen huisvesten De analyse is gemaakt op basis van grootte van de desbetreffende zorgaanbieder.
Projectbeheersing Randvoorwaarden
Om te komen tot een realisatieplan gelden de volgende randvoorwaarden: - Eerdere analyses en onderzoeken vormen het vertrekpunt voor het realisatieplan Als aanvulling op het HHM rapport hebben de Zeeuwse gemeenten een zienswijze geformuleerd. In deze zienswijze is een beeld geschetst ten aanzien van de ontwikkeling van de cliëntaantallen, benodigde voorzieningen en een analyse van de behoefte aan woonvoorzieningen op gemeenteniveau. De projectleider houdt uitdrukkelijk rekening met het feit dat stakeholders al een grote bijdrage/input hebben geleverd in het kader van het OOAS plan opgesteld en opgeleverd door bureau HHM. De projectleider kan op dit plan van aanpak vanuit eigen expertise suggesties doen. - Samenwerking met woningcorporaties en zorgaanbieders Het realisatieplan gaat uit van optimale situaties v.w.b. beschikbaarheid van woningen en ondersteuning. Gemeenten zijn echter regisseur op wonen (gemeenten bouwen niet zelf) en geven invulling aan de wettelijke zorgplicht door middel van inkoop van de zorg. Voor de uitvoering zijn gemeenten dus afhankelijk van derden partijen. Gelet op het woningtekort en de tekorten aan personeel in zorg kan uiteindelijk de best haalbare situatie suboptimaal zijn.
- integrale samenwerking tussen het fysieke en sociale domein Er wordt (landelijk) ingezet op een geïntegreerd volhuisvestingsbeleid als vast onderdeel van het beleid voor de fysieke leefomgeving dat moet worden vastgesteld in een omgevingsvisie, het volkshuisvestelijk programma en verder vertaald moet worden in decentrale regelgeving. - Deze integrale samenwerking tussen het fysieke en sociale domein dient horizontaal (tussen gemeenten) en verticaal (tussen de 3 overheidslagen) geborgd te worden. Dit vraagt om afstemming met alle bestuurslagen. - Onafhankelijke projectleider Gelet op de verschillende belangen tussen partijen wordt geadviseerd de uitwerking van het realisatieplan plaats te laten vinden onder een onafhankelijke projectleider. Dit stelt gemeenten in 8
staat transparant te zijn over de eigen gemeentelijke belangen en wordt geborgd dat deze gelijkwaardig worden behandeld. Tegelijkertijd wordt voorkomen dat tegengestelde belangen de voortgang van het traject zullen vertragen c.q. van invloed zijn op het projectresultaat. Scope Het realisatieplan is beperkt tot de aandachtsgroepen maatschappelijke opvang, vrouwenopvang en beschermd wonen. Het wetsvoorstel versterking regie op de volkshuisvesting kent een breder scala aan aandachtsgroepen (zie hieronder):
Dreigend dak- en thuislozen worden bijvoorbeeld niet in het realisatieplan meegenomen, maar worden onderdeel van de doelgroep wanneer zij uitstromen uit de MO. Daarnaast wordt ten aanzien van alle 3 de aandachtsgroepen de behoefte in aantallen in kaart gebracht (zowel ambulant als (semi) residentieel). De behoefte in ondersteuning wordt (vooralsnog) enkel in kaart gebracht bij uitstroom uit een van de 3 voorzieningen en bij beschermd wonen residentieel. Deze keuze is gemaakt omdat gemeenten op dit moment nog onvoldoende inzicht hebben in de doelgroep die (residentieel) gebruik maakt van de maatschappelijke opvang en de vrouwenopvang om hier zorgvuldig over te kunnen adviseren. Tot slot is de looptijd van het realisatieplan 10 jaar. Dit loopt gelijk met het ingroeipad van het (nog in te voeren) objectief verdeelmodel en is passend voor de om-, op-, of afbouw van vastgoed. Kwaliteit De data die aan dit realisatieplan ten grondslag ligt is onvolledig en daarmee niet 100% betrouwbaar om data gedreven te kunnen werken. De projectleider houdt hiermee in de uitwerking van de onderzoeksvragen op een gepaste manier rekening mee. Planning Het realisatieplan is opgeknipt in verschillende fasen: Fase 1 en 2: Bestuurlijke overeenstemming in het Overleg Zeeuwse Overheden op het plan van aanpak van het realisatieplan en aanstellen van een onafhankelijke projectleider (oktober 2024).
9
Fase 3 en 4: Uitwerking van onderzoeksvragen 1 t/m 4. Afronding van deze fase zorgt voor de realisatie van doelstelling A. Fase 5 en 6: Uitwerking van onderzoeksvragen 5 en 6 (verkenning mogelijke locaties) en afstemming uitkomst fase 1 tot en met 6 binnen het Overleg Zeeuwse Overheden voor welke locaties we een locatieonderzoek gaan uitvoeren (december 2024). Fase 7 en 8: Uitwerking van onderzoeksvragen 7 en 8- Locatieonderzoek en afstemming in het Overleg Zeeuwse Overheden (mei 2025). Daarna wordt het realisatieplan voorgelegd aan de 13 gemeenteraden (juli 2025). Fasen 5 tot en met 8 zorgen voor de realisatie van doelstelling B. Fase 9: Realisatie realisatieplan. Deze fase zorgt voor de realisatie van doelstelling C. Deze fase is nog niet meegenomen in dit plan van aanpak, aangezien de locatiekeuze de benodigde stappen tot realisatie bepaalt. Kosten De kosten voor de onafhankelijk projectleider zijn tot en met fase 8 geraamd op maximaal € 42.000 en kunnen ten laste worden gebracht van het regiobudget
10