CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2024.263 Bijlage 2 Plan van aanpak natuurvriendelijk isoleren

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.003 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Plan van aanpak natuurvriendelijk isoleren (NVI) volgens landelijke aanpak voor de gemeente Schouwen-Duiveland Opgesteld in samenwerking met Provincie Zeeland en Zeeuwse gemeenten

1. Inleiding Nederland staat voor de uitdaging om grote aantallen huizen te isoleren en tegelijkertijd diersoorten te beschermen die in spouwmuren en onder daken leven zoals vleermuizen, gierzwaluwen en huismussen. Vanuit de Regionale Energiestrategie en de Transitievisie warmte is aangegeven dat isoleren een noregret maatregel is. Spouwmuurisolatie, dakisolatie en buitenmuur isolatie, zijn belangrijke maatregelen die woningeigenaren kunnen uitvoeren om hun energieverbruik te verminderen. De Raad van State heeft op 2 augustus 2023 (RVS 2023:2969) uitgesproken dat door het uitvoeren van spouwmuurisolatie, dakisolatie en buitenmuur isolatie de woon- en kraamverblijven van gebouwgebonden dieren zoals vleermuizen, zwaluwen en huismussen onvoldoende worden beschermd. Dit betekent dat iedere woningeigenaar voor het uitvoeren van spouwmuurisolatie, dakisolatie en buitenmuurisolatie een quickscan door een ecoloog moet laten uitvoeren, soms een jaarrond aanvullend vleermuis onderzoek moet doen, een vergunning bij de provincie moet aanvragen en vervangende verblijven moet realiseren. Om particuliere woningeigenaren te ontlasten hebben de ministeries van BZK en LNV samen met het IPO en de VNG afspraken gemaakt over de landelijke aanpak natuurvriendelijk isoleren (NVI).

Op basis van de landelijke aanpak hebben we in samenspraak met de Zeeuwse gemeenten en de provincie een plan van aanpak natuurvriendelijk isoleren opgesteld dat aansluit bij de landelijke aanpak. Het plan van aanpak natuurvriendelijk isoleren is als bijlage 2 bijgevoegd.

2. Aanpak De landelijke aanpak richting natuurvriendelijk isoleren bestaat uit drie sporen. 1. Werkwijze Natuurvriendelijke Isoleren (NVI) en de gedragscode NVI voor maximaal 3 jaar; 2. Opstellen van een pre-soortenmanagementplan (pre-SMP) voor maximaal 2 jaar en 3. Opstellen van een soortenmanagementplan (SMP) voor 10 jaar. Spoor 2 en 3 volgen elkaar op en zijn onlosmakelijk aan elkaar verbonden. 2.1. Spoor 1. Werkwijze natuurvriendelijk isoleren (NVI) en de Gedragscode (NVI) Vanaf 17 mei 2024 is de landelijke aanpak van het natuurvriendelijk isoleren van start gegaan. De landelijke aanpak betreft een korte termijn aanpak om de isolatieopgave door te laten gaan. Met deze aanpak mogen isolatiebedrijven, die werken volgens de methode NVI en daarvoor de training hebben gevolgd, woningen isoleren. Momenteel wordt deze landelijke aanpak uitgewerkt in een gedragscode. Voor de periode dat er nog geen gedragscode is goedgekeurd door RVO, wordt door de Provincie Zeeland de werkwijze van het natuurvriendelijk isoleren toegestaan. Dit hebben GS van Zeeland op 12 maart 2024 besloten. De landelijke aanpak geldt voor spouwmuurisolatie (ook borstweringen), dakisolatie (binnen en buiten) en buitenmuurisolatie. Voorwaarden die opgenomen zullen worden in de gedragscode: • Tijdens de landelijke aanpak mag max.

6 % van de DEFG-woningen per CBS-buurt geïsoleerd worden, met de volgende fasering: 2024 => max 3%, 2025 => max. 2%, 2026 => max. 1%. • Tijdens de landelijke aanpak wordt gemeenten gevraagd om compenserende maatregelen te nemen. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland betekent dit een compensatieopgave van 32 kraamkasten. Zie bijlage 1, tabel 1. Afhankelijk van de beschikbaarheid van geschikte gebouwen kunnen ondersteunende paalconstructies nodig zijn. Voor ondersteunende paalconstructies kunnen vergunningen nodig zijn.

•

De kraamkasten kunnen gefaseerd worden gerealiseerd. Vooralsnog is onderstaande planning van toepassing: o Voor 1 februari 2025 80% van de compensatieopgave (Voor Schouwen-Duiveland 26 kraamkasten) o Voor 1 april 2026 100% van de compensatieopgave (80%+20%) (voor Schouwen-Duiveland 26 + 6 kraamkasten) Meer informatie is te vinden in bijlage 1: Achtergrond informatie natuurvriendelijk isoleren (NVI) en de gedragscode NVI. 2.2. Spoor 2: Pre-soortenmanagementplan (pre-SMP) Een pre-SMP is een vergunning voor een flora- en fauna-activiteit in het kader van de Omgevingswet die zich richt op het isoleren van particuliere grondgebonden woningen en wordt aan de gemeente afgegeven op basis van modelonderzoek. Met het aanvragen van een pre-SMP vergunning gaat de gemeente de verplichting aan dat zij binnen twee jaar zorgen voor een volledig soortenmanagementplan (SMP). De compensatietaakstelling voor pre-SMP wordt bepaald in twee fases. In fase 1 wordt deze bepaald aan de hand van een modelmatige analyse en in fase 2 op basis van het veldonderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van de SMP. Op basis van het modelmatige onderzoek is bepaald dat gemeente Hulst 70 kraamverblijfplaatsen moet compenseren verspreid over de gemeente. Voorwaarden: • Gemeente vraagt een vergunning aan die goedgekeurd moet worden door de provincie.

Onderdeel van deze vergunningsaanvraag is dat wij opdracht hebben verstrekt aan een ecologisch adviesbureau om een SMP op te stellen en bijbehorend veldonderzoek uit te voeren. • Binnen twee jaar moet er een volledig SMP zijn. Dus de voorwaarden van SMP uit spoor 3 zijn ook van toepassing. • De compensatietaakstelling voor fase 1 betreft voor de gemeente Schouwen-Duiveland 89 kraamkasten. Hiervoor mogen maximaal 10% van de woningen die in aanmerking komen per CBSbuurt geïsoleerd worden volgens de methodiek natuurvriendelijk isoleren. • Nadat het veldonderzoek naar kraamverblijfplaatsen is afgerond gaat fase 2 van het pre-SMP van start. In deze fase mag maximaal 30% van de woningen die in aanmerking komen geïsoleerd worden. Aan de hand van de resultaten van het onderzoek naar kraamverblijfplaatsen wordt gekeken of het nodig is om extra te compenseren. Meer achtergrondinformatie over het pre-SMP is te vinden in bijlage 2. 2.3. Spoor 3 Opstellen van een soortenmanagementplan (SMP) Op basis van een Soortenmanagementplan (SMP) is het mogelijk om als gemeente een gebiedsgerichte vergunning te krijgen. Op basis van deze vergunning kunnen huishoudens en isoleerders, conform de voorwaarden maar zonder ecologisch onderzoek, spouwmuurisolatie aanbrengen.

Op voorwaarde dat de gemeente de maatregelen uit het SMP uitvoert, wordt er een tienjarige omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verstrekt door de Provincie. Daarmee vervallen de onderzoeks- en compensatieplicht, voor de soorten waarvoor het plan geldt, voor nieuwbouw en isolatieen renovatiewerkzaamheden, voor individuele inwoners, ondernemers en ontwikkelaars. De gemeente wordt vergunninghouder en kan rechtspersonen per project of voor de vergunningsperiode machtigen. Aan de vergunning zijn voorwaarden gekoppeld zoals het (laten) ophangen van nestkasten. Als de gemeente haar verplichtingen (denk aan de monitoringsrapportages, het informeren van initiatiefnemers en het uitvoeren van maatregelen) niet nakomt, kan de RUD-Zeeland hierop handhaven. Wanneer andere gebruikers van de vergunning (zoals particulieren of woningcorporaties) de voorschriften overtreden, dan zijn deze in eerste instantie aansprakelijk, en niet de gemeente. Ook bij overtredingen buiten de gebiedsontheffing om is en blijft de overtreder zelf aansprakelijk.

Voorwaarden: • Aanbesteding uitvoeren en opdracht verstrekken ten behoeve van het opleveren van een soortenmanagementplan (SMP) conform de handleiding Opstellen Soortenmanagementplan en Gebiedsgerichte ontheffingsaanvraag van de provincie Utrecht en de beleidsregels van de provincie Zeeland met daarin een soortgericht onderzoek en rapportage, mitigatie- en compensatieplan, monitoringsplan en een management- en administratieplan.

• •

Periodiek is ecologisch onderzoek nodig om het SMP te actualiseren. Hier zijn kosten mee gemoeid. Een SMP bestaat niet alleen uit compensatie van kraam- en verblijfsplaatsen maar ook uit versterkende maatregelen voor het leefgebied. Denk hierbij aan maatregelen zoals vleermuisvriendelijke lantaarnpalen en natuurvriendelijker groen. Meer achtergrondinformatie over het soortenmanagmentplan (SMP) is te vinden in bijlage 3.

3. Planning 3.1. Spoor 1. Werkwijze en gedragscode NVI Spoor 1 betreft een periode van 3 jaar, van 17 mei 2024 tot 17 mei 2027. Voor de gemeente gaat het om het doorvoeren van compensatiemaatregelen. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland zijn de compensatiemaatregelen 32 kraamkasten. Realisering is als volgt gepland: · Voor 1 februari 2025 80% van de compensatieopgave (26 kraamkasten) · Voor 1 april 2026 100% van de compensatieopgave (80%+20%) (26+6= 32 kraamkasten) 3.2. Spoor 2 en spoor 3: Opstellen Pre-SMP en opstellen SMP De planning voor spoor 2 (pre-SMP) en spoor 3 (de SMP) is weergegeven in tabel 1. Tabel 1. Planning spoor 2 (pre-SMP) en spoor 3 (SMP) Actie Actiehouder Planning Besluitvorming college over plan van aanpak en Gemeenten Augustus / informeren gemeenteraad september 2024 Offerte uitvraag of Europese aanbesteding SMP Gemeente individueel of in September 2024 onderzoeken samenwerking Collegevoorstel opdrachtverstrekking uitvoering Gemeenten December 2024 SMP Subsidie aanvragen voor SMP Gemeenten December 2024 Pre-SMP vergunning aanvragen Gemeenten December 2024 Onderzoek SMP Adviesbureau met Januari 2025 – ondersteuning gemeenten januari 2027 (*) Door tekort aan experts/ecologen voor het uitvoeren van SMP-en kan de geplande opdrachtverstrekking en de uitvoering stagneren.

4. Communicatie/participatie Isoleerbedrijven dienen hun werkwijze conform de methode Natuur Vriendelijk Isoleren uit te voeren. We stellen woningeigenaren hiervan op de hoogte door dit op te nemen in de subsidieregelingen. Daarnaast informeren we inwoners door middel van de gemeentelijke website, folder duurzame regelingen en subsidies voor woningeigenaren en de maandelijkse duurzaam doen pagina in de Wereldregio. Tijdens het opstellen van een soortenmanagementplan vindt een veldonderzoek plaats in woonwijken. Dit onderzoek vindt o.a. plaats in de schemering waardoor inwoners dit als een verdachte activiteit kunnen zien. Voorafgaand aan het uitvoeren van het veldonderzoek communiceren we de locatie en het tijdstip via de gebruikelijke kanalen.

5. Financieel 5.1. Kosten en subsidie per spoor De compensatieopgave per gemeente in het kader van de gedragscode NVI (spoor 1) is weergegeven in bijlage 1 tabel 1. Voor Schouwen-Duiveland is dit 32 kraamkasten (€ 16.000). De provincie Zeeland financiert het compensatieplan. Hiervoor loopt momenteel een aanbesteding. Op basis van een modelberekening heeft de provincie de compensatieopgave in het kader van het preSMP (spoor 2) berekend. De compensatietaakstelling pre-SMP voor de gemeente Schouwen-Duiveland is weergegeven in bijlage 2 tabel 1. De opgave voor de gemeente Schouwen-Duiveland is 89 kraamkasten. Een kosten indicatie is weergegeven in bijlage 2 tabel 2.

Voor de compensatietaakstelling heeft de provincie een subsidie beschikbaar. Het subsidiebedrag voor de gemeente Schouwen-Duiveland is € 45.288. De locatiebepaling en het compensatieplan worden gefinancierd door de provincie. Op basis van een marktverkenning is heeft de provincie een inschatting gemaakt van de kosten voor het opstellen van het soortenmanagementplan per Zeeuwse gemeente. Het overzicht is te zien in bijlage 3 tabel 1. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland worden de kosten geschat op 560.639. Vanuit het Rijk is een Specifieke Uitkering beschikbaar. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland is deze bijdrage € 185.639. Dit betekent dat de uiteindelijke kosten voor de gemeente Schouwen-Duiveland € 375.000 zijn. De kosten en subsidies per spoor zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2. Kosten en subsidies per spoor Spoor

Omschrijving

1: gedragscode NVI

-

2: pre-SMP

-

3 SMP

Totale Kosten (in Euro)

Compensatie 32 kraamkasten en plaatsing Compensatie 89 kraamkasten Locatiebepaling Plaatsen kraamkasten

Subsidie (in Euro)

16.000

-

Kosten gemeente (in Euro) 16.000

53.105

45.288

7.817

8.788

8.788

0

36.500

Veldonderzoek door ecologisch bureau

Totaal

36.500

560.639

185.639

375.000

666.244

239.715

435.317

5.2. Gemeentelijke kosten per spoor per jaar. De gemeentelijke kosten per spoor per jaar per zijn weergegeven in tabel 3. De kosten voor de compensatietaakstelling van de gedragscode NVI vinden plaats in 2024. De compensatieopgave in het kader van het pre-SMP vinden in 2025 plaats. Het opstellen van een soortenmanagementplan wordt verdeeld over de jaren 2025 en 2026. Een overzicht van de gemeentelijke kosten per jaar per spoor is te zien in tabel 3. Tabel 3. Gemeentelijke kosten per jaar per spoor Gedragscode NVI Pre-SMP SMP Monitoring TOTAAL

2024 € 16.000 -

€ 16.000

2025 € 44.317 € 187.500 pm € 231.817

2026 -

2027 - 2037 -

€ 187.500 pm € 187.500

pm pm

5.3. Dekking van de kosten De financiële consequenties voor het opstellen van een soortenmanagementplan van € 375.000, waarvan € 187.500 voor 2025 en € 187.500 voor 2026, betrekken we bij de integrale afweging bij de begrotingsvoorbereiding van meerjarenbegroting 2025-2028. De compensatie maatregelen in het kader van de gedragscode NVI van 32 kraamkasten (€ 16.000) en de compensatie maatregelen in het kader van het pre-SMP van 89 kraamkasten (€ 44.317) dekken we uit de Specifieke Uitkering die we hebben ontvangen in het kader van het Nationale Isolatie Programma (NIP).

6. Beoogd resultaat De beoogde resultaten zijn als volgt: • Het verkorten van vergunningstrajecten voor woningrenovatie en isolatie; • het verkrijgen van een 10 jarige-omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit van de Omgevingswet; • gebruik mogen maken van een flora en fauna vergunning voor woningisolatie op basis van een preSMP; • het verkrijgen van inzicht in populaties van beschermde diersoorten en de mogelijkheden voor bescherming.

7. Risico 7.1. Gebrek aan capaciteit bij ecologische bureaus Gebrek aan capaciteit bij bureaus voor het opstellen van een SMP. Op dit moment houden bijna alle 342 gemeenten in Nederland zich bezig om een SMP te verkrijgen. Hierdoor is de vraag naar ecologische adviesbureaus die SMP onderzoek kunnen doen enorm toegenomen. Daardoor zijn ook de kosten voor het uit laten voeren van dit onderzoek toegenomen en is het niet in alle gevallen mogelijk om dit onderzoek spoedig uit te laten voeren. De eerste mogelijkheid om het veldonderzoek op te starten is waarschijnlijk in het voorjaar van 2025. Hoe langer gewacht wordt met de aanbesteding hoe langer het duurt voordat een bureau kan beginnen. Het gebrek aan capaciteit bij bureaus zorgt er ook voor dat de bureaus niet alle opdrachten kunnen accepteren. Het is bekend dat er meerdere aanbestedingstrajecten zijn gevolgd in andere provincies, waarbij geen enkel bureau zich heeft ingeschreven. Voor de gemeenten in Zeeland is dit een reëel risico. 7.2. Hogere kosten bij de uitvoering Wanneer geschikte gevels voor kraamkasten ontbreken kunnen ondersteunende paalconstructies nodig zijn. Door de hoogte hiervan zal in veel gevallen een vergunningsplicht voor deze kraamkasten van toepassing zijn. Dit kan de kosten verhogen.

Door het ophangen kraamkasten aan een gevel kan (bijvoorbeeld bij onderhoud of verduurzaming aan die gevel) de noodzaak ontstaat om hiermee rekening te houden of in uiterste gevallen deze kraamkast elders te compenseren. Dit kan de kosten verhogen.

Bijlage 1. Achtergrond informatie werkwijze natuurvriendelijk isoleren 1. Inleiding Vanaf 17 mei 2024 is de landelijke aanpak natuurvriendelijk isoleren (NVI) gestart. Hiermee krijgen isolatiebedrijven die werken volgens de methode NVI en daarvoor de training hebben gevolgd ruimte voor het natuurvrij maken van woningen. Vervolgens worden deze woningen geïsoleerd. Deze landelijke aanpak geldt voor spouwmuurisolatie (ook borstweringen), dakisolatie (binnen en buiten) en buitenmuurisolatie.

2. Landelijk gedragscode Naar verwachting zal deze werkwijze eind 2024 door het Rijk juridisch verankerd worden met een vrijstelling op basis van een landelijke gedragscode. Isolatiebedrijven met werknemers die de cursus voor de methodiek NVI hebben afgerond zijn te vinden op de website https://www.natuurvriendelijkisoleren.nl/woningeigenaar/ . Vanaf 1 augustus 2024 is er een landelijke meldingsapplicatie beschikbaar, waar bedrijven de te isoleren woningen in registreren. Gemeenten krijgen toegang tot deze meldingsapplicatie. Gedurende de landelijke aanpak, kan maximaal 6 % van de DEFG-woningen per CBS-buurt geïsoleerd worden, met de volgende fasering: 2024 => max 3%, 2025 => max. 2%, 2026 => max. 1%.

3. Compenserende maatregelen gemeente Tijdens de landelijke aanpak wordt gemeenten gevraagd om compenserende maatregelen te nemen. In tabel 1 is per gemeente berekend wat de compensatieopgave is. Tabel 1. Compensatieopgave per gemeente. Gemeente Gemeente Borsele

Verblijfplaatsen

Gemeente Goes

16

Gemeente Hulst

23

Gemeente Kapelle

9

Gemeente Middelburg

11

Gemeente Reimerswaal

14

Gemeente Terneuzen

31

Gemeente Tholen

14

Gemeente Veere

20

Gemeente Vlissingen

10

Gemeente Schouwen-Duiveland

32

Gemeente Noord-Beveland

12

Gemeente Sluis

29

TOTAAL

239

18

Het gaat hier om het plaatsen van kraamverblijven voor vleermuizen. Het advies is om deze compensatieopgave toe te voegen aan de reeds berekende compensatietaakstelling voor de Pre-SMP’s. Zo kunnen deze werkzaamheden gecombineerd worden uitgevoerd. In lijn met het geschetste tijdspad voor het landelijk percentage bestaat de mogelijkheid om de alternatieve verblijfplaatsen gefaseerd te plaatsen door gemeenten. Dat betekent het volgende: · Voor 1 februari 2025 80% van de compensatieopgave. Dit komt voor Schouwen-Duiveland neer op 26 kasten. · Voor 1 april 2026 100% van de compensatieopgave (80%+20%) Dit komt voor Schouwen-Duiveland neer op 6 kasten.

Het compensatieplan (locatiebepaling) wordt door de Provincie Zeeland bekostigd en gecoördineerd. Hiervoor loopt nu een aanbesteding bij een drietal ecologisch bureaus.

4. Compenserende maatregelen particulieren Bij het natuurvriendelijk isoleren van een woning zorgt het isolatiebedrijf voor een nieuwe verblijfplaats voor de dieren. Dit doen ze door een ruimte in de spouw van maximaal 1x1 meter vrij te houden. Dit gebeurt met behulp van een spouwborstel die het isolatiemateriaal op deze plek tegenhoudt. Het spouwverblijf komt zo hoog mogelijk in de spouwmuur, tegen het dak. Daar waar van toepassing wordt ook voor huismussen en gierzwaluwen gecompenseerd.

Bijlage 2. Achtergrondinformatie pre-soortenmanagementplan (pre-SMP) 1. Inleiding Met een soortenmanagementplan (SMP) maakt een gemeente op basis van uitgebreid ecologisch onderzoek een biodiversiteitplan voor de gehele gemeente. Zo’n plan voorziet niet alleen in de wettelijke bescherming van kwetsbare dieren, maar ook in een “plus” voor duurzame bescherming van populaties. Hiermee kan een gemeente een gebiedsgerichte omgevingsvergunning aanvragen bij de provincie. Omdat het opstellen van een SMP tot twee jaar kan duren kunnen gemeenten, en hun inwoners, tijdens de onderzoeksperiode gebruik maken van een pre-soortenmanagementplan (pre-SMP). De provincie kan op basis van dit pre-SMP een tijdelijke gebiedsgerichte omgevingsvergunning verlenen. Hoe dit werkt is vastgelegd in de pre-SMP methodiek. De methodiek van het natuurvriendelijk isoleren is opgesteld door de provincie Utrecht en verwerkt in de pre-SMP methodiek. Voor de ontwikkeling ervan is een uitgebreide juridische analyse gemaakt om ervoor te zorgen dat het instrument voldoet aan de eisen van de Wet natuurbescherming .Deze methodiek wordt nu landelijk toegepast. Het pre-SMP is een modelmatige analyse gericht op het beschermen van vleermuizen en broedvogels die nadelige gevolgen kunnen ondervinden van bijvoorbeeld spouwmuur isolatie, dak isolatie of buitenmuur isolatie.

Het natuurvriendelijk isoleren geldt voor de meest voorkomende gebouwbewonende soorten, namelijk huismus, gierzwaluw en een aantal vleermuissoorten. In de modelmatige analyse wordt berekend hoeveel nest- en verblijfplaatsen er gecompenseerd moeten worden. De gemeente moet hiervan alleen de kraamverblijfplaatsen van vleermuizen compenseren.

2. Werkwijze pre-SMP Een pre-SMP bestaat uit twee fasen: Fase 1 • Uitvoeren van modelmatige inschatting van populaties en verblijfplaatsen per woonkern • Opstellen compensatieplan • Aanbesteding SMP • Aanvragen gebiedsgerichte omgevingsvergunning pre-SMP bij provincie • Tijdelijke vergunning voor 2 jaar • Compenseren grote kraamverblijfplaatsen. Voor gemeente Schouwen-Duiveland betreft dit 89 alternatieve kraamvoorzieningen. • Aanvragen subsidie voor kraamvoorzieningen • Deel van woningbestand kan natuurvriendelijk geïsoleerd worden. Fase 2 • Uitvoeren SMP-onderzoek (zie bijlage 3)

3. Voorwaarden pre-SMP Voorwaarden voor een pre-SMP zijn: • Enkel ten behoeve van particuliere grondgebonden woningen in de bebouwde kom. • Enkel voor isolatie van spouwmuur (en borstwering), dak (binnen en buiten), buitenmuur (binnen en buiten) en plaatsen zonnepanelen. • Er is een meldingsplicht van toepassing voor de isoleerbedrijf • Medewerkers van de isoleerbedrijven hebben een trainingsplicht. • Voor gemeenten geldt een compensatieplicht volgens het compensatieplan. • De gemeente ontwikkelt binnen 2 jaar een kwalitatief goed SMP.

4. Compensatietaakstelling pre-SMP Zeeland Aan de hand van een model is de populatie berekend van gebouwbewonende vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen in elke gemeente. Ditzelfde model geeft inzicht in hoeveel van deze nest- en verblijfplaatsen voor bovengenoemde soorten kunnen worden vernield onder het Pre-SMP. Dit moet worden gecompenseerd. De gemeenten hoeven alleen de kraamverblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen te compenseren onder het pre-SMP. Hieronder staat per gemeente aangegeven hoeveel kraamverblijven per soort er tenminste gecompenseerd moeten worden door gemeenten om in fase 1 van het pre-SMP maximaal 10% per CBSbuurt te isoleren volgens de methodiek natuurvriendelijk isoleren. Voor de gewone dwergvleermuis en laatvlieger is dit per woonkern aangegeven. Voor de baardvleermuis en gewone grootoorvleermuis is dit per gemeente aangegeven. Op basis van veldonderzoek naar de aanwezigheid van kraamverblijfplaatsen (mede voor een volledige SMP) kan de compensatietaakstelling bijgesteld worden. Vervolgens kan er in fase 2 van het pre-SMP maximaal 30% van het woningbestand geïsoleerd worden. De compensatietaakstelling pre-SMP voor de gemeente Schouwen-Duiveland is weergegeven in tabel 1. Tabel 1.

Compensatieopgave pre-SMP gemeente Schouwen-Duiveland Woonkern Gewone Laatvlieger Baardvleermuis dwergvleermuis Brouwershaven Bruinisse Burgh-Haamstede Dreischor Ellemeet Kerkwerve Looperskapelle Nieuwerkerk Nieuw-Haamstede Noordgouwe Noordwelle Oosterland Ouwerkerk Renesse Scharendijke Schuddebeurs Serooskerke (SchouwenDuiveland) Sirjansland

2

1

3

1

6

2

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

2

1

Gewone grootoorvleermuis

1 2

Westenschouwen Zierikzee Zonnemaire TOTAAL

2

1

2

1

7

3

2

1

52

24

8

5

5. Kostenindicatie compenserende maatregelen pre-SMP De provincie Zeeland heeft een kostenindicatie opgesteld voor de compensatiemaatregelen. Voor de gemeente Schouwen-Duiveland zijn de kosten voor 89 kraamkasten als volgt: Tabel 2. Kostenindicatie compenserende maatregelen pre-SMP Omschrijving 89 kraamkasten Locatiebepaling Indicatie ophangen kraamkasten Totaal

Kosten (in euro) 53.105 8.788 36.500 98.393

6. Provinciale subsidie compenserende maatregelen. Voor de compensatie die benodigd is vanuit het pre-SMP is subsidie beschikbaar ter hoogte van €221.087. De Provincie Zeeland voegt hier een bedrag van €100.000 aan toe om tegemoet te komen aan de extra compensatie die de gemeente moet plaatsen vanuit de landelijke aanpak. Het beschikbare subsidiebedrag per gemeenten is weergegeven in tabel 3. Tabel 3. Subsidiebedrag compenserende maatregelen pre-SMP per gemeente. Gemeente Gemeente Borsele

Verblijfplaatsen

Percentage

Subsidie

51

8% €

25.952

Gemeente Goes

36

6% €

18.319

Gemeente Hulst

70

11% €

35.620

Gemeente Kapelle

18

3% €

9.159

Gemeente Middelburg

24

4% €

12.213

Gemeente Reimerswaal

33

5% €

16.792

Gemeente Terneuzen

86

14% €

43.761

Gemeente Tholen

39

6% €

19.845

Gemeente Veere

53

8% €

26.969

Gemeente Vlissingen

19

3% €

9.668

Gemeente Schouwen-Duiveland

89

14% €

45.288

Gemeente Noord-Beveland

24

4% €

12.213

Gemeente Sluis

89

14% €

45.288

Totaal

631

100% € 321.087

Bijlage 3. Werkwijze soortenmanagementplan (SMP) 1. Inleiding Met een soortenmanagementplan (SMP) maakt een gemeente op basis van uitgebreid ecologisch onderzoek een biodiversiteitplan voor de bebouwde kom in de gehele gemeente. Zo’n plan voorziet niet alleen in de wettelijke bescherming van kwetsbare dieren, maar ook in een “plus” voor duurzame bescherming van populaties. Met dit soortenmanagementplan kan een gemeente een gebiedsgerichte omgevingsvergunning aanvragen bij de provincie.

2. Werkwijze SMP Een deel van de werkzaamheden voor het opstellen van een SMP zijn benoemd als onderdeel van het pre-SMP (zie bijlage 2). In aanvulling van de werkzaamheden van het pre-SMP dient een aanbesteding uitgevoerd te worden. Aanbesteding uitvoeren en opdracht verstrekken ten behoeve van het opleveren van een soortenmanagementplan (SMP) conform de ‘handleiding Opstellen Soorten Management Plan’ en ‘Gebiedsgerichte ontheffingsaanvraag van de provincie Utrecht’ en de beleidsregels van de provincie Zeeland met daarin een soortgericht veldonderzoek en rapportage, mitigatie- en compensatieplan, monitoringsplan en een management- en administratieplan. Periodiek is ecologisch onderzoek nodig om het SMP te actualiseren. Hier zijn kosten mee gemoeid.

3. Kosten SMP Om voorafgaand aan de aanbesteding inzicht te krijgen in de kosten van een SMP-onderzoek heeft de provincie Zeeland twee bureaus benaderd voor het opgeven van een kostenraming. In tabel 1. worden de kostenramingen per gemeente en de subsidie SPUK vermeld: Tabel 1. Kostenraming opstellen SMP en subsdiemogelijkheden Raming SWECO Raming Ecoresult

Subsidie SPUK

Kosten gemeenten

Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen

€ € € € € € € € € €

300.489,75 474.457,50 490.272,75 158.152,50 474.457,50 126.522,00 300.489,75 569.349,00 537.718,50 822.393,00

Tholen

€

Veere

€

296.250,00 509.550,00 450.300,00 154.050,00 556.950,00 118.500,00 296.250,00 556.950,00 474.000,00 817.650,00 284.400,00

€ € € € € € € € € €

138.193,00 160.630,00 166.006,00 93.551,00 219.919,00 89.967,00 123.624,00 185.639,00 166.473,00 277.415,00

€ € € € € € € € € €

160.176,88 331.373,75 304.280,38 62.550,25 295.784,75 32.544,00 174.745,88 377.510,50 339.386,25 542.606,50

268.859,25

€ € € € € € € € € € €

€

138.115,00

€

138.514,63

332.120,25

€

272.550,00

€

155.566,00

€

146.769,13

438.450,00

€

207.687,00

€

201.321,00

5.225.850,00

Vlissingen

€

379.566,00

€

Totaal

€ 5.234.847,75

€

€ 2.122.785,00

€ 3.107.563,88

4. Impact SMP Op basis van het veldonderzoek en het succes van de eerder geplaatste nestkasten wordt een mitigatieen compensatieplan opgesteld. Hierin kunnen de volgende maatregelen benoemd worden: - Plaatsen van extra verblijfs- en/of nestkasten - Aanpassen openbare verlichting naar vleermuisvriendelijke verlichting - Aanpassen openbaar groen/vegetatie - Aanpassen waterlopen Het uitvoeren van deze mitigatie- en compensatiemaatregelen dienen tijdens de looptijd van de SMP (10 jaar) gepland te worden

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14512021/1