2024.226 VNG - Bijlage 2 Implementatiehandleiding mdv werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 (1138154)
Tekst van het document
Implementatiehandleiding model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 Andere kabels en leidingen dan telecommunicatiekabels naar omgevingsplan Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden en gemeenten moeten bepaalde verordeningen in verband hiermee aanpassen. Om gemeenten daarin te ondersteunen, heeft de VNG handreikingen opgesteld. Een van die handreikingen heeft betrekking op de model Verordening werkzaamheden kabels en leidingen die in 2013 door de VNG tot stand is gebracht.
In de handreiking is kenbaar gemaakt dat de model Verordening werkzaamheden kabels en leidingen 2013 regels bevat die de fysieke leefomgeving wijzigen en dat die regels na 1 januari 2024 een plaats moeten krijgen in het omgevingsplan. Het gaat dan om de regels uit de model Verordening werkzaamheden kabels en leidingen 2013 die gaan over de melding of vergunning die verplicht is voor het aanleggen, in stand houden en opruimen van andere kabels en leidingen dan telecommunicatiekabels.
Gemeenten kunnen de overgangsperiode, die loopt tot 1 januari 2032, benutten om de regels over andere kabels en leidingen dan telecommunicatiekabels in het omgevingsplan op te nemen. Om gemeenten daarin te ondersteunen heeft de VNG algemene voorbeeldregels opgesteld in de vorm van staalkaarten. Die staalkaarten kunnen gemeenten gebruiken om hun omgevingsplan vorm te geven.
Verordening voor telecommunicatiekabels De regels uit de model Verordening die betrekking hebben op telecommunicatiekabels kunnen op grond van artikel 1.4 van de Omgevingswet geen plaats krijgen in het omgevingsplan. Dit omdat de Telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde model Verordening in een uitputtende regeling voorziet voor de belangen die de Telecommunicatiewet beoogd te beschermen. Zie hierover meer in de handreiking: https://vng.nl/nieuws/handreiking-verordening-kabels-enleidingen-en-omgevingsplan#:~:text=De%20Handreiking%20verordening %20werkzaamheden%20kabels,worden%20opgenomen%20in%20het %20omgevingsplan.
Omdat telecommunicatiekabels buiten het omgevingsplan vallen, moeten gemeenten daarvoor een aparte verordening opstellen. Om gemeenten daarin te faciliteren heeft de VNG een nieuwe model Verordening opgesteld. Deze handleiding licht daarbij toe hoe gemeenten deze model Verordening kunnen implementeren.
Daarbij wordt opgemerkt dat op 11 mei 2024 de Europese Gigabit Infrastructuur Verordening aangenomen is. Deze Europese verordening treedt medio november 2025 in werking en is gericht op het verlagen van de kosten en het versnellen van de implementatie van gigabitnetwerken. Deze Europese verordening heeft ook gevolgen voor de model Verordening inzake telecommunicatiekabels, maar de model Verordening zal pas in de loop van 2025 aan de hand van Europese verordening worden aangepast. Voor nu wordt volstaan met de wijzigingen die uit de Omgevingswet voortvloeien.
De model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 is dus ook een beleidsarme omzetting van de regels die in de huidige model Verordening werkzaamheden kabels en leidingen 2013 staan. Het enige wat anders is, is dat de nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 zich volledig richt op de melding die verplicht is voor het aanleggen, in stand houden en opruimen van telecommunicatiekabels in openbare gronden en de afweging die daarbij wordt gemaakt.
Doel model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 De Telecommunicatiewet vormt de wettelijke basis voor de nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024. Op grond van de Telecommunicatiewet is het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) belast met de coördinatie van werkzaamheden in of op openbare gronden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van telecommunicatiekabels en het bevorderen van het medegebruik van voorzieningen.
Om het college in staat te stellen invulling te geven aan deze taak is in de eerste plaats in de Telecommunicatiewet bepaald dat voor het uitvoeren van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van telecommunicatiekabels de instemming van het college nodig is.
Verder is geregeld dat de gemeenteraad met betrekking tot het verrichten van deze werkzaamheden bij verordening regels vaststelt. Ook die regels hebben als doel het college in staat te stellen de werkzaamheden te coördineren en het
medegebruik van voorzieningen te bevorderen. Dit bijvoorbeeld door het college de bevoegdheid te geven nadere regels vast te stellen of te bepalen welke gegevens bij een verzoek om instemming aan het college moeten worden verstrekt.
Inhoud model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 In de toelichting op de nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 is ingegaan op de wijze waarop hier in het model invulling aan is gegeven. Daarbij staat het algemeen deel van de toelichting in de eerste plaats stil bij het wettelijk kader rond de instemming die nodig is.
Verder wordt in het algemeen deel van de toelichting ook aandacht besteed aan het doel van de model Verordening en is uitgewerkt wat er onder telecommunicatie-kabels en medegebruik wordt verstaan. Op dat punt wordt dan ook naar de toelichting op de nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatie-kabels 2024 verwezen.
Inhoud implementatiehandleiding Deze implementatiehandleiding staat alleen stil bij die onderdelen van de nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 die nog een keuze van gemeenten vragen. Dit betreft artikel 1, 3, 4, 5 en 7 van de nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024. Hieronder wordt daar nader op ingegaan.
Artikel 1: werkzaamheden van niet-ingrijpende aard De Telecommunicatiewet schrijft voor dat de door de gemeenteraad vastgestelde verordening een onderscheid maakt tussen werkzaamheden van ingrijpende en werkzaamheden van niet-ingrijpende aard (artikel 5.4, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet). Daarbij geldt dat voor ingrijpende werkzaamheden meer eisen en voorwaarden gelden dan voor niet-ingrijpende werkzaamheden.
Tegen die achtergrond is in artikel 1 van de nieuwe model Verordening een definitie van niet-ingrijpende werkzaamheden opgenomen. Van niet-ingrijpende werkzaamheden is volgens de Verordening in elk geval sprake als het om werkzaamheden inzake de aanleg, instandhouding of opruiming van een netwerkaansluitpunt als bedoeld in artikel 1.1 van de Telecommunicatiewet gaat met geringe impact op de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid en de inrichting van de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur. Het gaat dan
dus om een aansluiting waarop een enkele eindgebruiker de toegang tot een elektronisch communicatienetwerk wordt geboden en de verdere gevolgen ook beperkt zijn.
De nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 biedt daarbij de mogelijkheid om de definitie aan te vullen en ook andere werkzaamheden als werkzaamheden van niet-ingrijpende aard aan te merken. Het is aan gemeenten om daar invulling aan te geven. Te denken valt aan werkzaamheden die zien op een beperkt aantal eindgebruikers of een beperkt aantal meters kabel die eveneens een gering impact op de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid en de inrichting van de ondergrondse en bovengrondse infrastructuur hebben.
Artikel 3 Nadere regels De nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 biedt het college de ruimte om ten aanzien van de uitvoering van werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van telecommunicatiekabels nadere regels te stellen. Voor die nadere regels is van belang dat er sinds 2013 in zowel gemeentelijke verordeningen ondergrondse infrastructuur (AVOI of AVKL) als gemeentelijke handboeken relevante regels zijn opgenomen die ook van toepassing zijn op telecommunicatiekabels. Die regels kunnen onder andere een plaats krijgen in de nadere regels die het college op basis van de nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 kan vaststellen.
Artikel 4 Termijnen Artikel 4 van de nieuwe model Verordening voorziet in termijnen voor het melden van het voornemen om werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van telecommunicatiekabels uit te voeren. Het is daarbij aan gemeenten om de duur van die termijnen te bepalen. Op grond van artikel 5.4, vijfde lid, van de Telecommunicatiewet moeten gemeenten daarbij echter wel een onderscheid maken tussen reguliere en niet-ingrijpende werkzaamheden.
In de nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 is voorgesteld om voor te schrijven dat voor het melden van reguliere werkzaamheden een termijn van acht weken geldt. Dit is de langst mogelijke termijn op grond van de wet. Een termijn van méér dan acht weken is niet toegestaan. Bij het melden van niet-ingrijpende werkzaamheden is het voorstel om met een termijn van vijf werkdagen te volstaan. Het is echter aan de
gemeente om hierin een keuze te maken. Voor deze termijn staat er in de wet geen minimum of maximum.
In het verlengde daarvan is het voorstel om in de nieuwe model Verordening te bepalen dat het college binnen vijf werkdagen op een melding inzake nietingrijpende werkzaamheden moet reageren. Voor het instemmingsbesluit inzake reguliere werkzaamheden geldt op grond van artikel 5.4, tweede lid, van de Telecommunicatiewet een termijn van acht weken (of na verdaging 16 weken).
Artikel 5. Gegevensverstrekking In artikel 5.4, vierde lid, onder b, van de Telecommunicatie staat dat de gemeenteraad in de verordening in elk geval regels moet opnemen die betrekking hebben op de gegevens die bij de melding moeten worden verstrekt. Artikel 5 van de nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 geeft daar invulling aan en werkt ook uit welke informatie het uitvoeringsplan moet bevatten dat de Telecommunicatiewet verplicht stelt. Het is aan de gemeente om te bepalen of de bepaling in de nieuwe model Verordening voldoende is of dat bij een melding nog aanvullende gegevens moeten worden verstrekt.
Artikel 7. Ernstige belemmeringen en storingen Als vanwege ernstige belemmeringen of storingen in het functioneren van het communicatienetwerk met spoed werkzaamheden aan telecommunicatiekabels nodig zijn, dan kan de aanbieder volstaan met een melding aan de burgemeester conform artikel 5.6, eerste lid, van de Telecommunicatiewet. De burgemeester beslist dan onverwijld of er aanleiding is de werkzaamheden niet te laten plaatsvinden. De melding kan ook plaatsvinden bij een ambtenaar die daar door de burgemeester toe is aangewezen. Indien de melding heeft plaatsgevonden bij deze ambtenaar, dan stelt deze de burgemeester daarvan zo spoedig mogelijk in kennis. De spoedprocedure is alleen aan de orde bij vrees voor het ontstaan van gevaar (zie artikel 5.6, derde en vierde lid).
Op grond van artikel 5.6, vijfde lid, van de Telecommunicatie kan de gemeenteraad in verband met de veiligheid in de verordening bepalen dat deze spoedprocedure niet op alle delen van de gemeente van toepassing is. Artikel 7 van de nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 biedt daar ruimte voor. Het is daarbij aan gemeenten om te bepalen of het nodig is om een uitzondering op de spoedprocedure te maken en zo ja, voor welke delen van de gemeente dit geldt.
Tegen die achtergrond is in artikel 7 van de nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 geregeld dat de gemeenteraad in een bijlage bij de verordening die delen van de gemeente opneemt waarvoor de spoedprocedure niet geldt. Een andere optie is dat de gemeenteraad het college de bevoegdheid geeft om die delen van de gemeente aan te wijzen. In beide gevallen geldt dat onderbouwd moet worden waarom die spoedprocedure in de aangewezen gebieden niet geldt en er dus aanleiding is om van de verordening en wet af te wijken.
Omdat het voor een gemeente wel van belang is om te weten welke werkzaamheden precies binnen de spoedprocedure zijn uitgevoerd, is tot slot in artikel 7, tweede lid, van de nieuwe model Verordening werkzaamheden telecommunicatiekabels 2024 geregeld dat er na de beëindiging van de werkzaamheden een uitvoeringsverslag aan het college moet worden verstrekt. Het is aan gemeenten om te bepalen welke termijn daarvoor geldt. Voorgesteld is om voor het indienen van het uitvoeringsverslag eveneens een termijn van acht weken te hanteren.