CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2024.185 Bijlage 1 Afsprakenkader ouderenhuisvesting Zeeland

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Afsprakenkader ouderenhuisvesting Zeeland Om ervoor te zorgen dat ouderen zo lang mogelijk prettig en gezond thuis kunnen blijven wonen, zijn er voldoende woningen geschikt voor ouderen nodig. Het programma Wonen en Zorg voor Ouderen wijst uit dat van 290.000 woningen geschikt voor ouderen bestaat als onderdeel van de 900.000 nieuw te bouwen woningen. Daarvan zijn 170.000 woningen nultredenwoningen, 80.000 geclusterde woningen en 40.000 zorggeschikte woningen. Op landelijk niveau zijn afspraken gemaakt met Aedes dat corporaties zich inspannen voor de bouw van 40.000 geclusterde woningen en 20.000 zorggeschikte woningen in de sociale huur (50%). De Tweede Kamer vraagt bouwers om geclusterde woonvormen zoveel mogelijk dementievriendelijk in te richten. De handreiking ‘geclusterde woonvormen voor senioren’ van Platform 31 biedt handvatten voor dementievriendelijke bouw. Deze landelijke opgave geeft richting, maar vraagt om regionale uitwerking en uitvoering. In het kader van de woondeals wil het Rijk samen met medeoverheden, corporaties en zorgkantoren de regionale opgave ouderenhuisvesting vaststellen. De opgave aan ouderenhuisvesting zal onderdeel worden van het gemeentelijk volkshuisvestingprogramma, waarvan beoogd is dat elke gemeente dit programma in 2026 heeft opgesteld. Naast de opgave voor wonen en zorg voor ouderen ligt er ook een opgave voor aandachtsgroepen.

In het programma Weer Thuis worden ouderen ook genoemd als aandachtsgroep. Vanwege de grootte van deze groep ouderen en de urgentie van passende huisvesting en zorg, loopt dit programma sneller dan dat van de overige aandachtsgroepen. Momenteel vindt een inventarisatie plaats over (1) welke partijen samenwerken rond welke aandachtsgroepen, (2) voor welke aandachtsgroepen wonen en zorg afdoende in beeld is gebracht en (3) welke kennis nog ontbreekt. Een advies wordt in het najaar 2024 verwacht. In de tussentijd lopen zowel de trajecten ouderen als aandachtsgroepen en vindt onderlinge afstemming plaats, met het uiteindelijke doel deze met elkaar te vervlechten.

1. De regionale ouderenopgave en een verdeling naar lokaal niveau per type ouderenhuisvesting In de Zeeuwse woondeal is opgenomen dat specifieke aandacht nodig is voor de ondersteuning van de woonbehoeften van ouderen. Daarbij is benoemd dat het regionale (Zeeuwse) aandeel in deze opgave 6.800 nultredenwoningen en 1.600 geclusterde woonvormen betreft. Tevens is in de woondeal opgenomen dat deze regionale opgave aan ouderenhuisvesting per woningtype wordt verdeeld naar gemeentelijk niveau. Dit Afsprakenkader bevat deze verdeling per woningtype nultreden-, geclusterde en zorggeschikte woningen per gemeente en is dus een uitwerking van eerder gemaakte afspraken in de Zeeuwse woondeal. Deze woningen beslaan een netto uitbreidingsopgave die in beginsel onderdeel vormt van de 16.500 nieuwbouwwoningen waarover afspraken zijn gemaakt in de Zeeuwse woondeal. In deze woondeal zijn aantallen te bouwen (nultreden)woningen opgenomen (bruto-cijfers) op provinciaal niveau. In dit afsprakenkader leggen wij de aantallen vast van daadwerkelijk toe te voegen nultreden-, geclusterde en zorggeschikte woningen per gemeente (netto-cijfers).

Een deel van deze opgave ouderenhuisvesting kan ook in de bestaande voorraad worden gerealiseerd door reguliere woningen aan te passen naar de drie woningtypes voor ouderen. Hiermee kan de beoogde nieuwbouw ook voor andere doelgroepen worden ingezet. De netto opgave uit de woondeals blijft daarmee onveranderd ten opzichte van de gemaakte afspraken in de woondeal, maar geeft wel ruimere mogelijkheden voor lokale invulling. In bijlage 1 is de verdeling tot en met 2030 per gemeente opgenomen. Deze verdeling wordt verder uitgewerkt in de lokale volkshuisvestingsprogramma’s. De komende jaren zullen we de uitwerking van de opgave monitoren en waar nodig in goed overleg bijstellen. In bijlage 2 staan de definities van de woontypen ouderenhuisvesting, zoals deze in het Bestuurlijk Overleg Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening zijn vastgesteld. Voor de opgave aan geclusterde woningen en zorggeschikte woningen is het uitgangspunt bouwen naar behoefte. De exacte prijsklassen zijn nog niet bekend. De reden hiervan is dat diverse projecten nog verder weg in de tijd liggen, waardoor deze verfijningsslag nog niet te maken is met de huidige status van projecten. We hanteren de geldende afspraken uit de nationale prestatieafspraken tussen het Rijk en de woningcorporaties die in 2023 zijn gesloten. Deze uitsplitsing geldt voor alle gemeenten in Zeeland.

Dit betekent dat de opgave aan nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen in de volgende prijsklassen is uitgesplitst zoals hieronder in de tabel opgenomen. Deze opgave is afgestemd met corporaties, zorgkantoor en zorgaanbieders. Dit betekent dat de markt verantwoordelijk is voor het overige deel van de opgave. Hierbij geldt ook dat een deel in de middenhuur categorie zal landen. De concretisering van deze invulling wordt eveneens verder uitgewerkt in de lokale volkshuisvestingsprogramma’s. Nultredenwoningen Geclusterde woningen Zorggeschikte woningen

Sociale huur (%) 30% 50% 50%

Overig (%) 70% 50% 50%

2. Check op de levering van verpleegzorg en aandeel sociale huur bij de woningbouwopgave Het maken van de afspraken omtrent de aantallen typen ouderenhuisvesting heeft plaatsgevonden in de regionale stuurgroepen wonen en zorg, waarbij ook de woningcorporaties en het CZ Zorgkantoor zijn aangesloten. Nadere uitwerking van deze woningbouwafspraken en bijbehorende prestatieafspraken worden verder uitgewerkt in regionale dan wel gemeentelijke uitvoeringsplannen. Corporaties hebben als kerntaak het huisvesten van mensen die niet zelfstandig in hun woonbehoefte kunnen voorzien. Corporaties staan aan de lat voor de realisatie van minimaal de helft van de geclusterde woningen en zorggeschikte woningen en stemmen dit af waar nodig af met zorg- en welzijnspartners voor de zorg en ondersteuning van ouderen.

3.

Inbedding van overlegstructuur wonen en zorg bij de woondeal- en versnellingstafel

In iedere regio in Zeeland is momenteel een bestuurlijke stuurgroep/overlegtafel actief op het gebied van wonen en zorg voor ouderen. Deelnemers zijn gemeenten, woningcorporaties, zorgkantoor en ouderenzorginstellingen, onder voorzitterschap van een wethouder. In deze overlegvormen zijn ook de aantallen voor de drie typen ouderenhuisvesting afgestemd en hier wordt ook de voortgang van de gemaakte afspraken in het Afsprakenkader gemonitord en worden knelpunten besproken. We streven naar minimaal drie bijeenkomsten per jaar. Na de oplevering van de inventarisatie betreffende aandachtsgroepen en in vervolg daarop een advies over onder andere hoe partijen in de toekomst het beste kunnen samenwerken voor alle aandachtsgroepen (inclusief ouderen), wordt de overlegstructuur wonen en zorg definitief ingevuld. Naar verwachting vindt dit plaats in het najaar van 2024.

4.

Wijze van monitoring en ijkmomenten voor toetsen van realisatie van de opgave

De planmonitor wonen Zeeland wordt jaarlijks geactualiseerd door de provincie Zeeland met aangeleverde plancapaciteit van de 13 Zeeuwse gemeenten. De woningtypen nultreden, geclusterd en zorggeschikt zijn al hieraan toegevoegd. Aansluitend op de actualisatie volgen minimaal twee maal per jaar gesprekken tussen provincie en gemeenten, aangevuld met corporaties. Dit overleg heeft mede als doel het bespreken van de voortgang van de woningbouw en ook de woningbouw voor ouderen. De gegevens uit de planmonitor wonen vormen input voor het monitoringstraject Woondeal. Deze monitoringscijfers worden gedeeld in de bestuurlijke overleggen met BZK.

5.

Procesafspraken over inzet doorstroming en het vinden van geschikte locaties

Het onderdeel doorstroming is benoemd als prioritair thema benoemd voor 2024 in de provinciale werkgroep wonen en zorg. Gemeenten, woningcorporaties, zorgkantoor en provincie werken aan een toolkit voor de doorstroming van ouderen in en naar sociale huurwoningen. In de tweede helft van 2024 willen we met betrokken partijen eenzelfde soort toolkit samenstellen voor de doorstroming van oudere particuliere woningeigenaren. De uitkomst van het door platform 31 uitgevoerde experiment, wat naar verwachting in de zomer van 2024 wordt gepubliceerd, dient hiervoor als basis.

Relatie tot lokaal zorgbeleid In het wetsvoorstel versterking regie op de volkshuisvesting is de verplichting beoogd voor gemeenten om afspraken over de huisvesting van mensen met een zorgvraag ook te verbinden aan afspraken over bijbehorende zorg en ondersteuning vanuit het sociaal domein en het Wmobeleidsplan. Over de realisatie van Wlz-zorg en thuiszorg in de gemeenten vindt (sub)regionale afstemming plaats met partners. De specifieke uitwerking van deze aanpak wordt nog nader bepaald.

Kritische succesfactoren Het realiseren van de woningbouwplannen zoals genoemd in de Zeeuwse Woondeal en daarmee de bouw van nieuwe woningen voor ouderenhuisvesting is complex en afhankelijk van diverse factoren. De in de Woondeal genoemde kritische succesfactoren als mobiliteit, kennis en capaciteit, stikstof, programmering en regio specifieke factoren, worden periodiek besproken aan de versnellingstafels. De levering van voldoende zorg bij de beoogde woningbouw van ouderenhuisvesting wordt hier als kritische succesfactor aan toegevoegd. De scheiding van wonen en zorg, waardoor zorg die voorheen intramuraal werd gegeven in de toekomst voor een deel extramuraal zal moeten plaatsvinden, legt toenemende druk op huisartsen en zorgpersoneel.

Bijlage 1 Verdeling opgave ouderenhuisvesting tot en met 2030 per gemeente

Nultredenwoningen Geclusterde woningen Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Totaal

80 600 95 230 283 100 140 405 185 370 270 85 440 3283

Zorggeschikte woningen 30 160 55 40 425 10 0 85 15 210 70 40 210 1350

50 120 72 35 160 30 45 95 40 125 50 30 120 972

Bijlage 2 Definities woningtypen ouderenhuisvesting. Deze definities zijn tot stand gekomen in de stuurgroep Landelijke monitor voortgang woningbouw en vastgesteld in het Bestuurlijk Overleg Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Nultredenwoning Nultredenwoningen zijn reguliere zelfstandige woningen die zowel intern als extern toegankelijk zijn voor een bewoner met een lichte mobiliteitsbeperking. Dit houdt in dat de woningen extern toegankelijk zijn zonder trap te lopen. Dit kan door afwezigheid van een trap, of door aanwezigheid van een lift. En dat de woonkamer, keuken, badkamer, toilet en minimaal 1 slaapkamer zich op één verdieping bevinden en daarmee zonder traplopen te bereiken zijn (intern toegankelijk). Deze woningen zijn toegankelijk bij oplevering van nieuwbouw en behoeven geen aanpassing meer. Bijvoorbeeld, een reguliere eengezinswoning die wordt aangepast met een traplift is geen nultredenwoning. Geclusterde woonvorm Geclusterde woningen zijn woningen die voldoen aan de definitie voor nultredenwoningen in een geclusterde woonvorm. Geclusterd betekent dat deze woonvormen ingericht zijn op het bevorderen van sociaal contact en gemeenschapsgevoel, waardoor eenzaamheid wordt tegengegaan en samenredzaamheid wordt bevorderd. Er moet daarom een ontmoetingsruimte inpandig aanwezig zijn of op loopafstand voor ouderen (bv. ca. 100 m).

Die ruimte moet gericht zijn op ontmoeting van bewoners en eventueel buurtbewoners en op een open en transparante basis te gebruiken zijn. Landelijk wordt bij clustering uitgegaan van een schaal van minimaal 12 woningen*. Daarnaast worden woningen in een geclusterde woonvorm voor minimaal 50% bestemd voor of met voorrang toegewezen aan 55+ers. Voorbeelden van geclusterde woonvormen kunnen onder andere hofjeswoningen, serviceflats, aanleunwoning en seniorenflats zijn (zie handreiking ‘geclusterde woonvormen voor senioren’ van P31 voor voorbeelden). Ook in dit type woning kan onder voorwaarden (Wlz) zorg geleverd worden. Zorggeschikte woning Zorggeschikte woningen zijn zelfstandige nultredenwoningen waarin Wlz-zorg geleverd kan worden voor bewoners en die onderdeel zijn van een geclusterde woonvorm (zie definitie nultredenwoningen en geclusterde woningen). Om alle vormen van zorg te kunnen leveren dienen deze wooneenheden en de woonvorm rolstoelgeschikt te zijn, met voldoende ruimte om zorg te verlenen. De woningen zijn dementievriendelijk ingericht**. Woningen die vallen onder de categorie BAT 3 of 4 en Woonkeur 6 vallen binnen deze definitie.

*Om monitoring landelijk vergelijkbaar te maken, gaan we bij monitoring uit van een minimum van 12 woningen, wat de minimale hoeveelheid is om samenredzaamheid te bevorderen. De schaal voor clustering kan in bv. kleine kernen lager liggen, maar deze worden bij monitoring dan niet geteld als geclusterde woning, maar als nultredenwoning. **Brancheorganisaties Actiz en Aedes hebben een ‘toolkit dementievriendelijk ontwerpen‘ ontwikkeld die hierbij gebruikt kan worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14330313/1