2024.159 Dhr. Busscher - Brandbrief aan raad inzake minicampings (1100917)
Tekst van het document
Brandbrief inzake besluit uitbreiding agrarische minicampings tevens te agenderen als bespreekstuk aan: de voorzitter van de Raadscommissie Ruimte en Economie en de fractievoorzitters van de raad cc: wethouder D.P.W. Joppe, daniel.joppe@schouwen-duiveland.nl gemeentesecretaris mw. S.J.A. Bronsveld, simone.bronsveld@schouwen-duiveland.nl
Vereniging van Onafhankelijke Minicampings Schouwen-Duiveland (i.o.) Schouwen-Duiveland, 7 juni 2024
Betreft: Bezwaar tegen aankomend besluit uitbreiding voor minicampings met alleen agrarische hoofdbestemming Geachte voorzitter, raadsleden, Namens de Vereniging van Onafhankelijke Minicampings Schouwen-Duiveland (i.o.) uiten wij met deze brandbrief onze ernstige zorgen over het besluit met nummer 1070538 dat het college van burgemeester en wethouders ter instemming aan de raad heeft voorgelegd. Het gaat om een besluit om de mogelijkheid tot uitbreiding van niet regulier kampeerterreinen – beter bekend als minicampings – uitsluitend toe te kennen aan minicampings met een agrarische hoofdbestemming. Het commissievoorstel dat daaraan ten grondslag ligt, is geenszins met de huidige minicampings besproken, ook niet door Vekabo ‘In Het Groen’. Instemming met het besluit door uw raad zal ingrijpende negatieve gevolgen hebben voor onze leden en daarmee voor de toekomst van kleinschalig kamperen in de regio. Wij vragen u te elfder ure op de rem te trappen, door de besluitvorming tot nader orde uit te stellen en eerst de minicampings bij de voorbereiding op de besluitvorming te betrekken, bij monde van deze vereniging. Wij lichten dit verzoek hieronder graag nader aan u toe. Het moderne kampeerbeleid Sinds de implementatie van de Nota Recreatiebeleid 2023 wordt er een duidelijk onderscheid gemaakt tussen reguliere en niet-reguliere kampeerterreinen.
De traditionele vorm van 'kamperen bij de boer' bestaat formeel niet meer. In de praktijk is er geen onderscheid meer tussen minicampings met of zonder agrarische hoofdbestemming. De realiteit op Schouwen-Duiveland is dat kleinschalig kamperen een zelfstandige branche is geworden, waarbij veel voormalige boerderijen zijn omgevormd tot minicampings met nieuwe ondernemers onder de noemer ‘Nieuwe Economische Dragers’ (NED) en ‘Voorheen agrarische bestemming’ (VAB). Onze vereniging begrijpt dat de moderne kampeerder steeds meer comfort en duurzaamheid verlangt. Het verbeteren van de kwaliteit van kleinschalig kamperen is inmiddels echter economisch niet meer haalbaar met slechts 25 kampeerplaatsen per minicamping. Om een gezonde bedrijfsvoering te waarborgen én daarbij te kunnen blijven voldoen aan de maatschappelijke doelen en wensen zoals beschreven in de Omgevingsvisie Zeeland en het Platform Agenda Toerisme, moet een uitbreiding van 25 naar 35 kampeerplaatsen onder voorwaarden mogelijk zijn voor álle minicampings. Dit is
noodzakelijk voor de bestaanszekerheid van onze branche. De provincie Zeeland heeft de gemeente hiervoor met de geactualiseerde Omgevingsverordening Zeeland alle ruimte gegeven. Bovendien, er zijn ook verschillende soorten recreanten: sommigen houden van grotere minicampings met veel faciliteiten waar anderen juist de rust en het platteland prefereren. De gemeente zou plattelandsrecreatie moeten aanmoedigen, over de gehele breedte van deze zelfstandige branche. De eis dat sprake moet zijn van een agrarische hoofdbestemming is niet houdbaar Het college heeft in zijn raadsvoorstel vermeld dat alleen actieve agrarische bedrijven die hun hoofdinkomen uit de landbouw halen, in aanmerking komen voor de uitbreiding van 25 naar 35 standplaatsen. Wij brengen in herinnering dat minicampings vroeger juist werden opgericht om kleine boeren te ondersteunen in hun financiële levensonderhoud. Dit heeft ertoe geleid dat grotere agrarische bedrijven konden uitbreiden door grond van kleine boeren op te kopen, omdat het voor veel kleine boeren niet rendabel was om door te gaan met boeren.
Nu is het voor veel van deze bedrijven die een minicamping exploiteren met een ‘Voormalige Agrarische Bestemming’ opnieuw niet haalbaar om het hoofdinkomen uit de minicampings te halen, dit terwijl zij uitgerekend als het aan het college ligt niet in aanmerking komen voor genoemde en aldus hardnodige uitbreiding met tien standplaatsen. Ondertussen komen grote agrariërs die al 100 hectare of meer bezitten wel in aanmerking voor die uitbreiding. Dit is de omgedraaide wereld en wordt door ons als bijzonder onredelijk en zelfs oneerlijk beschouwd, temeer nu voor dat onderscheid geen rechtvaardiging bestaat. Deze kleine bedrijven, de leden van onze vereniging, worden nu dubbel ‘gepakt’ door het voorgenomen raadsbesluit. De ongeveer 23 grote agrariërs op Schouwen-Duiveland hebben zich inmiddels ontwikkeld tot een industrie op zichzelf, met enorme percelen om hun voortbestaan te waarborgen. De uitbreiding van nevenactiviteiten, zoals minicampings, is bij deze bedrijven veelal niet meer gewenst en past vaak niet meer binnen hun moderne bedrijfsvoering. Er is nagenoeg geen behoefte voor uitbreiding van de kampeerplekken bij dit soort grote bedrijven. Het college heeft het onderscheid waar nu zo sterk aan lijkt te worden gehecht, onvoldoende doordacht. Alle minicampings dienen gelijk behandeld te worden, ongeacht het type onderneming dat ze (verder) exploiteren.
Het bevoordelen van bedrijven op basis van een bepaald beroep is achterhaald en ook rechtens onhoudbaar. Veel eigenaren van minicampings hebben noodgedwongen nog andere banen of bedrijven, om voldoende inkomen te genereren. Daarom is er in onze ogen alle reden en noodzaak om ook de minicampings zonder agrarische hoofbestemming – vanzelfsprekend, onder nadere voorwaarden – de mogelijkheid te bieden voor een uitbreiding van 25 naar 35 standplaatsen. Iedereen moet kunnen meedingen naar deze uitbreidingsmogelijkheid. De in de vergaderstukken gepresenteerde feiten en cijfers Wij betwisten de cijfers zoals deze door het college aan uw raad in de vergaderstukken ten behoeve van het commissievoorstel en raadsbesluit zijn voorgehouden. Wij kennen onze branche als geen ander. In de eerste plaats zijn er geen 136 niet-reguliere kampeerterreinen op Schouwen-Duiveland. Tegen deze achtergrond hebben wij reeds op 13 mei jl. per brief aan onder andere wethouder Joppe verzocht ons een actuele lijst van huidige minicampings op Schouwen-Duiveland toe te sturen. Tot op heden hebben wij geen enkele reactie mogen ontvangen op dat verzoek. Alles ziet ernaar uit dat de gemeente zelf de grootste moeite heeft om een goed beeld te krijgen bij de niet-reguliere kampeerterreinen, laat staan dat de gemeente het onderscheid tussen agrarische hoofdbestemming en niet- agrarische hoofdbestemming scherp heeft.
Wethouder Joppe had dat zeker niet tijdens de commissievergadering van 8 april jl. toen hij daarover specifiek werd bevraagd.
Voorts blijkt uit navraag bij de afdeling toeristenbelasting dat de gehanteerde rekenmethode voor het bepalen van de bezettingsgraad van minicampings uitgaat van een maximaal aantal van vijf personen per kampeerplaats. Dit betekent dat een minicamping als volledig bezet (100% bezettingsgraad) wordt beschouwd als alle plaatsen bezet zijn met vijf personen. Wanneer echter alle kampeerplaatsen bezet zijn met twee personen, wordt dit vertaald naar een bezettingsgraad van slechts 40%. Het is dus maar net hoe de cijfers over de bezettingsgraad van minicampings worden geïnterpreteerd. Duidelijk is in ieder geval dat met deze rekenmethode – afhankelijk van de agenda – gemakkelijk geroepen kan worden dat er nog voldoende kampeerplaatsen beschikbaar zijn op de minicampings. De praktijk van onze leden laat evenwel een tegengesteld beeld zien; er is behoefte aan uitbreiding van de standplaatsen. Die behoefte is door wethouder Joppe – hoewel vervolgens verkeerd vertaald ten behoeve van de herijking van het beleid – ook bevestigd tijdens de commissievergadering van 8 april jl.1 Volgens hem is "overduidelijk geworden dat Schouwen-Duiveland een zeer gewilde gemeente is om te kamperen” en “dit is wel degelijk een opgave waar we voor staan want de vraag is er gewoon”.
Ook wijzen wij erop dat uit recente cijfers van het Kenniscentrum toerisme blijkt dat de afgelopen 10 jaar er bij kampeerterreinen een afname is geweest van 16500 (-16%) slaapplaatsen en op huisjesterreinen met centrale verhuur juist een toename van 9800 (+30%). Slaapplaatsen die zijn verdwenen, van ons zijn weggehaald. Na een onderzoek dat wij zelf onder alle (83) operationele minicampings op Schouwen-Duiveland hebben uitgevoerd, blijkt dat er slechts 34 minicampings (Agrarische Bestemming (AB), Voormalig Agrarische Bestemming en Nieuwe Economische Dragers) in aanmerking wensen te komen voor een mogelijke uitbreiding naar 35 plaatsen. Dit betekent een netto toename van slechts 355 slaapplaatsen op minicampings zonder onderscheid te maken naar wel of geen agrarische hoofdbestemming. In het totale aanbod van accommodaties hebben minicampings (6%) en camperplaatsen (2%) maar een zeer beperkt aandeel, zoals onderkend door wethouder Joppe, terwijl de enorme vraag naar dit aanbod zal blijven stijgen de aankomende jaren. De gemeente kan in die vraag voorzien door de ‘verdwenen’ kampeerplaatsen van de afgelopen jaren weer ‘terug’ te geven aan onze leden door hen de mogelijkheid te bieden om uit te breiden.
Met de voorwaarden van de gemeente waaronder die uitbreiding kan worden toegestaan, kan goede differentiatie in accommodaties, verduurzaming en een kwaliteitsimpuls worden gewaarborgd. Dat is beleidsmatig de enige en juiste richting voor onze branche. Dit werd door Leefbaar S-D tijdens genoemde commissievergadering treffend beschreven als het bieden van maatwerk en het maken van een situationele beoordeling. Dat ook onze leden een uitbreidingsmogelijkheid moet wordt geboden, daarvoor bestaat ook op juridische gronden alle aanleiding. Wat de wet vereist: een evenwichtige toedeling van functies aan locaties Het aan u voorgelegde besluit tot uitbreiding van minicampings met 10 standplaatsen uitsluitend wanneer deze een agrarische hoofdbestemming hebben, moet onderdeel worden van de Nota Recreatiebeleid. Vervolgens, zo kan worden gelezen in de vergaderstukken, worden de herijkte beleidsregels in een omgevingsplanregeling opgenomen. Niet is beschreven hoe voornoemde vertaalslag van het beleid naar een omgevingsplanregeling zal worden gemaakt. Wel is duidelijk blijkens vaste rechtspraak van de bestuursrechter dat een besluit genomen op basis van dermate onredelijk en daarmee onrechtmatig beleid, in bezwaar dan wel in beroep wegens een motiveringsgebrek geen stand zal houden.
Vertaald naar deze kwestie: daar waar het Omgevingsplan gemeente Schouwen-Duiveland uitbreiding van minicampings naar 35 standplaatsen niet toestaat zal daarvoor een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit moeten worden ingediend. Voor 1
https://schouwenduiveland.raadsinformatie.nl/vergadering/1157783, opname vanaf 3:40:25
beoordeling van dergelijke aanvragen speelt gemeentelijk beleid een belangrijke rol. Een afwijzing van zo’n aanvraag op basis van het voorgenomen herijkte beleid waarbij die uitbreiding louter wordt toegestaan voor een bedrijf met agrarische hoofdbestemming, zal volgens onze advocaten van SluisWest Advocaten in rechte geen stand houden. De Omgevingswet verlangt immers dat ruimtelijke besluitvorming en ruimtelijk beleid is gericht op het bereiken van een evenwichtige toedeling van functies. Dit betekent dat de omstandigheden waaronder uitbreiding van minicampings kan worden toegestaan door de gemeente, moet worden beoordeeld op basis van ruimtelijke overwegingen en dus een afweging van ruimtelijke belangen. Het moet gaan om voorwaarden die zien op de invulling van zorgvuldig ruimtegebruik en het versterken van de omgevingskwaliteit. Niet alleen moet tegen deze achtergrond worden vastgesteld dat de voorwaarde dat sprake moet zijn van een agrarische hoofdbestemming uiterst summier is onderbouwd in de vergaderstukken, bovenal kan die voorwaarde ruimtelijk niet van doorslaggevend gewicht zijn voor het antwoord op de vraag of uitbreiding van minicampings aanvaardbaar is en dus leidt tot een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Mocht uw raad instemmen met het voorgelegde besluit dan zal dat voor grote knelpunten en procedures leiden bij de beoordeling van aanvragen omgevingsvergunningen die onze leden alsdan zullen moeten indienen om deze discussie dan maar noodgedwongen via een rechter te voeren. Het is niet voor niets dat de provincie de gemeente uitdrukkelijk de ruimte heeft gegeven voor uitbreiding van alle minicampings naar 35 standplaatsen. Het gaat om artikel 5.18 van de geactualiseerde Omgevingsverordening Zeeland2 waarin de uitbreiding van kleinschalige kampeerterreinen is vastgelegd en waarbij een kleinschalig kampeerterrein door de provincie is geduid als een "kampeerterrein dat in gebruik is als neventak bij een agrarisch of ander bedrijf of behorend bij een woning”. Het is onbegrijpelijk te noemen dat Hiswa-Recron en Vekabo ‘In Het Groen’ samen met het college tot dit besluit zijn gekomen waarbij een beperking wordt gesteld met betrekking tot het type bedrijf en zonder daar ook maar één minicamping bij te betrekken. Indien uw raad onverhoopt vasthoudt aan de door het college ingezette weg, dan zal in strijd met de Omgevingswet en het evenredigheidsbeginsel een economische ongelijkheid ontstaan en een onrechtvaardigde tweedeling worden gecreëerd tussen agrarisch en niet-agrarische minicampings.
Die ongelijkheid zullen onze leden alsdan door middel van gerechtelijke procedures proberen ongedaan te maken. Dat doen zij natuurlijk liever niet op die manier. Dringend verzoek aan de fractievoorzitters van de raad Wij verzoeken u daarom dringend om in te grijpen, door het aan u voorgelegde besluit te heroverwegen en een voorkeursvariant te kiezen waarin de uitbreidingsmogelijkheid ook openstaan voor minicampings zonder agrarische hoofdbestemming. Onze leden denken graag mee onder welke voorwaarden mogelijk moet zijn. Alleen op deze manier kunnen wij als sector blijven bijdragen aan een duurzaam, kwalitatief hoogwaardig en economisch levensvatbaar kampeeraanbod in SchouwenDuiveland en kan de gemeente op haar beurt de minicamping als uit te breiden functie op evenwichtige wijze toedelen aan locaties binnen de gemeentegrenzen. In afwachting van uw reactie, verblijven wij,
2
http://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR709135
Hoogachtend, namens, Jeroen Busscher, Minicamping ‘de Val’
Patrick en Esther van den Beedijk, Minicamping Zeeuwse Landhoeve
Els van Steenvelt, Minicamping La Ferme
Ronald Ram, Minicamping Hart aan Zee
Ton Kristalijn, Minicamping Kristalmaire
Mark Lemsom, Minicamping Hakehoeve
Fred Klapwijk, Minicamping Klapwijk
Robbert Landegent, Minicamping Weideveld
Iris en Karel Noldus, Minicamping de Westbout
Gertjan Louws en Lisette Kleinpieper, Recreatiebedrijf Boot
Robbert van de Velde, Boerderijcamping de Hooge Meet
Mark en Iris Buijs, Minicamping de Schelphoeve
Remco en Marlinda de Waal, Minicamping de Zwenk
Ad de Glopper, Minicamping Haaymanshoeve
Marcel Willemse, Boerderij Molenberg
Marcus en Marleen van Driel, Minicamping de Welblok
Rosa Samsom, Minicamping Zilt bij Zee
Patrick en Lianne Verwest, Minicamping de Heuvel
En nog 17 overige minicampings op Schouwen-Duiveland die ons steunen maar vooralsnog geen publieke vermelding bij de ondertekening wensen.