2024.155 Bijlage 3 Antwoord op advies ASD Onderwijsachterstanden beleid (OAB)
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal Domein Schouwen-Duiveland Laan van St. Hilaire 2 4300 JA Zierikzee
Ons kenmerk Aantal bijlage(n) Onderwerp
: zaaknummer 1090171 Behandeld door : E Capelle :1 Datum : 30 mei 2024 : Antwoord op advies ASD Onderwijsachterstanden beleid (OAB)
Geachte Adviesraad, Als eerste bedanken we u voor het volledig doornemen van het onderwijsachterstandenbeleid 2024-2026. U laat zien dat u, met ons, groot belang hecht aan de taalontwikkeling van het kind. U geeft ons verschillende aandachtspunten aan. Uw advies voor het voorliggende beleid behandelen we in onze reactie puntsgewijs. Aangezien uw advies in de lijn van het beleidsstuk is, en uw aanvullingen ofwel financieel niet mogelijk, ofwel onder ander beleid vallen, heeft uw advies niet geleid tot aanpassingen van het beleidsstuk. Nieuwe inzichten In het huidige beleidsplan behouden we dezelfde doelen. Er zijn in de afgelopen periode vooral goede dingen gedaan, in de nieuwe periode verbeteren we de werkwijze zodat de effecten nog beter worden. U zag dat niet alle effecten optimaal zijn. Aan de ene kant kunnen werkwijzen verbeterd worden, maar aan de andere kant realiseren we ook dat sommige effecten in een periode van corona aanzienlijk minder hadden kunnen zijn. U bent voorstander van een Impulsklas. Een Impulsklas is voor kinderen met gedragsproblematiek of andere leerbehoeften. Dit richt zich op andere problematiek dan taalachterstanden. Daarbij is dit het gebied van passend onderwijs, waar de scholen zelf verantwoordelijk voor zijn. Ook kiezen onderwijs en gemeente op SchouwenDuiveland in het onderwijsakkoord voor kindnabij-onderwijs.
Kinderen met extra ondersteuningsbehoefte krijgen (via de samenwerkingsverbanden van de scholen) ambulante ondersteuning in de klas. Ze blijven in hun vertrouwde omgeving. Verantwoordelijkheid dragen U constateert terecht dat het werkveld onmisbaar is voor de uitvoering. Het is de wens van de adviesraad om de verantwoordelijkheid van de uitvoering neer te leggen in het werkveld zelf. We zijn het met u eens dat pedagogisch medewerkers en leerkrachten kennis en ervaring hebben. Zij signaleren wat werkt. De gemeente gaat niet over bevoegdheden. Schoolbesturen zijn verantwoordelijk voor hun scholen. De onderwijsinspectie ziet toe op kwaliteit onderwijs en is degene die waarschuwingen kan geven. De onderwijsinspectie bepaalt zelf wie en waarop ze inspecteren. De gemeente ontvangt hun rapportages. De gemeente kan wel sturen op effecten door projecten financieel te steunen. Of bij tegenvallende resultaten subsidies te stoppen. De werkgroep oab bespreekt de voortgang van projecten. De leden van de oab zijn of zelf uitvoerend, of zijn de expert op dit gebied in hun organisatie. Voorstellen van de werkgroep over wel of niet doorgaan met projecten bespreekt de wethouder met de onderwijs- en kinderopvangbestuurders tijdens de LEA. Aandachtspunten doel 1: Het consultatiebureau speelt nu al een onmisbare rol in het contact met ouders.
Ze komen thuis en zijn voor jonge ouders het eerste aanspreekpunt. De jeugdarts en jeugdverpleegkundigen spreken met ouders over de taalontwikkeling. Dat is nodig om vanaf 2 jaar een vve-indicatie af te geven. Vaak heeft het consultatiebureau ook een vervolggesprek met ouders. U herkent in het voorliggende oab-beleid dat het nodig is het contact met ouders te versterken. U noemt de BoekStartcoach. Deze doet belangrijk werk en blijft. In de nieuwe beleidsperiode bespreken bibliotheek, kinderopvang en GGD met elkaar de rol van een vve-coördinator. Deze persoon krijgt bijvoorbeeld nog meer tijd om het gesprek met ouders aan te gaan. Of passende projecten te organiseren die ouders en kinderen rond lezen stimuleren. Aandachtpunt doel 2: Postadres: Postbus 5555, 4300 JA Zierikzee Bezoekadres: Laan van St. Hilaire 2, 4301 SH Zierikzee
T: (0111) 452 000 www.schouwen-duiveland.nl
BIC: BNGHNL2G IBAN: NL80BNGH0285076094
U vraagt naar concrete ideeën die leiden tot meer leesplezier op school. Dit gebeurt binnen het project de Bibliotheek op School. Per school maken een voorleesconsulent van de bibliotheek en een leescoördinator een jaarlijks activiteitenplan. Dit plan verschilt per school. Iedere school heeft zijn eigen identiteit of werkmethode (Jenaplan, klassiek, Dalton). De consulenten praten met regelmaat in de klas over boeken, werken met het schoolteam aan projecten voor de kinderen en zorgen voor boeken op school. Ook las u in het oab dat er duidelijke afspraken zijn om ouders te betrekken bij deze activiteiten. Naast de kinderen tot 12 jaar wilt u ook de jongeren tot 18 jaar betrekken bij dit beleid. U ziet hier kansen door het oab te integreren in OKO. We hebben het andersom gedaan, namelijk de principes van OKO geïntegreerd in het oab. Dat is terug te zien door de nadrukkelijke focus op de omgeving; de ouderbetrokkenheid bij taalontwikkeling verbeteren. De doelgroep tot 18 jaar uitbreiden past financieel niet in het budget van het oab. Wel werken we in de Oosterschelderegio samen aan de aanpak van laaggeletterdheid (zie Meerjarenplan aanpak laaggeletterdheid van de Oosterschelderegio 2022 tot en met 2024). Een van onze aandachtspunten is de taalondersteuning voor gezinnen met jonge kinderen. We zetten in op de taalvaardigheid van zowel het kind als van de ouder.
Zo hebben we het (Digi)Taalhuis, die zich hier specifiek op richt. Deze is te vinden in de vestiging van Bibliotheek Oosterschelde. Daarnaast draagt de Bibliotheek Oosterschelderegio bij aan de basisvaardigheden en taalvaardigheid voor o.a. jeugd. De bibliotheek bij de middelbare school is een laagdrempelige verblijfs- en ontmoetingsplek die ook echt gebruikt wordt door jongeren. Aandachtspunt doel 3: U wilt met ons graag zoveel mogelijk ouders en kinderen bereiken. En wilt meer voorleesvrijwilligers van de VoorleesExpress thuis laten komen dan bij de geplande 12 gezinnen per jaar. Dit hoeft vooralsnog niet hoger. Aan de ene kant benadert dit de behoefte, aan de andere kant is de capaciteit bij vrijwilligers beperkt. En als laatste betekent een bezoek bij een gezin dat dit gezin op de radar is. Door meer ouder-kindbijeenkomsten op de kindlocaties te organiseren willen we gezinnen bereiken die nog niet op de radar zijn. In de vorige periode is gewerkt aan een communicatieplan in de wens een folder te ontwikkelen. Uiteindelijk is geconcludeerd dat een fysieke folder de doelgroep met vaak laaggeletterde ouders niet aanspreekt. In plaats daarvan besteedt de GGD meer aandacht aan motiverende gesprekken om ouders deel te laten nemen aan voorschoolse educatie.
Zij kunnen de ouders koppelen aan een medewerker van de kinderopvang, die samen met ouders berekeningen maakt, zodat ouders zien wat de opvang zou kosten. En tot slot: uw opmerking dat onderwijsachterstandenbeleid in feite taalachterstandenbeleid is, herkennen we. We zetten de onderwijsachterstandsmiddelen die we krijgen van het rijk dus ook overwegend in om taalachterstanden te voorkomen. Gelukkig lukt het op Schouwen-Duiveland ook om de doelgroep bij de jongste kinderen breder te nemen. Ook kinderen met sociaal-emotionele achterstanden weten we te bereiken. Dit doen we samen met de GGD, kinderopvang, onderwijs en bibliotheek. We danken u voor uw advies en hopen hiermee u van reactie te hebben voorzien. Hoogachtend, namens burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland,
Bijlage(n) Advies onderwijsachterstandenbeleid ASD