CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2024.150 Bijlage Duidingsrapportage Dashboard Minima 2022-2023

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.439 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Duidingsrapportage Dashboard Minima 2022-2023 Gemeente Schouwen-Duiveland Versie 0.3

Opdrachtgever Gemeente SchouwenDuiveland Datum Februari 2024 Auteurs Jitske Kooistra - van der Wijk Anieta Boer KWIZ Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen 050-5252473 contact@kwiz.nl

Uitgave Deze uitgave is een uitgave van KWIZ B.V. Het overnemen van cijfers en/of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V..

Inleiding De gemeente wil graag (meer) inzicht in de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en diverse minimaregelingen en heeft KWIZ daarom gevraagd een Armoedemonitor op te stellen waarin deze informatie inzichtelijk wordt gemaakt. De resultaten van de Armoedemonitor zijn gepresenteerd in een online dashboard, waar de gemeente zelf (extra) gewenste analyses kan maken door bijvoorbeeld in te zoomen op een bepaalde doelgroep. In deze begeleidende duidingsrapportage worden de belangrijkste bevindingen genoemd. Voor de verdere cijfers verwijzen wij u naar het dashboard. Weergave van de minimahuishoudens De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie weer op de betreffende peildatum van het onderzoek (1 juli 2023), op basis van het inkomen op het wettelijk sociaal minimum (Wsm). Het gebruik van de diverse regelingen is gemeten over het gehele jaar voorafgaand aan de peildatum; dus van 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023. Methodiek Armoedemonitor De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft.

Daarvoor heeft de gemeente registraties van de volgende voorzieningen aangeleverd: de Participatiewet, AIO, gemeentelijke minimaregelingen* en regelingen die in samenwerking met externe partijen worden aangeboden zoals het Jeugdfonds Sport en Cultuur, Stichting Leergeld en Volwassenfonds Sport en Cultuur. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd. Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld van de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het gebruik van voorzieningen. Daarnaast zijn bestanden gekoppeld van de schuldhulpverlening, zzp’ers en de energietoeslag om inzicht te geven in het gebruik van deze regelingen (onder de minimapopulatie). De kenmerken van het huishouden zijn gebaseerd op die van de oudste persoon in het huishouden. De verdeling naar inkomensbronnen is dus ook op huishoudniveau en daarbij kijken we naar de hoofd inkomensbron van het huishouden. De gebruikers van regelingen betreffen diegenen die gekoppeld konden worden aan de BRP en als minima zijn geclassificeerd. Voor het Jeugdfonds Sport & Cultuur, het Volwassenenfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld geven we het gebruik en bereik weer voor de totale gebruikers (dus ook de inwoners die niet gekoppeld konden worden op basis van het BRP) om een compleet beeld te geven.

* Het gaat hierbij om de kwijtschelding van gemeentelijke heffingen, collectieve zorgverzekering, bijzondere bijstand, individuele inkomenstoeslag, tegemoetkoming meerkosten chronisch zieken en gehandicapten, declaratiefonds en de studietoeslag. 1 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

Schatting totale doelgroep Aangezien zowel KWIZ als de gemeente niet over inkomensgegevens van alle inwoners beschikken, is er een groep minimahuishoudens die, doordat ze geen gebruikmaakt van de minimaregelingen, niet in de registratiebestanden voorkomt. Dit betekent dat het feitelijk aantal minima iets hoger ligt dan het aantal dat de gemeente op basis van de genoemde bestanden in beeld heeft. Wanneer we het in deze rapportage hebben over minimahuishoudens zijn dit de huishoudens die we in beeld hebben gekregen via de beschreven onderzoeksmethode (vorige pagina). Daarnaast maken we, op basis van de door KWIZ ontwikkelde Armoede Index, een schatting van het aantal minimahuishoudens dat niet bij de gemeente in beeld is, maar wél een laag inkomen en laag vermogen heeft. Zodoende kunnen we een inschatting maken van de totale doelgroep van het minimabeleid. Het is op basis van de onderzoeksmethodiek niet mogelijk om gedetailleerde kenmerken van deze ‘ontbrekende’ doelgroep in beeld te krijgen. Minimahuishoudens tot 120 procent Wsm Aangezien de meeste minimaregelingen in de gemeente Schouwen-Duiveland een inkomensgrens van 120 procent Wsm hebben, is het inhoudelijk het meest interessant om van deze groep huishoudens de kenmerken weer te geven. In dit rapport wordt er daarom regelmatig naar minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm verwezen*.

Ter verduidelijking geven we onderstaand definitiekader. Definitiekader ‘minimahuishoudens tot 120 procent Wsm’ Voor zowel de minimahuishoudens die de gemeente in beeld heeft als voor de geschatte totale doelgroep gaat het om de huishoudens die een inkomen hebben tot 120 procent Wsm én een eigen vermogen hebben dat onder de vermogensgrens van de Participatiewet** ligt. Opzet rapportage Het eerste hoofdstuk geeft inzicht in de omvang en kenmerken van de groep minimahuishoudens. In het tweede hoofdstuk volgen de belangrijkste bevindingen over de minimakinderen. Daarna volgen hoofdstukken over de minimaregelingen, de energietoeslag, zzp’ers en de schuldhulpverlening. In het dashboard en duidingsrapport worden de kenmerken weergegeven van de doelgroep die in beeld is, tenzij anders aangegeven. Bij het bereik van de minimaregelingen gaat het om de totale geschatte doelgroep (dus inclusief de minima die niet in beeld zijn). Vergelijkingen met landelijke cijfers zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ en/of openbare cijfers van het CBS.

* De enige uitzondering op deze regel is de energietoeslag. Voor de energietoeslag is namelijk gekozen om naar de groep minimahuishoudens te kijken met een inkomen tot 130 procent Wsm, omdat 130 procent Wsm de inkomensgrens is die de gemeente voor de energietoeslag hanteert. ** De vermogensgrens van de Participatiewet bedraagt (in 2023) € 7.605 voor een alleenstaande en € 15.210 voor een gehuwden/samenwonenden en alleenstaande ouders. 2 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

1. Minimahuishoudens Het geschatte totale aandeel minimahuishoudens in de gemeente ligt lager dan in vergelijkbare gemeenten; Eenoudergezinnen zijn oververtegenwoordigd in de minimapopulatie; Driekwart van de minimahuishoudens heeft langdurig een minimumkomen.

Minimahuishoudens tot 120 procent Wsm In beeld. Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde bestanden heeft de gemeente Schouwen-Duiveland op 1 juli 2023 in totaal 700 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Dit is 4,3 procent van alle huishoudens in de gemeente Schouwen-Duiveland. Tabel 1.1 Minimahuishoudens naar inkomensverdeling schatting en in beeld; tot 120 procent Wsm

In beeld

Schatting

Tot 100% Wsm

565

3,5%

667

4,1%

100 tot 120% Wsm

135

0,8%

352

2,2%

Totaal

700

4,3%

1.019

6,3%

Schatting. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft niet alle minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Dit komt omdat niet alle huishoudens die recht hebben op ondersteuning van de gemeente, hier ook daadwerkelijk gebruik van maken. Op basis van de Armoede Index wordt het totale aantal minimahuishoudens tot 120 procent Wsm geschat op 1.019 huishoudens (6,4 procent van alle huishoudens) op 1 juli 2023. Het geschatte aandeel minimahuishoudens in de gemeente Schouwen-Duiveland ligt onder het gemiddelde van andere gemeenten met minder dan 50.000 inwoners, dat ligt op 7 à 8 procent. Kenmerken 700 huishoudens tot 120 procent Wsm in beeld De meeste regelingen in de gemeente Schouwen-Duiveland hebben een inkomensgrens van 120 procent Wsm. Daarom geven we de kenmerken weer van de 700 huishoudens met een inkomen op 120 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. In het online dashboard staan ook kenmerken vermeld van de doelgroep met een inkomen tot 130 procent Wsm. Inkomensbron. Een inkomen uit de Participatiewet is voor 47 procent van de minimahuishoudens de voornaamste inkomensbron in de gemeente Schouwen-Duiveland. Het aandeel minimahuishoudens met een AOW-uitkering (17 procent) of met een ander inkomen (36 procent) - bijvoorbeeld uit werk of een WW-uitkering - is kleiner.

Gemiddeld zien we bij andere gemeenten dat 40 tot 50 procent van de huishoudens een uitkering vanuit de Participatiewet ontvangt. Deze verhouding is in Schouwen-Duiveland terug te zien. Daarnaast heeft gemiddeld 20 tot 30 procent van de minimahuishoudens een AOW-uitkering, afhankelijk van het aantal ouderen in de gemeente. In Schouwen Duiveland is dit aandeel lager dan gemiddeld. Tabel 1.2 Inkomensbron van minimahuishoudens tot 120% Wsm in beeld

2022 - 2023 Participatiewet

330

47%

AOW

112

17%

Ander inkomen

248

36%

Totaal

700

100%

3 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

Huishoudtype. De helft van de minimahuishoudens is alleenstaand (387 huishoudens, 55 procent), bijna een derde heeft minderjarige kinderen (202 huishoudens, 29 procent) en 9 procent bestaat uit een meerpersoonshuishouden zonder kinderen. De gemeente Schouwen-Duiveland wijkt in het aandeel alleenstaanden niet af van het landelijk gemiddelde, waarin 50 tot 55 procent van de minimahuishoudens bestaat uit een alleenstaande. Het aandeel meerpersoonshuishoudens zonder kinderen is in de gemeente Schouwen-Duiveland daarentegen lager dan het landelijk gemiddelde (15 tot 20 procent). In verhouding tot het gemiddelde hebben huishoudens met kinderen in de gemeente Schouwen-Duiveland dus vaker een inkomen tot 120 procent Wsm. Achtergrond. 65 procent van de minimahuishoudens heeft een Nederlandse achtergrond, 22 procent een niet-westerse migratieachtergrond en 13 procent een westerse migratieachtergrond. In vergelijking met het landelijk gemiddelde ligt het aandeel minimahuishoudens met een Nederlandse achtergrond in de gemeente Schouwen-Duiveland hoger (gemiddeld 55 tot 60 procent), en het aandeel met een niet-westerse achtergrond iets lager (gemiddeld 25 tot 35 procent). Woonplaats. De helft van de minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm woont in Zierikzee.

In de overige plaatsen ligt het aandeel minimahuishoudens beduidend lager; het gaat dan om een aandeel van 3 tot en met 11 procent. Kans op armoede Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen. Van alle eenoudergezinnen met minder- en meerderjarige kinderen* (425 huishoudens) in de gemeente Schouwen-Duiveland, heeft 28 procent (117 huishoudens) een inkomen tot 120 procent Wsm. Figuur 1.1 Aandeel minimahuishoudens t.o.v. alle huishoudens; huishoudtype Alleenstaanden

van de 5.768 alleenstaanden

7%

Eenoudergezinnen

van de 425 eenoudergezinnen

28%

Meerpersoonshuishouden zonder kinderen

1%

van de 5.854 meerpersoonshuishoudens zonder kinderen

Meerpersoonshuishouden met kinderen

3%

van de 2.687 meerpersoonshuishoudens met kinderen

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Ook huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond zijn oververtegenwoordigd in de minimapopulatie (36 procent). Figuur 1.2 Aandeel minimahuishoudens t.o.v. alle huishoudens; achtergrond Nederlandse achtergrond

3%

van de 14.586 huishoudens met een Nederlandse achtergrond

Westerse migratieachtergrond

7%

van de 1.195 huishoudens met een westerse migratieachtergrond

Niet-westerse migratieachtergrond 0%

van de 428 huishoudens met een nietwesterse migratieachtergrond

36% 20%

40%

60%

80%

100%

* Het gaat hierbij om eenoudergezinnen met alleen minderjarige kinderen en om eenoudergezinnen met zowel minderjarige als meerderjarige kinderen (eenoudergezinnen met alleen meerderjarige kinderen blijven buiten beschouwing). Dit geldt eveneens voor de meerpersoonshuishoudens met kinderen. 4 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

In Schouwen-Duiveland is er geen plaats waarin minimahuishoudens oververtegenwoordigd zijn. In elke plaats hebben huishoudens nagenoeg even vaak een minimuminkomen. Langdurige minima In totaal heeft 80 procent van de huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm al drie jaar of langer een inkomen op bijstandsniveau (451 huishoudens). Onder de huishoudens met een inkomen tussen 100 en 120 procent Wsm ligt dit aandeel lager, namelijk op 44 procent (58 huishoudens). Als we de groep minimahuishoudens tot 120 procent Wsm als geheel bekijken, heeft 73 procent al drie jaar of langer een dergelijk inkomen (509 huishoudens). Bij veel gemeenten ligt dit aandeel rond de 70 tot 75 procent. Landelijk zien we een stijging van het aandeel langdurige minima de laatste jaren; het lijkt moeilijker te worden om uit te stromen uit de minimapopulatie. Tabel 1.3 Langdurigheid minimahuishoudens in beeld; tot 120% Wsm

2022 - 2023 0 tot 1 jaar

67

10%

1 tot 3 jaar

124

17%

3 jaar of langer

509

73%

Totaal

700

100%

Kenmerken langdurige minima Wanneer we inzoomen op de 509 minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm, bestaat deze groep voor 60 procent uit alleenstaanden en voor 22 procent uit huishoudens met minderjarige kinderen. De meeste langdurige minima hebben een Nederlandse achtergrond (68 procent) en de helft woont in Zierikzee (51 procent). Gekeken naar de leeftijdsverdeling van de langdurige minimahuishoudens valt op dat het aantal langdurige minima onder 66-plussers hoger ligt (75 procent) dan onder de groep met een leeftijd tot en met 65 jaar (67 procent).

5 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

2. Minimakinderen Het geschatte aandeel minimakinderen in de gemeente ligt hoger dan gemiddeld; Meer dan de helft van de minimakinderen groeit op in een tweeoudergezin; Kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker op in een minimahuishouden dan kinderen met een andere achtergrond. Minimakinderen tot 18 jaar In beeld. Op 1 juli 2023 heeft de gemeente Schouwen-Duiveland in totaal 516 kinderen tot 18 jaar in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dat is 8,9 procent van alle kinderen (5.725 kinderen) in de gemeente Schouwen-Duiveland. Van de 516 minimakinderen hebben 325 kinderen een inkomen tot 100 procent Wsm. Dit zijn kinderen die op basis van het gebruik van regelingen en voorzieningen (in het gezin) in beeld zijn bij de gemeente. Tabel 2.1 Minimakinderen naar inkomensverdeling schatting en in beeld; tot 120 procent Wsm

In beeld

Schatting

Tot 100% Wsm

325

5,6%

411

7,1%

100 tot 120% Wsm

191

3,3%

254

4,4%

Totaal

516

8,9%

664

11,5%

Schatting. Net als bij het aantal minimahuishoudens geldt dat de gemeente Schouwen-Duiveland niet alle minimakinderen in beeld heeft. Op basis van de Armoede Index schatten we het totale aantal minimakinderen dat woont in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm op 664 (11,5 procent van alle kinderen). In gemeenten van vergelijkbare grootte ligt het aandeel kinderen op circa 8 procent. Het aandeel minimakinderen in de gemeente Schouwen-Duiveland ligt dus boven het gemiddelde aandeel kinderen dat opgroeit in een minimahuishouden. Kenmerken 516 minimakinderen tot 120 procent Wsm in beeld Ook in dit hoofdstuk geven we de kenmerken weer van de 516 minimakinderen die opgroeien in een huishouden met een inkomen op 120 procent Wsm die de gemeente in beeld heeft. Inkomensbron. Minder dan de helft van de minimakinderen groeit op in huishouden met een inkomen uit de Participatiewet (228 kinderen). Het grootste deel van de minimakinderen groeit op in een huishouden met een andersoortige inkomensbron; bijvoorbeeld inkomen uit werk of een WW-uitkering (288 kinderen). Tabel 2.2 Inkomensbron kinderen in minimahuishoudens in beeld; tot 120% Wsm

2021 - 2022 Participatiewet

228

44%

Ander inkomen en AOW

288

56%

Totaal

516

100%

6 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

Overige kenmerken. Meer dan de helft van de minimakinderen woont in een tweeoudergezin (55 procent). De overige 45 procent woont in een eenoudergezin. Gemiddeld is deze verhouding hetzelfde: ook in andere gemeenten groeit vaak de meerderheid van de minimakinderen op in een tweeoudergezin. Verder heeft 42 procent van de minimakinderen een niet-westerse migratieachtergrond en 33 procent heeft een Nederlandse achtergrond. Tot slot woont meer dan de helft (59 procent) van de minimakinderen in Zierikzee. Tabel 2.3 Huishoudverdeling kinderen in minimahuishoudens in beeld; tot 120% Wsm

2021 - 2022 Eenoudergezin

230

45%

Tweeoudergezin

286

55%

Totaal

516

100%

Kans op armoede Sommige kinderen hebben meer kans om op te groeien in armoede dan andere kinderen. In de gemeente Schouwen-Duiveland groeien kinderen in een eenoudergezin vaker op in een minimahuishouden dan kinderen uit andere huishoudens: 34 procent van minderjarige kinderen in een eenoudergezin woont in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Onder kinderen die opgroeien in een tweeoudergezin ligt dit aandeel aanzienlijk lager: 6 procent. Figuur 2.1: aandeel huishoudens minimakinderen t.o.v. alle kinderen Kinderen in eenoudergezin

Kinderen in tweeoudergezin

34%

van de 675 kinderen in eenoudergezinnen

6%

van de 5.087 kinderen in tweeoudergezinnen

0%

20%

40%

60%

80%

100%

Verder groeien kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker op in een minimahuishouden dan kinderen met een andere achtergrond; bijna de helft van de kinderen met een dergelijke achtergrond woont in een minimahuishouden. Onder kinderen met een Nederlandse achtergrond is dat 3 procent. Figuur 2.2: aandeel achtergrond minimakinderen t.o.v. alle kinderen Nederlandse achtergrond

3%

Westerse migratieachtergrond

van de 4.867 kinderen met een Nederlandse achtergrond van de 447 kinderen met een westerse migratieachtergrond

29%

Niet-westerse migratieachtergrond 0%

van de 458 kinderen met een nietwesterse migratieachtergrond

48% 20%

40%

7 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

60%

80%

100%

3. Bereik minimaregelingen Over het algemeen ligt het bereik van de regelingen in lijn met het gemiddelde in andere gemeenten; Het bereik van het Jeugdfonds Sport en Cultuur ligt hoger dan gemiddeld. Gebruik minimaregelingen Het gebruik is gemeten over de periode 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023*. Tabel 3.1 Het gebruik van de minimaregelingen onder minimahuishoudens in 2022 - 2023

2022 - 2023 Bijzondere bijstand

224 huishoudens

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

442 huishoudens

Individuele inkomenstoeslag

211 huishoudens

Collectieve zorgverzekering

380 huishoudens

Tegemoetkoming chronisch zieken en beperkten

586 personen

Declaratiefonds volwassenen

294 huishoudens

Declaratiefonds kinderen

79 huishoudens

Volwassenenfonds Sport en Cultuur **

35 personen

Jeugdfonds Sport en Cultuur ***

260 kinderen

Stichting Leergeld

197 kinderen

Bereik van de minimaregelingen Het bereik van de verschillende minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de geschatte totale doelgroep (dus inclusief de minima die de gemeente niet in beeld heeft). Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere gemeenten met een inwonertal tot 50.000. Het bereik van de bijzondere bijstand over de periode 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 is 28 procent. Het bereik van de bijzondere bijstand net boven het landelijk gemiddelde van 20 tot 25 procent. Het bereik van de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen is 66 procent, dit ligt iets onder het landelijke gemiddelde van 70 tot 75 procent. * De cijfers over het gebruik van regelingen en voorzieningen betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld kon worden aan de BRP die voor dit onderzoek is aangeleverd. Uitzonderingen hierop zijn het Jeugdfonds Sport & Cultuur, het Volwassenenfonds Sport & Cultuur en Stichting Leergeld. Deze organisaties registreren niet op BSN en hun bestand is gekoppeld aan de overige bestanden op basis van gepseudonimiseerde persoonsgegevens. Dit maakt de koppeling iets minder compleet; we geven daarom het gebruik en bereik weer voor de totale gebruikersgroep (dus ook de groep die niet gekoppeld kan worden aan het BRP).

De kenmerken van de gebruikers van deze regelingen (zie dashboard) worden wel weergegeven voor de gebruikers die te koppelen zijn aan het BRP. ** Het Volwassenenfonds Sport en Cultuur is pas sinds juli 2022 actief. Daarom is het gebruik en bereik in de terugkijkperiode van het onderzoek nog relatief laag. *** Voor het Jeugdfonds Sport en Cultuur en Stichting Leergeld wordt het gebruik en bereik weergegeven voor 1,5 jaar in plaats van 1 jaar. Dit heeft te maken met registratie op jaarbasis. 8 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

Huishoudens die drie jaar of langer van een minimuminkomen moeten rondkomen, kunnen aanspraak maken op de individuele inkomenstoeslag. Deze regeling kent een bereik van 54 procent en ligt in lijn met het gemiddelde; vaak is een bereik van zo’n 45 tot 55 procent gangbaar. In totaal maken 380 huishoudens gebruik van de collectieve zorgverzekering bij CZ. Dit brengt het bereik op 30 procent en dat ligt in lijn met het gemiddelde bereik van 30 tot 40 procent. De gemeente biedt een Declaratiefonds aan waarmee zowel volwassenen als kinderen een vergoeding op het gebied van participatie kunnen aanvragen. Het bereik onder de volwassenen is 29 procent. Dit bereik ligt in lijn met het landelijke gemiddelde van 30 tot 35 procent. Het bereik van het fonds onder kinderen in de gemeente is 23 procent. Gemiddeld is een bereik van 45 tot 55 procent gangbaar. In de gemeente Schouwen-Duiveland is het bereik van het fonds bij de kinderen dus lager dan gemiddeld. Volwassenen in de gemeente kunnen aanspraak maken op het Volwassenenfonds Sport en Cultuur. Binnen de doelgroep van volwassenen tot 120 procent Wsm in de gemeente hebben 35 inwoners gebruikgemaakt van deze regeling, dat komt neer op een bereik van 2 procent. Kinderen kunnen vergoedingen voor sport en cultuur terecht bij het Jeugdfonds Sport en Cultuur. 260 kinderen hebben hier gebruik van gemaakt.

Dit komt neer op een bereik van 50 procent. Gemiddeld is een bereik van 30 tot 35 procent gangbaar. In de gemeente Schouwen-Duiveland ligt het bereik dus aanzienlijk hoger. 197 kinderen hebben een vergoeding van Stichting Leergeld ontvangen. Het bereik van de regeling komt op 38 procent. Dit ligt net iets onder het gemiddelde bereik: een bereik van 40 tot 45 procent is gangbaar voor Stichting Leergeld. Figuur 3.1 Bereik gemeentelijke minimaregelingen

2022/2023

Landelijke gemiddelde 28%

Bijzondere bijstand

20 - 25% 66%

Kwijtschelding gemeentelijke belastingen

70 - 75% 54%

Individuele inkomenstoeslag

45 - 55% 30% 30 - 40%

Collectieve zorgverzekering

29%

Declaratiefonds volwassenen

30 - 35% 23%

Declaratiefonds kinderen

45 - 55% 2%

Volwassenenfonds Sport en Cultuur

50%

Jeugdfonds Sport en Cultuur

30 - 35% 38%

Stichting Leergeld

40 - 45%

0%

20% 9

Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

40%

60%

80%

4. Energietoeslag 2022 In deze paragraaf kijken we, in tegenstelling tot de rest van het rapport, naar minimahuishoudens die een inkomen tot 130 procent Wsm hebben. De reden hiervoor is dat de energietoeslag tot een inkomensgrens van 130 procent Wsm is toegekend in Schouwen-Duiveland. Om inwoners tegemoet te komen in de hoge kosten voor energie konden gemeenten hun inwoners de energietoeslag uitkeren in 2022. In de gemeente konden inwoners aanspraak maken op de energietoeslag als hun inkomen niet hoger was dan 130 procent Wsm. Er werd geen vermogenstoets gedaan; ook huishoudens met een vermogen hoger dan is toegestaan in de Participatiewet konden gebruikmaken van deze regeling. In totaal hebben 1.430 huishoudens in 2022 gebruikgemaakt van de toeslag*; dat is 9 procent van alle huishoudens in de gemeentemeente gemeente Schouwen-Duiveland. Van Tabel 4.1 Gebruik energietoeslag deze 1.430 huishoudens is 46 procent (659) in beeld bij de gemeente als 2022** minimahuishouden; van hen is Minimahuishoudens tot 130% Wsm 659 46% bekend dat zij een inkomen hebben Overige huishoudens 771 54% tot 130 procent Wsm en een Totaal 1.430 100% vermogen hebben dat past binnen de grenzen van de Participatiewet.

Gebruik energietoeslag en de geschatte minimadoelgroep Ondanks de inkomensgrens van 130 procent Wsm voor de energietoeslag, is het totaal aantal huishoudens dat van de energietoeslag (1.430 huishoudens) gebruik heeft gemaakt, hoger dan de geschatte doelgroep tot 130 procent Wsm (1.263 huishoudens). De verklaring hiervoor zit in de vermogensgrens, die bij de schatting van de totale doelgroep wél is meegenomen en bij de toezeggen van de energietoeslag niet. Doordat er bij de energietoeslag geen vermogenstoets is uitgevoerd, heeft een grotere groep huishoudens de energietoeslag kunnen aanvragen. Vandaar dat er meer huishoudens gebruik hebben gemaakt van de energietoeslag dan er, volgens de schatting, minimahuishoudens 130 procent Wsm zouden zijn. Minimahuishoudens met energietoeslag De 659 gebruikers van de energietoeslag die die gemeente al in beeld heeft, vormt 83 procent van de doelgroep tot 130 procent Wsm die de gemeente al kent (en die dus een laag vermogen hebben). Een vijfde van de doelgroep met een laag vermogen heeft dus geen gebruikgemaakt van de energietoeslag. Onder de minimahuishoudens in beeld met een inkomen tot 100 procent Wsm is gebruik van de energietoeslag in verhouding zelfs nog iets hoger; 92 procent (519 huishoudens).

Kenmerken huishoudens die gebruik hebben gemaakt van de energietoeslag in beeld De 1.430 huishoudens die gebruikmaken van de energietoeslag vormen meestal een alleenstaand huishouden (62 procent), hebben veelal een Nederlandse achtergrond (82 procent) en de helft (47 procent) is 66 jaar of ouder. 44 procent van de gebruikers van de energietoeslag komt uit Zierikzee.

* De cijfers over het gebruik van regelingen en voorzieningen betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld kon worden aan de BRP die voor dit onderzoek is aangeleverd. ** Het gebruik van de energietoeslag betreft alle gebruikers die een verstrekking hebben ontvangen uit de energietoeslag 2022, dus ook de verstrekkingen die zijn nabetaald in 2023. 10 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

5. Zzp Over de periode 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 waren er 2.423 zzp’ers in de gemeente Schouwen-Duiveland in beeld. Van de 2.423 zzp’ers is 2 procent bij de gemeente in beeld als minimahuishouden tot 120 procent Wsm. Tabel 5.1 Aantal zzp’ers

2022 - 2023 Minimahuishoudens tot 120% Wsm

42

2%

Overige huishoudens

2.381

98%

Totaal

2.423

100%

Zzp’ers in minimahuishoudens De 42 zzp’ers die de gemeente in beeld heeft, vormen 6 procent van de doelgroep tot 120 procent Wsm die de gemeente kent (en die dus een laag vermogen hebben).

Kenmerken zzp’ers in beeld De zzp’ers zijn in de meeste gevallen tussen de 45 en 66 jaar (54 procent) en hebben grotendeels een Nederlandse achtergrond (90 procent). De zzp’ers komen voornamelijk uit meerpersoonshuishoudens zonder kinderen of met minderjarige kinderen (resp. 35 en 30 procent). De meeste zzp’ers zijn woonachtig in Zierikzee (31 procent).

6. Schuldhulpverlening In de periode 1 juli 2022 tot en met 30 juni 2023 ontvingen 85 huishoudens een vorm van schuldhulpverlening via de PLANgroep in de gemeente Schouwen-Duiveland. Van deze 85 huishoudens is 46 procent (39 huishoudens) in beeld bij de gemeente als minimahuishouden; van hen is bekend dat zij een inkomen hebben tot 120 procent Wsm en een vermogen hebben dat past binnen de grenzen van de Participatiewet. Tabel 6.1 Gebruik schuldhulpverlening*

2022 - 2023 Minimahuishoudens tot 120% Wsm

39

46%

Overige huishoudens

46

54%

Totaal

85

100%

Minimahuishoudens met schuldhulpverlening De 39 gebruikers van de schuldhulpverlening die die gemeente al in beeld heeft, vormt 6 procent van de doelgroep tot 120 procent Wsm die de gemeente al kent (en die dus een laag vermogen hebben). 94 procent van de minimadoelgroep heeft dus geen gebruikgemaakt van (een vorm van) schuldhulpverlening. Onder de minimahuishoudens in beeld met een inkomen tot 100 procent Wsm is gebruik van de schuldhulpverlening in verhouding iets hoger; 6 procent (32 huishoudens). Kenmerken huishoudens die gebruik hebben gemaakt van schuldhulpverlening in beeld De 85 huishoudens die gebruikmaken van de schuldhulpverlening zijn veelal alleenstaand (41 procent), hebben in de meeste gevallen een Nederlandse achtergrond (87 procent) en de helft heeft een leeftijd van 45 tot 66 jaar. * De cijfers over het gebruik van schuldhulpverlening betreffen het aantal gebruikers dat gekoppeld kon worden aan het BRP dat voor dit onderzoek is aangeleverd. Er is een groep gebruikers van de schuldhulpverlening die niet gekoppeld kon worden aan het BRP. Dit betekent dat er een deel van de gebruikers van de de schuldhulpverlening ontbreekt in het dashboard en het daadwerkelijke gebruik van de schuldhulpverlening hoger ligt: op basis van de ontvangen registratie van de PLANgroep ontvangen 130 unieke gebruikers (een vorm van) schuldhulpverlening.

Daarnaast ontbreekt bij PLANgroep de registratie van BSN-nummers bij 53 cases met een actieve voorziening. Het daadwerkelijke gebruik ligt dus vermoedelijk rond de 180 gebruikers. 11 Duidingsrapportage gemeente Schouwen-Duiveland

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14242248/1