2024 12 Bijlage 1 Evaluatie TROTS definitief
Tekst van het document
Evaluatie TROTS
1
Inhoudsopgave 1. Aanleiding TROTS ...................................................................................................................................... 3 2. Resultaten ................................................................................................................................................... 4 2.1 Inhoudelijke resultaten op vooraf gestelde opgaven ............................................................................. 4 1.2 Resultaten voor de gemeentelijke organisatie ...................................................................................... 5 1.3 Resultaten van de aanpak na 2-3 jaar voor de jongeren ...................................................................... 6 2. Financieel resultaat van de aanpak ......................................................................................................... 6 3. Reflectie op basis van resultaten en ervaringen ......................................................................................... 8 4. Hoe gaan we verder? .................................................................................................................................. 8
2
1. Aanleiding TROTS Pilot 1e fase stichting OjeeAdhd In 2017 is stichting OjeeAdhd voor jongeren een pilot gestart waarin de opleiding verzorgd werd door Essenzo Goes (particulier Mbo), werk (BBL) geregeld was via restaurant 'Bij Kees' en Boerderij de Stelle te Ouwerkerk de ondersteuning (wonen en zorg) bood. Het betrof drie jongeren met een lange geschiedenis in de jeugdhulpverlening, uitval van school en soms zelfs met geschiedenis in de criminaliteit en bekend als problematische hangjongere of zelfs niet meer in beeld als 'thuiszitter'. Met de pilot wilde stichting OjeeAdhd laten zien dat met een andere aanpak voor deze jongeren ook toekomstperspectief mogelijk is en te realiseren tegen lagere zorgkosten dan eerder het geval was. De belangrijkste doelstellingen voor deze jongeren waren minimaal een Mbo2-diploma te laten halen (startkwalificatie), klaar te maken voor werk met een BBL-traject en zelfstandig leren leven. Dit wordt mogelijk doordat de zorgverlener zowel thuis, als op het werk en op school aanwezig is en er met de werkgever en school afspraken zijn om 'flexibel' met afwijkend gedrag om te gaan. Afwijkend gedrag resulteert niet direct in het kwijtraken van de BBL-werkplek, maar wordt door de zorgverlener besproken en opgepakt met jongere, school en werk.
Deze insteek heeft geleid tot de vraag van de gemeente Schouwen-Duiveland aan stichting OjeeAdhd om de pilot verder uit te werken en deze vorm van begeleiding, activering en reintegratie voor meerdere jongeren beschikbaar te maken. Doorontwikkeling TROTS Voor de doorontwikkeling is een aparte sociale onderneming gestart: TROTS - Thuiszitters Re-integreren Opleiden Terug in de Samenleving. Samen met stichting OjeeAdhd hebben we met TROTS een plan van aanpak voor de doorontwikkeling gemaakt. Dit plan is door het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland vastgesteld en bevatte afspraken over financiering, samenwerking met derden en evaluatie. Dit document is de evaluatie van deze doorontwikkeling, genoemd TROTS. Reikwijdte van de evaluatie De evaluatie is in 2021 en 2022 uitgevoerd. In 2021 liepen de meeste TROTS-trajecten af. 2022 was belangrijk om de mate van begeleiding na TROTS mee te kunnen nemen in de resultaten. De tijdsperiode van de evaluatie brengt daarmee goed in beeld wat de inzet van TROTS heeft bereikt.
3
2. Wat wilden we bereiken met TROTS? Met TROTS wilden we twee soorten ervaringen opdoen: 1) is de aanpak van stichting OjeeAdhd voor een grotere groep jongeren en jongvolwassenen ook succesvol en lukt het ons om een aantal noodzakelijke voorwaarden op onderwijs, werk en begeleiding te realiseren en 2) wat kan de gemeentelijke organisatie van samenwerken met TROTS leren? In dit document spreken we voornamelijk over jongeren. Daarmee bedoelen we ook jongvolwassenen.
2.1 Inhoudelijke resultaten opgaven uit het plan van aanpak TROTS In het plan van aanpak TROTS hebben we een aantal opgaven geformuleerd op de verschillende onderdelen die binnen de eerste pilot noodzakelijk bleken om opgepakt te worden voor verder succes: onderwijs, werken, vorm van ondersteuning, zelfstandig leven. Binnen TROTS heeft dit de volgende resultaten opgeleverd: Opgave onderwijs: Een onderwijsvoorziening waarin de verantwoordelijke school Rijksbekostiging ontvangt voor de jongeren én een veilige leerplek biedt. Dit houdt onder meer in dat de onderwijsvoorziening kleinschalig is en de school open staat voor korte lijnen met werkgever en de benodigde ondersteuning. ➔ Resultaat: TROTS heeft kunnen overstappen van privaat (Essenzo) naar publiek gefinancierd onderwijs van Scalda. Daarmee hoeven er geen extra middelen worden ingezet om het onderwijs te bekostigen. Samen met Scalda is naar tevredenheid van TROTS samen de opleidingstrajecten voor de jongeren vormgegeven: kleinschalig en nabij onderwijs op de Zuidhoek, waarbij het voor TROTS mogelijk was om naar behoefte van de jongeren aanwezig te zijn in onderwijstijd. Bovendien is ook gebruik gemaakt van het Participatielab binnen de Zuidhoek wat zorgde voor aanvullende opleidingsmogelijkheden voor de jongeren. Op deze manier kon de stap van Entreeopleiding naar een diploma op mbo2-niveau en hoger worden gerealiseerd.
In de resultaten per jongere is te zien dat het vormgeven van de onderwijsvoorziening met ondersteuning heeft geleid tot een hoog percentage geslaagden van 70%. Opgave werk: De doelgroep is er één die in eerste instantie qua arbeidsvermogen minder presteert. Daarbij is er de mogelijkheid van tijdelijke uitval en is er meer begeleiding nodig op de werkvloer dan bij reguliere BBL-trajecten. Een regulier maandloon is voor een werkgever een drempel om in dit project in te stappen. Deze opgave is dus tweeërlei: TROTS-jongeren aan een BBL-plek helpen én na afronding studie aan werk helpen. ➔ Resultaat: we hebben vanuit de gemeente de optie loonkostensubsidie toegankelijk gemaakt. Deze is aan vijf jongeren verstrekt. Inclusief de bijbehorende begeleiding vanuit TROTS op de werkvloer is het daarmee gelukt om 9 van de 13 jongeren aan een baan te helpen, waarvan er 7 een vaste aanstelling hebben gekregen. o Voor twee jongeren wordt nog gebruik gemaakt van loonkostensubsidie. Voor drie jongeren is het arbeidsvermogen tijdens het traject zo gestegen is dat zij kunnen werken zonder loonkostensubsidie. Opgave begeleiding: Een geschikte voorziening in begeleiding die past bij de problematiek van de jongere en waar hij/zij tegelijkertijd thuis, op school en op de werkvloer ondersteunt wordt. Op dit moment is de keuze in beschikbare voorzieningen beperkt.
De huidige stap tussen beschermd wonen en begeleiding thuis is veel te groot. Dit betekent dat de juiste begeleiding niet kan worden ingezet en dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om af te schalen in begeleiding wanneer de zelfredzaamheid van de jongere toeneemt. Vanuit het actieplan begeleiding waren we met SWVO aan het kijken hoe we dit kunnen verbeteren door de bouwstenen aan te passen. Naast deze brede doorontwikkeling is het goed om ervaring in de praktijk op te gaan doen met tussenvormen. ➔ Resultaat: Samen met TROTS is de bouwsteen ‘begeleid leven’ ontwikkelt binnen SWVO. Op deze wijze is het mogelijk om de doelgroep van TROTS ook binnen de Wmo te bekostigen volgens zorgbehoefte. In de praktijk zien we dat de jongeren die TROTS gevolgd hebben zo jong waren bij de start dat zij vooral bekostigd zijn binnen de Jeugdhulp. Een belangrijke stap na de evaluatie is de bouwsteen ‘begeleid leven’ invulling geven aan de hand van de opgedane ervaringen. Daarmee kan de bouwsteen nog beter ingezet worden. Dit geven we in 2023 vorm binnen de voorbereiding op de nieuwe contractering van Wmo-maatwerkvoorzieningen binnen SWVO.
4
Opgave wonen Een andere opgave gericht op zelfstandig wonen is betaalbare woonruimte vinden. Jongeren tot 23 jaar ontvangen huurtoeslag, mits de huur niet hoger is dan de wettelijk vastgestelde maximale huur. Het is essentieel voor het project TROTS dat de jongeren op enig moment zelfstandig gaan wonen. De jongeren doorlopen een BBL-traject en ontvangen loon waarmee ze hun woonruimte kunnen betalen, mits er huurtoeslag beschikbaar is of de huur van de woonruimte niet te hoog is. ➔ Resultaat: TROTS heeft afspraken met Zeeuwland kunnen maken over woonruimte aan de Meelstraat. In de huurprijs aan de jongeren wordt rekening gehouden met de maximale huur, zodat de jongeren huurtoeslag kunnen ontvangen. Daarmee is er extra woonruimte beschikbaar gekomen om jongeren via een tussenstap uit te laten stromen naar zelfstandig wonen. De eerste periode kende wat onrust bij de jongeren en overlast voor omwonenden. Met goede afspraken is de onrust afgenomen en wordt er prettig naast en met elkaar geleefd. ➔ Resultaat: doordat de jongeren in appartementen bij elkaar wonen, is de begeleiding op locatie goed in te richten en beschikbaar voor meerdere jongeren tegelijk. Het bijvoorbeeld leren koken en opbouwen van nieuwe relaties wordt makkelijker gemaakt doordat de jongeren bij elkaar wonen.
Opgave financieel beheer Dit onderdeel is ingebracht vanuit TROTS als aanvullende vraag tot dienstverlening in relatie tot zorgvraag van jongeren. In de pilot 1e fase is gemerkt dat het helpend is om extra aandacht te besteden aan het beheren van de eigen inkomsten en uitgaven van de jongeren. De bedoeling was om deze vraag verder uit te werken. ➔ Resultaat: veel jongvolwassenen die de bouwsteen begeleid leven ontvangen, ontvangen daarnaast budgetbeheer vanuit Plangroep. Deze samenwerking verloopt goed.
2.2 Opgedane ervaring voor de gemeentelijke organisatie Bij de opzet van de pilot hebben we de volgende doelstellingen gesteld. - Ervaring opdoen met integraal werken in de toegang - Er is ervaring met de nieuwe bouwsteen Wmo begeleid leven - Input voor het bepalen van een reële kostprijs van de nieuwe bouwsteen ‘Begeleid leven’. - Betere afstemming ondersteuning Participatiewet en de pilot: inzicht in de toepasbaarheid van de instrumenten vanuit de wettelijke eisen Participatiewet. Integraal werken De start van de pilot is in een onrustige periode van de gemeentelijke toegang geweest met weinig vaste krachten. In eerste instantie is de pilot intern opgevangen door de kwaliteitsmedewerker Wmo. Met de komst van het focusplan WWL (keuzes op capaciteit, kwaliteit en focus op inhoud) is de slag gemaakt om een team te vormen van drie medewerkers uit Jeugd, Wmo en Participatiewet. Dit team is gaan dienen als aanspreekpunt voor TROTS en heeft onderling afgestemd over inzet van zorg en uitwisseling van ervaringen. Dit zorgde onderling voor rust, maar ook bij TROTS zelf. De aanspreekpunten waren weer duidelijk en er werd onderling afgestemd. Aanvullend kwamen de medewerkers in het team tot de conclusie dat door het gebruikmaken van elkaars kennis er ook andere voorzieningen ontsloten konden worden die meer laagdrempelig aansloten op de vraag van jongeren.
Bouwsteen begeleid leven De bouwsteen begeleid leven is beperkt toegepast. In de meeste TROTS-trajecten was er sprake van een jeugdige onder de 18 jaar waarvan het traject eventueel met verlengde Jeugdwet bekostigd is. In de praktijk is gebleken dat na de groep jongeren die een TROTS-traject doorliepen er niet direct een nieuwe groep klaar stond. Dit is enigszins verklaarbaar doordat er niet jaarlijks 15 jongeren met dergelijke zware zorgvragen klaarstaan om in te stappen in een TROTS-traject. We zagen de volgende oorzaken: -
Als er vraag was, waren dit nog jongeren die te jong waren of jongeren met een te zware zorgvraag (in een gesloten setting), of jongeren met een zorgvraag die een te lichte zorgvraag hadden voor de bekostiging via de beschikbare producten (begeleid leven of onderwijszorgarrangement). o Gezien de positieve resultaten van een TROTS-traject is met de aanbieder een bredere inzet met lichtere zorg onderzocht en ontwikkelt: Samen sterk voor Jongeren. We adviseren vanuit deze evaluatie het geleerde mee te nemen, zodat voor een andere
5
doelgroep ook passende lichtere zorg beschikbaar komt die jongeren helpt zelfstandig te leren leven. -
Ook de eis dat de jongere in staat moest zijn om een startkwalificatie te behalen beperkte de instroom. Het gebruik van de bouwsteen kan meer ingezet worden door de specifieke eis van startkwalificatie los te laten en ook andere vormen van onderwijs te accepteren. Daarbij wordt de termijn van twee jaar TROTS-traject ook flexibel. Die was immers noodzakelijk om een startkwalificatie te behalen in een tweejarig onderwijstraject.
Toepasbaarheid instrumenten Participatiewet Het meest geschikte instrument binnen de Participatiewet is de loonkostensubsidie gebleken. Voor zeven jongeren is hiervan gebruik gemaakt en in 2022 ontvingen er nog twee jongeren loonkostensubsidie. Samenwerking met Scalda en o.a. via het Participatielab loont. Deze jongeren hebben behoefte aan thuisnabij onderwijs en in samenwerking met Scalda binnen de infrastructuur van de Zuidhoek is dit goed gelukt. Aanwezigheid van begeleiding op locatie is wenselijk en werd bemoeilijkt door covid-19. Het werken met een jobcoach loopt lastiger volgens TROTS. Via de Participatiewet zetten we deze jobcoaches gericht in om mensen te begeleiden op de (nieuwe) werkplek.
2.3 Resultaten van de aanpak TROTS voor de jongeren In totaal zijn 15 jongeren begeleid binnen TROTS. Daarvan zijn twee trajecten niet afgerond. Een ander traject heeft geresulteerd in uitstroom richting WLZ en Wajong. Alle jongeren zijn wel meegenomen in de resultaten in onderstaande tabel. De resultaten in deze tabel hebben betrekking op het moment van uitstroom uit een TROTS-traject. De aflopende begeleiding en resultaten daarvan zijn niet opgenomen in deze tabel, maar worden financieel wel zichtbaar in paragraaf 2.4. Doel Begeleiding
Resultaat per juni 2022 3 van de 15 jongeren zijn volledig uitgestroomd uit zorg
Startkwalificatie
9 van de 15 hebben een startkwalificatie
Baan
8 van de 15 hebben een vaste baan en nog 2 een tijdelijk contract 5 van de 15 wonen zelfstandig
Zelfstandig wonen
Financieel zelfstandig
Geen jongere zit in de schuldhulpverlening
Sociaal netwerk is verstevigd
Wel inzet gepleegd, niet kwantificeerbaar
Opmerking Twee jongeren ontvangen lichte begeleiding vanuit Waakvlam. Drie jaar na de eerste uitstroom van TROTS ontvangt nog slechts één jongere zorg. 3 opleidingen zijn nog niet afgerond i.v.m. corona (d.d. 042022)
6 jongeren wonen zelfstandig met begeleiding (Meelstraat) en 2 jongeren zijn terug bij hun ouders. 4 jongeren ontvangen nog begeleiding waarin financiën een leefgebied is.
2.4 Financieel resultaat van de aanpak (d.d. 2022) We hebben de gemiddelde kosten in kaart gebracht over de gehele groep van deelnemers: zorgkosten voorafgaand aan TROTS, de zorgkosten van TROTS én de zorgkosten na TROTS (met een uitloop van drie jaar).
6
Gemiddelde kosten per TROTS-cliënt €63.162,89 €53.756,33
€16.567,69
VOOR TROTS
TROTS (45A49 + 02A15)
AFBOUW NA TROTS JAAR 1
7
€3.832,29
€705,00
AFBOUW NA TROTS JAAR 2
AFBOUW NA TROTS JAAR 3
3. Reflectie op basis van resultaten en ervaringen We zien een groot slagingspercentage van het aantal deelnemende jongeren. 1. 20% heeft na afloop van TROTS en 1 á 2 jaar begeleiding geen zorgindicatie meer. 2. 60% van de jongeren zijn begeleid naar minimaal een startkwalificatie waarmee ze duurzaam inzetbaar zijn op de arbeidsmarkt 3. 67% van de jongeren hebben een baan en 53% van de jongeren hebben een vaste baan. 4. 33% van de jongeren wonen zelfstandig en nog 40% woont zelfstandig met begeleiding (Meelstraat) en 13% van de jongere kon weer terug naar hun ouders. 5. Geen van de jongeren zit in de schuldhulpverlening, één valt onder bewindvoering. (tijdelijke) Nazorg met begeleiding is voor de meeste jongeren noodzakelijk We constateren ook dat het realiseren van een startkwalificatie en een baan voor de meerderheid binnen de twee jaar TROTS mogelijk is. Het zelfstandig wonen en leven lukt dan nog niet. Dit heeft ook te maken met de leeftijd en het ontbreken van een ondersteunend netwerk. In veel gevallen is daarom nog 1 á 2 jaar begeleiding afgegeven. Deze indicatie is voor de meesten echter wel tijdelijk. Deze nazorg is noodzakelijk gebleken om zorgvuldig de zorg af te kunnen bouwen. Wanneer deze nazorg ontbreekt is terugval geconstateerd. Voor een aantal geldt dat ook met nazorg er sprake is van terugval, maar dat extra inzet van begeleiding dan helpt.
Ondersteunend netwerk kan nog beter worden opgezet Het ‘oude netwerk’ van de jongere komt op momenten terug in het traject en veroorzaakt dan regelmatig het problematisch gedrag uit het verleden. TROTS legt dan ook de focus op ‘wie ben ik’. Doordat TROTS elk levensdomein van de jongere betreft, kan er snel geschakeld worden en is de onrust snel uit de communicatie. Interventie wordt op die manier snel en op het juiste moment toegepast. We constateren wel dat er een breder netwerk nodig is voor de jongeren dan het netwerk van de hulpverlening. Deze vraag komt ook bij enkele jongeren zelf vandaan. Het risico is dat er anders afhankelijkheid van hulpverlening ontstaat. We zien hier twee verbeterpunten: - Inzet van onafhankelijke cliëntondersteuners die de eigen vraag van cliënten beter helpt onder woorden te brengen - In het tweede jaar van het traject meer aandacht besteden aan het opbouwen van een ondersteunend netwerk en hierop gezamenlijk met cliënt op evalueren in de evaluatiemomenten.
4. Hoe gaan we verder? Met deze evaluatie is inzichtelijk gemaakt dat een langdurig traject met begeleiding in één hand op alle relevante levensgebieden van een jongere werkt. Het gaat hierbij om jongeren met een lange historie aan intensieve jeugdhulp, jongeren die beschermd woonden en waarvan vaak niet duidelijk was op welke manier zij in de toekomst een zelfstandig bestaan konden opbouwen. Een overgrote meerderheid heeft via TROTS een nieuwe start kunnen maken en weer een basis voor de toekomst kunnen leggen. Dit is gebeurd door tegelijkertijd aan de persoonlijke ontwikkeling én concrete doelen als diploma, baan en woonruimte te werken. TROTS verdient daarvoor een groot compliment. Tegelijkertijd zien we ook verbeterpunten: 1. We constateren een evenwichtsoefening bij de keuze voor welke jongere we TROTS inzetten: het inzetten van TROTS is duur en levert tegelijk goede resultaten op waarbij de zorginzet een stuk lager en goedkoper ligt dan voor een TROTS-traject. Wanneer kiezen we voor een duurder traject met TROTS gericht op de eindresultaten en wanneer zetten we lichtere zorg in, omdat een jongere daarmee ook dezelfde resultaten behaald? TROTS is een relatief zwaar traject en niet voor alle zorgvragen geschikt. We constateren daarom het volgende: a.
Er is aanbod nodig voor de lichtere zorgvragen die met een vergelijkbare samenhangende werkwijze kunnen worden opgepakt: dit kan binnen de pilot ‘Samen sterk voor jongeren’ opgepakt worden. b. Een invulling van de bouwsteen ‘begeleid leven’ helpt Wmo-consulent en zorgaanbieder betere afwegingen maken voor de inzet. c. En aanvullend, het loslaten van de startkwalificatie-eis brengt de instroom weer op gang, meer jongeren die nu relatief zware zorg ontvangen helpen en tegelijkertijd ook de inzet van TROTS verkorten. 2. We willen de inzet van onafhankelijke cliëntondersteuner gaan benutten. De jongere komt vaak uit een instabiel netwerk of heeft helemaal geen netwerk en moet in twee jaar bepalende keuzes
8
maken. Omdat alle zorg in één hand zit, kan een cliëntondersteuner de jongere onafhankelijk adviseren. a. Daaraan gekoppeld dient in een TROTS-traject nadrukkelijk aandacht te zijn voor de opbouw van een sociaal netwerk. We gebruiken onze ervaringen met doelgericht beschikken om dit ook SMART op te nemen in de ondersteuningsplannen. 3. We behouden de samenwerking van drie disciplines Wmo, Jeugd en Participatiewet bij het afgeven en monitoren van de zorg. Deze samenwerking doet recht aan de geleverde zorg door de Stelle in TROTS-trajecten en maakt daardoor de kwaliteit van de afwegingen en gesprekken met cliënt en zorgaanbieder sterker.
9
Bijlage 1 – Werkproces 2.0 Een traject ‘begeleid leven’ kan ingezet worden als maatwerkvoorziening. Om hiervoor in aanmerking te komen dient een consulent toegang te geven tot dit traject. Dit gebeurt vanuit de Wmo. Hieronder is informatie opgenomen over het toegangsproces. Duur van de begeleiding Een traject TROTS wordt afgegeven voor 2 jaar wanneer het behalen van een startkwalificatie tot de mogelijkheden behoort. Als dat niet het geval is, wordt een kortere duur van het traject in overleg met de consulent vastgesteld. Aanmelding – gespreksverslag – ondersteuningsplan – beschikking - evaluatiemomenten Het werkproces is hetzelfde als bij de andere Wmo en/of jeugd-maatwerkvoorzieningen. Dit betekent dat er een aanmelding plaatsvindt, een gespreksverslag wordt opgesteld, een ondersteuningsplan wordt opgesteld en een beschikking wordt afgegeven. Deze stappen lopen zoals gebruikelijk via het berichtenverkeer en het portaal van SWVO. Hieronder de gemaakt afspraken die afwijken van het reguliere traject: - Bij de aanmelding wordt de casus aangemeld bij de drie medewerkers vanuit Jeugd, Wmo en Participatiewet. Een lid van dit team neemt de aanvraag in behandeling. - Het gespreksverslag wordt integraal (3D) opgesteld. De medewerker SD stemt intern af met collega’s. De onafhankelijk cliëntondersteuner is hierbij aanwezig.
- De handtekening van het gespreksverslag dient als basis voor de verschillende beschikkingen - Het ondersteuningsplan mag bij de start met enkel de basisgegevens ingevuld worden. Het ondersteuningsplan is de rest van het traject een dynamisch document gebaseerd op de resultaten zoals in dit projectplan zijn opgenomen. Tijdens de evaluatiemomenten wordt het ondersteuningsplan besproken. - Bij akkoord mag TROTS direct de arbeidsdeskundige inschakelen voor een loonwaarde-meting. Dit hoeft niet via een klantmanager werk te lopen, de klantmanager werk wordt wel geïnformeerd. - Bij een traject van twee jaarvinden er drie evaluatiemomenten plaats (na een jaar, na anderhalf jaar en bij afsluiting van het traject). Bij een verkort traject worden afspraken rondom evaluatie gemaakt via de principes van doelgericht beschikken. ZIN/PGB Het is mogelijk om TROTS via ZIN af te geven. Dit heeft ook de voorkeur. Mocht een cliënt er op staan om een PGB te krijgen dan gelden de reguliere regels omtrent het PGB (zie de verordening en beleidsregels). Getoetst moet worden of de budgethouder in staat is om een PGB te beheren (Let op deze rol mag niet door de aanbieder vervuld worden) en de kwaliteit dient getoetst te worden via het budgetplan dat de budgethouder opstelt. Eigen bijdrage Valt een client onder de Wmo dan gaat de deelnemer een eigen bijdrage betalen via het CAK.
Facturering De facturering van het traject verloopt via SWVO via het berichtenverkeer.
10