2024.104 Bijlage 1 - Informatieve notitie vanuit het programmasecretariaat Sociaal Domein Zeeland (1048672)
Tekst van het document
Aanleiding en probleemstelling De dertien Zeeuwse gemeenten werken al lang samen op het gebied van inkoop en toezicht van jeugdhulp, beschermd wonen (BW), maatschappelijke opvang (MO) en vrouwenopvang (VO), maar in verschillende samenwerkingsverbanden en uitvoeringsorganisaties. Inhoudelijk gezien zitten de dertien gemeenten op één lijn. Regiovisies worden door de raden vastgesteld en partnersafspraken vormen voor BW, MO en VO een solide basis onder het motto ‘Samen uit, samen thuis’. Verdere integratie is wenselijk, zowel vanuit het perspectief van de cliënten, als organisatorisch. Over de vorm waarin het geheel gegoten moet worden, lopen de meningen vooralsnog uiteen. Sinds 2021 wordt met elkaar gesproken over de governance voor de inkoop en toezicht van jeugdhulp, BW, MO en VO. Dit voorstel is erop gericht om ook voor de organisatie van het geheel een solide basis te leggen voor de toekomst. Adviesbureau Berenschot heeft in juni 2023 het rapport ‘Wendbaar en behoedzaam. Governance inkoop jeugdhulp, BW, MO en VO Zeeland: de ideale constructie bestaat niet’ opgeleverd. Berenschot beval variant 1 aan: het oprichten van een nieuwe gemeenschappelijke regeling (GR) voor het organiseren van de inkoop- en toezichttaken op het gebied van jeugdhulp, BW, MO en VO.
In het themaoverleg sociaal domein van het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO) van 6 juli 2023 was er geen unanimiteit over de gewenste governance. Daarom hebben alle dertien Zeeuwse colleges in augustus/september 2023 besloten om variant 1 verder uit te werken en daarna een definitieve keuze te maken. Dit met inachtneming van de in het rapport van Berenschot benoemde randvoorwaarden: 1. Neem de PIOFACH-taken (personeel, informatievoorziening, organisatie, financiën, administratie, communicatie, huisvesting) van de nieuwe GR af bij GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Zeeland; 2. Tref indien nodig passende compenserende maatregelen voor CZW Bureau/GR Samenwerkingsverband Welzijnszorg Oosterschelderegio (SWVO) in verband met het weghalen van inkooptaken voor BW, MO en VO. Op verzoek van de gemeenten Sluis en Terneuzen is variant 2 (inkoop van BW, MO en VO toevoegen aan GR GGD Zeeland/Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ)) betrokken bij het lopende onderzoek ten aanzien van de financiën en bestuurs- en managementstructuur. Eerder werd gesproken over de GR Inkoop en toezicht Sociaal Domein Zeeland (ISDZ). Met het oog op een mogelijke verbreding van de taken en bevoegdheden in de toekomst hanteren we vanaf nu de naam Sociaal Domein Zeeland (SDZ). Eventuele uitbreiding van taken geschiedt stap-voor-stap en alleen bij unanieme besluiten.
Doelstellingen en gewenste resultaten ‘Alle Zeeuwen gezond, gelukkig en maatschappelijk zelfredzaam’. Dat is het doel van alles wat we in Zeeland doen binnen het sociaal domein. Het definitief kiezen van een governance voor de inkoop van jeugdhulp, BW, MO en VO helpt bij het zo snel en goed mogelijk ondersteunen van inwoners die voor korte of langere tijd een steuntje in de rug nodig hebben. Daarnaast is het de bedoeling dat de gemeenteraden in de nieuwe situatie meer grip ervaren op het budget en beleid. En dat de bestuurlijke slagvaardigheid voor de colleges en betrokken portefeuillehouders verbetert. Argumenten 1.1. Keuze voor variant 1 doet recht aan de inhoudelijke opgaven We stellen het college voor om definitief te kiezen voor variant 1: het oprichten van de nieuwe GR SDZ voor het organiseren van de inkooptaken op het gebied van jeugdhulp, BW, MO en VO, inclusief toezicht Wmo en Jeugd. Deze variant biedt de beste waarborg voor de inkoop van en het toezicht op jeugdhulp, beschermd wonen en opvang, en op de uitvoering van gemeentelijk beleid in regionaal verband. In de landelijke Hervormingsagenda Jeugd, de regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023-2028, de Regiovisie Beschermd Wonen en Maatschappelijke opvang Zeeland 2022-2025 en het Opbouw-, Ombouw- Afbouw- en Spreidingsplan (OOAS-plan) van HHM liggen grote opgaven voor, die om een sterke govenrnance vragen.
Ook de rapporten ‘Samen aan het stuur’ van BMC (april 2022) en ‘Wendbaar en behoedzaam’ van Berenschot bevelen een nieuwe GR aan voor de inkoop van jeugdhulp, BW, MO en VO. 1.2 In deze vorm kan het bestuur van de GR zich volledig richten op de hoofdtaken Het bestuur van GR SDZ kan zich volledig focussen op de ontwikkeling van de inkoop van jeugdhulp, BW, MO en VO, inclusief toezicht Wmo en Jeugd. De organisatie kan zich richten op het samenvoegen van inkoop, contractmanagement, financiële administratie en monitoring, waardoor synergie wordt bereikt
op deze taken. Er kan kwaliteitsverbetering en een meer integrale ‘0-100+ jaar’-benadering van de inkoop worden gerealiseerd. De huidige kwetsbaarheid voor met name de inkoop van BW, MO en VO zal daardoor verminderd worden. En de bestuurlijke constructie rondom BW, MO en VO wordt helderder, waardoor raden beter in positie komen. 2.1. Er ligt een helder en goed gedocumenteerd organisatie- en implementatieplan. Dit plan is opgesteld door adviesbureau Berenschot in samenwerking met zes werkgroepen, bestaand uit medewerkers van IJZ en CZW Bureau. Uit het plan blijkt dat het goed mogelijk is om een organisatie neer te zetten die op zijn taak is berekend. Het eerdere rapport ‘Samen aan het stuur’ van BMC (april 2022) en ‘Wendbaar en behoedzaam’ van Berenschot wijzen de richting al aan, het implementatieplan geeft een heldere koers aan met duidelijke beslispunten. 3.1. PIOFACH-taken niet bij de GGD De GGD heeft in de aanloop naar de besluitvorming aangegeven dat uitbesteding aan een externe partij (een nieuwe GR) voor de GGD betekent dat extra en nieuwe processen moeten worden ingericht (opstellen dienstverleningsovereenkomsten, monitoring en beheer op de afspraken). De bedrijfsvoering van de GR GGD is hierop niet ingericht. en het organiseren van bedrijfsvoering voor een externe partij behoort niet tot de kerntaken van de GGD.
De opdrachten die de GGD heeft neergelegd in ‘De basis op orde’ eisen in de huidige formatie alle aandacht op. Daarnaast verkent de GGD nu juist samenwerking op bedrijfsvoeringstaken met Veiligheidsregio Zeeland (VRZ) en Regionale Uitvoeringsdienst (RUD) Zeeland. 3.2. Deze taken elders onderbrengen is een betere optie. Als de GGD desondanks de bestuurlijke opdracht zou krijgen om de PIOFACH-taken te leveren, zal dat op basis van de Handleiding Overheidstarieven (HOT) 2024 € 26.000 per fte extra kosten. Bovendien moet ook de GR SDZ kosten maken voor onder andere huisvesting, softwarelicenties en onkostenvergoeding voor medewerkers. De bedoelde taken kunnen eventueel elders kunnen worden ondergebracht. SDZ kan zelf informatievoorziening en de financiële administratie rondom het primaire proces organiseren. Ook is er ten aanzien van huisvesting een geschikte locatie in beeld (Stationspark 29a in Goes). Het is echter niet praktisch om de specialistische functies in huis te halen. Voorgesteld wordt dan ook te onderzoeken of of deze taken elders kunnen worden afgenomen dan bij GR GGD Zeeland. Berenschot is in zijn implementatieplan tot de conclusie gekomen dat het begrote bedrag van circa € 670.000 per jaar voldoende moet zijn om zelfstandig de PIOFACH-taken in te kopen. De verwachting is dat we snel zaken kunnen doen met GR De Bevelanden en SWVO.
Op termijn kan wellicht worden aangehaakt bij de samenwerking tussen RUD, GGD en VRZ. 4.1. Ontwerpregeling SDZ De ontwerpregeling is gebaseerd op de modelregeling die de juridische werkgroep ‘Wijziging Wgr’ heeft opgeleverd naar aanleiding van de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Voor wat betreft de invulling van de bestuurlijke governance, wordt voorgesteld: Eén lid van het algemeen bestuur (AB) met één stem per gemeente in combinatie met stemmen bij een gekwalificeerde meerderheid van 75% van de uitgebrachte stemmen. Het dagelijks bestuur (DB) bestaat uit een voorzitter en twee andere leden, waarbij ieder lid afkomstig is uit een andere subregio. Zodanige delegatie van bevoegdheden rechtstreeks aan het DB dat SDZ slagvaardig kan opereren. Het DB kan op zijn beurt weer mandaten verlenen aan de directie. De kostenverdeelsleutel zoals opgenomen in het organisatie- en implementatieplan, met specifiek voor Jeugd een kostenverdeling op basis van inwoneraantal.
Toelichting Samenstelling AB Het voorstel is om het AB te laten bestaan uit één lid per gemeente (dus dertien AB-leden) en ieder lid één stem te geven. Dat past het beste bij het uitgangspunt van de samenwerking: we zitten er met z’n dertienen op basis van gelijkwaardigheid in. De evenredigheid in de kostenverdeling (bijvoorbeeld omslag van de kosten per inwoner) zit in de begroting en in artikel 26 van de ontwerpregeling. Dus als het AB een besluit neemt met financiële consequenties bepalen begroting en artikel 26 hoe die consequenties worden verdeeld: naar de verdeelsleutel van inwonertallen. Stemverhouding Normaliter worden bestuursbesluiten genomen op basis van een volstrekte meerderheid (dus de helft plus één, zie ook artikel 30 van de Gemeentewet), maar om het draagvlak voor de te nemen besluiten te vergroten, wordt voorgesteld om een gekwalificeerde meerderheid van 75% aan te houden. Dus bij een volledige aanwezigheid van de AB-leden zijn tien stemmen vereist om een besluit te nemen (waar dat bij een ‘gewone’ meerderheid zeven zou zijn). Dit maakt dat bijv. de gemeenten in de Oosterschelderegio (zeven stemmen) niet richtinggevend van invloed kunnen zijn op de gemeenten uit de andere subregio’s (zes stemmen).
Een verdeling op basis van gewogen stemmen (dus 1, 2 of 3 stemmen per lid, zoals beschreven in de notitie ‘Aandachtspunten’) geeft de grote(re) gemeenten meer gewicht en zorgt in onze ogen voor een onbalans in de onderlinge verhoudingen. Voor de verdeling van de kosten is een gewogen stemverhouding niet nodig, omdat we voor die verdeling ook al een verdeelsleutel gaan hanteren (verdelen naar rato van inwonertallen). Samenstelling dagelijks bestuur Voorstel is om te kiezen voor een klein en slagvaardig DB, dat bestaat uit drie leden: de voorzitter en twee andere leden. Bij de verdeling wordt uitgegaan dat de twee aanvullende leden (naast de voorzitter) ieder uit een andere subregio komen dan die van de voorzitter. Zo bevat het DB een vertegenwoordiging uit alle drie de subregio’s. Om de slagvaardigheid van het DB te bevorderen, worden alle aan de orde zijnde taken en bevoegdheden op het gebied van de inkoop jeugdhulp, BW, MO en VO door de colleges overgedragen aan het DB. Het DB kan vervolgens weer mandateren aan de directeur en de organisatie. Het college wordt voorgesteld de ontwerpregeling vast te stellen en, na instemming van alle dertien Zeeuwse colleges, de raad te vragen om binnen acht weken haar zienswijze over de ontwerpregeling naar voren te brengen, zodat vervolgens de definitieve tekst kan worden bepaald.
Uitkomst OZO-themaoverleggen sociaal domein 7 en 28 maart 2024 In de OZO-themaoverleggen sociaal domein van 7 en 28 maart jl. is zijn de argumenten uitgewisseld, maar is na een respectvolle discussie, evenwel geen unanimiteit bereikt: a. Tien gemeenten geven de voorkeur aan variant 1: Borsele, Goes, Hulst, Kapelle, Middelburg, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland, Tholen en Veere. b. De gemeenten Sluis, Terneuzen en Vlissingen willen een pas op de plaats maken. De brief van wethouder Portier van de gemeente Vlissingen waarin gepleit wordt voor een pas op de plaats, is meegenomen in de discussie. Raadsinformatiebrief van het college van de gemeente Terneuzen van 2 april 2024 Naar aanleiding van het OZO-themaoverleg sociaal domein van 28 maart en in lijn met de reactie van de gemeente Vlissingen, heeft het college van de gemeente Terneuzen de raad geïnformeerd. Een nieuwe GR in de vorm van een openbaar lichaam lijkt het college van Terneuzen mogelijk te zwaar voor enkel de inkoop- en toezichttaken voor jeugdhulp, BW, MO en VO; het college wijst op de kwetsbaarheid met name ten aanzien van de PIOFACH-taken. Ook wordt een nadere uitwerking gevraagd ten aanzien van de ambitie om de GR uit te breiden met andere taken binnen het sociaal domein.
Verder wordt aandacht gevraagd voor de beleidsregietaak van gemeenten, die volgens Sluis, Terneuzen en Vlissingen momenteel onvoldoende door de dertien gemeenten ingevuld wordt. Hierbij wordt een verbinding gelegd met het inkoop- en aanbestedingstraject voor jeugdhulp. Het college stelt voor om in de komende tijd hieraan prioriteit te geven en tegelijkertijd een spreidingsplan te maken voor BW, MO en VO op basis van de partnersafspraken die door de dertien Zeeuwse gemeenten zijn onderschreven. Het college van Terneuzen pleit in navolging van Vlissingen, voor een pas op de plaats. De argumenten gewogen.
De raadsinformatiebrief van het college van de gemeente Terneuzen verwoordt de argumenten om te komen tot een pas op de plaats. De brief van het college is natuurlijk begrijpelijk. We zien allemaal de maatschappelijke ontwikkelingen en we voelen de huiver voor alle financiële consequenties. We volgen inhoudelijk dezelfde lijnen en denken samen na over de beste manier op de kwaliteit van de voorzieningen op peil te houden en tegelijk de kosten te beheersen. Vraag is, of oprichting van een nieuwe GR een stap zou kunnen zijn, die ons verder helpt. Juist nu. We beginnen niet op nul: de samenwerking is al begonnen en vraagt in feite om een nieuwe stap. Integratie van inkoop van jeugdhulp, BW, MO en VO is waardevol voor de cliënten en voor de betrokken organisaties. Het aanbestedingstraject Jeugd, waarover in de brief van het college van Terneuzen gesproken wordt, is strak uitgelijnd: nu zijn de portefeuillehouders in gesprek over de reikwijdte van de jeugdhulp, straks de colleges en de raden. De toevoeging van inkoop in het kader van de Wmo kan in de toekomst meerwaarde bieden, maar wordt pas uitgevoerd als we de eerste stap gemaakt hebben. En het beleid, dat is glashelder, behoort tot het domein van de gemeenten en zal niet opgenomen worden in de nieuwe GR. Beleid en uitvoering worden in samenspraak ontwikkeld en vervolgens ter vaststelling voorgelegd aan colleges en raden.
Het programmateam Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein vervult daarin een belangrijke rol. Aanbesteding jeugdhulp Zeeland In de brieven van wethouder Portier van Vlissingen en het college van Terneuzen wordt een verband gelegd met de aanbesteding jeugdhulp Zeeland. Momenteel wordt door zowel beleidsmedewerkers als IJZ hard gewerkt aan de inkoopstrategie en aanbesteding jeugdhulp per 1 januari 2026. Er is voldoende beleidscapaciteit beschikbaar gesteld voor het projectteam. Ook de beleidsmedewerkers die niet in het projectteam zitten, geven prioriteit aan het inkoopproces. Voor de inkoop van jeugdhulp is de governance niet van belang. Wel wordt geadviseerd en de aanbesteding van het jeugdhulp en de implementatie van de nieuwe GR niet tegelijkertijd uit te voeren. Als het bestuurlijke besluitvormingsproces over de governance en de implementatie in 2024 worden afgerond, kan op basis van het lopende voorbereidingstraject, in 2025 gefocust worden op het administratief inregelen van de nieuwe jeugdhulpcontracten per 1 januari 2026. Die planning is haalbaar. Zetten we nu niet door, dan kan de nieuwe GR niet eerder dan 1 januari 2027 van start. SDZ: bundeling van krachten in robuuste organisatie Er zijn door een gemeente zorgen geuit over de kwetsbaarheid van SDZ.
In februari 2024 is jeugdregio Zeeland als robuuste regio aangemerkt, mede omdat alle Zeeuwse gemeenten de inkoop van specialistische jeugdhulp vanuit één bestuursorgaan vorm en inhoud geven. Deze robuustheid zal verder versterkt worden als de inkooptaken voor jeugdhulp – en de bijbehorende kennis en expertise – worden samengevoegd met die voor BW, MO en VO. De beleidsontwikkeling in het sociaal domein van 0-100+ jaar kan zo beter worden ondersteund. Het samenvoegen van de inkooptaken biedt kansen voor verdere ontwikkeling en professionalisering. Hierdoor wordt SDZ een aantrekkelijke werkgever. Niet langer schotten en vakjes … De huidige schotten tussen financieringsstromen belemmeren de totstandkoming van voorzieningen voor inwoners die te maken hebben met verschillende wetgeving binnen het sociaal domein. Binnen één inkooporganisatie voor 0-100+ jaar kunnen gemakkelijker voorzieningen worden gerealiseerd die uitgaan van gecombineerde wetgeving. Bijvoorbeeld voorzieningen voor kwetsbare jeugdigen tussen de 16 en 23 jaar die tot 18 jaar onder de Jeugdwet vallen en daarna onder de Wmo (BW). Gevolgen van het niet maken van een definitieve keuze voor variant 1 Om een zelfstandige jeugdregio te blijven, is het voor Zeeland van belang dat de dertien gemeenten samen één bestuursorgaan blijven behouden om specialistische jeugdhulp in te kopen.
Als niet alle dertien gemeenten een definitieve keuze maken voor variant 1, blijft de huidige situatie in stand. De genoemde voordelen onder ‘Ad 1. Definitieve keuze voor variant 1’ worden niet gerealiseerd. De bestuurscommissie IJZ blijft gehandhaafd, terwijl meerdere raden hebben aangegeven dit niet wenselijk te vinden. Ten aanzien van BW, MO en VO blijven de huidige partnerschapsafspraken van kracht. Alle gemeenten hebben onlangs ingestemd met het Zeeuws-breed vormgeven van toezicht op fraude en onrechtmatigheid bij jeugdhulp, BW, MO en VO. Eerder is afgesproken om de toezichthouders te positioneren bij het CZW Bureau tot aan de op- of inrichting van een GR. Voor effectief en efficiënt toezicht moeten de toezichthouders vrij en gemakkelijk toegang hebben tot alle beschikbare informatie. Het niet realiseren van variant 1 betekent dat er aanvullende overeenkomsten moeten worden opgesteld zodat toezichthouders toegang hebben tot de informatie met betrekking tot specialistische jeugdhulp. Overigens moet nog uitgezocht worden of alle beschikbare informatie gedeeld mag worden in het licht van de AVG. De effectiviteit van het toezicht wordt hierdoor belast.
Beleidsmatig krijgt het sociaal domein steeds meer inhoud en vorm vanuit het perspectief 0-100+ jaar (domeinoverstijgend). Het wettelijke schot tussen 18-/18+ wordt steeds vager. Als de inkoop van jeugdhulp enerzijds en BW, MO en VO anderzijds gescheiden blijft, wordt deze beleidsontwikkeling niet ondersteund vanuit inkoop. GR GGD Zeeland heeft in de afgelopen periode onderdak geboden aan de medewerkers van het zelfstandige bedrijfsonderdeel IJZ. Het behoort evenwel niet tot kerntaak van de GGD. In de dagelijkse werkzaamheden is geen sprake van onderlinge inhoudelijke afstemming tussen IJZ en de GGD. De focus van het algemeen bestuur van de GGD ligt op gezondheid, en daardoor minder op de dynamiek en complexiteit van het taakgebied inkoop jeugdhulp. Uit de discussie blijkt, dat de GGD druk bezig om de basis op orde te brengen en niet zit te wachten op een integratie van inkoop jeugdhulp en BW, MO, VO. De constructie van een bestuurscommissie met gedelegeerde bevoegdheden blijft noodzakelijk en blijft voorlopig bestaan. Kortom, als er geen besluit genomen wordt, vergaat de wereld niet, want de samenwerking is hecht. Maar de beoogde ontwikkeling stagneert en brengt ons niet verder, ook niet ten aanzien van de beheersing van de kosten. Financiën Structureel (jeugdhulp) Structureel (regiobudget BW en opvang) Structureel (toezicht) Structureel (totaal) Incidenteel (totaal)
Huidige situatie Variant 1 (GR SDZ) € 2.137.000 € 2.123.136 € 318.784 € 631.017 € 926.853 € 3.382.638 N.v.t.
€ 926.853 € 3.681.007 € 1.480.866
De kosten voor jeugdhulp worden verdeeld over de gemeenten volgens de huidige verdeelsleutel (huidige situatie) of op basis van inwoneraantal (variant 1). De kosten voor BW, MO en VO worden conform de partnerschapsafspraken BW en opvang 2024 bekostigd uit het regiobudget BW en opvang. De kosten voor toezicht worden verdeeld over de gemeenten op basis van inwoneraantal. Het is van belang dat we een geldstroom van jaarlijks € 175 miljoen op een goede manier beheersen. Daartoe hebben we een organisatie. De verdeling tussen jeugdhulp enerzijds en BW, MO en VO anderzijds is op basis van de budgetten van de ‘grote geldstromen’: ± 77% voor jeugdhulp en ± 23% voor BW, MO en VO. Voorstel is om die verhouding toe te passen bij de toedeling van de kosten voor de organisatie. Dat leidt tot het volgende overzicht: Gemeente Borsele Goes Hulst Kapelle Middelburg Noord-Beveland Reimerswaal Schouwen-Duiveland Sluis Terneuzen Tholen Veere Vlissingen Totaal
Jeugdhulp huidige situatie € 120.313 € 210.067 € 137.623 € 57.272 € 342.134 € 47.441 € 128.861 € 158.352 € 98.088 € 320.977 € 159.420 € 84.412 € 272.040 € 2.137.000
Verdere procedure/planning
Jeugdhulp variant 1 € 125.310 € 215.085 € 148.159 € 70.531 € 271.056 € 43.058 € 126.443 € 187.731 € 125.505 € 298.844 € 145.627 € 119.623 € 246.163 € 2.123.136
Toezicht € 54.704 € 93.895 € 64.679 € 30.790 € 118.329 € 18.797 € 55.198 € 81.954 € 54.789 € 130.460 € 63.573 € 52.221 € 107.462 € 926.853
In het OZO-themaoverleg sociaal domein van 28 maart is geen unanimiteit bereikt over variant 1. Er is afgesproken om een voorstel voor te leggen aan alle colleges. Er zijn twee mogelijkheden: ofwel de colleges worden het alsnog eens over het voorstel en dan kan het voorstel doorgeleid worden naar de raden; de raden kunnen vervolgens hun zienswijze geven. Ofwel de colleges worden het niet eens en dan zal in het OZO-themaoverleg sociaal domein van 23 mei, op basis van de collegebesluiten, nader overleg plaatsvinden over het vervolgproces. De eerder gecommuniceerde datum van inwerkingtreding, 1 januari 2025, is niet langer haalbaar. Er wordt bekeken wat de gevolgen zijn en wat de eerst mogelijke datum van inwerkingtreding wordt. Daarbij wordt rekening gehouden met het inkoop- en aanbestedingstraject voor jeugdhulp. De raad wordt geïnformeerd via een raadsinformatiebrief.