20230704 Raadsbrief Voorgenomen bestuurlijke fusie tussen Pontes Scholengroep en Ostrea Bijlage 1 FER Ostrea Lyceum ScholengroepPontes
Tekst van het document
FUSIE-EFFECT-RAPPORTAGE FER van de beoogde besturenfusie van STICHTING SCHOLENGROEP PONTES en STICHTING CHRISTELIJK VOORTGEZET ONDERWIJS ZEELAND
27 juni 2023
NB: De rood gemarkeerde teksten in deze FER zijn de toelichtende teksten van het ministerie bij de verschillende onderdelen van de FER.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
1 van 23
Inhoud 1. Beoogde fusie en aanleiding voor de fusie ........................................................................................ 3 2. Communicatie over de fusie ........................................................................................................... 15 3. Gevolgen personeel, ouders, leerlingen; borging menselijke maat .................................................. 17 4. Effecten van de fusie op keuzevrijheid, diversiteit en bereikbaarheid .............................................. 20 5. Kosten en baten van de fusie ......................................................................................................... 22 7. Advies gemeenten Goes en Schouwen Duiveland ........................................................................... 23
Bijlagen bij deze FER........................................................................................................................... 23
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
2 van 23
1. Beoogde fusie en aanleiding voor de fusie 1.1
Beoogde fusie en fusieproces Informatie over de beoogde fusie en stappen die in het fusietraject moeten worden doorlopen.
De beoogde fusie betreft een besturenfusie van: (1) Stichting Scholengroep Pontes, statutair gevestigd te gemeente Goes, Kantooradres: 4461 NB Goes, Bergweg 14 Handelsregister: KvK nummer 22043910 hierna te noemen: "Pontes"; en (2) Stichting Christelijk Voortgezet Onderwijs Zeeland, statutair gevestigd te gemeente Goes Kantooradres: 4461 NB Goes, Bergweg 4 Handelsregister: KvK nummer 22053128, hierna te noemen: "Ostrea", Pontes houdt een school voor openbaar voortgezet onderwijs in stand (BRIN 13OR) en Ostrea houdt een school voor christelijk voortgezet onderwijs in stand (BRIN 05OH). Pontes en Ostrea zijn – vanuit de door hen in stand gehouden scholen en locaties daarbinnen – actief in Goes en omgeving en op SchouwenDuiveland ("Oosterschelderegio"). Deze scholen beschikken de volgende vestigingslocaties: Pontes : Pieter Zeeman Lyceum Zierikzee; Het Goese Lyceum Mavo-Havo-Vwo Oranjeweg 90 Goes; Het Goese Lyceum Vmbo basis/kader/gemengd (b/k/g) Bergweg 14 Goes. Ostrea : Ostrea Lyceum Mavo-Havo-Vwo Fruitlaan 3 Goes; Ostrea Lyceum Vmbo b/k/g/ Bergweg 4 Goes. Het proces dat voorafgaat aan het voorgenomen besluit van de beide stichtingen om tot een besturenfusie over te gaan heeft de volgende fases gekend:
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
3 van 23
Fase 0 (de jaren 2020 en 2021): Oriëntatie en start eerste verkennende gesprekken Tijdens fase 0 hebben de bestuurders hun argumenten omtrent het voornemen bekend gemaakt om de mogelijkheden te onderzoeken van intensievere bestuurlijke samenwerking. In deze fase is een projectplan opgesteld. De bestuurders hebben een stuurgroep gevormd en zijn uitgebreid in gesprek gegaan met vertegenwoordigers van ouders en medewerkers in de GMR-en, de raden van toezicht, de schoolleiding van de locaties en de medewerkers van de centrale diensten. Er heeft ook overleg met OCW plaatsgevonden. Verder is een eerste juridisch advies verkregen, opgesteld door Van Doorne over mogelijke vormen. Daarnaast vond een eerste informeel overleg met de vakbonden plaats. Flankerend hieraan startten in deze fase ook de gesprekken met de gemeente Goes over het nieuw te ontwikkelen Integraal Huisvestingsplan (IHP). Uit al deze gesprekken en consultaties kwam naar voren dat er brede behoefte bestond voor een verdere verkenning van de mogelijkheden en meerwaarde van de voorgestelde intensivering van de bestuurlijke samenwerking. Vervolgens is er een planning opgesteld voor een zorgvuldig intern en extern onderzoek. In deze fase is ook meegegeven om medewerkers en ouders te betrekken in de uitvoering van dit onderzoek en te zijner tijd met hen te communiceren over de uitkomsten ervan.
Er zijn hierover brieven gestuurd aan alle medewerkers, ouders/verzorgers en partners in de externe netwerken, waarin de besturen hun intenties uitspraken en het verkenningstraject toelichtten. Fase 1 (jaar 2022 tot en met januari ‘23): Onderzoek In de eerste helft van 2022 is in opdracht van de besturen een Verkennend Onderzoek uitgevoerd door externe adviseurs Driessen en Van Gansewinkel. Daarbij zijn documenten en data van de beide stichtingen en relevante organisaties, regionaal en landelijk, bestudeerd. Ten tweede is, intern, in ruim 70 gesprekken van gedachten gewisseld met medewerkers van de beide scholengroepen, leerlingenraden en oudervertegenwoordigers, leden van toezichthoudende- en medezeggenschapsgeledingen. Extern is gesproken met bestuurders en beleidsadviseurs van regionale gemeenten, provincie, SWV Oosterschelderegio, schoolbesturen én vertegenwoordigers van vakcentrales. De resultaten van het Verkennend Onderzoek bevestigden dat er meerdere reële aanleidingen zijn om een breed en divers onderwijsaanbod voor de toekomst veilig te stellen in de Oosterschelderegio. Het Verkennend Onderzoek bevat ook de argumentatie om specifieker die terreinen te benoemen, waarop intensivering van bestuurlijke samenwerking nodig is, meerwaarde heeft en waar dat niet of minder nodig is. Zie voor de motieven en argumentatie ook hierna in paragraaf 1.3.
In het Verkennend Onderzoek is tenslotte gewezen op de impact van het IHP-proces van de gemeente Goes. Dat parallelle proces heeft ons genoodzaakt om proactief te komen tot keuzes in huisvesting, die als voorstellen zijn ingebracht bij de gemeente. Na afronding van het onderzoek hebben er in juli en oktober 2022 zes informatiesessies plaatsgevonden op alle schoollocaties, waarbij de uitkomsten zijn toegelicht en om feedback is gevraagd. In het licht van het IHP Goes heeft de stuurgroep in deze eerste fase ook de schoolleiders van de beide vmbo b/k/g locaties de opdracht gegeven om na te denken over mogelijke toekomstscenario’s voor het vmbo. Elk van die scenario’s moest oplossingen bevatten voor de garantie van een breed pakket met zoveel mogelijk keuzes voor leerlingen. Als uitkomst daarvan is een aantal uitgangspunten opgesteld en zijn scenario’s beschreven voor de toekomst van het vmbo b/k/g in Goes. De keuzes zullen komende jaren worden uitgewerkt.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
4 van 23
Over de voornemens de samenwerking te intensiveren - en de voortgang van het onderzoek - is regelmatig zowel intern als extern gecommuniceerd door middel van samenwerkings- en (later) fusiejournaals. Dat is voortgezet in alle fases daarna. Vanuit drie hiervoor benoemde ‘bronnen’ (het verkennend onderzoek, het advies van de werkgroep vmbo b/k/g en de feedback van de medewerkers), is bestuurlijk – in een voorgenomen besluit - bij de afronding van deze fase de richting aangegeven voor de intensivering van de samenwerking. Dat is gebeurd voor zes thema’s: ▪ Vmbo b/k/g Goes; ▪ Mavo-havo-vwo Goes; ▪ PrO-vmbo b/k/g-mavo-havo-vwo Schouwen-Duiveland; ▪ Gezamenlijke bedrijfsvoering op bestuursniveau; ▪ (juridische en organisatorische) Vormgeving van de samenwerking; ▪ Omgang met cultuur en relatieve eigenstandigheid locaties/scholen. Het besluit is daarna, na consultatie van de intern toezichthouders en de medezeggenschap, genomen om in het eerste half jaar van 2023 te komen tot de uitwerking van de bestuurlijke samenwerking. Dat was de start van fase 2. Fase 2 (februari-juni 2023): Uitwerking en concretisering Er is gekozen om tot concretisering te komen in een compacte tijdsperiode.
Dat was mogelijk en nodig: ▪ Omdat de besturen vanuit al het voorwerk uit de eerste fase, inmiddels beschikten over veel details, data en informatie, op grond waarvan gewerkt kon worden aan de gevraagde helderheid. ▪ Omdat het nodig was parallel te blijven schakelen aan de door de gemeente gehanteerde tijdsplanning in het IHP-proces Goes. ▪ Omdat de besturen zich door deze uitwerking een formele basis wilden verschaffen om, vanuit de dialoog met de formele organen (RvT’s, (G)MR-en), binnen afzienbare termijn te komen tot onderbouwde voorstellen voor verdere besluitvorming. In deze uitwerking is de prioriteit daar gelegd waar dat vanuit de uitkomsten van eerste fase gevraagd werd. Dat betekent dat vooral is gewerkt aan de thema’s 1) vmbo b/k/g en 2) bedrijfsvoering. ▪ Vmbo b/k/g: Er is gezorgd voor een uitwerking waarbij de al door de projectgroep ontwikkelde hoofdlijnen binnen elk van de scenario’s verder concreet zijn gemaakt. a. De projectgroep vmbo b/k/g is voortgezet waarin collega’s uit het vmbo b/k/g gevraagd is te adviseren over de onderwijskundige inrichting binnen één of meer van de scenario’s. b. Aan de projectgroep is de ondersteuning toegevoegd van extern bureau BMC, gespecialiseerd in de concretisering van de uitwerking van modellen van onderwijsinrichting en in termen van bedrijfsvoering en (juridische) organisatie.
Deze hebben een adviesrapport uitgebracht, met daarin een advies voor het in hun ogen optimale scenario. c. Er is ook gezorgd voor tussentijdse afstemming met het ministerie van OCW om zeker te stellen dat de bedachte oplossingen passen binnen de kaders van de wet. d. De uitkomsten van al deze onderzoeken en adviezen zijn voorgelegd in meetings met alle medewerkers van de beide vmbo b/k/g-locaties in Goes. Deze besprekingen hebben geleid tot een ‘indikking’ tot twee mogelijke scenario’s voor de toekomstige gezamenlijke inrichting van het vmbo b/k/g.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
5 van 23
e.
Deze uitkomst is verbonden met de in die periode duidelijker geworden planning van de realisatie van het IHP in Goes. Daarin is voorzien dat de vorm, waarin het vmbo b/k/g gegoten gaat worden, pas in 2026 duidelijk hoeft te zijn en dat de realisatie van de huisvesting voor het vmbo pas voorzien is voor de periode 2030-2034. De voorbereiding daarvan gebeurt in de periode 2026-2030. Dit betekent dat de besturen tijd hebben tot aan 1 januari 2026 om tot een heldere inrichtingskeuze te komen, in dialoog met de vmbo b/k/gteams, en alle formele bij de besluitvorming betrokken organen: in ieder geval de medezeggenschap (volgens het daartoe geldende in de WMS) en de intern toezichthouder. ▪ Bedrijfsvoering: a. Er is een groep gevormd vanuit de beide centrale organisaties die, in een aantal bijeenkomsten, aan voorstellen heeft gewerkt voor een gezamenlijke inrichting op meerdere terreinen. b. Daarbij is ook externe deskundigheid ingeschakeld vanuit de accountant en materiespecialisten op diverse functionele terreinen: IT, HRM, facilitair, et cetera. c. (deze tekst anticipeert al op dat rapport, dat begin juli als bijlage mee zal gaan) Uit deze bijeenkomsten is een adviesrapport gekomen met door de beide centrale diensten gedragen voorstellen voor optimale inrichting. Dat is opgeleverd, eind juni 2023.
Uit de uitwerking van alle bijeenkomsten en adviesrapporten is ook de argumentatie naar voren gekomen voor de keuze van de optimale (juridische) vormgeving van de bestuurlijke samenwerking. Er is gekozen voor besturenfusie en daarvoor is een Intentieverklaring opgesteld. Zie inhoudelijk daarvoor ook later in deze FER in paragraaf 1.4. Tenslotte is, parallel aan de uitwerking van de beide speerpunten in de samenwerking, in deze fase gewerkt aan het bereiken van overeenstemming met de vakorganisaties over de arbeidsvoorwaardelijke aspecten van de overgang van de bestaande naar de nieuwe situatie. Alle deelrapporten en resultaten van fase 2 zijn tussentijds en bij de afronding in juli gedeeld met de raden van toezicht en de beide medezeggenschapsorganen. Vanuit deze basis is fase 3 ingericht: de voorgenomen besluitvorming tot een bestuurlijke fusie. Fase 3 (juli-oktober 2023): Besluiten nemen Fase 3 start met het in juli 2023 voorleggen van het voorgenomen besluit tot bestuurlijke fusie: aan de beide intern toezichthouders en medezeggenschapsorganen. (tekst anticipeert hierna al op nog te doorlopen proces in juli-okt). In fase 3 zijn de formele stappen op weg naar een besturenfusie per 31 december 2023 doorlopen: • Het opstellen van een fusie-effectrapportage. • Het opstellen van een voorgenomen fusiebesluit van de bestuurders van de beide stichtingen.
• Het voor goedkeuring voorleggen van het voorgenomen fusiebesluit aan de raden van toezicht. • Het voor instemming voorleggen van het voorgenomen fusiebesluit met de FER aan de betrokken GMR-en van de beide stichtingen. • Het vragen van advies over de voorgenomen fusie aan de twee direct betrokken colleges van B&W: de gemeenten Goes en Schouwen-Duiveland. • Het indienen van een aanvraag voor ministeriële goedkeuring van de voorgenomen besturenfusie, nadat hiervoor de interne noodzakelijke instemming en goedkeuring is verkregen. • In deze fase heeft ook het vervolg van het gesprek met de vakbonden plaats gevonden. Dat wordt nog opgevolgd met een formeel gesprek (OOGO) in het najaar, zodat tijdig tot een afronding over de arbeidsvoorwaardelijke aspecten van de besturenfusie kan worden gekomen. Zie voor de inzet van de bestuurders op dit vlak onderdeel 3.6 van deze FER.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
6 van 23
(Hier straks (ultimo begin okt) een zin toevoegen, die de uitkomsten samenvat van de reacties op het voorgenomen besluit van RvT’s, (G)MR-en, gemeenten: dat betreft dan respectievelijk de goedkeuring (RvT’s), instemming (G)MR-en en advies (gemeenten) (bijlagen als bewijslast van de uitkomsten bij deze FER toevoegen tzt)). Fase 4 (oktober-december 2023): voorbereiden start fusieorganisatie In deze vierde fase worden de noodzakelijke besluiten en documenten voorbereid, gericht op het daadwerkelijk realiseren van de besturenfusie na verkregen goedkeuring van de minister. Formalisering vindt plaats door het passeren van een notariële akte van overdracht. Voor de benoeming van het CvB en de RvT van de gefuseerde organisatie is in fase 4 een traject gepland dat er toe leidt dat de bestuurders en de RvT-leden van de gefuseerde organisatie tijdig in functie treden en hun statutaire taken kunnen vervullen.
1.2
Tijdsbestek Informatie over het tijdsbestek waarbinnen de fusie zal worden gerealiseerd, de beoogde fusiedatum en de onderwerpen die na de formele fusiedatum nog geregeld moeten worden.
De voorgenomen besturenfusie staat gepland voor per 1 januari 2024. Ingeval de RvT’s hun goedkeuring verlenen en er instemming is van de (G)MR-en, dan zijn onder meer de volgende standaard-acties nog nodig in de voorbereiding tot en met december 2023: ▪ Opleveren benodigde documentatie (o.a. laatste jaarverslaggevingen; tussentijdse vermogensopstellingen; kopieën legitimatiebewijzen ondertekenaars fusiebesluit). ▪ Deponering fusiestukken bij Kamer van Koophandel. ▪ Verzorgen aankondiging deponering in landelijk dagblad. ▪ Opstellen fusieakte, akte oprichting, statuten en datacards. ▪ Aanvragen verklaringen non verzet etc (bij rechtbank en handelsregister). ▪ Verlijden akte van fusie en akte van oprichting, inschrijving handelsregister en (mogelijk) bij Kadaster (i.v.m wijziging tenaamstelling bij registergoederen.). Tevens wordt in het najaar van 2023 een werkplanning opgesteld voor de nog te regelen organisatorische zaken na de fusiedatum. Voor het onderdeel bedrijfsvoering zijn die ook al opgenomen in de betreffende bijlage, die bij deze FER is gevoegd. De vervolgacties om te komen tot de beste keuze voor het toekomstontwerp vmbo, inclusief het medezeggenschapstraject daarbij, worden hierna behandeld in deze FER: zie onder meer in paragrafen 1.5 en 3.2.
Tenslotte, daar waar, na de bestuurlijke fusie, nieuw beleid wordt ontwikkeld, wordt dat conform de WMS met de medezeggenschap of andere - conform de wet, betrokken - partijen besproken.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
7 van 23
1.3
De motieven voor de fusie Beschrijving van de aanleiding en beweegredenen en eventuele noodzaak (motieven) voor de fusie. Te denken valt bijvoorbeeld aan regionale omstandigheden die aanleiding zijn voor de fusie en positieve effecten met betrekking tot de doelmatigheid, continuïteit, kwaliteit en responsiviteit van het onderwijs.
Zowel Scholengroep Pontes als het Ostrea Lyceum zijn actief op het terrein van het voortgezet onderwijs in de Oosterschelderegio: met vestigingen in de gemeenten Goes en Schouwen-Duiveland. In deze regio bestaat een aantal reële aanleidingen om voor de toekomst een breed en divers onderwijsaanbod veilig te stellen. Dit zijn de volgende punten: 1. De wens van alle betrokken partijen is, intern en extern, de schoolkeuze voor openbaar of christelijk onderwijs én een breed duurzaam aanbod voor de toekomst te behouden. De besturen willen dat doen op een wijze die blijvend rekening houdt met en zekerheid geeft aan de identiteit en eigenstandigheid van de door hen in stand gehouden locaties. 2. De nog te verwachten demografische krimp in de regio Goes is, conform het Verkennend Onderzoek, 7 tot 12%, tussen nu en 10-15 jaar, gebaseerd op diverse prognoses (DUO, Pronexus en CBS geboortecijfers). 3. Er is sprake van een verschuivend politiek landschap, waarbij in toenemende mate van besturen van stichtingen voor funderend onderwijs wordt verwacht dat er een verschuiving moet plaatsvinden van concurrentie naar samenwerking. Dat kan de vorm krijgen van samengaan of op zijn minst het actiever en formeler samenwerken in een regio. Zeker in een krimpregio is dit gevraagd. Dit is ook in lijn met de geactualiseerde code Goed Bestuur VO.
Daarin wordt van besturen in een regio verwacht dat deze ‘gezamenlijk verantwoordelijkheid nemen voor een regionaal dekkend, kwalitatief hoogstaand en divers onderwijsaanbod’ (Code Goed Onderwijsbestuur VO). 4. Het gevaar van grote schommelingen in leerlingaantallen voor beide scholen in Goes die effecten gaan hebben voor de werkgelegenheid op de school die krimpt in aantallen leerlingen. Dit is een recept voor problemen in een arbeidsmarkt waarbij er tekorten zijn aan bevoegde docenten. De urgentie hiervan wordt nog versterkt door de huidige relatief hoge gemiddelde leeftijd van het personeelsbestand van de beide organisaties. De uitkomsten van de fases 1 en 2 (zie 1.1) bevatten ook de argumentatie om specifieker die terreinen te benoemen, waarop intensivering van bestuurlijke samenwerking nodig is, meerwaarde heeft en waar dat niet of minder nodig is. A. Voor de volgende terreinen bestaat de noodzaak en/of wens om meer samen te gaan werken: 1. De borging van een breed, gevarieerd en betaalbaar vmbo b/k/g in Goes. 2. De vergroting van effectiviteit en efficiency in de bedrijfsvoering, anders gesteld: het verkleinen van ieders huidige kwetsbaarheid daarin. B. Voor de volgende terreinen bestaat de noodzaak en/of wens niet of minder om samen te werken: 1. De borging van een breed, gevarieerd en betaalbaar aanbod op Schouwen-Duiveland bij het Pieter Zeeman Lyceum. 2.
De borging van een breed, gevarieerd en betaalbaar aanbod mavo-havo-vwo in Goes. De uitgangspositie van de huidige twee goed bezette mavo-havo-vwo scholen (openbaar en christelijk) is stevig genoeg om ongewijzigd de toekomst mee in te gaan. Het is nadrukkelijk niet de bedoeling om deze scholen samen te voegen.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
8 van 23
Tenslotte is de verwachting dat met de besturenfusie een betere basis wordt gecreëerd om duurzaam voldoende medewerkers te houden en te werven voor alle vo-scholen in de Oosterschelderegio.
1.4
Alternatieven voor de fusie Beschrijving van de alternatieven voor de fusie (andere fusiepartner of samenwerkingsvorm) en de uitkomst van het onderzoek naar de alternatieven.
Ad. A. Een andere fusiepartner? Binnen de Oosterschelderegio – meer concreet in de gemeenten Goes en Schouwen-Duiveland (Zierikzee) – is naast Scholengroep Pontes en het Ostrea Lyceum geen andere aanbieder van voortgezet onderwijs aanwezig, waarmee een fusie kan worden aangegaan. In Zierikzee is het Pieter Zeeman Lyceum de enige VO-school. In Goes bestaat nog een vestiging van het Calvijn College: een reformatorische scholengemeenschap in Zeeland met zeven locaties. Vanuit denominatief oogpunt is een fusie daarmee niet realistisch. In de directe regio bestaat ook nog de Isaac Beeckman Academie. Daarmee is samenwerking eveneens niet realistisch. Deze school geeft er blijk van aan de eigenstandigheid te hechten, vanuit het eigen onderwijsconcept en deel uitmakend van een landelijke stichting. Concrete samenwerking daarmee in de bestaande regionale verbanden vindt ook niet plaats. Fuseren met het voortgezet onderwijs aan de randen van de Oosterschelderegio is vanuit geografisch oogpunt eveneens geen logische of haalbare optie. Deze scholen liggen te ver af van het centrale voedingsgebied met de herkomstgemeenten van het overgrote deel van de leerlingen, die onderwijs volgen op één van de locaties van Scholengroep Pontes of het Ostrea Lyceum. Theoretisch zou het een optie kunnen zijn om te fuseren met het primair onderwijs. Deze variant heeft echter een aantal negatieve kanten.
Een eerste belemmering is dat het primair onderwijs in de regio uit meerdere schoolbesturen bestaat en er is daaruit geen voor de hand liggende fusiepartner voorhanden. Ten tweede wordt/is vanuit deze hoek ook geen initiatief ondernomen voor een verticale fusie. Ten derde bestaan nu nog veel verschillen tussen de twee deelsectoren van het funderend onderwijs, onder meer op de terreinen bekostiging, kwaliteit en wettelijke opdracht tot kwalificatie en arbeidsvoorwaarden. Het verkleinen van dergelijke verschillen bij een verticale fusie is enorm bewerkelijk en leidt de energie teveel naar de organisatorische randvoorwaarden. Het is de wens van Scholengroep Pontes en het Ostrea Lyceum om de focus vol op het onderwijs zelf te leggen. Daarvoor moet de besturenfusie betere waarborgen bieden. Scholengroep Pontes en het Ostrea Lyceum zien in de versterking van de eigen bestuurlijke organisatie van het voortgezet onderwijs juist dé manier om intensievere samenwerking met het PO, VO, MBO, hoger en gespecialiseerd onderwijs diepgaander door te ontwikkelen. Datzelfde geldt voor de wens om vanuit één bestuurlijke organisatie de samenwerking te verdiepen en te verbreden met organisaties in het bereik van jeugdzorg, cultuur, welzijn en sport. Dat gaat in de regio Goes meer kansen bieden voor verduurzaming van het onderwijsaanbod, vergroting van kansengelijkheid en passend onderwijs.
Vanuit één bestuurlijke organisatie kan de nieuwe organisatie daarin voor een grotere groep jongeren van belang zijn. Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
9 van 23
B. Andere samenwerkingsvormen dan fusie? In deze paragraaf worden de varianten voor samenwerking tussen Scholengroep Pontes en het Ostrea Lyceum op een rij gezet en tegen elkaar afgewogen. Hiervoor zijn separate juridische adviezen verkregen vanuit Van Doorne juristen, het Ministerie van OCW en onderwijsadviesbureau BMC. De kern uit al deze bronnen wordt hierna samengevat. De volgende drie varianten passeren, van licht naar zwaar, de revue: 1) Het continueren van de huidige situatie met een lichte vorm van samenwerking, met ad hoc afspraken per samenwerkingssituatie; 2) Een nauwe en structurele samenwerking tussen beide schoolbesturen, op basis van een geformaliseerde samenwerkingsovereenkomst en extra/ overkoepelende juridische figuur; 3) Een formele besturenfusie zoals geregeld in de onderwijswetten. De drie varianten worden beoordeeld vanuit verschillende perspectieven: a) Het organisatorische perspectief van de beide betrokken stichtingen: het gaat daarbij met name om effectiviteit, efficiency en continuïteit; b) Het perspectief van leerlingen en ouders: de mate van afstemming van het onderwijsaanbod op de specifieke onderwijsbehoeften van de leerlingen en duidelijkheid wie waarvoor verantwoordelijk is (transparantie); c) Het personeelsperspectief: werkzekerheid, ontwikkel- en loopbaanperspectieven.
1) Continueren van de huidige situatie met een lichte vorm van samenwerking, met ad hoc afspraken tussen beide stichtingen. a) Het organisatorisch perspectief. Door het ontbreken van algemene afspraken over de wijze van samenwerken heeft deze vorm van samenwerking een grote mate van vrijblijvendheid. Het concretiseren van de samenwerking vereist per geval nadere afstemming en afspraken, bijvoorbeeld over de aansturing, de inzet van personeel, de onderlinge verantwoordelijkheidsverdeling en de verdeling van de kosten. Dat is een relatief bewerkelijke en inefficiënte wijze van werken waarbij de continuïteit niet is verzekerd en die beïnvloed wordt door wijziging van prioriteiten bij één van de organisaties c.q. personele wisselingen in de top. Het is vooral een ‘goed weer model’. b) Het perspectief van leerlingen en ouders. Deze variant geeft minder garanties voor een blijvende bestuurlijke verantwoordelijkheid om voor leerlingen een duurzaam breed onderwijsaanbod samen te stellen. Door het ontbreken van een stevige samenwerkingsstructuur en bijbehorende gezamenlijke eenduidige visie naar de toekomst is voor ouders niet transparant waar de verantwoordelijkheden liggen en wie kan worden aangesproken. Die situatie kan optreden wanneer de eigenstandige besturen/ scholen samenwerken in een vorm van gezamenlijk onderwijsaanbod aan leerlingen.
Wanneer dan klachten ontstaan over de kwaliteit ervan is, bij deze lichte samenwerking, vaak niet helder wie daarop aanspreekbaar is. Bovendien kan een lichte samenwerking ook heel snel beëindigd worden bij problemen, zo leert de ervaring elders. Tenslotte geldt nog het volgende: omdat hier sprake is van verschillende organisaties is het uitwisselen van leerlingengegevens in verband met de AVG omslachtig en lastig te regelen. Dat kan het uitwerken van een integraal ondersteuningsaanbod vanuit beide organisaties aan een leerling bemoeilijken.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
10 van 23
c) Het personele perspectief Bij een lichte samenwerking zullen personeelsleden minder investeren in het leren kennen van de andere organisatie, die een van de vele externe organisaties is waarmee in voorkomende gevallen wordt samengewerkt. De synergie is daarmee beperkt en (stevige en in een kleine regio ongewenste) concurrentie in de strijd om leerlingaantallen zal blijven bestaan. Ook geldt in deze variant dat medewerkers minder opties hebben om intern te switchen en om een vaste baan te krijgen. Een grotere organisatie zal in principe toe kunnen met een kleinere flexibele schil, zeker wanneer gezamenlijk alle leerlingen uit de regio worden bediend 2) Een nauwe en structurele samenwerking tussen beide schoolbesturen, op basis van een geformaliseerde samenwerkingsovereenkomst en extra/ overkoepelende juridische figuur; a) Het organisatorisch perspectief. Door het afsluiten van een formele, juridisch bindende, samenwerkingsovereenkomst of een vorm van overkoepelende juridische figuur (personele unie, coöperatie, federatie, holding) kunnen onderwijsorganisaties kiezen voor een vergaande nauwe en structurele samenwerking. De samenwerkingsovereenkomst of vorm van de overkoepelende juridische figuur regelt de terreinen waarop wordt samengewerkt, de aansturing, de inzet van middelen en personeel en de verdeling van de verantwoordelijkheden.
Omdat de samenwerkende schoolbesturen formeel zelfstandig blijven, zijn het aparte organisaties met een eigen governance en medezeggenschapsstructuur. De besturing van de samenwerking vormt een extra laag, waardoor de bestuurlijke drukte toeneemt. Verder zijn er risico’s op fiscaal gebied (mogelijke omzetbelasting op onderlinge dienstverlening) en de privacy (AVG). Tevens is te verwachten dat door interne en externe dynamiek en veranderende regelgeving de samenwerkingsafspraken periodiek moeten worden aangepast, wat ook weer een bestuurlijke investering vergt. Daarnaast blijft er in deze varianten sprake van een dubbele administratieve last in het bestuur en beheer (planvorming, verslaglegging, systemen, et cetera). Tenslotte is er, bij de instandhouding van separate organisaties, sprake van wetgeving, die de operationele mogelijkheden beperkt (bijvoorbeeld de 50% regel voor docenten). Dat legt druk op inzetbaarheid. Dat is onwenselijk, gezien de krappe arbeidsmarkt. b) Het perspectief van leerlingen en ouders. Deze variant geeft door de meer structurele aard van de samenwerking meer kans dat op de werkvloer wordt samengewerkt om expertise te bundelen voor een beter op de individuele leerling toegesneden onderwijs en ondersteuningsaanbod.
Waar er - na overleg tussen medewerkers, schoolleiding en bestuur – formeel besloten wordt om samen te werken in delen van het aanbod, ligt er (in vergelijking tot variant 1) een duidelijker besluit aan ten grondslag. Dat geeft meer garanties voor daadwerkelijke uitvoering en maakt het bewaken van de kwaliteit eenvoudiger. Voor ouders blijft het lastig om zicht te krijgen wie waarvoor verantwoordelijk is binnen de samenwerking.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
11 van 23
c) Het personele perspectief Bij een geformaliseerde structurele samenwerking zullen personeelsleden eerder geneigd zijn om elkaars expertise te benutten en hun eigen expertise beschikbaar te stellen. Het blijven echter twee afzonderlijke organisaties, ook in rechtspositionele zin, waardoor mogelijk personele mobiliteit en structurele baanzekerheid wordt belemmerd. Daarmee wordt bedoeld dat mobiliteit van medewerkers tussen meerdere scholen, die deel uit maken van meerdere werkgevers, veel bewerkelijker is dan het regelen van mobiliteit van medewerkers tussen scholen, die deel uitmaken van dezelfde stichting (één werkgever). 3) Bestuurlijke fusie a) Het organisatorisch perspectief. Ten opzichte van de beide hiervoor besproken varianten biedt de bestuurlijke fusie een aantal substantiële voordelen op organisatorisch vlak. Er komt een eenduidige governance-structuur, met één bestuur, één raad van toezicht, één administratie, één begroting en jaarrekening, één pdcacyclus, één beleidskader en één medezeggenschapsstructuur (met GMR en MR-en). Interne dienstverlening binnen dezelfde rechtspersoon is niet Btw-plichtig, de privacyregels zijn eenduidig en AVG-verwerkingsovereenkomsten zijn niet nodig. De effectiviteit van en de efficiency binnen de organisatie kan verbeteren, onder andere door specialisatie binnen de ondersteunende processen.
Belangrijk is ook dat de continuïteit van de samenwerking in het geval van een bestuurlijke fusie stevig is geborgd. De inrichting vanuit één bestuurlijke organisatie reduceert ook de risico’s van de onderlinge leerlingenfluctuatie. Dat maakt het mogelijk meer stabiliteit te realiseren in het onderwijsaanbod. b) Het perspectief van leerlingen en ouders. Een besturenfusie geeft de beste uitgangspositie voor de samenwerking tussen de verschillende medewerkers, locaties onderwijsstromen, omdat men tot dezelfde organisatie behoort en dus hetzelfde commitment heeft. Tevens is duidelijk dat er één bestuur is dat eindverantwoordelijk is voor de kwaliteit van het onderwijs- en ondersteuningsaanbod en daarop door ouders aanspreekbaar is. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de specifieke vorm van het samenwerkingsbestuur, deze maakt het mogelijk om vanuit één stichting meerdere denominaties in stand te houden. Daarmee kan de keuzevrijheid voor leerlingen overeind blijven. Ook kunnen dan gezamenlijk de kwetsbare afdelingen (in bijvoorbeeld de beroepssectoren vmbo b/k/g) beter vormgegeven worden. Dat komt de kwaliteit en het brede aanbod van die afdelingen ten goede. c) Het personele perspectief Ingeval van een bestuurlijke fusie ontstaat er één werkgever. Dat biedt een beter perspectief voor de werkzekerheid van het personeel, dan twee kleinere werkgevers kunnen bieden.
In de huidige krappe arbeidsmarkt is dat een voordeel dat in de andere varianten niet bestaat. Ook biedt een grotere organisatie meer en gevarieerdere loopbaanperspectieven voor de medewerkers.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
12 van 23
4) Conclusie van het onderzoek naar alternatieven voor bestuurlijke fusie a) Omdat het hier gaat om een besturenfusie en er, met uitzondering van de vmbo-samenwerking, geen intentie is om wijzigingen aan te brengen in de opbouw van het scholenbestand heeft de besturenfusie geen gevolgen voor de beschikbaarheid van de bestaande onderwijsvoorzieningen. De besturenfusie is juist bedoeld om organisatorisch (bestuurlijk en werkgeverschap) één geheel te vormen en daarbinnen alle schoolsoorten en de diversiteit in ieders aanbod daarin voor de toekomst beschikbaar te houden. b) Voor alle interne en externe betrokken kan door de vorm van het samenwerkingsbestuur het behoud van de huidige denominaties gegarandeerd worden en is duidelijk waar verantwoordelijkheden liggen. Het openbaar en christelijk voortgezet onderwijs blijft bestaan. c) Voor ouders en leerlingen biedt een besturenfusie meer duidelijkheid wie waarvoor verantwoordelijk is dan bij andere samenwerkingsvormen tussen zelfstandige partijen. d) Voor het personeel biedt één grotere organisatie meer werkzekerheid dan een twee kleinere organisaties. Ook voor wat betreft het ontwikkel en loopbaanbeleid bieden grotere organisaties meer mogelijkheden. e) Vanuit organisatorisch perspectief biedt een besturenfusie aanzienlijke voordelen in de sfeer van effectiviteit en efficiency ten opzichte van andere samenwerkingsvormen.
Daarmee ontstaat ruimte voor investering in het onderwijs. f) Daarnaast bestaat er dan eenheid, eenvoud en overzicht in bestuur, toezicht en medezeggenschap. g) Tenslotte voorkomt een bestuurlijke fusie onderlinge BTW verrekening daar waar het samenvoegen van de Centrale Organisaties een s[specifiek doel is van de besturen fusie.
1.5
Te bereiken doelen van de fusie Beschrijving van wat het bestuur wil bereiken met de fusie en de meerwaarde van de fusie voor ouders en leerlingen, bijvoorbeeld een hogere kwaliteit of meer keuzemogelijkheden.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
13 van 23
1 – Doelstellingen bestuurlijke fusie
1. Bestuurlijke fusie biedt op de lange termijn de beste basis voor het behoud van een breed en divers aanbod voor leerlingen in de regio Goes. 2. Bestuurlijke fusie in de vorm van een samenwerkingsbestuur garandeert het gewenste behoud beide denominaties. 3. Bestuurlijke fusie is voorwaardelijk voor de vmbo-scenario’s 1 en 3 uit het BMC adviesrapport (zie bijlage). Voor beide scenario’s is de vorming van één stichting randvoorwaardelijk. ➔ Daarover is, op advies van de beide medezeggenschapsorganen, met de teams van de beide vmbo-locaties in het voorjaar van 2023 een afspraak gemaakt. De keuze uit deze scenario’s wordt namelijk niet voor de bestuurlijke fusie maar in de twee jaar daarna, weloverwogen, gemaakt. Uiterlijk voor 1 januari 2026 wordt deze keuze, na overleg daartoe met de medewerkers en de medezeggenschap, gemaakt en zal de gemeente geïnformeerd worden over de consequenties voor de huisvesting.
4. Bestuurlijke fusie draagt bij aan behoud van werkgelegenheid en aantrekkelijk werkgeverschap, alsmede meer ruimte voor loopbaanmogelijkheden, wat gezien de krappe arbeidsmarkt van zeer groot belang is voor beide organisaties. 5. Bestuurlijke fusie brengt eenheid in bestuur, toezicht, medezeggenschap en de verantwoording extern. Daardoor worden energie, tijd en middelen bespaard, die dan geïnvesteerd kunnen worden in goed onderwijs. 6. Bestuurlijke fusie biedt de beste basis voor het vormen van één eenheid voor bedrijfsvoering waarin gezamenlijke, breder bezette en professionelere organisaties en systemen ontstaan voor HRM, Financiële administratie, ICT, kwaliteitsbeheer, jaarrekeningen, bestuursverslagen et cetera. 7. Bestuurlijke fusie maakt het eenvoudiger om vanuit één gezamenlijke en grotere stichting partner te zijn van organisaties in het bereik van jeugdhulp en passend onderwijs. Datzelfde geldt voor het aangaan van verbindingen voor innovatief aanbod en doorlopende leerlijnen met bedrijfsleven, maatschappelijke instellingen en collega-besturen voor PO, MBO, HBO en WO. 8. Bestuurlijke fusie voorkomt onderlinge BTW verrekening.
2 - Bijkomende effecten/ extra meerwaarde ▪ De expertise en het aanbod van beide organisaties is op onderdelen complementair en kan logisch worden gebundeld: zodat leerlingen iets te kiezen hebben. ▪ We kunnen alle energie steken in goed onderwijs voor kinderen. Het (organisatorisch) onderscheid tussen beide stichtingen bestaat straks niet meer. ▪ De samenwerking, die tussen meerdere scholen van Ostrea en Pontes is gegroeid, wordt daarmee bestendigd en geformaliseerd. Dat schept de voorwaarden voor voortgaande verdieping en innovatie van onze gezamenlijke expertise op het terrein van voortgezet onderwijs.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
14 van 23
▪
▪
Door samenvoeging van beide centrale diensten worden binnen bepaalde disciplines risico’s t.g.v. de bezetting door één persoon teruggedrongen. Door samenvoeging vormen we een robuustere organisatie, die minder kwetsbaar is. We worden als grote organisatie aantrekkelijker voor medewerkers in een krappe arbeidsmarkt.
2. Communicatie over de fusie NB: Een uitgebreide beschrijving van het doorlopen proces is hiervoor al opgenomen in paragraaf 1.1 van deze FER: zie pp. 3-7.
2.1 Wijze waarop medezeggenschapsraden zijn en worden betrokken Vanaf fase 0 is de medezeggenschap betrokken bij de bestuurlijke afwegingen met betrekking tot intensivering van de samenwerking tussen Ostrea en Pontes. De stand van zaken rondom het onderzoek en inmiddels het voornemen tot bestuurlijke fusie werd en wordt door de bestuurders met velen periodiek besproken. Dit is gebeurd in verschillende meetings met de RvT’s, (G)MR-en, locatiedirecteuren en medewerkers: tijdens reguliere overleggen en ook in de daarvoor speciaal belegde bijeenkomsten met diverse geledingen over het verloop van het proces. Aan de (G)MR-en is gevraagd om een advies uit te brengen over de uitgevoerde onderzoeken (Verkennend Onderzoek en vmbo-adviezen door BMC) en over het voorgenomen besluit om naar fase 2 over te gaan. In deze fase is ook de Intentieverklaring tot bestuurlijke fusie opgesteld en gedeeld met de medezeggenschap. Ook is verder gewerkt aan de concretisering van de arbeidsvoorwaardelijke consequenties in dialoog met de regionale vakorganisaties. Fase 3 daarna is vervolgens in juli 2023 afgesloten met een verzoek aan de (G)MR-en om in te stemmen met de fusie-effectrapportage en het voorgenomen fusiebesluit. (Hier straks (ultimo begin okt) een zin toevoegen, die de uitkomst samenvat van de reactie op het voorgenomen besluit van de (G)MR-en).
Verder zullen de (G)MR-en in fase 4 betrokken worden bij de uitwerking van de medezeggenschapsstructuur van de gefuseerde organisatie.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
15 van 23
2.2 Wijze waarop Raden van toezicht zijn en worden betrokken De raden van toezicht zijn vanaf fase 0 bij de bestuurlijke afwegingen betrokken. Tijdens de reguliere RvTvergaderingen wordt de stand van zaken met de eigen bestuurder besproken. Daarnaast vinden regelmatig bijeenkomsten plaats tussen de bestuurders en de diverse geledingen plaats om de voortgang van het proces te bespreken. Inmiddels hebben de beide raden van toezicht goedkeuring verleend aan de voorgenomen besturenfusie. (Hier straks (ultimo begin okt) een zin toevoegen, die de uitkomst samenvat van de reactie op het voorgenomen besluit van de RvT’s). In het vervolg, in fase 4 en kort na de start van de fusieorganisatie, benoemt de nieuwe gezamenlijke RvT de bestuurders van de fusieorganisatie en is de RvT verantwoordelijk voor het proces om te komen tot de samenstelling van de RvT na de fusie (daarbij de medezeggenschap meenemend in het adviesrecht op de RvT-profielen, conform artikel 11 van de WMS). 2.3 Wijze waarop personeel, ouders en leerlingen zijn en worden betrokken Personeel, leerlingen en ouders zijn in de eerste plaats via de (G)MR-en bij de bestuurlijke afwegingen betrokken. Daarna zijn ouders en leerlingen bevraagd in het Verkennend Onderzoek.
Medewerkers van het vmbo b/k/g en de beide ondersteunende diensten participeerden vervolgens ook in de specifieke meetings voor de concretisering van die onderdelen. Verder zijn personeel en ouders meegenomen in het proces van voorbereiding door regelmatige samenwerkings- cq. fusiejournaal, de zogenaamde Updates. Daarvan zijn er in totaal zeven verschenen tijdens het traject, specifiek gericht op medewerkers. Naar ouders als gehele groep is op deze wijze twee keer tussentijds gecommuniceerd. Daarnaast wordt, in samenwerking met de oudergeleding van de beide (G)MR-en, een ouderraadpleging uitgevoerd. (De uitkomsten daarvan worden t.z.t. als bijlage toegevoegd aan deze FER). Tenslotte, dit is een bestuurlijke fusie. Voor de leefwereld van de leerlingen op onze scholen is dit ‘ver van hun bed.’ Ze zijn om die reden in deze voorfases niet direct bij de inhoudelijke afwegingen over de besturenfusie betrokken, maar zullen op passende wijze worden betrokken bij de verschillende formele of feestelijke momenten, die we nog gaan organiseren. Hiervoor wordt een aanpak opgesteld. 2.4 Wijze waarop externe belanghebbenden zijn en worden betrokken Bijvoorbeeld gemeenten, andere scholen en/of schoolbesturen, het samenwerkingsverband, bedrijfsleven en samenwerkingspartners.
Er is, vanaf de start, informatie gegeven over het voornemen tot intensivering van de bestuurlijke samenwerking aan externe partners van beide stichtingen zoals de verschillende gemeenten, de Provincie Zeeland, alle regionale besturen van het po-, mbo- en hoger onderwijs en het samenwerkingsverband passend onderwijs. Ook zijn alle bestuurders van deze partijen geïnterviewd voor het Verkennend Onderzoek. In de komende maanden wordt deze informatie voortgezet. In formele zin is ook advies gevraagd over de voorgenomen bestuurlijke fusie aan de colleges van B&W van de beide vestigingsgemeenten. (Hier straks een zin toevoegen, die de uitkomst samenvat van de te ontvangen adviezen van de colleges van B&W van Goes en Schouwen-Duiveland).
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
16 van 23
3. Gevolgen personeel, ouders, leerlingen; borging menselijke maat 3.1 Omvang en organisatie van de rechtspersoon na fusie Beschrijving van de omvang van de rechtspersoon na fusie en de wijze waarop de organisatie na de fusie wordt ingericht en taken en verantwoordelijkheden worden verdeeld. Wanneer sprake is van een bestuurlijke fusie wordt hier beschreven hoe de toegankelijkheid van het bestuur voor personeel, ouders en leerlingen wordt geborgd en waar zij na de fusie terecht kunnen met vragen en klachten. Bij aanvang van het samenwerkingstraject was dit het overzicht van de verschillende locaties.
Na realisatie van de besturenfusie beschikt de fusieorganisatie over zes onderwijslocaties verdeeld over twee vestigingsgemeentes in Zeeland met in totaal ca 4500 leerlingen. De gemiddelde omvang van een onderwijslocatie varieert tussen circa 500 leerlingen (huidige vmbolocaties) en 1000-1500 leerlingen (de bredere locaties in voor mavo-havo-vwo in Goes en de integrale scholengemeenschap in Zierikzee). Voor leerlingen en personeel is dit een overzichtelijke én bekende omvang. Daarvan bestaan landelijk en ook in de regio (bijvoorbeeld VO Zeeuws Vlaanderen) vele vergelijkbare voorbeelden. De organisatie zal, evenals nu, worden bestuurd door een (College van) Bestuur, onder toezicht van een Raad van Toezicht. Het College van Bestuur geeft leiding aan rectoren (die, samen met hun locatiedirecteuren, verantwoordelijk zijn voor hun school) en aan de directeur bedrijfsvoering.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
17 van 23
Klachten Soms lopen zaken niet helemaal goed. Als er klachten zijn, dan nemen wij die serieus en willen we daar professioneel in handelen om ouders en kinderen snel te helpen. Als organisatie kunnen we er ook van leren. Dat is nu zo en in de nieuwe organisatie ook. Gegeven is echter wel dat de nieuwe organisatie straks de grootste aanbieder is qua voortgezet onderwijs in de Oosterschelderegio. Daar moeten we dus extra alert zijn. Uitgangspunt bij een eventuele klacht blijft, ook in de toekomst, dat klachten snel worden opgepakt en in dialoog met ouders, leerlingen en medewerkers - snel aan passende oplossingen wordt gewerkt. Daartoe worden de huidige klachtenregelingen geharmoniseerd, zodat voor ouders en leerlingen duidelijk is waar ze terecht kunnen en hoe de regels zijn.
3.2 Gevolgen van de fusie voor de overzichtelijkheid op locatieniveau Beschrijving van de verwachte gevolgen van de fusie voor de overzichtelijkheid op locatieniveau en het school-of instellingsklimaat in het algemeen en de maatregelen die eventueel worden genomen om het onderwijs zo te organiseren dat de overzichtelijkheid, toegankelijkheid en herkenbaarheid op locatieniveau gewaarborgd worden. De overzichtelijkheid van de locaties is ook nu een belangrijk aandachtspunt, gelet op de eisen en wensen die horen bij de leeftijden van de leerlingenpopulatie voor voortgezet onderwijs van beide organisaties. Na de besturenfusie zal dat niet anders zijn. Omdat de bestaande locaties als gevolg van besturenfusie niet zullen verdwijnen, kunnen leerlingen in hun vertrouwde omgeving blijven. De bestuurlijke fusie zal immers geen invloed hebben op de instandhouding van de MHV scholen Pieter Zeeman Lyceum, het Goese Lyceum en het Ostrea Lyceum. Deze scholen blijven ongewijzigd voortbestaan. Voor Pieter Zeemanlyceum geldt dit ook voor vmbo b/k/g en het Praktijkonderwijs. Voor het vmbo b/k/g-onderwijs in Goes wordt onderzocht wat de beste vorm van organiseren in de toekomst zal zijn. Daarbij wordt in de eerste twee jaar na de bestuurlijke fusie een keuze gemaakt tussen de twee scenario’s met de namen 1 en 3 , of wordt een nieuw alternatief scenario bedacht.
▪ Scenario 1: Twee brede scholengemeenschappen (MHV), die samenwerken binnen één vmbo b/k/g school, waarbij alle leerlingen bij elkaar zitten in een goed geoutilleerd gebouw, passend bij het onderwijsaanbod. ▪ Scenario 3: Twee brede scholengemeenschappen, waarbij leerjaar 1 en 2 van het vmbo b/k/g verbonden zijn aan en in de nabijheid van de ‘moederscholen’. De bovenbouw van het vmbo van beide scholen wordt in samenwerking vormgegeven op een aparte plek in een goed geoutilleerd gebouw (bij voorkeur in de nabijheid van het mbo). Gezien de aard van deze scenario’s zal in elke keuze gezorgd kunnen worden voor het behoud van overzichtelijke locaties.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
18 van 23
3.3 Gevolgen van de fusie voor de betrokkenheid van personeel, leerlingen en ouders Beschrijving van de verwachte gevolgen van de fusie voor de betrokkenheid van personeel, ouders en leerlingen. De besturenfusie leidt niet tot verwachte gevolgen voor de betrokkenheid van personeel, ouders en leerlingen. Die blijven we vooral vanuit de huidige schoollocaties organiseren op dezelfde wijze als nu en in de afgelopen jaren. De zorgvuldige voorbereiding van en de communicatie over de besturenfusie beoogt de betrokkenheid en het vertrouwen van personeel, ouders en leerlingen te behouden.
3.4 Medezeggenschap Beschrijving van de wijze waarop medezeggenschap na de fusie wordt vormgegeven. Voor het Ostrea Lyceum geldt dat er nu een aan het brin nummer verbonden MR bestaat: deze behartigt de belangen van medewerkers, leerlingen en ouders van de verschillende Ostrea-locaties. Na de besturenfusie zal een nieuwe GMR gevormd worden op stichtingsniveau. In de toekomst zijn er dan afzonderlijke MR-en voor het Pieter Zeeman Lyceum, het Goese Lyceum en het Ostrea Lyceum m/h/v én voor het nieuw te vormen vmbo. De MR van Ostrea en de GMR van Pontes zullen, samen met bestuur, hiervoor in de tweede helft van 2023 een voorstel ontwikkelen en vertalen naar aangepaste statuten en reglementen, passend binnen de WMS-kaders. De invoering hiervan vindt dan plaats bij de start van de fusie-organisatie.
3.5 Gevolgen voor voorzieningen Beschrijving van de gevolgen van de fusie voor het aanbod en de bereikbaarheid van voorzieningen en faciliteiten in brede zin. Te denken valt aan onderwijslocaties, huisvesting, administratieve ondersteuning, helpdesk, ICT, bibliotheekvoorzieningen en ondersteuning van kinderen met bijzondere leerbehoeften. De besturen stellen zich tot doel om het onderwijsaanbod voor leerlingen te borgen en te versterken door de schoollocaties sterk te houden én meer gebruik te maken van elkaars expertise. De besturenfusie heeft niet tot doel om de spreiding van de locaties te wijzigen en faciliteiten voor leerlingen te verminderen. Integendeel juist. De besturenfusie maakt het mogelijk om de kwaliteit van de gezamenlijke ondersteuning in de bedrijfsvoering op het vlak van onder andere ICT, HRM, financiën, kwaliteit, huisvesting en inkoop verder te verbeteren door gebruik te maken van elkaars specialisaties. Daarvoor is, samen met de medewerkers van de beide ondersteunende diensten van de stichtingen een voorstel en een aanpak ontwikkeld. Daarin wordt ook duidelijk gemaakt hoe het proces van samenvoeging van de beide diensten wordt aangepakt en hoe de bereikbaarheid wordt geregeld: zie de betreffende bijlage.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
19 van 23
3.6 Gevolgen voor de arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid Beschrijving van de verwachte gevolgen van de fusie voor de arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid en de afspraken die hierover zijn gemaakt met bonden en personeel. In 2022 en het eerste deel van 2023 hebben de bestuurders meermalen met de vakbonden overlegd over de regeling van de rechtspositionele gevolgen (aanvullend aan de cao vo) van de besturenfusie: de afspraak nu is dat begin juli 2023 daartoe gezamenlijk een onderhandelaarsakkoord wordt opgesteld. ✓ Bij fusie behoudt iedereen de huidige rechten. Als gevolg van de fusie zijn er geen gedwongen ontslagen onder de medewerkers met een vast contract. Dat geldt voor de medewerkers in de scholen, in de beide ondersteunende diensten en voor de bestuurders. ▪ Alle medewerkers behouden hun primaire arbeidsvoorwaarden conform de cao vo. ▪ Voor de toepassing van alle secundaire (niet bij cao geregelde) arbeidsvoorwaardelijke afspraken, gaat na de fusiedatum, het akkoord gelden, dat daarover gesloten wordt met de vakorganisaties. ✓ De bij de fusie in dienst zijnde medewerkers worden zorgvuldig en via een heldere procedure, in staat gesteld om aan te geven of zij wel/geen bezwaar hebben tegen het werken binnen een school met een andere denominatie dan de huidige school waaraan zij verbonden zijn.
Niemand kan en zal daarbij verplicht worden om te gaan werken in een school/locatie van een andere denominatie dan de huidige school, waaraan de medewerker verbonden is. ✓ Voor medewerkers zijn er binnen de nieuwe organisatie voldoende kansen tot professionele ruimte en mobiliteit door de diversiteit aan scholen. Voor de verschillende medewerkers is er voldoende ruimte voor talentontwikkeling in lijn met krachtige schoolontwikkeling in de regio.
4. Effecten van de fusie op keuzevrijheid, diversiteit en bereikbaarheid 4.1 Effecten van de fusie op de keuzevrijheid Beschrijving van het keuzeaanbod van scholen/instellingen van een bepaalde richting of pedagogischdidactische aanpak in het voedingsgebied (basisonderwijs) of de gemeenten waar de huidige leerlingen van de onderwijsinstellingen wonen (voortgezet onderwijs) en het effect van de fusie hierop. De fusie heeft geen effect op het reeds aanwezige denominatieve aanbod. Er wordt gekozen voor de specifieke vorm van een samenwerkingsbestuur, juist om de verschillende denominaties op school- en locatieniveau intact te laten. Daarmee blijft de bestaande diversiteit in denominaties en in schoolprofielen bestaan: zodat leerlingen en ouders iets te kiezen blijven houden. Voor het vmbo b/k/g in Goes geldt specifiek nog dat het te kiezen scenario voor samenwerking zal bepalen op welke wijze we kunnen blijven zorgen voor verschillende denominaties binnen die onderwijsstroom.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
20 van 23
4.2 Effecten van de fusie op de diversiteit Beschrijving van de wijze waarop het bestuur borgt dat de variëteit van het onderwijsaanbod blijft bestaan of wellicht zelfs groter wordt door de fusie. Daarbij kan het zowel gaan om diversiteit op het niveau van scholen/ instellingen als op het niveau van vestigingen. In hoeverre is er sprake van ‘interne keuzevrijheid’ voor scholen/ instellingen of vestigingen binnen een bestuurlijke eenheid. Zie nogmaals wat onder 4.1 al is beschreven. In aanvulling daarop zijn bestuurlijk nog de volgende kaders bepaald als uitkomst van de onderzoeksfase in 2022. Het is een bestuurlijk uitgangspunt dat scholen/locaties voor voortgezet onderwijs bij uitstek de functie hebben van een ‘eigen leer- en/of werkomgeving voor leerlingen en medewerkers. Daarbij past het dat we streven naar een diversiteit van schoolculturen in onze scholen en locaties net zoals dat nu al het geval is. Daarbij past ook de relatieve eigenheid van locaties en het werken aan een sterke saamhorigheid en teamcultuur. ▪ Voor het Pieter Zeeman Lyceum, Het Goese Lyceum Oranjeweg en het Ostrea Lyceum Fruitlaan zal er, als gevolg van de hiervoor benoemde bestuurlijke fusie geen sprake zijn van veranderingen in structurele zin. Angst voor verlies van de “eigen” schoolcultuur is voor ons op deze locaties dan ook geen punt van zorg.
Er bestaat momenteel immers ook geen invloed op elkaars schoolcultuur. ▪ Voor het vmbo b/k/g aan de beide Bergweg-locaties in Goes geldt dat het te kiezen scenario voor samenwerking zal bepalen op welke wijze we het brede vmbo b/k/g aanbod inrichten. Dit laat onverlet dat wij willen dat er in elke school en locatie sprake is van coherente teams en een veilige en herkenbare omgeving voor leerlingen en medewerkers, met een menselijke maat daarin.
4.3 Effecten van de fusie op de spreiding van onderwijsvoorzieningen in de regio Beschrijving van de gevolgen van de fusie voor de bereikbaarheid en daarmee de toegankelijkheid van onderwijsvoorzieningen in de regio. De besturenfusie heeft geen effecten op de spreiding van onderwijsvoorzieningen in de regio, omdat de bestaande onderwijsvestigingen in stand blijven. Zoals hiervoor al meermalen gesteld, zullen de te maken keuze voor de vormgeving van het vmbo b/k/g Goes én de (financiële) ruimte binnen het IHP Goes bepalen wat daarvan de huisvestingsconsequenties zijn.
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
21 van 23
5. Kosten en baten van de fusie 5.1 Financiële kosten en baten Overzicht en toelichting van de financiële en kosten en baten van de fusie op korte en lange termijn. Op korte termijn brengt een besturenfusie kosten met zich mee, onder andere op het vlak van in te huren procesbegeleiding, communicatie, juridische ondersteuning, systeem harmonisatie en notariële afwerking. Mogelijk zal een nieuwe formele naam voor de stichting worden gekozen en brengt een introductie van een nieuwe huisstijl ook kosten met zich mee. Dit zijn eenmalige kosten. Op langere termijn heeft de besturenfusie aanzienlijke structurele voordelen, omdat dubbel werk komt te vervallen, onderlinge btw-verrekening vervalt, inkoopvoordelen kunnen worden geboekt en er bijvoorbeeld nog maar één jaarrekening hoeft te worden gecontroleerd. Daarbovenop – en dat is de grootste verwachte maatschappelijke waarde (die zich lastig in cijfers laat kapitaliseren) - willen we met de bestuurlijke fusie de randvoorwaarden creëren voor het behoud van een divers en ruim aanbod van onderwijsmogelijkheden. Dat doel staat voorop. Kortom, er zullen tijdelijke kosten zijn voor de harmonisatie. Die wegen echter niet op tegen het kunnen bereiken van de hierboven en elders in deze FER uitgelegde maatschappelijke doelstellingen.
Voor de volledigheid nemen we hier nog de kosten op van het voorbereidingsproces van de fusie, over de periode 2019-heden. Deze bedragen € 226.000,-. Als referentiepunt: de totale jaaromzet van de beide stichtingen samen is € 51.323.000 (jaar 2022). Gesteld dat alle voorbereidingskosten in één jaar zouden zijn gemaakt, dan spreken we over 0.4 % van de totale gezamenlijke omzet. In de praktijk is dit nog lager omdat de kosten gemaakt zijn over een periode van 4 jaren.
5.2 Financiële risico’s Is de financiële continuïteit voldoende gewaarborgd, wat zijn de risico’s. In het Verkennend Onderzoek is een inventarisatie en analyse opgesteld van de financiële positie van de beide stichtingen. Dat is gebeurd op basis van de toen beschikbare en door de accountant goedgekeurde jaarverslaggeving over 2020. De kern van de bevindingen en adviezen, op basis hiervan, is als volgt: ▪ Op basis van alle gegevens is de financiële situatie bij beide stichtingen goed. Het spreekt voor zich dat de financiële positie na een eventuele samenvoeging ook uitstekend is. ▪ Het is dan ook verantwoord, vanuit financieel oogpunt gezien om de weg naar een bestuurlijke fusie verder op te gaan. Er zijn op korte termijn geen risicovolle elementen te verwachten, die een bestuurlijke fusie per 1 januari 2024 in de weg hoeven te staan. Tenslotte zal de meerjarenbegroting voor de langere termijn opgesteld worden voor de fusie-organisatie, om de financiële continuïteit op de langere termijn veilig te stellen.
De bedreigingen in de toekomst zijn namelijk, aldus het Verkennend Onderzoek gelegen in de verdergaande daling van het aantal vmboleerlingen gecombineerd met het in stand houden van het brede aanbod, het niet aanpakken van de lage bezettingsgraden en/of inefficiënt ruimtegebruik van de vmbo-gebouwen, de relatief grotere druk van de overheadlasten, naarmate leerlingaantallen als geheel verder dalen (met 7 dan wel 12%).
Fusie-effect-rapportage (FER) Stichting Scholengroep Pontes – Stichting Christelijk voortgezet onderwijs Zeeland | 270623
22 van 23
5.3 Niet-financiële kosten en baten Beschrijving van de niet-financiële kosten en baten van de fusie. Er zijn geen apart te benoemen niet-financiële kosten en baten, die hierboven niet reeds zijn aangeduid.
6. Evaluatie van de fusie 6.1 Evaluatie van de fusie Het bestuur zal de fusie na één jaar evalueren en de evaluatie bespreken met de RvT en de GMR. Voorafgaand aan de evaluatie zullen de RvT en de GMR in de gelegenheid worden gesteld een aantal aandachtspunten aan te dragen die in de evaluatie door het bestuur zullen worden meegenomen. In deze evaluatie zullen tenminste de in paragraaf 1.5 van deze FER benoemde doelen tussentijds geëvalueerd worden. Dat gebeurt bij de eerste evaluatie maar ook bij herhalingen daarvan in de jaren daarna. Een groot deel van de doelstellingen vergt namelijk realisatie op meer jaren termijn.