20230502 Raadsbrief Onderzoek naar vervolgstappen in verzelfstandiging markten en artikel 160 Gemeentewet (889900)
Tekst van het document
Raadsbrief voorhangprocedure
Onderwerp Zaaknummer Datum Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever
Onderzoek naar vervolgstappen in verzelfstandiging markten en artikel 160 Gemeentewet 889900 2 mei 2023 Ruimte en Milieu (RenM) D.P.W. Joppe Afdelingshoofd RenM
Inleiding Sinds 1 oktober 2019 zijn onze gemeentemarkten verzelfstandigd. Op grond van artikel 160 Gemeentewet zijn om die verzelfstandiging te bewerkstelligen de marktverordening en marktgeldverordening ingetrokken door uw raad. Vervolgens hebben wij de verzelfstandiging uitgesproken middels een instellingsbesluit o.g.v. datzelfde artikel. Daarbij is ook de Paardenmarkt afgeschaft als gemeentemarkt omdat deze niet meer levensvatbaar was en deze redelijkerwijs door een evenementorganisator kan worden voortgezet. De Paardenmarkt was feitelijk een evenement. De verzelfstandigde markten worden door de Stichting Markten Schouwen-Duiveland (STIMA) uitgevoerd. De overeenkomst loopt eind 2023 af. In de raadsvergadering van 9 mei 2019 heeft uw raad het voorstel om de marktverordening in te trekken geamendeerd met het doel na enige jaren verdere stappen in die verzelfstandiging te kunnen zetten. Het amendement luidt als volgt: "Burgemeester en wethouders stellen na het derde contractjaar een onderzoek in naar het niet meer onder de werkingssfeer van artikel 160 Gemeentewet vallen van de week- en seizoenmarkten en doen hierover aan de hand van de bevindingen een voorstel aan de gemeenteraad. Om gevolg te geven aan dit amendement hebben we in het vierde kwartaal van 2022 een evaluatie gestart waarbij ook een onderzoek naar het belang van artikel 160 Gemeenteweet is verricht.
Ook is bij de evaluatie de branchevereniging CVAH betrokken. Vervolgens hebben we in januari 2023 de stemming onder de kooplieden gepeild. Wij zijn voornemens de gemeentemarkten voort te zetten o.g.v. artikel 160 gemeentewet. U kunt hiertegen wensen en bedenkingen kenbaar maken. U wordt voorgesteld geen wensen en bedenkingen in te dienen. Kernboodschap Wij hebben de volgende besluiten genomen: 1. De memo onderzoek artikel 160 Gemeentewet vastgesteld. 2. De memo evaluatie verzelfstandiging warenmarkten Schouwen-Duiveland vastgesteld. 3. De marktdata voor 2023 voor Renesse en Zierikzee middels het instellingsbesluit warenmarkten Schouwen-Duiveland vastgesteld. 4. Het voornemen uitgesproken de verzelfstandiging van de warenmarkten onder artikel 160 Gemeentewet per 1 januari 2024 voort te zetten. 5. Het voornemen uitgesproken om voor 1 augustus 2023 te besluiten welke uitvoerende partij de verzelfstandindigde markt uitvoert. 6. Uw raad ingelicht middels de raadsbrief en u te verzoeken geen wensen en bedenkingen te hebben tegen het voornemen om de markten onder artikel 160 Gemeentewet voort te zetten.
Consequenties 1.1 en 4.1 Artikel 160 Gemeentewet is de juridische basis voor warenmarkten Op grond van artikel 160 lid 1 sub h van de Gemeentewet zijn wij als college van burgemeester en wethouders bevoegd jaarmarkten of gewone marktdagen in te stellen, af te schaffen of te veranderen. Dat doet wij middels het nemen van een instellingsbesluit.
Pagina 1 van 3
Onze markten zijn sinds jaar en dag op deze rechtsgrond gebaseerd. Met het vervallen van de marktverordening en marktgeldverordening in 2019 heeft uw raad geen instrumenten meer om het wel en wee op de markt te reguleren, bijvoorbeeld met een reglement of vergunningstelsel. Dat hoeft ook niet meer omdat de stichting dat nu regelt. Met het toekennen van een bevoegdheid aan ons college om warenmarkten in te stellen heeft de wetgever gemeend het fenomeen warenmarkt een gemeentelijke aangelegenheid te maken en een eigen plaats in de wetgeving te geven. Verder gaat de wetgever niet, de vorm van de uitvoering is vrij. Nagenoeg alle warenmarkten in Nederland zijn door een college o.g.v. artikel 160 Gemeentewet ingesteld, ongeacht op welke wijze de markten worden uitgevoerd; in eigen beheer, verzelfstandigd en met of zonder een uitvoeringsvergunning. We kennen ook het verschijnsel van de braderie-markten of avondmarkten op Schouwen-Duiveland. Deze zijn niet ingesteld door ons college o.g.v. artikel 160 Gemeentewet maar onder een evenementenvergunning gebracht. Het verschil tussen een gemeentelijke warenmarkt en de evenementmarkten is dat de warenmarkt een vast onderdeel vormt van het voorzieningenniveau in een kern en de meestal wekelijkse frequentie.
Bij de warenmarkt is primair sprake van detailhandel terwijl bij een braderie of avondmarkt er primair sprake is van vermaak dat meestal tijdens feestdagen of vakantieperioden plaatsvindt. De definitie van het begrip evenement is dan ook “elke voor publiek toegankelijke vorm van vermaak”. Een warenmarkt kan dan ook niet onder een evenementenvergunning juridisch worden geborgd. Dat kon wel bij de Paardenmarkt omdat dat feitelijk een evenement was (kermis, oude voertuigen, ringsteken en markt). Ook het eventueel invoeren van een uitvoeringsvergunning voor een marktorganisator al dan niet met daarnaast vergunningen voor de kooplieden, als alternatief voor onze huidige uitvoeringsvorm, levert geen meerwaarde op. Ook een dergelijke constructie moet onder artikel 160 gemeentewet plaatsvinden en het is een forse stap terug in het streven naar deregulering en verzelfstandiging van de markten. 1.2 Lockdowns en markten Tijdens de Coronalockdown-perioden werd de bijzondere positie van de warenmarkten door de minister erkend. Terwijl bijna alle buitenactiviteiten en evenementen verboden waren mochten de warenmarkten wel plaatsvinden voor zover het om foodkramen ging. Ook dat onderstreept het belang van artikel 160 Gemeentewet. Indien we onze markten loskoppelen van art 160 gemeentewet dan moet het college de markten afschaffen middels een besluit.
Maar dan kunnen de warenmarkten zoals we die nu kennen niet meer plaatsvinden. De STIMA en CVAH zien niets in een markt die onder de vlag van bijvoorbeeld een evenementvergunning zou plaatsvinden. Ongeacht of dat juridisch mogelijk zou zijn. 1.3 en 4.2 De markt hoeft evenementen niet in de weg te staan Het amendement is mede ingegeven om evenementen op het Havenplein meer mogelijkheden te bieden. Er zijn in de loop van de tijd in Nederland bij diverse gemeenten zaken voor de rechter gebracht waarbij een gemeente een warenmarkt tijdelijk naar een andere locatie overbracht omdat er een evenement op het marktterrein plaats zou vinden. In meerdere gevallen trok de gemeente aan het kortste eind omdat de verplaatsing van de markt niet of niet tijdig via een formeel instellingsbesluit ingevolge art 160 Gemeentewet was vastgesteld. Ook onze marktuitvoerder en haar kooplieden hechten aan hun vaste plaats in Renesse en Zierikzee. Een markt verplaatsen betekent meestal ook omzetderving. In onze huidige uitvoeringsovereenkomst met de STIMA hebben we daar afspraken over gemaakt. Zo moet de markt tijdens onze kermissen elders worden ingenomen. Ook hebben we in de overeenkomst opgenomen dat de jaarlijkse ijsbaan in Zierikzee in het marktterrein moet worden ingepast. Dat verloopt ook naar behoren.
Daarnaast is opgenomen dat de markt ook moet worden verplaatst als een evenement op de marktlocatie is voorzien die de betreffende kern of de gemeente echt op de kaart zet. Bijvoorbeeld als gevolg van media-aandacht. Onze ervaring is dat de STIMA op dit punt coöperatief is maar haar belangen op dit punt verdedigd. Aan de andere kant ziet zij ook haar belang als een evenement de markt aanvult en versterkt. Voor de mogelijkheden voor evenementen op onze marktterreinen behoeft de artikel 160 status van de markt niet te verdwijnen. Sterker nog, met de juiste inzet van artikel 160 Gemeentewet kan het college beter sturen om evenementen wel mogelijk te maken. Hierbij dienen wel de vanuit de wet verplichte beginselen van behoorlijk bestuur in acht te worden genomen, zoals de afweging van belangen en een tijdige en zorgvuldige besluitvorming. Tot nu toe is een dergelijke sturing niet nodig geweest.
Pagina 2 van 3
2.1 Evaluatie valt positief uit Al met al zijn wij, de CVAH, de STIMA, de ondernemersverenigingen en de dorpsraad Renesse tevreden over de verzelfstandiging op zich en de uitvoering van de markten maar zien we ook ruimte voor verbetering. Als gemeente zien we graag een verbetering van de communicatie en meer activiteiten als aanvulling op de markt. Ook zou voor de nabije toekomst gekeken kunnen worden hoe we kunnen bevorderen dat verzoeken van kooplieden op een meer transparante wijze worden afgehandeld. Bijvoorbeeld als ze een ander plekje op de markt willen. Maar volgens de CVAH kampen alle verzelfstandigde markten hier wel een beetje mee. 6.1 Voorstel aan gemeenteraad -voorhangprocedure Artikel 169.4 van de Gemeentewet regelt de positie van uw raad aangaande bevoegdheden van het college die in artikel 160 Gemeentewet zijn genoemd. Artikel 169.4 luidt: “Zij (de leden van het college tezamen en ieder afzonderlijk) geven de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheden, genoemd in artikel 160, eerste lid, onder e, f, g en h, indien de raad daarom verzoekt of indien de uitoefening ingrijpende gevolgen kan hebben voor de gemeente. In het laatste geval neemt het college geen besluit dan nadat de raad zijn wensen en bedenkingen ter zake ter kennis van het college heeft kunnen brengen.” Met het amendement heeft uw raad een dergelijk verzoek gecreëerd.
U wenst van ons college een voorstel. Wij stellen voor dat via de voorhangprocedure te doen en uw raad te verzoeken geen wensen of bedenkingen te hebben.
Vervolg Indien uw raad binnen twee weken geen wensen of bedenkingen heeft tegen ons voornemen om de verzelfstandiging van de warenmarkten onder artikel 160 Gemeentewet per 1 januari 2024 voort te zetten starten we het proces om voor 1 juli 2023 een overeenkomst aan te gaan met een uitvoerende partij om de verzelfstandiging voort te zetten en uit te voeren. Voorhangprocedure Het recht om wensen en bedenkingen in te dienen is een recht van de raad, dus van het collectief van de raadsleden. Om onnodige verlenging van de proceduretijd te voorkomen is afgesproken dat raadsleden / raadsfracties binnen 2 weken na dagtekening van deze Raadsbrief wensen en bedenkingen via de griffier kenbaar kunnen maken. Indien van die gelegenheid geen gebruik wordt gemaakt, kan het college hierna een besluit nemen.
Indien raadsleden / raadsfracties van de gelegenheid tot het kenbaar maken van wensen en bedenkingen wel gebruik maken, dan wordt het betreffende punt geagendeerd worden voor de vergadering van de raad(scommissie). Via commissie- en raadsbehandeling kan dan het standpunt van de raad over de door de raadsleden / raadsfracties ingebrachte bedenkingen worden verkregen. Het is daarbij wel van belang, dat de raadsleden / raadsfracties hun wensen en bedenkingen met toelichting / motivatie, op papier zetten. Mocht bij commissiebehandeling blijken, dat de wensen en bedenkingen van een of meer raadsleden / raadsfracties onvoldoende steun krijgen, dan kunnen die raadsleden / raadsfracties overwegen die wensen en bedenkingen in te trekken, waarna het college een besluit kan nemen. Indien de raadsleden / raadsfracties hun wensen en bedenkingen overeind houden, dan wordt dit voor de raadsvergadering geagendeerd, zodat de raad hierover een uitspraak kan doen. Bijlagen 1. Memo onderzoek artikel 160 Gemeentewet 2. Memo evaluatie verzelfstandiging warenmarkten Schouwen-Duiveland
Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, S.J.A. Bronsveld
J.Chr. van der Hoek MBA
Secretaris
Burgemeester
Pagina 3 van 3