CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20230425 Raadsbrief Uitvoeringsprogramma beleidsvisie zorglandschap Bijlage 0 Uitvoeringsprogramma beleidsvisie zorglandschap

Gemeenteraad 25 mei 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.035 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsprogramma Beleidsvisie zorglandschap 2021-2025 Inleiding en scope van dit Uitvoeringsprogramma Het uitvoeringsprogramma vormt de praktische vertaling van de “Beleidsvisie zorglandschap 2021-2025” (hierna: de beleidsvisie) die in 2021 door de gemeenteraad is vastgesteld. In deze beleidsvisie hebben we aan de hand van een onderzoek door bureau HHM, een overzicht gemaakt van de toekomstige behoefte aan woningen, woonvormen, dagbesteding en logeervoorzieningen gericht op inwoners met een zorgvraag in onze gemeente. Op 25 februari 2020 heeft de Raad de Beleidsvisie Zorglandschap 2021- 2025 (hierna: de beleidsvisie) vastgesteld. Aanleiding voor het opstellen van de beleidsvisie was een toenemend aantal zorgaanbieders van buitenaf die op ons eiland een zorgaanbod wilde creëren, zoals een woonzorgvorm, dagbesteding of een gezinshuis. Het gaat om zorgvoorzieningen die een beslag leggen op publieke middelen en de fysieke ruimte waarbij rekening wordt gehouden met een goede balans met de sociale draagkracht van inwoners. Met de beleidsvisie hebben we een kader om gewenst zorgaanbod te stimuleren en ongewenst zorgaanbod te weren. De beleidsvisie zorglandschap en bijbehorende beslisboom hebben een looptijd van 5 jaar.

Inmiddels is sinds de vaststelling ruim een jaar verstreken en vanwege voortschrijdend inzicht zijn aan dit uitvoeringsprogramma enkele passages toegevoegd, die in de lijn liggen van de vastgestelde visie. Met name geldt dit voor de inwoners met een psychiatrische kwetsbaarheid die aangewezen zijn (geweest) op beschermd wonen. Ten tijde van het onderzoek dat door HHM is uitgevoerd naar het zorglandschap in onze gemeente, bleef deze buiten beschouwing omdat de beleidsontwikkeling nog was gemandateerd aan de centrumgemeente Vlissingen. Vanaf 2024 wordt onze gemeente ook voor het voorzieningen- en zorgaanbod voor deze doelgroep volledig verantwoordelijk. In de beleidsvisie is voor wat betreft het wonen van kwetsbare ouderen met een grote zorgbehoefte een opgave geformuleerd voor uitbreiding van woonzorgeenheden in de gemeente, zodat kan worden ingespeeld op de toekomstige behoefte tot 2030. Hierbij gaat het om het realiseren van 145 woonzorgeenheden voor ouderen met een behoefte aan langdurig zware zorg op grond van de Wlz, en 37 wooneenheden voor ouderen met een lichte behoefte aan zorg. De opgave voor ouderen met een zware zorgvraag dient volgens de beleidsvisie te worden gerealiseerd in de vorm van kleinschalige woonclusters, verspreid over het eiland.

In het betreffende amendement heeft de Raad vastgesteld dat de woonzorgeenheden deels ook in de vorm van intramurale zorg (waarbij er geen scheiding is tussen wonen en zorg) moeten kunnen worden gerealiseerd. Op voorstel van de Raad (in de commissievergadering van 13 december 2021) is in het veld informatie opgehaald over de behoefte en het gewenste woonzorgaanbod voor zeer kwetsbare (dementerende) ouderen. Dit hebben we gedaan door middel van een gespreksronde met relevante partijen. De opbrengst hiervan is verwerkt in bijgevoegd Uitvoeringsprogramma. We gaan in op het begrip 'kleinschalige woonclusters’ en op de wijze waarop we spreiding over ons eiland willen realiseren. Daarnaast worden de onderdelen dagbesteding en logeeropvang uit de beleidsvisie nader uitgewerkt. Voor andere doelgroepen die in de beleidsvisie worden benoemd zijn kwalitatieve beleidsaccenten’ voorgesteld. Wij bedoelen hiermee dat aan het bestaande (fysieke) zorgaanbod in de gemeente specifieke elementen kunnen worden toegevoegd wanneer hiervoor een behoefte is aangetoond die op dit moment niet door een bestaande partij kan worden geleverd. De leverancier die een initiatief indient, moet dus kunnen aantonen dat zijn ontwerp een kwalitatieve verrijking vormt voor het zorgaanbod binnen de gemeente. Tegelijk met de beleidsvisie is een beslisboom vastgesteld die aansluit op de inhoud van de beleidsvisie.

Deze beslisboom bevat vragen over de doelgroep van het zorgaanbod, specifieke

1

elementen van het zorgaanbod, spreiding van het aanbod en wijze van financiering. De gemeente hanteert deze beslisboom voor iedere aanvraag die door een externe partij wordt gedaan op identieke wijze. Ambtelijk wordt het voorstel eerst op inhoud getoetst of het initiatief past in de beleidsvisie door de afdeling Werken, Wonen en Leven. De uitkomst hiervan wordt voorgelegd aan de verantwoordelijke portefeuillehouder. Gaat deze akkoord, dan dragen wij de behandeling over aan de afdeling Ruimte en Milieu voor een verdere toetsing aan de hand van de procedures Principeaanvraag en Vooroverleg omgevingsvergunning. Dit betreft dus met name de aanvraag van de benodigde vergunningen en/of zo nodig een herziening van het bestemminsplan. De beleidsvisie alsmede de beslisboom kunnen hier worden gedownload. Doelgroepen In het eerder genoemde onderzoek door HHM worden vijf groepen inwoners benoemd voor wie de woonvraag sterk of volledig aan de zorgvraag of -problematiek is gerelateerd. Doorgaans geldt voor al deze groepen dat zij vanwege een beperking of stoornis, of vanwege maatschappelijke omstandigheden (gedurende langere tijd) niet of moeizaam voor zichzelf kunnen zorgen. Ze zijn daarom vaak tot voortdurend aangewezen op begeleiding of zorg in de woonsituatie. In de beleidsvisie zijn de volgende groepen specifiek beschreven: 1.

Inwoners met een verstandelijke, (lichamelijke) of zintuiglijke handicap of met nietaangeboren hersenletsel (NAH); 2. Inwoners met een licht verstandelijke beperking (LVB); 3. Inwoners met een autisme-spectrum stoornis (ASS); 4. Kwetsbare ouderen met lichamelijke problemen (somatisch) en of met psychische problemen (veelal dementie); 5. Jongeren met opvoed- of ontwikkelingsproblemen, die in jeugdzorg hebben verbleven en/of daarnaast kampen met hierboven genoemde kwetsbaarheden. Zoals hiervoor al aangegeven is bij het opstellen van dit uitvoeringsprogramma een nieuwe doelgroep benoemd, namelijk inwoners met een specifieke zorg- en woonvraag vanuit psychiatrische kwetsbaarheid. Vanuit de diagnostiek kan de groep inwoners met een autismespectrum stoornis (ASS) en ten dele ook de groep kwetsbare jongeren mede hiertoe worden gerekend. Tussen deze groepen is in de praktijk een overlap. Relatie met de Woonvisie Voor inwoners met een ‘lichte’ zorgvraag is binnen de gemeentelijke Woonvisie een doelstelling aangegeven. Binnen de totale regionale behoefte van 1.025 woningen is als doel gesteld om twee derde deel hiervan levensloopbestendig op te leveren. Toch gaan wij in dit uitvoeringsprogramma ook in op de behoefte aan wooneenheden voor ouderen met een lichte zorgvraag.

Daarmee nemen wij alvast een voorschot op de toekomstige herijking van de Woonvisie waarbij wonen en zorg zal worden geïntegreerd tot een Woonzorgvisie.

2

Kerndoelstellingen Het uitvoeringsprogramma is opgebouwd rond 6 “kerndoelstellingen”, ieder gericht op concrete actie om noodzakelijke verbeteringen, wijzigingen of aanvullingen op bestaand aanbod te realiseren. Deze doelstellingen realiseert de gemeente in beginsel samen met maatschappelijke partners en leveranciers van zorg. Onderstaand benoemen wij de kerndoelstellingen. De volgorde drukt niet een prioriteitstelling uit. Bij iedere doelstelling wordt een korte situatiebeschrijving gegeven en wordt uiteengezet Wat – Waarom – Hoe – met Wie – Wanneer.

A. Inwoners met een lichte zorgvraag kunnen zelfstandig blijven wonen Wat Dit vertalen wij in de vorm van levensloopgeschikte woningen en appartementen. Zolang de inwoner niet naar een levensloopgeschikte woning kan verhuizen, wordt hij geholpen om in zijn bestaande woning de nodige aanpassingen te doen waardoor hij veilig en comfortabel kan blijven wonen. Niet iedereen zal zorg vanuit de Wlz betrekken, ofwel men komt hiervoor niet in aanmerking. In de Beleidsnota is deze groep aangegeven en met name voor deze groep dient ook een woningvoorraad beschikbaar te zijn. In de beleidsnota hebben we de behoefte voor hen, veelal ouderen maar niet uitsluitend, bepaald op 37 wooneenheden tot 2030. Waarom Deze inwoners hebben geen toegang tot het aanbod van woonzorgclusters (zie hierna) zolang er geen Wlz-indicatie is afgegeven. Niettemin is behoefte aan aangepast wonen aangetoond. De betrokken inwoners moeten worden geholpen, waar mogelijk met eigen kracht, om kwaliteit van leven te behouden, veiligheid te waarborgen en een beroep op zwaardere zorg uit te stellen. Hoe • Hiervoor hebben wij de Richtlijn levensloopgeschikte woningen opgesteld. Zo is het duidelijk waar een levensloopgeschikte woning aan moet voldoen. Belangrijk is dat ouderen op tijd verhuizen naar een levensloopgeschikte woning.

• Met de lening Duurzaam en Langer Thuis hebben inwoners de mogelijkheid om met een gunstige lening voorzieningen in hun woning te treffen waar ze energiekosten mee kunnen besparen en/of eenvoudige woningaanpassingen kunnen doen. • Wij gaan na of energievoorlichters een actievere rol kunnen spelen om ouderen te stimuleren kleine – algemeen gebruikelijke – aanpassingen aan hun woning te doen zodat ze langer zelfstandig kunnen blijven wonen. • Wij versterken de inzet en het gebruik van domotica en e-Health Wij gaan in gesprek met aanbieders en met het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) om na te gaan in hoeverre toekenning van het ‘Volledig Pakket Thuis’ (VPT) in de Wlz soelaas kan bieden voor de betreffende inwoners. Met wie In de eerste plaats nodigen wij ouderenorganisaties, aanbieders van thuiszorg, het maatschappelijk werk, huisartsen en andere zorgverleners gericht uit om beter in beeld te krijgen wie de betrokken inwoners zijn, hoe zij beter kunnen worden bereikt en hoe een aanbod kan worden gerealiseerd dat zoveel mogelijk is toegesneden op hun situatie. Wanneer Voor het realiseren van het streefcijfer voor levensloopgeschikte woningen zetten wij een tijdpad uit dat aanvangt in Q2 2023. Dit wordt opgenomen in de nieuwe gemeentelijke Woonvisie. In Q2 2025 zullen wij het gevoerde beleid en bereikte resultaten evalueren. B.

Er zijn voldoende woonzorgclusters voor mensen met een zware zorgvraag

3

Wat In de beleidsvisie is een kwantitatieve opgave vastgesteld voor kwetsbare ouderen met een behoefte aan zorg. Veelal gaat het hierbij om dementie (Alzheimer) al dan niet in combinatie met lichamelijke of somatische klachten. Deze groep is doorgaans dagelijks en blijvend op zorg aangewezen. Zij kunnen aanspraak maken op de Wet Langdurige Zorg (Wlz). De gemeente wil de kwantitatieve opgave voor deze groep realiseren in de vorm van kleinschalige woonzorgclusters. In het onderstaande kader definiëren we dit begrip: Kleinschalig woonzorgcluster Een kleinschalig woonzorgcluster dient ingebed te zijn in een vitale leefomgeving waarbij verschillende generaties naast elkaar wonen en leven. De aanwezigheid van gezinnen en jongeren vergroot de mogelijke inzet van vrijwilligers. Maatschappelijke voorzieningen (zoals huisarts, apotheek, fysiotherapie en winkels, openbaar vervoer) zijn zoveel mogelijk in de nabijheid (loopafstand). Er is uitwisseling mogelijk tussen bewoners met een verschillende vorm van zorgbehoefte: van licht naar zwaar. Aansluiting bij een bestaand complex waar ouderen zelfstandig wonen biedt daarbij grote kansen vanwege bestaande sociale structuren, zoals wooncomplexen van Zeeuwland en Woonzorg Nederland en ouderen die in een appartementencomplex met een Vereniging van Eigenaren (VvE) wonen.

Het totale aantal woonzorgeenheden in een woonzorgcentrum is niet zozeer relevant. Wel dient de omvang in verhouding te zijn tot de omgeving om te voorkomen dat een dorp naar verhouding een te groot volume aan woonzorgeenheden moet dragen. De kleinschaligheid wordt vormgegeven door de inrichting: bij voorkeur 8 personen per cluster die gezamenlijk een micro-eenheid vormen en mogelijk eenzelfde achtergrond hebben, wat inkomen, opleiding, achtergrond, religieuze, etnische/culturele of gender identiteit betreft. Bij realisering van het kleinschalig woonzorgcluster dient rekening te worden gehouden met huidige en toekomstige toepassingen op het gebied van domotica en e-Health.

Waarom Het aantal ouderen met een zware zorgvraag zal vanwege demografische ontwikkelingen verder toenemen. De gemeente moet zich hierop voorbereiden. Ook de ouderen voor wie dit geldt moeten zo lang als mogelijk zelfstandig kunnen wonen waarbij de noodzakelijke zorg dagelijks beschikbaar en bereikbaar is, en een sociaal isolement zoveel mogelijk wordt voorkomen. Op internationaal vlak zijn er actuele ontwikkelingen waarbij woningen voor mensen met een lichte zorgvraag worden gecombineerd met woningen voor mensen met een zware zorgvraag, zoals in Frankrijk. Dit brengt ook kennis mee van effectieve inzet van e-health toepassingen. We verwachten de komende jaren kennis te maken met nieuwe spelers op de markt. Tegelijk vergroten we onze kennis via het SWVO door middel van het project empowercare. Hoe In de beleidsvisie is vastgesteld dat in de gemeente tot 2030 behoefte is aan een extra voorraad van 145 wooneenheden voor deze groep kwetsbare ouderen in het bezit van een indicatie voor de Wlz. Afgesproken is dat spreiding over ons eiland wordt gerealiseerd. Voor de spreiding wijzen we zoekgebieden aan buiten de gebieden of kernen waar een toereikend woon-zorgaanbod in beginsel aanwezig is. We onderzoeken per zoekgebied een evenredige verhouding tussen het aantal oudere inwoners en het gewenste aanbod, waarbij eventueel bestaand woonzorgaanbod wordt meegenomen.

Zo beogen we een evenredige spreiding te realiseren, en een bandbreedte per zoekgebied. (Zie voor een overzichtskaart van deze zoekgebieden bijlage 2). Per zoekgebied komen we zo tot een ‘richtgetal’ voor het aantal te realiseren eenheden:

4

Zoekgebied A. (Renesse, Ellemeet, Noordwelle, Scharendijke, Serooskerke) Richtgetal te realiseren woonzorgeenheden: 55 à 75 Zoekgebied B. (Brouwershaven, Zonnemaire, Noordgouwe, Kerkwerve, Schuddebeurs en Dreischor) Richtgetal te realiseren woonzorgeenheden: 55 à 75 C Zoekgebied. (Sirjansland, Nieuwerkerk, Oosterland, Ouwerkerk) Richtgetal te realiseren woonzorgeenheden: 10 à 30 (= na aftrek van al bestaand woonzorgaanbod Wlz) Voor nadere toelichting zie het overzicht oudere inwoners, woonzorgaanbod en verdeling opgave (bijlage 3.) Wij komen ook tegemoet aan de behoefte van zorgaanbieders om zorgpersoneel effectief in te zetten door geen maximum te stellen aan het aantal woonzorgeenheden per complex. Naast woonzorgclusters in vitale gemeenschappen (zie kader) is er ook ruimte voor initiatieven die door of in afstemming met particulieren worden gerealiseerd (bijvoorbeeld in een dorp of op een boerderij op het platteland) en die niet bij voorbaat deel uitmaken van een bestaande woongemeenschap. Voor de locatie van de gewenste woonzorgclusters zijn in de beleidsvisie zoekgebieden bepaald (zie kaart). Daarbij is een optimale spreiding over het eiland uitgangspunt. Mede daarom liggen de zoekgebieden verspreid in het landelijk gebied. Met wie De kleinschalige woonclusters voor deze groep realiseren wij in samenwerking met zorgaanbieders corporaties en andere marktpartijen.

Tot dusver hebben enkele projectontwikkelaars zich met voorstellen bij ons gemeld. De gemeente zet het volgende in om de opgave te realiseren: • • •

Wij stimuleren zorgaanbieders, projectontwikkelaars en woningcorporaties actief om een aandeel te nemen in het ontwikkelen van woonzorgclusters binnen een zoekgebied. Wij zullen bestaande en nieuwe partijen gericht benaderen en voor zover zij bij ons bekend zijn, persoonlijk spreken. Wij staan uitdrukkelijk open voor nieuwe stakeholders en verwachten dat deze zich de komende jaren aandienen aangezien de markt voor senioren met een zorgvraag sterk in beweging is.

Wij tekenen hierbij aan dat de interesse van (commerciële) partijen voor vestiging buiten een groeikern geringer kan zijn. Ook is de gewenste ‘vitale leefomgeving’ in de zoekgebieden niet altijd even sterk. Bij een potentieel kansrijk initiatief zullen wij samen met de geïnteresseerde partij een zorgvuldige afweging van wensen en mogelijke bezwaren maken. Wanneer Concretisering en overleg met marktpartijen zo spoedig mogelijk na vaststelling van dit uitvoeringsprogramma. We streven naar het in uitvoering nemen van concrete bouwplannen in Q2 2024. In Q2 2025 beoordelen wij in hoeverre de gestelde opgave is gerealiseerd volgens de uitgezette verwachtingen. C. Inwoners vragen tijdig een Wlz indicatie aan en weten hoe deze te verzilveren Wat Uit de Wet Langdurige Zorg (Wlz) wordt het merendeel van de zorg voor deze doelgroep gefinancierd. Het Zorgkantoor bekostigt de leverancier op basis van de afgegeven indicatie. Zonder deze indicatie is er dan ook voor de inwoner geen toegang tot de noodzakelijke zorg. Om het woonzorg-beleid van de gemeente te laten slagen is van belang dat wie op de Wlz is

5

aangewezen, hiervoor ook tijdig een aanvraag doet. Heeft een inwoner eenmaal een indicatie, dan kan hij deze op verschillende manieren verzilveren. Voor ons doel is van belang dat de inwoner zijn zorg kan afnemen als volledig of modulair pakket thuis (scheiden van wonen en zorg; de bewoner bezit zelf de woning of huurt zelf). Waarom De ervaring leert dat veel ouderen in een relatief laat stadium een aanvraag doen voor zorg vanuit de Wlz. Dat is in hun nadeel: via de Zorgverkeringswet kunnen ze niet alle noodzakelijke voorzieningen betrekken. Een beroep op ondersteuning vanuit de Wmo biedt hooguit tijdelijk soelaas. Ouderen schrikken echter voor het doen van een aanvraag soms terug, vanwege de noodzakelijke beoordelingsprocedure, of ook omdat voor de Wlz een (inkomensafhankelijke) eigen bijdrage wordt geheven. Vaak wordt daarom de aanvraag pas gedaan als het echt niet anders meer kan. Wanneer de Wlz indicatie wordt toegekend is de conditie al te ver verslechterd om nog in een woonzorgcluster te kunnen instromen. Hoe Goede voorlichting is cruciaal. De gemeente zal vooral hierop inzetten: laagdrempelig en zo dicht mogelijk bij de inwoners. Daarbij is van belang dat onze voorlichting strookt met de uitgangspunten en werkwijze die het CIZ (Centraal orgaan Indicatiestelling Zorg) hanteert, of dat onze medewerkers en partners de inwoner rechtstreeks naar het CIZ verwijzen.

Met wie Wij zullen dit oppakken samen met organisaties die oudere bewoners – en mogelijk hun mantelzorgers – ondersteunen bij het vinden van de juiste zorg. Vroegsignalering is hierbij van groot belang. Wij denken hierbij specifiek aan de Zeeuwse Zorgschakels, die casemanagers inzet voor dementerende inwoners en hun partners, huisartsen en daarnaast organisaties die cliëntondersteuning bieden, zoals SMWO, Eva Regelt!, HerstelTalent en (informele) Meedenkers respectievelijk het Odensehuis als inloopvoorziening voor mensen met dementie en hun partners Wanneer Uiterlijk in Q4 2023 is met de betrokken partners een werkwijze overeengekomen die leidt tot een eerdere aanvraag van de Wlz-indicatie wanneer nodig.

D. Er zijn voldoende woningen/crisisplaatsen/tussenvoorzieningen voor mensen die uit Beschermd Wonen stromen of daarop zijn aangewezen Wat Een klein deel van de totale bevolking van Nederland ontwikkelt op enig moment in haar/zijn leven een ernstige psychiatrische aandoening (EPA). Hieronder verstaan wij serieuze beperkingen in het sociaal en/of maatschappelijk functioneren, die niet over gaan. De beperkingen zijn vaak oorzaak én gevolg van de psychiatrische stoornis. Een autismespectrum stoornis (ASS) en een middelenverslaving worden ook hiertoe gerekend. Een licht verstandelijke beperking kan met een psychiatrische aandoening een wisselwerking hebben. Waarom De laatste jaren is in Nederland de opvatting gemeengoed geworden dat mensen met een EPA beter af zijn wanneer ze de noodzakelijke zorg krijgen daar waar ze wonen, ofwel na een klinisch verblijf weer zo snel mogelijk naar huis terug kunnen keren. Dat leidt er onder andere toe dat ggz-aanbieders hun behandelingen bekorten en anders inrichten. Ook de gemeente streeft naar een korter verblijf van inwoners van beschermd wonen, of liever nog het voorkomen hiervan door de noodzakelijke zorg en ondersteuning te leveren in de eigen woonomgeving. Beschermd wonen is een Wmo-maatwerkvoorziening, maar kan vanaf 2020 ook op grond van de Wlz worden geleverd (hier aangeduid als GGZ-Wonen).

Deze doelgroep is in de Beleidsvisie zorglandschap buiten beschouwing gebleven omdat de zorg

6

ervoor in de provincie Zeeland was belegd bij de centrumgemeente Vlissingen. Vanaf 2024 wordt deze verantwoordelijkheid samen met de geldmiddelen overgedragen aan de woongemeenten. Hoe Wij werken in de Oosterschelderegio samen met aanbieders en woningcorporaties aan de voorbereiding van ‘beschermd thuis’ voor deze specifieke doelgroep. De gemeenteraad heeft in 2020 de Zeeuwse regiovisie voor beschermd wonen en opvang vastgesteld. Deze visienota volgen wij voor het uitvoeren van woon- zorgbeleid voor de genoemde doelgroep. In onze gemeente leidt dat tot een aanpak op maat voor de betrokken inwoners. Voor een deel van de doelgroep blijft de behoefte aan beschermde woonvoorzieningen bestaan. Ook moet iemand die zelfstandig woont maar een tijdelijke terugval in zijn aandoening doormaakt, een beroep kunnen doen op een tijdelijke terugkeer naar beschermd wonen. Vanuit onze wettelijke verantwoordelijkheid moeten wij deze voorzieningen in stand houden en de geleverde zorg inkopen. Dit doen wij binnen een partnerschap met de overige Zeeuwse gemeenten. Met wie In Schouwen-Duiveland werken wij samen met de relevante aanbieders, cliëntorganisaties, Stichting Hersteltalent en Zeeuwland. HHM zal in Q2 2023 een Zeeuws-breed onderzoek opleveren dat uitsluitsel zal geven over de concrete woonvraag, ook in onze gemeente.

Wanneer Uitvoering van het programma ‘Weer Thuis’ wordt in onze gemeente gedurende 2023 voortgezet. Het verdere tijdpad wordt uitgezet in overeenstemming met de Zeeuwse Regiovisie Beschermd Wonen en Opvang, die loopt tot 2027.

E. Er is voldoende logeeropvang voor verschillende doelgroepen van kwetsbare inwoners Wat Wettelijke respijtzorg is bedoeld om naasten of mantelzorgers van een inwoner met een zware zorgvraag (tijdelijk) te ontlasten. Respijtzorg kan worden geleverd op grond van de Zorgverzekeringswet, de Wlz of de Jeugdwet, bijvoorbeeld voor gezinnen met een meervoudig gehandicapt kind. In de Wmo kan de gemeente respijtzorg inzetten in verschillende varianten: • De thuissituatie ontlasten door middel van opvang voor de cliënt (dagopvang en/of logeren • De naasten of mantelzorgers tijdelijk ontlasten door het leveren van zorg op het thuisadres of door het aanbieden van logeeropvang buitenshuis. Binnen deze varianten zijn verschillende vormen mogelijk, al dan niet na het afgeven van een indicatie door de gemeente op grond van de Wmo of door het CIZ op grond van de Wlz. In het bestek van dit uitvoeringsprogramma richten we ons op logeeropvang en meer concreet op het creëren en in stand houden van een toereikend aantal logeerplekken voor mantelzorgers ofwel voor de zorgvragers zelf. Overigens kunnen ook inwoners buiten Schouwen-Duiveland gebruik maken van logeeropvang in onze gemeente en vice versa. Bij logeeropvang op grond van de Wmo betaalt de gemeente de logeeropvang voor de betreffende inwoner.

Waarom De zorg voor een naaste of gezinslid met een zware of gecompliceerde zorgvraag is zeer belastend. Respijtzorg voor mantelzorgers, al dan niet in de vorm van logeeropvang, is noodzakelijk en moet beschikbaar zijn. Als dit hapert is het risico groot dat mantelzorgers uitvallen, zelf een beroep op zorg moeten doen, dat een gezinssituatie te zeer wordt belast of

7

dat de betrokken zorgvrager eerder en tegen hogere kosten in een voorziening moet worden opgenomen. Hoe Het aantal beschikbare logeerplekken moet toereikend zijn. In de beleidsvisie geven wij aan dat wij voor elke zorgdoelgroep logeeropvang stimuleren. Daarbij is onze voorkeur dat zorgaanbieders logeeropvang op een kleinschalige wijze met een divers karakter opzetten. Het aantal (fysieke) logeerplaatsen moet tegemoetkomen aan de vraag naar logeeropvang. Daarbij waken wij voor een te groot beroep op de draagkracht en het draagvlak van de directe omgeving, zoals de dorpskern of wijk. Daarnaast zetten wij in op grotere bekendheid over logeeropvang bij de doelgroep. Huisartsen, verwijzers en aanbieders signaleren een tekort aan logeeropvang, c.q. plekken, vooral voor mensen met dementie en hun mantelzorgers. Tegelijkertijd komen bij onze toegang nauwelijks vragen hierover binnen. • Wij gaan na in hoeverre de mogelijkheden voor logeeropvang bij het publiek voldoende bekend zijn (dit kan zowel gaan om logeren voor de zorgvrager als voor de mantelzorger); • Wij versterken de algemene en specifieke voorlichting van inwoners over respijtzorg en in het bijzonder logeeropvang. Tijdelijk logeren voor inwoners met een psychiatrische kwetsbaarheid wordt geregeld binnen het beschermd wonen, en valt buiten het hier beschreven bestek.

Met Wie Wij doen dit in nauw overleg met huisartsen, zorgaanbieders, de thuiszorg en organisaties die zich richten op de specifieke doelgroep, zoals Zeeuwse Zorgschakels, het Odensehuis en de Stichting Alzheimer Zeeland. Wanneer Gedurende Q3 2023 inventariseren wij de behoefte aan logeerplekken voor alle doelgroepen, In Q3 – Q4 2023 actualiseren wij waar nodig het aanbod, wij treden in overleg met aanbieders in verband met capaciteit en bekostiging en wij instrueren onze toegangsorganisatie voor zover het gaat om het verstrekken van voorzieningen binnen de Wmo. Vanaf Q1 2024 is het beschikbare aanbod toegesneden op de vraag.

F. Er is een toereikend en evenwichtig aanbod van dagbesteding voor verschillende doelgroepen van kwetsbare inwoners Wat Dagbesteding als Wmo-maatwerkvoorziening is pas aan de orde als de inwoner professionele begeleiding nodig heeft bij deelname aan activiteiten om zijn dag in te vullen. Met andere woorden: als de inwoner niet uit eigen beweging of op eigen kracht wil of kan meedoen aan reguliere activiteiten in verenigingsverband, in een dorpshuis, kerk of een andere (welzijns-)instelling. Dagbesteding valt in twee rubrieken uiteen: • gericht op stabilisering van de situatie en welzijn voor de inwoner; • gericht op activering en het stimuleren van participatie in de samenleving; perspectief op vrijwilligerswerk of betaald werk. Waarom Een zinvolle daginvulling draagt in hoge mate bij aan de kwaliteit van leven, zingeving en deelname aan de samenleving. Als een inwoner niet zelf in staat is om dit vorm te geven, is het aanbieden van dagbesteding een laagdrempelige en logische eerste stap naar stabilisatie, herstel en rehabilitatie. Dagbesteding wordt daarom zowel in de Wmo als in de Wlz toegekend. Dagbesteding en respijtzorg kunnen elkaar aanvullen. Hoe

8

Uit de beleidsvisie komt naar voren dat voor alle specifieke doelgroepen het kwantitatieve aanbod van dagbesteding in onze gemeente aansluit op de huidige en toekomstige behoefte van specifieke zorgdoelgroepen (inwoners met een beperking, niet aangeboren hersenletsel, licht verstandelijke beperking, jeugdigen en ouderen). Dagbesteding kan niet verplicht worden gesteld (het is geen ‘tegenprestatie’ voor de geleverde ondersteuning) maar is ook niet vrijblijvend. De aanbieders die wij contracteren spreken wij hierop aan, ook als zij de dagbesteding in onderaannemerschap uitbesteden aan een derde partij. Wij bewaken en handhaven de kwaliteit van aangeboden dagbesteding via het SWVO. Met Wie Wij doen dit in overleg met de zorgaanbieders en (gecontracteerde) aanbieders van dagbesteding in de gemeente. Wanneer Dit is een doorlopende opgave die wordt opgepakt met de zorgaanbieders in het kader van de contractbesprekingen voor de Wmo.

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12669179/1