CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20230214 Raadsbrief Besluit voorkeursscenario cluster Oost, Integraal Huisvestingsplan Bijlage 1 Herijkt IHP

Gemeenteraad 23 maart 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken7.700 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsplan IHP Schouwen- Duiveland Eindadvies: Van plan naar uitvoering

Versie – 16 september 2020

Opstellers:

ing. M. (Marco) van Zandwijk, medewerker Ruimte OK en mr. J.W. (Jan) Schraven, expert Ruimte OK

Inleiding

Doel: Het Kenniscentrum Ruimte-OK is door de gemeente Schouwen Duiveland benaderd om de gemeente te ondersteunen bij de implementatie van het IHP. Het heeft Ruimte-OK gevraagd advies uit te brengen over het in te richten vervolgtraject voor het opgestelde Integraal Huisvestingsplan (IHP). Aanleiding: Het IHP (ICS, 2017) is in opdracht van de gemeente en in samenwerking van de schoolbesturen voor het primair onderwijs opgesteld en vormt thans voorwerp van overleg als het gaat om de implementatie. Voor een nadere uitwerking en implementatie zullen niet alleen de benodigde financiële middelen moeten worden toegekend, maar ook zullen nadere keuzes moeten worden gemaakt voor de locaties van de te bouwen zgn. regioscholen. Omdat het om een meerjarig traject gaat dat in samenhang met verschillende maatschappelijke activiteiten gestalte zal krijgen, is het van belang om de te maken afspraken een goede juridische basis te geven. De toepasselijke onderwijswetgeving en daarop steunende gemeentelijke huisvestingsverordening geven daarvoor een te smalle basis. Gezocht zal moeten worden naar een aanvullend instrumentarium, bijvoorbeeld in de vorm van een samenwerkingsen/of uitvoeringsovereenkomst.

Deze afspraken richten zich onder meer op de taakverdeling (bouwheerschap), locatiekeuzes, eigendomsverhoudingen en samenwerking tussen de betrokken partners die als voorwaarden moeten verbonden aan de subsidieverlening. Daarnaast wordt van de schoolbesturen bij de uitvoering ook een eigen financiële bijdrage verlangd in de dekking van de investeringskosten. Voorts zal voor de toekenning van gemeentelijke middelen de geldende verordening huisvestingsvoorzieningen onderwijs moeten worden aangepast. Daarin zal het IHP een status moeten worden toegekend, die tegemoetkomt aan de wens van gemeente en schoolbesturen een meerjarig investeringsprogramma vast te leggen. De huidige verordening voorziet enkel in een jaarcyclus van aanvragen en beoordelingen, terwijl de te maken afspraken zich zouden moeten richten op een meerjarig tijdvak van bijv. 4 of 5 jaar. De uitwerking van deze methodiek moet bijdragen in een afspraak voor de totstandkoming van de Regioscholen, zoals afgesproken in het IHP (vastgesteld januari 2017), en een (structurele) oplossing van huisvestingsprobleem van de Theo Thijssenschool (amendement november 2019). In deze afspraak wordt aangesloten op de meest recente leerlingenprognoses (Pronexus maart 2020) en opgestelde onderzoeken (tbv regiocluster Noord-West en ruimtetekort Theo Thijssen) die het afgelopen jaar hebben plaatsgevonden.

Onderdeel van deze afspraak tussen gemeente en schoolbesturen is dit ‘Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland’ en het daarbij horende meerjarige investeringsprogramma. Leeswijzer: Dit advies kent een opbouw in drie delen. In deel 1 wordt verslag gedaan van actuele ontwikkelingen en bevindingen uit het overleg met de vertegenwoordigers van de schoolbesturen. Daaruit hebben de opstellers een aantal conclusies getrokken als het gaat om de inhoud en strekking van een zgn. uitvoeringsplan als herijking van het huidige IHP. Deel 2 omschrijft het uitvoeringsplan, waarover overeenstemming is met de schoolbesturen. Het geeft een overzicht in de uit te voeren huisvestingsprojecten in een fasering van vierjarige tijdvakken en vormt daarmee de basis voor de herijking van het IHP naar de huidige inzichten. Deel 3 geeft een schets van de wijze waarop het uitvoeringsplan een verankering dient te krijgen in een lokale afspraak tussen gemeente en betrokken schoolbesturen. Daarbij worden concrete adviezen gegeven op welke wijze een meerjarig programma in de systematiek van de lokale huisvestingsverordening kan worden opgenomen.

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

2

Deel 1: Observaties en ontwikkelingen (2017-2020) In de periode van maart 2019 tot juli 2020 zijn er voor het op te stellen advies, gesprekken gevoerd met de schoolbesturen in het Primair Onderwijs, Kinderopvangorganisatie Kibeo, beleidsambtenaren Onderwijs en Wethouder Onderwijs. Uitgangspunt voor de gesprekken met schoolbesturen was het vastgestelde IHP 2017- 2027. Uit de eerste gesprekken (augustus 2019) konden deze conclusies worden opgemaakt: • Ervaring dat het huidige IHP niet operationeel genoeg is en op onderdelen (al) herijking behoeft (o.a. tbv functie kinderopvang) • De behoefte en bereidheid aan concretisering van het IHP in een meerjaren investeringsprogramma (incl. realistische financiële uitgangspunten), • De behoefte aan duidelijk handelingsperspectief naar de toekomst (duidelijkheid/ draagvlak in dorpskernen), • De behoefte aan vertaling uitvoeringsplan en bijhorende taakverdeling (wie doet wat/ juridische verankering verordening) Een toelichting op deze bevindingen is opgenomen in bijlage 1 van dit advies. Op basis van verkregen inzichten en gevoerd overleg is het volgens alle betrokken nodig dat; 1. Het IHP 2017 op basis van nieuwe inzichten, onderzoek en leerlingenprognoses wordt uitgewerkt tot een Uitvoeringsplan met concrete projecten, middelen en hun tijdspad, 2. Eenduidigheid gaat ontstaan in (collectieve) afspraken rondom projecten, 3.

Koppeling wordt gemaakt naar ruimtebehoefte (en wijze financieren) Kinderopvang, 4. Koppeling wordt gemaakt naar ruimtebehoefte andere voorzieningen Sport en Jeugdzorg, 5. Koppeling wordt gemaakt naar gemaakte afspraken(en consequenties) Klimaatakkoord, 6. Er een afspraak wordt gemaakt over de omgang met kleine scholenlocaties (bv openhouden is verantwoordelijkheid besturen; gemeente investeert alleen in clustervorming), 7. Er een afspraak volgt over invulling projectorganisatie (bouwheerschap/ ondersteuning) 8. Er overeenstemming is over financiële kaders (gemeentebegroting/ eigen bijdrage besturen), 9. Bovenstaande afspraken (bestuurlijk) draagvlak hebben bij betrokken partijen (participatie), 10. Bovenstaande afspraken vast komen te liggen in een afspraakbrief en een koppeling krijgen met lokale verordening om gemaakte afspraken juridisch te borgen (incl. evaluatiemomenten). Met voorliggend Uitvoeringsplan is aan deze tien punten invulling gegeven. Dit in samenspraak tussen schoolbesturen, kinderopvangorganisatie Kibeo en gemeente Schouwen-Duiveland. Afgesproken is dat op basis van een evaluatie van de projecten in Fase 1, in 2024 een bijstelling van Fase 2 dient plaats te vinden. Hierin zal ook de afweging van renovatie of nieuwbouw en afweging locatiekeuze van de projecten in Fase 2 meegenomen moeten worden.

Dit geeft partijen ruimte om te werken aan oplossingen die en financieel haalbaar zijn (1) en op voldoende draagvlak kunnen rekenen (2). Besturen zien in samenwerking en samenvoeging zoals beoogd in het IHP uit 2017 voldoende synergie voordelen. In de afsprakenbrief wordt ook gekeken naar de manier waarop de samenwerking met de kinderopvang optimaal kan worden gecontinueerd. Uitgangspunt van betrokken partners is toe te werken naar standaard overeenkomsten. En, waar mogelijk, dit ook toe te passen voor de bestaande locaties.

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

3

Voor het uitgewerkte Uitvoeringsplan zijn onderstaande ontwikkelingen relevant. Actuele ontwikkelingen mbt leerlingenprognoses In maart 2020 is het rapport ‘Leerlingenprognose en ruimtebehoefte basisonderwijs 2020’ van Pronexus ontvangen. De daarin opgenomen leerlingenprognoses voor het basisonderwijs in de gemeente Schouwen-Duiveland laat de komende vijftien jaar een redelijk stabiel verloop van leerlingaantallen zien. Op basis van deze prognoses dient de huisvesting voor het basisonderwijs in 2035 zo’n 2.501 leerlingen te kunnen huisvesten (groei van ca. 45 leerlingen ten opzichte van nu). Onderstaande tabel geeft een samenvatting van de belangrijkste resultaten. In het overzicht zijn de leerlingaantallen van peildatum 1 oktober 2019 weergegeven onder 2020.

Actuele leerlingenprognoses Gemeente Schouwen-Duiveland (Pronexus maart 2020)

Van prognoses is het bekend dat deze een momentopname vormen en dat deze in de toekomst toe op onderdelen kunnen afwijken. In deel 2 van dit Uitvoeringsplan is voor de beoogde investeringen rekening gehouden dat er bijtijds kan worden bijgestuurd. Pas wanneer een aanwezige groei binnen een cluster niet opgevangen kan worden kan er sprake zijn van permanente uitbreiding van scholenlocaties. Op het moment dat de uitwerking van een project, zoals opgenomen in het Uitvoeringsplan, wordt opgestart wordt gekeken of de actuele leerling telling reden geeft voor een aanpassing van de daadwerkelijke ruimtebehoefte. Ontwikkelingen regioschool Noord-West Schouwen-Duiveland In het afgelopen half jaar heeft, conform het voorkeurscenario van het IHP uit 2017, onderzoek plaatsgevonden naar de haalbaarheid van een Regioschool voor het Cluster Noord-West. Dit onderzoek is uitgevoerd door adviesbureau HEVO in opdracht van Obase (Rapport ‘Samen Verder, Weergave onderzoeksresultaten Regioschool Cluster Noord West Schouwen-Duivenland; ’ HEVO dd. 28-2-2020 referentie 16633203-0016.0.2). Conclusies uit haalbaarheidsonderzoek: Bij het opgestelde rapport zijn de gemeente Schouwen-Duiveland, de schoolbesturen Obase en Radar, samenwerkingspartner Kibeo en sportvereniging FC de Westhoek betrokken geweest. De mogelijke combinatie met oa.

sport en kinderopvangvoorzieningen worden door betrokkenen als unieke kans beschouwd. Uitgangspunt is dat de ruimtebehoefte voor de voorzieningen (o.a. kinderopvang) zelfstandig dekkend moeten worden uitgevoerd.

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

4

Uit het eindadvies blijkt dat er draagvlak is voor een regioschool waarin vier van de vijf scholen in Noord-West Schouwen-Duiveland worden gehuisvest. Gezien de excentrische ligging van basisschool ‘De Schoener’, is de wens geuit om deze (kleine) scholenlocatie in Brouwershaven (vooralsnog) open te houden. Een evt. sluiting zal naar verwachting zorgen voor een leerlingenstroom naar Zierikzee. Op basis van locatie- en draagvlakonderzoek wordt de locatie Lage Zoom/ Kooijmansweg, buiten de kern van Renesse, door zijn centrale ligging en goede bereikbaarheid als meest kansrijke voorkeurs locatie aangewezen. Om te komen tot planvoorbereiding wordt het college gevraagd de aanvraag in behandeling te nemen en voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen. Met voorliggend voorstel om tot een integraal uitvoeringsprogramma te komen zou dat in principe overbodig zijn. Bevindingen: De Regioschool die de schoolbesturen voor ogen hebben, is een multifunctioneel gebouw op een centrale en goed bereikbare locatie, met veel buitenruimte en meerdere regionale voorzieningen. Binnen de te vormen regioschool is er (conform aangenomen amendement in de gemeenteraad) ruimte voor één 'dependance' op één van de huidige schoollocaties. Vanuit oogpunt van leefbaarheid ziet de Regioschool voor zichzelf niet alleen een onderwijstaak, maar een bredere maatschappelijke taak weggelegd.

Een belangrijke schakel hierin vormt het samenwerken (en fysiek ruimte bieden) met partners vanuit het Sociale Domein (positief jeugdbeleid). In het advies van HEVO wordt uitgegaan van één scholencluster, waarin vier bestaande scholen zullen worden gehuisvest. In de eindsituatie heeft de regioschool een omvang van twee schoolinstellingen (één onder gezag Radar en één onder Obase) die op basis van eerdere leerlingenprognoses (in prognosejaar 2035) ruimte biedt aan 395 leerlingen. De nieuwste prognoses van Pronexus (maart 2020) laten een lichte afwijking naar boven zien. Te weten 405 leerlingen. In het advies van HEVO wordt er van uitgegaan dat zo’n 30 leerlingen niet naar de Regioschool zullen gaan maar zullen ‘weglekken’ naar de bestaande scholenlocatie ‘De Schoener’ of een school in Zierikzee. Het schoolbestuur Obase heeft laten weten deze scholenlocatie in Brouwershaven open te willen houden. Het amendement van de gemeenteraad van 14 november 2019 biedt ruimte aan maximaal één locatie naast de regioschool in cluster Noord-West en is aan twee voorwaarden verbonden: - Het dient een dependance te worden van de regioschool; - Voor deze dependance vindt geen nieuwbouw of ingrijpende verbouwing plaats.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat het aan de school en schoolbestuur is om te besluiten over de zelfstandigheid van de school naast de regioschool en dat de zorgplicht van de gemeente voor voldoende en geschikte onderwijshuisvesting blijft bestaan. De regioschool moet ruimte bieden aan 375 leerlingen (= 365 + 10 conform nieuwste prognoses). Het daarbij horende normatieve ruimtebehoefte bedraagt: 2.286 m2 BVO. Het aantal leerlingen in NoordWest dat in de toekomst aangewezen zal zijn op de scholenlocatie ‘De Schoener’ betreft daarmee 71 leerlingen. De daarvoor benodigde normatieve ruimtebehoefte = 557 m2 BVO. Dat wil zeggen dat de aanwezige 635 m2 BVO op deze bestaande locatie zou volstaan. In het advies van HEVO wordt door de schoolbesturen een kwaliteitsniveau gekozen dat verder gaat dan Energieneutraal, Gasloos en Frisse School Klasse B. Als kengetal voor de stichtingskosten wordt aangehouden een bedrag van € 2.621.- per m2 BVO. Dit bedrag ligt fors hoger dan waar destijds rekening mee is gehouden bij het opstellen van het IHP. Bovenstaande ontwikkeling vraagt om een herijking van het IHP uit 2017. In het Uitvoeringsplan staat het project Regiocluster Noord-West aangeduid als project 01. Uitvoering wordt voorzien in 2022-2023 (voorbereiding 2020-2021)

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

5

Ontwikkelingen regioschool Oost Schouwen-Duiveland Conform het voorkeurscenario uit het IHP uit 2017 dient er een regioschool op één of twee locaties gerealiseerd te worden, waar vier (mogelijk vijf) scholen worden gehuisvest in Oost. In 2021 zal door de schoolbesturen VCPOZ, ds. J. Bogermanschool Oosterland, Obase en kinderopvangorganisatie Kibeo een haalbaarheidsonderzoek worden uitgevoerd naar de keuze van de locatie(s) en keuze voor (ver)nieuwbouw op 1 of 2 locaties. Nieuwe leerlingenprognoses en inzicht op bouwkosten vraagt om een herijking van het IHP uit 2017. In het Uitvoeringsplan staat het project Regiocluster Oost aangeduid als project 02. Uitvoering wordt voorzien in 2023-2024 (voorbereiding 2021-2022) Ontwikkelingen scholencluster Zuid Schouwen-Duiveland Momenteel wordt door de schoolbesturen Radar, Prisma scholen en kinderopvangorganisatie Kibeo onderzocht op welke manier zij invulling kunnen geven aan de gemaakte afspraak uit het IHP voor het samenvoegen/ inhuizen van beide scholen tot een Integraal Kindcentrum (IKC) op de huidige locatie van St. Willibrordusschool . Nieuwe leerlingenprognoses en inzicht op bouwkosten vraagt om een herijking van het IHP uit 2017. In het Uitvoeringsplan staat het project Scholencluster Zuid aangeduid als project 03.

Uitvoering wordt voorzien in 2021-2022 (voorbereiding 2020-2021) Ontwikkelingen capaciteitstekort Theo Thijssenschool Volgens de meest recente leerlingenprognoses van Pronexus (maart 2020) wordt in 2030 een piek van 276 leerlingen verwacht. Eerder lag deze nog op 293. De huidige beschikbare ruimtebehoefte voor het basisonderwijs op deze locatie is bepaald op 1.240 m2 BVO. Om de piek in het aantal leerlingen op te kunnen vangen zal de benodigde extra ruimtebehoefte op termijn oplopen tot 348 m2 BVO. Voor de oplossing van dit vraagstuk heeft de gemeenteraad op 14 november 2019 een amendement aangenomen waarin de raad budget beschikbaar heeft gesteld voor de huur van drie noodlokalen en verzoekt hij het college om een structurele oplossing voor de school op te nemen in een herijkt IHP. Binnen de kaders van het IHP is afgesproken de groei in de komende jaren op te gaan vangen met semipermanente huisvesting en aanvullende afspraken geldend voor heel cluster Zuid. In het Uitvoeringsplan staat dit project aangeduid als project 04. Uitvoering wordt voorzien in 2020 (voorbereiding 2020). Ontwikkelingen overige scholen: Naast de projecten die voorzien zijn voor de komende vier jaar hebben de schoolbesturen alternatieven voorgesteld voor de projecten in Fase 2 (2025-2028).

Waar het IHP uit 2017 rekening heeft gehouden met een revitalisatie (levensduurverlenging 30 jaar) van de twee scholen De Meerpaal + Op Dreef en renovatie (levensduurverlenging 20 jaar) van de scholen ’t Kofschip + J.W.v.d.Doel zien schoolbesturen kansen om voor deze scholen ook clustering en-of nieuwbouw te overwegen. Het Uitvoeringsplan gaat voor het financieel kader vooralsnog uit van een herijking van projecten uit het vastgestelde IHP. Bij het evaluatie moment van Fase 1 in 2024 moet worden bepaald hoe aan de wens van samenvoeging, clustering en-of nieuwbouw voor projecten in Fase 2 een invulling gegeven kan worden. Bij deze evaluatie kan opnieuw gekeken worden naar mogelijke vormen van clustering van scholen op Zierikzee West en cluster Oost. Waarbij nieuwbouw als één van de opties wordt meegenomen. Opgedane ervaringen bij de dan reeds ontwikkelde regioclusters worden daarin meegenomen.

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

6

Actuele ontwikkelingen mbt stijging bouwkosten Bij het in beeld brengen van de financiële consequenties van het Uitvoeringsplan is er een onderscheid gemaakt in een investeringsomvang waarmee rekening wordt gehouden met de duurzaamheidseisen per 1-1-2021 (BENG) als ook de hogere duurzaamheidsambitie uit het IHP (ENG). Beide sluiten niet aan op de gangbare VNG-normkosten (uitgangspunt sober en doelmatig). Ter vergelijking. Financieel uitgangspunt voor het IHP 2017: gemeente vergoed ca. € 1.600,- m2 BVO Op basis van actuele bouwkosten wordt geadviseerd de huidige BDB-kostenkengetallen te gebruiken. Stichtingskosten referentiegebouw Bouwbesluit (BENG 2021): € 2.281, - m2 BVO Stichtingskosten referentiegebouw Energieneutraal en aardgasvrij: € 2.391,- m2 BVO Ter vergelijking: VNG adviesnorm (sober en doelmatig) voor 2020: € 2.081,- m2 BVO (Bron: Kostenkengetallen BDB; prijspeil maart 2020) Hoewel de VNG in 2019 de adviesnorm met 40% heeft verhoogd1, blijft aanvullende bekostiging van het Rijk achter. Het is daarnaast ook nog niet duidelijk welk effect de Corona-crises heeft op de ontwikkeling van bouwkosten. Effecten als gevolg van aanvullende Rijksbekostiging, marktontwikkeling (oa. effecten Corona) zullen worden meegewogen in de uitwerking van de afzonderlijke projecten.

Waar in de financiële doorvertaling van het Uitvoeringsplan wordt gesproken over de eigen bijdrage van het schoolbestuur (zie deel 2B), heeft deze geen betrekking op dat deel dat onder de wettelijk zorgplicht van de gemeente valt (=referentieniveau Bouwbesluit bij nieuwbouw). De eigen bijdrage van het schoolbestuur moet dus gezien worden voor de realisatie naar Energieneutraal en-of als onderdeel van renovatie projecten.

1

Nieuwsbericht VNG over verhoging adviesnorm https://vng.nl/nieuws/modelverordening-normbedragenonderwijshuisvesting Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

7

Deel 2: Uitvoeringsplan/ meerjarig investeringsprogramma Voorliggend uitvoeringsplan vormt een actualisatie en concretisering van het Integraal Huisvestings Plan (IHP) uit 2017 en geeft daarmee vervolg op de ingeslagen weg met het voorkeursscenario. Het uitvoeringsprogramma omvat afgewogen inhoudelijke keuzes en prioriteiten die afwijken van het door de raad vastgestelde voorkeursscenario. De behoefte aan een actualisatie of herijking van het IHP uit 2017 betekent niet dat het IHP als zodanig zal moeten worden vervangen. Het IHP 2017 behoudt daarmee zijn waarde als visiedocument voor de beleidsontwikkeling. Het uitvoeringsplan vormt daarvan een nadere uitwerking met op onderdelen een nadere keuzebepaling en concretisering. Het legt vast welke projecten de komende jaren zullen worden uitgevoerd (2020-2024). Het uitvoeringsplan dient daarmee duidelijkheid te geven aan alle betrokken partijen. Kosten worden daardoor beter beheersbaar en voorzienbaar. Het uitvoeringsplan volgt de uitgangspunten, waaraan de beoogde onderwijslocaties en – projecten zullen moeten voldoen, zoals geformuleerd in het IHP uit 2017.

 Streven naar clustering van scholen in regioscholen  Sturen op de doorlopende leerlijn 0-12 jaar (verbinding zoeken met Kinderopvang)  Rekening houdend met leerling prognoses en reisafstand (nabijheid en groeipotentieel)  Aansluiting bij dorpsvisies, woonvisie (leefbaarheid, participatie en draagvlak)  Aansluiting maatschappelijke voorzieningen is volgend op onderwijs (Sport- Welzijn- Zorg)  Nieuwbouw ambitie energieneutraal en Frisse School klasse B Nodig is een aanpassing van het financieel kader mede als gevolg actuele ontwikkelingen bouwkosten  Aangepast financieel kader voor investeringskostenraming; een niveau van € 2400,-/ m2 bvo (Inc. BTW). (ipv uitgangspunt IHP van € 1.600, - m2 BVO); Het uitvoeringsplan gaat uit van een cyclus van 4 jaren (2020-2024) en geeft een doorkijk op een opvolgende cyclus van 4 jaren (2025 – 2028). Een inschatting van kosten tijdelijke huisvesting (vanwege verbouwing) zijn hierin meegenomen. Bij beoogde investeringen in nieuwbouw en renovatie in het Scholencluster Zuid wordt met de schoolbesturen een afspraak gemaakt dat schoolbesturen zich met deze investeringen conformeren aan een maximale grootte van scholenlocaties. Wanneer toekomstige groei van een school deze capaciteit overstijgt kan bijtijds worden bijgestuurd d.m.v. wachtlijsten en/of via medegebruik in andere schoolgebouwen in nabije omgeving.

Wanneer het groei betreft van het totaal aantal leerlingen in cluster Zuid en dit niet opgevangen kan worden via wachtlijst en/of medegebruik kan er sprake zijn van permanente uitbreiding van scholenlocaties.

2A: Uitwerking projecten voor 2020-2024 Project 01: Ontwikkeling Regiocluster Noord-West op 1 locatie Nieuwbouw voor vier bestaande scholen in één regiocluster. En het open houden van de (kleine) scholenlocatie ‘De Schoener in Brouwershaven. Daarmee wordt voorzien in adequate onderwijshuisvesting op Noord-West Schouwen-Duiveland. Scholen Noord-West: Helchersee 't Staepel'of Onder De Wieken De Kirreweie Ruimtebehoefte Regioschool (deel onderwijs) gebaseerd op 375 leerlingen = 2.286 m² BVO Minimale investering bandbreedte 5,2 en 5,5 miljoen (enkel deel onderwijshuisvesting) Schatting gebaseerd op leerling prognose 2035 (ca. 405 -30 leerlingen) Uitgangspunt is voorziening bewegingsonderwijs (indicatie extra investering 1,1 miljoen) Uitgangspunt is kinderopvangvoorzieningen (540-600 m2 BVO / extra 1,2 - 1,4 miljoen) Uitvoering wordt voorzien in 2022-2023 (voorbereiding 2020-2021) Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

8

Project 02: Ontwikkeling Regiocluster(s) Scholen Oost op 1 of 2 locaties Haalbaarheidsonderzoek rondom keuze(s), omvang, (mogelijke) clustering op één of twee locatie(s) voor vervangende nieuwbouw van vier (mogelijk vijf) bestaande scholen. Daarmee wordt voorzien in adequate onderwijshuisvesting op Oost Schouwen-Duiveland. Scholen Oost: DS J. Bogermanschool De Oosterburcht Basisschool Duiveland–Nieuwerkerk School Met De Bijbel (Obs de Klimop) Ruimtebehoefte Regioschool (deel onderwijs) gebaseerd op 1 regiocluster van 524 leerlingen = 3.435 m² BVO of 2 regioclusters (243 leerlingen = 1.622 + 281 leerlingen = 1.813 m² BVO). Minimale investering bandbreedte 7,8 en 8,2 miljoen (enkel deel onderwijshuisvesting) Schatting gebaseerd op leerling prognose 2035 (ca. 243 + 281) Uitvoering wordt voorzien in 2023-2024 (voorbereiding 2021-2022) Uit het haalbaarheidsonderzoek moet blijken op welke manier de basisschool Klimop onderdeel gaat uitmaken binnen het Scholencluster Oost. Wanneer deze wordt geïntegreerd in de vervangende nieuwbouw dan zou bovengenoemde ruimtebehoefte met 267 m² BVO (zonder vaste voet) toenemen. Dit vraagt extra investering bandbreedte van 0,6 en 0,7 miljoen Project 03: Toekomstbestendige onderwijsvoorziening J.L. de Jonge en St. Willibrordusschool Scholen Zuid: J.L. de Jonge zal worden gecombineerd (inhuizen) bij St. Willibrordusschool. Hiervoor zal de St.

Willibrordusschool worden uitgebreid en ten dele worden gerenoveerd. Dit zodanig dat de nieuwe locatie plaats biedt aan twee scholen en de kinderopvang. Schatting ruimtebehoefte extra benodigde m2 (agv inhuizing) minimaal ca. 710- 770 m² BVO Minimale investering uitbreiding bandbreedte 1,6 en 1,8 miljoen (deel onderwijshuisvesting) Minimale investering renovatie gebouw 1.775 m2, 1,2 miljoen (=30% gemeentevergoeding) Schatting gebaseerd op leerling prognose 2035 (ca. 307 leerlingen) Uitgangspunt behoud lopende huuroverkomst 4 lokalen Kinderopvang Uitvoering wordt voorzien in 2021-2022 (voorbereiding 2020-2021) Project 04: uitbreiding Theo Thijssenschool Scholen Zuid: Conform aangenomen amendement in de gemeenteraad zal de Theo Thijssenschool met drie semi permanente lokalen worden uitgebreid. De semi permanente huisvesting wordt voor 10 jaar inzetbaar en is daarmee in combinatie met de afspraak van maximale grootte van scholenlocaties de structurele oplossing. Minimale investering ligt op € 0,4 tot 0,6 miljoen. Uitvoering wordt voorzien in 2020 (voorbereiding 2020)

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

9

2B: Doorkijk projecten voor periode 2025-2028 Scholen Oost: De Meerpaal Revitalisatie bestaand gebouw met levensduur verlengende-functionele upgrade van 30 jaar Minimale investering bandbreedte 1,5 en 1,6 miljoen (= 70% van gemeentevergoeding) Op Dreef Revitalisatie bestaand gebouw met levensduur verlengende-functionele upgrade van 30 jaar Minimale investering bandbreedte 1,2 en 1,3 miljoen (= 70% van gemeentevergoeding) Onderzoek naar vervangende nieuwbouw. Dit mee te nemen in evaluatiemoment 2024. Scholen Zuid: t Kofschip J.W. v.d. Doel Uitgangspunt is onderzoek te doen naar mogelijke vormen van clustering van de scholen in Zierikzee West. Daarin worden alternatieven (als: samenvoeging, al of niet in relatie met Binnen de Veste, nieuwbouw bij SBO de Meie, of zelfstandig blijven) meegenomen. Dit mee te nemen in het evaluatiemoment in 2024. Voor bepalen van de financiëringsbehoefte is rekening gehouden met de samenvoeging van 't Kofschip en J.W. van den Doel, door uitbreiding van de bestaande J.W. van den Doel. Scholen die binnen doorkijk IHP niet worden aangepakt (= instandhouding door schoolbestuur). Scholen Noord-West: De Schoener Scholen Oost: DS P. van Dijke Scholen Zuid: De Morgenster Binnen de Veste

Financiële doorvertaling Projecten in dit Uitvoeringsplan vragen de komende tien jaar om een meerjarig investeringsprogramma (in bandbreedte Bijna Energieneutraal / Energieneutraal) van: Fase 1 (2020-2024): Totaal investeringsvolume 15,6 (BENG) tot 16,8 (ENG) miljoen euro Fase 2 (2025-2028): Totaal investeringsvolume 3,8 (BENG) tot 4,1 (ENG) miljoen euro Totale investeringsvolume van dit Uitvoeringsplan bedraagt daarmee 18,8 (BENG) - 20,2 (ENG) miljoen euro. Kostprijsniveau BENG (Bijna Energieneutraal) is gekoppeld aan wetgeving per 1 januari 2021. Kostprijsniveau ENG (Energieneutraal), kent geen wettelijke verplichting, maar is gekoppeld aan de afspraak om in 2050 te voldoen aan afspraken uit het klimaatakkoord. Gezien te verwachten voordelen binnen de totale levensduurkosten (investering + exploitatie) verdient de meerinvestering in ENG de voorkeur. Zie eerder gegeven toelichting op ontwikkeling van de bouwkosten in deel 1.

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

10

De eigen bijdrage van de schoolbesturen in het kader van duurzaamheid is in dit bedrag nog niet verrekend. Uitgangspunt is schoolbesturen gemiddeld in 10% van de stichtingskosten van het gebouw te laten bijdragen. Deze bijdrage maakt geen onderdeel uit van het deel dat onder de wettelijk zorgplicht van de gemeente valt (=referentieniveau Bouwbesluit bij nieuwbouw). Deze bijdrage kan per project verschillen zoals toegelicht onder paragraaf 3.3. Afgesproken is dit per situatie/ project met een businesscase te bekijken en hier vroegtijdig de accountant van desbetreffende schoolbestuur in mee te nemen. Dit zodat er in een vroeg stadium een rechtmatigheidstoets (op aantoonbare voordelen in de exploitatie en-of vrijval van onderhoud) kan plaatsvinden. Afspraak over een eigen bijdrage schoolbestuur dient onderdeel uit te maken van de procesafspraak (zie bijlage 6). Het meerjarig investeringsprogramma gaat uit van behoud van enkele kleine scholen. - Basisschool De Schoener alsnog meenemen in de nieuwbouw van het Cluster Noord-West vraagt om extra investering van 357 m2 BVO (ca. € 0,8 - 0,85 miljoen) - Basisschool De Klimop wordt mogelijk meegenomen in de opgave voor de Regioscholen in Oost.

Voorzien is een extra investering van 267 m2 BVO (€ 0,6- 0,7 miljoen) Voor Fase 2 (2025-2028) hebben schoolbesturen ook alternatieven (mbt clustering en nieuwbouw) voor vier scholen (De Meerpaal, Op Dreef, ’t Kofschip en J.W.v.d.Doel) voorgesteld. Indicatie investeringsvolume bij nieuwbouw voor deze vier scholen betreft (met 525 leerlingen en totale omvang 3.441 m² BVO; € 7,8 – 8,2 miljoen. Deze scholen alsnog opnemen als nieuwbouw vraagt om een extra investering van € 3,9 - 4,1 miljoen. Voor nu is voorzien deze afweging mee te nemen in het evaluatiemoment in 2024. Kosten voor tijdelijke huisvesting zijn niet separaat meegenomen. Uitgangspunt is dat de kosten hiervoor binnen beschikbaar gestelde huisvestingsmiddelen plaats dient te vinden. In bovenstaande bedragen is nog geen rekening gehouden met de benodigde investeringen in voorzieningen voor kinderopvang en bewegingsonderwijs. Om een integrale afweging te kunnen maken dient voor deze voorzieningen een indicatief investeringsbedrag te worden opgenomen. Het is denkbaar dat de gemeente hiervoor de investering voor zijn rekening neemt en deze kan terugvorderen door te genereren huuropbrengsten. Gangbare (norm)kosten voor een normatief gymlokaal bedragen momenteel 1,1 miljoen euro.

(In kapitaallasten geeft dit gemiddelde jaarlast van € 35.750,- (40 jarige afschrijving en 1,5% rente) Vergelijking IHP 2017 Om de financiële consequenties goed in beeld te krijgen is in onderstaande tabel de vergelijking gemaakt met de gemaakte afspraken uit het IHP van 2017. IHP 2017 (voorkeurscenario) Excl. duurzaamheid

Incl. duurzaamheid

Uitvoeringsplan 2020- 2035 Incl. BENG (wetgeving 1-1-2021)

Incl. ENG (klimaatakkoord)

Noord-West

€ 3,8 miljoen

€ 4,5 miljoen

€ 5,2 miljoen

€ 5,5 miljoen

Oost

€ 5,9 miljoen

€ 7,2 miljoen

€ 11,1 miljoen

€ 11,8 miljoen

Zuid

€ 2,3 miljoen *

€ 2,8 miljoen*

€ 4,9 miljoen

€ 5,6 miljoen

Totaal

€ 12 miljoen

€ 14,5 miljoen

€ 21,2 miljoen

€ 22,9 miljoen

*) In het IHP uit 2017 was geen (semipermanente) uitbreiding voorzien van de Theo Thijssenschool

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

11

Deel 3: Juridische verankering in lokale afspraken/ regeling 3.1 Wetswijziging onderwijswetgeving Op aangeven van voorstellen voor de huisvesting van de PO-VO-raad en de VNG bereid OCW momenteel een wetswijziging voor. Het Integraal huisvestingsplan krijgt daarin een wettelijke status. Daarnaast zal ook een verruiming van het investeringsverbod en de gedeelde verantwoordelijkheid voor renovatie in deze wetswijziging een nadere uitwerking krijgen. De wetswijziging is reeds aangekondigd in een recente brief (dd. 17 september 2019) aan de Tweede Kamer met een overzicht van wetswijzigingen die plaats vinden in het kader van het Klimaatakkoord. Deze nieuwe wetgeving zal in het vierde kwartaal van 2021 worden aangeboden aan de kamer. Beoogde ingangsdatum staat op het derde kwartaal van 2022. Verwachting is dat de wetgeving algemene uitgangspunten zal omvatten die op lokaal niveau om een nadere uitwerking zal vragen. Ook de bestaande wetgeving biedt reeds voldoende aanknopingspunten om een dergelijke lokale regeling uit te werken. Niets weerhoudt een gemeente om samen met betrokken besturen daarmee nu al aan de slag te gaan. Het in deel 2 van deze notitie beschreven uitvoeringsplan zou dan ook bij voorkeur in de vorm van een bindende afspraak tussen gemeente en schoolbesturen moeten worden vastgelegd.

Partijen verkrijgen op deze wijze de met elkaar gewenste zekerheid over een reeks van jaren over de projecten die in het uitvoeringsplan zijn opgenomen projecten. De toepasselijke wetgeving en daarop steunende lokale verordening kent momenteel nog geen koppeling (lees juridische verankering van) naar het Integraal huisvestingsplan en hanteert enkel een jaarlijkse aanvraag- en beoordelingscyclus in het zgn. huisvestingsprogramma. Hierin zijn slechts de voorzieningen opgenomen die voor een gemeentelijke vergoeding in aanmerking komen voor het eerstvolgende begrotingsjaar. Ook zijn daarin geen afspraken vastgelegd over een eigen bijdrage van een schoolbestuur. Voor de vastlegging van de afspraken in het uitvoeringsplan, dat ziet op een reeks van jaren en op een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid in de bekostiging, schiet de bestaande wetgeving dan ook tekort. Bijkomend probleem vormt tevens het ontbreken van een wettelijk toetsingskader voor renovatie van schoolgebouwen. In de wet en verordening zijn de huisvestingsvoorzieningen opgesomd, die voor een gemeentelijke vergoeding in aanmerking kunnen worden gebracht. Een renovatie van een bestaand gebouw is echter niet als voorziening beschreven. De wetgever ziet dit een ‘gedeelde verantwoordelijkheid’ van gemeente en schoolbestuur. In de praktijk gaan gemeente daar verschillende mee om.

De vast te leggen afspraak over het uitvoeringsplan zal daarom tevens moeten voorzien in een regeling voor renovatie. 3.2 Afspraken uitvoeringsplan juridisch verankeren Als gemeenten die het VNG-model van de huisvestingsverordening hanteert kan met een aantal aanpassingen en aanvullingen in de lokale verordening een juridische basis worden gegeven aan het gewenste uitvoeringsplan. Dit door deze als afzonderlijke bijlage op te nemen in de verordening. Het gaat dan om een overzicht van scholenbouwprojecten zoals verwoord in deel 2 van deze notitie, waarbij het uitvoeringsjaar en budget zijn vastgelegd. Het overzicht ziet op een periode van bijvoorbeeld 20 of 30 jaar, waarbij de in de eerste vier of vijf jaar opgenomen projecten en budgetten als een ‘harde afspraak’ worden bestempeld. Periodiek (bijvoorbeeld 2-jaarlijks) wordt de lijst op de uitvoering geëvalueerd en zo nodig in het daarvoor bedoelde OOGO overleg bijgesteld. Op deze wijze hebben gemeente en schoolbesturen steeds een uitzicht van 4 of 5 jaar, waarin zekerheid bestaat over de toekenning van gemeentelijke middelen en de besturen zich verplichten tot realisatie van de in die periode vastgestelde projecten.

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

12

Om deze methodiek van een voortschrijdend meerjarig investeringsprogramma in de lokale huisvestingsverordening te verankeren, zal deze op de volgende onderdelen moeten worden aangepast: - Status van uitvoeringsplan Het document waarin de voorgenomen investeringen voor de komende jaren zijn beschreven dient bij voorkeur kort en helder een opsomming dienen te geven van de huisvestingsvoorzieningen met een aanduiding van de betreffende school, het jaar van uitvoering en het benodigde budget. Dit document bestaat dus in feite uit een meerjarig investeringsprogramma. Voorgesteld wordt om dit meerjarig investeringsprogramma als bijlage te laten fungeren van de gemeentelijke verordening. - Aanvraagprocedure De aanvraagprocedure ex art 6 verordening kan komen te vervallen voor de voorzieningen, die als project in het meerjarig investeringsprogramma zijn opgenomen. In beginsel zijn alle noodzakelijke voorzieningen in het programma opgenomen, maar voor onvoorziene omstandigheden zal de verordening nog wel de mogelijkheid moeten bieden aanvraag in te dienen (bijvoorbeeld; een calamiteit als gevolg van brand of vandalisme of constructiefouten).

Onvoorziene groei van leerlingenaantallen kan ook aanleiding zijn voor afzonderlijke aanvraag, maar de consequenties voor de huisvesting vormen tevens voorwerp van de periodiek evaluatie van het meerjarig overzicht en zouden daarom langs deze weg kunne worden afgewikkeld. - Definitie van huisvestingsvoorzieningen De voorzieningen die voor een vergoeding van de gemeente in aanmerking komen zijn in de onderwijswetgeving gedefinieerd (art 92 Wpo, art 76c Wvo en art 90 WEC) en in de verordening nader uitgewerkt en omschreven (art 2 Verordening). Voor ‘renovatie’ kan in de verordening nog een afzonderlijke bepaling worden opgenomen. Omdat in de onderwijswetgeving geen wettelijke omschrijving is opgenomen, wordt een verruiming van de in de wel in de wet opgenomen voorziening ‘vervangende nieuwbouw’ uitgebreid met het begrip ‘renovatie’. Hierdoor is in de lokale verordening vastgelegd dat het schoolbestuur een aanvraag voor een vergoeding kan indienen. Langs deze weg kan betrekkelijke eenvoudig een juridische basis worden gelegd voor de vergoeding van renovatie. De aangekondigde wetswijziging behoeft daarvoor op zichzelf niet te worden afgewacht - Criteria voor de noodzaak De verordening kent een gedetailleerde regeling voor de beoordeling van de noodzaak van de aangevraagde voorziening (Bijlage I Verordening).

Deze beoordeling kan feitelijk achterweg blijven voor de projecten die in het meerjarig overzicht zijn opgenomen. In de tekst van verordening (Bijlage I) zal een afzonderlijk criterium kunnen worden opgenomen. - Omvang van de gemeentelijke vergoeding Ook hiervoor ken de verordening een complexe regeling, welke in beginsel uitgaat van een normatieve vaststelling van de gemeentelijke vergoeding (art 4 Bijlage IV Verordening). De verordening biedt tevens de mogelijkheid een vergoeding vast te stellen op basis van een offerte (zgn. ‘offertelijn’). Het ligt in de bedoeling om de kosten van een project dat op het programma is opgenomen vooraf te begroten. Omdat meestal een uitgewerkt bouwplan nog zal ontbreken, zal een raming moeten worden gemaakt op basis van kostenkengetallen. Daarbij zal ook aan de orde komen de omvang van de eigen bijdrage in de kosten van het project. In overleg zal moeten worden welke keuze hierin zal moeten worden gemaakt. In beginsel zijn hierbij twee benaderingen te volgen: a. feitelijke kostenvergoeding De omvang van de kosten van het project zijn in het programma weliswaar geraamd, maar de uiteindelijke vaststelling van de kostenbegroting geschiedt op basis van een uitgewerkt bouwplan (bijvoorbeeld: Voorlopig ontwerp).

Daarbij wordt tevens een demarcatielijst opgesteld waarbij per kostensoort is bepaald welk deel voor rekening van de gemeente komt en welk voor rekening van het schoolbestuur. Definitieve goedkeuring van het budget is een bevoegdheid van het College van B&W. b. normatieve vergoeding Veel overleg en afstemming kan worden voorkomen als gekozen wordt voor een vaststelling van de gemeentelijke vergoeding op basis van een kostenkengetal. De gemeente stelt dan een vergoeding vast op basis van de raming, die in het programma is opgenomen. Het bouwplan behoeft daarvoor slechts marginaal te worden getoetst en de omvang van de eigen bijdrage is in beginsel een vrije keuze van het schoolbestuur. Bij de realisatie van het project zullen wel een aantal prestatie ten aanzien van de te bereiken kwaliteit van het gebouw moeten worden vastgelegd. In den lande hebben gemeenten al een dergelijke methodiek gehanteerd als het gaat om renovatie, bijvoorbeeld door de omvang van de gemeentelijke bijdrage vast te stellen aan de hand van een percentage (bijv. 50 of 70%) van de normkosten van vervangende bouw. Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

13

3.3 Afspraken over meerjarig budget onderwijshuisvesting Een meerjarig budget waar schoolbesturen voor de beoogde projecten aanspraak op kunnen maken is daarmee nog niet verankerd. Jaarlijks zal wel een huisvestingsprogramma moeten worden vastgesteld, waarbij een goedkeurende beschikking wordt afgegeven voor projecten die in het eerstvolgende jaar worden uitgevoerd. Het voordeel van de wijziging in de verordening is dan ook vooral gelegen in administratieve vereenvoudiging van de aanvraag- en toetsingsprocedure. Ook zal het meerjarig perspectief in het programma een zekere status verkrijgen in de praktijk, wanneer de gemeente in haar meerjarenbegroting voldoende middelen reserveert voor de realisatie van de daarin opgenomen voorzieningen. Zo kan de gemeente een meerjarenprogramma als ‘hard ‘presenteren onder verwijzing naar de meerjaren begroting. Van een bindende afspraak, die juridisch afdwingbaar is, is hiermee nog geen sprake. In overleg kan worden bezien of het meerjarig budget kan worden versterkt in de vorm van een toezegging van de kant van de gemeente. De gemeente en de besturen kunnen daartoe een convenant sluiten, waarbij de gemeente zich verplicht om de in het programma opgenomen bedragen ook daadwerkelijk uit te keren in de eerstvolgende begrotingsjaren.

In het convenant kunnen daaraan een aantal voorwaarden worden verbonden, bijvoorbeeld vanwege onvoorziene omstandigheden. De gemeenteraad zal voor een dergelijk convenant wel toestemming moeten verlenen, omdat het aan zijn budgetrecht beperkingen aanlegt. Een ander manier om het programma een meerjarig karakter te verlenen binnen de geldende systematiek, is de toekenning van een verlengde duur van de goedkeurende beschikking. In de wet is bepaald dat de gemeente een termijn kan stellen aan de beschikking; deze komen na verloop van deze termijn te vervallen. De meeste gemeente hanteren een termijn van minder dan een jaar. Door de werkingsduur bij afgifte van de beschikking te verlengen, bijvoorbeeld voor twee of drie jaren, kunnen gemeente en schoolbesturen een budget voor een langer termijn vastleggen. In de beschikking kan dan worden bepaald dat de betaling pas in het jaar van uitvoering zal worden uitgekeerd. Voor veel projecten wordt ook gebruik gemaakt van een zgn. voorbereidingskrediet (art 94 Wpo, 76e Wvo, 92 Wec). Een dergelijk bedrag wordt dan bij beschikking uitgekeerd aan het betrokken bestuur om de bouw voor te bereiden (p.v.e en/of VO/DO). Deze geeft nog geen aanspraak op een definitieve goedkeuring van het benodigde budget.

Binnen Schouwen Duiveland is een voorbereidingskrediet a 5% van het totale krediet opgenomen in de geldende verordening als huisvestingsvoorziening. Door zowel gebruik te maken van de mogelijkheid van een bouwvoorbereidingskrediet als een verlengde duur van de beschikking voor de toekenning van de huisvestingsbeschikking kan een meerjarig karakter worden toegekend aan de systematiek van de verordening. 3.4 Afspraken over omvang eigen bijdrage schoolbesturen In de voorgestelde methodiek kan ook direct een afspraak worden opgenomen over een eventuele eigen bijdrage van het schoolbestuur. Deze bijdrage omvat veelal een afspraak over de kostenverdeling die in de praktijk per project kan verschillen. Per project zal moeten worden onderhandeld tussen gemeente en schoolbestuur over de sleutelverdeling van kosten tussen bestuur en gemeente. De achterliggende gedachte daarbij is dat het bestuur door de renovatie een besparing op zijn energiekosten en onderhoudsuitgaven realiseert. De eigen bijdrage zou als voorwaarde kunnen worden vastgelegd bij een door de gemeente af te geven beschikking over de uitvoering van het huisvestingsprogramma. De beschikking richt zich dan op het totale voor het project benodigde bedrag, waarbij als voorwaarde een eigen bijdrage is opgenomen. Bij de beschikbaarstelling van middelen kan de eigen bijdrage dan in mindering worden gebracht.

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

14

Bijlage 1: Bevindingen nav individuele gesprekken schoolbesturen Voor het op te stellen advies is met enige regelmaat gesproken met de afzonderlijke schoolbesturen. Bevindingen op basis van deze individuele gesprekken (periode augustus 2019 tot juli 2020) zijn integraal verwerkt, tussentijds besproken en vastgelegd in dit eindadvies. Deze overleggen hadden steeds tot doel inzicht te krijgen op de vraag: Hoe willen partijen nu verder komen in het proces? Hoe willen partijen met elkaar tot concretisering van afspraken komen? Gesproken is over concretisering afspraken waaronder samenwerking, de financiën en het tijdspad. Overzicht van overlegpartners namens de schoolbesturen: VCPOZ - André Verwijs ds. J. Bogermanschool Oosterland - Johan Maliepaard Radar - Clemens Pronk Prisma Scholen - Anton Wullems Obase - Ewald de Keijzer CBS ‘Op Dreef’ - Gert Wim Sterk PS Dijkeschool - Adriaan van Klinken namens de kinderopvang: Kinderopvangpartner Kibeo - Atie Rovers namens de gemeente: Sociaal Domein - Peter Bijzet Onderwijs- Renee van Geest Wethouder- Daniel Joppe Overzicht overlegmomenten Naast individueel overleg heeft er op de volgende momenten gezamenlijk overleg plaatsgevonden. 20 november 2019 27 januari 2020 24 juni 2020 16 september 2020

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

15

Bijlage 2: Overzichtskaart scholenlocaties 2020 Bijlage 3: Ruimtebehoefte Basisonderwijs 2020-2035 Bijlage 4: Ruimtebehoefte Kinderopvang 2020-2035

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

16

Bijlage 5: Rollen en verantwoordelijkheden tijdens uitvoering Beschikking en afsprakenbrief Na de vaststelling van het Uitvoeringsplan en het daarvoor benodigde investeringsbudget door de gemeenteraad wordt in de volgende fase per project het geraamde budget op basis van de door de VNG-normbedragen bepaald. Dit is onderdeel van de afspraken tussen gemeente en schoolbestuur die worden vastgelegd in de zogenoemde afsprakenbrief. Naast de normvergoeding zitten in het beschikbaar te stellen budget ook de locatiegebonden kosten van een project (bijvoorbeeld schoolplein en fietsenstalling). In de Verordening voorziening huisvesting onderwijs 2020 Gouda is nader uitgewerkt wie, wanneer wat moet doen. Via de afsprakenbrief die door beide partijen wordt ondertekend, zijn de rollen en verantwoordelijkheden van gemeente en schoolbesturen vastgelegd alsmede de benodigde ‘checks and balances’ als uitwerking van de conclusies en aanbevelingen uit het aanbestedingenonderzoek. Ook de wijze en de momenten waarop de bouwheer verantwoording aflegt over de besteding van de beschikbaar gestelde middelen, worden in de afsprakenbrief vastgelegd.

Door de partners (gemeente en schoolbestuur/ -besturen) worden in een afsprakenbrief per project in ieder geval de volgende elementen vastgelegd: • de te realiseren voorziening, het aantal te realiseren vierkante meters, het budget en de planning op basis van de uitgangspunten in het Uitvoeringsplan IHP; • de eigen bijdrage van het schoolbestuur in de stichtingskosten bij nieuwbouw vanwege de verduurzaming van het schoolgebouw; • de eigen bijdrage van het schoolbestuur als bijdrage in de renovatiekosten op basis van besparing energie- en onderhoudskosten en voorzien groot onderhoud; • de wijze en organisatie van plantoetsing en betalingsritme, inclusief verrekening eigen bijdrage; • de rollen, taken en bevoegdheden die verband houden met het bouwheerschap; • de risico’s, de eventuele maatregelen om die risico’s te voorkomen dan wel te beheersen en welke partij de eventuele gevolgen dekt; • de randvoorwaarden op het vlak van stedenbouw, verkeer, planning en plantoetsing en bestemmingsplanvoorschriften; • de wijze van oplevering en verantwoording van de gerealiseerde voorziening. Bouwheerschap Het bouwheerschap ligt op basis van de wet in principe bij het schoolbestuur. Het schoolbestuur kan de gemeente verzoeken het bouwheerschap op zich te nemen.

Het is niet ondenkbaar dat in onderling overleg de gemeente het bouwheerschap op zich neemt op het moment dat een project dermate complex is dat de risico’s voor een schoolbestuur onevenredig groot zijn. Dit kan het geval zijn bij clustering van scholen of bij multifunctionele accommodaties met meerdere maatschappelijke partners. Verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden bouwheer De kaders voor de invulling van het bouwheerschap zijn, mede ingegeven de lessen uit het aanbestedingsonderzoek, aangescherpt. Dit krijgt onder andere zijn weerslag in de afsprakenbrief. De bouwheer richt een projectorganisatie in, waar de gemeente zijdelings bij is betrokken. Het bouwheerschap brengt verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden met zich mee. De risico’s die daaraan zijn verbonden moeten vooraf goed in beeld worden gebracht in het belang van een adequate risicobeheersing. De planontwikkeling, voorafgaand aan realisatie van een project, kent in grote lijnen een aantal fases. Iedere fase wordt afgesloten met een fasedocument waarop de gemeente akkoord moet geven voordat begonnen wordt aan de volgende fase.

Projectorganisatie gemeente bij realisatie projecten Uitvoeringsplan Een Uitvoeringsplan van deze omvang vraagt om een goede projectorganisatie om regie te voeren op de voortgang van de planrealisatie, het naleven van de afspraken conform de afsprakenbrief, de risico- en budgetbewaking en periodieke verantwoording. Ook zullen nog aanvullende onderzoeken en analyses verricht moeten worden, waaronder het opstellen van de businesscases voor het bepalen van het percentage eigen bijdrage van de schoolbesturen vanwege duurzaamheidsmaatregelen, en voor het tegenrekenen van de financiële onderbouwing van voorgestelde bouwplannen. Voor deze Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

17

onderdelen is een post opgenomen in het voorliggende totale investerings- en exploitatiebudget van het Uitvoeringsplan. Dit sluit aan bij de aanbevelingen uit het aanbestedingenonderzoek. Zo zal de kwaliteit van het proces van aanbesteding en het tot stand komen van de ramingen voor de (ver)nieuwbouwplannen en/of renovaties geborgd gaan worden door voldoende specifieke kennis en capaciteit te organiseren. Als onderdeel van de afspraken die met de schoolbesturen in de beschikking over de bouwplannen worden opgesteld, valt hierbij te denken aan het vanuit de zijde van de gemeente toevoegen van een bouwkundig adviseur aan het bouwproject. Deze adviseur kan niet alleen het schoolbestuur adviseren in de aanbesteding, de realisatie en het toezicht, maar ook de gemeente periodiek over het verloop informeren. Tijdens het planvormingsproces, de aanbesteding en de realisatie zal ook op andere gebieden van uit de gemeente ondersteuning worden geboden, daarbij kan gedacht worden aan ondersteuning in het participatietraject dat het schoolbestuur met de buurt zal doorlopen, advisering op het vlak van verkeer en vervoer en op het vlak van duurzaamheid.

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

18

Bijlage 6: Procesaanpak vaststellen eigen bijdrage schoolbesturen Uitgangspunt van het Uitvoeringsplan IHP is dat schoolbesturen 10% van de stichtingskosten als eigen bijdrage betalen. Op basis van een concreet uitgewerkte business case stelt het college de definitieve hoogte van de eigen bijdrage van het schoolbestuur per project vast. Na vaststelling van het Uitvoeringsplan door de raad zal in overleg met de schoolbesturen de definitieve werkwijze worden bepaald om de exploitatievoordelen voor het schoolbestuur bij het toekomstige schoolgebouw in beeld te brengen. Referentiekader voor de businesscase is de Rijksvergoeding Materiële Instandhouding (MI-vergoeding) die scholen krijgen voor energie/verwarming en onderhoud, behorende bij het nieuw te bouwen of gerenoveerde schoolgebouw. Daarvoor is het onontbeerlijk om eerst het bouwplan per project uit te werken. Op hoofdlijnen worden de volgende stappen doorlopen: 1. Bepalen van de componenten uit de rijksvergoeding voor elektriciteitsverbruik/verwarming en onderhoud voor het moment van oplevering van het te renoveren of nieuw te bouwen schoolgebouw over een periode van veertig jaar. 2. Inschatten van de energielasten, onderhoudslasten (installaties) en reservering van de meerkosten van vervanging installaties over een looptijd van veertig jaar over het toekomstige schoolgebouw. 3.

Bepalen van de onderhoudslasten van de gebouwschil over een looptijd van veertig jaar over het toekomstige schoolgebouw. De componenten hierin worden vooraf in de meedenkgroep met elkaar besproken en door het college vastgesteld. 4. Bepalen van het verschil tussen enerzijds punt 1 en anderzijds punt 2 en 3. 5. Bepalen van uitgesteld onderhoud aan het huidige schoolgebouw in de periode van vijf jaar voorgaand aan de start van het project. Dit gebeurt aan de hand van een nog vast te stellen gemiddeld onderhoudsbedrag per m2/ jaar, op basis van een aantal referentieprojecten. Indien een schoolbestuur van mening is dat haar school daar sterk van afwijkt, kan daar in overleg van worden afgeweken. 6. Bepalen van eventueel te behalen andere exploitatievoordelen, bijvoorbeeld uit verhuur/ medegebruik van aula, gymzalen, en dergelijke. 7. Bepalen van de optelsom van punt 4, 5 en 6 is het te behalen exploitatievoordeel door de schoolbesturen. 8. De eigen bijdrage die aan schoolbesturen wordt gevraagd is het resultaat bij punt 7. 9. Het percentage eigen bijdrage wordt berekend door punt 7 te delen door de stichtingskosten. 10. De berekening van de omvang van de eigen bijdrage wordt voor een rechtmatigheidstoets voorgelegd aan de accountant van het betrokken schoolbestuur.

De vraagstelling aan en de beoordeling van de accountant wordt gedeeld in het overleg tussen gemeente en schoolbestuur. 11. De raad wordt periodiek geïnformeerd over het percentage te behalen eigen bijdrage. Deze werkwijze en de te hanteren specifieke aannames en kengetallen zullen in overleg met de schoolbesturen verder worden aangescherpt en ter accordering aan het college worden voorgelegd. In bovenliggende werkwijze wordt door het desbetreffende schoolbestuur tijdig advies ingewonnen bij zijn accountant.

Uitvoeringsplan IHP Schouwen-Duiveland

eindadvies september 2020

19

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12428347/1