CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 437 Bijllage 2 Routering overige zorgmeldingen jeugd 28-08-2023 def

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken3.773 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage Z Aan

Zeeuwse gemeenten

Van

Werkgroep ‘meldingen overige zorgen jeugd’

Datum

28 augustus 2023

Onderwerp

Niet-acute zorgmeldingen politie jeugd 18-min

Opgesteld door

T. Walpot (Bestuursadviseur Politie) en S. de Putter (beleidsmedewerker ZVHZ)

Inleiding Voor 2015, vóór de decentralisatie van de jeugdzorg naar gemeenten, bestond er een routeringsoverleg bij het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland (ZVHZ) betreft zorgen over jeugdigen op basis van politiemutaties ‘overige zorgen jeugd’. Met de decentralisatie en de vorming van Veilig Thuis in 2015 is er verwarring ontstaan over de routering van deze meldingen en zijn er tot op heden geen nieuwe afspraken gemaakt over een gestructureerde werkwijze voor deze overige politiemutaties jeugd. In de afgelopen jaren zagen politie, ZVHZ en Veilig Thuis de zorgelijke situaties rondom jeugdigen in de praktijk toenemen. Qua aantallen, maar ook qua complexiteit. Gemeenten hebben te maken met casuïstiek van kinderen in de leeftijd van 12 tot 17 jaar waarbij sprake is van een of meerdere van de volgende situaties: overmatig alcoholgebruik toegestaan door ouders, mishandeling van kwetsbare mensen op openbare weg, mishandeling van een ouder, drugs dealen, overval op winkelier, brandstichting, inbraak enz. Dit is aanleiding geweest voor het voeren van verkennende gesprekken in het afgelopen anderhalf jaar tussen de politie in Zeeland, ZVHZ, een aantal gemeenten en Veilig Thuis. Geconstateerd is dat we de Zeeuwse jeugd nu onvoldoende in beeld hebben en niet, of onvoldoende inspelen op ‘vroegsignalen’.

We willen dit oppakken om te voorkomen dat casuïstiek steeds complexer wordt en te laat in beeld komt, zoals genoemde voorbeelden. Leeswijzer In deze memo beschrijven we als eerste de probleemstelling; voor welk probleem zoeken we een oplossing, gevolgd door de wens die we hebben. Vervolgens beschrijven we in paragraaf 2 de voorwaarden ten aanzien van de voorgestelde werkwijze, de conclusie van het door ons uitgevoerde onderzoek, het voorgestelde werkproces, de redenen voor de gekozen werkwijze en de consequenties daarvan. We besluiten met het aangeven hoe we de voorgestelde werkwijze willen evalueren. In de bijlagen vindt u een weergave van het proces dat we tot nu toe hebben gelopen en heeft geleid tot dit voorstel, weergave van ons onderzoek en een schematische weergaven van het voorgestelde werkproces. 1. Probleemstelling Signaalfunctie politie Door de betrokkenheid van politie bij allerhande situaties, heeft de politie een grote signalerende functie. Zo ook ten aanzien van jeugdigen. De betrokkenheid van jeugdigen bij incidenten kunnen een signaal of voorbode zijn van situaties die kunnen escaleren. Daar waar de situaties voldoen aan

1

de criteria om een melding Veilig Thuis te doen, doet de politie dat1. Er is echter ook een groot aantal incidenten die niet voldoet aan een VT-melding. De politie wil deze signalen op een juiste plek kunnen neerleggen. Huidige gegevensdeling Momenteel zit er een verschil bij gemeenten of de overige politiemutaties jeugd wel/niet worden besproken en/of opgepakt. Dit komt doordat de lokale zorgstructuren per gemeente verschillen. In sommige gemeenten worden àlle politiemutaties jeugd besproken met de burgemeester. Veel informatie komt hiermee via de burgemeester bij gemeenten terecht. Echter, binnen de wettelijke kaders van gegevensdeling is het niet toegestaan om politiemutaties – waarbij enkel sprake is van een zorg(signaal) – te delen met de burgemeester. De burgemeester mag alleen informatie ontvangen en zien, die valt onder de burgemeestersverantwoordelijkheid ‘openbare orde en veiligheid2. Het probleem is dat er momenteel geen eenduidige (proces-)afspraken zijn over het delen en oppakken van de politiemutaties jeugd. Daarnaast wordt er momenteel niet conform de wettelijke kaders van gegevensdeling gewerkt. Het is van belang dat hier goede afspraken over komen, zodat we: - voorkomen dat er politiemutaties jeugd tussen wal-en-schip vallen - de politiemutaties op de juiste plek terecht komen, om te bepalen of en welke vervolgstappen nodig zijn.

Wens Door de gemeenten, het ZVHZ, politie en Veilig Thuis is de wens uitgesproken om te komen tot eenduidige werk- en procesafspraken over de routering van de politiemutaties jeugd. De politie wil de zorgsignalen, die zij hebben betreft jeugdigen, graag op een correcte en efficiënte wijze aan de juiste partners verstrekken, zodat de opvolging van deze politiemutaties is geborgd en er wordt voldaan aan de gegevensdelingskaders. Met een eenduidige en gestructureerde werkwijze op basis van de politiemutaties ‘overige zorgen jeugd’ willen we - preventief interventies kunnen doen; ter voorkóming van escalatie van de problematiek (opbouw criminele carrières, maatschappelijke uitval, ontstaan van huiselijk geweld en kindermishandeling), - kunnen signaleren als ingezette hulp niet passend blijkt, - op Zeeuws niveau een analyse kunnen maken van de grootte, aard en ernst van de problematiek van jeugdigen waar de politie mee te maken heeft, om daarmee gericht beleid te kunnen maken,

2. Voorgestelde werkwijze 2.1.Voorwaarden aan nieuwe werkwijze Gedurende het onderzoek dat we hebben gedaan zijn er een aantal punten naar voren gekomen waaraan de nieuwe werkwijze ons inziens aan moet voldoen. De werkwijze moet: - voldoen aan wet- en regelgeving - makkelijk te implementeren zijn - éénduidig zijn voor de politie 1 2

Landelijke samenwerkingsafspraken Wet Politie Gegevens, artikel 16

2

-

aansluiten bij de lokale situatie (gemeenten, JPO’s, gebiedsteams) een samenwerking zijn met relevante partijen zoals politie, Veilig Thuis en gemeenten. bijdragen aan de doelen die we hebben gesteld gemeenten betrekken bij de routering van de meldingen de ruimte laten aan politie om te beoordelen of een situatie voldoet aan de criteria voor een VT melding. iemand hebben die het overzicht houdt, de lijntjes onderhoudt en kan aansturen.

2.2 Conclusie uit het onderzoek Politie en Veilig Thuis hebben onderzoek gedaan naar de mutaties, (wettelijke) kaders en mogelijke werkwijzen. Zie hiervoor Bijlage 2. Onze conclusie luidt: - De politie kan zorgelijke situaties die voldoen aan de daarvoor geldende criteria, melden bij Veilig Thuis. Zorgelijke situaties die niet voldoen aan deze criteria kan Veilig Thuis niet aannemen en verwerken. - Conform de wet politiegegevens kunnen alleen situaties die betrekking hebben op openbare orde en veiligheid worden besproken met de burgemeester. - Zorgelijke situaties die niet voldoen aan een melding VT of openbare orde en veiligheid, kunnen conform het machtigingsbesluit, gemeld worden bij het meldpunt niet-acuut, zoals verzorgd door st. ZVHZ. De politie voldoet hiermee aan de wettelijke mogelijkheden. Het meldpunt niet-acuut mag de meldingen ontvangen, de gegevens verwerken en, indien van toepassing, meldingen doorgeleiden naar andere instanties zoals VT en meldpunt Wvggz. 2.3 Politie meldt bij meldpunt niet-acuut De werkgroep stelt voor de ‘niet-acute zorgmeldingen 18-min’ van de politie te melden bij ‘meldpunt niet-acuut’ (in Zeeland ondergebracht bij het ‘Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland’). Dit zijn zorgmeldingen op basis van de mutaties ‘overige zorgen jeugd’.

De politie in Zeeland wil hierbij gebruik maken van de bestaande structuur voor gestructureerde gegevensuitwisseling die bestaat tussen de politie en de meldpunten niet-acuut voor meldingen betreffende volwassenen, en zijn ingesteld door de gemeenten. Redenen daarvoor zijn: - Het past binnen de wettelijke kaders van de politie met betrekking tot gegevensdeling. - Er wordt gebruik gemaakt van de reeds bestaande technische structuur (gestructureerde gegevensdeling) voor het uitwisselen van gegevens tussen politie en meldpunt niet-acuut (18+ 100) - Het biedt de politie de mogelijkheid om éénduidig te werken, conform een vastgestelde werkwijze (niet persoonsafhankelijk), wat gezien de aard van de organisatie wenselijk is. - Het melden bij het meldpunt niet-acuut levert een centraal punt op waar de gegevens op éénduidig manier worden geregistreerd en behandeld. - Door het op een centraal punt te beleggen, kan een analyse gemaakt worden op Zeeuws niveau. - Door te melden bij een Zeeuws werkende organisatie kan er gemeente-overstijgend overzicht gehouden worden. Jeugdigen zitten immers vaak in een andere gemeente op school dan ze wonen en ouders wonen geregeld in verschillende gemeenten. - Groepen jeugdigen uit verschillende gemeenten kunnen goed in kaart gebracht worden. Een groepsaanpak kan gerealiseerd worden, door de gemeente.

- De relevant beschikbare informatie van de politie komt op de juiste plek terecht, bij gemeenten. 3

-

Er kan aansluiting en bijsturing gevonden worden met eventuele reeds ingezette hulpverlening. Uitkomsten van de triage kunnen worden teruggekoppeld aan de politie. Het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland is ondergebracht bij St. Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland. Hier zijn de lijnen met de overige werksoorten, (gemeentelijke) projecten en partners kort. Hierbij noemen we: o Integrale procescoördinatie (IPC) o Coördinatie slachtoffers mensenhandel o RIEC (‘jonge aanwas’ en samenwerking met projectleider jeugd) o Casus Overleg Justitiepartners (ZSM scenario)

2.4 Werkproces We zijn gekomen tot een werkwijze voor de politiemeldingen op basis van mutaties waarbij jeugdigen betrokken zijn. Deze vindt u in bijlage 3. Indien passend, kunnen jeugdigen in de leeftijd 18-23 (die nu al gemeld worden bij het meldpunt niet-acuut) in déze werkwijze mee worden genomen nemen. Met dit werkproces denken we dat we de gestelde doelen kunnen halen en dat de werkwijze voldoet aan de voorwaarden die we hebben gesteld. Belangrijke punten in deze werkwijze voor ons zijn: - De politie bepaalt of een melding past bij VT of meldpunt niet-acuut. - Op diverse momenten in het proces kan besloten worden tot het alsnog opmaken van een VTmelding. - Indien een melding (opgemaakt door de politie) niet blijkt te passen bij VT (en terug gemeld wordt door VT aan politie), kan alsnog een melding bij het meldpunt niet- acuut worden opgemaakt. - Tijdens de triage worden de expertise en invalshoeken van meerdere partners betrokken; minimaal vereist zijn daarbij politie, Veilig Thuis en gemeenten. - De mogelijkheid bestaat om tijdens de triage te besluiten tot doorgeleiding richting bijvoorbeeld IPC bij het Zorg- en Veiligheidshuis, aanpak problematische jeugdgroepen, jeugd preventieoverleggen (JPO) e.d.

- Er kan goed worden aangesloten bij de lokale structuur; JPO’s Wijkteams en dergelijke 2.5 Consequenties voorgestelde werkwijze Wanneer de politie de overige politiemutaties jeugd (waarbij sprake is van zorg) naar het meldpunt niet- acuut gaat sturen, betekent dit voor het meldpunt een toename van de werkzaamheden. Het betekent ook dat de huidige aanpak van het meldpunt wordt uitgebreid, waarbij aansluiting moet komen op de partners jeugd in het veld. Hier zal een werkwijze voor ingeregeld moeten worden. Het gaat om verbreding van de taak voor het meldpunt en daarmee is er meer formatie nodig. Daarbij vergt de voorgestelde werkwijze inzet van gemeenten (bijvoorbeeld procesregie/AOV) en ketenpartners. De voorlopige kosten voor de extra formatie bij het Meldpunt zorgwekkend gedrag Zeeland zijn meegenomen in de conceptbegroting voor het Meldpunt die is opgesteld (als onderdeel van het financieringsvoorstel voor het Meldpunt voor 2024). Dit betekent dat de begroting van het Meldpunt voor 2024 bestaat uit twee onderdelen: 4

1) Voorstel voor een structurele financiering van de huidige taken die zijn belegd bij het Meldpunt 2) Voorstel voor een tijdelijke/incidentele financiering van de extra taak inzake overige zorgmeldingen jeugd die worden ondergebracht bij het Meldpunt Deze memo wordt toegevoegd aan het financieringsvoorstel voor het Meldpunt voor 2024. Deze stukken worden in juli 2023 alvast ter inzage en ter kennisname met de 13 Zeeuwse gemeenten gedeeld. In augustus en september 2023 wordt er toegewerkt naar een definitief financieringsvoorstel om voor te leggen aan de 13 Zeeuwse gemeenten ter besluitvorming. 2.6 Monitoren en evalueren Na twee jaar te hebben gewerkt volgens de nieuwe werkwijze, willen we de balans opmaken. Dit doen we door te monitoren en evaluatiemomenten in te plannen. We zullen al doende leren en bijsturen waar nodig. We richten ons registratiesysteem zo in dat we over gegevens kunnen beschikken van de aard en ernst van de problematiek, leeftijd, woonplaats enzovoort. Er liggen mogelijkheden om de criminoloog (die werkzaam is voor de 4 ZVH-en in ons arrondissement) en eventueel studenten van de Universiteit Gent via stage in te zetten voor het oppakken van de monitoring en het doen van onderzoek. Op basis van de verzamelde gegevens en evaluatiegesprekken stellen we een evaluatie op en delen deze met de gemeenten en de deelnemende partijen.

Dit vormt input om uiteindelijk te komen tot een besluit over het voortzetten van de ingestelde werkwijze.

5

Bijlage 1. Het proces Sinds het voorjaar 2020 hebben er gesprekken plaats gevonden tussen verschillende partijen over de zorgen die de politie heeft betreft de Zeeuwse jeugdigen en het ontbreken van een gestructureerde werkwijze daarop. In de periode maart tot juli 2022 bij de Zeeuwse gemeenten is geïnventariseerd, wat de wensen zijn ten aanzien van de zorgmeldingen jeugd. De politie, St. ZVHZ en VT hebben meerdere gesprekken gevoerd met elkaar om het probleem te duiden en met elkaar te zoeken naar een passende gestructureerde werkwijze. Daar bij is ook advies gevraagd aan de privacy officier van St. ZVH en politie, op landelijk niveau binnen VT en op landelijk niveau op het gebied van gegevensdeling binnen zorg en veiligheid. In 2022 hebben St. ZVHZ, politie en Veilig Thuis gezamenlijk onderzoek gedaan naar de mutaties van de politie waarbij jeugdigen betrokken zijn (over Q1 2022), naar de juridische kaders en de mogelijke werkwijzen. Een weergave hiervan vindt u in bijlage 2. De conclusie van het onderzoek wordt besproken in paragraaf 3.2. Vervolgens is er de werkgroep ‘overige zorgen jeugd’ geformeerd (gemeentelijk ambtenaren uit drie Zeeuwse regio’s, politie, ZVHZ en Veilig Thuis), die op 23 mei 2023 en 12 juli 2023 overleg heeft gehad om de uitkomsten van het onderzoek en de voorgestelde werkwijze (paragraaf 2) te bespreken en te komen tot een vervolg.

De werkgroep heeft besloten om deze memo voor te leggen aan de Zeeuwse gemeenten om: - de voorgestelde werkwijze voor te leggen aan de dertien Zeeuwse gemeenten via het CZW bureau, - de routering van de meldingen, regionaal en waar mogelijk lokaal in te kunnen vullen, gecoördineerd vanuit st. Zorg en Veiligheidshuis, - financiering te kunnen realiseren voor de benodigde capaciteit.

6

Bijlage 2. Het Onderzoek a. De cijfers Q1 2022 Bij de politie worden mutaties opgemaakt. Deze mutaties hebben een code. We hebben onderzoek gedaan naar mutaties in het politiesysteem waar minderjarigen aan gekoppeld zijn. Dat zijn de mutaties waarbij jeugdigen betrokken zijn op welke manier dan ook. Gedurende zes weken is er wekelijks, tot 22 april 2022, overleg geweest tussen de politie, St. ZVHZ en VT. Dit overleg had als doel het volgende inzichtelijk te krijgen: - Over welke aantallen (cijfers) spreken we als het gaat om 'overige zorgen jeugd' - Over 'welke' soort zaken we nu spreken als het gaat om 'overige zorgen jeugd'. - Welke interventies zijn passend. De onderzochte mutaties betreffen: groepen rondhangende jeugd, zeer jonge kinderen die alleen op straat lopen, kinderen die getuige dan wel slachtoffer zijn van huiselijk geweld tussen ouders of verzorgers echtscheidingsproblematiek, kinderen die betrokken zijn bij een verkeersongeval in de breedste zin van het woord, poging zelfdoding vader/moeder, maar kind niet aanwezig. Concluderend kan worden gezegd dat van de onderzochte mutaties in Q1 2022 het om gemiddeld 966 mutaties ‘overige zorgen jeugd’ betreft 600 unieke jeugdigen. In 15% van de gevallen is een melding VT nodig (en reeds opgemaakt). In 40% van de gevallen is er een interventie gewenst.

In 25% van de gevallen is hulpverlening reeds betrokken en in de overige 20% is geen interventie gewenst. Aantallen Januari Februari 872 961 Soort zaken Groepen jongeren (tussen 12 en 16 jaar) die hangen in een parkeerplaats of een leegstaand pand.

Maart 1065

Deze cijfers zijn incl. dubbelingen. Soms wordt een persoon 3x genoemd, bijv. als verdachte, als betrokkene en als nog te horen. Zo is duidelijk te zien dat de lijst van maart er ongeveer 600 overhoudt als we iedere jeugdige hebben nagelopen. Verklaring hoge aantallen: Individuen komen meerdere keren per maand terug.

Jonge kinderen (tot 5 jaar ongeveer) die door buurtbewoners waren gesignaleerd omdat ze alleen over straat liepen.

Ruzie/twist onderling (dus kinderen die getuige dan wel slachtoffer zijn van huiselijk geweld tussen ouders of verzorgers  is dan vaak al VT melding van 7

Echtscheidingsproble matiek (waarin de jeugdige dan wordt geregistreerd onder ‘afhandeling overige meldingen’).

Kinderen die betrokken zijn bij een verkeersongeval in de breedste zin van het woord (dus zijn niet altijd slachtoffer)  contextinformatie belangrijk

Poging zelfdoding vader/moeder, maar kind niet aanwezig.

Passende interventies 40% Interventie gewenst Denk hierbij aan inzet zoals in het verleden bijv. JIT (Jeugd Interventie Team), wijkagent die nog eens langsgaat, beleggen bij de gemeente vanuit evt. geïndiceerde zorg dan wel maatschappelijk werk. Ook verwijzing Halt, evt. in samenwerking met hulpverlening zou tot de mogelijkheden kunnen behoren.

gemaakt). 20% Geen inzet nodig Dit betrof de cases zoals betrokkenen verkeersongeval of waarbij afhandeling politie afdoende was en dus reeds voldaan.

8

25% Hulpverlening al betrokken Dit betrof de cases die gecheckt werden in de systemen van politie en VT en waaruit bleek dat er recent nog hulpverlening betrokken was. Deze nieuwe info zou dan rechtstreeks gedeeld kunnen worden met betreffende hulpverleningsinstantie.

15% VT melding nodig/al opgemaakt In deze gevallen was een VT melding noodzakelijk/passend, en was deze (naast de mutatie) al opgemaakt of werd in enkele gevallen alsnog gedaan.

b. (Wettelijke) kaders Wet en besluit politiegegevens en Machtigingsbesluit Met betrekking tot gegevensdeling aan derden is de politie gehouden aan de Wet politiegegevens en het Besluit politiegegevens. Daarbij is er in december 2021 door de minister een machtigingsbesluit afgegeven ten aanzien van gegevensdeling door de politie met de meldpunten niet-acuut. Hierin staat dat de korpschef, conform het machtigingsbesluit, politiegegevens mag verstrekken aan een meldpunt dat is ingesteld door één of meerdere colleges van burgemeester en wethouders en de burgemeester(s) van gemeente(n) gezamenlijk met het oog op de zorg voor maatschappelijke ondersteuning, bedoeld in artikel 2.1.1 van de Wet maatschappelijk ondersteuning, en/of met het oog op de handhaving van de openbare orde, bedoeld in artikel 172 van de Gemeentewet. In de Wet politiegegevens artikel 16 lid 2 staat dat de politie informatie mag delen met de burgemeester als het gaat over het terrein van openbare orde en veiligheid. Veilig Thuis In de Wmo 2015 is vastgelegd dat Veilig Thuis alleen meldingen mag ontvangen en registreren, en moet handelen bij vermoedens van Huiselijk geweld en Kindermishandeling. In 2019 heeft Q-Consult zorg, in opdracht van het ministerie van VWS en J&V, onderzoek gedaan m.b.t. de doorontwikkeling proces VT-meldingen ‘overige zorgen’. Uitkomsten daarvan zijn hieronder vermeld: 

Dit wettelijk kader (wmo), geoperationaliseerd naar de praktijk, betekent dat ‘Veilig Thuis mag alleen meldingen ontvangen, registreren en handelen bij (vermoedens van) zorgen over onveiligheid van betrokkene(n) in een afhankelijkheidsrelatie. 3 Als de politie meldingen naar Veilig Thuis stuurt die geen betrekking hebben op ‘zorgen over onveiligheid in een afhankelijkheidsrelatie’, dan kan de melding niet worden beoordeeld en ook niet worden geregistreerd. 4

Alle zorgen over onveiligheid in een afhankelijkheidsrelatie meldt de politie wèl aan Veilig Thuis, zodat Veilig Thuis kan beoordelen of sprake is van huiselijk geweld. 5 Situaties waarbij sprake is van een 12 -minner die en delict pleegt moeten altijd gemeld moet worden. 6 Omdat het onderscheid tussen opgroei en opvoedingsproblemen versus veiligheid in afhankelijkheidsrelaties niet altijd scherp is voor de politie, is landelijk daarom besloten dat Veilig Thuis-meldingen met daarin zorgen over jeugdigen altijd ruimhartig aanneemt als de zorgen helder zijn omschreven en voorzien van contextinformatie. Dit met de volgende uitzonderingen: 

Veilig Thuis stuurt meldingen retour naar de politie (middels ‘retourknop’) indien sprake is van één van de volgende situaties:

3

Doorontwikkeling proces VT-meldingen ‘overige zorgen’, 5 november 2019 , pag. 3 Doorontwikkeling proces VT-meldingen ‘overige zorgen’, 5 november 2019 , pag. 11 5 Doorontwikkeling proces VT-meldingen ‘overige zorgen’, 5 november 2019 , pag. 11 6 Doorontwikkeling proces VT-meldingen ‘overige zorgen’, 5 november 2019 , pag. 12 4

9

o o o

De melding hoort duidelijk niet bij Veilig Thuis. Het gaat in de praktijk met name over meldingen over personen met verward gedrag. In de melding is geen contextinformatie opgenomen. Veilig Thuis kan niet beoordelen of sprake is van onveiligheid in een afhankelijkheidsrelatie. Veilig Thuis stuurt de meldingen overige zorgen jeugd waarbij geen vermoedens zijn van zorgen over onveiligheid in een afhankelijkheidsrelatie zo snel mogelijk door naar het lokale veld. Hiervoor dient iedere VT zelf goede afspraken te maken met het lokaal bestuur. Ingezet wordt op snelle routering, korte bewaartermijn en mogelijk een landelijke retourknop in het systeem. De melding enkel registeren als advies is niet afdoende.

Voor Veilig Thuis Zeeland zijn de landelijke afspraken omtrent het ruimhartig aannemen van de meldingen overige zorgen jeugd leidend. 7 Landelijk wordt tevens ingezet op snelle routering naar het lokale veld, korte bewaartermijnen en mogelijk een landelijke retourknop in het systeem 8. Inzake het doorzetten van zaken zijn ook de Zeeuwse samenwerkingsafspraken tussen Veilig Thuis en de lokale teams van toepassing. Meldpunt niet-acuut Taak van het meldpunt niet-acuut ‘De primaire taak van het meldpunt niet-acuut is om ervoor te zorgen dat een burger of professional die meldt, of de burger waar over wordt gemeld, een advies krijgt waarmee hij zelf verder kan. Of, indien nodig, ervoor te zorgen dat de juiste instantie of professional actie onderneemt om de gemelde of de melder verder te helpen. Typische activiteiten die daarbij horen zijn risicotaxatie, triage, advisering aan melder of gemelde en indien nodig het doorgeleiden naar de juiste behandelaar of voorziening.’9 Doorgeleiden meldingen ‘De eerste stap in het proces is bepalen langs welke route de melding wordt opgepakt. Op basis van informatie van de melder bepaalt de medewerker van het meldpunt of er acuut hulp ingezet moet worden. In dat geval wordt de melding doorgezet naar de crisisdienst, 112 of de huisartsenpost.

Bij een crisisdienst kan het bijvoorbeeld gaan om een crisisdienst GGZ, een crisisdienst jeugd of optreden door de Raad voor de Kinderbescherming. Als uit de informatie blijkt dat het een melding betreft die betrekking heeft op huiselijk geweld of kindermishandeling, wordt de melding door gezet naar Veilig Thuis. Ook kan het zijn dat de medewerker van het meldpunt tot de conclusie komt dat het eigenlijk gaat om een melding in het kader van de Wvggz. In dat geval wordt de melding doorgezet naar het meldpunt Wvggz. Als het meldpunt niet-acuut en het meldpunt Wvggz in eenzelfde organisatie zijn ondergebracht, dan wordt de melding vanaf dat moment behandeld volgens de juridische kaders van de Wvggz.

7

Oplegger zorgmeldingen jeugd, april 2021; Memo ‘Meldingen Overige Zorg Jeugd’ van het LNVT, 13 januari 2022

8

Oplegger zorgmeldingen jeugd, april 2021; Memo ‘Meldingen Overige Zorg Jeugd’ van het LNVT, 13 januari 2022

9

Meldpunten-niet-acuut.-Handvatten-voor-gegevensverwerking_jan-2021.pdf (ggdghor.nl), pagina 5

10

In alle andere gevallen wordt de melding behandeld als een melding niet-acuut’ 10 Gegevensverwerking Praktisch betekent dit onder andere dat het meldpunt gegevens mag verwerken en ook mag verstrekken aan andere partijen als dat noodzakelijk is voor het goed uitvoeren van de meldpunttaak. Bijvoorbeeld als de melding wordt doorgeleid naar het wijkteam, dan mag het meldpunt de gegevens verstrekken die het wijkteam nodig heeft om aan de slag te gaan. Daarbij is het wel belangrijk dat steeds een afweging wordt gemaakt welke gegevens noodzakelijk zijn om te verstrekken.

10

Meldpunten-niet-acuut.-Handvatten-voor-gegevensverwerking_jan-2021.pdf (ggdghor.nl), pagina 6

11

Bijlage 3 Schematische weergave voorgestelde werkwijze

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13661106/1