CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 397 Bijlage 2 Toelichting Bestemmingsplan

Gemeenteraad 21 december 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken15.645 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Afbeelding voorblad hier invoegen! Bij invoegen cursor boven tekst plaatsen of gehele tekst verwijderen

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk Gemeente Schouwen-Duiveland Toelichting

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk Gemeente Schouwen-Duiveland

Plangebied:

Nieuwe weg 3 4306 PH Nieuwerkerk

Opgesteld door:

Bergs Advies B.V.

Datum:

13 november 2023

Plan IDN:

NL.IMRO.1676.00372BphNK961034.ON01

Status:

Ontwerp

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3 Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

Inhoudsopgave 1

2

3

Inleiding ...................................................................................................................................................... 1 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................................... 1

1.2

Plangebied ......................................................................................................................................... 1

1.3

Vigerende bestemmingsplannen ....................................................................................................... 2

Planbeschrijving ......................................................................................................................................... 4 2.1

Huidige situatie .................................................................................................................................. 4

2.2

Principemedewerking ........................................................................................................................ 5

2.3

Landschappelijke inpassing ............................................................................................................... 6

Beleid ........................................................................................................................................................ 11 3.1 3.1.1

Nationale omgevingsvisie ............................................................................................................ 11

3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening .............................................................................. 12

3.2

Provinciaal beleid ............................................................................................................................. 13

3.2.1

Zeeuwse Omgevingsvisie (Omgevingsvisie Zeeland) ................................................................. 13

3.2.2

Provinciale omgevingsverordening Zeeland 2018....................................................................... 14

3.3

4

Nationaal beleid ............................................................................................................................... 11

Gemeentelijk beleid ......................................................................................................................... 15

3.3.1

Structuurvisie Buitengebied (2009) ............................................................................................. 15

3.3.2

Overig relevant gemeentelijk beleid............................................................................................. 16

Omgevingsaspecten ................................................................................................................................. 19 4.1

Inleiding............................................................................................................................................ 19

4.2

Bedrijven en milieuzonering............................................................................................................. 19

4.3

Geluid............................................................................................................................................... 20

4.4

Luchtkwaliteit ................................................................................................................................... 21

4.5

Bodem.............................................................................................................................................. 22

4.6

Geur ................................................................................................................................................. 23

4.7

Externe veiligheid ............................................................................................................................ 24

4.8

Kabels en leidingen ......................................................................................................................... 25

4.9

Water ............................................................................................................................................... 26

4.10

Archeologie en cultuurhistorie ......................................................................................................... 27

4.11

Natuur .............................................................................................................................................. 28

4.12

Verkeer en parkeren ........................................................................................................................ 30

4.13

Licht en duisternis ............................................................................................................................ 31

4.14

Vormvrije m.e.r.-beoordeling ........................................................................................................... 31

5

Juridische planopzet ................................................................................................................................. 32

6

Uitvoerbaarheid ........................................................................................................................................ 34 6.1

Economische uitvoerbaarheid ......................................................................................................... 34

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................................... 34

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3 Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

Bijlagen: 1. Quickscan 2. Akoestisch onderzoek 2a. Tekening akoestisch onderzoek 2b. Meetresultaten akoestisch onderzoek 3. Verkennend bodemonderzoek 4. Quickscan flora en fauna

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3 Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

1

Inleiding

1.1

Aanleiding

In 2021 is het ‘Besluit vervroegd verbod pelsdierhouderij’ aanleiding geweest om toekomstplannen voor het agrarische bedrijf aan de Nieuwe weg 3 te Nieuwerkerk verder uit te werken en in tijd naar voren te halen. Met het verbod pelsdierhouderij 2024 in het vooruitzicht waren initiatiefnemers al bezig zich voor te bereiden op een andere toekomst. Initiatiefnemers willen de voormalige pelsdierhouderij omvormen tot een vetplantenkwekerij (succulenten) met teeltondersteunende voorzieningen, een loods en waterbassin. De aanwezige ‘hondentrainingschool’ die als ‘nieuwe economische drager’ (NED) in het geldende bestemmingsplan is aangemerkt, wordt voortgezet. Om de plannen voor de toekomst vorm te geven hebben initiatiefnemers in 2020 een principeverzoek ingediend bij de gemeente Schouwen-Duiveland. In dit principeverzoek zijn hun plannen om een vetplantenkwekerij omschreven en ter besluitvorming aan de gemeente voorgelegd. Eind 2021 is dit verzoek hernieuwd ingediend (zaaknummer 509240). Op 30 augustus 2022 heeft het college een principebesluit genomen waarbij een positieve grondhouding is aangenomen voor de ontwikkeling waarbij voorwaarden zijn gesteld. De voorwaarden worden verderop per onderdeel gemotiveerd.

Figuur 1.1.1: Kaart basisregistratie grootschalige topografie met locatie Nieuwe weg 3 ten noorden van de woonkern Nieuwerkerk gemeente Schouwen-Duiveland (bron ondergrond: app.pdok.nl/viewer).

1.2

Plangebied

Het plangebied ligt ten noorden van de woonkern Nieuwerkerk, in het buitengebied van de gemeente Schouwen-Duiveland. De locatie is kadastraal bekend als Duiveland (gemeente Schouwen-Duiveland), sectie F nummers 423 en 663. Deze kadastrale percelen vormen samen het plangebied. De oppervlakte van beide percelen gezamenlijk bedraagt ca. 1,7 ha. Perceel nummer 663 is ontstaan na splitsing van voormalig perceel 224. Als gevolg van deze splitsing is een deel van het aanwezige agrarisch bouwvlak en de NED buiten het eigendom van initiatiefnemers komen te liggen.

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

1

In onderstaande figuur wordt de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.2.1: Begrenzing plangebied Nieuwe weg 3 Nieuwerkerk (bron ondergrond: app.pdok.nl/viewer)

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

Op de locatie Nieuwe weg 3 te Nieuwerkerk vigeren de bestemmingsplannen:  Buitengebied, vastgesteld 26 maart 2009 en; De percelen behorend bij de Nieuwe weg 3 hebben in het bestemmingsplan Buitengebied de enkelbestemming ‘Agrarisch’. Er is een bouwvlak ingetekend waarbinnen de aanduidingen ‘intensieve veehouderij’ en ‘nieuwe economische drager’ van toepassing zijn verklaard. De gronden met de bestemming ‘Agrarisch’ zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven, aan de bestemming ondergeschikte extensieve dagrecreatie en voorzieningen zoals parkeer-, laad- en losvoorzieningen, water, groen, nutsvoorzieningen en natuurvriendelijke oevers. Agrarische bedrijven zijn onderverdeeld in grondgebonden en niet grondgebonden bedrijven. Aan de agrarische bedrijven is een bouwvlak toegekend waarbinnen de bebouwing dient te worden geconcentreerd. Niet – grondgebonden agrarische bedrijven (glastuinbouw en intensieve veehouderij) zijn voorzien van een speciale aanduiding. In de regels is bepaald welke bebouwing uitsluitend binnen een bouwvlak kan worden opgericht (gebouwen, kassen, silo’s, opslagvoorzieningen). Per bouwvlak is het bestaande aantal bedrijfswoningen vastgelegd. In de regels is opgenomen dat één bedrijfswoning is toegestaan tenzij op de kaart is aangegeven, met een aanduiding is vastgelegd, waar geen of meerdere bedrijfswoningen zijn toegestaan.

In de figuur op de volgende pagina is een uitsnede uit de planverbeelding opgenomen.

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

2

Figuur 1.3.1: Uitsnede planverbeelding bestemmingsplan ‘Buitengebied’, gemeente Schouwen-Duiveland (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl)

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

3

2

Planbeschrijving

2.1

Huidige situatie

De locatie Nieuwe weg 3 ligt ten noorden van de woonkern Nieuwerkerk, in het buitengebied van de gemeente Schouwen-Duiveland. De locatie ligt in de hoek van de Nieuwe weg met de Stolpweg. De Nieuwe weg ontsluit een aantal agrarische percelen en burgerwoningen tussen de Stolpweg en de Capelleweg. Via deze wegen is de zuidelijk gelegen Rijksweg N59 bereikbaar. Op de locatie was een nertsenhouderij gevestigd en is een hondentrainingsschool aanwezig waarvoor in 2003 een vergunning is verleend. Het perceel met bedrijfswoning, bedrijfsgebouwen en sheds kenmerkt zich door een groen ingepast oostelijk deel en een meer onbebouwd en zichtbaarder westelijk deel. Twee inritten ontsluiten het langgerekte perceel. In onderstaande figuur is de huidige situatie weergegeven.

Figuur 2.1.1: Huidige situatie aan de Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk (bron streetsmart.cyclomedia.com).

Er staan 8 grote sheds t.b.v. de nertsenhouderij, een loods ten behoeve van de hondentrainingsschool en opslagruimte, een bedrijfswoning en wat kleinere gebouwen op het perceel. Daarnaast ligt er aan de oostzijde van het perceel een stuk grasveld dat wordt gebruikt voor de hondentrainingsschool. Aan de westzijde wordt het perceel gebruikt voor de vetplantenkwekerij op een nog kleine schaal (reeds gestart). Het perceel ligt in het buitengebied en is omringd door andere percelen met een agrarische bestemming. Het aanwezige agrarische bouwvlak is ca. 10.800 m 2 groot. Geldende vergunning Op 19 april 1982 is een oprichtingsvergunning verleend voor het houden van 500 mestvarkens en opslag van mest. Echter zijn vanaf 1996 geen varkens meer gehouden op de locatie. Op 2 september 2003 is een vergunning verleend voor een nertsenfarm (maximaal 1.500 fokteven) met een daarbij behorende nertsenpelserij, het huisvesten en africhten van politie- en beveiligingshonden (maximaal 50) en het opslaan en bewerken van landbouwproducten. Op 8 januari 2021 ging het vervroegd verbod op de pelsdierhouderij in (3 jaar eerder dan gepland i.v.m. het coronavirus dat op pelsdierhouderijen bleef rondgaan). Op 21 juni 2021 hebben initiatiefnemers een aanvraagverzoek ingediend voor ‘Nadeelcompensatie vervroegd verbod pelsdierhouderij’. Op 29 juli 2021 is de nadeelcompensatie definitief vastgesteld.

Op 15 oktober 2021 hebben initiatiefnemers de subsidieaanvraag ‘Pelsdierhouderij slopen en ombouwen’ aangevraagd. Op 25 november 2021 is de aanvraag goedgekeurd. De vergunning ten behoeve van de nertsenhouderij is hierbij van rechtswege ingetrokken. In milieutechnisch opzicht is er sprake van verbetering; de intensieve veehouderij verdwijnt wat betekent een reductie van

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

4

ammoniak-, geur- en fijnstofemissie in de omgeving van de locatie. Ook ruimtelijk gezien leidt het planvoornemen tot kwaliteitswinst door sanering van bebouwing en verharding. Gewenste situatie Het plan is om de voormalige nertsenhouderij om te vormen tot een vetplantenkwekerij. De meest westelijk gelegen shed blijft bestaan en zal worden gebruikt als opkweekruimte voor nieuwe producten. De bestaande loods biedt ruimte aan werktuigen en dient voor opslag van materialen. In de bestaande loods bevindt zich tevens de hondentrainingsschool die zal worden voortgezet. Het op de bestaande loods aanwezige asbestdak wordt gesaneerd en vervangen door een nieuw dak. De bestaande bedrijfswoning blijft tevens behouden. Initiatiefnemers wensen ten behoeve van de vetplantenkwekerij daarnaast te beschikken over: -Twee tunnelkassen voor de opkweek van de vetplanten -Een containerveld voor verdere uitgroei van de vetplanten -Een waterbassin -Een loods (sorteer- en werkruimte) Om bovenstaande te kunnen realiseren is vervorming van het agrarisch bouwvlak noodzakelijk, met uitzondering van het containerveld. Een containerveld is binnen het bouwvlak direct toegestaan. Buiten het bouwvlak is een containerveld toegestaan indien wordt voldaan aan bijbehorende gestelde voorwaarden (zie paragraaf 2.4 van deze bestemmingsplanwijziging).

Zie onderstaande figuur ter verduidelijking van het huidige bouwvlak en het beoogde bouwvlak.

Figuur 2.1.2: Bestaande situatie aan de Nieuwe weg 3 te Nieuwerkerk met aanduiding huidig bouwvlak en beoogd bouwvlak.

Het opstellen van een herziening van het bestemmingsplan, waarbij het bouwvlak van vorm verandert, biedt de mogelijkheid om het planvoorstel van initiatiefnemers in één keer te voorzien van een actuele planologischjuridische regeling. Hiertoe is het voorliggende bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk’ opgesteld. De bestemming ‘Agrarisch’ blijft behouden. De aanduiding ‘intensieve veehouderij’ kan alsdan vervallen. De aanduiding ‘NED’ blijft behouden. Eind augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente SchouwenDuiveland aangegeven onder voorwaarden mee te willen werken aan de omvorming van nertsenhouderij naar vetplantenkwekerij.

2.2

Principemedewerking

De gemeente Schouwen-Duiveland heeft bij brief van 30 augustus 2022 aangegeven een positieve grondhouding aan te nemen voor de omvorming van de nertsenhouderij (intensieve veehouderij) naar een Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

5

vetplantenkwekerij. De gemeente wil medewerking verlenen bij wijziging van het bestemmingsplan waarbij geen sprake is van uitbreiding van het bouwvlak. Hiertoe dient onderhavige bestemmingsplanwijziging. De gemeente heeft voor de omvorming een aantal voorwaarden geformuleerd. Deze luiden als volgt:  Er wordt een nieuw bestemmingsplan dan wel omgevingsplan opgesteld voor de vetplantenkwekerij en benodigde voorzieningen waarbij de aanduiding 'intensieve veehouderij' komt te vervallen; Er wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld voor de vetplantenkwekerij en de daarbij horende voorzieningen. De aanduiding ‘intensieve veehouderij’ kan alsdan vervallen. Hiertoe dient onderhavige bestemmingsplanwijziging.  Hierin wordt het bouwvlak vervormt, zodat de gewenste voorzieningen passen binnen het bouwvlak en wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van het slopen van de bestaande gebouwen waarin de nertsen verbleven (met uitzondering van de in het plan beschreven meest westelijk gelegen shed dat een nieuwe functie krijgt). Met de vervorming van het bouwvlak wordt voldaan aan de kwalitatieve kaders voor bijvoorbeeld landschappelijke inpassing die zijn omschreven in hoofdstuk 3 van de quickscan (zie bijlage 1); In onderhavige bestemmingsplanwijziging is vervorming van het bouwvlak opgenomen.

De gewenste voorzieningen passen daarmee binnen het beoogde bouwvlak met uitzondering van de containervelden. Hiervoor is een afwijking van de gebruiksregels opgenomen in het vigerende bestemmingsplan. Aangetoond wordt dat aan de bijbehorende gestelde voorwaarden voldaan kan worden, zie paragraaf 2.4 van onderhavige bestemmingsplanwijziging. Tevens is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels ten aanzien van het slopen van de bestaande gebouwen waarin de nertsen verbleven (met uitzondering van de in het plan beschreven meest westelijk gelegen shed), zie artikel 3.4.1. Met de vervorming wordt voldaan aan de kwalitatieve kaders voor landschappelijke inpassing, zie paragraaf 2.3 van onderhavige bestemmingsplanwijziging.  Het bouwvlak met bijbehorende bebouwingsmogelijkheden wordt ten opzichte van de huidige situatie niet vergroot; Het bouwvlak met bijbehorende bebouwingsmogelijkheden wordt ten opzichte van de huidige situatie niet vergroot. De oppervlakte van het bouwvlak blijft ca. 10.800 m2 (wordt 28 m2 kleiner).  De bebouwing sluit qua maatvoering aan bij de regels uit het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied’ van de gemeente Schouwen-Duiveland; De bebouwing sluit qua maatvoering aan bij de regels uit het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Schouwen-Duiveland. Betreffende regels zijn overgenomen in onderhavige bestemmingsplanwijziging.

 Uit de vervolgprocedure blijkt dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening waarbij de in de quickscan benoemde onderdelen nader worden gemotiveerd. Er is sprake van een goede ruimtelijke ordening, zie onderhavige bestemmingsplanwijziging waarin benoemde onderdelen uit de quickscan nader worden gemotiveerd.

2.3

Landschappelijke inpassing

Landschappelijk De locatie is gelegen in de oude ‘Polder Vierbannen’. In de jaren ’60 van de vorige eeuw is het gebied sterk van karakter veranderd. Een oude slenk is dichtgezet, de afwatering werd verbeterd, wegen werden rechtgetrokken en de landbouwpercelen kregen een grootschalig patroon.

Figuur 2.3.1: Topografische situatie Polder Vierbannen in 1960 en in 1970 (bron: topotijdreis.nl) Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

6

De kavels in dit gebied kenmerken zich door een rationele grootschalige indeling. Het zijn open gebieden met lange rechte wegen. Verspreid zijn nog oude landschapselementen te vinden zoals de restanten van de oude slenk. Huispercelen zijn vaak omgeven door opgaand groen om de wind te breken. Dit maakt de huispercelen goed zichtbaar in het verder vlakke landschap. Dit geldt ook voor het perceel aan de Nieuwe weg 3. Door de vorm van het perceel en een oude landschappelijke inpassing vormt het perceel onderdeel van een groen eiland bij de kruising van de Nieuwe weg met de Stolpweg.

Figuur 2.3.2: Perceel Nieuwe weg 3 gezien vanaf de Stolpweg in zuidelijke richting (bron: google.nl/maps)

Stedenbouwkunde Het verdwijnen van de sheds t.b.v. de nertsenhouderij is een verbetering te noemen, er wordt ca. 2.400 m 2 aan (bedrijfs-)bebouwing en verharding gesaneerd. Tevens wordt er ruimte gecreëerd om het erf te ruimen. Voor het beeld vanaf de openbare weg zal dit geen grote impact hebben. Dat deel van het erf is namelijk voorzien van een groene randbeplanting waardoor de sheds aan het oog worden onttrokken. Er wordt in de beoogde situatie een loods, een waterbassin, een tunnelkas en containervelden toegevoegd. De loods wordt in dezelfde richting als de bedrijfswoning (gelegen aan de voorzijde van het perceel) gesitueerd. De bebouwing zal aansluiten, qua maatvoering, aan de regels uit het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied’. Landschap De bestaande landschappelijke inpassing bestaat op dit moment vooral uit (slecht onderhouden) opgaande beplanting rond een gedeelte van het erf. De nieuwe activiteiten vragen om een beter landschappelijke inpassing van het totale perceel. Beplanting Het sortiment van de groensingel (groenstrook 1) en de struweel (groenstrook 2) is inheems. Groenstrook 1 is 10 tot 12 m breed en kent een onderlinge plantafstand van 1,5 m. De groenstrook bestaat uit 6 rijen bosplantsoen. Bomen en heesters worden willekeurig door elkaar geplant waardoor de singel goed dicht zal groeien.

Voor groenstrook 2 worden 3 rijen bosplantsoen aangelegd met een plantafstand van 1,0 m. De breedte van de struweel is ca. 3,0 m. De struweelhaag langs de Nieuwe weg is niet in eigendom en beheer van initiatiefnemers. Er is geen garantie dat dit struweel in de toekomst kan blijven bestaan. Op de strook naast de sloot, die in eigendom is van initiatiefnemers, wordt een beukenhaag gerealiseerd. Om onderhoud aan de sloot te kunnen uitvoeren is een struweel hier niet mogelijk. Wanneer de struweelhaag langs de Nieuwe weg wordt verwijderd zullen initiatiefnemers de beukenhaag op de strook naast de sloot (in eigendom van initiatiefnemers) uitbreiden tot struweel van ca. 5,0 m breed. De sloot kan dan immers vanuit de andere zijde onderhouden worden. In de figuur op de volgende pagina is de landschappelijke inpassing van het plangebied weergegeven.

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

7

Figuur 2.3.3: landschappelijke inpassing plangebied Nieuwe weg 3 Nieuwerkerk.

Regels Het landschappelijke inpassingsplan is als bijlage bij de regels opgenomen. De inpassing is verder in de vorm van een voorwaardelijke verplichting in de regels opgenomen met een daaraan gekoppelde aanleg- en instandhoudingsverplichting. Beheer Het kappen en/of snoeien van bomen en struiken tijdens het broedseizoen, is in strijd met de Wet Natuurbescherming zodra er daadwerkelijk een vogel broedt in de betreffende boom of struik. Dit broedseizoen loopt over het algemeen van maart tot augustus, maar ook buiten deze periode kunnen snoei- en kapwerkzaamheden in strijd zijn met de Wet Natuurbescherming. Bijvoorbeeld wanneer er een jaarrond beschermd nest aanwezig is of een vogel broedt buiten het broedseizoen. Belangrijk is dan ook om altijd voorafgaand aan de werkzaamheden te controleren of eerdergenoemde situaties niet aan de orde zijn. De brede groenstrook bestaande uit heesters en boomvormers dient één keer per 4 tot 5 jaar in het vroege voorjaar gesnoeid te worden. De heesters dienen na een aantal jaren verjongd te worden. Dat betekent dat de heesters tot vlak boven de grond worden afgezaagd. Daardoor krijgen de planten nieuwe takken. Dat voorkomt dat de planten verouderen en dat de planten te hoog en te breed worden. Om het beeld van een brede groenstrook te behouden word circa 50% van de heester per snoeibeurt teruggezet.

Jaarrond is begeleidingssnoei van de heesters en boomvormers toegestaan in het geval van overhangende takken of gevaarlijke/hinderlijke situaties. Het struweel en de heestergroepen bestaande uit heesters en boomvormers dient één keer per 4 tot 5 jaar in het vroege voorjaar gesnoeid te worden. De heesters en boomvormers dienen na een aantal jaren verjongd te worden. Dat betekent dat de heesters en boomvormers tot vlak boven de grond worden afgezaagd. Daardoor krijgen de planten nieuwe takken. Dat voorkomt dat de planten verouderen en dat de planten te hoog en te breed worden. Om het beeld van een brede groenstrook te behouden word circa 50% van het groen per snoeibeurt teruggezet. Jaarrond is begeleidingssnoei toegestaan in het geval van overhangende takken of gevaarlijke/hinderlijke situaties. Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

8

Het is aan te bevelen de hagen de eerste jaren na aanplant tweemaal per jaar te snoeien, waarvan de eerste keer vóór 21 juni en de tweede keer rond oktober. Door deze frequentie en vroege snoei heeft de haag in het voorjaar nog de mogelijkheid nieuwe loten te vormen en stimuleert de frequente snoei de verdichting van de haag. Na enkele jaren heeft het de voorkeur om slechts één keer per jaar de haag in het vroege voorjaar te snoeien. Jaarlijkse snoei garandeert het behoud van de vorm van de haag en stimuleert verdichting. Snoeiwerkzaamheden dienen vermeden te worden tijdens felle zon en nachtvorst om schade aan de haag te voorkomen. Tijdens de eerste jaren dienen jaarlijks ongewenste (kruidachtige) planten tussen het plantgoed verwijderd te worden d.m.v. het uittrekken of schoffelen om verdrukking van de jonge aanplant te voorkomen. Na enkele groeiseizoenen heeft het plantgoed voldoende concurrentiekracht en is het risico op verdrukking beperkt.

2.4

Toetsing initiatief

In de beoogde situatie worden containervelden buiten het bouwvlak gerealiseerd. In het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied’ van de gemeente Schouwen-Duiveland zijn voorwaarden opgenomen ten behoeve van het gebruik van gronden als containervelden, gelegen buiten het bouwvlak (artikel 3.5.5): a. Het containerveld heeft een oppervlakte van ten hoogste 1 ha; Het containerveld dat buiten het bouwvlak is gesitueerd heeft een oppervlakte van ca. 2.000 m2. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. b. Het containerveld is gelegen aansluitend op een bouwvlak of bouwstede; Het containerveld wordt aansluitend aan het beoogde bouwvlak gerealiseerd. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. c. De ontheffing leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelmogelijkheden van naastgelegen percelen; Naastgelegen percelen betreffen agrarische percelen. Er worden geen gebouwen gerealiseerd. Uit paragraaf 4.2 van deze bestemmingsplanwijziging blijkt dat er door realisatie van containervelden geen belemmering bestaat voor de directe omgeving. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. d. Voorzien wordt in een afschermende landschappelijke inpassing die bestaat uit een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten, met een breedte van ten minste 5 m; Er wordt een afschermende groenstrook aangelegd van ca. 5 m breed.

Op de strook naast de sloot, die in eigendom is van initiatiefnemers, wordt een beukenhaag gerealiseerd. Om onderhoud aan de sloot te kunnen uitvoeren is een struweel hier niet mogelijk. Wanneer de struweelhaag langs de Nieuwe weg wordt verwijderd zullen initiatiefnemers de beukenhaag op de strook naast de sloot (in eigendom van initiatiefnemers) uitbreiden tot struweel van ca. 5,0 m breed. De sloot kan dan immers vanuit de andere zijde onderhouden worden. Zie tevens landschappelijke inpassing in paragraaf 2.3 van deze bestemmingsplanwijziging. e. Ontheffing wordt slechts verleend als een privaatrechtelijke overeenkomst is gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing. Er wordt een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten over de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassen, zie artikel 3.4.1 van de regels. Er wordt voldaan aan deze voorwaarde. Geconcludeerd kan worden dat er geen belemmeringen zijn om containervelden buiten het bouwvlak te realiseren. Op de verbeelding kan ter plaatse de aanduiding ‘containervelden’ toegekend worden. Bouwvlak De bouw van de nieuwe loods, twee tunnelkassen en waterbassin past niet binnen het vigerend bouwvlak. Derhalve bestaat de wens om het bouwvlak te vervormen. Deze ontwikkeling wordt voorzien aan de westelijke zijde van het perceel.

Binnen het bouwvlak is realisatie van een loods, tunnelkassen (boog- en gaaskassen) en een waterbassin toegestaan. De enkelbestemming ‘Agrarisch’ blijft op het gehele perceel van toepassing. De functieaanduiding ‘intensieve veehouderij’ komt te vervallen. Hiermee wordt voorkomen dat een intensieve veehouderij uitgeoefend kan worden. Het vigerende bouwvlak heeft een oppervlakte van ca. 10.800 m2. Het nieuwe bouwvlak heeft tevens een oppervlakte van ca. 10.800 m 2. Het nieuwe bouwvlak is opgenomen op de verbeelding als juridisch bindend onderdeel van dit bestemmingsplan. Burgemeester en wethouders kunnen het bestemmingsplan wijzigen door de vorm van bouwvlakken te veranderen, voor zover zonder verandering van het bouwvlak de bebouwing ten behoeve van de – voor dat bouwvlak geldende – bestemming niet of niet goed zou kunnen worden gerealiseerd. De vervorming van het Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

9

bouwvlak en het realiseren van de loods, twee tunnelkassen en waterbassin doet geen afbreuk aan de bescherming of de veiligstelling van de aanwezige archeologische waarden. NED Perceel nummer 663 is ontstaan na splitsing van voormalig perceel 224. Als gevolg van deze splitsing is een deel van het aanwezige agrarisch bouwvlak en de NED buiten het eigendom van initiatiefnemers komen te liggen. Derhalve wordt de aanduiding ‘NED’ tevens vervormt waarbij de oppervlakte (ca. 10.800 m2) gelijk blijft.

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

10

3

Beleid

3.1

Nationaal beleid

Onderhavig planvoornemen dient te worden getoetst aan het rijksbeleid. Hiernavolgend komen de Nationale Omgevingsvisie en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening aan de orde.

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is de structuurvisie ‘Nationale Omgevingsvisie (NOVI)’ vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhangen moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen.

Enkele voorbeelden hiervan zijn:  Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving;  Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving;  Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte;  Waarborgen en realiseren van een veilig, robuust en duurzaam mobiliteits-systeem;  Waarborgen van een goede waterkwaliteit, duurzame drinkwatervoorziening en voldoende beschikbaarheid van zoetwater;  Verbeteren en beschermen van biodiversiteit;  Behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang.;  Ontwikkelen van een duurzame landbouw voor voedsel en agroproductie. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een Omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, naar verwachting op 1 januari 2023, zal deze Omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. De NOVI bevat hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren beleid.

Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving wordt opgenomen in de NOVI. Het gaat om strategisch beleid, omdat de NOVI een visie is en de hoofdzaken van het voor de fysieke leefomgeving te voeren beleid bevat (artikel 3.2 Omgevingswet). Omdat de NOVI in werking treedt voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet, neemt de NOVI tal van (bestaande) beleidsdocumenten over of vervangt deze (deels), op strategisch niveau. De Memorie van Toelichting (MvT) bij de Omgevingswet verwijst naar zogenoemde strategische delen:  Het instrument (Omgevingsvisie red.) komt in de plaats van de gebieds-dekkende structuurvisies, de relevante delen van de natuurvisie, verkeers- en vervoersplannen, strategische gedeelten van nationale en provinciale waterplannen en milieubeleidsplannen. Vanaf invoering van de Omgevingswet geldt:  Bestaande sectorale planfiguren op provinciaal of rijksniveau, die in mindere of meerdere mate dezelfde functie kennen, gaan op in de Omgevingsvisie. Het gaat dan om het milieubeleidsplan, het

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

11

  

strategische gedeelte van het waterplan, het verkeers- en vervoersplan, de structuurvisie en delen van het natuurbeleidsplan; Met de introductie van de Omgevingsvisie verdwijnen de (strategische delen van) huidige sectorale plannen (de structuurvisie, het milieubeleidsplan, het verkeers- en vervoersplan en het waterplan); Voor wat betreft het bereik van deze bepaling geldt dat de meer strategische gedeelten van de natuurvisie en de voorheen op grond van de Wro sectoraal ingedeelde structuurvisies, zoals de structuurvisie ondergrond, een plaats zullen krijgen in de Omgevingsvisie; De strategische delen uit het Nationaal Waterplan op grond van de Waterwet gaan op in de NOVI.

Verplichte plannen en de NOVI ‘Verplichte plannen’ zijn plannen waarvan de noodzaak tot opstellen is vastgelegd in de formele wetten. De strategisch relevante delen uit de verplichte plannen onder het huidige, bestaande recht, die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, staan in de NOVI (zoals ook genoemd in de MvT op de Omgevingswet). Tegelijk blijven deze delen onderdeel van de (voor inwerkingtreding van de Omgevingswet tot stand gekomen) verplichte plannen, die – tenzij anders aangegeven in de NOVI – onverkort gelden. Uiteraard worden deze verplichte plannen gelezen in het licht van de inwerking getreden NOVI, dat zijn: 1. Rijksnatuurvisie 2014 De Rijksnatuurvisie gaat wat betreft de strategische ruimtelijke aspecten in de NOVI, maar blijft in stand wat betreft de beleidsmatige aandacht voor de maatschappelijke waarde van natuur en biodiversiteit. 2. Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 De strategische delen van het nationale waterbeleid (zoals opgenomen in het NWP 2016-2021) en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid vormen ook onderdeel van de NOVI. Het NWP blijft, na het inwerking treden van de NOVI, van kracht tot inwerkingtreding van de Omgevingswet. De strategische delen van het nationale waterbeleid en de daartoe behorende aspecten van het nationale ruimtelijke beleid zijn dan echter ook te vinden in de NOVI.

De juridische status van het NWP is na de inwerkingtreding van de Omgevingswet die van programma onder de Omgevingswet. 3. Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) incl. bijlage 6, Essentiële onderdelen Nota Mobiliteit De SVIR (beleid) gaat op in de NOVI. De uitwerking ervan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn opgenomen in het Besluit kwaliteit leefomgeving (BKL). Het BKL wordt van kracht zodra de Omgevingswet in werking treedt. Het BKL wordt dus uitwerking in regelgeving van het beleid dat in de NOVI staat. 4. Nationaal Milieubeleidsplan 4 (NMP) Het Nationaal Milieubeleidsplan 4 gaat wat betreft de strategische ruimtelijke aspecten op in de NOVI; het blijft in stand voor de strategische niet-ruimtelijke aspecten. Omdat alleen de hoofdlijnen van het strategisch milieubeleid in de NOVI zijn opgenomen, is de concretisering en uitwerking (het nietstrategische beleid), te vinden in andere bestaande (milieu)beleidsdocumenten die vanaf het NMP zijn verschenen. Deze bestaande beleidsdocumenten (met en zonder wettelijke grondslag) blijven gelden na inwerkingtreding van de Omgevingswet. Er wordt gestuurd op 4 prioriteiten: 1. Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit; 2. Ruimte voor overgang naar een circulaire economie; 3. Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden; 4.

Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen (bijv. kringlooplandbouw). Los van enkele gebieden waar grote en urgente ruimtelijk-fysieke opgaven uit het NOVI samenkomen, die via een meerjarige en vernieuwde aanpak van het Rijk specifieke aandacht krijgen, is het NOVI met name ook gericht op een doorvertaling naar een regionale aanpak van de agenda en programma’s. Onderhavig planvoornemen raakt geen belang op nationaal niveau, waardoor het NOVI geen belemmering vormt voor onderhavig planvoornemen. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

In de realisatieparagraaf van de SVIR zijn per nationaal belang de instrumenten uitgewerkt die hiervoor worden ingezet. Eén van de belangrijkste instrumenten is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), waarvan een gedeeltelijk gelijktijdig met de SVIR in werking is getreden. In het Barro zijn de regels opgenomen ter bescherming van nationale belangen. De regels van het Barro moeten in acht worden genomen bij het opstellen van provinciale ruimtelijke verordeningen, bestemmingsplannen en ruimtelijke onderbouwingen. Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

12

In het Barro zijn onder meer rijks-vaarwegen, hoofdwegen en hoofdspoorwegen, buisleidingen, primaire waterkeringen, erfgoederen, kustfundamenten en diverse concrete nationale ruimtelijke projecten aangewezen als nationaal belang. Ter bescherming van deze belangen zijn reserveringsgebieden, begrenzingen en vrijwaringszones opgenomen. In het besluit is aangegeven op welke wijze bestemmingsplannen voor deze gebieden moeten zijn ingericht. Indien vigerende bestemmingsplannen niet voldoen aan het Barro, dan moeten deze binnen drie jaar na inwerkingtreding van het besluit zijn aangepast. Onderhavig plangebied ligt niet in een reserveringsgebied of vrijwaringszone. Het Barro vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig planvoornemen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Zeeuwse Omgevingsvisie (Omgevingsvisie Zeeland)

Op 12 november 2021 hebben gedeputeerde staten van Zeeland de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. Op 1 januari 2024 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. In de Omgevingswet worden alle bestaande wetten die te maken hebben op de fysieke leefomgeving samengevoegd. In de Zeeuwse Omgevingsvisie legt de Provincie Zeeland al haar doelen en ambities voor de lange termijn vast. In de Omgevingsvisie worden verschillende onderwerpen benoemd. Denk daarbij aan wonen, landbouw en circulaire economie, maar bijvoorbeeld ook cultureel erfgoed, recreatie en leefbaarheid. Het uitgangspunt van de provincie voor de Omgevingsvisie is dat beleid en regels die hun waarde hebben bewezen, alleen worden gewijzigd als er betere alternatieven zijn. De Provinciale Omgevingsverordening 2018 is daarom hierbij als uitgangspunt genomen. Verder bestaat de visie uit twee delen: deel A en deel B. In Deel A staan de strategische doelen voor de periode tot 2050 onderverdeeld in vier centrale ambities verwoord. De uitdagingen en ambities voor Zeeland, alsmede de Zeeuwse kernkwaliteiten worden daarin beschreven en geven richting aan de beleidsdoelstellingen en acties voorde kortere termijn (tot 2030). In Deel B wordt het beleid voor de periode tot 2030 vormgegeven.

Dit beleid is onderverdeeld in doelen voor 2030, de huidige situatie, acties voor de periode tot 2030 én afwegingsfactoren voor de uitvoering. Er zijn 27 thema’s (bouwstenen) uitgewerkt die samen met onze omgeving geselecteerd zijn. Bij deze thema’s is het beleid voor de komende 10 jaar weergegeven. Deel A De uitdagingen voor Zeeland bestaan voornamelijk uit de klimaatverandering, stijging van de zeespiegel, afname van biodiversiteit, andere bevolkingssamenstelling door vergrijzing. Deels is het de uitdaging te behouden wat er is, deels is het de uitdaging in te spelen op de ontwikkelingen die komen gaan. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden en tegelijkertijd te werken aan brede welvaart, beschrijft de Zeeuwse Omgevingsvisie vier Zeeuwse Ambities voor 2050. Deze ambities betreffen: 1. uitstekend wonen en werken in Zeeland; 2. balans in grote wateren en het landelijk gebied; 3. een duurzame en innovatieve economie; 4. een klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Deel B In deel B staat per thema aangegeven welke instrumenten worden ingezet om de doelen tot 2030 te bereiken. Gezien de grootte en de complexiteit van de uitdagingen, zijn de ambities echter alleen te halen als iedereen de keuze maakt die zoveel mogelijk bijdraagt aan deze ambities. Hiervoor zijn afwegingsfactoren beschreven en wordt een ‘beste keuze hulp’ gemaakt.

De afwegingsfactoren sluiten aan op het NOVI van het Rijk en verwijzen onder meer naar de Zeeuwse kernkwaliteiten. Deze zijn vertaald naar vier afwegingsfactoren voor Zeeland: 1. Doe meer met minder grond; 2. Werk samen en deel kosten en baten; 3. Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten; 4. Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

13

Kernkwaliteiten zijn herkenbare, fysieke kenmerken. De Zeeuwse kernkwaliteiten betreffen: - genieten en opladen; - waarderen en beschermen van het landschap; - verbondenheid met de historie; - passende werkgelegenheid en ontwikkelingsmogelijkheden voor iedereen. In de visie zijn ambities en doelstellingen benoemd welke relevant zijn voor dit bestemmingsplan. De ambitie is om in 2050 te komen tot een innovatieve, circulaire economie, waarbij het bedrijfsleven werk op maat biedt en inspeelt op actuele ontwikkelingen. De infrastructuur is modern en betrouwbaar en biedt ruimte aan CO2neutraal vervoer via verschillende modaliteiten. De haven- en industriegebieden bieden plaats aan clusters van bedrijven en elders heeft een concentratie van bedrijventerreinen plaatsgevonden. Dit geeft bedrijven de ruimte om te ondernemen. Het doel is voor bedrijventerreinen te komen tot zorgvuldig ruimtegebruik, een functionele en aantrekkelijke inrichting, waarbij duurzaamheid het uitgangspunt is. In milieutechnisch opzicht is er sprake van verbetering; de intensieve veehouderij verdwijnt wat betekent een reductie van ammoniak-, geur- en fijnstofemissie in de omgeving van de locatie. Ook ruimtelijk gezien leidt het planvoornemen tot kwaliteitswinst door sanering van bebouwing en verharding.

Op termijn kunnen nevenactiviteiten een bijdrage leveren aan de toeristisch-recreatieve mogelijkheden in en van het gebied. Herbestemming naar een grondgebonden agrarisch bedrijf (transitie naar volhoudbare landbouw) levert tevens een bijdrage aan het leefbaar houden van het landelijk gebied en de (kern)voorzieningen van het nabijgelegen Nieuwerkerk. Het planvoornemen sluit aan bij de zeeuwse omgevingsvisie en vormt dan ook geen belemmering. 3.2.2

Provinciale omgevingsverordening Zeeland 2018

De hoofddoelstellingen van het omgevingsplan zijn juridisch vormgegeven in de Provinciale Omgevingsverordening. Deze is vastgesteld op 21 september 2018. In het kader van de normerende rol van de provincie wordt de Omgevingsverordening ingezet op die onderwerpen waarvan de provincie eraan hecht dat doorwerking van het beleid van het Omgevingsplan juridisch geborgd is. Er wordt niet meer geregeld dan nodig is voor het belang zoals dat in het Omgevingsplan is verwoord. De Omgevingsverordening voorziet ten opzichte van het Omgevingsplan dus niet in nieuw beleid. De inzet van de verordening beperkt zich tot die onderdelen van het beleid waarvoor de inzet van algemene regels noodzakelijk is om provinciale belangen veilig te stellen of noodzakelijk is om uitvoering te geven aan wettelijke verplichtingen. Wat elders geregeld is wordt niet nog eens geregeld in deze verordening om extra regeldruk te voorkomen. Het uitgangspunt 'decentraal wat kan, centraal wat moet' is toegepast bij de flexibiliteitsbepalingen in deze verordening. Waar mogelijk zijn afwijkmogelijkheden toegepast in plaats van ontheffingsbepalingen. Om te voorkomen dat procedures nodeloos ingewikkeld worden, is afgezien van de mogelijkheid om rechtstreeks werkende bepalingen op te nemen.

Artikel 4.1 lid 3 van de Wet ruimtelijke ordening biedt die mogelijkheid in de vorm van regels die moeten voorkomen dat in de verordening begrepen gronden of bouwwerken minder geschikt worden voor de verwezenlijking van het doel van de verordening zolang geen bestemmingsplan of beheersverordening in werking is getreden die is aangepast op de inhoud van deze verordening. Er is dus geen sprake van rechtstreeks werkende bepalingen waaraan bouwaanvragen getoetst zouden moeten worden zolang bestemmingsplannen niet zijn aangepast. Status van de Omgevingsverordening De Omgevingsverordening richt zich – net als het Omgevingsplan – op de fysieke leefomgeving in de Provincie Zeeland. Dit betekent dat vrijwel alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen zijn in de Omgevingsverordening. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. De Omgevingsverordening Zeeland 2018 heeft de status van: - Ruimtelijke verordening in de zin van artikel 4.1.

Wet ruimtelijke ordening; - Milieuverordening in de zin van artikel 1.2 Wet milieubeheer; - Waterverordening in de zin van artikel 2.4 van de Waterwet en artikel 2 Scheepvaartsverkeerwet; - Wegenverordening in de zin van artikel 57 van de Wegenwet en artikel 2A van de Wegenverkeerswet 1994; - Verordening Wet natuurbescherming Zeeland in de zin van de Wet natuurbescherming; - Distelverordening in de zin van artikel 145 en 150 Provinciewet; Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

14

-

Landschapsverordening in de zin van artikel 145 Provinciewet; Ontgrondingenverordening in de zin van artikel 5, lid 2 en artikel 7, lid 2 Ontgrondingenwet.

Opbouw van de Omgevingsverordening De Omgevingsverordening is onderverdeeld in de navolgende hoofdstukken: - Hoofdstuk 1 Algemeen. In dit hoofdstuk staan enkele bepalingen die op het totaal van de Omgevingsverordening van toepassing zijn; - Hoofdstuk 2 Ruimte. In dit hoofdstuk is de ruimtelijke verordening te vinden die zich richt tot gemeenteraden en instructies bevat over de inhoud van en de toelichting op bestemmingsplannen. Hiermee wordt gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de Wro biedt in artikel 4.1. Hier wordt nog eens expliciet vermeld dat de ruimtelijke verordening geen direct werkende bepalingen bevat. Verder wordt ter voorkoming van misverstanden duidelijk gemaakt dat de instructies in hoofdstuk 2 niet alleen gelden voor bestemmingsplannen, maar bijvoorbeeld ook voor beheersverordeningen en uitvoeringsbesluiten; - Hoofdstuk 3 Milieu. In dit hoofdstuk is de milieuverordening te vinden die zich richt tot gemeenten, burgers, bedrijven en instellingen. Met dit onderdeel wordt invulling gegeven aan verplichtingen opgrond van de Wet milieubeheer. In dit hoofdstuk zijn onder andere regels opgenomen met betrekking tot gesloten stortplaatsen, onderwater flora en fauna, varend ontgassen, het voorkomen en beperking van geluidhinder, grondwaterbescherming met het oog op de waterwinning en bodemsanering; - Hoofdstuk 4 Water. Dit hoofdstuk betreft de Waterverordening.

In dit hoofdstuk zijn regels opgenomen die zich vooral richten tot het waterschap als functioneel bestuur en operationeel waterbeheerder van oppervlaktewateren in Zeeland die niet in beheer zijn bij het Rijk. Daaronder normen met betrekking tot het voorkomen en beperken van wateroverlast en regionale waterkeringen en regels die betrekking hebbenop het beheer van grondwater. Met dit onderdeel wordt voldaan aan de verplichtingen van de Waterwet; - Hoofdstuk 5 Wegen en vaarwegen. Dit hoofdstuk heeft betrekking op de aansluiting op en het gebruik van provinciale (vaar)wegen en is gericht op gebruikers van (vaar) wegen en aanwonenden; - Hoofdstuk 6 Natuur. Dit hoofdstuk geeft invulling van bevoegdheden die de provincie heeft op het gebied van natuurbescherming; - Hoofdstuk 7 Distelbeheer. Dit hoofdstuk richt zich vooral op gebruikers, eigenaren, of andere zakelijk gerechtigden van landbouwgronden en een strook van 30 meter daaraan grenzend; - Hoofdstuk 8 Landschapsbescherming. Dit hoofdstuk richt zich tot gemeenten, burgers, bedrijven en instellingen en bevat verboden voor het plaatsen van borden, vlaggen en andere (reclame)uitingen om het Zeeuwse landschap te beschermen; - Hoofdstuk 9 Ontgrondingen. Dit hoofdstuk richt zich tot een ieder die de bodem gaat afgraven en verlagen en bevat vrijstellingsbepalingen en procedurele bepalingen; - Overige hoofdstukken.

De overige hoofdstukken bevatten procedurele bepalingen en inwerkingtredingsbepalingen. Hoofdstuk 10 gaat over toezicht en strafbepaling, in hoofdstuk 11 staan overgangs- en slotbepalingen. Nieuwe Omgevingsverordening Zeeland Provinciale Staten moeten op grond van de Omgevingswet één omgevingsverordening vaststellen, waarin alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving zijn opgenomen. De invulling hiervan is de Omgevingsverordening Zeeland. Provinciale Staten hebben de Omgevingsverordening op 7 oktober 2022 vastgesteld. Inhoudelijk wijkt de nieuwe verordening nagenoeg niet af van de bestaande verordening uit 2018, die overigens blijft gelden tot het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet. In hoofdstuk 3 en 4 zijn onderwerpen verwerkt die betrekking hebben op het provinciale beleid in relatie tot het plangebied. Er zijn geen specifieke punten te noemen die expliciet aandacht vragen of een belemmerende werking hebben voor de actualisatie van dit bestemmingsplan.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Structuurvisie Buitengebied (2009)

In de Structuurvisie Buitengebied vastgesteld in maart 2009, zijn de ambities van de gemeente SchouwenDuiveland ten aanzien van de ruimtelijke ordening van het buitengebied vastgelegd. De structuurvisie is een doorvertaling van de Ruimtelijke en Strategische visie uit september 2007. Deze visie geeft invulling aan de Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

15

ontwikkelruimte die de Nota Ruimte en het Omgevingsplan bieden. In de visie wordt geconstateerd dat de maatschappelijke betekenis van het buitengebied op Schouwen-Duiveland, parallel aan de algehele ontwikkelingen in Nederland, sterk aan het veranderen is. Van een gebied dat alleen in gebruik was bij de landbouw is het buitengebied uitgegroeid tot een multifunctioneel gebied waar gewerkt, gewoond en gerecreëerd wordt. Met betrekking tot al deze functies spelen tal van ontwikkelingen die vragen om een daarop afgestemd beleid. Doel van het beleid is de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van het buitengebied duurzaam te versterken en te borgen en economische ontwikkelingen te stimuleren, ontwikkelen met kwaliteit. In de structuurvisie is het buitengebied ingedeeld in diverse delen. Onderhavig plangebied is gelegen in het “agrarische hart” van het eiland. Hoofdstuk 3 Om economisch goed te ontwikkelen is het nodig dat grondgebonden landbouw ruime ontwikkelingsmogelijkheden krijgt zodat er op bedrijfsniveau optimale vrijheid ontstaat om de ontwikkelingskoers voor het bedrijf te bepalen. De individuele ondernemer bepaalt vervolgens welke koers het best bij zijn of haar bedrijf past. Dit betekent dat er voldoende mogelijkheden worden geboden om gebouwen en teeltondersteunende voorzieningen te realiseren, zowel op de erven als daarbuiten (onder voorwaarden).

Hierbij gelden geen beperkingen voor het agrarisch grondgebruik (vrije teeltkeuze). Tevens zijn er geen belemmeringen om de externe productieomstandigheden op bedrijsniveau aan te passen. Daarnaast worden ruime mogelijkheden gecreëerd voor nevenactiviteiten op functionerende agrarische bedrijven en voor vervolgfuncties op voormalige beëindigde bedrijven (recreatieve, zorg en niet-agrarische functies, energieproductie, natuur- en landschapsbeheer en wonen). Een grondgebonden agrarische ontwikkelingsrichting is een belangrijke waarborg voor behoud van de bestaande landschappelijke waarden. De ontwikkelingsmogelijkheden moeten echter worden afgestemd op het landschap. Daar hoort een goede landschappelijke inpassing van de erven en van bouwwerken en voorzieningen buiten de erven bij. In beginsel wordt uitgegaan van een strook van 10 meter. Er wordt ca. 2.400 m 2 aan (bedrijfs-) bebouwing en verharding gesaneerd. Er worden teeltondersteunende voorzieningen gerealiseerd. Er is dan ook sprake van een ruimtelijke meerwaarde voor de omgeving. Door het beëindigen van de intensieve veehouderij worden emissies van ammoniak, geur en fijnstof gereduceerd in de omgeving van de locatie dat ten goede komt aan de gezondheid in het landelijk gebied. Voorgenomen ontwikkeling levert een kwaliteitswinst voor de omgeving.

In het landschappelijk inpassingsplan is rekening gehouden met inpassing van de ontwikkeling in het landschap. Er wordt een groene sfeer gecreëerd wat een positieve uitwerking heeft op de uitstraling van het buitengebied. De omgeving kenmerkt zich door agrarische gronden met een enkel agrarisch grondgebonden bedrijf en enkele woningen. Op termijn kunnen nevenactiviteiten een bijdrage leveren aan de toeristisch-recreatieve mogelijkheden in en van het gebied. Het plan past binnen de structuurvisie van de gemeente. 3.3.2

Overig relevant gemeentelijk beleid

3.3.2.1

Strategische Visie 'Tij van de Toekomst' (2011)

De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2011 de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst' vastgesteld. In de visie is opgenomen hoe de gemeente Schouwen-Duiveland er in 2040 uit zou moeten zien. In de strategische visie staat de volgende ambitie centraal: 'In 2040 kent vakantie-eiland Schouwen-Duiveland een toonaangevende watereconomie die de duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten'. In de visie zijn de drie strategische doelen 'werken', 'wonen' en 'verblijven' uitgewerkt. Hierna zijn de strategische doelen met bijbehorende ambities voor 2040 beschreven. Werken - De economie van Schouwen-Duiveland is sterk water gerelateerd; - Landbouw en aquacultuur zijn geïnnoveerd en verweven met andere functies; - Kleinschalige bedrijvigheid floreert, optimaal gestimuleerd en gefaciliteerd; - Vraag en aanbod van de arbeidsmarkt zijn in balans; - Schouwen-Duiveland is krachtig gepositioneerd als toonaangevend in water en veelzijdig vakantieeiland. Wonen - De gemeente heeft een kwalitatief goed en realistisch voorzieningenniveau; - In de gemeente wordt prettig en naar behoefte gewoond; - De leefbaarheid en sociale samenhang in de kernen is groot. Inwoners zijn actief en betrokken; - Er is een goed en betaalbaar aanbod van zorg en welzijn dat vraag gestuurd tot stand komt. Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

16

Verblijven - De bijzondere kwaliteiten (water, natuur, cultuur) maken Schouwen-Duiveland tot een aantrekkelijk vakantie-eiland; - Het eiland Schouwen-Duiveland heeft een krachtig en duidelijk herkenbare toeristische hoofdstructuur. We benutten de daaraan verbonden potenties; - De kwaliteit en diversiteit van de toeristische sector is groot. We maken gebruik van de unieke mogelijkheden die het water biedt; - Schouwen-Duiveland is een aantrekkelijk vakantie-eiland door de bloeiende watersport en de vele water gerelateerde activiteiten en evenementen. Ten aanzien van het strategische doel ‘Werken’ wordt landbouw en aquacultuur geïnnoveerd en verweven met andere functies. Er wordt ingezet op een diversiteit aan nieuwe economische dragers in combinatie met agrarisch bedrijvigheid (buitengebied in beweging). Het planvoornemen past binnen dit toekomstdoel. 3.3.2.2

Milieubeleidsplan Schouwen-Duiveland

Het milieubeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland is vastgelegd in het milieubeleidsplan. Dit plan beschrijft welke milieudoelen binnen welke periode moeten worden bereikt en op welke manier. Het beleid wordt besproken en vastgelegd in een aantal modules die elk een apart milieuthema behandelen. Elk onderwerp wordt modulair behandeld en bij elk onderwerp is aandacht voor visie, doelstellingen en uitvoering. Hierna worden de belangrijkste aandachtspunten uit de diverse modules genoemd. Module Geluid en Stilte (2008) Schouwen-Duiveland is niet of nauwelijks bekend met het fenomeen geluidhinder. Toch zijn er gebieden op het eiland waar het nodige geluid wordt geproduceerd, zoals recreatiegebieden en langs hoofdwegen. De gemeente wil voorkomen dat de geluidsruimte die er is, gestaag dichtslibt. Het doel is om ook voor de toekomst een veilig, ruim en rustig werk- en leefklimaat te behouden, en waar nodig te versterken. Daarbij moet tevens ruimte zijn voor economische ontwikkeling. Met het geluidbeleid richt de gemeente zich onder andere op de onderwerpen: rust en stilte, ecologische situatie, evenementen en verkeer. Zo komen er geen nieuwe geluidgevoelige bestemmingen op geluidbelastende locaties. Module Licht en Duisternis (2009) Op Schouwen-Duiveland is nog echte duisternis te ervaren. Mensen, dieren en planten varen wel bij een goede balans tussen licht en donker.

Deze kwaliteit dient te worden gewaarborgd, want hij staat onder druk. Duisternis is te behouden door een viertal instrumenten toe te passen; preventie (niet verlichten), duurzaam verlichten (milieubewuster), gericht verlichten en bewust verlichten. Het duisternisbeleid richt zich op openbare verlichting, verlichting bij bedrijven en terreinverlichting. Module Energie en Klimaat (2009) De uitstoot van fossiele brandstoffen versterkt het natuurlijke broeikaseffect, waardoor het op aarde steeds warmer wordt en het klimaat veranderd. De gemeente Schouwen-Duiveland streeft naar een ruimtelijke inrichting waarmee het eiland klimaatbestendig en energieneutraal wordt. Dat kan op twee manieren: - de klimaatbestendige aanpak. Dit houdt in dat er bij het bestemmen, inrichten en beheren van gebieden nadrukkelijk en telkens weer rekening gehouden moet worden met drie kernkarakteristieken: de weerstand, de veerkracht en het aanpassingsvermogen van gebieden; - broeikasreductie. Dit is te bereiken door energie te besparen en de energievraag te beperken, als dat mogelijk is duurzame energiebronnen te benutten en het zo efficiënt mogelijk gebruiken van fossiele brandstoffen, indien niet anders kan. Bij de aanpak staan verduurzaming en energiezuinigheid voorop.

De gemeente richt zich op onder andere de volgende sectoren: - gebouwen: hanteren van een 10% strengere EPC norm en het energiezuinig ontwerpen van gebouwen. Voor gemeentelijke gebouwen geldt een 20% strengere EPC norm; - opzetten van een energiemanagementsysteem voor gemeentelijke gebouwen; - verkeer en vervoer: stimuleren van gebruik van het openbaar vervoer en de fiets; - duurzame energie: kansen onderzoeken om energieneutraal te worden. Gebruik maken van deze kansen, zoals warmtekoude opslag; duurzame bedrijven: bij bedrijven en bedrijvigheid gaan voor duurzaamheid. (Energie)verspilling voorkomen.

Bestemmingsplan Nieuwe weg 3, Nieuwerkerk, gemeente Schouwen-Duiveland

17

Module Luchtkwaliteit (2008) De luchtkwaliteit op Schouwen-Duiveland is, zeker vergeleken met andere gebieden in Nederland, goed. Die bijzondere positie moet behouden blijven. Waar mogelijk moet er naar gestreefd worden om de luchtkwaliteit zelfs nog te verbeteren. Het verminderen van autoverkeer kan daarbij helpen. Autoverkeer is een belangrijke vervuilingsbron. De volgende instrumenten worden hiertoe gehanteerd: stimuleren van andere en schonere vervoerswijzen, een betere doorstroming van het verkeer en stimuleren van duurzame energie. In het uitvoeringsprogramma wordt met name genoemd dat het fietsverkeer gestimuleerd kan worden door de realisatie van extra fietspaden en goede fietsenstallingen. Module Bodem (2010) Iedere bodem heeft zijn kwaliteiten. Hier liggen kansen en knelpunten. Door in een vroeg stadium bij ruimtelijke ontwikkelingen deze in beeld te brengen, zijn knelpunten vroegtijdig in beeld en kunnen kansen optimaal benut worden, waardoor er optimaal recht wordt gedaan aan de aanwezige bodemkwaliteiten. Hierdoor worden ook toekomstige beheerskosten beter in beeld gebracht en kunnen ze deel uitmaken van de afwegingen die leiden tot het definitieve plan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13548914/1