2023 378 Bijlage 5b Stappenplan Malta final
Tekst van het document
7.1 Proefboring In november 2022 is er een proefboring uitgevoerd. Uit de proefboring komt naar voren dat er drie watervoerende pakketten op de locatie aanwezig zijn. De afzettingen van het eerste watervoerende pakket bestaan uit fijn tot matig grof zand waarbij sommige lagen sporen van klei en schelpen bevatten. De tweede watervoerende laag bestaat uit matig grof zand met verkitte klei en schelpengruis. De derde watervoerende laag bestaat voornamelijk uit schelphoudende afzettingen die door de boorkop zijn vergruisd. Hierdoor ontstaat een grillig patroon in deeltjesgrootte.
Maximaal haalbare debiet
Maximaal haalbare debiet voor de tweede watervoerende laag is 40 m3 per uur (15% onzekerheidsmarge) en voor de derde watervoerende laag is dit 60 m3 per uur.
Risico’s fijn zand en schelpengruis
Voor het bronfilter in het tweede watervoerende pakket zijn zowel de zandhoudendheid als de MFI waarde goedgekeurd, waardoor er geen risico’s worden verwacht tijdens de exploitatie. De bronnen in het derde watervoerende pakket geven ondanks het volledig ontwikkelen nog steeds veel zand.
Kans op bronverstopping
In zowel het ondiepe als wel het diepe bronfilter zijn chemische analyses uitgevoerd. De resultaten geven geen aanleiding om een vorm van chemische bronverstopping te verwachten. Wel zijn er risico’s bij de exploitatie van een bron in het derde watervoerende pakket. Dit door de hoge zandlevering, waardoor de bron omstorting verstopt kan raken door fijne deeltjes. Uit de proefboring blijkt dat de bodem geschikt is voor energieopslag. Wel is de bodemcapaciteit beperkt. Daarbij bestaat er een risico voor bronverstopping door zand.
33 van 58
7.2 Proefopstelling aquathermie Kaaskenswater Het Kaaskenswater ligt naast de ‘Ronde Weel’ waar in het verleden regelmatig sprake is geweest van stankoverlast als gevolg van uit de plas ontwijkend waterstofsulfide gas (rotte eieren geur). Om deze reden is er een bureaustudie uitgevoerd naar de waterkwaliteit van Kaaskenswater. De resultaten van het onderzoek laten zien dat in het Kaaskenswater de juiste condities aanwezig zijn voor een hoge productie van het giftige sulfide in de waterbodem. Omdat er sprake is van een stratificatie zal het sulfide vooral accumuleren in de zuurstofloze en zoutere waterlaag op een diepte van meer dan 2 meter. Alleen bij heel harde wind of storm zal het water tot dieper gemengd worden en zou er sulfide vanuit deze diepere waterlaag kunnen ontwijken naar de atmosfeer. Waterstofsulfide is al in een zeer lage concentratie te ruiken waardoor het al snel als hinderlijk kan worden ervaren. Ook zou er menging op kunnen treden wanneer de waterlaag in de winter sterk afkoelt. In navolging van het bureauonderzoek heeft het projectteam besloten om een proefopstelling voor een warmtentet op basis van aquathermie na te bootsen. Dit om te onderzoeken of een eventueel warmtenet op basis van aquathermie waarbij het water van Kaaskenswater als bron wordt gebruikt voor geuroverlast zou kunnen zorgen.
Uit de proef blijkt dat door het rondpompen (met 300 m3/h) van het oppervlaktewater in het Kaaskenswater veel geuroverlast ontstaat.
Ervaringen leerpunten 1. Technische risico’s zoals de geschiktheid van de bodem voor energieopslag en de geschiktheid van het water als bron voor aquathermie moet in een zo vroeg mogelijk stadium worden onderzocht. 2. Risico ontwikkelkosten; wie wordt risicodrager van de te maken ontwikkelingskosten op het moment dat er nog geen zicht is op een rendabele business case en draagvlak bij potentiële afnemers? 3. Betrek alle stakeholders bij het opstellen van de risicoanalyse.
34 van 58
Burgerparticipatie
35 van 58
8 Burgerparticipatie In het onderzoek Aquathermie Malta is de initiatiefase van het Buurtproces grofweg bewandeld. Tijdens het onderzoek is met name gewerkt aan het sociale vlak: informeren, betrekken en het creëren van bewustwording van de wijk. Het organisatorische deel is in beperkte mate aan de orde gekomen. Een en ander zal hierna worden toegelicht. Burgerparticipatie is benoemd als een prominent onderdeel om te komen tot kennismaking, vertrouwen en draagvlak voor een aquathermieproject. De reden hiervoor is dat zeggenschap, betrokkenheid en financiering van duurzame energie sterk ontwikkeld zijn in Zeeland, en het staat ook als zodanig verwoord in het projectplan11.
8.1 Aanpak: bewoners vanaf het prille begin betrekken Een uitgestippelde route voor wat betreft het invullen en vormgeven aan burgerparticipatie was bij aanvang van het onderzoek niet bekend. De insteek was met name om de bewoners vanaf het prille begin te betrekken in het onderzoek. Deze insteek is gevisualiseerd met onderstaande figuur:
Figuur 8.1: Route burgerparticipatie
Om invulling te kunnen geven aan burgerparticipatie is allereerst de Klankbordgroep opgericht (zie ook het projectplan). Er is ook een enquête gedaan aan de start van het project. Door middel van een brede communicatie in de wijk is het onderzoek aangekondigd en zijn wijkbewoners uitgenodigd om deel te nemen in de klankbordgroep. De klankbordgroep bestond naast wijkbewoners uit vertegenwoordigers van de woningbouwcorporatie en mensen van de ruilwinkel (SMWO) die in de wijk aanwezig is.
Eerste kennismaking met aquathermie voor de klankbordgroep
Tijdens het eerste overleg van de klankbordgroep zijn het onderzoek en projectdoelstelling toegelicht.
11 Projectplan Malta ‘ Aquathermie en burgerparticipatie Schouwen-Duiveland, 23 april 2020
36 van 58
Besproken zijn de verschillende onderzoeksthema’s, de bijbehorende externe onderzoeken en de tijdslijn van het onderzoek. Voor de leden van de klankbordgroep was dit de eerste kennismaking met het beoogde onderzoek naar de haalbaarheid van aquathermie in hun eigen wijk. In het overleg met de klankbordgroep kwamen een aantal essentiële opmerkingen en suggesties naar boven die bepalend bleken voor het verdere onderzoek: • Waarom aquathermie en geen andere technieken of oplossingsrichtingen? • Hoe duurzaam is aquathermie? • Zijn onze woningen wel geschikt voor aquathermie en moeten we niet eerst de energievraag van onze woningen zoveel mogelijk verlagen? • Wat zijn, anders dan economische argumenten, belangrijke argumenten voor de wijkbewoners bij de overweging over te gaan naar een andere vorm van verwarming? Verderop in dit hoofdstuk worden de bovenstaande punten kort toegelicht. De klankbordgroep kwam één keer per kwartaal bijeen en gaf haar feedback op de projectaanpak, specifieke rapporten en had een actieve inbreng op inhoud en proces. Uit de klankbordgroep zijn twee extra werkgroepen ontstaan: de Werkgroep Communicatie en de Werkgroep Techniek.
Werkgroep Communicatie denk na over het betrekken van de bewoners
De Werkgroep Communicatie heeft tijdens het onderzoek voortdurend nagedacht over hoe de bewoners uit de wijk het beste geïnformeerd en betrokken konden worden. Naast een tweetal wijkbijeenkomsten die, in verband met corona, noodgedwongen digitaal gehouden werden, bleek informatieverstrekking over het onderzoek het meest effectief door middel van fysieke nieuwsbrieven, huis-aan-huis verspreid in de wijk.
Werkgroep Techniek brengt suggesties en ideeën in voor het technisch-economische onderzoek De Werkgroep Techniek heeft diverse ideeën en suggesties ingebracht die in het technischeconomisch onderzoek zijn meegenomen. Onder andere de CO2-belasting van het systeem, de mogelijke alternatieve warmteopties voor aquathermie, waaronder individuele oplossingen gebaseerd op elektriciteit, waterstof of groen gas12
Gedurende diverse excursies (voorzien in het Projectplan en georganiseerd door de gemeente) naar vergelijkbare digitale projecten is door de werkgroepleden kennis en inzicht opgedaan.
8.2 Energiebesparing en ‘Transitiegereed’ Al vroeg in het onderzoek kwam vanuit de bewoners de vragen naar voren als: • Wat is de duurzaamheid van het aquathermiesysteem in vergelijking met andere duurzame systemen? • Wat kunnen wij zelf doen om de warmtevraag van de woning te verlagen? • Is onze woning geschikt is om op een warmtenet aan te sluiten?
Duurzaamheid Aquathermie systeem
Er is onderzoek gedaan naar de CO2-impact van verschillende systemen, op basis van de totale ‘life cycle’: van de productie van materialen, transport, montage, energiegebruik, demontage etc. Hieruit kwam naar voren dat de CO2-impact van een aquathermiesysteem in eerste instantie hoger ligt dan verschillende andere systemen. Belangrijke oorzaak hiervan is dat het
12 Overmorgen Addendum rapportage ‘Duurzame warmte Malta voor Malta, verdieping CO2 bijdrage, mei 2022
37 van 58
aquathermiesysteem gebruik maakt van gasgestookte ketels. Deze worden ingezet bij hele koude dagen of als noodvoorziening. Bij verdere verduurzaming van het aquathermiesysteem komt de CO2-impact lager uit ten opzichte van andere vormen van duurzame energieopwekking, zoals bijvoorbeeld individuele warmtepompen.
Reductie warmtevraag
Het onderzoek naar de (verdere) reductie van de warmtevraag gaat altijd vooraf aan het onderzoek naar een alternatief verwarmingssysteem. Een terechte vraag vanuit de wijkbewoners dus. In het onderzoek is aan deze vraag invulling gegeven door via Energiek Zeeland in samenwerking met Marsaki een onderzoek te doen naar de bouwkundige opbouw en staat van huizen van de wijk Malta.13 Bekijk ook de mijlpaal en bijbehorende stappen in het Buurtproces op de Energie Samen Academie. De aanpak om tot kennis en inzicht te komen startte met een uitnodiging aan alle wijkbewoners om hun woning ter beschikking te stellen voor een energiebesparingsonderzoek. Dit onderzoek betrof een fysieke opname van de woning door een energiespecialist (ambassadeur) van Energiek Zeeland in combinatie met een gesprek met de wijkbewoner waarin onderwerpen als ambitie, zorgen, draagvlak en (financiële) mogelijkheden ten aanzien van verduurzaming met de bewoner werden besproken.14
Transitie-gereed
Op basis van deze inventarisatie kon een goede inschatting gemaakt worden van enerzijds het potentieel om de warmtevraag (verder) te reduceren en anderzijds van de vraag of de woningen geschikt zijn (transitiegereed) om aan te sluiten op een warmtenet.
Collectief verduurzamen
Dit onderzoek maakte het mogelijk dat voor alle particuliere woningeigenaren de gemeenschappelijke potentie tot verduurzaming inzichtelijk werd. De gemeente Schouwen-Duiveland en Energiek Zeeland trokken vervolgens gezamenlijk op om de woningeigenaren in de wijk Malta uit te nodigen deel te nemen aan een collectieve verduurzamingsactie. Hierbij worden voor meerdere woningen tegelijkertijd dezelfde energiebesparende maatregelen uitgevoerd.
8.3 Alternatieve opties voor duurzaam warmtenet Om voor de bewoners de oplossing Aquathermie te kunnen duiden en beoordelen ten opzichte van andere alternatieve energiesystemen is er onderzoek gedaan naar deze mogelijk alternatieven15 Bekijk ook de mijlpaal en bijbehorende stappen van het Buurtproces op de Energie Samen Academie.
Marsaki rapportage, Onderzoek particuliere woningen Malta, 16 september 2021 Enquête ‘Onderzoek verduurzaming Malta’, mei 2022 15 Overmorgen rapportage ‘Duurzame warmte voor Malta, vergelijk van de aardgasvrije energieopties, Januari 2022 13
14
38 van 58
Hoofdconclusie
Het aquathermiesysteem heeft voor een particulier geen noemenswaardig financieel voordeel ten opzichte van een hybride warmtepomp. Deze oplossing bleek ten tijde van het uitvoeren van het onderzoek een goed alternatief in vergelijking met het aquathermiesysteem. Het nadeel van de hybride warmtepomp is wel dat de afhankelijkheid van aardgas blijft bestaan. Dus op termijn zal er dan nog een keer een ingreep in de verwarmingsinstallaties in de woningen nodig zijn. Het is dus geen definitieve warmteoplossing maar een tijdelijke. Maar ook de piekvoorziening van een aquathermiesysteem is voorzien op aardgas en zal op termijn vervangen moeten worden. Een ander probleem is dat als iedereen een individuele warmtepomp plaatst dit een zodanig effect heeft op het energiesysteem dat nu al onder druk staat (Voor heel Zeeland is een vooraankondiging gedaan voor congestie voor afname. Voor SchouwenDuiveland-Tholen is er als sinds 2021 een congestie voor teruglevering.
Aanvullende afwegingscriteria
Naast technisch- en economische criteria, zijn er in overleg met de klankbordgroep aanvullende afwegingscriteria gedefinieerd die belangrijk zijn voor de wijkbewoners bij de afweging over te stappen op aquathermie of een ander energiesysteem. Een collectief aquathermiesysteem wordt positief gewaardeerd op • betrouwbaarheid / leveringszekerheid, • collectiviteitsaspect voor wat betreft inkoop hulpbronnen. Een collectief Aquathermiesysteem wordt negatief gewaardeerd op • impact in de woning, • geen keuzevrijheid in de keuze van warmteleverancier, • lange ‘time to market’: lange en onzekere periode tussen commitment (bewoner: ik doen mee) en werkende aansluiting op warmtenet, • hoge CO2-impact ten opzichte van andere duurzame vormen van warmteopwekking. Met potentie voor verlaging van deze impact door verduurzaming van de piekvoorziening.
8.4 Ervaring en leerpunten Betrek de buurt bij het projectplan De belangrijke constatering bij de gesprekken met de wijkbewoners was dat bij het opstellen van het projectplan geen wijkbewoners betrokken zijn. Hierdoor ontstond bij de wijkbewoners in de klankbordgroep in eerste instantie het gevoel dat zij te maken hadden met ‘een voldongen feit’: er was al gekozen voor aquathermie. Betrek de buurt bij het opstellen van het projectplan. Belangrijk is dat de communicatie is afgestemd op het (sociale) karakter van de wijk.
Koppel informatiebijeenkomsten aan concrete onderwerpen
Het creëren van betrokkenheid bleek het meest effectief door informatiebijeenkomsten gekoppeld aan een concreet onderwerp of concrete gebeurtenis. In het geval van Malta waren dit met name het bouwkundig onderzoek dat uitgevoerd is in de wijk met de daaruit volgende pilot, en de excursies naar andere aquathermieprojecten.
Houd een enquête in de wijk
Een goed middel om de wijkbewoners te bereiken bleek een enquête te zijn. Door de juiste vragen te stellen kan een goed beeld verkregen worden over welke behoefte er onder de mensen leeft en welke mogelijkheden er zijn voor de wijk. Aandachtspunt hierbij is wel dat een effectieve enquête eenmaal in de wijk gehouden kan worden. Het moment, inhoud en precieze doelstelling die wordt nagestreefd is dus van belang. In de wijk Malta bleek een enquête in
39 van 58
fysieke vorm, in vergelijking met de online-versie, de meeste respons op te leveren.16 Zet een open proces op Het projectplan had, met goede onderbouwde redenen, een zeer gekaderde onderzoeksvraag: stel de haalbaarheid van aquathermie vast. Voor de wijkbewoners ‘moesten’ er echter voorafgaand aan deze kadering nog een aantal essentiële vragen worden onderzocht. Daarom zijn naast de hoofdvraag al snel een aantal ‘zijsporen’ ontstaan zoals hierboven aangegeven. Dit zorgde voor extra onderzoeksvragen waarvoor extra budget beschikbaar gesteld moest worden. Door goed overleg tussen betrokken projectpartners en de wijkbewoners is deze niet voorziene inspanning op een prima manier ingevuld. Juist door te luisteren naar de suggesties en door met elkaar de nut en noodzaak helder te krijgen, kreeg het onderzoek meer en meer een gezamenlijk karakter, waarbij de leden van de werkgroep zich mede-eigenaar van het proces voelden. Betrek de buurt dus bij de onderzoeksdoelstelling en bijbehorende onderzoeksvragen. Denk goed na over het moment van betrekken van de wijk Dit geldt voor zowel het moment van het vormen van een klankbordgroep als voor het moment dat de wijk geïnformeerd en betrokken wordt bij het initiatief. Hierbij speelt de complexiteit van de energietransitie een grote rol.
Er zijn veel variabelen en een eenduidige route naar de beste oplossing voor de eindgebruiker is er voor Malta (nog) niet. Het gesprek open met elkaar aangaan levert inzichten op, maar dit vraagt ook veel tijd van alle betrokkenen. Aandacht voor de impact van een aansluitplicht Een aantal factoren werkt belemmerend voor het vertrouwen van de betrokkenen in het buurtproces. Dat zijn de combinatie van hoge investeringen en de lange looptijden van een collectieve energievoorziening en aan de andere kant de hoge mate van onzekerheid over een realistisch aansluitpercentage . Een wettelijke aansluitplicht kan de zekerheid over een aansluitpercentage ogenschijnlijk verhogen, maar brengt dwang in het spel, dat ook de processen met bewoners stroever kan maken en de looptijden nog verder verlengen. Niemand wordt blij van dwang. Aandacht voor de boodschap waarmee je de wijk ingaat Insteken op inhoud (techniek) spreekt weinig mensen aan en leidt niet tot draagvlak/commitment. Speel dus in op een propositie die aansprekend is voor bewoner. Collectieve verduurzamingsactie verhoogt bewustzijn Naast financiële- en operationele optimalisatie bevordert een (collectieve) verduurzamingsactie ook de energiebewustwording van de wijkbewoners. Een sterk team met expertise Wil een ontwikkeling vanuit bewoners geïnitieerd worden, is een sterk team nodig waarin benodigde expertise aanwezig is.
Zorg voor meer gevoel van urgentie Urgentie voor mensen was nog niet hoog genoeg om sterk betrokken te raken. Dat kwam mede door de aankondiging ‘we gaan een onderzoek doen’.
16 Enquête ‘Verduurzaming Malta, Reflectie op Enquête’, 12 december 2020
Enquête ‘Onderzoek verduurzaming Malta’, mei 2022
40 van 58
Rollen in de warmteketen
41 van 58
9
Rollen in de warmteketen
Het onderzoek Aquathermie werd uitgevoerd volgens de organisatie zoals beschreven in het projectplan, met de stuurgroep, een kernteam en een klankbordgroep Het operationele kernteam (Gemeente Schouwen-Duiveland, Zeeuwland en Zeeuwind) onder leiding van de gemeente Schouwen-Duiveland zag toe op de dagelijkse gang van zaken van het onderzoek. Als onderdeel van het onderzoek naar de haalbaarheid van aquathermie zijn de mogelijke rollen van bewoners, gemeente en woningbouwcorporatie en Zeeuwind besproken. Deze worden hierna kort toegelicht.
9.1 Rol Bewoner Mogelijke rollen voor de wijk(bewoners)
Met de klankbordgroep is gesproken over de betrokkenheid van de wijk(bewoners) en mogelijke organisatievormen aan de hand van onderstaande figuur:
Figuur 9.1: Rol bewoner
Op de bovenste twee treden van de participatieladder zijn voor een collectieve warmtevoorziening vier organisatievormen denkbaar: • De warmtevoorziening is 100% eigendom van de bewonerscoöperatie • De warmtevoorziening is een samenwerking van de bewonerscoöperatie en de gemeente • De warmtevoorziening is een samenwerking van de bewonerscoöperatie en een marktpartij • De warmtevoorziening is een samenwerking van de bewonerscoöperatie, de gemeente en een marktpartij.
42 van 58
Deze vormen worden beschreven in een rapport van Energie Samen Buurtwarmte over organisatievormen van warmteschappen.17 Bekijk ook de mijlpaal en bijbehorende stappen van het Buurtproces op de Energie Samen Academie Er zijn gesprekken gevoerd met en in de Klankbordgroep over organisatievormen en verschillende vormen van zeggenschap van de bewoners in het aquathermiesysteem. Hierbij is onderscheid gemaakt in het creëren van bewustwording van dit thema en de relevantie hiervan voor de wijk(bewoners) en het gesprek en uiteindelijke keuze voor een bepaalde organisatievorm door bewoners. Het gesprek met de klankbordgroep zag met name toe op het eerste punt. Betrokkenheid/aandeel van bewoners in de organisatievorm van een aquathermiesysteem is minder aan de orde gekomen. Hierna lichten we toe wat daarvoor de reden was
Geen duidelijke voorkeursrichting voor organisatievorm
In het onderzoek is geen van de beschikbare energiesystemen als duidelijk beste optie naar voren komt. Er is een veelheid aan beschikbare technieken en oplossingsrichtingen om een woning duurzaam te verwarmen. Deze hebben allemaal een lage en/of onzekere financiële rentabiliteit. Daarbij hebben alle oplossingen bepaalde, andere dan financiële, consequenties of onzekerheden, die van invloed zijn op het wel of niet aantrekkelijk zijn van een bepaalde oplossing. Zeker als het gaat om een collectieve oplossing (als aquathermie). Dit beeld zorgde voor een vertraging in het wijkproces bij het betrekken van de wijk(bewoners) bij het aquathermiesysteem. De insteek van de bewoners kan samengevat worden door: pas als een collectieve warmteoplossing zich duidelijk in positieve zin onderscheidt van de andere oplossingen gaan wij nadenken over (onze rol in) de organisatie ervan. Bekijk ook de mijlpaal en de bijbehorende stappen in het Buurtproces op de Energie Samen Academie
Te vroeg in het proces
Het operationele kernteam concludeerde daaruit dat het voor de wijk(bewoners) op dat moment te vroeg was om mee te doen aan het onderzoek naar de organisatievorm. Of anders gezegd er is meer duidelijkheid nodig over de warmteoplossing die voor bewoners van de wijk Malta het beste is. Dan kan een begin worden gemaakt met bewustwording over wat een collectieve warmteoplossing aan organisatie vraagt en welke rol wijkbewoners daarin kunnen spelen. Werken aan bewustwording over de warmteoplossing begint bij het gesprek met de bewoner thuis aan de keukentafel over de verduurzaming van zijn woning. Daar is door het kernteam vervolgens prioriteit aan gegeven.
Pilot verduurzaming woning was eerst nodig
Het bouwkundige onderzoek naar de staat van de woningen en de enquête die onder bewoners was gehouden bracht de behoefte naar verduurzaming in beeld. Naar aanleiding daarvan is Stichting Energiek in opdracht van de gemeente een pilot gestart met het verduurzamen van 32 woningen uit de wijk Malta. Uitgangspunt is dat woningen in organisatorische, financiële en sociale zin profiteren van een collectieve verduurzamingsaanpak.
17
EnergieSamen rapportage, ‘Vier organisatievormen voor lokaal eigendom’, november 2021
43 van 58
9.2 Rol Gemeente Een collectief energiesysteem met Aquathermie als warmtebron zal er voor langere tijd liggen. De rol van de gemeente beperkt zich daarom niet alleen tot de start van het proces richting een warmtenet, maar strekt zich uit tot de vraag welke rol de gemeente wil innemen gedurende de exploitatiefase en na afloop van de overeenkomst met de exploitant. Er bestaat geen eenduidige richtlijn die voorschrijft hoe de gemeente het proces om te komen tot een collectieve energievoorziening moet inrichten en haar rol moet invullen. De wetgeving laat relatief veel ruimte. Er mag én kan heel veel, zolang de gemeente maar duidelijk en open communiceert, helder is in haar keuzes en in staat is die goed beargumenteerd toe te lichten. Zolang de gemeente dat doet - en dat compleet heeft gedocumenteerd - is de kans groot dat ze later, mocht dat nodig zijn, voldoet aan de principes van het aanbestedingsrecht. De illustratie op de volgende pagina geeft, als voorbeeld, een schematisch overzicht van het gehele proces waarin de gemeente haar rol zal moeten bepalen. Bekijk ook de mijlpaal en bijbehorende stappen in het Buurtproces op de Energie Samen Academie.
44 van 58
Overzicht rollen gemeente
Samenvattend kan de gemeente de volgende drie rollen innemen bij de ontwikkeling van een Aquathermiesysteem of andere collectieve warmtevoorzieningen met andere warmtebronnen:18 1. Faciliterende rol In de faciliterende rol kiest de gemeente voor een positie van waaruit met name getoetst en gefaciliteerd wordt. De partij die een vergunning van de gemeente krijgt, mag binnen die kaders het warmtenet aanleggen en gaan exploiteren. Er hoeven geen aanvullende afspraken gemaakt te worden over wie eigenaar wordt van het warmtenet: dat is de partij die de vergunning krijgt. Vanuit deze rol hoeft de gemeente niet te beschikken over veel inhoudelijke kennis over het ontwerpen, aanleggen, beheren en exploiteren van warmtenetten. Dat kan beperkt blijven tot de juridische kennis die nodig is om te beoordelen en te toetsen of een aanvrager een omgevingsvergunning en een aanlegvergunning kan krijgen. 2. Rol als partner en aanbesteder In de rol van partner en aanbesteder kiest de gemeente voor een positie waarbij uiteindelijk, de wederzijdse rechten en plichten worden vastgelegd. Dit gebeurt bijvoorbeeld in een concessie. De gemeente gaat met een partij een overeenkomst aan waarmee die partij het recht krijgt om voor een afgesproken termijn en volgens afgesproken termen warmte te leveren in een bepaalde wijk.
In deze positie moet de gemeente, naast juridische kennis over contracten, beschikken over , of toegang hebben tot voldoende inhoudelijke kennis. Ze moet goed in staat zijn haar positie te bepalen, de wensen en eisen te formuleren, en de wederzijdse rechten en plichten te kunnen bepalen. 3. Rol als eigenaar In de rol van eigenaar kiest de gemeente ervoor om een eigen warmtebedrijf op te richten: een nutsbedrijf dat verantwoordelijk wordt voor het ontwerpen, aanleggen, beheren en wellicht ook exploiteren van het warmtenet.
Invloed op rolbepaling
Vaak beperken de specifieke omstandigheden in de wijk of buurt de keuzeruimte voor de rol van de gemeente. De gemeente kan bijvoorbeeld wel kiezen voor een faciliterende rol, maar als in een bepaalde wijk of buurt geen enkel initiatief tot stand komt, moet de gemeente wellicht een andere rol kiezen. Omgekeerd kan het ook zijn dat de gemeente in eerste instantie kiest voor de rol van ‘aanbesteder’, maar dat gaandeweg blijkt dat slechts één van de potentiële marktpartijen in staat of bereid is een aanbod te formuleren. In dat geval gaat de gemeente als partner verder met één partij of kiest voor de optie een eigen warmtebedrijf op te gaan richten.
Rol gemeente Schouwen-Duiveland specifiek voor Malta
Specifiek voor Malta heeft er ambtelijk- en bestuurlijk overleg plaats gevonden met betrekking tot de rolneming van de gemeente Schouwen-Duiveland. De verschillende rollen voor de gemeente zijn als volgt benoemd en besproken:19 • Faciliteren o Privaat o Publiek • Regisseren / Aanbesteden o PPS Joint venture • Eigenaar o provinciaal o gemeentelijk
18 19
Overmorgen, Discussiestuk Gemeente Schouwen Duiveland organisatievormen’, 1 Juli 2022 Overmorgen, Memo ‘Verslag bestuurlijk overleg rolneming Malta’, 19 september 2022
De gemeente heeft haar voorkeur uitgesproken voor een PPS/Joint Venture samenwerking.
9.3 Rol Woningbouwcorporatie Circa 6 procent van de huishoudens in Nederland is aangesloten op een warmtenet. De inzet op warmtenetten in stedelijk gebied wordt door het Klimaatakkoord en de hieruit volgende wijkgerichte aanpakken steeds groter. De gemeenten zien daarom woningcorporaties als startmotor voor de uitrol van grootschalige warmtenetten omdat de haalbaarheid van deze startende warmtenetten in de praktijk ook in grote mate afhankelijk is van hen.
Belangen
Voor veel woningcorporaties is een warmtenet echter een nieuwe situatie. De volgende onderwerpen zijn voor hen van belang: Duurzaamheid De duurzaamheid van een warmtenet wordt weergegeven in het Warmte-etiket. Hierin is de opbouw van de energiebronnen binnen een warmtenet procentueel weergegeven. Veel warmtenetten maken nu nog gebruik van aardgas als één van de warmtebronnen binnen het warmtenet. Een belangrijk aandachtspunt bij onderhandelingen over een warmtenet is de toekomstvisie op de verduurzaming van de bronnen, zodat deze vóór 2050 ook volledig duurzaam te maken zijn. Met het deelnemen in een warmtenet ligt een deel van de verduurzamingsopgave en de vermindering van de CO2-uitstoot buiten de directe invloedsfeer van de woningcorporatie. Men is afhankelijk van de leverancier en bron van het warmtenet om te zorgen dat de gebruikte energie in de woning duurzaam wordt opgewekt. Deze afhankelijkheid is bij bijvoorbeeld NOM (Nul Op de Meter)-woningen vele malen kleiner. Het biedt echter ook kansen omdat je als corporatie voor de aansluiting op een warmtenet een lagere investering hoeft te dragen dan bij het investeren in NOM-renovaties. Toekomstbestendigheid en leveringszekerheid In een startend warmtenet waar nu nog geen duurzame bron beschikbaar is, wordt vaak gebruik gemaakt van tijdelijke restwarmtebronnen met kortdurende contracten.
Om als corporatie zeker te zijn dat er op termijn ook voldoende warmtevoorziening is, is het aan te raden om ervoor te zorgen dat de contractduur met de bron niet korter is dan 15 jaar. Dit is een redelijke termijn om de leverancier van de warmte met de gemeente de kans te geven een duurzame bron in de nabijheid te ontwikkelen die op termijn de tijdelijke warmtebron vervangt. Investeringskosten Een warmtenet brengt directe kosten met zich mee, die onderhandelbaar zijn, zoals de bijdrage aansluitkosten (BAK). Voor middentemperatuur- (MT) en (zeer) lagetemperatuurwarmtenetten (LT/ZLT) is er veelal een aanvullende investering van de corporatie nodig voor het extra isoleren van woningen en het aanbrengen van radiatoren of afgiftesystemen (wand- of vloerverwarming) die geschikt zijn voor lagere temperatuurniveaus dan nu gebruikelijk zijn. Betaalbaarheid voor de huurders In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de omschakeling naar aardgasvrij wonen bewoners niet met extra kosten mag confronteren. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) houdt toezicht op de rendementen die warmteleveranciers mogen behalen. Daarnaast stelt de ACM jaarlijks NietMeer-Dan-Anders (NMDA)-tarieven vast. Deze tarieven zijn gebaseerd op de huidige situatie van particuliere eigenaren en dat is precies waar de schoen wringt voor veel huurders.
In de NMDAtariefstelling is namelijk onder andere het onderhoud en de afschrijving van een collectieve cvinstallatie verwerkt. Kosten die normaal door de corporatie worden gedragen, maar nu voor rekening van de huurder komen. Daarnaast zijn de NMDA-tarieven gekoppeld aan de gasprijs. De 2 van 58
gasprijs maakt in 2030 een prijsstijging van 24 procent door ten opzichte van 2020. Dit is berekend door het Planbureau voor de Leefomgeving en is inclusief belastingen en btwgemiddelde van bandbreedteberekening. Mede om die reden is voor Malta een tarief van 10 procent onder de NMDA als uitgangspunt genomen. Een oplossing voor beide bovenstaande problemen is een afspraak over tarieven met de warmteleverancier voorafgaand aan de overeenkomst. Hierbij dient rekeningen te worden gehouden met de huidige rekening van de huurders, waarbij de woningcorporatie mogelijk een deel van de vaste kosten kan dragen, zoals ook nu gebeurt. Hierbij is het ook verstandig de ontwikkeling van de prijzen los te koppelen van de gasprijs en een andere indexatie overeen te komen. Een logische indexatie is in relatie tot elektriciteitsprijzen, want in het geval van aquathermie zal dat de belangrijkste energiedrager zijn. Aardgas is voorlopig alleen nog nodig voor de pieken en als back-up voor de collectieve warmtepompen. Er liggen kansen in de samenwerking met producenten van hernieuwbare energie als er vooraf meer zekerheid nodig is over de warmtetarieven op termijn. Met name windenergie is interessant, aangezien er in het stookseizoen meer opbrengst is van windparken dan van zonneparken. In Zeeland is Zeeuwind daarvoor een mooie partner. Zie bijlage 2 voor meer informatie voor woningbouwcorporaties.
9.4 Rol energiecoöperatie Zeeuwind Zeeuwind is een energiecoöperatie en is mede-initiatiefnemer van dit onderzoek en partner van de kerngroep. Zeeuwwind is ook belanghebbend omdat het in de provincie Zeeland een belangrijke rol speelt als ontwikkelaar en exploitant van hernieuwbare energie en daarnaast met Energiek Zeeland een rol speelt in de reductie van de vraag naar energie in de gebouwde omgeving. Zeeuwind ziet voor zichzelf een rol als ontwikkelaar van collectieve warmtenetten in de provincie en wil dat doen in samenwerking met bewoners van het gebied waarin een warmtenet wordt ontwikkeld. Dit onderzoek is een belangrijke leerervaring voor Zeeuwind geweest om haar rol als ontwikkelaar van collectieve warmtevoorzieningen te kunnen spelen.
9.5 Ervaring en leerpunten • • • •
Onderzoek toonde aan dat een warmtenet met aquathermie als warmtebron geen overduidelijk positief beeld opleverde boven andere duurzame warmteoplossingen. Hierdoor bleven veel opties openstaan als potentieel geschikt voor nu of in de toekomst. Hierdoor was de algemene constatering binnen de klankbordgroep om eerst verder inzicht en duidelijkheid te krijgen op de technische en economische haalbaarheid alvorens verder te denken op het thema organisatievormen en zeggenschap. Dit toont aan hoe belangrijk het is om het juiste moment te vinden om met de wijkbewoners over het thema organisatievormen en zeggenschap in gesprek te gaan Maak als projectpartners de onderlinge belangen en doelstellingen helder en maak de kaders en randvoorwaarden voor een succesvolle ontwikkeling duidelijk zodat de organisatorische bedding van de ontwikkeling helder en stevig wordt.
3 van 58
Bestuurlijke en juridische aspecten van het proces
4 van 58
10 Bestuurlijke en juridische aspecten van het proces In het Klimaatakkoord van 2019 is afgesproken dat de gemeenten de regierol krijgen in de energietransitie. Om de gemeenten in staat te stellen om de wijkgerichte aanpak tot een succes te maken, moet een aantal randvoorwaarden ingevuld worden. Het gaat om bevoegdheden en doorzettingsmacht die zijn verankerd in landelijke wet- en regelgeving. De rijksoverheid zorgt voor de tijdige beschikbaarheid hiervan. Zo krijgen gemeenten voldoende mogelijkheden om hun regierol bij de wijkgerichte aanpak te vervullen, aldus het Klimaatakkoord. De energietransitie komt maar moeizaam van de grond. Een deel van de gemeenten heeft inmiddels al wel een Transitievisie Warmte (TVW) vastgesteld. De Transitievisies moeten vervolgens nog worden uitgewerkt in de wijkuitvoeringsplannen (WUP). Daarnaast moet een en ander worden verankerd in de gemeentelijke omgevingsvisie, het omgevingsplan, programma’s en de daarin op te nemen omgevingswaarden. Het daadwerkelijk realiseren van duurzame energievoorzieningen blijkt nog aanzienlijk meer voeten in de aarde te hebben. Al jaren wordt gesproken over de aanpassing van de Warmtewet om de energietransitie te versnellen. Gemeenten hebben geen instrumenten om bewoners en bedrijven te dwingen om voor een bepaalde meer duurzame energievoorziening te kiezen.
En het is de vraag of, als zij een aansluitplicht zouden mogen opleggen, zij dat instrument dan zouden willen (of durven) inzetten. Gemeenten worstelen daarnaast met de vraag of zo’n warmtenet al dan niet in publieke handen moet zijn, of zij risicodragend moeten deelnemen in de exploitatie daarvan en welke invloed de gemeente wel of niet daarbij moet hebben.
Context wijk Malta
In het kader van het onderzoek naar aquathermie in de wijk Malta is onderscheid gemaakt tussen het juridische- en vergunningsdeel voor wat betreft de realisatie van het Aquathermiesysteem en de juridische en bestuursrechtelijke positie van de gemeente.
10.1 Vergunningen Aquathermie In haar onderzoek heeft IF Technology de benodigde verplichtingen en vergunningen in kaart gebracht: • MER-beoordelingsplicht • Waterwet • Lozingen en werkwater • Omgevingsvergunning • Vergunning kabels en leidingen • Zakelijk recht van Opstal • Bouwplaatsvergunning Bekijk ook de mijlpaal en de bijbehorende stappen van het Buurtproces op de Energie Samen Academie.
10.2 Bestuursrechtelijk Wet Collectieve Warmte (WCW) / Warmtewet 2.0
Warmtenetten kunnen een alternatief bieden voor aardgas in het verwarmen van huizen. Op dit moment zijn er zo’n 500.00 huishoudens in Nederland aangesloten op een warmtenet. Het kabinet heeft de doelstelling om dit aantal vóór 2030 te verdubbelen, met de ambitie om vervolgens te groeien naar circa 2,5 miljoen nieuwe aansluitingen in 2050. 5 van 58
Met deze ambitie in het achterhoofd wordt er al jaren gewerkt aan de Wet Collectieve Warmte (WCW) ofwel ‘Warmtewet 2.0’ in de volksmond. De WCW streeft vier kerndoelen na: 1. een vernieuwde marktordening, 2. transparante tariefregulering: vanaf 1 januari 2025 op basis van daadwerkelijke kosten in plaats van de huidige koppeling van het warmtetarief aan de gasprijs, 3. verduurzaming 4. het aanscherpen van vereisten voor leveringszekerheid. Relevante punten uit de wetsvoorstellen van de WCW voor de wijk Malta: • Meerderheidsaandeel publieke partijen in warmtenet Na invoering van de nieuwe warmtewet kunnen gemeenten alleen nog warmtebedrijven voor nieuwe warmtekavels aanwijzen als één of meerdere publieke partijen gezamenlijk een direct of indirect meerderheidsaandeel in het warmtebedrijf hebben. Het zal voor private (commerciële) partijen nog steeds mogelijk zijn actief te zijn als warmtebedrijf, maar dan alleen in de vorm van een joint-venture met een warmtebedrijf dat in publieke handen is of als minderheidsaandeelhouder. (bij >1.500 aansluitingen); • Uitzondering voor kleine warmtenetten Voor kleinere collectieve warmtesystemen (met minder dan 1500 aansluitingen) gaat de verplichting om de infrastructuur in publieke handen te hebben niet gelden: in dit domein blijft het mogelijk voor private partijen om zelfstandig een warmtesysteem aan te leggen en te exploiteren.
Het uitgangspunt van de minister blijft een integrale (eind)verantwoordelijkheid voor warmtelevering en productie of inkoop van warmte. Er bestaat daarom geen mogelijkheid tot een gesplitst model zoals we met de distributie en levering van gas en elektriciteit kennen. • Planning De officiële planning is dat het wetsvoorstel voor de WCW begin 2025 in werking kan treden, maar of dat gehaald wordt, hangt af van politieke besluitvorming.
10.3 Besluitvormingsproces Een belangrijk uitgangspunt dat ten grondslag ligt aan de vernieuwde marktordening is de regierol van de gemeente. Elke gemeente staat zelf aan het roer van de “eigen” energietransitie en maakt en bepaalt dus ook haar eigen wijkgerichte aanpak voor warmtenetten. In een warmtevisie (of transitievisie warmte) maakt de gemeente duidelijk waar en wanneer een collectief warmtesysteem mogelijk is en zal komen. Deze regierol komt terug in het besluitvormingsproces. In de Memorie van toelichting bij de Warmtewet 2.0 (MvT) is uiteengezet dat er negen stappen doorlopen moeten worden om uiteindelijk tot de exploitatie van een warmtenet te komen. Zie de volgende afbeelding uit de MvT. De verschillende processtappen worden in ‘De Warmtewet 2 en de regierol van gemeenten’ nader toegelicht.20
20
Hekelman, memo ‘De Warmtewet 2 en de regierol van gemeenten’, 27 augustus 2021
6 van 58
Figuur 10.3: Participatieproces
10.4 Samenwerkingsovereenkomst partijen Afhankelijk van de precieze rolneming van de gemeente kan de verdere ontwikkeling tussen Gemeente, Zeeuwind en Zeeuwland plaatsvinden middels een nieuwe Samenwerkingsovereenkomst (SOK). Hiertoe is een conceptversie opgesteld.21 De SOK is opgesteld door Bureau Over Morgen in afstemming met het Operationele Kernteam. Bekijk ook de mijlpaal met bijbehorende stappen van het Buurtproces op de Energie Samen Academie.
21
EnergieSamen, rapportage, ‘Handleiding financieringsaanvraag coöperatieve warmte’, maart 2021
7 van 58
Vervolg
8 van 58
11 Vervolg Technische haalbaarheid staat onder druk nu Kaaskenswater niet geschikt blijkt te zijn als de bron voor aquathermie. Het buurtproces met bewoners van de wijk Malta kan opnieuw opgestart worden, om de wijk te verduurzamen en aardgasvrij te maken, waarbij aquathermie als warmtebron afvalt. Op verzoek van de klankbordwijk zijn zes alternatieve warmteopties, waarvan drie collectieve opties en drie individuele opties, met elkaar vergeleken. Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek zullen we samen met de wijk en andere stakeholders een plan van aanpak voor een vervolg project opstellen.
9 van 58
BIJLAGEN BIJLAGE 1
Ontwerpvariabelen technisch ontwerp Aquathermie
Technisch 1. Bodemgesteldheid a. Zijn er geschikte watervoerende grondlagen aanwezig? b. Op welke diepte (bepalend voor kosten grondwaterbronnen) c. Zijn er grond(water) vervuilingen aanwezig d. Zekerheid met betrekking tot de bodemgesteldheid moet vaak vastgesteld worden door middel van een proefboring. 2. Ondergrondse infra (gas, water, elektra, riolering, belemmeringen) a. Wat is hoofdstructuur van bestaande infra. Dit is van belang voor de inpassing van een warmtenet in de wijk, de bronnen van de WKO en aquathermie leidingen vanuit het oppervlaktewater naar de warmteproductielocatie 3. Inventariseer belemmeringen: wegen, bruggen, watergangen, dijken, archeologie 4. Oppervlakte water a. Is het beoogde oppervlaktewater geschikt om de benodigde warmte aan te onttrekken b. Denk hierbij aan: i. volume, temperatuur ii. effecten ecologie en geur 5. Gas- en Elektra a. Is er voldoende gas- en elektra capaciteit beschikbaar voor de centrale technische ruimte van het aquathermie systeem? Zo niet dan moet gedacht worden over alternatieve energiebronnen b. Wat is de staat van het gasnet? Kan het moment van renovatie samen vallen met de aanleg van het distributienet van het aquathermie systeem? 6. Risicoanalyse a. Benoemd risico’s en weeg deze op kans en effect. Waardeer het effect zo mogelijk financieel en neem dit mee in de waardering met betrekking tot de economische haalbaarheid.
Opzet 1. Energievraag en energiedichtheid a. Stel vast wat de behoefte aan warmte, koude en, warmtapwater is b. Hoe ontwikkelt de energievraag zich in de toekomst? Bijvoorbeeld als gevolg van isolatiemaatregelen c. Op welk temperatuurniveau moet de warmte bij de afnemers geleverd worden? Ook dit is afhankelijk van het isolatieniveau en daarnaast ook van het gewenste temperatuurniveau in de woning d. Energiedichtheid: vergelijk de energiedichtheid met andere warmteprojecten. Een lage energiedichtheid zorgt voor hoge investeringskosten voor infrastructuur en drukt de rentabiliteit 2. Aansluit- Ontwikkelstrategie 10 van 58
a. Bepaal een ontwikkelstrategie ten aanzien van de ontwikkeling van het warmtenet. b. Twee factoren kunnen hierbij belangrijk zijn: energiedichtheid en aanwezigheid van huurders ▪ Energiedichtheid: door gebieden met hoge energiedichtheid als eerste aan te sluiten worden inkomsten gegeneerd (belang exploitant) ▪ Huurders: deze worden vertegenwoordigd door de woningbouwcorporatie Door met de corporatie tot een exploitatieovereenkomst te komen kunnen ‘snel’ afnemers op het warmtenet worden aangesloten. Deze vormen een fundament voor verdere doorgroei van afnemers met bijvoorbeeld particuliere woningeigenaren of maatschappelijke en zakelijke vastgoedeigenaren. 3. Systeemconfiguratie a. Stel vast wat het systeem moet gaan leveren: warmte, koude, tapwater b. Stel geschikte aquathermiebronnen (oppervlaktewater) vast c. Dimensionering van het benodigde WKO-systeem. Hoeveel bronnen zijn er nodig en welke locaties zijn geschikt? d. Denk na over centraal/decentrale opwekking van de warmteproductie in relatie tot ▪ Energie-efficiency (warmteverliezen) ▪ Investeringskosten e. Bepaal omvang en locatie van de benodigde ruimte voor warmteproductieinstallaties en stem dat af met betrokken stakeholders 4. Distributie(net) a. Bepaal het tracé van het leidingnet b. Stem af met overige ondergrondse infra 5. Warmteoverdracht a.
Hoe wordt de Energie (warmte, koude, warm tapwater) aan de afnemer (woning) overgebracht b. Is er een logische plek in de woning om de warmteoverdracht te doen, want er zal een afleverset in de woning moeten komen om de warmte te kunnen leveren c. Zijn de woningen geschikt voor een warmtenet en het beoogde temperatuurniveau? Denk aan ▪ technische staat ▪ isolatiegraad ▪ type afgiftesysteem in de woning (radiatoren of lage temperatuur vloerverwarming) 6. Transitiemaatregelen a. Dit zijn maatregelen/aanpassingen in de woning van de afnemer, die gedaan moeten worden om de afnemer op het warmtenet aan te kunnen sluiten (‘transitiegereed’), denk aan: ▪ Isolatie (dak, gevel, glas, vloer) ▪ Uitbreiden en/of verzwaren groepenkast (ivm elektrisch koken) ▪ Elektrische kookplaat en pannenset ▪ Aanpassen/vernieuwen van afgifte systeem in de woning (radiatoren of vloerverwarming) ▪ Aanpassen huidige CV-installatie (leidingwerk, aansluitleidingen) ▪ Ruimtethermostaat vervangen ▪ Ketel vervangen en afvoeren 11 van 58
BIJLAGE 2 informatie voor woningbouwcorporaties AEDES Vereniging woningbouwcorporaties Warmtenetten kunnen een belangrijk en betaalbaar alternatief zijn voor aardgas en daarmee een aantrekkelijke manier om bestaande woningen op termijn CO₂-neutraal te maken. Wat is een warmtenet en welke partijen werken daarbij samen? En wat betekent aansluiting op een warmtenet voor de woning én voor de huurder? Handreiking warmtenetten De Handreiking Warmtenetten maakt woningcorporaties wegwijs in het traject om woningen aan te sluiten op een warmtenet. Handleiding Startmotorkader Onderhandelingen tussen warmtebedrijven en woningcorporaties zijn vaak complexe trajecten. Om die gesprekken te ondersteunen is het Startmotorkader opgesteld. Het kader biedt beide partijen handvatten om op projectniveau sneller tot afspraken te komen.
12 van 58
Colofon Contact buurtwarmte@energiesamen.nu https://energiesamen.nu Auteurs Bart Kuijpers (Zeeuwind) Gerwin Verschuur (Energie Samen) Illustratie Anabella Meijer (Energie Samen) Vormgeving Martine Verkaik (Energie Samen) Opdrachtgever Gemeente Schouwen-Duiveland Laan van Sint Hilaire 1 4301 SH Zierikzee
13 van 58