CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 371 Bijlage 3 Ruimtelijke onderbouwing Nieuwe Prunjeweg 3 GRO Oktober 23

Gemeenteraad 23 november 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken12.867 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Vanaf een afstand van 96 meter vanaf de as van de weg van de Delingsdijk wordt op alle toetsingshoogten voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Ook uit akoestische contourberekeningen in het bestemmingsplan ‘Kerkwerve, Noordwelle, Ellemeet, Serooskerke en Scharendijke’ uit 2017 blijkt dat het besluitgebied zich buiten de 48 dB(A) contour van de weg bevindt (Toelichting bestemmingsplan ‘KNES’, Bijlage 2 Geluidcontourenberekening, september 2016, figuur 7). De nieuwe woning zal voldoen aan alle bouwtechnische vereisten voor nieuwbouw uit het Bouwbesluit en zal goed geïsoleerd worden uitgevoerd. Gezien de afstand tot de Delingsdijk, de beperkte hoeveelheid verkeer in en naar de kern Serooskerke en de Delingsdijk en de geldende bouwtechnische vereisten, is er geen aanleiding om te verwachten dat ter plaatse niet kan worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat wat betreft het aspect wegverkeerslawaai. In paragraaf 4.4 heeft al een beoordeling plaatsgevonden van het woon- en leefklimaat op basis van de VNG- handreiking Bedrijven en milieuzonering. In zijn algemeenheid geldt dat als wordt voldaan aan de richtafstand voor geluid zoals weergegeven in de richtafstandentabel van de VNG, er zonder verder onderzoek kan worden aangenomen dat wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat.

Gezien de ligging in de dorpskern en de beperkte schaal van de omliggende activiteiten, is zonder Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

24

verder onderzoek duidelijk dat voor de nieuwe bewoners sprake zal zin van een goed woon- en leefklimaat wat betreft het aspect industrielawaai. Conclusie Er zijn geen belemmeringen voor de oprichting van woning ten aanzien van het milieuaspect geluid.

4.6

Flora en fauna

De bescherming van natuurgebieden en soorten is in Nederland sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wn). Deze regelt onder meer de bescherming van de in Europees verband vastgelegde Natura 2000- gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden). Met de Wet natuurbescherming worden de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet vervangen. Bescherming natuurgebieden Ruimtelijke ontwikkelingen dienen in het kader van de bescherming van de Europese vogelrichtlijnen habitatrichtlijngebieden aan te tonen dat ze geen significant negatieve effecten veroorzaken. Deze plantoets geldt ook voor ruimtelijke ingrepen die plaatsvinden in de omgeving van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000 gebied betreft het Vogel- en habitatrichtlijngebied de Oosterschelde op ca 180 meter afstand. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient tevens te worden onderzocht of er sprake is van een effect op het nationaal beschermde Natuur Netwerk Zeeland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het meest nabij gelegen onderdeel van het Natuurnetwerk is de ecologische verbinding langs de Delingsdijk op circa 160 meter afstand ten noorden van de besluitlocatie. Het Nationaal park Oosterschelde met de inlaten die onderdeel uitmaken van het plan Tureluur maken eveneens onderdeel uit van het Natuurnetwerk Zeeland.

Het gebied is tevens aangewezen als gebied met een Groene Zeeuwse Topkwaliteit buiten de kustzone. In de Provinciale Omgevingsverordening is rondom het Natuurnetwerk een afwegingszone opgenomen van 100 meter. Binnen deze zone dient een afweging plaats te vinden omtrent de invloed van de ontwikkeling op de natuurlijke kenmerken en waarden binnen het natuurnetwerk. Doordat de inlaatgebieden gevoelig zijn voor verdroging is tevens een indicatieve toetszone van 300 meter opgenomen. Nieuwe ontwikkelingen ogen de kwantiteit van grondwater door onttrekkingen en de kwaliteit van grondwater door uitspoeling van schadelijke stoffen niet beïnvloeden. Bescherming soorten Een ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk te maken of er door het plan mogelijke negatieve effecten kunnen optreden op in en om het besluitgebied aanwezige beschermde soorten. Activiteiten die een schadelijk effect kunnen hebben op beschermde soorten zijn in principe verboden. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt een algemene zorgplicht. Schade aan flora en fauna dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. Besluitgebied De besluitlocatie ligt in de kern Serooskerke binnen een woonomgeving. De locatie bevindt zich niet binnen een beschermd natuurgebied. De nieuwe woning ligt op een afstand van circa 120 meter van het Nationaal park Oosterschelde.

De locatie bevindt zich binnen de toetsingszone voor verdrogingsgevoelige natuur. Bij de bouw van de nieuwe woning wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende materialen. Tevens wordt er in de toekomstige situatie geen grondwater onttrokken aan het gebied. In de uitgangssituatie is het besluitgebied onbebouwd en in gebruik als tuin bij een woning. Er vindt in de beoogde situatie een beperkte toename plaats van verkeersbewegingen. Gezien de afstand tot natuurgebieden, het huidige gebruik en de kleine schaal van de ontwikkeling Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

25

zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van onder meer versnippering, verstoring en licht- en geluidseffecten uitgesloten. Bij bouwactiviteiten en verkeersbewegingen komt stikstof vrij. De beoogde situatie mag niet leiden tot een toename van stikstofdepositie op voor vermesting gevoelige natuurgebieden. De beoogde aanleg- en gebruiksactiviteiten zijn kleinschalig van aard waardoor op voorhand voldoende aannemelijk is dat deze niet leiden tot een te hoge stikstofbelasting. In samenhang met de bouw van de woning zal geen gebouw worden gesloopt dat als mogelijke verblijfplaats voor beschermde soorten kan dienen. Ter plaatse van de nieuwe woning zal een deel van de aanwezige tuinbeplanting worden gerooid waaronder een aantal bomen. De aanwezige fruitbomen binnen het terrein die als gevolg van de ontwikkeling zullen worden gerooid, zijn wat kleinere soorten en hebben een kleinere stamomtrek. De bomen zijn niet geschikt als leefgebied voor soorten die boomholten bewonen of gebruiken als nestplaats. De te ontwikkelen kavel ligt bovendien op intensief gebruikt terrein binnen de bebouwde kom en op een woonerf. Op basis van de aard en schaal van de ontwikkeling zullen er naar verwachting geen effecten op beschermde soorten optreden. Ten aller tijden geldt de algemene zorgplicht. Schade aan flora en fauna dient zoveel mogelijk voorkomen te worden.

In het algemeen geldt dat de uitvoering van werkzaamheden buiten het broedseizoen plaats dient te vinden (ca half maart tot ca half juli). Conclusie Het plan heeft geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor beschermde soorten of natuurgebieden in de omgeving. Er is geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming.

4.7

Mobiliteit en parkeren

De gemeente Schouwen-Duiveland heeft het parkeerbeleid vastgelegd in het ‘Parapluplan parkeernomen’ (vastgesteld 27 september 2018). Op basis van het parapluplan is bij nieuwbouw en/of uitbreiding van gebouwen op eigen terrein te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Hierbij dienen de uitgangspunten uit de geldende parkeernota ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ te worden gevolgd. In de actuele gemeentelijke parkeernota zijn voor een beperkt aantal gebieden parkeernormen opgenomen. Overige ontwikkelingen worden getoetst aan de landelijke parkeernormen zoals vastgelegd door het CROW (Kencijfers parkeren: publicatie 381). Voor de hele gemeente wordt uitgegaan van een ‘weinig stedelijk gebied’ en voor de besluitlocatie geldt de gebiedstypering ‘bebouwde kom’. Besluitgebied Als gevolg van de bouw van een woning neemt de parkeervraag toe. Bij de bouw van een middelgrote woning binnen de bebouwde kom kan op basis van de kencijfers parkeren zoals opgesteld door het CROW een parkeerbehoefte van circa 2 auto’s worden verwacht. Dit is inclusief het aandeel bezoekers. Binnen de besluitlocatie kan op eigen terrein ruimschoots invulling worden gegeven aan de parkeerbehoefte. Het huidige woonperceel wordt reeds ontsloten door middel van een inrit op de Nieuwe Prunjeweg.

Ter hoogte van de nieuwe woning zal een eigen inrit worden aangevraagd zodat de nieuwe woning op de lange termijn een volledig reguliere wooneenheid kan vormen. De Nieuwe Prunjeweg is een lokale ontsluitingsweg tussen de kern en het buitengebied met een beperkte verkeersintensiteit. De Nieuwe Prunjeweg is ter hoogte van de besluitlocatie een geasfalteerde dubbelbaans rijweg, zonder wegmarkering en zonder gemarkeerd voet- of fietspad. Met de nieuwe woning zal de verkeersintensiteit ter plaatse zeer beperkt toenemen. Op basis van de kentallen van het CROW kan bij de realisatie van een vrijstaande koopwoningen in een weinig stedelijke gemeente worden Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

26

uitgegaan van een gemiddelde verkeersgeneratie van 8,2 voertuigbewegingen per etmaal. De nieuwe verkeersbewegingen zijn goed inpasbaar in het bestaande verkeersbeeld. De Nieuwe Prunjeweg sluit via de lokale dorpswegen zoals het Dorpsplein, de Oude Zandweg en de Dorpsweg aan op de regionale wegenstructuur van de Delingsdijk (N653), Dammenweg (N57) en Serooskerkseweg (N59).

Figuur 4

4.8

Ontsluiting besluitgebied

Luchtkwaliteit

Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen (titel 5.2 Wm) voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor een aantal inrichtingen zijn getalsmatige grenzen opgesteld waarbinnen op voorhand duidelijk is dat deze niet in betekenende mate bijdragen aan luchtverontreiniging. In Atlas Leefomgeving laat de concentraties van de luchtverontreinigende stoffen ter plaatse zien. Uit de monitoringstool blijkt dat ter hoogte van het besluitgebied in 2020 de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden van 40 microgram per kubieke meter lucht liggen. De concentraties liggen dicht tegen de WHO-advieswaarde van respectievelijk 10 en 15 microgram per kubieke meter lucht. Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

27

Conclusie De beoogde oprichting van een enkele woning leidt niet tot een overschrijding van de grenswaarden voor PM10 en NO2. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.

4.9

Externe veiligheid

Het uitgangspunt van het externe veiligheidsbeleid is het ruimtelijk scheiden van risicobronnen en kwetsbare objecten. Zonering vindt plaats door middel van veiligheidsafstanden op basis van berekende risico’s of te verwachten effecten bij calamiteiten. Het plaatsgebonden risico, afgekort met PR, geeft de kans aan dat iemand die zich een jaar lang onafgebroken en onbeschermd op een plek bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR heeft geen relatie met de omgeving. Het groepsrisico, afgekort met GR, is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van 10 personen of meer overlijdt door een ongeval bij een risicovolle activiteit met een gevaarlijke stof. De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de kans dat zich een ongeval met gevaarlijke stoffen voordoet maar ook door het aantal potentiële slachtoffers in de omgeving van de risicobron. Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Op basis van het Registratiebesluit externe veiligheid en de Wet milieubeheer moeten risicobronnen inzichtelijk worden gemaakt. Het risicoregister wordt gepubliceerd door middel van een digitale risicokaart.

Vervoer gevaarlijke stoffen Het externe veiligheidsbeleid ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen over water en (spoor)wegen is sinds 2015 vastgelegd in het Besluit Externe Veiligheid Transportroutes en de Regeling Basisnet. Op basis van het Bevt is de grenswaarde voor het PR ter plaatse van kwetsbare objecten 10-6 per jaar, voor beperkt kwetsbare objecten in nieuwe situaties geldt een richtwaarde van 10-6 per jaar. De Regeling Basisnet stelt risicoplafonds langs hoofdtransportroutes vast. Per trajectdeel is aangegeven of er sprake is van een plasbrandaandachtsgebied. Nieuwbouw van kwetsbare objecten is niet toegestaan binnen de afstanden van het plaatsgebonden risico. Binnen de plasbrandaandachtsgebieden (zone van 30 meter) gelden aanvullende eisen uit het Bouwbesluit 2012. Als nieuwbouw binnen het invloedsgebied (200 meter) van een transportroute komt, is een verantwoording van het groepsrisico nodig. Binnen een brand- of explosieaandachtsgebied worden op basis van het Register externe veiligheidsrisico’s (REV) aanvullende maatregelen binnenshuis aanbevolen voor met name gebouwen bestemd voor verminderd zelfredzame mensen. Buisleidingen Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen in werking getreden.

In dat besluit wordt aangesloten bij de risicobenadering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) zodat ook voor buisleidingen normen voor het PR en het GR gelden. Besluitgebied Een woning is geen activiteit met een veiligheidsrisico voor de omgeving. Een woning is volgens artikel 1 van het Bevi een kwetsbaar object. Op het perceel worden geen gevaarlijke stoffen opgeslagen. Binnen het besluitgebied is reeds een woonfunctie aanwezig. Dit blijft ook in de beoogde situatie het geval. Volgens de Atlas Leefomgeving bevinden zich in de directe omgeving van het besluitgebied geen inrichtingen die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

28

inrichtingen (Bevi). Er bevinden zich geen buisleidingen waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt in de directe omgeving van het besluitgebied.

Figuur 5

Uitsnede Atlas leefomgeving

Op een afstand van 360 meter ten zuiden van het besluitgebied bevinden zich de Provincialewegen N59 (Serooskerkseweg) en N57 (Dammenweg). Deze wegen zijn opgenomen in het Basisnet. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze wegen is beperkt. Voor de N59 is geen externe plaatsgebonden risicocontour PR 10-6 vastgesteld. Het groepsrisicoplafond GR voor de N59 bedraagt 73m. Voor de N57 bedraagt de plaatsgebonden risicocontour (PR 10-6) vanaf de as van de weg 5 meter, er is geen groepsrisicoplafond vastgesteld. Voor de wegen geldt geen plasbrandaandachtsgebied. De nieuwe woning bevindt zich buiten het invloedsgebied (200m) van de wegen. De woning bevindt zich tevens buiten het brandaandachtsgebied en buiten het explosieaandachtsgebied. De afstand van het besluitgebied tot de omliggende transportroutes voor gevaarlijke stoffen is voldoende groot. Brandveiligheid Daar waar de planologische ontwikkeling een gebouw mogelijk maakt dienen een aantal brandveiligheidsaspecten onderzocht te worden. De gemeente stemt bij ruimtelijke ontwikkelingen een aantal brandveiligheidsaspecten vroegtijdig af met de Veiligheidsregio. De brandveiligheidsaspecten betreffen met name de bereikbaarheid door de brandweer via de openbare weg, de brandweerzorgnorm, de primaire bluswatervoorziening op de openbare weg en de secundaire bluswatervoorziening.

De bereikbaarheid van het plangebied voor hulpvoertuigen en de bluswatervoorzieningen

binnen

het

plangebied

moeten

voldoen

aan

de

Handreiking

bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 (Brandweer Nederland 2020). brandveiligheidsvereisten voor een woning zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012.

De

Ten aanzien van de beoogde bouw van een woning kan worden volstaan met het standaard advies waarbij de mate van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid wordt beschouwd. De beoogde oprichting Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

29

van een woning leidt tot een zeer beperkte toename van het aantal personen binnen het besluitgebied. De ontwikkeling is kleinschalig en heeft geen effect op de hoogte van het groepsrisico. De woning zal voldoen aan de geldende bouwregelgeving en brandveiligheidsvereisten voor nieuwbouw volgens het Bouwbesluit 2012. Binnen de woning worden voldoende blusmiddelen geïnstalleerd. Bewoners kunnen als voldoende zelfredzaam worden beschouwd en kunnen bij een calamiteit zelfstandig de woning verlaten om van de risicobron af te vluchten. Het scenario met de grootste effectafstand voor een calamiteit op een transportroute betreft een incident waarbij een toxische wolk vrijkomt. Het besluitgebied is in geval van een calamiteit voldoende bereikbaar voor hulpdiensten via de aanliggende wegen. Aangeraden wordt om de woning te voorzien van centraal afsluitbare mechanische ventilatie conform 4.124 lid 4 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Een mechanisch ventilatiesysteem heeft een voorziening waarmee het systeem handmatig kan worden uitgeschakeld wanneer er in de omgeving toxische gassen aanwezig zouden zijn. Over de bereikbaarheid voor hulpdiensten en de beschikbaarheid van voldoende blusmiddelen wordt aanvullend advies van de veiligheidsregio gevraagd. Hiermee is de veiligheid van de nieuwe bewoners en gebruikers voldoende geborgd.

Conclusie De afstand van het besluitgebied tot omliggende activiteiten met een veiligheidsrisico is voldoende groot. De beoogde woning bevindt zich binnen een woongebied en binnen een bestaande woonbestemming. De afstand tussen de woonfunctie en de omliggende wegen verandert niet door de ontwikkeling. Op basis van de regels uit het Bouwbesluit worden voldoende veiligheidsmaatregelen getroffen in de vorm van de installatie van rookmelders en blusmiddelen. Hiermee is de veiligheid van gebruikers voldoende gewaarborgd. De veiligheidsparagraaf wordt voor advies en ter beoordeling aangeboden aan de veiligheidsregio.

4.10 Vormvrije MER-beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de overwegingen van het moeder-besluit. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. In geval de vormvrije m.e.r.-beoordeling als resultaat heeft dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten moet die conclusie door het bevoegd gezag worden opgenomen in de tekst van het uiteindelijke besluit in de moederprocedure.

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

30

Besluitgebied Het projectafwijkingsbesluit waar onderhavige ruimtelijke onderbouwing onderdeel van uitmaakt, maakt in afwijking van de geldende planologische regeling de oprichting van een tweede woning ter hoogte van een bestaande woonbestemming mogelijk. In geval van stedelijke ontwikkelingen wordt getoetst aan activiteit D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Deze activiteit is m.e.r.-beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of wanneer het een aaneengesloten gebied van 2000 woningen of meer betreft. De activiteit blijft qua omvang en oppervlakte ver onder de drempelwaarden. Er is derhalve geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.. Alle relevante omgevingsaspecten ten gevolge van de geplande ontwikkeling zijn onderzocht in hoofdstuk 4. Uit deze beoordeling blijkt dat de beoogde situatie inpasbaar is in de omgeving. Er is sprake van een kleinschalige activiteit zonder significante verandering van de milieubelasting ten opzichte van de bestaande situatie. Conclusie De conclusie is dat geen milieueffectbeoordeling behoeft te worden opgesteld. De activiteit is kleinschalig van aard en inpasbaar in de omgeving.

Gelet op de kenmerken van de activiteit en de mate van de kwetsbaarheid van het milieu waarin het plangebied is gelegen, is er geen milieueffectrapportage (MER) noodzakelijk.

4.11 Water Het besluitgebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterschapsbeheerprogramma 2022-2027 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. In het waterbeheerprogramma wordt invulling gegeven aan de ambities uit de Visie Waterbeheer 2050. Met het programma wordt tevens invulling gegeven aan de doelstellingen vanuit de Europese Kaderrichtlijn water (KRW) wat betreft het bereiken van een Goed Ecologisch potentieel. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water zijn: • Waarborgen van waterveiligheid; • • •

Zorgen voor mooi en schoon water; Beperken van de effecten van klimaatverandering/ klimaatadaptatie; Bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving;

•

Verduurzaming van het watergebruik;

•

Onderhoud van waterschapswegen.

In de ‘Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw’ (d.d. 14 februari 2001) is door rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten overeengekomen dat in alle nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets opgenomen dient te worden. In de motivering van een ruimtelijk besluit dient op basis van artikel 3.6 lid 1 Bro aangegeven te worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In artikel 3.1.1. van het Bro is vastgelegd dat hierbij tevens overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen. De gemeente is in principe verantwoordelijk voor de omgang met hemelwater in het stedelijke gebied, maar legt wel meer verantwoordelijkheid bij de perceeleigenaar. Pas wanneer men zich niet redelijkerwijs van het hemelwater kan ontdoen is de gemeente gehouden aan het treffen van maatregelen (Waterwet, art. 9a). De gemeente zal beoordelen wat zij in dit verband redelijkerwijs van de perceeleigenaar mag vragen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de gewenste Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

31

voorkeursvolgorde voor de omgang met hemelwater. In het Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2022-2026 is vastgelegd hoe de gemeente uitvoering geeft aan de omgang met afvalwater, hemelwater en grondwater. Afstromend schoon hemelwater wordt zoveel mogelijk vertraagd zodat het ter plaatse kan infiltreren in de bodem en daarmee in perioden van droogte een buffer vormt. Voor de afvoer van hemelwater geldt de trits: schoonhouden, scheiden en zuiveren (waterkwaliteit) en vasthouden, bergen en afvoeren (waterkwantiteit). Het waterschap toetst in het kader van het vooroverleg of het plan past binnen de waterdoelstellingen. Op basis van de de Keur van het waterschap wordt bepaald of er voor bouwwerken of activiteiten een watervergunning noodzakelijk is. Ook wordt er binnen de Keur aangegeven voor welke ontwikkelingen er binnen een beschermingszone kan worden voldaan aan algemene regels waardoor er geen watervergunning aangevraagd hoeft te worden. De bijbehorende Legger geeft aan waar de keur van toepassing is. In de Legger zijn ook beschermingszones voor oppervlaktewateren opgenomen. Deze zones zijn bedoeld om ongewenste handelingen rondom een waterlichaam, zoals (bouw)activiteiten of de aanleg van beplanting, te kunnen weren.

Veiligheid waterkeringen Ter hoogte van de beoogde woning bevindt zich volgens de Keur (20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen geen beschermingszone van een waterkering. Voorkomen van overlast door oppervlaktewater Rondom de dorpskern van Serooskerke bevindt zich volgens de Legger oppervlaktewateren een watergang met een secundair belang voor het watersysteem met bijbehorende beschermingszones. Er verdwijnt geen open water door de ontwikkeling. De oprichting van een nieuwe woning leidt niet tot belemmeringen voor (het onderhoud van) omliggende leggerwatergangen. Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater Het besluitgebied is ter hoogte van de beoogde woning onverhard en in gebruik als tuin. In de huidige situatie infiltreert het hemelwater ter plaatse. Het huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd via de bestaande aansluiting op de riolering. Ook in de nieuwe situatie blijft het schone regenwater gescheiden van het afvalwater. Het afvalwater wordt via een nieuwe aansluiting afgevoerd via het gemeentelijke rioleringsstelsel (drukriolering) Het netto areaal verharding neemt door de oprichting van een woning van ca 90m2 in beperkte mate toe. Door de extra verharding stroomt het hemelwater dat op het nieuwe dakoppervlak valt versneld af naar omliggende watergangen.

Hergebruik van hemelwater ter plaatse is in beperkte mate mogelijk door middel van opvang in regentonnen. Binnen het perceel is voldoende onverharde ruimte aanwezig om het regenwater ter plaatse te kunnen infiltreren. Het overtollige regenwater stroomt af via de aanliggende watergangen. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Grondwaterkwantiteit en verdroging Er is in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater. Het overtollige regenwater infiltreert ter plaatse zoals in de bestaande situatie het geval is. Er is sprake van een hydrologisch neutrale situatie. Grondwaterkwaliteit De beoogde bouwmogelijkheden hebben geen effecten op de grondwaterkwaliteit ter plaatse. Tijdens de bouw wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van niet uitlogende materialen. Oppervlaktewaterkwaliteit De beoogde ontwikkeling heeft geen invloed op de oppervlaktewaterkwaliteit.

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

32

Volksgezondheid De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid. Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het plan heeft geen bodemdaling tot gevolg. Natte natuur Binnen of direct aanliggend aan het besluitgebied bevindt zich geen natte natuur. Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Onderhoud oppervlaktewater Rondom de dorpskern, langs de Nieuwe Prunjeweg en de Delingsdijk bevinden zich een aantal Bwatergangen die worden beschermd op grond van de Keur en de bijbehorende legger oppervlaktewateren. De watergang heeft een beschermingszone van 7 meter gemeten vanaf de insteek. De beoogde woning bevindt zich buiten de beschermingszone.

Figuur 6

Uitsnede Legger Oppervlaktewaterlichamen 2022 (locatie nieuwe woning rood gemarkeerd)

Belangen waterbeheerder De Oude Zandweg ten noorden van de dorpskern is in beheer bij het waterschap, de Nieuwe Prunjeweg en de Provinciale wegen zijn geen waterschapswegen. De beoogde woning heeft een beperkte verkeersaantrekkende werking en leidt niet tot een significante toename van verkeersbewegingen over waterschapswegen. Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen effecten op

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

33

de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn. Conclusie Met de oprichting van een enkele woning zijn er geen effecten te verwachten op de waterhuishouding. De ontwikkeling heeft geen invloed op de omliggende watergangen of het watersysteem ter plaatse. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Hergebruik van hemelwater kan beperkt plaatsvinden door middel van gietwater voor de tuin. Het vuile water wordt ook in de nieuwe situatie afgevoerd via het gemeentelijke rioolstelsel. De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. De voor de ontwikkeling uitgevoerde watertoets wordt voor advies voorgelegd aan Waterschap Scheldestromen.

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

34

5.

UITVOERBAARHEID

5.1

Economische uitvoerbaarheid

Behalve de ruimtelijke en milieukundige uitvoerbaarheid, dient tevens de financieel-economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer een ruimtelijk besluit een bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk maakt, is de gemeente op basis van de grondexploitatiewet verplicht om de kosten hiervan te verhalen op de aanvrager. Dit is vastgelegd in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente dient bij het nemen van een projectafwijkingsbesluit tevens een exploitatieplan vast te stellen. Van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is onder meer sprake indien sprake is van de bouw van één of meer woningen of de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Tevens is een exploitatieplan noodzakelijk indien er specifieke locatie-eisen gesteld worden aan de uitvoering. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wro kan de gemeenteraad besluiten om de kosten anderszins te verzekeren. Het project zal geheel door de initiatiefnemer gerealiseerd worden. Het verhaal van kosten zal door de gemeente hoofdzakelijk plaatsvinden in de vorm van leges. Voor het verhalen van eventuele kosten voor tegemoetkoming in planschade wordt een overeenkomst ter verhaal van eventuele kosten aangegaan. Hiermee is het verhaal van de gemeentelijke kosten voldoende verzekerd.

Het project is hiermee economisch uitvoerbaar. Voor de gemeente zijn er geen financiële consequenties aan verbonden. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische uitvoerbaarheid van het project voldoende is gegarandeerd en er kan worden afgezien van het opstellen van een exploitatieplan.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo wordt de procedure zoals vastgelegd in afdeling 3.4 Awb gevolgd. De ontwerp beschikking met bijbehorende stukken wordt gedurende 6 weken ter inzage gelegd. Aan de hand van de voorbereiding van de vergunning wordt het wettelijk overleg ex artikel 3.1.1 Bro gevoerd. Reacties van

de

wettelijke

overlegpartners

(Waterschap

Scheldestromen,

Veiligheidsregio)

worden

weergegeven in paragraaf 5.3. Het college is bij de voorbereiding van het besluit op de omgevingsvergunningaanvraag niets gebleken van planologische of maatschappelijke belemmeringen. Er is geen reden om aan te nemen dat de oprichting van de woning geen maatschappelijk draagvlak heeft.

5.3

Procedure

De ontwerpbeschikking zal gedurende 6 weken ter inzage worden gelegd met bijbehorende stukken. Voorafgaand hieraan wordt hiervan mededeling gedaan in het plaatselijke blad en op de gemeentelijke website. Gedurende de termijn van de terinzagelegging kan eenieder een zienswijze indienen. De resultaten van de terinzagelegging zullen beoordeeld worden en aanvullend in de ruimtelijke onderbouwing worden opgenomen.

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

35

BIJLAGEN 1

Situatietekening Erik van den Bos Architect B.V. d.d. Juni 2023

2

Verkennend bodemonderzoek MCG Zuidwest BV d.d. Augustus 2023

Ruimtelijke onderbouwing - Nieuwe Prunjeweg 3 Serooskerke

36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13421885/1