CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 340 978647 Bijlage 3 Over de Toekomst gesproken Rob Roggema

Gemeenteraad 19 oktober 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken14.534 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Foto credit: Rob Roggema

Over de toekomst gesproken Rob Roggema, Robert Chamski Futuretalks

01

Foto credit: Rob Roggema

Future Talks Rob Roggema, Robert Chamski ‘I used to think the top environmental problems were biodiversity loss, ecosystem collapse and climate change. I thought with 30 years of good science we could address those problems. But I was wrong. The top environmental problems are selfishness, greed and apathy; and to deal with those we need a spiritual and cultural transformation - and we scientists don’t know how to do that’. 2

- Gus Speth, World Resource Institute Er is één ding zeker over de toekomst. Die is nog nooit eerder gebeurd. Vaak wordt de (recente) geschiedenis doorgetrokken naar die toekomst. Dat zorgt onwillekeurig voor een mismatch, want de padafhankelijkheid van het verleden gaat dan bepalen hoe we reageren op een nieuwe context. Voor de huidige problemen die we in dat verleden hebben laten ontstaan wordt dan vaak een aanpak gekozen die ontleend is aan methoden die die problemen juist veroorzaakten. Voor nieuwe problemen en onzekerheden, waar de toekomst dus per definitie uit zal bestaan, moeten we eigenlijk nieuwe benaderingen ontwikkelen die nog niet gemeengoed zijn. Dat geldt in het bijzonder voor de manier waarop we onze samenleving, de gebouwde omgeving en het landschap ontwerpen, ontwikkelen en bouwen. Daar immers komen alle problemen en ontwikkelingen samen, hebben ze de grootste impact op het leven van mens en natuur en kunnen we vormgeven aan het verbeteren van de veerkracht van stedelijk-landschappelijke systemen. En bezitten we het vermogen ons aan te passen en een omgeving te creëren die aantrekkelijk en gezond is.

3 Die toekomst, die is er bovendien niet voor onszelf. Ook onze kinderen leven al in een wereld die voor een groot deel bepaald is door het verleden en het beleid dat is vastgesteld. Die mammoettanker aan afspraken, gewoontes en genomen beslissingen is maar mondjesmaat bij te draaien. We zullen dus in ons huidig denken ook generaties die ver na ons komen, en die we nooit zullen ontmoeten, moeten laten meewegen in onze huidige keuzes. Dit kathedraaldenken (Krznaric, 2020) is geen gemeengoed maar zal een steeds belangrijker plek in moeten gaan nemen in ons denken. We zullen samen moeten omzien naar de toekomst! Een goede voorouder zijn gaat dan veel verder dan het oplossen van het klimaaten biodiversiteitsprobleem. Zoals Gus Speth van het World Resource Institute het formuleert: ‘I used to think the top environmental problems were biodiversity loss, ecosystem collapse and climate change. I thought with 30 years of good science we could address those problems. But I was wrong. The top environmental problems are selfishness, greed and apathy; and to deal with those we need a spiritual and cultural transformation - and we scientists don’t know how to do that’.

One thing is certain about the future. It has never happened before. Often, (recent) history is extended to the future. This unwittingly results in a mismatch, because pathdependency from the past then determines how we respond to new contexts. For current problems that we have allowed to be created in the past, we often choose an approach that is derived from the methods that caused the problem in the first place. For new problems and uncertainties, which will, by definition, make up this new future, we need to develop new approaches that are not yet commonplace. This especially goes for the ways in which we design, develop, and build our society, the built environment, and the landscape. After all, this is where all our problems and developments come together, have the greatest impact on human and natural life, and we can shape the improvement of the resilience of urbanlandscape systems. And we possess the capacity to adapt and create an environment that is attractive and healthy.

That future, by the way, is not there for us. Our children, too, already live in a world that is for a large part determined by the past and the established policy. That super tanker of agreements, habits, and decisions can only be changed bit by bit. In our current thinking, we will thus need to consider generations that come long after us, and that we will never even meet. This cathedral-thinking (Krznaric, 2020) is not commonplace yet, but will need to take up a much more prominent place in our thinking. We will need to look to the future together! Being a good ancestor is about more than just solving the climate and biodiversity problem. Gus Speth from the World Resource Institute formulates it in this way: ‘I used to think the top environmental problems were biodiversity loss, ecosystem collapse and climate change. I thought with 30 years of good science we could address those problems. But I was wrong. The top environmental problems are selfishness, greed and apathy; and to deal with those we need a spiritual and cultural transformation - and we scientists don’t know how to do that’.

4

Om meer zicht te krijgen op welke veranderingen, urgente opgaven en mogelijke toekomsten er kunnen bestaan, en de implicaties daarvan op hoe we als ontwerper, ontwikkelaar en bouwer van stad en landschap daarin kunnen acteren, hebben we intensieve gesprekken gevoerd met 25 mensen die hun inzichten genereus met ons deelden. We kozen deze mensen uit omdat we verwachtten dat ze een open blik en kennis van zaken hierover hadden. We werden niet teleurgesteld! Onze verwachtingen werden telkens weer overtroffen in de gesprekken die meer dan eens uitliepen vanwege de intensiteit, nieuwsgierigheid en eye-openers. We doen hier een poging er een rode draad in te formuleren, die mede richting kan geven aan de inhoud van het lectoraat Landscape-driven Design, het onderwijs van Inholland en de verdergaande conversatie in de regio Noord-Holland. Het geeft invulling aan de opzet van het Regio-atelier (RA), waarin we ontwerpend onderzoek zullen gaan doen naar de inrichting en gebruik van het natuur-, cultuur- en stedelijk landschap in de regio, met en door studenten, met en door partners uit de regio. In dat opzicht is dit ook een uitnodiging om met ons na te denken over hoe we ons de toekomst wensen, en hoe die er uit zou kunnen zien. Door samenwerking en concrete ontwerpgerichte opgaven en opdrachten met ons samen op te pakken.

To gain more insight into which changes, urgent issues, and potential futures can exist, and to determine the implications of this on how we can act on them as designers, developers, and builders of the city and landscape, we conducted intensive conversations with 25 people who shared their insights with us generously. We selected these individuals because we expected that they would have an open perspective and expert knowledge on the topic. We were not disappointed! Our expectations were constantly exceeded in these conversations that more often than not went overtime due to the intensity, curiosity, and eye-openers. Here, we attempt to formulate a common thread in these conversations, that may help to give direction to the content of the professorship Landscape-driven Design, the education at InHolland University of Applied Sciences, and the continuing conversation in the region of North-Holland. It gives substance to the set-up of the RegioAtelier (RA – Regional Studio), in which we will conduct designing research into the design and use of natural, cultural, and urban landscapes in the region, with and by students, with and by partners in the region. In that sense, this is also an invitation to think about the future we desire with us, and what this could look like. By taking up collaboration and concrete design-oriented tasks with us, together.

5

6

De nood is hoog, maar wordt die ook zo ervaren? Op 14 december 2021 schreef Erdal Balci ‘Deze eeuw wordt de eeuw van de redding van het klimaat’ in De Volkskrant, in een column met de verwarrende titel: Ons gejuich voor Max Verstappen is een vorm van cultureel verzet (Belci, 2021). Wellicht had er moeten staan dat deze eeuw de redding van het klimaat zou moeten worden, want de urgentie wordt ons weliswaar aan alle kanten op het hart gedrukt, van concrete actie die ‘het klimaat gaat redden’ is het nog veel te weinig gekomen. Dat heeft ernstige gevolgen, een greep: - De schade door natuurrampen blijft toenemen (Swiss Re, 2021); afgelopen jaar was de schade weer 24% hoger dan het jaar er voor (wereldwijd 221 miljard euro, waarvan minder dan de helft verzekerd is/kan worden). Als voorbeeld: de overstromingen in Limburg, Duitsland en België kostten de verzekeraars 13 miljard Euro. - De Deltacommissaris heeft aangegeven dat een groot deel van huidige woningbouwlocaties zich bevinden in risicogebieden, waarvan de vraag is of ze wel daar gebouwd moeten worden, en als daarvoor gekozen wordt met vergaande aanpassingen (Booister et al., 2021). Het leidt tot de vraag of de nieuwe woningen die gepland zijn ook daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden.

Een ijsplaat aan de voet van de Thwaites-gletsjer op Antarctica zou binnen vijf jaar in honderden stukjes kunnen breken. De gletsjer glijdt dan versneld richting oceaan, waardoor de zeespiegel over de hele wereld ineens met sprongen kan stijgen. (Pettit et al., 2021; McFall-Johnsen, 2021; Weisberger, 2021; Bakker, 2021). Als die ijsplaat smelt betekent dat een halve meter zeespiegelstijging. Als dat, zoals verwacht, binnen 3-5 jaar gebeurt, zal het daarna nog wel even duren voor de zeespiegel zover gestegen is, maar is dat proces onomkeerbaar. Naast de klimaatsverandering spelen ook andere processen een belangrijke rol in de verandering van onze leefomgeving. Vaak zijn deze fysisch van aard zoals bodemdaling, verzilting van grondwater etc. Tegelijkertijd verandert ook het sociale veld. De creatieve klasse (Florida, 2002) heeft na de snelle opkomst ook weer bewezen niet de oplossing te zijn voor de democratische stedelijkheid (Florida, 2018). Snelle disruptieve sociale veranderingen zijn niet enkel beperkt tot de steden en maken steeds vaker hun intrede op het platteland. Binnenlandse en internationale migratie hebben nog geen plek verworven in ons besef van de realiteit.

De demografische ontwikkelingen op regionaal niveau en hun impact op het ruimtelijk en sociaal domein en op de economische stabiliteit en groei worden maar zelden daadwerkelijk meegenomen in reële toekomstscenario’s.

The situation is dire, but is this felt? On the 14 December 2021, Erdal Balci wrote ‘this century will become the century of the salvation of the climate’ in the Volkskrant, in a column with a rather confusing title: our cheers for Max Verstappen is a form of cultural resistance (Balci, 2021). Perhaps he should have written that this century should become the salvation of the climate, because the urgency is certainly emphasised by many, but there has been much too little concrete action that ‘will save the climate’. This has severe consequences, including: - The damage due to natural disasters continues to increase (Swiss Re, 2021); in the last year, the damage was 24% higher than the year before (221 billion euro, worldwide, of which less than half is/can be insured). An example: the floods in Limburg, Germany, and Belgium cost insurance companies 13 billion euro. - The Delta commissioner has indicated that a large part of current housing locations finds themselves in high-risk areas, and it is being questioned whether they should be built there at all, and if so, with far-reaching adaptations (Booister et al., 2021). This leads to the question of whether the new homes that are planned can actually be realised.

An ice sheet at the foot of the Thwaites glacier in Antarctica could break into hundreds of pieces within five years. The glacier will then rapidly slide towards the ocean, meaning the global sea level could rise abruptly (Pettit et al., 2021; McFall-Johnsen, 2021; Weisberger, 2021; Bakker, 2021). If that ice sheet melts, it would mean a sea level rise of half a meter. If that occurs within 3-5 years, as is expected, it will take a while before the sea level has risen to this point, but the process will be irreversible. Besides climate change, other processes also play an important role in the changing of our living environment. Often, these are physical ones, such as: land subsidence, salinisation of groundwater, etc. At the same time, the social scape also changes. The creative class (Florida, 2002) has proven after a rapid rise not to be the solution for democratic urbanity (Florida, 2018). Fast disruptive social changes are not only limited to cities and make their appearance in rural areas more and more often. Domestic and international migration have not yet gained a place in our awareness of reality. The demographic developments at a regional scale and their impact on the spatial and social domains and on economic stability and growth are rarely truly incorporated into realistic future scenarios.

7

8

De nood is hoog, en de snelheid waarmee veranderingen plaatsvinden neemt alleen maar toe. De komende 100 jaar zullen we net zo veel veranderingen meemaken als de afgelopen 1000 hebben plaatsgevonden (Rotmans en Verheijden, 2021). Dat impliceert dat veranderingsprocessen gemiddeld 10x zo snel zullen gaan als in het verleden. Zijn we hierop wel voorbereid; kunnen we dat wel bijbenen? Het lijkt erop dat we dat in elk geval niet zullen bolwerken op de manier waarop we problemen in het verleden hebben aangepakt. We zullen op drie fronten onszelf een nieuw perspectief moeten toestaan: - Inhoudelijke lange termijn visies ontwikkelen voor een onvoorspelbare en onplanbare toekomst: een versnelde zeespiegelstijging en bodemdaling, grotere hoeveelheden neerslag ineens, acute hitte, maar ook toegenomen ad-hoc beleid, en de instant reacties op problemen en hijgerigheid op social media, vereisen alle een tegengeluid, dat de langere termijn in ogenschouw neemt en zich niet alleen richt op het oplossen van problemen, maar ook op het nadenken over de lange termijn, en het weloverwogen en helder definiëren van de opgave . - Adaptiever plannen: tot in het recente verleden gaf de tijd ons gelegenheid planprocessen zo te organiseren dat er overeenstemming over het eindbeeld kon ontstaan, en dat werd vervolgens uitgevoerd.

Omdat veranderingen nu steeds sneller gaan is dat steeds minder goed mogelijk. Inzichten veranderen, er doen zich plotseling nieuwe problemen voor, en de bevolking is steeds deskundiger geworden en weet zich steeds duidelijker te uiten.

We zullen dus adaptiever moeten plannen, richting bepalen op de echte urgenties, op de hoofdlijnen zonder alle details compleet vast te willen leggen. Die kunnen in de loop van de tijd nader worden uitgewerkt zodat ze zich kunnen voegen in de dan geldende vragen en wensen. - Anders leren: het aanbieden en overdragen van kennis gaat niet snel genoeg meer. Bovendien is nieuwe kennis eerder op youtube te halen dan in het klaslokaal. Dat vergt een ommezwaai in de manier van lesgeven, die eerder gestoeld is op het opwekken van interesse en nieuwsgierigheid, dan het door- en herkauwen van bestaande (en soms gedateerde) kennis en vaardigheden. Het lesgeven zal mee moeten in de vraag naar real time kennis, en just-in-time oplossingen, en explorerend leren uit een veelheid van bronnen.

Warning about this, announcing it, let alone making plans that anticipate for it, it often seems to be ignored. The work of Johan van Veen illustrates this; in the decades before the 1953 flood, he was already warning of the impending disaster, based on scientific research that demonstrated the fact that the land was in danger of being flooded. His advice was downplayed, and he was even thwarted (Van der Ham, 2020). Up until the 1 February 1953, 3 days after he proposed his plans for the delta works to the then minister of Traffic and Water Management, Algera. We can learn from this and need to take even uncomfortable messages seriously. We must make plans that are inconceivable, but both progressive and necessary.

Thwaites glacier, the doomsday-glacier, is about to crumble. Foto credit: Rob Roggema

Waarschuwen hiervoor lijken vaak in de wind geslagen te worden, het aankondigen ervan veronachtzaamd en plannen die hierop anticiperen worden al helemaal nauwelijks serieus genomen. Illustratief is het werk van Johan van Veen, die in de decennia voor de watersnoodramp in 1953 al waarschuwde, op basis van wetenschappelijk onderzoek dat het land gevaar liep op een overstroming. Zijn adviezen werden gebagatelliseerd, hij werd zelfs tegengewerkt (Van der Ham, 2020). Tot 1 februari 1953, drie dagen nadat hij zijn plan voor de deltawerken aan de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat, Algera, had aangeboden. We kunnen hiervan leren, dat we ook ongemakkelijke boodschappen serieus moeten nemen. Plannen moeten maken die onvoorstelbaar zijn, maar even vooruitstrevend als noodzakelijk.

The situation is dire, and the speed with which changes are taking place is only increasing. The next 100 years will see us go through as many changes as took place in the past 1000 (Rotmans and Verheijden, 2021). This implies that processes of change will go 10 times as fast on average. Are we prepared for this? Can we keep up? It seems that we will definitely not be able to manage it in the same way we approached problems in the past. We will need to allow ourselves a new perspective on three fronts: - Developing conceptual long-term visions for an unpredictable and unplannable future: accelerated sea level rise and land subsidence, greater amounts of precipitation at sudden intervals, acute heat, but also increased ad-hoc policy, and the instant response to problems and remorselessness on social media, all demand an opposing force, that can take the longer term into consideration and is not only focused on solving problems, but also on thinking about the long term, and the carefully considered and clear definition of the issue. - In the way we make plans: time gave us the opportunity to organise planning processes in such a way that we can build agreement about the final vision, and that this would subsequently be executed. Because changes are happening faster and faster, this is becoming more and more difficult.

Insights change, new problems suddenly appear, and the population has become more and more informed and manages to express itself more and more clearly. We will thus need to plan adaptively, determine direction based on the true urgencies, focus on the broad lines without wanting to capture all the details completely. Those can be worked out in time, so that they can be applied to whatever questions and desires are present at that time. - In learning: offering and transferring knowledge is not going fast enough anymore. Besides, new knowledge is easier to get via YouTube than in the classroom. This demands a huge switch in the way we teach to one which is more based on sparking interest and curiosity, rather than memorising and regurgitating existing (and sometimes dated) knowledge and skills. Teaching will need to join in the demand for real time knowledge, and just-in-time solutions, and exploratory learning from a range of sources.

9

Foto credit: Rob Roggema

B

A

Short term Consumption Independence Abundance

On the way to a new paradigm

Long term Sustainability Mutual dependency Balance

Disruptive, chaotic phase

10

11 Die snelheid in veranderingen geeft dus problemen, want de urgenties zijn groot, maar het biedt tegelijkertijd ook kansen. De transitie naar een nieuw ‘mental model’ komt snel dichterbij. Voor het voltooien van een transitie is het nodig dat de vernieuwers en early adopters (samen zo’n 14-20%) de waardenset van het nieuwe paradigma omarmen. Volgens Dominique Hes (zie het interview met haar) is die groep momenteel ca 15%, en dus staan we aan de vooravond van een ommezwaai. Vandaar dat de onrust (chaos) op dit moment ook zo groot is. De 80% die de transitie nog niet heeft kunnen (en sommigen niet willen) omarmen werkt nog tegen en houdt vast aan het oude paradigma. Het is de hoogste tijd dat we leren de chaos te omarmen, die nu eenmaal hoort bij dit soort transities (Rotmans en Verheijden, 2021). Dat vereist wel dat we anticiperen op het nieuwe paradigma en dus een nieuwe manier van denken adopteren. Waar we gewend zijn (geraakt) aan individualisme, consumptieve overvloed en een instant bevrediging op korte termijn, zal

het tijdperk na de transitie gedomineerd worden door een nieuwe balans en de onderlinge afhankelijkheid en van het natuurlijk systeem, het landschap. Het op lange termijn denken en handelen, met in het achterhoofd een goede voorouder te willen zijn (Krznaric, 2020). De mate waarin we daarin slagen zal de duurzaamheid van het leven op aarde in sterke mate bepalen. Het goede nieuws is dat we niet ver meer verwijderd zijn van dat nieuwe tijdperk, met die nieuwe waardenset. Voor≈het onderwijs en het onderzoek is het daarom raadzaam als eerste en snelste die waarden ons eigen te maken en door te laten werken in de praktijk. Idealisme en realisme Op basis van 25 diepte-gesprekken met ‘toekomstdenkers’ uit de regio, het land en buitenland, valt een markante spanning waar te nemen. Uit de analyse blijkt dat de ‘realisten’ en ‘idealisten’ het lastig vinden om elkaar te versterken. Het leidt eerder tot volharding van eerder ingenomen standpunten, en polarisatie in ‘voor- en tegenstanders’.

That speed of change thus brings problems with it because the urgencies are great, but it also provides opportunities. The transition to a new ‘mental model’ is rapidly approaching. To complete a transition innovators and early adopters (together around 14-20%) need to embrace the set of values that are part of the new paradigm. According to Dominique Hes (see her interview), that group is currently around 15%, and we are thus on the verge of a new switch. It is for this reason that unrest (chaos) is so great at the moment. The 80% that has not yet been able (or wanted) to embrace the transition is still hindering it, and clinging to the old paradigm. It is high time that we learn to embrace the chaos that is part of these kinds of transitions (Rotmans and Verheijden, 2021). This does require us to anticipate the new paradigm, and thus adopt a new way of thinking. Where we have gotten used to individualism, consumptive abundance, and instant gratification on the short term, the era after the transition will

be dominated by a new balance and interdependence of the natural system, the landscape. Thinking and acting on the long term, with the desire to be a good ancestor in the back of our minds (Krznaric, 2020). The degree to which we succeed in this will strongly determine the sustainability of life on earth. The good news is that we are not far removed from this new era, with that new set of values. For education and research, it is thus advisable to master these new values first and as quickly as possible and allow them to be put into practice. Idealism and realism Based on 25 in-depth conversations with ‘future thinkers’ from the region, the country, and the world, a striking tension can be seen. Analysis has shown that the ‘realists’ and ‘idealists’ struggle to strengthen each other. It is more likely to lead to an insistence on earlier standpoints, and polarisation in ‘pro- and opponents’.

12

idealism

De realisten stellen de mens centraal in hun denken, en laten de natuur toe als dat kan. Het denken wordt gedomineerd door financieel economische wetmatigheden en het streven naar robuustheid en bestendigheid van het systeem. Zo ontstaat de behoefte aan traagheid en langzame veranderingen. Op basis van technologische kennis en huidige standaarden en normen wordt gezocht de zekerheden zo groot mogelijk te maken, en daarvoor voedingsbodem te vinden in politieke, beleids- en participatieprocessen. De idealisten daarentegen zien de mens als onderdeel van het natuurlijk systeem. Dat systeem staat onder druk door klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit. Het streven naar landschappelijke duurzaamheid vergt daarmee transities in de manier waarop we ons voedsel verbouwen en energie genereren. Door dat te doen op een manier die de veerkracht vergroot kan beter omgegaan worden met tal van onzekerheden. De dreiging van teloorgang van het natuurlijk systeem, onze leefomgeving, noopt tot snelheid van handelen. Het gebruik van onduidelijke en ondefinieerbare containerbegrippen door beide zienswijzen zorgt voor toename van verwarring en onbegrip.

Waarin op het abstracte niveau eenduidigheid van ambities realisme en ideologie het snel eens met elkaar lijken te zijn, blijkt vaak bij de uitvoering van de plannen toch begripsverwarring te ontstaan over de gezamenlijke doelen en vooral de “offers” die gebracht moeten worden om deze te bereiken. Voor beide perspectieven is veel te zeggen. Mensen hebben behoefte aan de zekerheid van hun bestaan en het behouden

realism

realism

Idealism and realism often face away from each other

idealism

The realists centre humans in their thinking and let nature in when possible. Thinking is dominated by financial and economic laws and the desire for robustness and resilience in the system. Thus, the need for a slow pace and slow change is created. Based on technological knowledge and current standards and norms, realists endeavour to make the certainties as big as possible, and to find support for this in political, policy, and participation processes. Idealists, on the other hand, see humans as part of the natural system. This system is under pressure due to climate change and the loss of biodiversity. The desire for landscape sustainability requires transitions in the ways we cultivate food and generate energy. By doing that in a way that increases resilience, we will be better able to deal with a range of uncertainties. The threat of the loss of the natural system, our living environment, requires speed of action. The use of unclear and undefinable container-concepts by both points of view leads to an increase in confusion and lack of understanding. Where at an abstract level, uniformity of ambitions, realism, and ideology appear to easily agree, in execution of plans confusion of terms often still occurs with regards to shared goals and in particular the ‘offers’ that must be made to achieve them. There is much to be said in support of both perspectives.

People have a need for the security of their existence and the maintenance of the current living circumstances, while their survival simultaneously depends on the degree to which the natural system continues to provide these circumstances,

van de huidige leefomstandigheden, terwijl hun voortbestaan tegelijkertijd afhangt van de mate waarin het natuurlijk systeem de omstandigheden blijft bieden vooral als de onzekerheid over de toekomst toeneemt. Daarom is het belangrijk om de beide perspectieven te verenigen, en niet met de rug naar elkaar te laten staan, waardoor de polarisatie alleen maar groter wordt. Zo zal de kennis die is verworven door te denken in robuuste systemen ingebed moeten raken in het idealistische perspectief: de bestendigheid van het natuurlijk systeem is gebaat bij een solide financieel fundament dat de basis vormt voor politieke besluitvorming en beleid. Anderzijds zal het denken in de toekomst, en het meenemen van de consequenties van het handelen in het nu voor de komende generaties een grotere rol moeten spelen bij het bepalen van de financieel-economische beleidskaders, door creatiever en ontwerpgerichter denken toe te laten. Op die manier worden de perspectieven niet langer als sectorale problemen en oplossingen gezien, maar in samenhang met elkaar gebracht door in de eerste plaats integraal de opgave te definiëren. In een regio-atelier komen dan de ontwerpende creativiteit en de procesgerichte omgevingssensitiviteit bij elkaar, en worden zowel de lange als korte termijn als de kleine en grote schaal met elkaar verbonden.

Het integrale zoekproces is het meeste gediend met een ontwerpende onderzoekende benadering, die niet uitgaat van een gewenst eindbeeld, maar een aanpasbaar opgave, proces en visie mogelijk maakt. Dat betekent dat we ons moeten richten op: - Het verbinden van idealisme en realisme - Herdefiniëren en concretiseren van een gezamenlijke en begrijpbare taal - Het leveren van een (ruimtelijk) antwoord op hedendaagse en toekomstige urgenties (design for emergencies): biodiversiteit, klimaat, voedsel, gezondheid, wonen (verbanden leggen in de tijd) - Het doen van ontwerpend onderzoek naar concrete lokale casussen en ruimtelijke studies op hoger schaalniveau (en het leggen van verbanden tussen de schaalniveaus) - Aandacht te besteden aan de ontwerpende creativiteit en het ontwikkelen van sensitiviteit voor het proces en de betrokken participanten. - Uitvoeren van ontwerpend onderzoek in een regio-atelier

particularly when the uncertainty of the future increases. Because of this, it is important to unite both perspectives, and no longer allow them to face away from each other, which would only increase polarisation. The knowledge gained by thinking in terms of robust systems will thus need to be incorporated into the idealistic perspective: the resilience of the natural system benefits from a solid financial foundation that forms the basis for political decision-making and policy. On the other hand, the thinking in terms of the future, and incorporating the consequences of our actions in the present for the coming generations, will need to play a bigger role in determining financial-economic policy frameworks, by allowing for more creative and design-oriented thinking. In that way, both perspectives are no longer viewed as sectoral problems and solutions but are brought in cohesion with one another by first defining the issue in an integral manner. In a regional studio (or RegioAtelier), the designing creativity and process-oriented environmental awareness are then connected. The integral search process is served best with a designing researching approach, that does not assume a desired end result, but makes an adaptive issue, process, and vision possible.

This means we must focus on: - Connecting realism and idealism - Redefining and making concrete a collective and comprehensible language - Providing a (spatial) answer to current and future urgencies (design for emergencies): biodiversity, climate, food, health, living (making connections through time) - Conducting designing research into concrete local cases and spatial studies at a larger scale (and making connections between different spatial scales) - Devoting more attention to designing creativity and the development of awareness for the process and the participants involved - Executing design research in a regional studio (RegioAtelier)

13

Urgengy (need for speed) Resilience, thinking in uncertainties Biodiversity loss Climate change Energy transition Food transition Landscape sustainability

Design literacy Cathedral thinking Laws of the natural system

Designcreativity

Nature (& Man)

idealism

Connect long and short term

Integrate in cohesion Question at the core

Processsensitivity

14

Laws of the financial-economic system Thinking in policy processes Technical literacy kennis Regional atelier Area developments Research by Design Design by Researching

Resultaten De gesprekken hebben een veelheid aan inzichten, suggesties en nieuwe mogelijkheden naar voren gebracht. In de eerste plaats zijn urgente opgaven benoemd waar we in de komende 5-10 jaar (en daarna) in verhevigde mate mee te maken zullen krijgen. Daarnaast is er een scala aan benaderingen, methoden en werkwijzen gesuggereerd om op een goede manier aan die urgente opgaven te gaan werken. Daarvoor zullen we de toekomstige ‘designprofessional’ een (deels nieuw) palet aan competenties en vaardigheden moeten aanleren. Ook daarvoor zijn een veelheid aan suggesties gedaan. Tenslotte werden concrete project ideeën naar voren gebracht hoe e.e.a. in Noord-Holland zou kunnen worden opgepakt.

Connect small and large scale

realism

Man (& Nature)

Financial systems Economical laws Technological knowledge Political and policy frameworks

Robustness, thinking in certainties Inertia (need for slowness)

Results The conversations brought forward a multitude of insights, suggestions, and new possibilities. Firstly, urgent issues were named that we will be dealing with increasingly within the next 5-10 years (and after). Besides this, a range of approaches, methods, and processes were suggested to work on these urgent issues in a good way. We will need to teach the new ‘design professional’ a (partly new) palette of competences and skills. A multitude of suggestions were made for this as well. Lastly, concrete project ideas were proposed for how a thing or two in North-Holland could be approached.

Urgente opgaven en thema’s We staan aan de vooravond van een nieuw wereldbeeld, dat holistisch, relationeel, en georiënteerd op de lange termijn zal zijn. We bevinden ons nu in een periode van chaos, innovaties, experimenten en zoeken naar nieuwe potenties. Er zijn twee tegengestelde perspectieven. Aan de ene kant een paradigma der realisten, dat zich richt op technologie, regelgeving, denkt in lineaire processen en zoekt naar bestendigheid en robuuste systemen. Aan de andere kant staat het paradigma der idealisten, dat een organische ontwikkeling voorstaat, gelooft in de non-lineariteit van processen en zich richt op het vergroten van de veerkracht. Duidelijk is dat we moeten ontsnappen aan ‘vigerend’ beleid en dat we veel van de natuur kunnen leren, vooral als we in de situatie komen dat veranderingen onvoorspelbaar zijn, plotseling kunnen gebeuren en extreme vormen kunnen aannemen. We zullen de komende 100 jaar met meer veranderingen te maken krijgen dan we de afgelopen 1000 jaar hebben meegemaakt, een tienvoudige versnelling. Die urgentie wordt nog lang niet overal ook gevoeld en vergroten van de bewustwording is daarom hard nodig. Des te belangrijker om risico’s als een kans te gaan zien. Daarbij is de noodzaak om problemen in samenhang te zien duidelijk.

Het is onmogelijk om elk probleem afzonderlijk op te lossen, zeker gezien het feit dat de ruimtelijke gevolgen van de toegenomen complexiteit in ons landschap en de stad, de intergenerationele effecten van ons handelen en de betrokkenheid en belangen van steeds meer mensen en organisaties, op soms onverklaarbare manieren onderling verbonden zijn. Het is daarom tijd voor een integraal nieuw verhaal, dat veranderingen in samenhang beziet en een nieuw landschap tot gevolg heeft. Tenslotte, moeten we ons realiseren dat ook idealisme in de realiteit van economisch denken een plek moet krijgen. De Moderne Monetaire Theorie (Kelton, 2020), waarbij het toevoegen van geld in het systeem niet leidt tot vergroting van de schulden (zie het interview met Rod Simpson), kan een uitweg bieden voor alternatieve economische denkwijzen, die lange termijn investeringen veel aantrekkelijker maken.

Urgent issues and themes We are on the verge of a new worldview, which will be holistic, relational, and oriented towards the long term. We find ourselves in a period of chaos, innovations, experiments, and looking for new potentials. There are two opposing perspectives. On the one side, there is the paradigm of realists, that is focused on technology, regulations, thinking in linear processes, and looking for resilience and robust systems. On the other side, there is the paradigm of idealists, that supports an organic development, believes in the nonlinearity of processes, and is focused on increasing resilience. It is clear that we need to escape from ‘existing’ policy and that we can learn a lot from nature, especially when we end up in a situation in which changes are unpredictable, can happen unexpectedly, and can take extreme forms. In the next 100 years, we will deal with more changes than we have experienced in the past 1000, a tenfold acceleration. That urgency is not always felt by everyone, and increasing awareness is thus desperately needed. It is even more important to see risks as opportunities. The necessity here to see problems in connection with each other is clear.

It is impossible to solve every problem separately, especially because the spatial consequences of the increased complexity in our landscape and cities, the intergenerational effects of our actions, and the involvement and interests of increasingly greater numbers of people and organisations, are interconnected in sometimes incomprehensible ways. Because≈of this, it is time for an integral new story, that views changes in cohesion and will lead to a new landscape. Finally, we need to realise that idealism also needs to gain a place in the reality of economic thinking. The Modern Monetary Theory (Kelton, 2020), in which the addition of money in the system does not lead to increased debts (see the interview with Rod Simpson), can provide a way out for alternative economic ways of thinking, that make long-term investments much more attractive.

15

16

De volgende thema’s worden benoemd: 1. Klimaat en duurzaamheid: verlies aan biodiversiteit, versnelde verandering van het klimaat, klimaatadaptatie, transformatie van het watersysteem, bodemdaling en het veenweidelandschap, stikstof. 2. Sociale cohesie: depolariseren, een samenleving met meer weerstand en meningen en omgaan met ontevredenheid, overgang van een samenleving van zelfvertrouwen naar een van wederzijds wantrouwen en angst, kwaliteit van het leven, sociale media zorgen voor nieuwe vormen van invloed en macht, gelijkheid en eerlijke stedenbouw, de verdeling van welvaart en welzijn, burgerberaden en nieuwe vormen van democratie, vergrijzing 3. Circulariteit: transformaties in het voedselsysteem, natuur-inclusieve landbouw, stadslandbouw, de energietransitie, verminderen CO2 uitstoot, hergebruik van materialen, hout en prefab.

4. Economie: het verkennen van het concept ‘degrowth’ en de impact voor stedelijke planning (Savini, 2021; Kallis et al., 2020), nadenken over alternatieve economische modellen, bv Moderne Monetaire Theorie, waarmee we de huidige financieel-economische realiteit en politieke tegenstellingen en belangen kunnen overbruggen, hoe is de circulariteit van duurzame bouwmaterialen te financieren, hoe ziet het economische landschap er uit, waar en waarom vestigingsplaatsen en de mogelijkheden die technologie biedt (grotere ruimtelijke vrijheidsgraden), en de betaalbaarheid van de woningvoorraad.

5. Verstedelijking: noodzaak en voordelen van groene stedenbouw, natuur als onlosmakelijk onderdeel van de stad, impact van klimaattoekomst op mogelijkheden (overal) te bouwen, als 85% van de geplande woningbouw momenteel niet geschikt zijn vanuit klimaatrisico zonder vergaande aanpassingen aan de type bouw en constructie, de mogelijke gevolgen van een onvoorspelbare beweging van mensen uit klimaat-risicogebieden en de bestaande stedelijke systemen niet zo stabiel (en veilig) blijken als gedacht. Daardoor ontstaat een steeds grotere druk op de ruimte en grond wordt schaars, steden zullen meer (moeten) verdichten en functies nog sterker combineren. Er zal een probleem met de leefbaarheid op het platteland kunnen ontstaan, het is een mythe dat iedereen daar zou willen wonen. 6. Contextueel en situationeel denken en ontwerpen: niet alle ontwikkelingen beginnen met een clean sheet. Op elke plek en voor elk probleem is er al een locatie, situatie of context aanwezig. Het begrijpen en het kunnen analyseren van deze omgeving zorgt voor een andere perspectief op de eigen omgeving en draagt bij aan het kunnen ontwerpen van een betekenisvollere en effectievere oplossing.

The following themes will need to be addressed: 1. Climate and sustainability: loss of biodiversity, accelerated climate change, climate adaptation, transformation of the water management system, land subsidence and the peat landscape, nitrogen. 2. Social cohesion: depolarisation, a society with more resistance and opinions and dealing with dissatisfaction, transition from a society of self-confidence to one of mutual distrust and fear, quality of life, social media leading to new forms of influence and power, equality and fair urban development, division of wealth and wellbeing, citizens’ assemblies and new forms of democracy, ageing. 3. Circularity: transformations in the food system, natureinclusive agriculture, urban agriculture, the energy transition, decreasing Carbon-emissions, reuse of materials, wood, and prefab. 4. Economy: exploring the concept of ‘degrowth’ and the impact for urban planning (Savini, 2021; Kallis et al., 2020), thinking about alternative economic models, e.g.

Modern Monetary Theory, with which we can bridge the current financial-economic reality and political oppositions and interests, how can we finance the circularity of sustainable building materials, what does the economic landscape look like, where and why particular sites and the possibilities that technology offers (greater spatial degrees of freedom), and the affordability of the housing supply.

5. Urbanisation: necessity and advantages of green urban development, nature as inextricable part of the city, impact of the climate future on possibilities to build (everywhere), if 85% of planned housing construction is currently not suitable due to climate risks without far-reaching adaptations to the type of building and construction, the potential consequences of an unpredictable movement of people from climate-risk areas and the existing urban systems not being as stable (and secure) as initially thought. An increasing amount of pressure is thus created on space and land will become scarce, cities will (need to) become more and more dense and combine functions even more. A problem with liveability in rural areas might occur, it is a myth that everyone would want to live there. 6. Contextual and situational thinking and design: not all developments start with a clean sheet. In every place and for every problem there is already a location, situation, or context. Understanding and being able to analyse this environment will lead to a different perspective on our own environment and contribute to our ability to design a more meaningful and effective solution.

17

Werkwijzen, methodes en benaderingen De gesprekken hebben een aantal inzichten opgeleverd die gaan over de benaderingswijze en werkmethode die in de toekomst toegepast zouden moeten worden om succesvol te zijn in de geschetste snel veranderende context.

18

Ontwerpstudio ‘apocalyps now’ Er wordt een toekomst geschetst waarin klimaatverandering en het verlies aan biodiversiteit veel sneller gaat dan we in het verleden hebben gezien en dan waar we op dit moment rekening mee houden. Er kunnen noodsituaties ontstaan, extreme veranderingen zoals regenval, overstromingen, stormen, droogte en hitte. Die fenomenen zullen zich onverwacht voor kunnen doen en ons overvallen. Het zou tot apocalyptische situaties kunnen leiden. Hoewel we niet (zeker) weten of en wat er zou kunnen gebeuren, is wel duidelijk dat we onorthodoxe oplossingen en visies nodig hebben. Sterker nog, we zullen plannen moeten maken die de veranderingen omarmen en die bestand zijn tegen een rigoureus andere toekomst die nog nooit eerder hebben plaatsgevonden. De ontwerpoplossingen zullen dus effectief moeten zijn (meer dan efficiënt), en verder gaan dan een idee alleen. De kracht van het onderwijs is om deze verder te brengen en als ‘Proof of Concept’ aan een crash-test te onderwerpen. Het inbrengen van deze ontwerpende houding kan door in elk ontwerpvraagstuk de ‘wat-als’ vraag te stellen.

Wat als er ineens disruptieve veranderingen plaatsvinden, een hevige storm, een zeespiegel die meer dan een meter stijgt of langdurige regenval die voor snelstromend water zorgt? Hoe zou het ontwerp zich in deze noodsituatie gedragen, standhouden? Het vereist een fluïde proces, waarbinnen vraagstukken steeds kunnen worden aangepast, en een scala aan nieuwe inzichten kunnen leiden tot ongedachte ontwerpen. Zo kan tijdens dat proces de bewustwording over de aanstaande veranderingen aangewakkerd worden en op de toekomst worden geanticipeerd. Een strategie die wacht tot de nood hoog is, en dan plant en ontwerpt komt tegemoet aan het opwekken van de nieuwsgierigheid en het denken in onzekerheden. In een veilige context van het onderwijs kan geëxperimenteerd worden met de risico’s, de spanning en verrassing, en het creëren van de ‘wat-als’ scenario’s. Zo worden innovatieve denkers opgeleid, die doorbraken kunnen verzinnen die

ver weg zijn van standaarden, normen en gemiddelden (Ridderstråle and Nordström, 2004). Er is aandacht voor de onbekende onbekenden, denken in scenario’s die buiten de gebaande paden gaan, verkennen wat de zgn. ‘black swans’ (Taleb, 2007) kunnen betekenen, en hoe intuïtie en improvisatie tegemoet komen aan de complexiteit en non-lineariteit. Het ontwerpen voor noodsituaties vereist aanpasbaarheid, lenigheid en veerkracht, spreekt de fantasie en verbeelding aan, en plaatst creativiteit in het hart van het onderwijs. Dan komen verhalen en betekenissen tot leven, en kan stad en landschap worden verbeeld in diversiteit, met begrip voor de lokale omstandigheden en het wisselen der seizoenen. De regio lesgeven In een Regio-atelier kan onderzoek en onderwijs zich richten op het ontwerpend onderzoeken van de regio als geheel, niet alleen meer op aparte vakken. Door de regio als object van het onderzoek te nemen worden aparte onderwerpen in samenhang beschouwd, een integraal ruimtelijk schaalniveau ontstaat, en kunnen uitkomsten over een langere periode verzameld, geanalyseerd worden en de resultaten gestructureerd worden vastgelegd. De methode van ontwerpend onderzoek is hiervoor bij uitstek geschikt: 1.

Analytisch onderzoek, data verzameling en visualisatie 2. (Her)definiëren van de opgave: het eerst formuleren van de opgave is belangrijker dan het vinden van oplossingen 3. Vinden en exploreren van de ruimtelijke (ontwerp) interventie, en de kracht en grenzen daarvan 4. Ontwerpen, tekenen, modelleren en reviewen van ontwerpoplossingen 5. Evalueren en eventueel het iteratief proces opnieuw doorlopen De regio wordt gezien als een organisme, dat kan veranderen, leeft, en zich steeds kan aanpassen aan veranderende omstandigheden. In het regio-atelier ontstaat een plek voor vrijdenken, opzoek naar de optimale veerkracht van de regio. De uitkomsten zullen de waarde zichtbaar maken van deze aanpak als die als een geaccepteerd onderdeel van reguliere planvorming, beleidsvorming en besluitvorming gezien wordt. Het toont namelijk aan wat de meerwaarde is van het stellen van de vraag naar de aanpasbaarheid van het plan in de toekomst.

Processes, methods, and approaches The conversations resulted in several insights with regards to the approaches and methods that should be applied in the future to be successful in the projected quickly changing context. Design studio ‘apocalypse now’ A future is being sketched in which climate change and the loss of biodiversity is occurring at a much faster rate than we envisioned in the past and than what we are considering in the present. Emergency situations can occur, extreme changes such as precipitation, floods, storms, drought, and heat. These phenomena will potentially show themselves unexpectedly. It could lead to apocalyptic situations. Though we do not know (for certain) if and what could happen, it is clear that we need unorthodox solutions and visions. Moreover, we will need to make plans that embrace the changes and that are able to deal with a rigorously different future that has never taken place before. The design solutions will thus need to be effective (more than efficient) and go beyond an idea alone. The power of education is to bring these further and submit them to a crash-test as ‘Proof of Concept’. Incorporating this designing attitude is possible by asking the ‘what if’ question in each design problem.

What if suddenly, disruptive changes take place – a heavy storm, a sea level that rises by a meter, or long-lasting precipitation that results in fast-flowing water? How would the design behave in this emergency situation and endure? It demands a fluid process, within which issues can be constantly adapted, and a range of new insights can lead to previously un-thought of designs. During this process, the awareness of the coming changes can be stimulated, and we can anticipate for the future. A strategy that waits until the situation is dire, and then plans and designs, meets the need for the sparking of curiosity and thinking in uncertainties. In a safe context such as in education, we can experiment with risks, tension, and surprise, and creating ‘what if’ scenarios. In this way, we train innovative thinkers, who can come up with breakthroughs that are far away from the standards, norms, and averages (Ridderstråle and Nordström, 2004) as we know them. There is consideration for the unknown unknowns, thinking in scenarios that fall outside the beaten

track, exploring what the so-called ‘black swans’ (Taleb, 2007) could mean, and how intuition and improvisation can respond to complexity and non-linearity. Designing for emergency situations requires adaptability, agility, and resilience, speaks to the imagination, and places creativity in the heart of education. Stories and meanings come to life, and the city and landscape can be envisioned in diversity, with an understanding for local circumstances and the changing of the seasons. Teaching the region In a regional studio or RegioAtelier, research and education can focus on the design research of the region as a whole, rather than in terms of separate subjects. By taking the region as the object of the research, separate topics are viewed in cohesion, an integral spatial scale is created, and outcomes can be collected and analysed over a longer period, and the results captured in a restructured way. The method of Research by Design is highly suitable for this, comprehending several steps: 1.

Analytic research, collecting data and visualisation 2. (Re)defining the issue: formulating the issue first is more important than finding solutions 3. Finding and exploring the spatial (design) intervention, and the power and limits of this 4. Designing, drawing, modelling, and reviewing of design solutions 5. Evaluating and eventually re-running the iterative process The region is seen as an organism, that can change, is alive, and can constantly adapt to changing circumstances. In the regional studio, a place is created for free thinking, in the search for the optimal resilience of the region. The outcomes will make the value of this approach visible, that will be seen as an accepted part of regular planning, policymaking, and decision-making, because it shows the value of asking the question of what the adaptability of the plan will be in the future.

19

20

Impliciet is dit de basis voor natuurinclusief en klimaatbestendige ruimtelijke ontwikkeling, omdat natuur en veerkracht aan de basis staan van het integraal ontwerpen. Zo worden natuurlijke delta’s, building with nature, en klimaatbuffers de basis voor wonen, werken en het stedelijk leven. De natuur stuurt de stedelijke patronen in plaats van de stad die dicteert waar en hoe de natuur zich mag voordoen. Door de overheid de taak te geven met het ontwikkelen van natuur te beginnen (en daarvoor een exploitatie op te zetten) kan stedelijkheid ecologisch worden en een rewilding plaatsvinden in de bioregio. Het herginnen van het land start bij de ecologische en watersystemen die het land vormen als vorm van omgekeerd ingenieurschap. Pas wanneer de ecologische en watersystemen als raamwerk van het integrale plan zijn ontworpen kan synergie ontstaan met woningbouw en andere stedelijke functies (exploitatie door marktpartijen). Nationale gebiedsontwikkeling De opgaven zijn omvangrijk en hangen met elkaar samen. Als we ze uit elkaar trekken in aparte beleidsvelden, met dito werkgroepen en besluiten in aparte ministeriële kokers, zullen oplossingen ook los van elkaar blijven bestaan. Dat brengt een samenhangende toekomst niet dichterbij, laat staan dat er meerwaarde kan ontstaan voor de kwaliteit van leven, draagvlak of bedrijfsleven.

Als er een coherente aantrekkelijke visie ontwikkeld wordt waarbij de problemen op het gebied van klimaat, biodiversiteit, stikstof, voedsel en wonen met elkaar in verband worden gebracht kan een wenkend perspectief voor heel Nederland ontstaan. Door een proces van nationale gebiedsontwikkeling te starten kan Nederland

herbedacht worden en de spanning tussen de tijd die nodig is voor verstedelijkingsprocessen en de noodzaak van het direct handelen bij urgente (klimaat)problemen opgelost worden. We zouden jonge mensen de leiding moeten geven over dit nationale gebiedsontwikkelingsproces, in een nationaal ontwerpatelier waarin virtueel samengewerkt wordt aan het verbinden van de lange termijn en de grote schaal. Hier wordt inhoud en proces verbonden, publieke en private belangen, communicatie en participatie, en water, ecologie en bodem met de economisch grondwaarde. Met een holistische blik ontstaat begrip, bewustwording en enthousiasme.

Landscape-inclusive design By taking the landscape context as a starting point for thinking and design, the expertise and understanding of natural, ecological, water, and soil systems is incorporated into the planning of urban, human, and built environments. Socialecological resilience is thus naturally built into the core of urban development, through which a greater sustainability and adaptability can be achieved. To start with the landscape (Landscape First), means that landscape architects and the design of urban regions get a more prominent place in the development of the region.

This is implicitly the basis for nature-inclusive and climateresilient spatial development because nature and resilience become the foundation of integral design. For example, natural deltas, building with nature, and climate buffers form the basis for housing, working, and urban life. Nature directs urban patterns rather than the city dictating where and how nature is allowed to exist. By giving the government the task to begin the development of nature (and set up an exploitation for this) urbanity can become ecological and rewilding can take place in the bioregion. Redeveloping the land starts with the ecological and water systems that shape the land as a form of reversed engineering. Only when the ecological and water systems have been designed as a framework for the integral plan synergy can then be created with housing construction and other urban functions (exploitation by market parties).

Foto credit: Rob Roggema

Landschaps-inclusief ontwerpen Door de landschappelijke context als startpunt van denken en ontwerpen te nemen, wordt de expertise en het begrip van natuurlijke ecologische-, water-, en bodemsystemen ingebracht in het plannen van de stedelijke, menselijke, gebouwde omgeving. Hiermee wordt socio-ecologische veerkracht van nature ingebouwd in de kern van de stedelijke ontwikkeling waarmee een grotere duurzaamheid en aanpasbaarheid wordt bereikt. Te beginnen met het landschap (Landscape First), betekent dat landschapsarchitecten en de vormgeving van stedelijke regio’s een prominentere plek krijgen in het ontwikkelen van de regio.

National area-development The issues are extensive and connected to each other. If we pull them apart into separate policy fields, with separate working groups and decisions in separate ministerial siloes, solutions will also continue to exist separate from each other. This does not bring us any closer to a cohesive future, let alone enabling value to be created for the quality of life, support, or business. If a coherent attractive vision is developed in which the problems in the areas of climate, biodiversity, nitrogen, food, and housing can be connected to each other, a tempting perspective can be created for the whole of the Netherlands. By starting a process of national area-development, the Netherlands can be reimagined and the tension between the time needed for urbanisation processes and the necessity of acting quickly for urgent (climate) problems can be solved. We should give young people the lead in this national development process, in a national design studio in which virtual collaboration takes place on the connection of the long term and the large scale. Concepts and processes are connected, public and private interests, communication and participation, and water, ecology, and soil with economic land value. With a holistic perspective, understanding, awareness, and enthusiasm is created.

21

De schaalniveaus van het gebouw, de wijk, stad en regio zijn onderdeel van hetzelfde systeem, en beïnvloeden elkaar wederzijds.

22

Het nadenken over langere tijdsperioden biedt zicht op het zijn van een goede voorouder. Kathedraaldenken houdt in dat we niet direct resultaat moeten zien van de projecten waar we aan werken, maar dat we dat doen voor de generaties die komen, en die we nooit zullen ontmoeten, maar die wel de vruchten zullen plukken van onze inspanningen. Zo kunnen lange termijn verbindingen gelegd worden op het gebied van grondstoffengebruik, hergebruik en regeneratieve stads- en landschapsontwikkeling. Water, voedsel, bouwen, energie, natuur en wonen kunnen zo in elkaars verlengde geplaatst worden. Het betekent ook dat we veel meer in tijdelijkheid of het tijdelijk gebruik van het landschap moeten denken, waarbij delen tijdelijk kunnen worden teruggegeven aan de natuur en gebouwen modulair gebouwd zijn zodat ze eenvoudig uit elkaar gehaald kunnen worden en de onderdelen makkelijk herbruikbaar zijn. Met behulp van de lagenbenadering kunnen meerdere dimensies van het ruimtelijk systeem, inclusief de ondergrond, in beeld gebracht worden.

Op het gebied van grondstoffen en materialen zullen dimensies van fluïditeit in stedelijk ontwerp een plek moeten krijgen: het gebruik van grondstoffen minimaliseren, het zoeken naar synergie tussen de verschillende stromen (energie, water, voedsel, materialen), het verbinden en de meervoudigheid van gebruik (wonen, kantoor, mobiliteit) en het verbinden van eigenaarschap en winst door het mengen van publieke en private belangen.

Through scales, times, and dimensions Just as we will view different topics in cohesion, we will also need to connect different spatial scales, the time horizons, and dimensions with each other. The scale levels of the building, the neighborhood, the city and the region are part of the same system and influence each other reciprocally. Thinking about longer time periods provides insight into being a good ancestor. Cathedral thinking means that we should not immediately see the results of the projects we are working on, but that we do them for the generations after us, whom we will never meet, but who will be able to reap the rewards of our efforts. In this way, long-term connections can be made in the areas of raw material use, reuse, and regenerative urban and landscape development. Water, food, building, energy, nature, and living can thus be aligned with each other. It also means that we need to think much more in temporariness or temporary use of the landscape, where parts can be returned temporarily to nature and buildings are built modularly so that they can easily be taken apart and the parts are easily reused. With the help of the layered approach, multiple dimensions of the spatial system, including the underground, can be visualised.

In the area of raw materials, dimensions of fluidity in urban design should be given a place: minimising the use of raw materials, looking for synergy between the various parts (energy, water, food, materials), the connection and multiplicity of use (living, office, mobility) and the connection of ownership and profit through the mixing of public and private interests.

Foto credit: Rob Roggema

Door de schalen, tijden en dimensies heen Net als het in samenhang beschouwen van de verschillende onderwerpen zullen we ook verschillende ruimtelijke schaalniveaus, de tijdshorizonnen en dimensies met elkaar moeten verbinden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13277813/1