CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 314 Bijlage 2a Ontwerp-codebesluit-prioriteringsruimte-transportverzoeken

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken24.401 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het verlenen van voorrang zou niet evenredig zijn als de in het prioriteringskader opgenomen grote algemene belangen niet op korte termijn worden gediend of de indiener van het transportverzoek ook op een andere manier kan voorzien in zijn transportbehoefte. Het verlenen van voorrang schaadt in dat geval andere partijen, zonder dat kan worden vastgesteld dat het publieke of maatschappelijke belang daarmee is gediend.

43

HvJ EU 29 september 2016, ECLI:EU:C:2016:732, punt 100.

30/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

142. In het licht van het voorgaande, acht de ACM de toepassing van het prioriteringskader in lijn met het evenredigheidsbeginsel. 143. De ACM merkt tot slot op dat als laatste dient te worden bepaald of voorrang op basis van het prioriteringskader ook evenredig is vanuit de omstandigheden van een concreet geval. Hoewel deze toets niet vooraf uit te voeren is, meent de ACM dat voorrang op basis van het prioriteringskader in beginsel evenredig is, omdat het prioriteringskader zorgvuldig tot stand is gekomen en het aantal partijen daarbinnen bewust beperkt is gehouden. Op deze wijze is verzekerd dat alleen partijen die daadwerkelijk een groot algemeen belang dienen voorrang kunnen krijgen. Conclusie 144. In het licht van het voorgaande meent de ACM dat het verlenen van voorrang op basis van het prioriteringskader kan voldoen aan het evenredigheidsbeginsel, zolang kan worden vastgesteld dat voorrang geschikt en evenredig is om het door het prioriteringskader nagestreefde doel te bereiken. Hiervan is volgens de ACM sprake indien vastgesteld kan worden dat het inwilligen van een transportverzoek op korte termijn bijdraagt aan de realisatie van een groot algemeen belang zoals opgenomen in het prioriteringskader en aangetoond kan worden dat het toekennen van transportcapaciteit daartoe nodig is.

In dit geval is het verlenen van voorrang aan een concreet transportverzoek van een partij die is opgenomen binnen het prioritingskader in het onderhavige besluit, geschikt en in beginsel evenredig om het met het prioriteringskader nagestreefde doel te bereiken.

6.4

Moment van inzet van artikel 7.1, derde lid, van de Netcode

145. Het nieuw ingevoegde artikel 7.1, derde lid, van de Netcode is een kan-bepaling. Hiermee geeft de ACM de netbeheerders ruimte om af te kunnen wijken van FCFS. Dit is echter geen verplichting. De netbeheerder bepaalt of hij binnen het verzorgingsgebied waar sprake is van transporstschaarste op basis van het prioriteringskader wenst af te wijken van FCFS. Hiervan zal naar verwachting sprake zijn wanneer sprake is van een wachtrij voor transportverzoeken. Zonder wachtrij is er immers geen noodzaak om af te wijken van FCFS. 146. De wachtrij voor transportverzoeken zal zich met name voordoen wanneer sprake is van een vorm van transportschaarste, bijvoorbeeld omdat een congestiegebied is aangekondigd. Een congestiegebied, als bedoeld in artikel 9.9, eerste lid, van de Netcode, is een geografisch afgebakend gebied waarvan de netbeheerder verwacht dat hij onvoldoende transportcapaciteit heeft om aan alle vraag naar transport te voldoen. Vanaf het moment dat de netbeheerder een vooraankondiging doet wordt een wachtrij voor transportverzoeken opgebouwd. De netbeheerder kan dan dus afwijken van FCFS op basis van het prioriteringskader, overeenkomstig artikel 7.1, derde lid, en Bijlage 20 van de Netcode. De aankondiging van een congestiegebied is echter geen vereiste om af te wijken van FCFS. 147.

Zoals opgemerkt in randnummer 20 van dit besluit heeft een aantal netbeheerders in hun beantwoording op het informatieverzoek van de ACM aangegeven dat de verwachte ruimte voor prioritering relatief beperkt zal zijn binnen congestiegebieden. Een aantal netbeheerders heeft echter ook aangegeven dat na het afroepen van een congestiegebied niet effectief geprioriteerd kan worden. Ook hebben verschillende netbeheerders erop gewezen dat zij niet goed kunnen inschatten hoeveel capaciteit er vrijkomt met de toepassing van congestiemanagement. Daarom heeft de ACM besloten om de toepassing van artikel 7.1, derde lid, van de Netcode niet te koppelen aan het bestaan van een congestiegebied. De netbeheerder kan de mogelijkheid om af te wijken van FCFS benutten zodra er sprake is van een congestiegebied, maar dit is geen vereiste. Artikel 7.1, derde lid, van de Netcode kan worden ingezet in alle gevallen waarin er sprake is van een vorm van transportschaarste waardoor de netbeheerder een wachtrij voor transportverzoeken opbouwt. 148. De ACM beoogt hiermee een zo effectief mogelijke regeling met een zo groot mogelijke impact op de grote algemene belangen te creëren, zoals die zijn vastgesteld in het prioriteringskader.

31/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

Zolang er geen wachtrij is voor transportverzoeken heeft prioritering geen effect, omdat ieder verzoek om transport dat de netbeheerder ontvangt direct in behandeling kan worden genomen. Dit is echter niet het geval wanneer er sprake is van een vorm van transportschaarste waardoor er zich een wachtrij voor transportverzoeken opbouwt. Met onderhavig besluit wordt het dus mogelijk dat het prioriteringskader kan worden toegepast op reeds bestaande transportwachtrijen en toekomstige wachtrijen, los van de precieze oorzaak van de wachtrij. Op deze wijze heeft het prioriteringskader een zo groot mogelijk effect. 149. De ACM merkt tot slot op dat wanneer de netbeheerder overgaat op de situatie als bedoeld in artikel 7.1, derde lid, hij dat binnen het volledige verzorgingsgebied waar sprake is van transportschaarste consequent dient te doen. Indien de netbeheerder geen gebruik maakt van de mogelijkheid in artikel 7.1, derde lid van de Netcode, en dus niet afwijkt FCFS, dan dient dit voor partijen duidelijk te zijn. In artikel 7.1, vierde lid, van de Netcode is neergelegd dat de netbeheerder partijen die een transportverzoek indienen dient te informeren over of de netbeheerder gebruik maakt van de mogelijkheid in artikel 7.1, derde lid, van de Netcode.

6.5

Evaluatie

150. Aangezien het prioriteringskader uit dit besluit nieuw is en gevolgen heeft voor zowel (toekomstige) afnemers als netbeheerders, is de ACM voornemens om de praktische werkbaarheid en het effect van dit besluit te evalueren. De ACM zal in ieder geval een jaar na inwerkingtreding van dit besluit overgaan tot een evaluatie en de effecten van dit besluit vervolgens jaarlijks monitoren. Op deze wijze kan het effect van het prioriteringskader worden beoordeeld en kan worden vastgesteld of aanpassing van het kader nodig is. Hierdoor kan ook rekening worden gehouden met eventuele (onvoorziene) gevallen die niet zijn opgenomen in het prioriteringskader. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft, zal de ACM overgaan tot een wijziging van de Netcode. 151. De ACM neemt het voornemen tot evaluatie niet op in de nieuwe codetekst, omdat de Netcode zich richt tot de door netbeheerders jegens afnemers te hanteren voorwaarden. Met het nieuw ingevoegde artikel 7.1, vijfde lid, van de Netcode wordt wel de verplichting opgenomen voor netbeheerders om jaarlijks aan de ACM te rapporteren over de toepassing van Bijlage 20 van de Netcode. Hiermee kan de ACM het effect en de praktische werking van dit besluit monitoren. Voor het verzorgingsgebied waar de netbeheerder het prioriteringskader heeft ingezet dient hij in ieder geval de volgende informatie te verschaffen: 1) 2) 3)

Hoeveel transportverzoeken in de wachtrij staan; Of, en zo ja, aan hoeveel partijen uit de wachtrij voorrang is verleend door de toepassing van het prioriteringskader en in welke categorieën die partijen vielen; en Wat het effect is van de toepassing van het prioriteringskader op de (positie en wachttijd van de) transportverzoeken in de wachtrij die niet binnen het prioriteringskader vallen.

152. De jaarlijkse rapportage betreft de periode van één kalenderjaar en dient jaarlijks uiterlijk op [PM – datum bekend bij vaststelling definitief besluit] aan de ACM te worden toegezonden.

7 Toets aan artikel 36, eerste lid, E-wet 153. Zoals toegelicht in het wettelijk kader in hoofdstuk 4 en paragraaf 2.1 van bijlage 1 bij dit besluit dient de ACM bij een besluit tot wijziging de belangen van de netbeheerders en afnemers als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de E-wet, in acht te nemen. Daarbij merkt de ACM op dat het nieuw ingevoegde artikel 7.1, eerste en tweede lid, van de Netcode reeds afgewogen zijn in een eerder besluit en slechts een verplaatsing van deze bepalingen in de Netcode zijn.44 De ACM toetst

44

Zie ook Strcrt. 2022, 14201, besluit met kenmerk ACM/UIT/577139.

32/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

in dit hoofdstuk daarom alleen het nieuw ingevoegde artikel 7.1, derde tot en met vijfde lid, en Bijlage 20 van de Netcode aan de belangen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de E-wet. 154. Voor de netbeheerders komen deze belangen er op neer dat zij in staat moeten worden gesteld om hun wettelijke taken, zoals neergelegd in artikel 16 van de E-wet, op een doelmatige wijze uit te voeren, terwijl de veiligheid van de netten geborgd blijft. De ACM stelt dat deze belangen worden geborgd met de wijzigingen van de Netcode in dit besluit. Het nieuw ingevoegde artikel 7.1, derde lid tot en met vijfde lid, en Bijlage 20 van de Netcode gaan over de wijze waarop de netbeheerder zijn transporttaak uitvoert. Deze nieuwe bepalingen bieden de netbeheerder de mogelijkheid om transportverzoekenverzoeken op een andere volgorde dan FCFS in behandeling te nemen. Dit betekent dus dat de (schaarse) transportcapaciteit op een andere manier wordt verdeeld over afnemers dan het geval zou zijn bij FCFS. Met een andere volgorde van behandeling van partijen in de wachtrij, komen de transporttaak, veiligheid van het net en het doelmatig handelen van netbeheerders niet in het geding. De ACM meent daarom dat dit besluit in lijn is met de belangen van de netbeheerders als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de E-wet. 155.

Wat betreft de belangen van de afnemers vereist artikel 36, eerste lid, van de E-wet, dat de ACM bij een besluit tot wijziging van de Netcode rekening houdt met het doelmatig handelen van afnemers. Wanneer er sprake is van transportschaarste zijn er per definitie partijen die geen of pas in een latere fase transportcapaciteit toegekend krijgen door de netbeheerder. De wijzigingen uit dit besluit leiden er niet toe dat partijen minder transportcapaciteit toegekend krijgen, maar het gevolg zal zijn dat de bestaande transportcapaciteit prioritair wordt toegewezen aan partijen die een groot algemeen belang dienen. Door congestie-verzachters altijd voorrang te verlenen kan het zelfs voorkomen dat uiteindelijk meer partijen toegang kunnen krijgen tot het net. Zoals in randnummer 65 is opgemerkt, geldt voor congestie-verzachters namelijk dat andere partijen baat hebben bij een eventuele voorrang voor deze partijen. Prioritering van congestie-verzachters zal ervoor zorgen dat het net efficiënter wordt benut, waardoor meer energie getransporteerd kan worden, dan wanneer deze prioritering niet aanwezig zou zijn.

Dit draagt bij aan het belang van het betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functioneren van de elektriciteitsvoorziening als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel b, E-wet, en aan het belang van de bevordering van het doelmatig handelen van afnemers als bedoeld in artikel 36, eerste lid, onderdeel d, E-wet. 156. Tot slot wordt met dit besluit geregeld dat transportverzoeken van partijen die een groot algemeen belang dienen, zoals die zijn vastgesteld in het prioriteringskader, voorrang krijgen ten opzichte van partijen die dat niet doen. De voorwaarden waaronder deze partijen in dit besluit voorrang krijgen zijn objectief, evenredig en non-discriminatoir, als bedoeld in artikel 36, tweede lid, E-wet. De ACM heeft dit in paragraaf 6.3 van dit besluit nader toegelicht.

8 Reactie op ontvangen zienswijzen 157.

[PM]

’s-Gravenhage, Datum: Hoogachtend, Autoriteit Consument en Markt, namens deze,

Drs. M.R. Leijten Bestuurslid

33/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

Bijlage 1 – Wettelijk kader In deze bijlage zijn de Europese en nationaalrechtelijke bepalingen opgenomen waar in het besluit naar wordt verwezen.

1.

Europees wettelijk kader

1.1

Richtlijnen

1.1.1 Elektriciteitsrichtlijn Artikel 1 (Onderwerp) Bij deze richtlijn worden, met het oog op het scheppen van echt geïntegreerde, concurrerende, consumentgerichte en flexibele, eerlijke en transparante elektriciteitsmarkten in de Unie, gemeenschappelijke regels vastgesteld voor de productie, de transmissie, de distributie, de energieopslag en de levering van elektriciteit, alsook regels voor de bescherming van de consumenten. Steunend op de voordelen van een geïntegreerde markt, is deze richtlijn erop gericht de consument betaalbare, transparante energieprijzen en -kosten, een hoge mate van voorzieningszekerheid en een soepele overgang naar een duurzaam koolstofarm energiesysteem te bieden. De richtlijn stelt belangrijke regels vast met betrekking tot de organisatie en de werking van de elektriciteitssector van de Unie, met name regels betreffende empowerment en bescherming van consumenten, betreffende de open toegang tot de geïntegreerde markt, betreffende de toegang van derde partijen tot de transmissie- en distributieinfrastructuur, ontvlechtingsvoorschriften, en regels betreffende de onafhankelijkheid van regulerende instanties in de lidstaten.

In deze richtlijn worden de manieren vastgesteld voor samenwerking tussen de lidstaten, regulerende instanties en transmissiesysteembeheerders om een volledig onderling verbonden interne markt voor elektriciteit tot stand te brengen waarmee de integratie van elektriciteit uit hernieuwbare bronnen, de vrije mededinging en de voorzieningszekerheid worden bevorderd. Artikel 6, eerste en tweede lid (Toegang van derden) 1. De lidstaten dragen zorg voor de invoering van een systeem voor toegang van derden tot de transmissie- en distributiesystemen, gebaseerd op bekendgemaakte tarieven die voor alle afnemers gelden en die objectief worden toegepast zonder onderscheid te maken tussen systeemgebruikers. De lidstaten zorgen ervoor dat deze tarieven of de aan de berekening daarvan ten grondslag liggende methoden voorafgaand aan hun toepassing worden goedgekeurd overeenkomstig artikel 59 en dat deze tarieven en, wanneer alleen de methoden zijn goedgekeurd, de methoden worden bekendgemaakt voordat zij in werking treden. 2. De beheerder van een transmissie- of distributiesysteem kan de toegang weigeren wanneer hij niet over de nodige capaciteit beschikt. De weigering wordt naar behoren met redenen omkleed, waarbij met name het bepaalde in artikel 9 in acht wordt genomen op basis van objectieve, technisch en economisch onderbouwde criteria.

De lidstaten of, indien de lidstaten hierin voorzien, de regulerende instanties van die lidstaten zorgen ervoor dat deze criteria op coherente wijze worden toegepast en dat de systeemgebruiker aan wie toegang is geweigerd, gebruik kan maken van een geschillenbeslechtingsprocedure. De regulerende instantie zorgt er tevens voor dat, waar van toepassing en wanneer de toegang wordt geweigerd, de transmissie- of distributiesysteembeheerder relevante informatie verstrekt over de voor de versterking van het net vereiste maatregelen. Die informatie wordt verstrekt in alle gevallen waarin toegang tot oplaadpunten werd geweigerd. Aan degene die om dergelijke informatie verzoekt, kan een redelijke vergoeding in rekening worden gebracht die de aan de verstrekking van die informatie verbonden kosten weerspiegelt. […]

34/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

Artikel 9, tweede lid (Openbaredienstverplichtingen) […] 2. Met volledige inachtneming van de toepasselijke bepalingen van het VWEU, en met name artikel 106, mogen de lidstaten in het algemeen economisch belang aan elektriciteitsbedrijven openbaredienstverplichtingen opleggen, die betrekking kunnen hebben op de zekerheid, waaronder de voorzieningszekerheid, de regelmaat, de kwaliteit en de prijs van de leveringen zijn begrepen, alsmede op de bescherming van het milieu, met inbegrip van energie-efficiëntie, energie uit hernieuwbare bronnen en bescherming van het klimaat. Deze verplichtingen zijn duidelijk gedefinieerd, transparant, nietdiscriminerend en controleerbaar en waarborgen de gelijke toegang voor elektriciteitsbedrijven van de Unie tot nationale consumenten waarborgen. Openbaredienstverplichtingen die verband houden met de prijsstelling voor de levering van elektriciteit voldoen aan de vereisten van artikel 5 van deze richtlijn. Artikel 27 (Universele dienstverlening) 1. De lidstaten waarborgen dat alle huishoudelijke afnemers en, indien zij dat dienstig achten, kleine ondernemingen, aanspraak kunnen maken op universele dienstverlening, dat wil zeggen het recht op levering van elektriciteit van een bepaalde kwaliteit tegen concurrerende, eenvoudig en duidelijk vergelijkbare, doorzichtige en niet-discriminerende prijzen op hun grondgebied.

Om de universele dienstverlening te waarborgen, kunnen de lidstaten een noodleverancier aanwijzen. De lidstaten verplichten distributiesysteembeheerders om afnemers op hun net aan te sluiten overeenkomstig de voorwaarden en tarieven die zijn vastgesteld volgens de procedure van artikel 59, lid 7. Deze richtlijn weerhoudt de lidstaten er niet van om de marktpositie van de huishoudelijke afnemers en kleine en middelgrote niet-huishoudelijke afnemers te versterken door de mogelijkheden voor de vrijwillige gezamenlijke vertegenwoordiging voor die groep afnemers te bevorderen. 2. Aan lid 1 wordt uitvoering gegeven op transparante en niet-discriminerende wijze en zonder een belemmering te vormen voor de in artikel 4 voorgeschreven vrije keuze van leverancier. Artikel 31, tweede lid (Taken van distributiesysteembeheerders) […] 2. De distributiesysteembeheerder mag in geen geval tussen gebruikers of categorieën systeemgebruikers discrimineren, met name niet ten gunste van verwante bedrijven. […] Artikel 40, aanhef eerste lid, onderdeel f (Taken van transmissiesysteembeheerders) 1.

Elke transmissiesysteembeheerder heeft de volgende verantwoordelijkheden: […] f) zich onthouden van discriminatie tussen systeemgebruikers of categorieën systeemgebruikers, met name van die ten gunste van verwante bedrijven; […] Artikel 59, zevende lid, onderdeel a (Taken en bevoegdheden van de regulerende instanties) […] 7. Behalve in gevallen waarin ACER bevoegd is om de voorwaarden of methoden voor de tenuitvoerlegging van de netcodes en richtsnoeren uit hoofde van hoofdstuk VII van Verordening (EU) 2019/943 op grond van artikel 5, lid 2, van Verordening (EU) 2019/942 vanwege hun gecoördineerde karakter vast te stellen of goed te keuren, zijn de regulerende instanties bevoegd voor de vaststelling of de voldoende ruim aan de inwerkingtreding voorafgaande goedkeuring van ten minste de nationale methoden voor het berekenen of vastleggen van de voorwaarden inzake: a) de aansluiting op en toegang tot nationale netten, inclusief de transmissie- en distributietarieven of de methoden daarvoor; die tarieven of methoden maken het mogelijk dat de noodzakelijke investeringen in de netten op een zodanige wijze worden uitgevoerd dat deze investeringen de levensvatbaarheid van de netten kunnen waarborgen; […]

35/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

1.1.3 Richtlijn 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG Considerans, punt 60 […] (60) Voorrang inzake toegang en gewaarborgde toegang voor elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen is van belang om hernieuwbare energiebronnen in de interne markt voor elektriciteit te integreren, en is in overeenstemming met artikel 11, lid 2, en een verdere uitwerking van artikel 11, lid 3, van Richtlijn 2003/54/EG. De voorschriften inzake de instandhouding van de betrouwbaarheid en veiligheid van het net en de dispatching kunnen naargelang de kenmerken van het nationale net en de veilige werking daarvan verschillen. Voorrang inzake nettoegang biedt de producenten van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen de verzekering dat zij te allen tijde wanneer de bron beschikbaar is de elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen overeenkomstig de connectieregels zullen kunnen verkopen en transporteren.

Wanneer elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen geïntegreerd worden in de „spotmarkt”, zorgt gegarandeerde toegang ervoor dat alle verkochte en gesteunde elektriciteit toegang krijgt tot het net en dat een maximale hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen van de op het net aangesloten installaties wordt gebruikt. Dit houdt geenszins de verplichting in dat lidstaten aankoopverplichtingen voor energie uit hernieuwbare bronnen moeten steunen of invoeren. In andere systemen wordt voor elektriciteit uit hernieuwbare bronnen gewoonlijk een vaste prijs vastgesteld, gewoonlijk in combinatie met een aankoopverplichting voor de systeembeheerder. In dit geval is reeds voorrang inzake toegang gegeven. […] Artikel 16, tweede lid, aanhef en onderdeel c (Toegang tot en beheer van de netwerken) […] 2.

Met inachtneming van de voorschriften inzake de instandhouding van de betrouwbaarheid en veiligheid van het net, die gebaseerd zijn op transparante, niet-discriminerende door de bevoegde nationale autoriteiten vastgestelde criteria: […] c) zorgen de lidstaten ervoor dat transmissiesysteembeheerders bij de dispatching van elektriciteitsopwekkingsinstallaties voorrang geven aan opwekkingsinstallaties die gebruikmaken van hernieuwbare energiebronnen, voor zover het veilige beheer van het nationale elektriciteitssysteem dit toelaat en dit gebeurt op basis van transparante en niet-discriminerende criteria. De lidstaten zorgen ervoor dat passende netwerk- en marktgerelateerde beheersmaatregelen worden getroffen om de belemmeringen voor uit hernieuwbare energiebronnen geproduceerde elektriciteit tot een minimum te beperken. Indien er ten aanzien van hernieuwbare energiebronnen substantiële beperkende maatregelen worden genomen om de veiligheid van het nationale elektriciteitssysteem en de energievoorzieningszekerheid te garanderen, zorgen de lidstaten ervoor dat de verantwoordelijke systeembeheerders deze maatregelen rapporteren aan de bevoegde regelgevende autoriteit en dat zij aangeven welke corrigerende voorzieningen zij denken te treffen om ongewenste beperkingen te voorkomen.

1.2

Verordeningen

1.2.1

Elektriciteitsverordening

Considerans, punt 2 en 3 […] (2) De energie-unie is erop gericht de eindafnemers — huishoudens en bedrijven — veilige, zekere, duurzame, concurrerende en betaalbare energie te verschaffen. Historisch gezien werd het elektriciteitssysteem gedomineerd door verticaal geïntegreerde monopolies die vaak in overheidsbezit waren en die over grote, kerncentrales of met fossiele brandstoffen gestookte centrales beschikten. Met

36/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

de interne markt voor elektriciteit, die sinds 1999 geleidelijk tot stand is gebracht, wordt beoogd alle consumenten in de Unie — zowel particulieren als bedrijven — echte keuzevrijheid te bieden, nieuwe kansen voor het bedrijfsleven te scheppen en grensoverschrijdende handel te bevorderen, teneinde efficiëntieverbeteringen, concurrerende prijzen en een betere dienstverlening te bewerkstelligen en de voorzieningszekerheid en duurzaamheid in de hand te werken. De interne markt voor elektriciteit heeft voor scherpere concurrentie gezorgd, met name op groothandelsniveau, en voor een toename van de zoneoverschrijdende handel. Deze interne markt blijft de basis voor een efficiënte energiemarkt. (3) Het energiesysteem van de Unie maakt momenteel de grootste verandering in decennia door en de markt voor elektriciteit staat centraal in dat proces. Het gemeenschappelijk doel van de decarbonisatie van het energiesysteem zorgt voor nieuwe mogelijkheden en uitdagingen voor de marktdeelnemers. Tegelijkertijd maken technologische ontwikkelingen nieuwe vormen van afnemersparticipatie en grensoverschrijdende samenwerking mogelijk.

[…] Artikel 1, aanhef en onderdeel a (Onderwerp en werkingssfeer) Deze verordening beoogt: a) de basis tot stand te brengen waarmee de doelstellingen van de Europese energie-unie, en met name het klimaat- en energiekader 2030, efficiënt worden verwezenlijkt door het mogelijk te maken dat de markt signalen afgeeft voor meer efficiëntie, een groter aandeel van hernieuwbare energiebronnen, voorzieningszekerheid, flexibiliteit, duurzaamheid, decarbonisatie en innovatie; […]

1.2.2 Verordening Gasleveringszekerheid Considerans, punt 23, 24 en 38 […]

(23) Bepaalde afnemers, waaronder huishoudens en afnemers die essentiële sociale diensten verlenen, zijn bijzonder kwetsbaar en moeten mogelijk worden beschermd tegen de negatieve effecten van verstoringen van de gaslevering. Een definitie van dergelijke beschermde afnemers mag niet in strijd zijn met de solidariteitsmechanismen van de Unie. (24) Het is wenselijk de definitie van door het solidariteitsmechanisme beschermde afnemers te beperken. Dit omdat de lidstaten ertoe gehouden zijn solidariteit te verstrekken in uitzonderlijke omstandigheden en om in essentiële behoeften te voorzien. De definitie van door solidariteit beschermde afnemers mag dan ook alleen betrekking hebben op huishoudens, en onder bepaalde voorwaarden ook op bepaalde essentiële sociale diensten en stadsverwarmingsinstallaties. Daarom kunnen lidstaten gezondheidszorg, essentiële sociale zorg, noodhulp en diensten inzake veiligheid overeenkomstig dat kader als door solidariteit beschermde afnemers behandelen, ook indien het om overheidsdiensten gaat. […] (38) Zoals aangetoond in het kader van de stresstestoefening van oktober 2014, is solidariteit noodzakelijk om de gasleveringszekerheid in de Unie te waarborgen. Solidariteit zorgt ervoor dat de effecten gelijker worden verspreid en beperkt de algemene gevolgen van een ernstige verstoring.

Het solidariteitsmechanisme is bedoeld om extreme situaties op te vangen waarbij de levering aan door solidariteit beschermde afnemers, die geldt als een essentiële behoefte en een noodzakelijke prioriteit, in het gedrang is in een lidstaat. Solidariteit waarborgt samenwerking met meer kwetsbare lidstaten. Tegelijkertijd is solidariteit een uiterste middel dat alleen aan de orde is in een noodsituatie en onder restrictieve voorwaarden. Indien in een bepaalde lidstaat een noodsituatie wordt afgekondigd, moet daarom een gefaseerde en evenredige aanpak worden gevolgd om de gasleveringszekerheid te waarborgen. Eerst dient de lidstaat die de noodsituatie heeft afgekondigd, alle noodmaatregelen uit zijn noodplan te nemen om de gaslevering aan zijn door solidariteit beschermde afnemers veilig te stellen. Tegelijkertijd moeten, indien de lidstaat die de noodsituatie heeft afgekondigd verklaart dat grensoverschrijdende maatregelen nodig zijn, alle lidstaten die een verhoogde leveringsnorm hebben opgelegd deze tijdelijk verlagen tot de normale leveringsnorm om meer liquiditeit in de gasmarkt te brengen. Indien genoemde twee reeksen maatregelen niet voor de nodige toevoer zorgen, moeten

37/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

rechtstreeks met elkaar verbonden lidstaten solidariteitsmaatregelen treffen om door solidariteit beschermde afnemers in de lidstaat die de noodsituatie doormaakt op verzoek van die lidstaat van gas te voorzien. Dergelijke solidariteitsmaatregelen moeten erin bestaan dat de gaslevering aan afnemers die niet door solidariteit beschermd zijn op het grondgebied van de solidariteit verstrekkende lidstaat beperkt wordt of stopgezet wordt om gasvolumes vrij te maken voor zover dat nodig is en zolang de gaslevering aan door solidariteit beschermde afnemers in de om solidariteit verzoekende lidstaat niet is verzekerd. Niets in deze verordening mag in die zin worden begrepen dat een lidstaat ertoe verplicht of gemachtigd zou worden in een andere lidstaat openbaar gezag uit te oefenen. […]

Artikel 2, aanhef en vierde, vijfde en zesde lid (Definities) Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: […] 4. „essentiële sociale dienst”: een dienst in verband met gezondheidszorg, essentiële sociale zorg, noodhulp, veiligheid, onderwijs- of openbaar bestuur; 5. „beschermde afnemer”: een huishoudelijke, op een gasdistributienet aangesloten afnemer en daarnaast, indien de betrokken lidstaat daartoe beslist, eventueel ook, voor zover de onder a) en b) bedoelde ondernemingen of diensten samen niet meer dan 20 % van het totale jaarlijkse eindgebruik van gas in die lidstaat vertegenwoordigen: a) kleine en middelgrote ondernemingen, op voorwaarde dat zij op een gasdistributienet zijn aangesloten; b) essentiële sociale diensten, op voorwaarde dat zij op een gasdistributie- of -transmissienet zijn aangesloten; c) stadsverwarmingsinstallaties, voor zover zij verwarming leveren aan huishoudelijke afnemers, kleine en middelgrote ondernemingen of essentiële sociale diensten, op voorwaarde dat deze installaties niet kunnen omschakelen op andere brandstoffen dan gas; 6.

„door solidariteit beschermde afnemer”: een huishoudelijke, op een gasdistributienet aangesloten afnemer; het kan ook een of beide van de volgende inhouden: a) stadsverwarmingsinstallaties, voor zover zij in de betrokken lidstaat beschermde afnemers zijn en uitsluitend voor zover zij huishoudelijke afnemers of essentiële sociale diensten van verwarming voorzien, met uitzondering van onderwijs- en overheidsdiensten, en/of b) essentiële sociale diensten, voor zover zij in de betrokken lidstaat beschermde afnemers zijn, met uitzondering van onderwijs- en overheidsdiensten; […]

1.2.3 Verordening (EU) 2022/2577 van de Raad van 22 december 2022 tot vaststelling van een kader om de inzet van hernieuwbare energie te versnellen Artikel 3 (Hoger openbaar belang) 1. De planning, bouw en exploitatie van installaties voor de productie van energie uit hernieuwbare bronnen, de aansluiting ervan op het net, het bijbehorende net zelf of opslagactiva worden geacht van hoger openbaar belang te zijn en de volksgezondheid en de openbare veiligheid te dienen, wanneer rechtmatige belangen in het afzonderlijke geval worden afgewogen voor de toepassing van artikel 6, lid 4, en artikel 16, lid 1, punt c), van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad (5), artikel 4, lid 7, van Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad (6) en artikel 9, lid 1, punt a), van Richtlijn 2009/147/EG van het Europees Parlement en de Raad (7). De lidstaten kunnen de toepassing van die bepalingen beperken tot bepaalde delen van hun grondgebied, tot bepaalde soorten technologieën of tot projecten met bepaalde technische kenmerken, overeenkomstig de prioriteiten die zijn vastgelegd in hun geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen. 2.

De lidstaten zorgen ervoor dat bij de plannings- en vergunningsprocedure voorrang wordt gegeven aan de bouw en exploitatie van installaties voor de productie van energie uit hernieuwbare bronnen en de daarmee verband houdende ontwikkeling van netwerkinfrastructuur wanneer in individuele gevallen rechtmatige belangen worden afgewogen, in ieder geval voor projecten die van hoger openbaar belang worden geacht. Ter zake van beschermde soorten geldt de vorige zin alleen indien en voor zover

38/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

passende instandhoudingsmaatregelen voor soorten worden getroffen die bijdragen tot het behouden of herstellen van de populaties in een gunstige staat van instandhouding, en voor dat doel voldoende financiële middelen en gebieden ter beschikking worden gesteld.

2.

Nationaal wettelijk kader

2.1

Elektriciteitswet 1998

Artikel 16, eerste en tweede lid 1. De netbeheerder heeft in het kader van het beheer van de netten in het voor hem krachtens artikel 36 of 37 vastgestelde gebied tot taak: […] d) op de grondslag van artikel 23 derden te voorzien van een aansluiting op de netten; f) op de grondslag van artikel 24 ten behoeve van derden transport van elektriciteit uit te voeren; […] Artikel 23 1. De netbeheerder is verplicht degene die daarom verzoekt te voorzien van een aansluiting op het door hem beheerde net tegen een tarief en tegen andere voorwaarden die in overeenstemming zijn met de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk. De netbeheerder verstrekt degene die om een aansluiting op het net verzoekt een gedetailleerde en volledige opgave van de uit te voeren werkzaamheden en de te berekenen kosten van de handelingen, onderscheiden in artikel 28, eerste lid. 2. […] 3. De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt. 4. [….]. Artikel 24 1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren tegen een tarief en tegen andere voorwaarden die in overeenstemming zijn met de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk. 2.

De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover de netbeheerder voor het gevraagde transport redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft. Een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de vorige volzin is met redenen omkleed. De netbeheerder verschaft degene aan wie transport is geweigerd desgevraagd en ten hoogste tegen kostprijs de relevante gegevens over de maatregelen die nodig zijn om het net te versterken. Indien ten aanzien van duurzame elektriciteit een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de eerste volzin plaatsvindt, meldt de netbeheerder dit aan de Autoriteit Consument en Markt, waarbij de netbeheerder aangeeft welke maatregelen worden genomen om toekomstige weigeringen te voorkomen. 3. De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt. Artikel 31, eerste lid, aanhef en onderdeel a 1.

Met inachtneming van de in artikel 26b bedoelde regels en hetgeen is gesteld bij of krachtens verordening 2019/943 zenden de gezamenlijke netbeheerders aan de Autoriteit Consument en Markt een voorstel voor de door hen jegens afnemers te hanteren voorwaarden met betrekking tot: a) de wijze waarop netbeheerders en afnemers alsmede netbeheerders zich jegens elkaar gedragen ten aanzien van het in werking hebben van de netten, het voorzien van een aansluiting op het net en het uitvoeren van transport van elektriciteit over het net, […] Artikel 32, tweede lid 39/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

[…] 2. Indien naar haar oordeel wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden, bedoeld in de artikelen 27 en 31, noodzakelijk is, zendt de Autoriteit Consument en Markt een ontwerp van een besluit tot wijziging van de tariefstructuren of de voorwaarden aan de gezamenlijke netbeheerders en de representatieve organisaties van partijen op de elektriciteitsmarkt. […] Artikel 36, eerste en tweede lid 1. De Autoriteit Consument en Markt stelt de tariefstructuren en voorwaarden vast met inachtneming van: a) het voorstel van de gezamenlijke netbeheerders als bedoeld in artikel 27, 31 of 32 en de resultaten van het overleg, bedoeld in artikel 33, eerste lid, b) het belang van het betrouwbaar, duurzaam, doelmatig en milieuhygiënisch verantwoord functioneren van de elektriciteitsvoorziening, c) het belang van de bevordering van de ontwikkeling van het handelsverkeer op de elektriciteitsmarkt, d) het belang van de bevordering van het doelmatig handelen van afnemers e) het belang van een goede kwaliteit van de dienstverlening van netbeheerders, f) het belang van een objectieve, transparante en niet discriminatoire handhaving van de energiebalans op een wijze die de kosten weerspiegelt, g) de in artikel 26b bedoelde regels, h) hetgeen is gesteld bij of krachtens verordening 2019/943 en de richtlijn en i) artikel 15 van richtlijn 2012/27/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25

oktober 2012 betreffende energie-efficiëntie, tot wijziging van Richtlijnen 2009/125/EG en 2010/30/EU en houdende intrekking van de Richtlijnen 2004/8/EG en 2006/32/EG (PbEU 2012, L 315). 2. De Autoriteit Consument en Markt stelt de voorwaarden niet vast dan nadat zij zich met inachtneming van artikel 5 van de richtlijn ervan vergewist heeft dat de voorwaarden de interoperabiliteit van de netten garanderen en objectief, evenredig en niet-discriminatoir zijn, alsmede voor zover dat op grond van de notificatierichtlijn noodzakelijk is, aan de Europese Commissie in ontwerp zijn meegedeeld en de van toepassing zijnde termijnen, bedoeld in artikel 6 van de notificatierichtlijn, zijn verstreken. […]

2.2

Lagere regelgeving

2.2.1 Regeling inzake tariefstructuren en voorwaarden elektriciteit Artikel 22 1. De voorwaarden, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdelen a, g en i, van de wet, bepalen dat de netbeheerders, met uitzondering van de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet, afschakel- en herstelplannen opstellen met het oog op storingen of dreigende storingen in de elektriciteitsvoorziening. 2. De voorwaarden bepalen dat de afschakel- en herstelplannen gericht zijn op het instandhouden van de elektriciteitsvoorziening, het voorkomen van ernstige schade aan het net of de elektrotechnische infrastructuur en het voorkomen van uitbreiding van een stroomstoring. 3. De voorwaarden bepalen dat in de afschakel- en herstelplannen de volgende prioriteitsvolgorde is opgenomen: a. openbare orde en veiligheid, volksgezondheid; b. kritische processen industrie, nuts- en basisvoorzieningen; c. overige industrie, openbare gebouwen, bedrijven en consumenten; d. De voorwaarden bepalen dat deze volgorde in geval van storingen of dreigende storingen wordt gehanteerd voor zover dat technisch mogelijk is. 4. De voorwaarden bepalen dat de afschakel- en herstelplannen zijn toegespitst op regionale omstandigheden. 5. De voorwaarden bepalen dat de afnemers in staat worden gesteld kennis te nemen van de afschakelen herstelplannen.

40/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

In de toelichting bij artikel 22 (Stcrt. 2005, nr. 9, p. 10-11) wordt opgemerkt: “Het eerste lid van dit artikel verplicht de regionale netbeheerders tot het opstellen van afschakel- en herstelplannen voor het geval de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet belasting moet afschakelen voor het handhaven van de balans of voor het geval van plotselinge stroomstoringen. Deze plannen kunnen zowel technische als maatschappelijke criteria bevatten. Zoals gemeld in de genoemde brief aan de Tweede Kamer van 16 juni 2004, is het gewenst dat de maatschappelijke criteria die de regionale netbeheerders toepassen in deze afschakel- en herstelplannen meer worden geharmoniseerd. Het tweede en derde lid voorzien daarin. Het toepassen van maatschappelijke criteria is mogelijk in de voorprogrammering van geautomatiseerde afschakeling of bij een langzaam oplopend capaciteitstekort, bijvoorbeeld als gevolg van een gebrek aan koelwater. Ook bij het herstellen van de stroomvoorziening is het toepassen van maatschappelijke criteria in principe mogelijk. In alle gevallen geldt echter dat de technische randvoorwaarden leidend zijn om grootschalige stroomuitval en schade aan energieinstallaties en -infrastructuur te voorkomen (zie slotzin derde lid). De hoogste prioriteit wordt in het derde lid gegeven aan openbare orde, veiligheid en volksgezondheid.

Dit betekent dat deze categorie in beginsel als laatste wordt afgeschakeld en bij het herstel als eerste weer wordt voorzien van elektriciteit. Hierbij valt te denken aan ziekenhuizen, zorginstellingen, politiebureaus en gevangenissen. De tweede categorie betreft kritische processen in de industrie. Het gaat hier bijvoorbeeld om processen waarbij een stroomonderbreking grote risico’s met zich meebrengt ten aanzien van het milieu of mogelijk (andere) onherstelbare schade veroorzaakt. Ook vallen nuts- en basisvoorzieningen hieronder, zoals drinkwater, waterhuishouding, riolering, communicatie en openbaar vervoer. Onder de derde categorie vallen de overige afnemers, zoals kleinverbruikers, openbare gebouwen en bedrijven. Binnen de categorieën wordt eventuele prioritering overgelaten aan de netbeheerders zelf. Gezien de technische factoren die van invloed zijn en de sterk verschillende lokale en regionale situatie, zijn de maatschappelijke criteria in het derde lid algemeen geformuleerd. Het is de verantwoordelijkheid van de netbeheerders om deze criteria in samenwerking met de decentrale overheden, primair de Commissarissen van de Koningin, nader in te vullen en toe te spitsen op de regionale omstandigheden en vast te leggen in de afschakel- en herstelplannen (zie het vierde lid).”

2.2.2 Netcode Elektriciteit Artikel 9.9 1. De netbeheerder meldt op grond van artikel 9.6, eerste lid of artikel 9.7, eerste lid door middel van een vooraankondiging op de in artikel 9.8 bedoelde website dat er voor een afgebakend en duidelijk gedefinieerd gebied dat geen kritiek netwerkelement omvat overeenkomstig artikel 2(69) van de Verordening (EU) 2019/943, sprake kan zijn van een tekort aan beschikbare transportcapaciteit. […] Artikel 9.43 1. Deze paragraaf bevat de uitvoeringsregels voor congestiemanagement met inzet van capaciteitsbeperking en niet-marktgebaseerde redispatch. […] 4. Congestiemanagement volgens deze paragraaf is niet van toepassing op aansluitingen in het desbetreffende congestiegebied: a. van vitale processen zoals gepubliceerd door de Nationale Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid met uitzondering van elektriciteitsproductie-installaties; en b. van installaties van de Dienst Justitiële Inrichtingen, ziekenhuizen en openbaar vervoersbedrijven waarbij het substantieel en ongepland wijzigen van het beschikbare transportvermogen direct van invloed is op het functioneren van maatschappelijke voorzieningen. 5.

Ten behoeve van een juiste uitvoering van het vierde lid brengen aangeslotenen die menen te beschikken over een aansluiting in het congestiegebied waarop het vierde lid, onderdeel a of b, van toepassing is, de netbeheerder daarvan op de hoogte. […]

41/42

Autoriteit Consument en Markt Zaaknr. ACM/23/182341 / Documentnr. ACM/UIT/593612

Openbaar

42/42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13177983/1