CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 259 Bijlage 3 Bijlage bij aanvraag Aquatuur 2022 11 24

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage aan aanvraag Aquatuur Dit document wilen we de reviewers van de Aquatuur aanvraag een beter inzicht te geven over hoe de voorwaarden en adviezen geïmplementeerd zijn. Daarenboven wordt een extra verklaring/duiding gegeven voor de activiteiten die gewijzigd zijn ten aanzien van de aanmelding.

Voorwaarden 1. Breng de gevraagde EFRO-subsidie terug tot maximaal 2 miljoen euro. De totaal gevraagde EFRO subsidie is terug gebracht tot onder 2 miljoen euro. Rekening houdende met advies 2: ‘Hou er rekening mee dat productieve investeringen bij grote ondernemingen niet in aanmerking komen voor EFRO-steun’ werd de voormalige activiteit binnen de Dow site ‘Het verhogen van de watercirculariteit in industrie via Constructed Wetlands’ geschrapt. Alsook werd de investering voor huidige activiteit 4.3 ‘Een CW met ijzerzand voor het opwaarderen van oppervlaktewaterkwaliteit’ geschrapt omwille van verscheidene redenen. Verdere verklaring hiervoor wordt gegeven verder in deze bijlage. Het schrappen van deze beide investeringen heeft een reductie in het totaalbudget opgeleverd. Door de omvang van werkpakket 1, 2 en 5 kritisch te bekijken (advies 3) heeft dit ook een reductie in het totaalbudget opgeleverd. De gevraagde EFRO-subsidie werd aldus teruggebracht van 2.175.000 euro (aanmelding) naar 1.527.129,68 euro (aanvraag). Het budget zit aldus verder onder het gevraagde plafond van 2 miljoen euro. 2. Licht toe op welke manier Waterschap Scheldestromen wordt betrokken bij het project. Provincie Zeeland heeft goed contact met Waterschap Scheldestromen. Via onderling overleg zijn ze op de hoogte gebracht van het project en zullen ze dit vanop de zijlijn mee opvolgen.

Integratie in het partnerschap is niet essentieel, zij zijn wel bereid hun expertise en diensten te leveren waar dit nodig zou zijn.

Adviezen 1. Werk concreet uit hoe de burgers en omwonenden nauw betrokken zullen worden bij de uitvoering van de deelprojecten. Het partnerschap is zich bewust van het belang rond burgerparticipatie, hier is en wordt op verschillende partnermeetings verder op gewezen. Echter bleek dit geen evidente oefening te zijn en is het onmogelijk burgers en omwonenden te betrekken bij alle activiteiten. Er is hiertoe een maximale inspanning gedaan in de verschillende werkpaketten om burgers te betrekken of te informeren via verschillende communicatietools. De concrete acties zijn beschreven in de daartoe voorziene plaatsen op het E-loket: ‘activiteiten’.

2. Hou er rekening mee dat productieve investeringen bij grote ondernemingen niet in aanmerking komen voor EFRO-steun. Om een gezamenlijke beslissing te nemen rond dit avies zijn er verschillende overlegmomenten met de betrokken partners, projectadviseurs van het Interreg-secretariaat en de projectcoördinator geweest om de best passende oplossing te zoeken. Er werd beslist dat Dow geen partner meer zou zijn bij de aanvraag en de voormalige activiteit 4.2 binnen de Dow-site, ‘Het verhogen van watercirculariteit in industrie via Constructed Wetlands’ te schrappen uit project.

Zodoende behoort geen enkele grote private onderneming meer tot het partnerschap. Activiteit 4.1, ‘ Creeëren van een alternatieve waterbron adv CW’s’ werd benaderd vanuit een breder demonstratieperspectief voor de Scheldemondregio waarbij Dow niet meer als begunstigde wordt vooropgesteld. De interesse binnen de Scheldemondregio is groot ten aanzien van deze demonstratie en zodoende ook het replicatievermogen. Alvorens dit principe te integreren/demonstreren op grotere schaal zijn verschillende vragen nog onbeantwoord. Aquatuur zal hier in grote mate al antwoord op bieden via pilootopstellingen. Binnen deze activiteit is Dow dus niet meer betrokken. De activiteit wordt nu gedragen door de provincie Zeeland en drie kennisinstellingen: HZ University of Applied Sciences, Universiteit Gent en VITO. 3. Bekijk de omvang van de werkpakketten 1, 2 en 5 kritisch. Deze werkpaketten zijn budgettair gereduceerd ten aanzien van het totale projectbudget. 4. Werk de paragrafen met betrekking tot de risicofactoren beter uit, en geef aan hoe het project deze risico's kan remediëren. Dit advies is ter harte genomen en verder uitwerkt in de aanvraag. 5. Informeer vooraf aan de uitwerking van WP2 bij de projectadviseur welke gratis tools en ondersteuning het programmasecretariaat voorziet voor de communicatie door projecten, in het licht van paragraaf 2.3.b van het programmareglement.

Hiertoe is een gerichte meeting opgezet voorafgaande aan de aanvraag met de projectadviseur, lead partner VITO en de communicatieverantwoordelijke binnen VITO. De tools en afspraken zijn hier duidelijk.

Activiteiten Activiteit 3.3: ''kreekruginfiltratie: praktijkproef Noordgouwe'' Ten tijden van de aanmelding was het haalbaarheidsonderzoek nog niet afgerond, bij het opleveren van de resultaten uit dit haalbaarheidsonderzoek kwamen enkele onzekerheden aan het licht. Deze onzekerheden moeten worden wegnomen alvorens het project op volledige schaal te kunnen uitvoeren (te hoge kosten versus de onzekerheden). Er is gezocht naar een mogelijkheid om het project toch doorgang te kunnen laten vinden. Hiertoe werd beslist om het project op een kleinere schaal te laten plaatsvinden en werden onderzoeksvragen gedefinieerd die de onzekerheden dienen weg te nemen. Deze activiteit wijkt dus af ten aanzien van aanmelding omwille van volgende specifieke oorzaken: 1. Bij het opleveren van het definitieve haalbaarheidsonderzoek zijn een aantal onzekerheden/risico’s benoemd waardoor de investeringsbereidheid van de agrariërs was afgenomen. 2. De deelnemende partijen zien wel de potentie van het project, mits de onzekerheden goed worden onderzocht in een praktijkproef. Deze praktijkproef moet de volgende onzekerheden wegnemen aan de hand van volgende te beantwoorden onderzoeksvragen: a. Hoeveel water kan er daadwerkelijk geoogst worden op de winpercelen? b. Leidt infiltratie van het opgevangen drainwater uit de winpercelen tot vernattingsproblemen op het infiltratieperceel? c.

Vergroot infiltratie de zoetwaterbel van de kreekrug?

Als de hierboven genoemde onzekerheden zijn weggenomen door te participeren in dit Interreg VLNL traject, zullen de agrariërs in de toekomst wel de investeringsbereidheid hebben voor het realiseren van het project op grotere schaal. Activiteit 4.1: ‘Het creëren van een alternatieve zoetwaterbron door CW’s’. De activiteit heeft dezelfde doelstelling als voorheen; kennisinstellingen HZ University of Applied Sciences, Universiteit Gent en VITO onderzoeken welk type constructed wetland optimaal is voor de zuivering van oppervlaktewater zodat het als geschikte waterbron voor verschillende toepassingen kan worden ingezet. In de aanmelding was de eindgebruiker van deze casus Dow en lokale agrariërs maar nu zullen de eindgebruikers uitgebreid worden naar de hele Scheldemondregio waarbij Dow geen rechtstreeks begunstigde meer is. Omdat Dow als partner wegviel bij deze casus hebben de Provincie Zeeland en VITO de investering deels op zich genomen. Beide partners zien de meerwaarde in deze casus voor de regio en vinden grensoverschrijdende samenwerkingen tussen beide regio’s belangrijk. De gedemonstreerde pilootopstellingen dragen bij aan een langetermijnoplossing voor het zoetwaterbeschikbaarheidsprobleem in de Scheldemondregio en is een bovendien energiezuinige oplossing passend binnen het bredere duurzaamheidskader.

Activiteit 4.2: ‘Een “intelligent” CW voor het opwaarderen van de oppervlaktewaterkwaliteit’. Er is één beperkte wijziging: verdere data-analyse en een eerste modelmatige benadering hebben aangetoond dat het rendement inzake fosforverwijdering van een klassiek CW wellicht te laag zou liggen om de beoogde vuilvracht vanuit de Ringbeek voldoende te verwijderen. Daarom werd er geopteerd om een extra nature-based filter aan het CW toe te voegen met een fosfaatvangend materiaal. Het studiebureau aangesteld voor technisch ontwerp en aanvraag vergunningen zal dit verder uitwerken met ondersteuning van Universiteit Gent. Activiteit 4.3: ‘Een CW met ijzerzand voor het opwaarderen van oppervlaktewaterkwaliteit’. Initieel was de investering door VLM in de Kraenepoel NGBO gepland voor kalenderjaar 2025. Aangezien die timing een risico inhield, nam de VLM stappen om het risico zo laag mogelijk te houden (zoals opdracht volledig uitbesteden in plaats van delen van het proces zelf uit te voeren, prioriteit geven aan het spoedig opstarten van het openbaar onderzoek en daartoe versneld afwerken van de nodige rapportering). In de zomer van 2022 vond het openbaar onderzoek plaats. Naar aanleiding van het openbaar onderzoek werd de timing, gekoppeld aan de investeringen, opnieuw bekeken binnen de VLM.

Samen met de expert overheidsopdrachten binnen de VLM werd de theoretische duurtijd afgetoetst aan enkele recente uitgevoerde overheidsopdrachten. Hierdoor werd vastgesteld dat september 2025 een onrealistische timing was om de infrastructuur af te werken en de nodige monitoring nog te kunnen doen tot einde Aquatuur, 28/02/2026. De duurtijd van de opmaak van het aanbestedingsdossier (opmaak bestek technisch ontwerp, opmaak technisch ontwerp, vergunningsaanvraag, opmaak bestek aannemer) blijkt zelfs in vlot lopende dossiers vergroot. Eén van de oorzaken is de overbevraging van de markt die werkt op technische dossiers rond het thema water, droogte,… een markt die sterk bevraagd wordt, onder andere door de Relance Blue deal middelen. Bovendien maakte het openbaar onderzoek onverwacht duidelijk dat het risico groter is dan verhoopt dat het instrument onteigening, dan wel onderbedeling, moet ingezet worden, om de werken volledig uit te voeren. Inzet van deze instrumenten zouden de risico’s op vertraging vergroten. Op basis van de interne analyse werd een nieuwe realistische timing opgemaakt; de conclusie was dat de eerste werken op terrein kunnen uitgevoerd worden vanaf augustus 2026 (na broedseizoen). Met deze

nieuwe timing werd bekeken om eventueel met een verlenging van het project Aquatuur met één jaar en uitgestelde startdatum de investering toch nog uit te voeren binnen de projecttermijn van Aquatuur. Echter bleek een uitgestelde startdatum niet mogelijk voor andere partners binnen het project en is augustus 2026 een best case scenario die weinig waarschijnlijk is onder de huidige omstandigheden. De investeringen binnen Aquatuur werden om die reden geschrapt, maar de expertise van partners binnen Aquatuur wordt wel nog steeds als zeer waardevol geacht en wordt dus wel benut om de voorbereidende plannen uit te werken. Deze samenwerking zal uiteindelijk resulteren in een kwalitievere, klimaatrobuustere uitvoering op het terrein. Het partnerschap zal bijdragen aan: 1. De inrichtingsvisie voor de Kleine Kraenepoel zal uitgewerkt worden binnen de randvoorwaarden (EU habitat doelstellingen) en op basis van best practices voor NGBO. 2. Het technisch ontwerp zal via een overheidsopdracht uitbesteed worden. Gezien de complexiteit ervan zullen Aquatuur partners expertise delen om tot een optimaal technisch ontwerp te komen. 3. Er wordt een adequaat monitoringsplan opgesteld en de baseline monitoring (voor aanvang werken) wordt opgestart. 4. Er wordt een evaluatie uitgevoerd of het surplus water uit de Kraenepoel kan geïnfiltereerd worden op naburig gelegen percelen. 5.

Ondersteuning aan stakeholderoverleg (beheerscommissie Kraenepoel en commissie en comité van het Natuurinrichtingproject). Hoewel de investeringen niet kunnen uitgevoerd worden binnen de termijn van het project, zullen ze wel uitgevoerd worden binnen de programmaperiode van Interreg VI Vlaanderen-Nederland programma. Minister Demir gaf aan de VLM de opdracht om natuurherstelplannen prioritair te gaan uitvoeren; het project Kraenepoel behoort tot de lijst van de uit te voeren natuurherstelplannen. De VLM is bereid om de communicatieverplichtingen in het kader van investeringen, zoals vooropgesteld in het programmadocument, op te nemen, zodat op terrein zichtbaar wordt dat de realisaties op terrein mede tot stand gekomen zijn door de samenwerking in het kader van het EU project Aquatuur. Na de projectperiode van Aquatuur kan de VLM, in de vorm van rapportage aan het Interreg secretariaat, de voortgang van het project Kraenepoel, rapporteren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13029183/1