2023.219 961558 Bestuursverslag 2022 Stichting Obase
Tekst van het document
6.9 Professionalisering personeel en begeleiding starters en schoolleiders Per 1 augustus 2021 is de nieuwe regeling bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders in het leven geroepen op basis van de ‘oude’ prestatieboxgelden. De inzet van deze middelen gebeurt op stichtingsniveau. Obase heeft twee kwaliteitszorgmedewerkers die onder andere als taak hebben op de schoolleiders op 27/81
het gebied van kwaliteit te ondersteunen in hun schoolleiderstaken. Daarnaast verzorgen zij het coachen van startende leerkrachten, het ondersteunen van leerkrachten op individuele basis en het ondersteunen in de groepen. De bekostiging van deze nieuwe regeling wordt volledig ingezet voor (een deel van) de personele lasten van deze twee medewerkers. Deze werkwijze is in de begroting 2022 beschreven en de GMR heeft door middel van behandeling van de begroting 2022 positief geadviseerd op deze werkwijze.
28/81
7.
Continuïteitsparagraaf
Vanaf verslagjaar 2013 is het verplicht om in het bestuursverslag een continuïteitsparagraaf op te nemen. In deze paragraaf dienen de kengetallen fte en leerlingenaantallen ten aanzien van het verslagjaar en de prognose tot en met verslagjaar t +5 te worden opgenomen. Eveneens dient in het bestuursverslag een meerjarenbegroting te worden opgenomen. Obase heeft zowel de begroting 2022 als de meerjarenbegroting 2023-2026 zelf opgesteld. 7.1 Kengetallen fte en leerlingenaantallen Kengetallen Personele bezetting in FTE per 31-12: Management/ directie Onderwijzend personeel Overig personeel Totale personele bezetting Leerlingenaantallen per: Basisonderwijs Speciaal basisonderwijs Totaal leerlingenaantallen
Verslagjaar 2022
Prognose 2023
Prognose 2024
Prognose 2025
Prognose 2026
Prognose 2027
10
10
9
8
8
8
69
65
65
65
63
64
24 103
22 97
21 95
20 93
19 90
18 90
1-10-2021
1-2-2022
1-2-2023
1-2-2024
1-2-2025
1-2-2026
1.207 47
1.260 49
1.233 56
1.244 56
1.252 56
1.240 56
1.254
1.309
1.289
1.300
1.308
1.296
De leerlingaantallen vormen de basis van de bekostiging. Voor 2022 is uitgegaan van de gerealiseerde teldatum per 1-10-2021. Vanaf kalenderjaar 2023 wijzigt de basis van bekostiging, de teldatum wordt 1-2. De leerlingaantallen voor de jaren 2022 tot en met 2025 zijn geprognosticeerd op basis van het huidige leerlingenbestand en de leerlingprognoses ontvangen van de gemeente Schouwen-Duiveland (opgesteld door bureau Pronexus) en een verwachte groei van 1-10 naar 1-2 per jaar. Na een kleine dip op 1-2-2023 verwacht Obase in de komende jaren stabiel te blijven.
29/81
7.2 Meerjarenbegroting 2023-2027 In december 2022 heeft de Raad van Toezicht de begroting 2023 en de meerjarenbegroting 2024-2027 goedgekeurd. De geprognotiseerde balans is aangepast met de uitkomsten van de jaarrekening 2022. Balans Jaarrekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Materiële vaste activa
1.618.700
1.661.178
1.534.561
1.462.908
1.417.930
1.393.259
Financiële vaste activa
54.379
54.379
54.379
54.379
54.379
54.379
1.673.079
1.715.557
1.588.940
1.517.287
1.472.309
1.447.638
Activa
Totaal vaste activa Vorderingen
475.947
475.947
475.947
475.947
475.947
475.947
Liquide middelen
2.781.008
2.602.973
2.215.734
1.918.812
1.901.634
1.817.760
Vlottende activa
3.256.955
3.078.920
2.691.681
2.394.759
2.377.581
2.293.707
Totaal activa
4.930.034
4.794.477
4.280.621
3.912.046
3.849.890
3.741.345
Jaarrekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
1.669.870
1.806.870
1.322.870
988.670
988.670
988.670
Bestemmingsfonds publiek
970.073
952.767
936.917
922.743
909.989
897.754
Bestemmingsfonds privaat
63.198
63.198
63.198
63.198
63.198
63.198
Eigen vermogen
2.703.141
2.822.835
2.322.985
1.974.611
1.961.857
1.949.622
Voorzieningen
730.848
671.700
663.600
649.500
606.400
516.600
Langlopende schulden
99.942
99.942
94.036
87.935
81.633
75.123
Kortlopende schulden
1.396.103
1.200.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
1.200.000
Totaal passiva
4.930.034
4.794.477
4.280.621
3.912.046
3.849.890
3.741.345
Passiva
Algemene reserve
30/81
Staat van baten en lasten
Jaarrekening 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Baten Rijksbijdragen
11.088.369 10.994.279 10.215.260 10.238.998 10.249.957 10.180.930
Overige overheidsbijdragen
40.354
60.980
60.980
60.980
60.980
60.980
Overige baten
138.412
56.565
56.565
53.921
46.000
46.000
Totale baten
11.267.135 11.111.824 10.332.805 10.353.899 10.356.937 10.287.910
Lasten Personeelslasten
8.555.928
8.882.388
8.671.073
8.572.040
8.219.953
8.161.714
Afschrijvingen
192.240
210.000
211.617
191.653
189.978
189.671
Huisvestingslasten
821.150
929.800
963.800
968.800
973.800
978.800
Overige lasten
895.171
960.542
976.765
960.380
976.560
960.560
Totale lasten
10.464.489 10.982.730 10.823.255 10.692.873 10.360.291 10.290.745
Saldo baten en lasten
802.646
129.094
-490.450
-338.974
-3.354
-2.835
Saldo financiële baten en lasten
-11.781
-9.400
-9.400
-9.400
-9.400
-9.400
Resultaat
790.865
119.694
-499.850
-348.374
-12.754
-12.235
De rijksbijdragen zullen naar verwachting afnemen vanwege ontvangst van nog eenmalige rijkbijdrage in kader van het Nationaal Programma Onderwijs. Daarnaast ontvangt Obase vanwege de vereenvoudiging van de bekostiging in de periode 2023 tot en met 2025 nog een overgangsregeling, die jaarlijks afneemt. De personele lasten die met deze rijksbijdragen samenhangen, zullen bij afnemende rijksbijdragen, ook afnemen. Huisvestingslasten zijn ten opzichte van de jaarrekening hoger in de komende jaren als gevolg van hogere energielasten. De overige instellingslasten zijn ook hoger vanwege toename in ict- en licentiekosten.
31/81
Kengetallen De kengetallen geven inzicht in de toekomstige financiële positie van Obase. Naast deze kengetallen is de signaleringswaarde van de onderwijsinspectie opgenomen. Jaarrekening 2021
Jaarrekening 2022
Liquiditeit
1,51
2,33
2,57
2,24
2,00
1,98
1,91
< 0,75
Solvabiliteit 1
0,41
0,55
0,59
0,54
0,50
0,51
0,52
nvt
Solvabiliteit 2
0,55
0,70
0,73
0,70
0,67
0,67
0,66
< 0,30
Rentabiliteit
0,06
0,07
0,01
-0,05
-0,03
0,00
0,00
≤ 0,00
Weerstandsvermogen
0,18
0,24
0,25
0,22
0,19
0,19
0,19
< 0,05
Huisvestingsratio
0,08
0,08
0,09
0,09
0,09
0,10
0,10
> 0,10
Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2023 2024 2025 2026 2027
signaleringswaarde inspectie
De kengetallen die uit deze meerjarenbegroting voortvloeien blijven op langere termijn goed en blijven rond de signaleringswaarde van de onderwijsinspectie. De huisvestingsratio is vrij hoog, maar blijft onder de signaleringswaarde. Verschillende gebouwen waarin de scholen van Obase zijn gehuisvest, zijn ouder dan 40 jaar. Eveneens is door krimp van de afgelopen jaren de capaciteit van sommige onderwijsgebouwen aan de ruime kant. De gemeente heeft in een nieuw Integraal Huisvestingsplan opgesteld. Op basis van dit plan zal in de komende jaren renovatie of nieuwbouw plaatsvinden. 7.3 Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controlesysteem Stichting Obase heeft sinds 1 januari 2007 de financiële administratie in eigen beheer. Voor de beheersing volgt Obase een planning- en controlcyclus. Jaarlijks wordt de begroting conform de statuten van de stichting goedgekeurd door de Raad van Toezicht. Deze begroting is het kader waarbinnen het komende jaar gewerkt mag worden. Bij de begroting wordt ook een meerjarenbegroting over vier jaren aan de Raad van Toezicht voorgelegd, zodat dit een doorkijk geeft naar de financiële positie op de langere termijn. De begroting wordt opgesteld met het principe dat de baten en lasten in evenwicht zijn.
Indien in de loop van het kalenderjaar afwijkingen op de begroting ontstaan, wordt een begrotingswijziging ingediend bij de Raad van Toezicht. Naast deze bewaking van de begroting wordt in september jaarlijks een doorrekening gemaakt van de formatie van het nieuwe schooljaar ter toets of de formatieplanning is uitgekomen. Aan het einde van de cyclus komt de jaarrekening, die gecontroleerd wordt door de accountant.
32/81
7.4 Risico’s en onzekerheden In het jaarverslag van Obase willen we graag de belangrijkste risico's benoemen waarmee de stichting wordt geconfronteerd. Het identificeren en beheersen van deze risico's is van cruciaal belang om onze doelstellingen te realiseren en de continuïteit van onze onderwijsactiviteiten te waarborgen. Financiële risico's We erkennen dat onze stichting afhankelijk is van overheidsbekostiging en andere financiële bronnen. De volgende risico's kunnen onze financiële positie beïnvloeden: veranderingen in de bekostigingssystematiek, onvoorziene kostenstijgingen, budgettekorten, daling van het aantal leerlingen en mogelijke schommelingen in subsidies en externe financiering. We streven ernaar om een gezonde financiële basis te behouden en nemen maatregelen om deze risico's te monitoren en te beheersen. Juridische en compliance-risico's Als onderwijsstichting opereren we binnen een complex juridisch en regelgevend kader. We zijn alert op mogelijke risico's op het gebied van wet- en regelgeving, zoals naleving van onderwijswetten, privacywetgeving, arbeidsrecht en contractuele verplichtingen. We laten ons indien nodig adviseren en bijstaan door onze huisjurist van Vondelkwartierjuristen B.V. Ook zorgen we ervoor dat we up-to-date blijven met de geldende regels en nemen passende maatregelen om juridische risico's te beheersen en te minimaliseren.
Operationele risico's Om ons onderwijs op een effectieve en efficiënte manier te kunnen uitvoeren, moeten we aandacht besteden aan operationele risico's. Deze kunnen onder andere betrekking hebben op faciliteitenbeheer, ICT-systemen, veiligheid en beveiliging, onderwijskwaliteit, personeelsbeheer en continuïteit van onderwijs bij calamiteiten. We implementeren passende maatregelen om deze risico's te identificeren, te beheersen en waar mogelijk te verminderen. Reputatierisico's Het imago en de reputatie van Obase zijn van essentieel belang voor het aantrekken van leerlingen, het behoud van vertrouwen bij ouders en belanghebbenden, en het handhaven van een sterke positie in de gemeenschap. We zijn ons bewust van mogelijke risico's die onze reputatie kunnen schaden, zoals negatieve publiciteit, klachten of ontevredenheid van ouders of leerlingen, en sociale media. We hebben mechanismen en communicatiestrategieën ingevoerd om deze risico's te beheersen en proactief met stakeholders te communiceren. Strategische risico's Als onderwijsstichting staan we voor uitdagingen in een snel veranderende onderwijssituatie en maatschappelijke context.
Strategische risico's kunnen ontstaan door demografische veranderingen, concurrentie van andere scholen of onderwijsaanbieders, technologische ontwikkelingen, onderwijsvernieuwingen en veranderende behoeften en verwachtingen van ouders, leerlingen en andere belanghebbenden. We blijven alert op deze risico's en passen onze strategieën en beleidsmaatregelen aan om hierop in te spelen en kansen te benutten. De bovengenoemde risico's zijn niet uitputtend en kunnen veranderen naarmate de omstandigheden evolueren. We blijven voortdurend onze risicoanalyse uitvoeren, passende 33/81
maatregelen implementeren en de effectiviteit van ons risicobeheersingskader evalueren. Door proactief risicomanagement te waarborgen, streven we ernaar om de stabiliteit en duurzaamheid van Obase te waarborgen en onze missie van hoogwaardig onderwijs voor onze leerlingen te vervullen.
34/81
8.
Verslag Raad van Toezicht 2022
8.1 Algemeen In overeenstemming met de statuten van de Stichting Obase legt de Raad van Toezicht (RvT) door middel van dit verslag verantwoording af over zijn werkzaamheden over het afgelopen jaar. 8.2 Positie De Raad van Toezicht oefent binnen de Stichting Obase toezicht uit op het bestuur van het openbaar primair onderwijs op Schouwen-Duiveland. De werkzaamheden van de raad zijn nader te omschrijven d.m.v. de volgende aandachtsgebieden: het feitelijk houden van toezicht, het werkgeverschap voor de directeur-bestuurder en het vervullen van een klankbordfunctie voor de directeur-bestuurder. Taken en verantwoordelijkheden van de Raad van Toezicht zijn vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) en in de statuten van de Stichting Obase. De raad oefent zijn werkzaamheden uit op basis van de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs van de PO raad én namens de samenleving. De leden van de Raad van Toezicht worden op voordracht vanuit de Stichting Obase benoemd door de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland. De invulling van het toezicht is vastgelegd in het interne toezichtkader van de RvT. In het toezichtkader beschrijft de RvT zijn visie op toezichthouden, op welke wijze de RvT uitvoering geeft aan zijn rol om toezicht te houden op de werkzaamheden van het bestuur en welke uitgangspunten daarbij worden gehanteerd.
Het toezichtkader is mede gebaseerd op de WPO en de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs. De Raad van Toezicht is lid van de VTOI (Vereniging van Toezichthouders van Onderwijsinstellingen). Via deze organisatie krijgt de raad voeding over datgene wat van de raad als toezichthouder en als werkgever van de bestuurder mag worden verwacht en hoe de raad daarin moet en kan acteren. Obase is ook aangesloten bij VOS/ABB. Met die organisatie wordt samengewerkt m.b.t. advies en ondersteuning. Naast de afstemming met de directeur-bestuurder onderhoudt de RvT contacten met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad (GMR). Eerder is hiervoor als uitgangspunt geformuleerd om wederzijds 1 x per jaar een vergadering bij te wonen. Daarbij kan bekeken worden of aansluitend aan bestaande vergaderingen (delegaties van) GMR en RvT elkaar kunnen treffen om te spreken over onderwerpen die voor beiden relevant zijn. Nadien is tussen de voorzitter GMR en de voorzitter RvT besproken dat het zinvoller lijkt om gezamenlijk thema´s te bespreken die voor zowel GMR als RvT relevant zijn, in plaats van het over en weer bijwonen van elkaars vergaderingen.
35/81
8.3 Samenstelling van de RvT Op 1 januari 2022 bestond de Raad van Toezicht van de Stichting Obase uit de volgende personen: Voorzitter
de heer R.A. Sperna Weiland
tevens voorzitter remuneratiecommissie en lid auditcommissie
Vice-voorzitter
de heer E.J.A. Fagg*
tevens voorzitter auditcommissie
Secretaris
mw. N.M. Duinkerke
tevens lid remuneratiecommissie
*De heer Fagg is door de gemeenteraad benoemd op voordracht van de GMR van Obase.
In verband met lopende fusiebesprekingen is er destijds voor gekozen om twee in de loop der tijd ontstane vacatures niet op te vullen. Nu deze besprekingen niet tot het beoogde resultaat hebben geleid is eind 2021 een wervings- en selectietraject opgestart, gericht op de aanvulling van de RvT met twee nieuwe leden. Dit is in de eerste helft van 2022 met succes afgerond. Op de RvT vergadering van 13 juni 2022 zijn de 2 nieuwe leden formeel geïnstalleerd. De RvT prijst zich gelukkig om weer in voltallige samenstelling zijn werkzaamheden te kunnen verrichten. 8.4 Persoonlijke gegevens Raad van Toezicht Naam
Hoofdfunctie
Nevenactiviteiten
R.A. Sperna Weiland Gepensioneerd, laatstelijk werkzaam als Hoofd Bureau Mediadiensten Provincie ZuidHolland
Toezichthouder Stichting Obase
E.J.A. Fagg*
Gepensioneerd, laatstelijk werkzaam als Directeur Scheldemond College
Toezichthouder Stichting Obase Toezichthouder Stichting KOW (Kinderopvang Walcheren) Voorzitter JVOZ (Jeugd Voetbal Opleiding Zeeland)
N.M. Duinkerke
Bestuurssecretaris Scalda Stichting voor MBO en volwasseneneducatie
Toezichthouder Stichting Obase
J.J. Meijer*
Raad van Bestuur Stichting Ouderenzorg Noord-Beveland
J.J.G. van den Oord
Rector Jan Tinbergen College / voorzitter CvB SOVOR
Toezichthouder Stichting Obase Toezichthouder KOZV (Kinderopvang Zeeuws-Vlaanderen) Toezichthouder Terra Maris Toezichthouder Museum café de Orangerie Toezichthouder Stichting Obase Toezichthouder Samenwerkingsverband ROOS VO
*De heer Fagg en mevrouw Meijer zijn door de gemeenteraad benoemd op voordracht van de GMR van Obase. 36/81
8.5 Rooster van aftreden Raad van Toezicht Voor de Raad van Toezicht is onderstaand rooster van aftreden vastgesteld. Het rooster van aftreden is gebaseerd op een zittingsduur van maximaal twee termijnen van vier jaar. Dit is in lijn met de Code Goed Bestuur in het primair onderwijs, die zich uitspreekt over een totale zittingsduur van een lid van het intern toezichtsorgaan van maximaal acht jaar. Los van hetgeen hierover is opgenomen in de Code Goed Bestuur wordt een langere zittingsperiode door de RvT feitelijk ook niet wenselijk geacht. Naam
Datum benoeming
Datum benoeming 2e termijn
Datum aftreden
E.J.A. Fagg
01-05-2016
01-05-2020
01-05-2024
N.M. Duinkerke
01-05-2016
01-05-2020
01-05-2024
R.A. Sperna Weiland
01-05-2017
01-05-2021
01-05-2025
J.J. Meijer
24-02-2022
24-02-2026
24-02-2030
J.J.G. van den Oord
24-02-2022
24-02-2026
24-02-2030
8.6 Bezoldiging Raad van Toezicht 2022 De hieronder genoemde bedragen zijn conform de vastgestelde regeling voor de honorering van de werkzaamheden voor de RvT. Hierbij is rekening gehouden met de verhouding in de omvang van de werkzaamheden tussen leden en voorzitter. Dit leidt tot het volgende overzicht: Naam
Bezoldiging (excl. BTW)
R.A. Sperna Weiland
€ 6.000
E.J.A. Fagg
€ 4.000
N.M. Duinkerke
€ 4.000
J.J. Meijer
€ 3.000*
J.J.G. van den Oord
€ 3.000*
*mevrouw Meijer en de heer van den Oord hebben als nieuw benoemde leden van de RvT hun werkzaamheden over een gedeelte van het jaar verricht. De bezoldiging is hiermee in overeenstemming.
Daarnaast is er een kilometervergoeding en een professionaliseringsbudget van € 1.500,excl. BTW per RvT-lid per jaar. Een overzicht van de in 2022 betaalde vergoedingen aan de leden van de Raad van Toezicht is opgenomen in de jaarrekening 2022 (bijlage Wet Normering Topfunctionarissen).
37/81
8.7 Vergaderfrequentie, onderwerpen en besluiten 8.7.1 Overlegvergaderingen met de directeur-bestuurder Vanuit zijn toezichthoudende rol heeft de raad zich in het verslagjaar gebogen over de stukken waarvoor hij binnen de jaarcyclus een bijzondere verantwoordelijkheid heeft. Daartoe heeft de raad in het verslagjaar 4 keer regulier overleg gevoerd met de directeurbestuurder. In deze vergaderingen werden ook lopende zaken en actuele ontwikkelingen besproken. Binnen de reguliere RvT vergaderingen heeft de RvT zich twee keer over een specifiek onderwerp laten informeren d.m.v. een presentatie: over het AVG beleid van Obase door de functionaris gegevensbescherming en over het beleid m.b.t. kwaliteitszorg door de bestuurder. 8.7.2 Interne RvT-vergaderingen Naast de overlegvergaderingen met de directeur-bestuurder zijn er in 2022 drie interne RvT bijeenkomsten geweest. Op twee overleggen zijn specifieke RvT aangelegenheden besproken, samenhangend met de invulling van de rol van de RvT als toezichthouder en als werkgever. Een derde bijeenkomst strekte tot nadere kennismaking en informatieuitwisseling met de nieuwe leden van de RvT. 8.7.3 Externe vertegenwoordiging De voorzitter van de RvT en de bestuurder hebben in oktober de opening van de Campus Hatfield, inclusief de nieuwbouw van SBO de Meie, bijgewoond.
De belangrijkste besluiten van de Raad van Toezicht betreffen: Vergaderdatum Besluit 13-06-2022
De RvT besluit om de jaarstukken Obase 2021 goed te keuren.
13-06-2022
De RvT verleent de directeur-bestuurder décharge voor het in 2021 gevoerde beleid, voor zover van dat beleid uit de jaarrekening blijkt of dat beleid aan de RvT bekend is gemaakt.
13-06-2022
De RvT geeft zijn goedkeuring aan de voorgestelde aanpassingen aan het treasurystatuut.
13-06-2022
De twee nieuwe RvT leden worden formeel geïnstalleerd.
20-12-2022
De RvT keurt de begroting van Obase 2023 en de meerjarenbegroting 2023 - 2027 goed.
20-12-2022
De RvT besluit om de ontwikkelingen m.b.t. Binnen de Veste structureel op de agenda te zetten.
In aanvulling op dit overzicht volgt hieronder een toelichting, thematisch geordend, op de belangrijkste onderwerpen waarover de RvT als toezichthouder en tevens (strategisch) klankbord voor de directeur-bestuurder overleg heeft gevoerd, dan wel is geïnformeerd of anderszins betrokken is geweest. 38/81
Onderwijs / Onderwijskwaliteitszorg(systeem): In het herziene Toezichtkader (2019) heeft de raad zijn statutaire taak van het ‘goedkeuren van het strategisch meerjarenplan’ verbreed naar ‘toezicht op de kwaliteit van het onderwijs’. Dit doet recht aan de hoofddoelstelling van de Stichting Obase: het realiseren van kwalitatief hoogwaardig openbaar primair onderwijs. De RvT hecht veel waarde aan het kunnen volgen van de doorwerking van het Koersplan aan de hand van de vertaling daarvan in jaarplan, tussenrapportage en evaluatie van het afgelopen jaarplan. De raad heeft zich daarom uitgesproken het concept-jaarplan op het Koersplan op voorhand te willen zien. Op deze wijze wordt de raad in staat gesteld actief voeling te houden met de ontwikkelingen. De grotere aandacht die de RvT wil hebben voor onderwijs(ontwikkeling) en kwaliteitszorg heeft mede invulling gekregen via een presentatie door de bestuurder over het beleid m.b.t. kwaliteitszorg binnen Obase (zie ook paragraaf 8.7.1). De raad is op de hoogte gebracht van de interne visitaties die bij de scholen gehouden worden. In het bijzonder is stilgestaan bij het (voorlopige) externe inspectie-oordeel over Binnen de Veste. De RvT is hierover gedegen geïnformeerd door de bestuurder en wordt ook tussentijds goed op de hoogte gehouden. Het beeld bij de RvT is dat zaken met voortvarendheid worden opgepakt.
De RvT wenst directeur, team en bestuurder succes toe bij de te nemen verbeterstappen. Tevens heeft de raad besloten om het verbetertraject m.b.t. Binnen de Veste structureel op de agenda van de RvT vergaderingen te zetten. Als gevolg van corona zijn zowel in 2020 als 2021 de schoolbezoeken komen te vervallen. In 2022 zijn de schoolbezoeken weer hervat. Werving nieuwe RvT-leden: Medio 2021 is het besluit genomen om de openstaande vacatures binnen de RvT weer in te gaan vullen (zie ook paragraaf 8.3). De RvT heeft hierbij een afweging gemaakt met betrekking tot de bijzondere profielen voor de nieuw te werven kandidaten, gericht op een optimale dekking van expertise binnen de raad. Over het wervings- en selectietraject heeft afstemming plaatsgehad met de GMR, mede gezien de wettelijke en statutaire positie die de GMR heeft bij de werving voor leden van de raad van toezicht. Tevens is er afstemming geweest met de gemeente Schouwen-Duiveland. Eind 2021 is in verschillende media een advertentie geplaatst. In januari hebben gesprekken met kandidaten plaatsgehad, hetgeen heeft geresulteerd in een unanieme voordracht aan de gemeenteraad van twee gekwalificeerde kandidaten. Deze zijn in mei met terugwerkende kracht door de gemeenteraad benoemd per 24-2-2022. De RvT prijst zich gelukkig om weer in voltallige samenstelling zijn werkzaamheden te kunnen verrichten.
Statuten: In 2021 heeft een intern traject gelopen om te komen tot nieuwe statuten. Aanleiding hiervoor was dat sinds oktober 2011, toen de huidige statuten werden gepasseerd, veranderende inzichten zijn ontstaan en er noodzaak was om de statuten bij te stellen conform de WBTR. De RvT heeft op zijn reguliere vergadering in oktober 2021 besloten zijn goedkeuring aan de concept-statuten te verlenen. Na vaststelling door de directeurbestuurder zijn de nieuwe concept-statuten eind 2021 ter instemming voorgelegd aan de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft aangegeven hier meer tijd voor te willen gebruiken en heeft daarbij ook VOS/ABB geconsulteerd. In het verlengde daarvan zijn er opnieuw vragen vanuit de gemeenteraad gesteld. In zijn vergadering van 20 december 2022 heeft de raad deze vragen besproken. Volledige beantwoording vraagt ook nog om consultatie van de 39/81
GMR door de bestuurder. De raad hoopt dat na beantwoording van de vragen het - slepende - traject van de statutenwijziging nu met de nodige voortvarendheid kan worden afgerond. Huisvesting Afgezien van de realisatie van de nieuwbouw voor SBO de Meie hebben zich over het verslagjaar feitelijk geen concrete ontwikkelingen binnen het IHP voorgedaan. Het IHP heeft daarmee niet prominent op de agenda van de RvT gestaan. De RvT is op de hoogte gehouden van de stand van zaken m.b.t. de Westhoek en het proces in regio Oost. Naast het IHP zijn m.n. investeringen in ventilatie van de scholen en de financiering daarvan bij de RvT aan de orde geweest. Managementstructuur Met enige regelmaat is de RvT door de bestuurder geïnformeerd over de stand van zaken bij de ontwikkeling van de nieuwe managementstructuur. 8.7.4 Deskundigheidsbevordering/scholing In 2022 is geen gebruik gemaakt van het individuele professionaliseringsbudget dat de RvT leden ter beschikking staat. 8.8 Commissies Bij de verdeling van werkzaamheden maakt de raad gebruik van een tweetal commissies: de auditcommissie en de remuneratiecommissie. Dit maakt een zekere spreiding van de toezichthoudende werkzaamheden mogelijk. Dit betekent echter niet dat de raad met portefeuillehouders werkt. De raad wenst invulling aan haar rol te geven op basis van integraal toezicht.
In de loop van 2022 is de RvT uitgebreid met twee nieuwe leden. Deze zijn in mei met terugwerkende kracht door de gemeenteraad benoemd per 24-2-2022. De uitbreiding van de RvT heeft aanleiding gegeven om de samenstelling van de commissies als volgt te wijzigen: Auditcommissie
Remuneratiecommissie
E.J.A. Fagg, voorzitter
R.A. Sperna Weiland, voorzitter
N.M. Duinkerke
J.J. Meijer
J.J.G. van den Oord 8.8.1 Auditcommissie Deze commissie adviseert de Raad van Toezicht m.b.t. de goedkeuring van de financiële jaarstukken en de (meerjaren)begroting. Meer in het algemeen richt de auditcommissie zich (in ieder geval) op het toezicht op de directeur-bestuurder ten aanzien van rechtmatig en integer bestuur en beheer van de organisatie, en de rechtmatige verwerving en doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van middelen. Bij het beoordelen van de financiële stukken laat de auditcommissie / RvT zich leiden door de overweging dat baten primair voor het onderwijs moeten worden bestemd. Tegelijkertijd voelen de leden van de auditcommissie / RvT zich er verantwoordelijk voor dat het onderwijs van Obase ook voor de lange termijn op een gezonde financiële basis is gestoeld. Dat vraagt om een goede balans tussen deze beide uitgangspunten. Doelmatige besteding van middelen is dan ook een 40/81
belangrijke toetssteen bij het beoordelen van de financiële cijfers. Aandachtspunt hierbij is onder meer dat Obase niet met overmatige reserves komt te zitten. De auditcommissie is van mening dat de gedegen opzet van de begroting en de jaarstukken van Obase in toereikende mate het handvat bieden om een weging te kunnen maken van de doelmatigheid en rechtmatigheid van de inzet van middelen. Tussentijdse rapportages over 4-maands tijdvakken maken het mogelijk om lopende het jaar de ontwikkelingen m.b.t. de financiële positie van Obase te volgen. De werkzaamheden van de auditcommissie hebben zich in 2022 geconcentreerd op het jaarverslag / de jaarrekening 2021 en de begroting 2023, resp. de meerjarenbegroting 2023 2027. In aanwezigheid van de nieuwe accountant Astrium heeft de auditcommissie op haar vergadering van juni 2022 het accountantsverslag over het boekjaar 2021doorgesproken. Omdat de benoeming van Astrium als nieuwe accountant pas laat in 2021 heeft plaatsgehad moesten de controlewerkzaamheden ook op een laat tijdstip door Astrium worden ingepast. Astrium stelt dat door de goede dossiervorming bij Obase het proces heel goed is doorlopen. Ook door de controller van Obase is bevestigd dat de samenwerking als goed is ervaren. De RvT is verheugd dat de switch in accountantskantoor soepel is verlopen. Obase heeft over 2021 een goed resultaat geboekt van ruim € 600.000.
Astrium heeft hierbij de kanttekening gemaakt dat dit (mede) komt door meerdere aanvullende subsidies die in de loop van het boekjaar zijn verstrekt. Ook na berekening door Astrium van een ‘genormaliseerd resultaat 2021’ waarbij het saldo aan nog uit te geven NPO-subsidies en werkdrukmiddelen uit het resultaat is gehaald, resteert een saldo van circa € 350.000. Kortom een mooi resultaat. De aanbeveling van Astrium om het treasurystatuut te actualiseren heeft opvolging gekregen in de RvT vergadering van 13 juni, waarin de raad zijn goedkeuring heeft gegeven aan de voorgestelde aanpassingen aan het treasurystatuut. Voorts heeft de raad goede nota genomen van het advies van Astrium m.b.t. toetsing op de WNT-normen. De RvT, i.h.b. de remuneratiecommssie, heeft vastgesteld dat de bezoldiging van de directeur-bestuurder past binnen de WNT-normen. Tijdens een bilateraal overleg van de voorzitter van de RvT en de directeur-bestuurder is geverifieerd dat de directeur-bestuurder in 2022 geen overige dienstbetrekking heeft gehad. Een eventuele overschrijding van de WNT grens op die grond is daarmee niet aan de orde (anticumulatiebepaling WNT). 8.8.2 Remuneratiecommissie Deze commissie adviseert de raad m.b.t. de invulling van de werkgeversrol voor de directeur-bestuurder. Daarnaast voert de remuneratiecommissie de functionerings- / beoordelingsgesprekken met de directeur-bestuurder.
De activiteiten van de remuneratiecommissie over 2022 zijn met name gericht geweest op enkele rechtspositionele zaken, de directeur-bestuurder betreffend (totstandkoming actuele arbeidsovereenkomst conform de CAO bestuurders funderend onderwijs, afsprakenkader m.b.t. nevenwerkzaamheden). 8.9 Overleg met de GMR De RvT acht het - los van het in de ´Code Goed Bestuur in het Primair Onderwijs´ vastgelegde uitgangspunt dat de raad tenminste tweemaal per jaar overleg pleegt met de GMR - zinvol om periodiek van gedachten te wisselen met de GMR over onderwerpen die voor beiden relevant zijn. Tegelijkertijd is de RvT nog wat zoekend hoe aan dit uitgangspunt een goede invulling te geven. Een effectieve vorm is nog niet uitgekristalliseerd. 41/81
Tussen RvT en GMR is in 2022 nauwe afstemming geweest rond het wervings- en selectietraject voor nieuwe RvT-leden. Als start hiervan is een delegatie van de GMR uitgenodigd tijdens de RvT vergadering van oktober 2021 om het traject door te spreken. De voorzitter en een ouderlid van de GMR hebben vervolgens geparticipeerd in de benoemingsadviescommissie, die haar activiteiten begin 2022 heeft verricht. De RvT is van oordeel dat de samenwerking op zeer plezierige en goede wijze is gelopen.
42/81
Jaarrekening 2022 Stichting Obase
43/81
A.1.1.
Balans per 31-12-2022 (na resultaatbestemming)
1
Activa
31-12-2022
31-12-2021
EUR
EUR
Vaste activa 1.2 1.3
Materiële vaste activa Financiële vaste activa
1.618.700 54.379
Totaal vaste activa
1.444.449 46.279 1.673.079
1.490.727
Vlottende activa 1.5 1.7
Vorderingen Liquide middelen
475.947 2.781.008
764.316 2.440.268
Totaal vlottende activa
3.256.955
3.204.584
Totaal activa
4.930.034
4.695.311
2
Passiva
2.1
Eigen vermogen
2.703.141
1.912.276
2.2
Voorzieningen
730.848
666.060
2.3
Langlopende schulden
99.942
0
2.5
Kortlopende schulden
1.396.103
2.116.976
Totaal passiva
4.930.034
4.695.311
31-12-2022 EUR
31-12-2021 EUR
44/81
A.1.2.
Staat van baten en lasten over 2022
3
Baten
3.1 3.2 3.5
Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen Overige baten
2022
Begroting 2022
2021
EUR
EUR
EUR
11.088.369 40.354 138.412
Totaal baten
4
Lasten
4.1 4.2 4.3 4.4
Personeelslasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige lasten
11.267.135
8.555.928 192.240 821.150 895.171
Totaal lasten
Saldo baten en lasten
5
Financiële baten en lasten
9.840.221 78.944 101.339
10.273.532 100.860 226.892 10.020.504
8.102.193 180.284 827.720 900.146
10.601.283
8.088.382 187.572 769.224 924.946
10.464.489
10.010.343
9.970.124
802.646
10.161
631.159
-11.781
-11.700
-14.251
-11.781
-11.700
-14.251
Resultaat
790.865
-1.539
616.908
Totaal resultaat
790.865
-1.539
616.908
Vrijval reserve 1e waardering
20.967
20.966
22.330
Te bestemmen resultaat
811.833
19.427
639.238
45/81
A.1.3.
Kasstroomoverzicht over 2022 2022 EUR
2021 EUR
Kasstroom uit operationele activiteiten 802.646
Saldo staat van baten en lasten Aanpassingen voor: - Afschrijvingen - Mutaties voorzieningen - Ov mutaties eigen vermogen
192.240 64.788 0
631.159
187.572 33.729 0 257.028
Veranderingen in vlottende middelen: - Voorraden - Vorderingen - Kortlopende schulden
0 288.369 -720.873
Kasstroom uit bedrijfsoperaties Ontvangen interest Betaalde interest Buitengewoon resultaat
0 -34.263 78.117 -432.504
43.854
627.171
896.314
2.261 -14.042 0
Totale kasstroom uit operationele activiteiten
221.301
0 -14.251 0 -11.781
-14.251
615.390
882.063
Kasstroom uit investeringsactiviteiten Investeringen in materiële vaste activa Desinvesteringen in materiële vaste activa Mutaties financiële vaste activa
-366.492 0 -8.100
Totale kasstroom uit investeringsactiviteiten
-261.071 0 -11.805 -374.592
-272.876
-374.592
-272.876
Kasstroom uit financieringsactiviteiten Nieuw opgenomen leningen Aflossing langlopende schulden
107.524 -7.582
0 0 99.942
0
Totale kasstroom uit financieringsactiviteiten
99.942
0
Mutatie liquide middelen
340.740
609.187
Saldo liquide middelen per 1-1: Saldo liquide middelen per 31-12: Mutatie liquide middelen:
2.440.268 2.781.008 340.740
1.831.081 2.440.268 609.187
46/81
Grondslagen Algemeen De jaarrekening is opgemaakt volgens de voorschriften van boek 2 titel 9 en de Richtlijn Jaarverslaggeving 660. Valuta De in het financieel bestuursverslag opgenomen bedragen luiden in hele euro’s, de functionele valuta van de organisatie. De algemene grondslag voor de waardering van activa en passiva, alsmede voor het bepalen van het resultaat, is de verkrijgingprijs. Voor zover niet anders vermeld, worden activa en passiva opgenomen voor de nominale waarde. Continuïteit Voor zover van toepassing zijn ter vergelijking opgenomen de realisatiecijfers van het voorgaande jaar, alsmede van de begroting over het huidige jaar. De jaarrekening is opgesteld op basis van continuïteit. Schattingen De opstelling van de jaarrekening vereist dat het management oordelen vormt alsmede schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, en van baten en lasten. De belangrijkste schattingen hebben betrekking op: - De waardering van materiële vaste activa, waaronder de gehanteerde afschrijvingstermijnen; - De verwachte onderhoudsuitgaven bij bepaling van de voorziening groot onderhoud; - De bepaling van de hoogte van de personele voorzieningen. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden periodiek beoordeeld. Herziening van schattingen wordt opgenomen in de periode waarin de schatting wordt herzien en in de toekomstige perioden waarvoor de herziening gevolgen heeft. Financiële instrumenten Financiële instrumenten omvatten investeringen in vorderingen, geldmiddelen, leningen, schulden en overige te betalen posten. Obase maakt geen gebruik van financiële derivaten. De rekening-courant-faciliteiten voldoen aan de eisen die daaraan worden gesteld conform de Regeling beleggen, belenen en derivaten OCW 2016 (gewijzigd d.d. 19 december 2018).
Grondslagen voor de waardering van activa en passiva Materiële vaste activa De materiële vaste activa worden gewaardeerd op aanschafwaarde, verminderd met lineair berekende afschrijvingen, gebaseerd op de verwachte economische levensduur. In het jaar volgend op het investeringsjaar wordt begonnen met afschrijven. In 2004 heeft een taxatie van de materiële vaste activa plaatsgevonden door ZNEB, de activa vanaf 1-1-2005 is gebaseerd op werkelijke uitgaven. 47/81
Het economische eigendom van de schoolgebouwen is in handen van de gemeente. Het juridisch eigendom berust bij het stichtingsbestuur. Financiële vaste activa Onder financiële vaste activa zijn waarborgsommen opgenomen. Deze zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs. Vorderingen De vorderingen worden opgenomen tegen nominale waarde, voor zover noodzakelijk onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid. Liquide middelen De liquide middelen zijn, voor zover niet anders vermeld, opgenomen tegen de nominale waarde. Reserve eerste activering MVA Deze bestemmingsreserve is gevormd door de activering van een deel van de aanwezige inventaris. Jaarlijks valt middels resultaatbestemming een deel van deze bestemmingsreserve vrij, dat overeenkomt met de afschrijvingslast van de geactiveerde inventaris. Bestemmingsreserve NPO en WDM Deze bestemmingsreserve is gevormd vanuit de ontvangen middelen voor het Nationaal Programma Onderwijs en de bijdrage werkdrukmiddelen. In de schooljaren 2021-2022 tot en met 2024-2025 zullen deze middelen besteed worden. Bestemmingsreserve schoonmaak Deze bestemmingsreserve is gevormd vanuit overtollige middelen vanuit de exploitatie 2021 en zijn bestemd voor extra schoonmaak in kalenderjaar 2022 in verband met hygiënemaatregelen voor corona. Eind 2022 is deze reserve volledig vrijgevallen.
Bestemmingsreserve scholing In de begroting 2022 was scholing gereserveerd voor bloeitraining en coaching van personeel. In 2022 is dit niet volledig uitgevoerd en is een deel van de activiteiten doorgeschoven naar de eerste helft van 2023. De reserve zal in 2023 volledig worden besteed. Bestemmingsfonds BSO De huuropbrengsten van BSO worden in een apart fonds gehouden om de publieke en private middelen van elkaar te scheiden. Deze opbrengsten worden onder andere gebruikt als dekking van de afschrijvingslasten van verbouwingen t.l.v. BSO en de extra jaarlijkse exploitatielasten veroorzaakt door de BSO. Voorzieningen De voorzieningen worden gevormd voor in rechte of verplichtingen die op balansdatum bestaan en waarbij het waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen noodzakelijke is, waarvan de hoogte redelijkerwijs geschat kan worden en voor zover deze verplichtingen en risico's niet op activa in mindering zijn gebracht. Eveneens worden voorzieningen gevormd 48/81
voor verliezen die naar waarschijnlijkheid in de toekomst zullen worden geboekt maar die voortkomen uit risico's die op balansdatum aanwezig zijn. Voorzieningen kunnen worden gevormd ter egalisatie van kosten waarbij een deel van de in de toekomst te verwachten uitgaven zijn oorsprong heeft voor balansdatum. Voorziening jubileum De voorziening jubilea is gevormd ter dekking van de kosten van jubileumgratificaties die op grond van de CAO dienen te worden betaald. Daarbij wordt rekening gehouden met de datum van indiensttreding, blijfkanspercentage, jaarlijkse loonverhoging van 2,5% en een uitkering bij 25- en 40-jarig jubileum conform de CAO. De voorziening is gewaardeerd tegen contante waarde; de disconteringsvoet bedraagt 1%. Voorziening duurzame inzetbaarheid De voorziening is gevormd ter dekking van de kosten van het inzetten van de, voor een afgesproken doel, gespaarde uren duurzame inzetbaarheid op grond van de CAO. Voorziening buitenonderhoud De voorziening is gevormd ter dekking van de kosten van het buitenonderhoud. De voorziening is gebaseerd op de meerjarenonderhoudsplanning. Vierjaarlijks zal een nieuwe schouwing van de gebouwen plaatsvinden, waaruit een geactualiseerd meerjarenonderhoudsplan uit voort vloeit. In verslagjaar 2022 maakt Obase gebruik van de overgangsregeling voor de voorziening buitenonderhoud.
Langlopende schulden Onder de langlopende schulden worden schulden opgenomen met een resterende looptijd van meer dan één jaar. De aflossingsverplichtingen voor het komend jaar van de langlopende schulden worden opgenomen onder kortlopende schulden. Kortlopende schulden De kortlopende schulden hebben een verwachte looptijd van maximaal één jaar.
Grondslagen voor resultaatbepaling Algemeen Het resultaat wordt bepaald als het verschil tussen de baten (subsidies en overige baten) en alle hiermee verbonden, aan het verslagjaar toe te rekenen lasten. De lasten worden bepaald met inachtneming van de hiervoor vermelde waarderingsgrondslagen. De baten en lasten worden toegerekend aan de verslagperiode waarop deze betrekking hebben. Rijksbijdragen OCW Onder de rijksbijdragen OCW worden de vergoedingen voor personele en materiële exploitatie opgenomen, verstrekt door het Ministerie OCW. De ontvangen (normatieve) rijksbijdragen uit hoofde van de basisbekostiging (lumpsum) worden in het jaar waarop de toekenning betrekking heeft volledig als baten verwerkt in de staat van baten en lasten. Niet-normatieve OCW-subsidies (subsidies die volledig vrij besteedbaar zijn) worden in het jaar van toekenning betrekking heeft, volledig als baten verwerkt in de staat van baten en 49/81
lasten. Normatieve OCW-subsidies met een vrij besteedbaar overschot (G1-doelsubsidies waarbij het overschot geen verrekening-clausule heeft) worden naar rato van de voortgang van de gesubsidieerde activiteiten verwerkt in de staat van baten en lasten. De subsidies waarvoor per balansdatum nog niet (alle) activiteiten (prestaties) zijn verricht, worden verantwoord onder de vooruitontvangen subsidie OCW (overlopende passiva) zolang de bestedingstermijn (subsidietijdvak) nog niet is verlopen. Normatieve OCW-subsidies (G2-doelsubsidies met verrekening-clausule) worden ten gunste van de staat van baten en lasten verantwoord in het jaar waarvan de werkelijke subsidiabele lasten komen (naar rato van de aan het verslagjaar toe te rekenen werkelijke subsidiabele uitgaven). Niet bestede middelen worden verantwoord onder de vooruitontvangen subsidies OCW (overlopende passiva) zolang de bestedingstermijn (subsidietijdvak) nog niet is verlopen. Niet-bestede middelen worden verantwoord als schuld aan het Ministerie van OCW onder de kortlopende schulden zodra de bestedingstermijn (subsidietijdvak) is verlopen. Overige overheidsbijdragen Onder de overige overheidsbijdragen worden de vergoedingen opgenomen verstrekt door gemeente. De overige overheidsbijdragen worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben.
Overige baten Onder de overige baten worden de vergoedingen opgenomen die niet verstrekt zijn door het Ministerie van OCW, gemeente, provincies of andere overheidsinstellingen. De overige baten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Personele lasten Onder de personele lasten worden de lasten opgenomen van de personeelsleden die in dienst zijn van de rechtspersoon, alsmede de overige personele lasten die betrekking hebben op o.a. het inhuren van extra personeel, scholingskosten, bedrijfsgezondheidszorg. Pensioenverplichting Stichting Obase heeft voor haar werknemers een toegezegde pensioenregeling. Hiervoor in aanmerking komende werknemers, hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen dat is gebaseerd op het gemiddeld verdiende loon, berekend over de jaren dat de werknemer pensioen heeft opgebouwd bij Stichting Obase. De verplichtingen, welke voortvloeien uit deze rechten aan haar personeel, zijn ondergebracht bij het bedrijfstakpensioenfonds ABP. Stichting Obase betaalt hiervoor premies overeenkomstig de CAO. De pensioenrechten worden jaarlijks geïndexeerd, indien en voor zover de dekkingsgraad van het pensioenfonds (het vermogen van het pensioenfonds gedeeld door haar verplichtingen) dit toelaat. Per eind december 2022 heeft dit pensioenfonds een actuele dekkingsgraad van 110,9%.
De pensioenverplichting wordt gewaardeerd volgens de “verplichting aan de pensioenuitvoerder benadering”. In deze benadering wordt aan de pensioenuitvoerder te betalen premie als last in de staat van baten en lasten verantwoord. Er bestaat geen verplichting tot het voldoen van aanvullende bedragen in het geval van een tekort bij ABP, anders dan het effect van hogere premies. Daarom zijn alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar verantwoord in de jaarrekening. 50/81
Afschrijvingen De afschrijvingen zijn gerelateerd aan de aanschafwaarde van de desbetreffende immateriële en materiële vaste activa. De post afschrijvingen bevat tevens de lasten als gevolg van desinvesteringen. De activeringstermijnen zijn als volgt:
Hoofdgroep Verbouwingen Schoolpleinen Inventaris en apparatuur Kantoormeubilair Kantoormeubilair Schoolmeubilair Schoolmeubilair Schoolmeubilair ICT Hardware ICT touchscreens Leermethoden Vervoersmiddelen Overige activa
Afschrijvingstermijn 20-40 jaar 15-20 jaar 5-20 jaar Bureaustoelen 10 jaar Bureaus en kasten 30 jaar Leerlingensets 20 jaar Whiteboards, borden 25 jaar Garderobe 30 jaar Computers, tablets, laptops, iphones 2-5 jaar 5 jaar 5-10 jaar 5 jaar 10 jaar Subgroep
Als ondergrens voor een activeringscriterium wordt een waarde van € 500 per (economische) eenheid gehanteerd. Huisvestingslasten Onder huisvestingslasten worden de uitgaven voor huisvesting opgenomen. De lasten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Overige lasten De overige lasten hebben betrekking op uitgaven die voortvloeien uit aangegane afspraken dan wel noodzakelijk zijn voor het geven van onderwijs en worden toegerekend aan het verslagjaar waarop ze betrekking hebben. Het honorarium aan de accountantsorganisatie, verantwoord onder de overige lasten, is opgenomen volgens het stelsel van baten en lasten. Financiële baten en lasten De rentebaten en –lasten betreffen de op de verslagperiode betrekking hebbende renteopbrengsten en -lasten van uitgegeven en ontvangen leningen.
51/81
Grondslagen voor het kasstroomoverzicht Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld via de indirecte methode en is opgesteld aan de hand van de vergelijking tussen begin- en eindbalans van het betreffende boekjaar. Hierbij wordt het resultaat aangepast voor mutaties die niet hebben geleid tot ontvangsten of uitgaven gedurende het boekjaar.
52/81
A.1.4. Toelichting behorende tot de balans
1
Activa Vaste activa
1.2
Mutaties 2022
Materiële vaste activa Aanschafprijs 1-1-2022 EUR
Afschrijving Boekw aarde Investeringen DesinvesteAfschrijvingen Afschrijvingen Aanschaf- Afschrijving Boekw aarde cumulatief 1-1- 1-1-2022 2022 ringen 2022 desinvesteringen 2022 prijs cumulatief 31-12-2022 2022 2022 31-12-2022 31-12-2022 EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR EUR
1.2.1
Gebouwen en terreinen
588.912
217.186
371.726
239.307
-
-
24.924
828.219
242.111
586.108
1.2.2
Inventaris en apparatuur
1.678.114
710.502
967.612
98.970
9.136
9.136
133.100
1.767.948
834.466
933.482
1.2.3
Andere vaste bedrijfsmiddelen
477.492
372.381
105.111
28.215
66.950
66.950
34.216
438.757
339.646
99.110
2.744.518
1.300.070
1.444.449
366.492
76.086
76.086
192.240
3.034.924
1.416.223
1.618.700
Totaal materiële vaste activa
Gebouwen en terreinen Er zijn investeringen gedaan voor duurzaamheidsmaatregelen en bijdrage nieuwbouw de Meie (€ 128.300) en zonnepanelen ( € 111.000).
Inventaris en apparatuur De investeringen zijn gedaan voor vloerbedekking en LED-verlichting (€ 51.000), apparaten en gevelsigning (€ 8.700), laptops en PC's (€ 12.600), digiborden (€ 10.700), meubilair en materialen speellokalen (€ 15.600). De desinvesteringen hebben betrekking op niet meer in gebruik zijnde activa die reeds volledig afgeschreven waren.
Andere bedrijfsmiddelen De investeringen zijn gedaan voor onderwijsmethoden (€ 28.200). De desinvesteringen hebben betrekking op niet meer in gebruik zijnde activa die reeds volledig afgeschreven waren.
1.3
1.3.7
Financiële vaste activa 31-12-2022
31-12-2021
EUR
EUR
Te vorderen waarborgsommen
54.379
46.279
Totaal financiële vaste activa
54.379
46.279
53/81
Verloopoverzicht 1.3.7
Boekwaarde 1-1-2022
Investeringen
Desinvesteringen en Boekwaarde aflossingen 31-12-2022
Overige vorderingen
46.279
8.100
0
54.379
Financiële vaste activa
46.279
8.100
0
54.379
54/81
Vlottende activa 1.5
1.5.1 1.5.2 1.5.6 1.5.7
Vorderingen 31-12-2021
EUR
EUR 111.063 291.351
Debiteuren Kortlopende vorderingen op OCW Overige overheden Overige vorderingen
1.5.8.1 Vooruitbetaalde kosten 1.5.8.2 Verstrekte voorschotten 1.5.8.3 Overige overlopende activa
1.5.9
31-12-2022
102.244 417.399 113.106 126.888 4.680 -
14.768 2.050 56.714 73.533
131.568
-
-
475.947
764.316
Af: Voorzieningen wegens oninbaarheid
Totaal vorderingen
Toelichting op Vorderingen: Debiteuren: Van het totale debiteurensaldo per 31-12-2022 was ten tijde van het opmaken van de jaarrekening (mei 2023) vrijwel alles afgewikkeld. Kortlopende vordering op OCW
31-12-2022 EUR
Personele lumpsum Onderwijsachterstanden Prestatiebox
31-12-2021 EUR -
411.326 6.073 417.399
Per 31-12-2022 is er geen vordering op OCW meer door de vereenvoudiging van de bekostiging.
Overige vorderingen
31-12-2022 EUR
Te ontvangen van vervangingsfonds Huur kibeo Samenwerkingsverband Kind op 1 Bekostiging asielzoekers/vreemdelingen Bouwdepot zonnepanelen Verrekening energie UWV vergoedingen Overige
22.267 27.400 10.182 56.664 107.524 31.497 19.410 16.408 291.351
31-12-2021 EUR 37.416 26.100 32.445 17.144 113.106
Looptijd vorderingen De looptijd voor alle vorderingen betreft minder dan 1 jaar.
55/81
1.7
Liquide middelen 31-12-2022 EUR
1.7.1 1.7.2
31-12-2021 EUR
Kasmiddelen Tegoeden op bankrekeningen
45 2.780.963
45 2.440.223
Totaal liquide middelen
2.781.008
2.440.268
In het kasstroomoverzicht is de mutatie in liquide middelen uiteengezet. De liquide middelen staan ter vrije beschikking van OBASE.
56/81
2.1
Eigen vermogen Mutaties Stand per 1-1-2022
Resultaat
Overige Mutaties
Stand per 31-12-2022
EUR
EUR
EUR
EUR
1.384.261
286.608
-
1.670.869
144.639 290.736 59.000
-20.967 504.665 50.000 -59.000
-
123.672 795.401 50.000 -
Bestemmingsfonds BSO
33.639
29.559
-
63.198
Totaal eigen vermogen
1.912.276
790.865
-
2.703.141
Algemene reserve
2.1.1
Algemene reserve
2.1.2
Bestemmingsreserves publiek Reserve 1e waardering mva Reserve werkdrukmiddelen/NPO Reserve scholing Reserve schoonmaak
2.1.5
Bestemmingsfonds privaat
Bestemmingsreserve publiek Reserve 1e waardering mva Deze reserve is bestemd voor de dekking van de afschrijvingen van de activa bij 1e waardering. Reserve werkdrukmiddelen/NPO De ontvangen gelden van het Nationaal Programma Onderwijs en werkdrukmiddelen zijn niet volledig uitgeven in 2022. De besteding hiervan zal in 2023 tot en met 2025 plaatsvinden. Reserve schoonmaak In 2021 zijn extra middelen ontvangen waardoor boventallig personeel bekostigd werd, deze middelen leiden in 2021 tot een besparing in de exploitatie van € 59.000. Dit bedrag was gereserveerd voor extra hygiënemaatregelen in 2022. Deze maatregelen zijn in 2022 uitgevoerd. De reserve is eind 2022 volledig vervallen. Reserve scholing In begroting 2022 was scholing gereserveerd voor bloeitraining en coaching. In 2022 is dit niet volledig uitgevoerd en is een deel van de activiteiten doorgeschoven naar het eerste half jaar van 2023. De reserve zal in 2023 volledig worden besteed. Bestemmingsfonds privaat De huuropbrengsten van BSO worden in een apart fonds gehouden om de publieke en private middelen van elkaar te scheiden. Deze opbrengsten worden onder andere gebruikt als dekking voor extra jaarlijkse exploitatielasten door de BSO. Tevens worden deze huuropbrengsten gebruikt voor de financiering van de vervoerskosten.
Bestemming van het resultaat 2022 Het exploitatieresultaat over 2022 bedraagt EUR 790.865 positief. Hiervan is te bestemmen voor: - Algemene reserve € 286.608 - Reserve 1e waardering mva € 20.967- Reserve werkdrukmiddelen/NPO € 504.665 - Reserve scholing € 50.000 - Reserve schoonmaak € 59.000- Bestemmingsfonds BSO € 29.559 Totaal € 790.865
57/81
2.2
Voorzieningen Mutaties
Onderverdeling saldo
Stand per 1-1-2022
Dotaties 2022
Onttrekkingen 2022
Vrijval 2022
Rente mutatie (bij contante w aarde)
Saldo 31-12-2022
Kortlopend deel < 1 jaar
Langlopende deel > 1 jaar
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
EUR
Voorziening jubilea Voorziening duurzame inzetbaarheid
150.021 33.679
14.126
4.445 9.893
-
-
145.576 37.912
20.925 13.610
124.651 24.302
2.3.1
Personele voorzieningen
183.700
14.126
14.338
-
-
183.488
34.535
148.953
2.3.2
Voorziening buitenonderhoud
482.360
65.000
-
-
-
547.360
102.804
444.556
Totaal voorzieningen
666.060
79.126
14.338
-
-
730.848
137.339
593.509
2.3
Langlopende schulden 31-12-2022 EUR
2.3.3
Kredietinstellingen
99.942
-
Totaal langlopende schulden
99.942
-
Stand per 1-1-2022 EUR
2.3.3
31-12-2021 EUR
Aangegane leningen EUR
Aflossingen EUR
Stand per 31-12-2022 EUR
Looptijd >1 jaar EUR
Looptijd >5 jaar EUR
Kredietinstellingen
-
107.524
7.582
99.942
24.818
75.124
Totaal langlopende schulden
-
107.524
7.582
99.942
24.818
75.124
Rentevoet EUR 3,25%
Langlopende schulden Er zijn 2 leningen afgesloten voor de aanschaf van zonnepanelen voor de Theo Thijssenschool en Binnen de Veste. De leningen hebben een looptijd van 15 jaar en een rentepercentage van 3,25%.
58/81
2.5
Kortlopende schulden 31-12-2022 EUR
2.5.3 2.5.4
203.571 19.800
Crediteuren OCW Loonheffing Premies sociale verzekeringen
31-12-2021 EUR
387.989 -
207.327 897.469 313.307 -
2.5.7
Belastingen en premies sociale verzekeringen
387.989
313.307
2.5.8
Schulden terzake pensioenen
107.078
111.403
Werk door derden Overige
2.5.9
158.326 158.326
Overige kortlopende schulden Vooruitontvangen subsidies OCW Vooruitontvangen investeringssubsidies Vooruitontvangen termijnen Vakantiegeld Bindingstoelage Accountantskosten Rentekosten Overige kosten
265.806
155.389 45.265 269.158 32.577 16.950 -
2.5.10 Overlopende passiva
Totaal kortlopende schulden
265.806 9.990 25.226 266.449 20.000 -
519.339
321.664
1.396.103
2.116.976
Crediteuren De crediteuren die per 31-12-2022 openstaan, zijn in mei 2023 nagenoeg afgewikkeld. Overige kortlopende schulden
31-12-2022 EUR 45.050 2.411 39.923 34.713 36.228 158.326
Verrekenen energie Schulden mbt lonen Pool-tool afrekening schatting Taalexpertisecentrum Diversen
Vooruitontvangen termijnen
31-12-2021 EUR
31-12-2022
29.600 913 175.046 60.247 265.806
31-12-2021
EUR
EUR
Subsidies cultuureducatie
11.380
Subsidies vergroening schoolpleinen
22.817
9.916 -
Diversen
11.068
15.310
45.265
25.226
59/81
Looptijd kortlopende schulden De kortlopende schulden hebben allen een looptijd van minder dan 1 jaar. Kortlopende schuld OCW De kortlopende schuld aan OCW heeft betrekking op de verwachte terugbetaling van de subsidie Inhaalen Ondersteuningsprogramma's, beschikkingnr IOP4-41557-PO. Vooruitontvangen subsidies OCW De vooruitontvangen subsidies OCW hebben betrekking op de subsidies Onderwijsassistenten naar Opleiding tot Leraar en subsidie Verbetering basisvaardigheden, beschikkingsnummer VBV22-PO-4805.
60/81
A.1.6 Niet uit de balans opgenomen verplichtingen en niet in de balans opgenomen activa Touchscreens Per 1 augustus 2021 is een contract voor operational lease afgesloten voor de financiering van 34 touchscreens. De toekomstige leasebetalingen van het totale leasecontract zijn te splitsen naar de volgende perioden: - leasebetalingen niet langer dan 1 jaar na 31-12-2022 voor totaal € 18.808. - leasebetalingen langer dan 1 jaar na 31-12-2022 voor totaal € 48.587. Na afloop van 60 maanden levert OBASE de apparatuur op eigen kosten en in goede staat, normale slijtage in aanmerking nemende, af aan de lessor. In juni 2018 is een contract voor operational lease afgesloten voor de financiering van 24 touchscreens. De toekomstige leasebetalingen van het totale leasecontract zijn te splitsen naar de volgende perioden: - leasebetalingen niet langer dan 1 jaar na 31-12-2022 voor totaal € 6.951 - leasebetalingen langer dan 1 jaar na 31-12-2022 voor totaal € 0 Na afloop van 60 maanden levert OBASE de apparatuur op eigen kosten en in goede staat, normale slijtage in aanmerking nemende, af aan de lessor. Per 31-5-2023 loopt de lease af. Chromebooks Voor de chromebooks van de leerlingen zijn diverse leasecontracten afgesloten.
De toekomstige leasebetalingen van het totale leasecontract zijn te splitsen naar de volgende perioden: - leasebetalingen niet langer dan 1 jaar na 31-12-2021 voor totaal € 59.055 - leasebetalingen langer dan 1 jaar na 31-12-2021 voor totaal € 61.539 Na afloop van 48 maanden levert OBASE de apparatuur op eigen kosten en in goede staat, normale slijtage in aanmerking nemende, af aan de lessor. Kopieermachines Voor de kopieermachines is een leasecontracten afgesloten per 28-12-2022. De toekomstige leasebetalingen van het totale leasecontract zijn te splitsen naar de volgende perioden: - leasebetalingen niet langer dan 1 jaar na 31-12-2022 voor totaal € 42.330 - leasebetalingen langer dan 1 jaar na 31-12-2022 voor totaal € 169.320 Na afloop van 60 maanden levert OBASE de apparatuur op eigen kosten en in goede staat, normale slijtage in aanmerking nemende, af aan de lessor. Huur bestuurskantoor Per 1-2-2021 is een huurovereenkomst van 5 jaar voor het bestuurskantoor afgesloten. De toekomstige huurpenningen zijn te splitsen naar de volgende perioden: - huur niet langer dan 1 jaar na 31-12-2022 voor totaal € 53.962 - huur langer dan 1 jaar na 31-12-2022 voor totaal € 112.422
A.1.7 Overzicht verbonden partijen Overzicht verbonden partijen (minderheidsbelang en geen beslissende zeggenschap) Juridisch Statutaire Statutaire naam Stichting Kind op 1 Kibeo
vorm Stichting Stichting
Zetel Goes Goes
Code activiteiten 4 4
Deelnamepercentage nvt nvt
Code activiteiten: 1. Contractonderwijs, 2 Contractonderzoek, 3. Onroerende zaken, 4. Overige.
61/81
A.1.8 Toelichting behorende tot de staat van baten en lasten 2022 3
Baten
3.1
Rijksbijdragen 2022 EUR
3.1.1
9.529.243
Rijksbijdrage OCW
3.1.2.1 Geoormerkte OCW-subsidies 3.1.2.2 Niet-geoormerkte OCW-subsidies *) 3.1.2.3 Toerekening investeringssubsidies OCW
3.1.2
Overige subsidies OCW
3.1.4
Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV
1.085.434 -
Totaal rijksbijdragen OCW
Toelichting Rijksbijdrage OCW (3.1.1.)
Toelichting Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV Doorbetaling SWV Arrangementen passend onderwijs
8.805.329 1.006.962 -
1.085.434
935.849
1.006.962
473.692
505.307
461.241
11.088.369
9.840.222
10.273.532
begroting 2022 EUR 6.330.455 1.255.720 1.812.489 130.579 9.529.243
2022 EUR
Prof. en begeleiding starters schoolleiders Zij-instroom Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Bijzondere bekostiging vreemdelingen SOOL Prestatiebox Inhaal- en ondersteuningssubsidie Schoolkracht Extra hulp in de klas *)
2021 EUR
8.399.066 935.849 -
2022 EUR
Personele lumpsum Materiële instandhouding Personeels- en arbeidsmarktbeleid Samenvoeging scholen
Toelichting Niet-geoormerkte subsidies
begroting 2022 EUR
5.455.406 1.255.487 1.574.173 114.000 8.399.066
begroting 2022 EUR 122.442 8.360 820.979 127.302 6.352 1.085.434
2022 EUR
5.912.322 1.209.876 1.486.728 196.403 8.805.329
2021 EUR
117.428 808.421 10.000 935.849
begroting 2022 EUR 469.025 4.667 473.692
2021 EUR
493.307 12.000 505.307
48.749 13.300 382.428 11.848 3.370 160.786 206.944 3.341 176.197 1.006.962
2021 EUR 446.303 14.937 461.241
*) Let op de bijdrage Extra hulp in de klas is in 2021 verantwoord onder de rijksbijdragen.
62/81
3.2
3.2.1 3.2.2
Overige overheidsbijdragen en -subsidies 2022
begroting 2022
2021
EUR
EUR
EUR
Gemeentelijke bijdragen Overige overheidsbijdragen
40.354 -
78.944 -
100.860 -
Totaal overige overheidsbijdragen
40.354
78.944
100.860
Gemeentelijke bijdragen Loonkostensubsidie Zuidhoek Bijdrage schoolbegeleiding Bijdrage gemeente 1e inrichting Bijdrage gemeente TEC Totaal
2022 EUR
begroting 2022 EUR 4.066 36.288 40.354
16.264 36.000 26.680 78.944
2021 EUR 36.288 44.755 19.817 100.860
63/81
3.5
3.5.1 3.5.2 3.5.6
Overige baten 2022
begroting 2022
2021
EUR
EUR
EUR
Verhuur en medegebruik Detachering personeel Overige
48.309 10.145 79.958
34.100 9.839 57.400
100.594 10.829 115.469
Totaal overige baten
138.412
101.339
226.892
Toelichting overige baten Samenwerking andere besturen Incidentele subsidies Diverse kleine baten
2022 EUR
begroting 2022 EUR
2021 EUR
56.460 17.239 6.259
51.400 5.000 1.000
96.060 15.923 3.486
79.958
57.400
115.469
64/81
4
Lasten
4.1
Personeelslasten
Brutolonen en salarissen Sociale lasten Premies vervangingsfonds Premies participatiefonds Pensioenpremies
4.1.1
2022
begroting 2022
2021
EUR
EUR
EUR
6.428.048 884.752 326.333 84.356 956.822 8.680.311
Lonen en salarissen Dotaties personele voorzieningen Personeel niet in loondienst Overig
5.908.013 828.328 305.831 185.811 929.409
14.126 61.822 237.017
5.944.169 821.183 309.705 173.755 989.314 8.157.392
13.200 52.100 288.495
8.238.126 25.222 43.502 269.976
4.1.2
Overige personele lasten
312.965
353.795
338.700
4.1.3
Af: Uitkeringen
-437.348
-408.993
-488.444
Totaal personeelslasten
8.555.928
8.102.194
8.088.382
Dotaties personele voorzieningen
2022 EUR
De dotaties aan de personele voorzieningen hebben betrekking op: - voorziening jubilea - voorziening spaarverlof Totaal
Overige personeelskosten
begroting 2022 EUR
14.126 14.126
2022 EUR
De overige personeelskosten bestaan uit de volgende posten: Nascholingskosten Arbozorg (inclusief trajecten) Werving en selectie personeel (incl vervangingen) Dienstreizen Overige kosten
237.017
Uitkeringen Bijdragen vervangingsfonds Bijdragen UWV ZW uitkeringen Verhaal loon Bonus-malus vervangingsfonds
5.000 8.200 13.200
begroting 2022 EUR 84.782 29.202 4.239 3.895 114.899
2022 EUR
15.420 9.802 25.222
2021 EUR
121.820 30.000 7.300 400 128.975 288.495
begroting 2022 EUR -361.508 -60.958 -14.882 -437.348
2021 EUR
-368.993 -40.000 -408.993