2023 168 928841 Bijlage 1b Toelichting begroting 2023 ZEA - def
Tekst van het document
Toelichting begroting 2023 RES-Zeeland – ZEA
Sluitende begroting De ZEA begroting 2023 sluit op een bedrag van €1.247.160. Hierin dragen de decentrale overheden (provincie, gemeenten en waterschap) gezamenlijk €286.850 bij. Dit bedrag is gelijk aan de vorige jaren, met dien verstande dat de bijdrage van de netbeheerder ad €130.000 is komen te vervallen. De Rijksbijdrage in de proceskosten van de RES-regio belopen €372.000. Op 22 oktober 2022 heeft de minister van Klimaat en Energie de toekenning en verdeling van de uitvoeringsmiddelen klimaat- en energiebeleid voor de periode 2023 – 2030 bekend gemaakt, waartoe ook de middelen voor de proceskosten van de RES-regio’s behoren. Deze middelen worden via een decentralisatie uitkering aan de centrumgemeente uitbetaald. Het resterende bedrag van €588.310 wordt onttrokken aan de algemene reserve. Deze reserve is in de voorgaande jaren ontstaan uit door Corona-beperkingen nog niet bestede Rijksmiddelen en vooruit ontvangen bijdragen. Deze middelen worden nu ingezet voor het doel waarvoor zij destijds verstrekt zijn. Na deze onttrekking resteert een algemene reserve van €535.177,72.
Na de vaststelling van RES 2.0 met uitvoeringsplan wordt de ZEA begroting in meerjarenperspectief 2023 – 2026 geactualiseerd en wordt de dan resterende algemene reserve, zonder een beroep te doen op een hogere bijdrage van de decentrale overheden, ingezet voor het geval dat de regulier beschikbare middelen niet toereikend zijn om de kosten van de voorgenomen activiteiten te dekken. Naast de voor de rekening van het ZEA komende personeelskosten, zijn in de begroting bedragen geraamd voor: -de afronding van RES 2.0 met uitvoeringsplan en het kaartmateriaal dat daarvoor benodigd is. De kosten voor een eventuele MER-rapportage zijn vooralsnog pm geraamd; -de aanschaf van GEO-data voor de tweejaarlijkse RES voortgangsrapportage; -ict-beheer -ontwikkeling van een monitoringsysteem; -het op orde brengen en uitvoering van communicatie en participatie; -de activiteiten voortvloeiende uit het programma Gebouwde Omgeving; -de zon- en windtafel (opwek elektriciteit); -ondersteuning verkenning ondernemersloket; -onvoorzien. In het Jaarplan en de begroting zijn deze en de overige activiteiten waar vooralsnog geen uitvoeringskosten mee gemoeid zijn, verder op inhoud gespecificeerd.
Jaarplan 2023 De begroting is opgesteld op basis van de voorgenomen activiteiten in 2023 zoals die in het Jaarplan 2023 zijn opgevoerd. Die activiteiten zijn enerzijds een uitvloeisel van de RES 1.0 en Uitvoeringsplan 1.0, maar anticiperen anderzijds ook op de RES 2.0, de organisatorische ontwikkelingen van de energietransitie, zoals het integraal programmeren (PMIEK) en het verloop van de uitvoering, waarbij het ZEA, in het verlengde van de RES-taken een initiërende, coördinerende en faciliterende rol vervult. Een voorbeeld 1
hiervan is de uitvoering van het Nationaal Isolatie Programma (NIP). Ook lopen er met de Kring van Secretarissen gesprekken om de samenwerking tussen het ZEA en de gemeenten, waar de uitvoering plaatsvindt, verder te stroomlijnen en de randvoorwaarden daarvoor gezamenlijk in te vullen. Deze gesprekken zijn een vervolg op het rapport “Van Parijs naar praktijk” van de Raad voor het Openbaar Bestuur dat tot stand gekomen op basis van een onderzoek van het bureau Andersson Eldersson Felix (AEF) naar de extra uitvoeringskosten van de nieuwe taken. Daaruit is naar voren gekomen dat samenwerking “loont”. In de Stuurgroepvergadering van 16 mei 2022 is dat voor het programma Gebouwde Omgeving cijfermatig onderbouwd. Het jaar 2023 is ook een overgangsjaar. De herijkte kaderstelling in RES 2.0 en het daarbij behorende uitvoeringsplan alsmede de andere ontwikkelingen voortvloeiende uit landelijke regelgeving, brengen ook met zich mee dat het ZEA haar rol, taken en organisatie tegen het licht houdt en met de veranderingen mee beweegt. Nu het zwaartepunt van de energietransitie verschuift naar de uitvoering, is het in relatie tot de doelstelling van de RES met daarin vervat het Zeeuwse bod als bijdrage aan de nationale doelstellingen, belangrijk om integraal zicht te houden op de voortgang en het behalen van de resultaten.
Daarvoor wordt een monitoringsysteem opgezet en de rapportage uitgebreid. Ook wordt de oprichting en inrichting van een Zeeuws Ondernemersloket verkend, dat een frontoffice functie voor deze doelgroep gaat vervullen. In het Jaarplan is de rol van het ZEA bij alle activiteiten en de resultaten daarvan aangegeven. Om die resultaten te kunnen halen, moeten wel de randvoorwaarden ingevuld zijn. Dat is nu nog niet in alle gevallen zo.
Tussenrapportage, jaarrapportage en jaarrekening In een halfjaarlijkse tussenrapportage en een jaarrapportage worden de inhoudelijk behaalde resultaten en in de jaarrekening de daarmee gemoeide kosten verantwoord.
2