CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 151 922257 Bijlage 10 Propositie-2-fysieke-leefomgeving

Gemeenteraad 21 juni 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken3.366 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Propositie Fysieke leefomgeving Van visie naar uitvoering

1

1. Inleiding: waarom dit voorstel?

De opgaven waar we in Nederland voor staan zijn enorm – en lijken met de dag groter te worden - als het gaat om de fysieke leefomgeving. Een tekort aan woningen, energieprijzen die sterk stijgen, een teveel aan schadelijke stoffen, een ambitieuze ruimtelijke puzzel die moet worden gelegd, schaarste aan grondstoffen, de opgave als het gaat om verkeer en vervoer, strenge stikstofdoelstellingen, landbouw en natuur die onder druk staan, de implementatie van het principe ‘water en bodem sturend’, gebiedsprocessen en een klimaatopgave waar je ‘u’ tegen zegt. We lezen er elke dag over in de krant en ieder van ons heeft ermee te maken. Het rijk acteert door meer regie te willen voeren en constateert tegelijkertijd dat zij die enorme opgaven alleen in gezamenlijkheid kan uitvoeren. Bovendien constateert zij dat de uitvoering achterloopt en integraal moet worden bezien. Om die reden zijn er alleen al vanuit het ruimtelijk domein meer dan 25 Nationale Programma’s gelanceerd gericht op de komende jaren en lopen er diverse Interbestuurlijke Programma’s met medeoverheden. Programma’s onder meer over het bodem- en watersysteem, landbouw en natuur, energie, een circulaire economie en programma’s voor leefbare steden en regio’s. Het komt bij al die transities aan op de uitvoering en uitvoeringskracht bij het rijk, bij provincies, waterschappen en vooral ook bij gemeenten.

Meer dan ooit is de impact op het werk van gemeenten groot. Lokaal komt alles samen en moeten opgaven worden gecombineerd om überhaupt in de realisatiefase te kunnen belanden. De optelsom der doelen die het rijk stelt overstijgt ruimschoots de beschikbare oppervlakte van ons land. Slim opereren en het prioriteren is daarom een must. Naast voldoende uitvoeringskracht de komende jaren vraagt het om: • een sterke informatiepositie van gemeenten (meer focus op datagedreven werken); • meer het in samenhang kunnen aanpakken van de veelheid aan opgaven (integraliteit); • constante dialoog met de leden om aan de opgaven te werken en te zorgen dat de uitvoeringscondities (middelen, bevoegdheden en juiste plek in de verschillende gebiedsprocessen) op orde zijn; • het beschikken over voldoende menskracht (capaciteit), kennis en expertise; • meer samenwerking met medeoverheden, in de keten en via netwerken (samen sterk).

2. Doel Het doel van dit voorstel is het versterken van de ondersteuning van gemeenten bij de uitvoering van de vele opgaven die allemaal op de gemeentelijke tafel liggen. Deze vragen om de juiste prioritering en belangenafweging rekening houdend met de inwoners en hun omstandigheden. Daarbij de stap naar voren kunnen zetten, ‘aan de voorkant’ van het proces de juiste uitvoeringskaders bewerkstelligen, gemeenten ontzorgen bij de uitvoering van de vele programma’s en hen daarin zo effectief mogelijk te faciliteren is waar dit voorstel zich op richt. Om alle opgaven en transities op te kúnnen pakken is enorm veel uitvoeringskracht noodzakelijk. Dat is uitdagend, complex en vooral ook urgent voor gemeenten gezien de situatie waarin we zitten. Denk aan de krapte op de arbeidsmarkt, het gebrek aan voldoende expertise, het lang niet altijd integraal aanvliegen van vraagstukken door het rijk waardoor gemeenten lokaal vaak met tegenstrijdige doelen te maken krijgen en de financiële middelen die meestal niet toereikend zijn om alle taken op te pakken voor een effectieve uitvoering. Een kritische grens is bereikt. Daarom is een ‘hands on’ op de uitvoeringsgerichte inzet nodig.

Door bij de start van transitieprocessen de juiste uitvoeringskaders af te spreken, samen te werken met de vele stakeholders, verbinding te leggen, te beschikken over een adequate informatiepositie en kennis te delen. Dán worden gemeenten beter in staat gesteld een krachtige uitvoering ter hand te kúnnen nemen. Zij zijn dán – als zij in voldoende mate ontzorgd worden én hun werkzaamheden kunnen uitvoeren binnen de juiste kaders - als geen ander in staat om in het proces van transities de opgaven dicht bij de mensen zelf te ontwikkelen én uit te voeren. De VNG helpt daarbij en biedt ondersteuning gericht op de uitvoering van de verschillende transities (3.2.1) en ondersteuning gericht op de fysieke leefomgeving breed (3.2.2). Hierbij verwijzen we ook naar de programma’s

2

Energie en Omgevingswet als voorbeelden hoe binnen de directie fysieke leefomgeving collectieve ondersteuning leidt tot waardevolle en gewaardeerde ondersteuning van gemeenten. Eenzelfde niveau van ondersteuning beogen we met deze propositie voor de in deze propositie genoemde opgaven (zie paragraaf 3: Resultaten voor gemeenten).

3. Resultaten voor gemeenten 3.1

De gemeente voor de inwoner ‘Deventer heeft een stevige ambitie als middelgrote stad om een flink aantal woningen te bouwen. Binnenstedelijk is nog stevige ruimte om toe te voegen. Uiteindelijk zullen we ook naar buiten moeten, dat gebeurt in samenspraak met de inwoners. Door eerst alle ruimte binnenstedelijk op te vullen, hebben we meer tijd om de goede keuzes voor buiten de stad te maken.’ Bovenstaande citaat van wethouder Liesbeth Grijsen (Deventer) en voorzitter van de commissie RWM laat zien hoe intensief gemeenten in contact staan met de inwoners en hoe hoog zij dat ook op de agenda zetten. Gemeenten spelen een belangrijke rol als overheid dicht bij de eigen inwoner. Inwoners verwachten een dienstverlenende en servicegerichte ‘eigen’ gemeente. Inwoners kloppen voor de verschillende vragen vaak aan bij de gemeente. Met als resultaat dat de gemeente meer dan alle zeilen bij moet zetten om de juiste informatie te bieden, keuzes te maken op grond van een goede belangenafweging, deze in het democratisch proces tot besluitvorming te brengen en de vele werkzaamheden ter hand te nemen. Daarbij speelt ook het toenemend aantal vragen van inwoners over de luchtkwaliteit in de gemeente of stankoverlast door omringende industrie. De vraagstukken worden groter en de behoefte aan versterking van de eigen informatiepositie van de gemeente groeit.

Tegelijkertijd vraagt handhaving en toezicht steeds meer inspanning, capaciteit en middelen en is samenwerking in de regio een must om onder meer het opdrachtgeverschap richting de omgevingsdienst verder te professionaliseren. Wethouder Thijs Kuipers in Horst aan de Maas en lid van de commissie EKEM stelt in dit kader: ‘Een goed functionerend stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) is essentieel om milieuschade te voorkomen. Waar het rijk vooral inzet op nog meer regels, pleiten wij voor meer positie voor de uitvoerende professionals. Een verdere doorontwikkeling van het VTH-stelsel is nodig, maar in plaats van te focussen op nog meer regels kunnen we beter kijken naar een versterking van de uitvoering met meer ruimte voor de menselijke maat en een deskundig integraal perspectief. Daarmee bedoel ik nadrukkelijk niet dat het bevoegd gezag economische belangen moet laten prevaleren boven de bescherming van de fysieke leefomgeving, maar gaat het me om positie en ruimte voor de professionals.’

3.2 Resultaten voor gemeenten Ruimte geven en gemeenten ontzorgen. Een belangrijke invalshoek waarvoor deze propositie is bedoeld; om gemeenten te ontzorgen, te ondersteunen, te voorkomen dat elke gemeente zelf het wiel moet uitvinden én zij zich zoveel mogelijk op hun eigen lokale en vaak regionale uitvoeringsproces kunnen concentreren. Dat zij tijd besparen, alsook geld en middelen én dat we zorgen dat kennis en expertise wordt gebundeld waar gebruik van gemaakt kan worden.

3

Het loont en levert tal van concrete resultaten op voor gemeenten vanuit de invalshoek van de uitvoering van de transities (3.2.1) en vanuit de invalshoek van ondersteuning van de fysieke leefomgeving (3.2.2).

3.2.1

Uitvoering transities fysieke leefomgeving

1. Ondersteuning in de uitvoering als het gaat om het versterken van een Gezonde Leefomgeving & Milieu. Deze aanpak ziet op het ondersteunen van gemeenten bij het in wording zijnde uitvoeringsprogramma Nationaal Milieu Programma (NMP)1 dat het rijk lanceert en het onlangs gepresenteerde Nationale Programma Circulaire Economie2. Doel is een leefomgeving die op orde is: gezond, schoon en veilig. Het raakt aan de grote opgaven als klimaatverandering, natuurherstel en voldoende en betaalbare woningen. Dit tegen de achtergrond van een opeenstapeling van milieuvervuiling op locaties bij industriegebieden, veehouderijen, (lucht)havens, langs drukke wegen en in binnensteden. We richten ons op kennissessies, kennisuitwisseling, webinars, netwerkopbouw, het leggen van verbindingen, interbestuurlijke samenwerking met focus op versnelling van de transitie naar een gezonde, schone en veilige leefomgeving, het opzetten en aanjagen van regionale programma’s circulaire economie die ook raken aan het versterken van de lokale en regionale economie. We werken hierbij met klankbord- en meedenkgroepen en zorgen voor routekaarten en standaarden voor werkprocessen. 2. Ondersteuning van gemeenten bij de opzet en uitvoering van Regionale Mobiliteits- plannen (RMP): mobiliteit en bereikbaarheid. Gemeenten stellen in regio’s een RMP op.

De doelstelling daarbinnen is verminderen, veranderen en verduurzamen. De VNG zorgt voor de benodigde informatie en data zodat gemeenten binnen de regio een toekomstvast RMP op kunnen stellen. Dit betekent ook het ondersteunen bij de ontwikkeling van en het op elkaar laten aansluiten van de (RMP’s). In de bestuurlijke afspraken ‘22 hebben Rijk, IPO en VNG het volgende afgesproken: ‘Regionale Mobiliteitsplannen (RMP’s) zijn een belangrijk instrument in de mobiliteitstransitie die met het Klimaatakkoord wordt beoogd. RMP’s zetten in op verminderen, veranderen en verduurzamen van mobiliteit in provincies en gemeenten, die om lokale uitvoering vragen. De ervaring leert dat RMP’s zonder directe en coördinerende steun lastig van de grond komen. Daarom verkennen rijk, IPO en VNG gezamenlijk hoe de ondersteuningskracht kan worden versterkt zodat RMP-regio’s en gemeenten in staat worden gesteld om door middel van de RMP’s voldoende bij te dragen aan de doelen uit het Klimaatakkoord. Hiervoor zetten Rijk, IPO en VNG een ondersteuning op met voldoende slagkracht (….)’. We coördineren daarom bij het aanjagen van het nieuwe programma bij gemeenten en ondersteunen als het gaat om het opzetten van de RMP’s. Dit betekent; netwerkopbouw, uitwisseling kennis en best practices, handreikingen, het verzamelen en ontsluiten van data en de inzet op een interbestuurlijk samenwerkingsprogramma.

1

2

4

Het Nationaal Milieu Programma (NMP) (…) ziet op de uitvoering van het milieubeleid tot en met 2050 en geeft zo invulling aan de ambities van het NMK, de NOVI, het actieplan ‘Towards a Zero Pollution for Air, Water and Soil’ en de Europese Green Deal. Ook draagt het NMP bij aan het halen van de Sustainable Development Goals en is het medebepalend voor een ‘brede welvaart’ (https://www.nationaalmilieuprogramma.nl/het+nmp/default.aspx) Nationale Programma Circulaire Economie (2023-2030), https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2023/02/03/nationaal-programma-circulaire-economie-2023-2030

3. Ondersteuning bij de transitie landelijk gebied; Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)3. De aanpak is gericht op het ondersteunen en begeleiden van gemeenten bij de transitie landelijk gebied en de totstandkoming en uitvoering van de gebiedsprogramma’s die via provincies per 1 juli 2023 moeten worden ingeleverd bij het rijk. Dit raakt ook aan de klimaatopgave en de inzet van het programma energietransitie (PEN). Meer specifiek als het gaat om netwerkinfra in de bodem, energie infrastructuur in de bodem en de verbinding met netcapaciteit. We werken interbestuurlijk samen en wisselen kennis uit met het ambtelijk en bestuurlijk netwerk landelijk gebied en bouwen die netwerken verder uit, organiseren webinars, ondersteunen gemeenten bij het meedraaien in pilots, helpen capaciteit gemeenten te versterken (o.a. voor aanpassen bestemmingsplannen, passende beoordelingen) door verschillende pilots voor het poolen van expertise, benutten community forum, helpen bij doorontwikkeling spelregels/handreiking (iteratief proces) en ontwikkeldocument (interbestuurlijk), bevoorschotting en verstrekking voldoende middelen aan gemeenten vanuit het transitiefonds organiseren, handreikingen opleveren en standaarden. 4. Ondersteuning gemeenten bij uitvoeringsprogramma Water en Bodem Sturend4 en bij het leggen van de ‘ruimtelijke puzzel’5.

Het water – en bodem systeem krijgt een sturende rol bij de diverse opgaven zoals de woonopgave, ruimtelijke ordening en de vraag hoe om te gaan met grondwater. Dat ziet op ‘Water- en Bodem Sturend’ (WBS). Gemeenten vervullen nu en in de toekomst een cruciale rol in de lokale belangenafweging om het beheer, gebruik en de ontwikkeling van ruimte – zowel boven als onder de grond – op een goede manier vorm te geven; of terwijl: dit vraagt het leggen van de ‘ruimtelijke puzzel’. #Hoedan is hierbij essentieel. Daarom zetten we in op: a. Een gericht uitvoeringsprogramma WBS. Dat betekent het bieden van ondersteuning aan gemeenten bij de aanpassing van werkprocessen, de ontwikkeling van methodologie en werkwijzen, het in kaart brengen van interferentie als het gaat om diverse wettelijke kaders, uitwisselen schaarse expertise en het intensiveren van de verbinding met gemeenten (netwerkopbouw, webinars, delen van best practices). We leveren producten zoals handreikingen en uitvoeringskaders. b. We ondersteunen gemeenten ook bij het leggen van de ‘ruimtelijke puzzel’ in de vorm van data & analyse, juridische kennis, toekomstverkenningen en netwerkbijeen- komsten. 5. Ondersteuning van gemeenten bij de inrichting van Nederland en Programma’s Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)6.

We richten de aanpak op uitvoeringsvraagstukken rondom het bewaken van de uitvoerbaarheid voor gemeenten in de woningbouwopgave, de verschillende wetswijzigingen op het terrein van volkshuisvesting (o.a. regie op de volkshuisvesting). Dit betreft uitvoeringsondersteuning middels kwantitatieve scenario’s en doorberekeningen, netwerkbijeen-

4

5

6

5

Water en bodem worden sturend bij beslissingen over de inrichting van Nederland. De keuzes vragen goede samenwerking tussen veel partijen. Het Rijk werkt daarom nauw samen met de waterschappen, provincies en gemeenten. Er is sprake van een sterke verwevenheid met andere programma’s zoals het NPLG, de woningbouwprogramma’s, het Landbouwakkoord, het Programma NOVEX en de deltaprogramma’s (https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/11/25/kabinet-maakt-water-en-bodem-sturendbij-ruimtelijke-keuzes) Bestuurlijke afspraken worden gemaakt over de ruimtelijke inpassing van opgaven op het gebied van wonen, bereikbaarheid, energie, economie, landbouw en natuur. De provincies wordt gevraagd om samen met gemeenten en waterschappen de opgaven voor de periode tot 2030 - met een doorkijk naar 2050 - ruimtelijk te vertalen, in te passen en te combineren met de provinciale opgaven (https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/12/12/startpakket-met-nationale-ruimtelijke-opgaven-naar-provincies) BKZ lanceert een programmatische aanpak met een nationale Woon- en Bouwagenda en zes onderliggende programma’s met o.a.

woningbouw, de huisvesting van aandachtsgroepen en ouderen, leefbaarheid en verduurzaming en daarnaast twee ruimtelijke programma’s die ingaan op de daadwerkelijke inrichting van Nederland en de keuzes die voorliggen op onder andere woningbouw, infrastructuur, natuur, klimaat, energie en economie. Insteek is o.a. dat ‘alle gemeenten, provincies en het Rijk hun deel van de taak en verantwoordelijkheid nemen voor de realisatie van de groei naar 100.000 woningen per jaar deze kabinetsperiode en de bouw van 900.000 woningen tot en met 2030’ (https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2022/02/14/meer-regie-op-volkshuisvesting-enruimtelijke-ordening)

komsten en modelverordeningen. Ook het versterken van pilots met betrekking tot het poolen van capaciteit/expertise is onderdeel. We zorgen voor verdiepende kennissessies en klankbord en meedenkgroepen. 6. Ondersteuning van gemeenten in de uitvoering van het door het rijk gelanceerde ‘programma werklocaties, ruimte voor economische activiteit’7. Dit ziet op het bevorderen van een toekomstbestendige economie en dit hangt ook samen met het Nationale Programma Circulaire Economie. We stimuleren gemeenten in hun samenwerking en ondersteunen bij (de totstandkoming van) regiodeals. We leveren producten op, maken handreikingen en wisselen best practices uit en organiseren webinars en staalkaarten. We versterken het vestigingsklimaat in samenwerking met het MKB en er wordt een regionale HCA agenda (Human Capital Agenda) opgeleverd.

3.2.2

Ondersteuning Fysieke Leefomgeving 7. Ondersteuning gemeenten bij het versterken stelsel vergunningen, toezicht en handhaving (VTH). We versterken interbestuurlijke samenwerking (IBP VTH) en met de interbestuurlijke partners. We leggen verbinding tussen het IBP VTH8 en de uitvoering van de Omgevingswet alsook de uitvoering van het project/thema externe veiligheid. We organiseren verdiepende bijeenkomsten, kennissessies, bieden routekaarten voor het versterken het opdrachtgeverschap gemeenten en informatieproducten, webinars, het delen van best practices en we breiden de klankbord- en meedenkgroepen uit alsook het samenwerken met de omgevingsdiensten. Ook activeren we relevante netwerken om kennis en ervaringen uit te wisselen en zetten in op het stimuleren van meer synergie (bv als het gaat om bundelen kennis(platforms). 8. Datagedreven werken in het fysieke domein stimuleren en ondersteunen via het programma ‘Versterken Informatiepositie gemeenten Fysiek Domein’ (VIFD) alsook binnen diverse nationale programma’s. De informatiepositie van gemeenten wordt hiermee aanzienlijk versterkt, via; a. de noodzakelijke data verzamelen en toegankelijk en uitwisselbaar maken b. fysieke usecases aansluiten op de Interbestuurlijke Data Strategie (BZK), op Common Ground principes, zodat benodigde data structureel voor gemeenten ontsloten gaan worden; c.

opzetten gemeentelijke en interbestuurlijke netwerken rondom usecases, concretiseren vereiste voorzieningen; d. concrete tools en handreikingen voor datagedreven werken, sluiten collectieve datadeals om kosten te verlagen. 9. Integrale aanpak ten behoeve van gedeelde informatieproducten en quickscan kansrijke Europese ontwikkelingen9. Een integrale en strategische aanpak voor het hele domein van de fysieke leefomgeving om dossier-overstijgend te ondersteunen. Dit ziet op het inzichtelijk maken van het aanbod en het ondervangen van hiaten in het aanbod aan informatie. Hieronder valt in ieder geval een verkenning op het vlak van de link tussen Europese (beleids)ontwikkelingen en de nationale en lokale mogelijkheden (bv subsidie/ stimuleringsregelingen zoals Green Deal en 100 climate neutral cities) op het vlak van groene economie, circulaire economie en het versterken van de gezonde leefomgeving en milieu.

7

8 9

6

Opgave in Rijksprogramma ‘werklocaties, ruimte voor economische activiteit’ kent een inzet en opgave qua looptijd t/m 2030 (meerjarig) zoals blijkt uit het nieuwsbericht EZK (nov ’22); ‘(…) Daarbij wordt rekening gehouden met de uitbreidingsbehoefte van bijna 7.000 hectare tot en met 2030. Dit leidt vervolgens tot een landelijke aanpak die zorgt voor voldoende ruimte voor de verduurzaming van Nederland, de groei van innovatie en uiteindelijk daarmee het behoud van welvaart.’( https://www.rijksoverheid. nl/actueel/nieuws/2022/10/14/kabinet-maatregelen-om-voldoende-locaties-voor-ondernemers-te-houden) https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2022/07/08/bijlage-1-programmaplan-ibp https://www.binnenlandsbestuur.nl/ruimte-en-milieu/pbl-ziet-aanzienlijke-gevolgen-van-eu-wet-over-ruimtebeslag

4. Financiën Hieronder worden de kosten van de programmatische activiteiten inzichtelijk gemaakt per onderdeel (meerjarige kosten (structureel)10). Nr.

Omschrijving

Bedrag

1.

Ondersteuning in de uitvoering bij het versterken van een Gezonde Leefomgeving & Milieu

254.635

2.

Ondersteuning van gemeenten bij de opzet en uitvoering van Regionale Mobiliteitsplannen

129.740

3.

Ondersteuning bij de transitie landelijk gebied; Nationaal Programma Landelijk Gebied

474.605

4.

Ondersteuning gemeenten bij uitvoeringsprogramma Water en Bodem Sturend en bij het leggen van de ‘ruimtelijke puzzel’

470.155

5.

Ondersteuning van gemeenten bij de inrichting van Nederland en Programma’s Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO)

279.475

6.

Ondersteuning van gemeenten in de uitvoering van het door het Rijk gelanceerde ‘programma werklocaties, ruimte voor economische activiteit

337.671

7.

Ondersteuning gemeenten bij het versterken stelsel vergunningen, toezicht en handhaving (VTH)

201.069

8.

Versterken informatiepositie gemeenten: digitale infrastructuur / - versterken informatiepositie fysiek domein (VIFD)

345.400

9.

Integrale aanpak t.b.v. gedeelde informatieproducten en quickscan kansrijke Europese ontwikkelingen. Een integrale en strategische aanpak voor het hele domein van fysieke leefomgeving om dossier-overstijgend te ondersteunen.

583.250

Totaal

Uitvoering transities fysieke leefomgeving en Ondersteuning Fysieke Leefomgeving

10

7

3.076.000

Zie bovenstaande voetnoten waaruit blijkt dat het bij de vele nationale programma’s gaat om langjarige samenwerking tussen Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten en (interbestuurlijke) programma’s met ambities en doelstellingen die een meerjarig karakter kennen met veelal doorlooptijden tot en met 2030 en verder.

5. Risico’s We zien de volgende risico’s die horen bij de uitvoering van de propositie en geven hierbij aan op welke wijze we die mitigeren.

Risico

Opgaven voor gemeenten zijn groot. Capaciteitsvraagstuk wordt zo prangend dat gemeenten onvoldoende uitvoering kunnen geven aan de maatschappelijke opgaven.

Geen additionele subsidies van het rijk

Gevolgen

Wanneer gemeenten niet of onvoldoende ondersteund worden in de uitvoeringmede gegeven de complexiteit van de optelsom van alle doelstellingen en maatregelen – ontstaat een probleem voor gemeenten bij de planvorming, besluitvorming en uitvoering.

Wanneer het rijk onvoldoende bijdraagt ontstaat een probleem bij de uitvoering van alle doelstellingen en maatregelen voor gemeenten bij de planvorming, besluitvorming en uitvoering.

Kans

Hoog

Hoog

Impact

Groot

Groot

Maatregel

• Uitvoeren propositie is nodig om • Groot deel inzet wordt probleem ten dele te voorkomen ondervangen via propositie, • Continu toetsen of aanbod voldoet aan maar monitoren dat rijk vraag, waar nodig herijken bijdrage blijft leveren aan de • Scherp zijn op complexiteit dossiers zoals opgaven stikstof • Waar mogelijk inzetten • Continu schakelen / afstemmen met op co-financiering / commissies, bestuur en leden alsook financieringsopties Rijk/andere stakeholders en desnoods herijken stakeholders (o.a Europese mogelijkheden verkennen via Quick Scan).

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12795238/1