CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20221220 Raadsbrief ontwerpbestemmingsplan Noordzee Residence Renesse Bijlage 7 Natuurtoets - Voortoets

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken25.356 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Doordat er in de huidige situatie al een gat in de bomenrij van circa 12 meter breed aanwezig is (zie Figuur 5.1) en er een aaneengesloten bomenrijen in de een straal van 50 meter aanwezig is die kan dienen als alternatieve route, worden negatieve effecten op een mogelijk essentiële vliegroute uitgesloten.

Blad 22 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Figuur 5.1: Aangetaste bomenrij ten gevolge van de voornemens.

Foerageergebied Het plangebied dient mogelijk als foerageergebied voor vleermuizen. In de directe omgeving zijn echter ruim voldoende alternatieve gebieden aanwezig. Daarnaast zal de toename in struwelen en bomen als gevolg van nieuwe aanplant zorgen voor meer luwten in het plangebied, wat als vervolg kan dienen als foerageergebied voor vleermuizen. Negatieve effecten op foeragerende vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Noordse woelmuis De Noordse woelmuis is beschermd onder Artikel 3.5 van de Habitatrichtlijn. Dit houdt in dat het verboden is om de Noordse woelmuis in zijn natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen en voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen. De Noordse woelmuis is meerdere malen waargenomen nabij het plangebied. Daarbij voldoet het biotoop in het plangebied aan de habitateisen van de noordse woelmuis. Het gebied betreft een vochtige ruige weiland met genoeg schuilmogelijkheden voor deze soort. Om de voornemens te realiseren dient een groot deel van het vochtige weiland omgebouwd te worden naar een perceel met recreatiewoningen. Dit zal negatieve effecten hebben op het leefgebied van de noordse woelmuis. Om het gebruik van het plangebied door de noordse woelmuis te achterhalen, dient nader onderzoek te worden uitgevoerd.

Blad 23 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Nader onderzoek Indien sprake is van werkzaamheden welke het leefgebied en vaste verblijfplaatsen van Noordse woelmuis beïnvloedt, dient te worden bepaald of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden. Hiervoor is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik van het plangebied door de noordse woelmuis. Dit dient onderzocht te worden middels de Kennisdocument noordse woelmuis (BIJ12, 2017e). Dit betekent dat een combinatie van methodes met inloopvallen dient te worden toegepast noordse woelmuizen waar te kunnen nemen. De periode augustus tot en met oktober is voor het vangen het meest geschikt. De populatiedichtheden zijn dan het grootst en daarmee ook de vangstkans. Buiten de genoemde periode kan ook gevangen worden, maar zeker in (delen van) gebieden of jaren met kleine aantallen noordse woelmuizen is er dan een te grote kans op het niet vangen van dieren, terwijl die er wel zijn, zodat ten onrechte wordt aangenomen dat er geen noordse woelmuizen aanwezig zijn. De (potentiële) leefgebieden mogen in de regel van de Wet natuurbescherming niet zonder inzicht in het gebruik aangetast worden.

Indien uit het onderzoek naar voren komt dat het plangebied deel uitmaakt van het leefgebied van de noordse woelmuis, dient er een ontheffing te worden aangevraagd. Deze wordt naar verwachting verleend onder de voorwaarde dat er mitigerende maatregelen worden getroffen. In alle gevallen is maatwerk vereist en mogelijk / realistisch. In samenspraak met een noordse woelmuisdeskundige moet worden bepaald wanneer, welke en hoeveel maatregelen in het specifieke project getroffen moeten worden. Mogelijk komen er ook maatregelen in aanmerking die hier niet genoemd worden, maar die door de noordse woelmuisdeskundige wel als effectief worden gezien. Voor het aantasten van leefgebied van de noordse woelmuis is het noodzakelijk om nieuw leefgebied van dezelfde omvang te creëren. Een noordse woelmuisdeskundige moet aangeven hoe het nieuwe leefgebied ingericht gaat worden. Nieuw leefgebied bestaat uit een waterrijk gebied dat moeilijk door andere woelmuissoorten kan worden gekoloniseerd. Bij voorkeur wordt in eerste instantie gezocht naar mogelijkheden om een kwaliteitsverbetering te realiseren ten gunste van de noordse woelmuis binnen hetzelfde leefgebied van de populatie, maar buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden. Is dat niet mogelijk dan kan worden bepaald of er direct aangrenzend of binnen bereik van de betrokken populatie nieuw optimaal habitat gerealiseerd kan worden.

Is ook dat niet mogelijk, dan kan gezocht worden naar mogelijkheden om op grotere afstand van het betrokken gebied nieuw optimaal leefgebied te realiseren. Als locatie voor het nieuwe leefgebied kan worden gedacht aan een locatie binnen het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ in delen waar op dit moment geen habitattypen zijn gekarteerd. Hier kan door bepaalde Habitats te realiseren, geschikt leefgebied worden gecreëerd voor de noordse woelmuis. De populatie in het plangebied dient daarna te worden weggevangen en uitgezet in het nieuwe gecreëerde leefgebied. Tijdig voorafgaand aan de eigenlijke werkzaamheden moet nieuw vervangend optimaal leefgebied van gelijke oppervlakte als hetgeen verloren gaat, worden gerealiseerd. Dit kan door het realiseren van nieuw optimaal habitat. Dit nieuwe optimale habitat moet functioneren voordat de eigenlijke werkzaamheden aanvangen. De nieuw aan te leggen gebieden moeten bij voorkeur passend zijn bij de structuur en kenmerken van het omliggende landschap (BIJ12, 2017e). De bovengenoemde maatregelen zijn weliswaar maatwerk, maar zijn realistisch en redelijk. Ze kunnen in overleg met deskundigen en groeneigenaren worden uitgewerkt, gerealiseerd en

Blad 24 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

duurzaam beheerd. Ze staan daarom de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. Bunzing en wezel In het plangebied is geschikt biotoop aanwezig voor de bunzing en wezel. Alle marterachtigen zijn beschermd in de provincie Zeeland onder artikel 3.10, onderdeel A van de Wet natuurbescherming. Voor de genoemde soort is geschikt leefgebied aanwezig in het plangebied. Om het gebruik van het plangebied door marterachtigen te achterhalen, dient nader onderzoek te worden uitgevoerd. Nader onderzoek Indien sprake is van werkzaamheden welke het leefgebied en vaste verblijfplaatsen van marterachtigen beïnvloedt, dient te worden bepaald of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden. Hiervoor is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik van het plangebied door marterachtigen. Dit dient onderzocht te worden middels de Handreiking kleine marters, 2017. Dit betekent dat een combinatie van methodes met cameravallen dient te worden toegepast marters waar te kunnen nemen. De optimale periode volgens de handreiking voor het onderzoek is van maart tot en met augustus. Indien buiten deze periode onderzoek wordt verricht dient de inzet te worden verdubbeld. De minimale periode van een marteronderzoek is zes weken (buiten de optimale periode dus 12 weken).

De (potentiele) verblijfplaatsen mogen in de regel van de Wet natuurbescherming niet zonder inzicht in het gebruik aangetast worden.

Indien uit het nader onderzoek blijkt dat het plangebied wordt gebruikt als leefgebied door wezel en/of hermelijn, dient hiervoor een ontheffing te worden aangevraagd. Deze wordt naar verwachting verleend door het bevoegd gezag onder voorwaarde dat mitigerende maatregelen worden getroffen. Door de groenstroken zo in te richten dat er voldoende schuilmogelijkheden aanwezig zijn, zal het plan geen negatieve effecten hebben op het leefgebied van deze soorten. Het inrichten van het plangebied voor kleine marterachtigen (zoals bunzing en wezel) kan gedaan worden door: • Het aanleggen van takkenhopen in de groenstroken; • Het aanleggen van kleine greppels in de bermen die door de dieren gebruikt kunnen worden; • Voldoende plekken op het terrein die gebruikt kunnen worden als rustgebied. Daarnaast dient het groen een periode met extensief beheer te krijgen zodat er struwelen en kruidlaag kunnen ontstaan. Ook dient te alle tijdens de werkzaamheden, leefgebied aanwezig te zijn voor deze soorten. De bovengenoemde maatregelen zijn weliswaar maatwerk, maar zijn realistisch en redelijk. Ze kunnen in overleg met deskundigen en groeneigenaren worden uitgewerkt, gerealiseerd en duurzaam beheerd. Ze staan daarom de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. Damhert In de omgeving van het plangebied zijn damherten waargenomen.

Daarnaast zijn er tijdens het terreinbezoek sporen van de damhert in het plangebied waargenomen. Het plangebied voldoet echter niet aan de biotoopeisen van de damhert. Aangezien de soort langere afstanden kan afleggen, en af en toe ook in weilanden graast, kan er vanuit gegaan worden dat de damherten incidenteel over het plangebied treken. Het planvoornemen zal niet leiden tot aantasting van

Blad 25 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

essentieel leefgebied van de damhert, aangezien er in de omgeving in ruime mate meerdere foerageergebieden aanwezig zijn. Negatieve effecten op de populatie damherten in omgeving ten gevolge van het project kunnen worden uitgesloten. Haas Het plangebied voldoet aan de biotoopeisen voor de haas. De haas is beschermd in de provincie Zeeland onder artikel 3.10 van de Wnb. Om te achterhalen hoe het plangebied gebruikt wordt door de haas, dient er nader onderzoek uitgevoerd te worden. Nader onderzoek Om te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van het plangebied door de haas. Er is echter geen module voor onderzoek naar haasachtigen aangezien de haas voorheen onder de landelijke vrijstelling viel. Daarom is het nodig om het plangebied tijdens het onderzoek voor de kleine marterachtige, ook te inspecteren op de aanwezigheid van de haas. Het plangebied en potentiële rustplaatsen (legers) mogen in de regel van de Wet natuurbescherming niet zonder inzicht in het gebruik aangetast worden door de voorgenomen werkzaamheden.

Indien uit het nader onderzoek blijkt dat het plangebied wordt gebruikt als leefgebied door de haas, dient hiervoor een ontheffing te worden aangevraagd. In de ontheffingsaanvraag zullen mitigerende maatregelen moeten worden opgenomen. De realisatie van groenstroken in het plangebied zal van groot belang zijn voor het behouden en bevorderen van leefgebied voor de haas. Zo kan met de ontwikkeling van groenstroken rekening gehouden worden met: • Dat er voldoende schuilmogelijkheden zijn (stroken met struwelen en bomen); • Voldoende foerageergebieden als open grasvelden; • Voldoende plekken op het terrein die in gebruik kunnen zijn als rustgebied. De bovengenoemde maatregelen zijn maatwerk, maar zijn realistisch en redelijk. Ze kunnen in overleg met deskundigen en groeneigenaren worden uitgewerkt, gerealiseerd en duurzaam beheerd. Ze staan daarom de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.

5.2.3

Reptielen en amfibieën In Hoofdstuk 4 is gebleken dat het plangebied voldoet aan het plangebied van verschillende soorten amfibieën en reptielen en dat deze mogelijk aanwezig kunnen zijn in het plangebied. Levendbarende hagedis De levendbarende hagedis wordt met regelmaat waargenomen in het Natura 2000-gebied gelegen tegen het plangebied. Daarnaast voldoet het plangebied aan de habitateisen van de levendbarende hagedis. Gevolgen van het planvoornemen zullen het leefgebied van de levendbarende hagedis mogelijk aantasten. De levendbarende hagedis is beschermd onder Artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Er dient nader onderzoek uitgevoerd te worden om te achterhalen of het plangebied gebruikt wordt door de levendbarende hagedis.

Blad 26 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Nader onderzoek Om te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van het plangebied door levendbarende hagedis. nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soorten te worden uitgevoerd volgens de geldende protocollen of dienen op voorhand maatregelen te worden genomen om te voorkomen dat deze soorten het werkterrein binnen trekken en het werkterrein binnen trekken en verwond of gedood kunnen worden. Deze soort specifieke maatregelen bestaan uit het plaatsen van een amfibieën/reptielenscherm . De exacte locatie van het scherm dient in overleg met een ter zake deskundige te worden bepaald en dient te worden vastgelegd in een ecologisch werkprotocol. De periode van eind april tot begin september is de meest optimale periode voor het inventariseren van exemplaren. Ook buiten deze perioden kan soms worden geïnventariseerd, maar dan zal meer onderzoeksinspanning verricht moeten worden.

Indien uit het nader onderzoek blijkt dat het plangebied wordt gebruikt als leefgebied door de haas, dient hiervoor een ontheffing te worden aangevraagd. De ontheffingsaanvraag zal gepaard gaan met de implementatie van mitigerende maatregelen. Het doden van levendbarende hagedissen kan worden voorkomen door deze weg te vangen en te verplaatsen naar geschikt habitat buiten de invloedsfeer van de activiteiten. Het is van belang dit zonder langdurige tussentijdse opslag te doen. Dit kan op de volgende wijzen gebeuren, altijd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van levendbarende hagedis: • Monitoring van de effectiviteit van de genomen maatregelen kan aan de orde zijn; • Het wegvangen moet worden gedaan volgends het inventarisatie protocol op website van RAVON. De bovengenoemde maatregelen zijn maatwerk, maar zijn realistisch en redelijk. Ze kunnen in overleg met deskundigen en groeneigenaren worden uitgewerkt, gerealiseerd en duurzaam beheerd. Ze staan daarom de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. Boomkikker De boomkikker bevindt zich in de omgeving van het plangebied. Daarnaast is uit Hoofdstuk 4 gebleken dat het plangebied voldoet aan de biotioopeisen van de boomkikker. De realisatie van het planoornemen zal het biotoop in het plangebied onomkeerbaar aantasten waardoor het leefgebied van de boomkikker mogelijk verdwijnt.

Aangezien de soort onder Artikel 3.5 valt van de Habitatrichtlijn, dient onderzoek naar de aanwezigheid van deze soort in het plangebied te worden uitgevoerd.

Blad 27 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Nader onderzoek boomkikker Om te bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden, is inzicht noodzakelijk in het daadwerkelijke gebruik en de functie van het plangebied door de boomkikker. nader onderzoek naar de aanwezigheid van deze soorten te worden uitgevoerd volgens de geldende protocollen of dienen op voorhand maatregelen te worden genomen om te voorkomen dat deze soorten het werkterrein binnen trekken en verwond of gedood kunnen worden. Tijdens het onderzoek wordt er vier keer een bepaalde watergang en meerdere wegbermen bezocht om boomkikkers te inventariseren. De eerste twee bezoeken vinden in het voorjaar plaats na zonsondergang. Dit is de periode waarin de boomkikker zich voortplant en wordt er geluisterd naar kooractiviteit. Tijdens de laatste twee bezoeken, die plaatsvinden in de zomer, wordt overdag het struweel afgezocht op de aanwezigheid van boomkikkers.

Indien uit het nader onderzoek blijkt dat het plangebied wordt gebruikt als leefgebied door de boomkikker, dient hiervoor een ontheffing te worden aangevraagd. De ontheffingsaanvraag zal gepaard gaan met de implementatie van mitigerende maatregelen. Het doden van boomkikkers kan worden voorkomen door deze weg te vangen en te verplaatsen naar geschikt habitat buiten de invloedsfeer van de activiteiten. Het is van belang dit zonder langdurige tussentijdse opslag te doen. Dit kan op de volgende wijzen gebeuren, altijd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van boomkikkers:

•

• • •

de beste periode voor het vangen van adulten is van maart tot en met begin mei. Ze verlaten dan de winterslaapplaatsen en gaan dan op weg naar de voortplantingswateren en er heeft nog geen afzet van de eiklompen plaatsgevonden. Het vangen kan bijvoorbeeld door het water uit te rasteren en ronde vangemmers van voldoende diepte te plaatsen aan de landzijde van het raster. Minimaal tweemaal daags worden de vangemmers gecontroleerd en de gevangen dieren worden verplaatst naar ander geschikt voortplantingswater buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden; Als dat niet mogelijk is moeten de boomkikkers, larven en eiklompen weggevangen worden; Monitoring van de effectiviteit van de genomen maatregelen kan aan de orde zijn; Het wegvangen moet worden gedaan volgens het inventarisatie protocol op website van RAVON;

De bovengenoemde maatregelen zijn maatwerk, maar zijn realistisch en redelijk. Ze kunnen in overleg met deskundigen en groeneigenaren worden uitgewerkt, gerealiseerd en duurzaam beheerd. Ze staan daarom de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. Heikikker Het plangebied voldoet aan de biotoopeisen van de heikikker. In het plangebied bevinden zich kleine wateren waarin deze soort zich mogelijk kan schuilhouden. Dergelijke poelen en plassen zullen ten gevolge van het voornemen worden drooggelegd. Gezien de heikikker onder Artikel 3.5 valt van de Habitatrichtlijk, is inzicht op het gebruik van het plangebied door de heikikker noodzakelijk door het uitvoeren van nader onderzoek.

Blad 28 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Nader onderzoek heikikker Voor de heikikker is een onderzoeksprotocol beschikbaar waarbij een inspanning wordt beschreven waarna de soort uitgesloten kan worden. Er moet in beeld gebracht worden waar zich de locaties van voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of functioneel leefgebied (routes of foerageergebieden) van de heikikker bevinden. Voor het aantonen van de soort dient een inventarisatie op twee avonden (eind maart-april) onder de goede omstandigheden naar roepende exemplaren en vervolgens een inventarisatie overdag van eiklompen. Bij de heikikker is de exacte locatie van de winterverblijfplaatsen, evenals die van de verblijfplaatsen van de sub-adulte exemplaren, en de exacte bijbehorende functionele leefomgeving redelijkerwijs niet in beeld te brengen. In de praktijk moet er dan ook vanuit gegaan worden dat als de heikikker aangetroffen is, op alle plekken die daarvoor geschikt zijn voortplantingsplaatsen en rustplaatsen van de heikikker aanwezig zijn, evenals de essentiële omgeving die nodig is om deze plekken als zodanig te laten functioneren (BIJ12, 2017).

Indien uit het nader onderzoek blijkt dat het plangebied wordt gebruikt als leefgebied door de heikikker, dient hiervoor een ontheffing te worden aangevraagd. De ontheffingsaanvraag zal gepaard gaan met de implementatie van mitigerende maatregelen. Het doden van heikikkers kan worden voorkomen door deze weg te vangen en te verplaatsen naar geschikt habitat buiten de invloedsfeer van de activiteiten. Het is van belang dit zonder langdurige tussentijdse opslag te doen. Dit kan op de volgende wijzen gebeuren, altijd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van heikikkers: • de beste periode voor het vangen van adulten is van maart tot en met begin mei. Ze verlaten dan de winterslaapplaatsen en gaan dan op weg naar de voortplantingswateren en er heeft nog geen afzet van de eiklompen plaatsgevonden. Het vangen kan bijvoorbeeld door het water uit te rasteren en ronde vangemmers van voldoende diepte te plaatsen aan de landzijde van het raster.

Minimaal tweemaal daags worden de vangemmers gecontroleerd en de gevangen dieren worden verplaatst naar ander geschikt voortplantingswater buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden; • Als dat niet mogelijk is moeten de heikikkers, larven en eiklompen weggevangen worden; • Monitoring van de effectiviteit van de genomen maatregelen kan aan de orde zijn; • Het wegvangen moet worden gedaan volgens het inventarisatie protocol op website van RAVON; De bovengenoemde maatregelen zijn weliswaar maatwerk, maar zijn realistisch en redelijk. Ze kunnen in overleg met deskundigen en groeneigenaren worden uitgewerkt, gerealiseerd en duurzaam beheerd. Ze staan daarom de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg. Rugstreeppad De rugstreeppad is beschermd onder Artikel 3.5 van de Habitatrichtlijn. Het plangebied voldoet aan de biotoopeisen van de rugstreeppad. Echter, zijn er in de bermen weinig schuilmogelijkheden voor de rugstreeppad. Daarnaast is de rugstreeppad voor de voorplanting afhankelijk van ondiepe wateren. Dergelijke wateren zijn aanwezig in het plangebied. Om de aanwezigheid en het gebruik van het plangebied door de rugstreeppad in beeld te brengen, dient nader onderzoek te worden uitgevoerd.

Blad 29 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Indien uit het naderonderzoek blijkt dat het plangebied wordt gebruikt als leefgebied door de Nader onderzoek: rugstreeppad Om te kunnen bepalen of eventuele verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden worden als gevolg van de bouwwerkzaamheden, is nader onderzoek naar het gebruik en de functie van het plangebied door de rugstreeppad noodzakelijk. Conform de soortenstandaard van de soort wordt de volgende werkwijze geadviseerd (BIJ12, 2017g): Het aantonen van de aanwezigheid van de rugstreeppad bestaat uit het luisteren naar roepende exemplaren en het inventariseren van eiklompen of larven. Om de afwezigheid van de soort aan te tonen moet op minimaal twee avonden in de periode april / mei geluisterd worden naar kooractiviteit. Het luisteren naar kooractiviteiten moet gebeuren bij geschikte weersomstandigheden. Tevens moet voor het aantonen van afwezigheid, bij het ontbreken van waarnemingen in mei, midden juli nogmaals bij geschikte omstandigheden geluisterd worden. Indien de soort is waargenomen dient ten behoeve van de ontheffingsaanvraag inzicht verkregen te worden in de grootte van de populatie in het gebied. Dit wordt simultaan gedaan op basis van de geschiktheid van het plangebied in combinatie met de waargenomen aantallen rugstreeppadden tijdens de genoemde onderzoek ronden.

rugstreeppad, dient hiervoor een ontheffing te worden aangevraagd. De ontheffing aanvraag zal gepaard gaan met de implementatie van mitigerende maatregelen. Het doden van rugstreeppadden kan worden voorkomen door deze weg te vangen en te verplaatsen naar geschikt habitat buiten de invloedsfeer van de activiteiten. Het is van belang dit zonder langdurige tussentijdse opslag te doen. Dit kan op de volgende wijzen gebeuren, altijd onder begeleiding van een deskundige op het gebied van heikikkers, waar bij de maatregelen geen onderscheid gemaakt hoeft te worden naar poelkikkers of één van de andere soorten groene kikkers

5.2.4

Japanse duizendknoop Tijdens het terreinbezoek is de Japanse duizendknoop waargenomen in het plangebied. Het betreft een bosje van circa 3 meter in doorsnede (circa 10m2). De Japanse duizendknoop (verzamelnaam: Aziatische duizendknopen) wordt tot de meest invasieve exoten binnen Nederland gerekend. Door zijn sterke groeikracht worden inheemse plantensoorten verdrongen. De sterke wortelstokken en stengels van de Japanse duizendknoop zijn in staat om schade te veroorzaken aan gebouwen, leidingen en wegen. De website www.invasieve-exoten.info zegt hierover het volgende: De Aziatische duizendknoop staat niet op de Unielijst van invasieve exoten. Dat betekent dat er geen wettelijke plicht is deze soort te bestrijden. Dat neemt niet weg dat terreinbeheerders (provincies, gemeenten, waterschappen, private organisaties en particulieren) al wel bezig zijn met het nemen van maatregelen om schade en overlast zoveel mogelijk te beperken. Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit heeft naar aanleiding van de motie van de leden Moorlag (PvdA) en Weverling (VVD) om ook Aziatische duizendknoop als soort voor te dragen bij de Europese Commissie voor plaatsing op de Europese Unielijst voor zorgwekkende invasieve uitheemse soorten (Kamerstuk 33 576, nr. 214, 5 februari 2021).

Vooruitlopend op een Europees handelsverbod geldt in Nederland vanaf 1 januari 2022 een nationaal verkoopverbod voor Japanse duizendknoop. Doel van de maatregel is het beperken van nieuwe introducties en verspreiding in het milieu als gevolg van handel. Het verbod heeft betrekking op drie soorten; Japanse duizendknoop (Fallopia japonica inclusief Fallopia japonica var. compacta), Sachalinse

Blad 30 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

duizendknoop (Fallopia sachalinensis) en bastaardduizendknoop (Fallopia x bohemica). Het handelsverbod op Japanse duizendknoop geldt ook voor besmette grond. Er zijn in samenwerking met CROW standaardbesteksbepalingen opgesteld die vrij gebruikt kunnen worden bij aanbestedingen of opdrachtverlening voor groenonderhoud, wegonderhoud, inrichting van de openbare ruimte en ander onderhoud en werken met een risico op verspreiding of introductie van duizendknoop. Het doel is om met deze standaardbepalingen eenduidigheid te creëren voor opdrachtgevers en -nemers. Tijdens buitenwerkzaamheden als bijvoorbeeld gronden groenwerkzaamheden wordt sterk aanbevolen om dergelijke protocollen te raadplegen (Aequator Groen & Ruimte, Stichting Probos, Geofoxx milieu expertise, 2019).

5.2.5

Uitvoerbaarheid planvoornemen Uit nader onderzoek kan de aanwezigheid van beschermde soorten naar voren komen. Indien een soort niet onder een vrijstelling valt of niet gewerkt kan worden volgens een gedragscode, dient er een ontheffing te worden aangevraagd (zie ook Bijlage 1). Deze moet ingediend worden bij het bevoegd gezag. Dit is de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffingsaanvraag wordt getoetst aan drie criteria: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; 2. De activiteit leidt, met inachtneming van mitigerende- en/of compenserende maatregelen, niet tot verslechtering van de staat van instandhouding; en 3. Er is sprake van een in de wet genoemd belang. Het bestemmingsplan is uitvoerbaar onder voorwaarde dat de benodigde ontheffing door bevoegd gezag zal worden verleend. De verwachting is dat er geen belemmeringen zullen zijn voor ontheffingverlening in geval beschermde soorten in het plangebied worden aangetroffen.

5.3

Effecten op beschermde gebieden

5.3.1

Effecten op Natura 2000-gebieden Effecten op Natura 2000-gebieden worden getoetst in Hoofdstuk 7 (‘Voortoets gebiedsbescherming Natura 2000’) van deze rapportage.

5.3.2

Effecten op het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) Voor wat betreft de NNZ is bij (in)directe aantasting sprake van vervolgstappen, waaronder compensatie. Er bevinden zich geen NNZ-gebieden binnen het plangebied. Er is van directe aantasting van de NNZ dan ook geen sprake. In de omgeving van het plangebied liggen wel NNZgebieden. Er ligt een NNZ gebied op 15 meter afstand van het noordelijke perceel. Dit gebied ligt binnen de 100 meter zone die door de provincie Zeeland is aangewezen als toetsingszone. Dit houdt in dat de voornemens dienen te worden beoordeeld op negatieve effecten. Effecten van het project op het NNZ wordt toegelicht in Hoofdstuk 6.

5.3.3

Bescherming van houtopstanden Uit Hoofdstuk 4 is gebleken dat de bomen binnen de bebouwde kom Wnb liggen van de gemeente Schouwen-Duiveland. Houtopstanden binnen de bebouwde kom Wnb vallen niet onder de bescherming van houtopstanden uit de Wet natuurbescherming. Er dient wel rekening gehouden te worden met gemeentelijke bomenbescherming in de APV of Bomenverordening.

Blad 31 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

De gemeente Schouwen-Duiveland heeft een bomenlijst opgesteld voor bomen met een beschermde status. Deze bescherming houdt in dat alle bomen die op een gemeentelijke lijst voorkomen, waarvan de status vastgelegd wordt in de APV, niet zonder meer gekapt mogen worden. Alle bomen die niet op deze waardevolle bomenlijst worden opgenomen zijn kapvergunningsvrij. Dit betekent dat alleen voor bomen die op deze lijst staan een aanlegvergunning moet worden aangevraagd en dat bij toekenning een herplantplicht wordt opgelegd (Buro ruimte & groen, 2009). De bomen in het plangebied staan niet weergegeven op de beschermde bomenlijst van de gemeente Schouwen-Duiveland (Gemeente Schouwen-Duiveland, 2021). Dit betekent dat voor het kappen van de bomen ook geen omgevingsvergunning hoeft te worden aangevraagd. Er zijn geen gevolgen wat betreft de bescherming van houtopstanden op het planvoornemen.

Blad 32 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

6

Toetsing gebiedsbescherming Natuur Netwerk Zeeland Het ruimtelijke beleid voor het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) is gericht op het behoud, herstel en de ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied. Het NNZ wordt beschermd volgens het “nee tenzij”-principe. In het kader van de geplande werkzaamheden is het nodig om inzicht te krijgen in de aanwezige natuurwaarden van het ter plaatse of nabij gelegen NNZ. Om deze reden is in dit hoofdstuk de ligging van de NNZ-gebieden ten opzichte van het project weergegeven en is – indien relevant – aangegeven om welke natuurwaarden het gaat. Tevens is aangegeven of er mogelijk sprake kan zijn van (negatieve) effecten als gevolg van de werkzaamheden op de wezenlijke kenmerken en waarden en/of een vervolgonderzoek/nadere uitwerking aan de orde is.

6.1

Kenmerken NNZ-gebieden Het NNZ-gebied gelegen tegen het plangebied is ook aangewezen als Natura 2000-gebied. Het plangebied ligt binnen de 100 meter bufferzone aangewezen door de provincie Zeeland. Binnen de 100 meter van het plangebied liggen de beheertypen (N01.02) Duin- en kwelderlandschap, (N12.02) Kruiden- en faunarijk grasland, (L01.03) Elzensingel en (N15.01) duinbos, zie Figuur 6.1. Een algemene beschrijving van de aanwezige natuurbeheertypen wordt hieronder weergegeven.

Figuur 6.1: Kaart met omliggende NNZ beheertypen nabij het plangebied.

Blad 33 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

N01.02 duin- en kwelderlandschap Algemene beschrijving Duin- en kwelderlandschap omvat de kustduingebieden en kwelders waar wind- en waterdynamiek vrij spel hebben en veelal ook integrale begrazing door grote zoogdieren aanwezig is. Het bestaat uit beheertypen Strand en embryonaal duin, Open duin, Vochtige duinvallei, Duinheide, Duinbos en Schor of kwelder die echter vanwege het veranderlijke landschap niet in omvang en ligging apart in het beheer worden vastgelegd. Door de dynamiek in het landschap is er sprake van allerlei in ligging en omvang variërende successiestadia. Het gaat hierbij om een variatie die alle hierboven genoemde beheertypen omvat. Door het aan banden leggen van wind- en waterdynamiek is er weinig ruimte meer voor dit beheertype en is het beperkt tot een aantal gebieden waar deze dynamiek nog wel vrij spel mag hebben. Met name het frequent ontstaan van pionier-stadia maakt dit beheertype van belang voor veel hieraan gebonden zeldzame soorten. Afbakening • Duin- en kwelderlandschap omvat in tijd en ruimte wisselende beheertypen Strand en embryonaal duin, Open duin, Vochtige duinvallei, Duinheide, Duinbos, Zoete plas en Schor of kwelder. • Het landschap wordt gevormd door natuurlijke processen zoals de werking van wind, zeewaterstromen en/of grote grazers.

• De tot dit type behorende eenheid is tenminste 500 ha groot of maakt onderdeel uit van een groter gebied behorend bij grootschalige dynamische natuur. • L01.03 Elzensingel Algemene beschrijving Elzensingels zijn lijnvormige landschapselementen die bestaan uit een enkele rij zwarte elzen, en vaak langs slootkanten staan. Deze elzensingels komen vooral voor in het laagveen-, zandof rivierengebied en zijn zeer kenmerkend voor de Friese Wouden en komen in verscheidene andere delen van Nederland voor, zoals het Groninger Westerkwartier, de Gelderse Vallei, Midden-Brabant en de gebieden rond Staphorst en Vriezeveen. Elzensingels zijn van belang voor schuilmogelijkheden voor fauna in het cultuurlandschap. Afbakening • Een elzensingel is een vrijliggend lijnvormig en aaneengesloten éénrijig landschapselement dat grotendeels bestaat uit Zwarte els en als hakhout wordt beheerd. • Een elzensingel is minimaal 25 meter lang. • Losse bomenrijen horen niet tot dit beheertype, maar tot het beheertype L01.13 Bomenrij/solitaire boom. • Windsingels om boomgaarden en kwekerijen horen niet tot dit beheertype. •

Blad 34 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland Algemene beschrijving Kruiden- en faunarijk grasland omvat graslanden die kruidenrijk zijn, maar niet tot de schraallanden, vochtig hooiland, zilt grasland en overstromingsgrasland of glanshaverhooiland behoren. De vegetatie kan behoren tot allerlei verbonden van graslandvegetaties; ondermeer kamgrasvegetaties of de meer algemene witbolgraslanden. Diverse soorten ruigte en struweel kunnen in dit grasland voorkomen. Het grasland wordt meestal extensief beweid of gehooid en niet of slechts licht bemest. Het beheertype Kruiden- en faunarijk grasland kan voorkomen op diverse bodems van vochtig tot droog en heeft doorgaans een (matig) voedselrijk karakter. Kruiden- en faunarijk grasland komt in vrijwel alle landschapstypen voor. Toch is het areaal de laatste veertig jaar enorm afgenomen door de gangbare landbouwpraktijk: sterke bemesting gecombineerd met periodiek doodspuiten van de grasmat en opnieuw inzaaien met hoog productieve grasvariëteiten. De meeste overgebleven kruidenrijke graslanden liggen in overhoekjes van het agrarische gebied of komen voor in natuurgebieden. Daar kan kruidenrijk grasland een tijdelijk fase zijn als de benodigde abiotische omstandigheden voor schraallanden niet of nog niet gerealiseerd kunnen worden.

Kruiden- en faunarijk grasland wordt bij een goede kwaliteit gekenmerkt door variatie in structuur (ruigte en plaatselijk struweel, hogere en lage vegetatie) en een kruidenrijke graslandbegroeiing die rijk is aan kleine fauna. Gradiënten binnen (grond)waterpeil en voedselrijkdom zorgen voor diverse vegetatietypen. Kenmerkende of bijzondere soorten van schralere beheertypen ontbreken grotendeels binnen Kruiden- en faunarijk grasland, maar graslanden zijn vaak wel rijk aan minder zeldzame soorten. Het type is o.a. van belang voor vlinders en andere insecten, vogels en kleine zoogdieren De graslanden worden doorgaans niet bemest. Om verzuring tegen te gaan kan, bij uitzondering, ruige stalmest of bekalking toegepast worden. Afbakening • Het betreft grasland, de grasachtigen (monocotylen) zijn dominant, maar kruiden (dicotylen) en mossen hebben een oppervlakteaandeel van tenminste 20% • De graslanden zijn niet tot andere beheertypen te rekenen (zie afbakening andere graslanden). • Vrijwel jaarlijks in winter en voorjaar langdurig overstroomde weilanden worden niet tot dit beheertype maar tot Zilt- en overstromingsgrasland gerekend.

Blad 35 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

N15.01 Duinbos Algemene beschrijving Duinbos omvat de bossen en struwelen in het Duin- en Kustgebied. Vegetatiekundig behoren de bossen tot het Zomereikverbond, Elzenverbond, Iepenrijke Eiken-Essenverbond en Verbond der naaldbomen. De struwelen kunnen over grote oppervlakten aaneengesloten voorkomen en lopen vaak geleidelijk over in hoger opgaand bos; deze variatie is aantrekkelijk voor veel vogelsoorten. Duinbos is het leefgebied van veel soorten paddestoelen. Aan de binnenduinrand kan duinbos rijk aan voorjaarsplanten zijn. Duinbos kan voorkomen op zowel kalkrijke als kalkarme zandgronden in het Duin- en Kustgebied, zowel op duinen als in vochtige valleien en op drooggevallen zandplaten. In de meeste duingebieden in Nederland komt het veelvuldig voor. Duinbos is internationaal gezien zeldzaam. Duinbos (inclusief struweel) is vaak op een natuurlijke manier ontstaan, als gevolg van successie. In de negentiende eeuw waren bossen nog zeer schaars in de duinen. Door het wegvallen van konijnenvraat en door een slechte luchtkwaliteit is er thans sprake van versnelde successie vanuit open duin. Veel dennenbossen zijn ontstaan door aanplant in het verleden o.a. om het stuivende duinzand vast te houden. Duinbos wordt gedomineerd door of kent een gemengd voorkomen van ruwe berk, grove den, zomereik en beuk.

Op plekken waar struwelen domineren komen soorten als meidoorn, duindoorn, wegedoorn, egelantier, hondsroos en gewone vlier voor. Op open plekken komen dauwbraam en kruidenrijke zoomvegetaties voor. Bij begrazing zijn ook grazige vegetaties aanwezig. Een hoge diversiteit van Duinbos treedt op bij een afwisseling van struweel, opgaand bos en open plekken. Door de invloed van zeewind ontstaat er een geleidelijke natuurlijke overgang van struweel in het buitenduin naar hoger opgaand bos in verder van de zee gelegen binnenduin. De bossen en struwelen zijn rijk aan broedvogels. De bossen hebben daarnaast belangrijke betekenis voor diverse soorten paddestoelen en vaatplanten. Loofbos is qua flora en fauna vaak meer divers dan dennenbos, hetzelfde geldt voor kalkrijke duinbossen ten opzichte van kalkarme. Afbakening • Duinbos omvat zowel het droge als het vochtige bos- en hoog struweel in het Duinlandschap. • Maximaal 20% van het areaal van het betreffende bosgebied wordt gedomineerd door boomsoorten die oorspronkelijk van buiten Europa zijn ingevoerd, zoals Amerikaanse eik en Douglasspar. • Op 80% van de oppervlakte wordt geen hout geoogst of is de houtoogst minder dan 20% van de bijgroei. Op de overige oppervlakte kan meer geoogst worden in het kader van omvorming naar een natuurlijker bos.

Blad 36 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

6.2

Beoordeling Natuurnetwerk Nederland

6.2.1

Afwegingskader Voor een NNN-gebied geldt dat de wezenlijke waarden en kenmerken van dat gebied niet mogen worden aangetast, ook mogen de gestelde ambities niet belemmerd worden. Als ecologische (wezenlijke) waarden en kenmerken van een NNN-gebied gelden de natuurbeheertypen zoals vastgelegd op de beheertypenkaart en de ambitiekaart van het natuurbeheerplan. Daarnaast zijn de volgende aspecten een kernkwaliteit van het NNN: uitwisselingsmogelijkheden (doel 'verbinden'); natuurlijke eenheid en aaneen geslotenheid (doel 'vergroten'); kwaliteit van het NNN en van leefgebied van soorten (doel 'kwaliteitsverbetering). De kwaliteit wordt gevormd door de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN, hieronder wordt onder andere het volgende bedoeld: natuurdoelen en -kwaliteit, geomorfologische en aardkundige waarden en processen, de waterhuishouding, de kwaliteit van de bodem, water en lucht, rust, stilte, donkerte en openheid, de landschapsstructuur en de belevingswaard. Onderstaand wordt beoordeeld of deze waarden en kenmerken significant worden aangetast als gevolg van het voornemen.

6.2.2

Beoordeling Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden wordt er gewerkt binnen de 100 meter nabij het NNZ-gebied. De omvang van de NNZ-gebieden wordt door de ingreep niet aangetast; het biotoop ter plaatse zal niet worden aangetast door de ingrepen. Het biotoop past (na uitvoering van de ingreep) binnen de dynamiek van de kenmerken behorende bij beheertypen (N01.02) Duin- en kwelderlandschap, (N12.02) Kruiden- en faunarijk grasland, (L01.03) Elzensingel en (N15.01) duinbos. Echter kunnen er mogelijk wel negatieve effecten van tijdelijke aard plaatsvinden. Het betreft voornamelijk geluidsverstoring en (mogelijk) licht verstoring tijdens de bouwwerkzaamheden. De ontwikkelingsfase van het plangebied heeft geen permanent effect op de wezenlijke kenmerken, als bodemkwaliteit of grondwaterstand, van het NNZ-gebied. Daarbij is het NNZ-gebied afgeschermd van het plangebied door een laan van bomen en struwelen (zie Figuur 6.2) waardoor visuele verstoring grotendeels wordt voorkomen en een deel van het geluid tijdens de bouw zal worden gedempt in het NNZ-gebied.

Blad 37 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Figuur 6.2: Bomen en struwelen laan tussen het project- en NNZ gebied.

De tijdelijke werkzaamheden hebben geen significante effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNZ-gebied. Het project is uitvoerbaar en haalbaar in het beschermingsregime van het Natuurnetwerk Zeeland.

6.3

Conclusie toetsing Natuurnetwerk Zeeland Op basis van het bovenstaande kan geconcludeerd worden dat het voornemen niet leidt tot een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Zeeland. De huidige natuurbeheertypen in het NNZ-gebied worden niet belemmerd door de voorgenomen werkzaamheden. De uitwisselingsmogelijkheden, natuurlijke eenheid, aaneen geslotenheid en kwaliteit van het NNZ blijven behouden.

Blad 38 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

7

Voortoets gebiedsbescherming Natura 2000

7.1

Inleiding Uit de toetsing in voorgaande hoofdstukken komt naar voren dat het plangebied dichtbij het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ ligt. De Natura 2000-gebieden ‘Voordelta’, ‘Oosterschelde’ en ‘Grevelingen’ liggen op respectievelijk ca. 1,5; 3 en 4 kilometer afstand van het plangebied. Afbakening Voor het bereik van afgeleide effecten van recreatieve activiteiten wordt een afstand van 2 kilometer aangehouden, wat overeenkomt met een rondje wandelen van ongeveer een uur als maatstaf voor het gemiddelde recreatieve gebruik van het gebied vanuit het nieuwe recreatiepark. De instandhoudingsdoelen van de Natura 2000-gebieden binnen deze afstand, de gebieden ‘Kop van Schouwen’ en ‘Voordelta’, worden in de paragrafen 7.2 en 7.3 weergegeven. In de tabellen met instandhoudingsdoelen zijn de ontwerpdoelstellingen niet opgenomen. In de effectenindicator worden de ontwerpdoelstellingen automatisch meegenomen. De Natura 2000-gebieden die op meer dan 2 kilometer afstand van het plangebied liggen, liggen buiten het bereik van een recreatief ‘rondje wandelen’ vanaf het vakantiepark. De effectbepaling- en beoordeling voor de Natura 2000-gebieden ‘Kop van Schouwen’, ‘Voordelta’, ‘Oosterschelde’ en ‘Grevelingen’ volgt in paragraaf 7.4.

7.2

Natura 2000-gebied Kop van Schouwen

7.2.1

Omschrijving De Kop van Schouwen is een duingebied op het westelijke uiteinde van Schouwen-Duiveland. Het gebied omvat een aantal deelgebieden met een verschillende ontstaansgeschiedenis, waardoor kalkrijke jonge duinen, kalkarme oude duinen, klifduinen en stuifduinen aanwezig zijn. Aan de zeezijde van het gebied zijn de duinen sterk geaccidenteerd, met natuurlijke begroeiing, verstuivingsprocessen en natte valleien; de open binnenduinen zijn licht golvend. Daardoor komt een brede variatie aan duinhabitattypen voor. In de aangroeiende noordwestpunt (Verklikkerduinen) zijn jonge duinvalleien aanwezig. De iets zuidelijker gelegen Meeuwenduinen vormen een naar verhouding grootschalig actief stuivend duin waarin in de laatste 50 jaar geen maatregelen zijn getroffen voor vastlegging van het duin. Er komen evenwel geen duinvalleien in voor. In de Zeepe duinen ten oosten daarvan zijn in het kader van natuurontwikkeling valleien opnieuw uitgegraven en zijn nieuwe uitblazingsvalleien ontstaan. In het zuidwesten van het gebied worden jonge duinen met struweel en bos aangetroffen. In de oostelijke binnenduinen liggen ontkalkte vroongronden met soortenrijke graslanden, afgewisseld met de zogenaamde elzenmeten, duinheide en landgoedbossen. Tussen Burgh-Haamstede en Renesse zijn de meeste natte duinvalleivegetaties te vinden (Website LNV).

Het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen is aangewezen als habitatrichtlijngebied (Website LNV).

Blad 39 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Figuur 7.1: Deelgebieden binnen de Kop van Schouwen (figuur 1 uit PAS-gebiedsanalyse Provincie Zeeland, 2017).

7.2.2

Instandhoudingdoelen Habitattypen Tabel 7.1: Overzicht van de habitattypen waarvoor het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ is aangewezen (website LNV).

Code H2110 H2120 H2130A* H2130B* H2130C* H2150* H2160 H2170 H2180A H2180B H2180C H2190A H2190B H2190C

Habitattype Embryonale duinen Witte duinen Grijze duinen (kalkrijk) Grijze duinen (kalkarm) Grijze duinen (heischraal) Duinheiden met struikhei Duindoornstruwelen Kruipwilgstruwelen Duinbossen (droog) Duinbossen (vochtig) Duinbossen (binnenduinrand) Vochtige duinvalleien (open water) Vochtige duinvalleien (kalkrijk) Vochtige duinvalleien (ontkalkt)

Blad 40 van 61

Instandhoudingsdoelstelling (ISHD) Oppervlakte Kwaliteit = = = > > > > > > > = = = (<) = = (<) = = (<) = = (<) > = (<) = >

>

>

>

>

>

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

H2190D H6410

Vochtige duinvalleien (hoge moerasplanten) Blauwgraslanden

=

=

=

=

Habitatsoorten Tabel 7.2: Overzicht van de habitatsoorten waarvoor het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen is aangewezen (website LNV).

Habitatsoort

H1014 Nauwe korfslak H1340* Noordse woelmuis H1903 Groenknolorchis

Instandhoudingsdoelstelling (ISHD) Populatie Omvang leefgebied

Kwaliteit leefgebied

= = >

= > >

7.3

Natura 2000-gebied Voordelta

7.3.1

Omschrijving

= = >

De Voordelta omhelst het ondiepe zeegedeelte van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse Delta. Het gebied wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van een gevarieerd en dynamisch milieu van kustwateren (zout), intergetijdengebied en stranden, dat een relatief beschutte overgangszone vormt tussen de (voormalige) estuaria en volle zee. Na de afsluiting van de Deltawerken is dit kustgedeelte sterk aan veranderingen onderhevig geweest, waarbij een uitgebreid stelsel van droogvallende en diepere zandbanken is ontstaan met daartussen diepere geulen. Door erosieen sedimentatieprocessen treden verschuivingen op in de omvang van de intergetijdengebieden. Daarbij heeft o.a. de "zandhonger" van de Oosterschelde, maar ook de uitbreiding van de arealen door aanslibbing in de Kwade Hoek effect op de Voordelta (Westplaat). De waterkwaliteit wordt beïnvloed door met name de uitstroming van Rijn en Maas via de Haringvlietsluizen. Mede door deze aanvoer van voedingsstoffen kent de Voordelta een hoge voedselrijkdom. In de randen van het gebied bij Voorne en Goeree liggen een aantal schorren en meer slikkige platen. Verder horen ook de stranden van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden, waar plaatselijk duinvorming optreedt, tot het gebied (website LNV). Het Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ is aangewezen als Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebied (website LNV).

7.3.2

Instandhoudingdoelen Tabel 7.3: Overzicht van de habitattypen waarvoor het Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ is aangewezen (website LNV).

Code H1110A

H1110B

H1140A

Habitattype Permanent overstroomde zandbanken (getijdengebied) Permanent overstroomde zandbanken (Noordzeekustzone) Slik- en zandplaten (getijdengebied)

Blad 41 van 61

Instandhoudingsdoelstelling (ISHD) Oppervlakte Kwaliteit = =

=

=

=

=

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

H1140B H1310A H1310B H1320 H1330A H2110

Slik- en zandplaten (Noordzee-kustzone) Zilte pionierbegroeiingen (zeekraal) Zilte pionierbegroeiingen (zeevetmuur) Slijkgrasvelden Schorren en zilte graslanden (buitendijks) Embryonale duinen

=

=

=

=

=

=

= =

= =

=

=

Tabel 7.4: Overzicht van de habitatsoorten waarvoor het Natura 2000-gebied Voordelta is aangewezen (website LNV).

Habitatsoort

H1095 - Zeeprik H1099 - Rivierprik H1102 - Elft H1103 - Fint H1364 - Grijze zeehond H1365 – Gewone zeehond

Instandhoudingsdoelstelling (ISHD) Populatie Omvang leefgebied

Kwaliteit leefgebied

> > > > = >

= = = = = >

= = = = = =

Tabel 7.5: Overzicht van de niet-broedvogelsoorten waarvoor het Natura 2000-gebied Voordelta is aangewezen (website LNV).

Niet-broedvogels

A001 - Roodkeelduiker A005 - Fuut A007 - Kuifduiker A017 - Aalscholver A034 - Lepelaar A043 - Grauwe gans A048 - Bergeend A050 - Smient A051 - Krakeend A052 - Wintertaling A054 - Pijlstaart A056 - Slobeend A062 - Toppereend A063 - Eider A065 - Zwarte zee-eend A067 - Brilduiker A069 - Middelste zaagbek A130 - Scholekster A132 - Kluut A137 - Bontbekplevier A141 - Zilverplevier A144 - Drieteenstrandloper A149 - Bonte strandloper A157 - Rosse grutto

Instandhoudingsdoelstelling (ISHD) Populatie Omvang leefgebied

Kwaliteit leefgebied

Behoud 280 6 480 10 70 360 380 90 210 250 90 80 2500 9700 330 120 2500 150 70 210 350 620 190

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

= = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = = =

Blad 42 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

A160 - Wulp A162 - Tureluur A169 - Steenloper A177 - Dwergmeeuw A191 - Grote stern A193 - Visdief

7.4

980 460 70 Behoud Behoud Behoud

= = = = = =

= = = = = =

Effectbepaling en -beoordeling Relevante activiteiten welke gerelateerd zijn aan het planvoornemen zijn woningbouw en landrecreatie. Vanwege het feit dat de locatie van het plangebied niet direct aan het water grenst (meer in het binnenland) wordt waterrecreatie niet als reële, substantiële afgeleide activiteit van het voornemen gezien en daarom niet nader beschouwd.

7.4.1

Effectbepaling: Afbakening relevante storingsfactoren Aanlegfase Uit de effectenindicator komen de volgende storingsfactoren naar voren voor de activiteit ‘woningbouw’ voor de Natura 2000-gebieden ‘Kop van Schouwen’ en ‘Voordelta’: Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ Effectenindicator activiteit Woningbouw3

Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ Effectenindicator activiteit Woningbouw4

Legenda: 3

Via:

https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1 4

Via:

https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1

Blad 43 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Niet relevante storingsfactoren Het plangebied bevindt zich buiten Natura 2000-gebieden. In de aanlegfase kunnen directe effecten op Natura 2000-gebieden zoals oppervlakteverlies, versnippering en verstoring door mechanische effecten op basis van de ligging buiten Natura 2000-gebied worden uitgesloten. Relevante storingsfactoren Relevante storingsfactoren in de aanlegfase zijn: Optische verstoring Geluidsverstoring Lichtverstoring Verstoring door trilling Verdroging Verontreiniging Vermesting en verzuring door stikstofdepositie Optische verstoring Alle in het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ aangewezen habitattypen zijn gevoelig voor optische verstoring. Van de aangewezen habitatsoorten is van de noordse woelmuis onbekend of deze gevoelig is voor deze vorm van verstoring. Voor de groenknolorchis is gevoeligheid voor deze bron van verstoring niet van toepassing. De nauwe korfslak is niet gevoelig voor optische verstoring (zie de effectenindicator). Effecten van optische verstoring op de natuurwaarden van het Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ kunnen worden uitgesloten op basis van de afstand tot het Natura 2000-gebied en de afschermende elementen tussen het plangebied en dit Natura 2000gebied. Geluidsverstoring De habitattypen welke zijn aangewezen in het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ zijn niet gevoelig voorgeluidsverstoring.

Van de aangewezen habitatsoorten is van de noordse woelmuis onbekend of deze gevoelig is voor deze vorm van verstoring. Gevoeligheid voor geluidsverstoring is niet van toepassing op de groenknolorchis, verder is de nauwe korfslak niet gevoelig voor dit type verstoring (zie de effectenindicator). Effecten van geluidsverstoring op de natuurwaarden van het Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ kunnen op basis van de afstand tot het Natura 2000-

Blad 44 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

gebied en de afschermende elementen tussen het plangebied en dit Natura 2000-gebied worden uitgesloten. Lichtverstoring De habitattypen welke zijn aangewezen in het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ zijn niet gevoelig voor lichtverstoring. Van de aangewezen habitatsoorten is van de noordse woelmuis onbekend of deze gevoelig is voor lichtverstoring. Voor de groenknolorchis is lichtverstoring niet van toepassing en de nauwe korfslak is niet gevoelig voor dit type verstoring (zie de effectenindicator). Effecten van lichtverstoring op Natura 2000-gebieden worden uitgesloten, ervan uitgaande dat de werkzaamheden alleen bij daglicht plaatsvinden. Daarnaast kunnen effecten van lichtverstoring op het verder weg gelegen Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ kunnen worden uitgesloten op basis van de afstand tussen het plangebied en dit Natura 2000-gebied en ook op basis van de afschermende elementen tussen het plangebied en dit Natura 2000-gebied. Verstoring door trilling Geen van de aangewezen habitattypen van het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ is gevoelig voor verstoring door trilling. Uit de effectenindicator komt naar voren dat enkel van de nauwe korfslak bekend is dat deze gevoelig is voor verstoring door trilling.

Van de noordse woelmuis is de gevoeligheid voor verstoring door trilling onbekend en voor de groenknolorchis is gevoeligheid voor deze vorm van verstoring niet van toepassing. Effecten van verstoring door trilling op het verder weg gelegen Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ kunnen worden uitgesloten op basis van de afstand tussen het plangebied en dit Natura 2000-gebied en ook op basis van de afschermende elementen tussen het plangebied en dit Natura 2000-gebied. Verdroging Meerdere habitattypen aangewezen in het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ zijn gevoelig voor verdroging. Het betreft de habitattypen: duindoornstruwelen, kruipwilgstruwelen, duinbossen, vochtige duinvalleien (zeer gevoelig) en blauwgraslanden (zie de effectindicator). Gevoeligheid voor verdroging is niet van toepassing voor het habitattype schorren en zilte graslanden. De aangewezen habitatsoorten noordse woelmuis, groenknolorchis en nauwe korfslak zijn alle drie zeer gevoelig voor verdroging (zie de effectenindicator). Effecten van verdroging op het verder weg gelegen Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ kunnen worden uitgesloten op basis van de afstand tussen het plangebied en dit Natura 2000-gebied. Verontreiniging Het gebruik van mobiele werktuigen en (vracht)verkeer ten behoeve van het uitvoeren van werkzaamheden is gebonden aan reguliere milieuwetgeving.

Verontreiniging gedurende de uitvoering is hierdoor niet aan de orde. Er zijn geen voornemens voor het lozen of toevoegen van gebiedsvreemde stoffen in zowel de aanleg- als de gebruiksfase. Het plan leidt derhalve niet tot een negatief effect op de instandhoudings-doelstellingen van de Natura 2000-gebieden als gevolg van genoemde storingsfactor verontreiniging. Stikstofdepositie (Vermesting en verzuring) Met het oog op de mogelijke effecten van verzuring en vermesting als gevolg van stikstofdepositie is een berekening gemaakt van de stikstofdepositie in de aanlegfase. De berekening is gemaakt met de meest actuele versie van AERIUS (AERIUS Calculator 2022). De resultaten van deze berekeningen zijn opgenomen in een afzonderlijke rapportage (Antea Group, 2022 in prep.). De berekeningen laten zien dat er geen sprake is van een toename van stikstofdepositie (depositie maximaal 0,00 mol N/ha/jaar) in het naastgelegen Natura 2000gebied ‘Kop van Schouwen’. Op basis van de resultaten van deze berekening kunnen effecten van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelen van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied in de aanlegfase worden uitgesloten. Aangezien er op dit Natura 2000-gebied geen depositietoename

Blad 45 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

als gevolg van de aanlegfase van het voornemen is berekend, kunnen effecten op verder weg gelegen Natura 2000-gebieden ook worden uitgesloten. Gebruiksfase In de gebruiksfase is sprake van effecten van het gebruik van de vakantiehuisjes en afgeleide storingsfactoren van recreatie, zoals verstoring door mechanische effecten, optische verstoring en verstoring door geluid. Uit de effectenindicator komen voor de Natura 2000-gebieden ‘Kop van Schouwen’ en ‘Voordelta’ voor de activiteit ‘landrecreatie’ de volgende storingsfactoren naar voren: Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ Effectenindicator activiteit Landrecreatie5

Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ Effectenindicator activiteit Landrecreatie6

Legenda:

5 6

Via: https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1 Via: https://www.synbiosys.alterra.nl/bij12/effectenindicatorappl.aspx?subj=effectenmatrix&tab=1

Blad 46 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

Niet relevante storingsfactoren Effecten van lichtverstoring kunnen worden uitgesloten, ervan uitgaande dat landrecreatie alleen bij daglicht plaatsvindt. Relevante storingsfactoren De storingsfactoren die naar voren komen uit de effectenindicator zijn: oppervlakteverlies, verontreiniging, verstoring door geluid, verstoring door licht, optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Naast bovengenoemde afgeleide effecten van landrecreatie kunnen effecten van vermesting en verzuring optreden. Zodoende zijn de relevante storingsfactoren: Oppervlakteverlies Verontreiniging Geluidsverstoring Optische verstoring Verstoring door mechanische effecten Vermesting en verzuring door stikstofdepositie De storingsfactoren oppervlakteverlies en verstoring door mechanische effecten worden gezamenlijk beschouwd, omdat oppervlakteverlies kan optreden door substantiële verstoring door mechanische effecten. Oppervlakteverlies & verstoring door mechanische effecten Verstoring door mechanische effecten kan optreden in het geval recreanten buiten de paden treden. Alle aangewezen habitattypen en aangewezen habitatsoorten van het Natura 2000gebied ‘Kop van Schouwen’ zijn gevoelig voor verstoring door mechanische effecten. Verontreiniging Verontreiniging kan optreden in het geval recreanten afval laten slingeren en door het uitlaten van honden.

Alle aangewezen habitattypen en de aangewezen habitatsoort nauwe korfslak van het Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ zijn gevoelig voor verontreiniging. Voor de

Blad 47 van 61

Natuurtoets en Voortoets Recreatiepark Noordzee Residence Renesse. projectnummer 0474501.100 15 maart 2022 revisie 01 BPD Arcus Renesse B.V.

habitatsoorten noordse woelmuis en groenknolorchis is onbekend of deze gevoelig zijn voor verontreiniging. Effecten van verontreiniging door het uitlaten van honden kunnen worden uitgesloten op basis van de regelgeving omtrent het uitlaten van honden, namelijk dat de hondenbezitter materiaal bij zich moet hebben om de uitwerpselen op te ruimen binnen de bebouwde kom, in recreatiegebieden en op stranden. In de omgeving zijn faciliteiten aanwezig om hieraan te voldoen. Daarnaast geldt voor de gebieden buiten de bebouwde kom dat honden mogen loslopen tenzij voor een gebied anders is bepaald en met de voorwaarde dat rekening wordt gehouden met de Wet natuurbescherming7. Geluidsverstoring Geluidsverstoring als gevolg van het gebruik van de vakantiehuisjes (lees: op de locatie zelf) speelt met name een rol voor het noordelijke deel van het plangebied dat dichtbij de ‘Kop van Schouwen’ ligt. Zoals hierboven reeds vermeld voor de aanlegfase, is geen van de aangewezen habitattypen in dit Natura 2000-gebied gevoelig voor geluidsverstoring (zie effectenindicator). Voor de groenknolorchis is gevoeligheid voor geluidsverstoring niet van toepassing en de nauwe korfslak is niet gevoelig voor dit type verstoring. Van de noordse woelmuis is onbekend of de soort gevoelig is voor geluidsverstoring.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12227450/1