CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20221220 Raadsbrief ontwerpbestemmingsplan Noordzee Residence Renesse Bijlage 8 Stikstof - gebruiksfase

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.372 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Memo

memonummer datum aan van controles project projectnr. betreft bijlagen

0471614.100-SSB-06 18 mei 2022 BPD Ontwikkeling B.V. Robin Michiels Enno Been, Roel Dekker, Ivo Sedee Hogezoom 128-136, 4325 CL Renesse 0471614.100 Stikstofberekening Bijlage 1: Ontwikkelingsvisie Bona Fide en de Karavaan januari 2008 Bijlage 2: Masterplan Vakantiepark Renesse, juli 2009 Bijlage 3: Opzeggingsbrief 24 september 2009 Bijlage 4: Uitsnede Koopovereenkomst & Samenwerkingsovereenkomst Bijlage 5: AERIUS_bijlage_20220221174223_Situatie2RpENDy53ehEc

INLEIDING De BPD Ontwikkeling B.V. is voornemens om aan de Hogezoom in Renesse recreatiewoningen te realiseren. Om deze reden wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Het voornemen bestaat uit de realisatie en ingebruikname van 285 recreatiewoningen met in totaal 1.850 bedden. De Wet natuurbescherming (Wnb) schrijft voor dat voor alle (nieuwe) activiteiten die significante (negatieve) gevolgen kunnen hebben op de beschermde habitats in de Natura 2000-gebieden een beoordeling uitgevoerd moet worden. Om deze reden is de bijdrage van het voornemen aan de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden in beeld gebracht en beoordeeld. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied betreft ‘Kop van Schouwen’ en is gelegen op circa 15 meter vanaf het plangebied. De Natura 2000-gebieden ‘Oosterschelde’ en ‘Grevelingen’ liggen respectievelijk op circa 3 en 4 kilometer afstand. De Natura 2000-gebieden bevatten voor stikstof gevoelige habitats en zijn daarmee relevant voor de beoordeling van het aspect stikstofdepositie. Het nabijgelegen Natura 2000-gebied ‘Voordelta’ is niet stikstofgevoelig. Het plangebied en de omliggende Natura 2000-gebieden zijn weergegeven in onderstaande figuur.

Voordelta

Grevelingen

Kop van Schouwen

Oosterschelde

Figuur 1: Globale ligging voornemen ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden (groen) (bron: AERIUS-calculator)

blad 1 van 12

memonummer: 0471614.100-SSB-05 betreft: Stikstofberekening BPD Renesse

Figuur 2: Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000 gebied “Kop van Schouwen”

KADER STIKSTOFDEPOSITIE Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn vertaald in de Wet natuurbescherming (Wnb). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen bepaald. Dit kunnen behouds- of uitbreidings/verbeteringsdoelstellingen zijn. Het is verplicht om plannen en projecten te beoordelen op de gevolgen voor Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een vergunningsplicht als het project een significant gevolg kan hebben op een Nederlands Natura 2000-gebied (natuurvergunning als bedoeld in art. 2.7 lid 2 Wnb). Bij vaststelling van plannen moet het bevoegd gezag rekening houden met de gevolgen van het plan voor Natura 2000-gebieden (art. 2.7 lid 1 Wnb). Bij plannen of projecten in of in de nabijheid van een Natura 2000-gebied dient onderzocht te worden of de ontwikkeling een significant (negatief) gevolg op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben.

Indien na dit onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient met een passende beoordeling in kaart gebracht te worden wat de effecten van de activiteit op de natuurlijke kenmerken van de natura 2000-gebieden kunnen zijn. Wanneer uit de passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft en de natuurlijke kenmerken van de Natura 2000-gebieden gelet op de instandhoudingsdoelstellingen niet worden aangetast, staat de Wet natuurbescherming aan de besluitvorming van de natuurvergunning en het plan (voor wat betreft gebiedsbescherming) niet in de weg (art. 2.8 lid 3 Wnb). UITGANGSPUNTEN VOOR DE BEREKENINGEN Het voorgenomen initiatief leidt tot een emissie van NOx en NH3 vanwege de functiewijziging met het daarbij behorende verkeer. De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied wordt berekend met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (2021). Van elke te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats. In de

blad 2 van 12

memonummer: 0471614.100-SSB-05 betreft: Stikstofberekening BPD Renesse

berekeningsuitdraaien van AERIUS Calculator kunnen, na inladen in de calculator, zowel alle invoergegevens als alle resultaten ingezien worden. Het rekenjaar voor de gebruiksfase is 2023. Mogelijk dat de gebruiksfase later dan 2023 is. In dat geval kan deze berekening als worst-case beschouwd worden vanwege de afname van emissie voor verkeer per jaar. Dit komt door het steeds schoner wordende verkeer. Referentiesituatie De voorgenomen activiteit moet vergeleken worden met de referentiesituatie. Voor de natuurvergunning geldt als referentiesituatie de ‘vergunde situatie’.1 Voor bestemmingsplannen is dat anders. In beginsel geldt dat de referentiesituatie bij bestemmingsplannen wordt gevormd door het feitelijk, planologisch legaal gebruik voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan. Op dit uitgangspunt geldt een belangrijke uitzondering volgens de rechtspraak (ABRS 1 september 2021 (zie hierna)), die in dit geval van toepassing is. Binnen het plangebied waren de recreatieparken ‘Bona Fide’ en ‘Karavaan’ met receptiegebouw aanwezig. De integrale herontwikkeling van deze twee recreatieparken startte reeds in 2008, toen de plannen kenbaar werden gemaakt tot herontwikkeling (nieuwbouw en modernisering) van dit terrein tot een nieuw recreatiepark, inclusief centrumvoorzieningen.

Zie de Ontwikkelingsvisie van januari 2008 (bijlage 1) en het Masterplan van juli 2009 (bijlage 2). Sinds die tijd is er gesloopt ten behoeve van de herontwikkeling, waarbij geen nieuwe huurovereenkomsten meer zijn aangegaan. De twee parken zijn ten behoeve van voorgenomen ontwikkeling uiteindelijk in 2016 volledig geamoveerd. Uit de uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan en het exploitatieplan "Zandzoom 2019" (ABRS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960) volgt dat in het kader van interne saldering activiteiten meegenomen worden in de referentiesituatie, ook wanneer die beëindigd zijn voor de gehanteerde peildatum (voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan), als onomstotelijk vaststaat dat de activiteiten uitsluitend zijn beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. 1. Dat betekent dat uit een schriftelijk stuk, zoals een koopovereenkomst, moet blijken dat de activiteit is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Het gaat daarbij om een schriftelijk stuk dat dateert uit de periode dat de activiteit werd beëindigd of daarvoor. 2. Daarnaast moet uitgesloten zijn dat de activiteit sowieso zou zijn beëindigd voor de gehanteerde peildatum. 3.

Verder is vereist dat in de periode tussen de beëindiging van de activiteit en de vaststelling van het plan geen andere stikstofveroorzakende activiteiten zijn ontplooid op het desbetreffende perceel. Het is in overeenstemming met de Wnb om een al beëindigde activiteit die aan deze strikte voorwaarden voldoet mee te nemen in de referentiesituatie. Zo overweegt de Afdeling bestuursrechtspraak expliciet. Referentiesituatie onderbouwing Ter toelichting en verduidelijking van de te hanteren referentiesituatie, wordt hieronder op alle drie punten uit deze rechtspraak apart ingegaan. Daarin wordt bij punt 1 ingegaan op de te hanteren referentiedatum voor de referentiesituatie. In Punt 2 wordt nader onderbouwd dat de activiteit voor deze datum niet sowieso beëindigd zou zijn. Bij punt 3 wordt toegelicht dat er tussen de referentiedatum en nu geen stikstofveroorzakende activiteiten zijn ontplooid in het plangebied. Punt 1: Uit een schriftelijk stuk moet blijken dat de activiteit is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt. Voor de referentiedatum is aangesloten bij de uitspraak van de Raad van State over het bestemmingsplan en het exploitatieplan "Zandzoom 2019" (ABRS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1960). Op 24 september 2009 is de huur van de bewoners/recreanten van camping opgezegd per brief door Holding Bona Fide (zie figuur 3).

Figuur 3: Uitsnede opzeggingsbrief 24 september 2009, geanonimiseerd opgenomen in bijlage 3.

In de brief naar de bewoners staat dat het voornemen bestaat om een vakantiepark te maken, derhalve zal de huidige camping Bona Fide (zuidelijk deel) verdwijnen. Er wordt verzocht de staanplaats voor 1 november 2010 leeg en 1

Zie bijvoorbeeld ABRS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71 (Logtsebaan), r.o. 17.2.

blad 3 van 12

memonummer: 0471614.100-SSB-05 betreft: Stikstofberekening BPD Renesse

schoon op te leveren. Ook is in de brief te lezen dat dit ook geldt voor het noordelijke deel van camping Bona Fide en de Karavaan. Deze delen dienen geheel leeg te zijn per 1 november 2012. Uit het schriftelijke stuk, de brief naar de bewoners blijkt dat de activiteit (recreatieparken) in 2009 is beëindigd ten behoeve van de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt (nieuw vakantiepark). De volledige brief is als bijlage 3 bij dit document opgenomen. De referentiedatum is in dit geval 24 september 2009 (schriftelijke opzegging huurovereenkomsten). Punt 2: Uitgesloten moet zijn dat de activiteit sowieso zou zijn beëindigd voor de gehanteerde peildatum. De gehanteerde peildatum voor deze ontwikkeling is 24 september 2009. Op het plangebied daarvoor waren de twee recreatieparken ‘Karavaan’ en ‘Bona Fide’ aanwezig. Deze recreatieparken waren zeker al in 1995 op het plangebied gevestigd. Er was geen sprake van leegstand, maar van volle recreatieparken met vaste gasten. Er was sprake van een goed en vitaal bedrijf. Dit blijkt eveneens uit de luchtfoto’s van 2006 tot en met 2009. Daarin is te zien dat het plangebied volstond. Daarmee is uitgesloten dat de activiteit zou zijn beëindigd voor de gehanteerde peildatum.

Figuur 4: Plangebied tussen 2006 en 2009

Punt 3: Geen andere stikstofveroorzakende activiteiten ontplooid op het plangebied. Zoals gesteld is de referentiedatum in dit geval 24 september 2009 (schriftelijke opzegging huurovereenkomsten). Vanaf die datum zijn er geen andere stikstofveroorzakende activiteiten ontplooid op het plangebied. In 2009 zijn de huurovereenkomsten opgezegd met de huurders van de camping Bona Fide en Karavaan. Tussen 2009 en 2015 zijn de laatste huurders van de recreatieparken vertrokken. Dit is goed te zien op onderstaande luchtfoto’s van die tijd. De volle recreatieparken in 2009 zijn elk jaar steeds leger geworden tot en met 2016 waar de laatste huurders vertrokken zijn.

blad 4 van 12

memonummer: 0471614.100-SSB-05 betreft: Stikstofberekening BPD Renesse

Figuur 5: Plangebied tussen 2009 en 2012

Figuur 6: Plangebied tussen 2013 en 2016

Tussen 2016 en het heden zijn er geen nieuwe stikstofveroorzakende activiteiten ontplooid op het plangebied. Men is steeds bezig geweest met de ontwikkeling van een vakantiepark op het plangebied, zoals te zien is in onderstaande tabel 1.

blad 5 van 12

memonummer: 0471614.100-SSB-05 betreft: Stikstofberekening BPD Renesse

Tabel 1: Tijdslijn vanaf referentiedatum tot en met heden Datum Toelichting 2012, 20 Op 20 december 2012 is een raamovereenkomst gesloten tussen Bouwfonds (met BPD als rechtsopvolger) en december Arcus, ten behoeve van het onderzoeken van de haalbaarheid van het project om het nieuwe vakantiepark te realiseren binnen het huidige plangebied dat bestaat uit ‘Karavaan’ en ‘Bona Fide’. 2013, juni Het plangebied is vervolgens in 2013 aangekocht door de huidige initiatiefnemer met als doel om uitvoering te geven aan de eerdere plannen en het vakantiepark te moderniseren en te ontwikkelen (zie bijlage 4). De grondaankoop ziet toe op alle gronden van het plangebied waarvoor thans het bestemmingsplan in procedure wordt gebracht (zie figuur 7). Uit de koopovereenkomst tussen Holding Bona Fide B.V. (voormalige eigenaar plangebied) en Bouwfonds Arcus Renesse B.V. (waar het tegenwoordige BPD deel van uitmaakte) blijkt dat het plangebied aangekocht is. Daarin wordt omschreven dat het plangebied aangekocht wordt overwegende dat op grond van de Samenwerkingsovereenkomst de kopers het recht hebben tot het ontwikkelen en realisatie van het in de Samenwerkingsovereenkomst beschreven project.

Figuur 7: Uitsnede grondaankoop gebied (huidig plangebied: paarse contour)

2013

2015, 2016

2017, 2018

2020, 2021

In 2013 is een Samenwerkingsovereenkomst (zie bijlage 4) afgesloten waarin omschreven staat waarvoor de gronden verworven zijn en wat het doel is. Zoals beschreven is het doel om gezamenlijk recreatief vastgoed te ontwikkelen. Beschreven staat dat het de herontwikkeling betreft van de campingbedrijven Bona Fide en de Karavaan te Renesse tot een nieuw vakantiepark. In de jaren tot en met nu zijn er meerdere onderzoeken uitgevoerd ten behoeve van dit doel. Rond 2015-2016 zijn de resterende opstallen gesloopt ten behoeve van de nieuwe ontwikkeling van het vakantiepark. Daartoe is een stedenbouwkundig plan gemaakt in 2016 en is er contact geweest met de gemeente. In 2016 was er onvoldoende animo bij de verkoop waardoor het plan in 2017/2018 herontwikkeld is met inzet op hoge kwaliteit. Daartoe is meerdere malen overleg geweest met de gemeente. In 2019 is het vigerende bestemmingsplan “1e herziening Kop van Schouwen” vastgesteld. Het voorgenomen plan past daar (gelet op de bouwregels) niet binnen. Naar aanleiding van het bestemmingsplan is in 2020 overleg geweest met de gemeente en is een principeverzoek ingediend. In juli 2021 is op het plan een positieve grondhouding aangenomen door de gemeente. Daarvoor is een collegebesluit genomen op 29 juni 2021.

Uit de luchtfoto’s van 2016 tot en met nu (zie figuren 6 en 7) blijkt ook dat er geen stikstofveroorzakende activiteiten zijn ontplooid. Men was bezig met de realisatie van een nieuw vakantiepark. De luchtfoto’s laten zien dat het plangebied tussen die tijd steeds braakliggend was. Tussen 2020 en 2021 is het plangebied in gebruik als grasland, echter is deze in die tijd nooit bemest geweest blijkt uit contact met de gebruiker. Ook is geen sprake van saldering van activiteiten die gebruik maken van overgangsrecht.

blad 6 van 12

memonummer: 0471614.100-SSB-05 betreft: Stikstofberekening BPD Renesse

Figuur 8: Plangebied tussen 2017 en 2020

Figuur 9: Plangebied tussen 2021 en nu

Referentiesituatie uitgangspunten recreatie eenheden In de ontwikkelingsvisie 2008 worden de aantallen standsplaatsen genoemd die er op dat moment daadwerkelijk planologisch legaal waren gerealiseerd in het plangebied. Het gaat om 78 permanente standplaatsen en 33 nietpermanente standplaatsen (De Karavaan) en 303 permanente standplaatsen en 116 niet –permanente standplaatsen (Bona Fide). Totaal aantal feitelijk gerealiseerde permanente standplaatsen bedraagt 381 eenheden. Het totale aantal gerealiseerde niet-permanente standplaatsen betreft 149 stuks. Dat maakt een totaal aantal recreatie eenheden van

blad 7 van 12

memonummer: 0471614.100-SSB-05 betreft: Stikstofberekening BPD Renesse

530 voor De Karavaan en Bona Fide gezamenlijk. Waarvan 72 procent permanente standplaatsen waren en 28 procent niet-permanent. Vergund en bestemd (sinds 2013: inwerkingtreding bestemmingsplan ‘Kop van Schouwen’) waren voor de Karavaan: 70 permanente- en 45 niet-permanenten standplaatsen (115 standplaatsen in totaal) en voor Bona Fide: 352 permanente- en 100 niet-permanente standplaatsen. Dit betreffen in totaal (De Karavaan en Bona Fide gezamenlijk) 567 vergunde standplaatsen. In juli 2009 is een masterplan ‘Vakantiepark Renesse’ opgesteld (zie bijlage 2). Daarin staat beschreven dat er toentertijd 452 standplaatsen waren, waarvan 352 permanent (77 procent) en 100 niet-permanente plaatsen (23 procent). Dit aantal betreft de aantallen vergunde (en planologisch legale) standplaatsen in Bona Fide. Voor Karavaan bevat de Ontwikkelvisie geen verdere toelichting op de aantallen.

Figuur 10: Luchtfoto plangebied 2009 (bron: gemeente Schouwen-Duiveland)

Op de luchtfoto van het plangebied uit 2009 (geleverd door de gemeente Schouwen-Duiveland) zijn het receptiegebouw en in totaal 461 recreatie eenheden te tellen. Dit zijn minder eenheden dan uit de ontwikkelingsvisie januari 2008 (en het masterplan juli 2009) volgt. Zoals op de luchtfoto te zien is, zijn er ook plaatsen leeg. Deze zijn niet meegenomen in de berekening (worst-case). Uitgaande van de minst gunstige verhouding 72-28 tussen permanent en niet-permanente standsplaatsen, wordt voor de referentiesituatie dan (worst case) uitgegaan van in totaal (Karavaan en Bona Fide tezamen) 332 permanente en 129 niet-permanente feitelijke gerealiseerde en planologische legale standsplaatsen. Deze aantallen worden in het vervolg van dit onderzoek als uitgangspunt voor de referentiesituatie in de stikstofberekening genomen. Nu dit aantal ook lager is dan de vergunde situatie, kan deze referentiesituatie zowel voor het bestemmingsplan als voor de vraag of een natuurvergunning nodig is worden gebruikt. Gasverbruik Binnen het plangebied zijn de recreatieparken Bon Fide en Karavaan met centrale voorziening (receptiegebouw) verwijderd in het kader van de voorgenomen ontwikkeling.

blad 8 van 12

memonummer: 0471614.100-SSB-05 betreft: Stikstofberekening BPD Renesse

Het receptiegebouw en de permanente stacaravans werden op gas verwarmd en er werd op gas gekookt. De nietpermanente plaatsen zijn niet meegenomen in de berekening omdat deze geen continue gasverbruik hebben. Voor het receptiegebouw is uitgegaan van het kengetal uit de factsheet ‘Ruimtelijke plannen – emissiefactoren’ voor een vrijstaande woning van 3,0 kg NOx per jaar. De 332 stacaravans/permanente standplaatsen worden gelijkgesteld aan het kengetal uit de factsheet ‘Ruimtelijke plannen – emissiefactoren’ van appartementen. Volgens het kengetal heeft 1 appartement een uitstoot van 1,1 kg NOx per jaar. Het woonoppervlak van een stacaravan is daarentegen kleiner. Daarom is uitgegaan van 50 procent van de uitstoot (0,55 kg NOx per jaar). Er moet echter rekening worden gehouden met seizoensbezetting én met het gasverbruik in het seizoen voor de stacaravans. In de zomer is de bezetting hoger maar het gasverbruik verhoudingsgewijs lager en in de winter is het andersom. Uitgegaan is van een bezettingsgraad van 90% (6 maanden) in de zomerperiode en 25% in de winterperiode (6 maanden). Verwacht kan worden dat het gasverbruik in de zomer per permanente standplaats gemiddeld gezien lager is dan in de winter, omdat het in de zomer warmer is. Voor reguliere woningen geldt dat gemiddeld 20% van het gasverbruik in de zomer plaatsvindt en 80% in de winter (energievergelijken.nl).

De volgende uitgangspunten zijn gehanteerd: • Uitgaande van zomergasgebruik van 20% bedraagt het gasverbruik in de zomerperiode: 20% * bezettingsgraad = aantal % van het jaarverbruik. Dus bij een bezettingsgraad van 90% is dat 18% (20%*90%) van het theoretisch jaarverbruik. • Uitgaande van wintergasverbruik van 80% bedraagt het gasverbruik in de winterperiode: 80% * bezettingsgraad = aantal % van het jaarverbruik. Dus bij een bezettingsgraad van 25% is dat 20% (80%*25%) van het theoretisch jaarverbruik. De uitstoot komt hierbij neer voor de zomerperiode (322 * 0,55 * 18%) op 31,9 kg NOx, en voor de winterperiode (322 * 0,55 * 20%) op 35,42 kg NOx. De totale uitstoot bedraagt 67,3 kg NOx per jaar. In het voorgenomen plan komt deze uitstoot niet terug. Zie hierna onder het kopje ‘gebruiksfase’. Verkeersgeneratie De gemeente Schouwen-Duiveland heeft uitgesproken om een eenduidig systeem te willen hanteren waarmee de parkeernorm en verkeersgeneratie eenvoudig te berekenen is. Dit is uiteengezet in het beleid ‘Wijziging document regelgeving Agenda Toerisme 2018-2026: kengetallen parkeren en verkeer’ uit mei 2020. De CROW-publicaties maken gebruik van een grove categorisering. In de gemeente Schouwen-Duiveland zijn er daarnaast een groot aantal recreatieve verblijfsfuncties die niet binnen de categorisering van het CROW passen.

Om meer maatwerk te bieden is gekozen om de parkeernorm en bijbehorende verkeersgeneratie per recreatieve eenheid los te laten. Hiervoor in de plaats wordt het aantal parkeerplaatsen en de bijbehorende verkeersgeneratie per slaapplaats bepaald. Op deze manier creëer je de mogelijkheid voor meer maatwerk. Voor alle recreatieve eenheden wordt gerekend met 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen en een verkeersgeneratie van 2,2 mvt/etmaal per parkeerplaats. Dit geldt voor alle verschillende typen verblijfsrecreatie m.u.v. hotels. Van de 461 standplaatsen waren 332 permanente standplaatsen voor stacaravans met parkeerplaats aanwezig. De overige 129 plaatsen waren niet-permanente toeristische standplaatsen. Uit informatie van de opdrachtgever blijkt dat er per stacaravan of toeristische standplaats gemiddeld 4 slaapplekken aanwezig waren. Het receptiegebouw was ondersteunend bij de recreatieparken en is uitsluitend gebruikt door de bezoekers van de recreatieparken. Het had geen eigen verkeersgeneratie. Hieronder is de verkeersgeneratie op basis van het beleid van de gemeente SchouwenDuiveland weergegeven. Tabel 1: Verkeersgeneratie referentiesituatie (per etmaal) Slaapplekken Type woning Aantal Stacaravans 332 Toeristische standplaatsen 129 Totale verkeersgeneratie per etmaal

4 per eenheid 1.328 516

Parkeerplaatsen 1 per 3 slaapplekken 443 172

Verkeersgeneratie 2,2 mvt per parkeerplaats 975 379 1.354

De ontwikkeling heeft een totale extra verkeersgeneratie van 1.354 motorvoertuigen per etmaal, dat zijn 494.210 motorvoertuigen per jaar. Voor de verdeling tussen de verschillende voertuigtypen is aangenomen dat 98%, 1,5% en

blad 9 van 12

memonummer: 0471614.100-SSB-05 betreft: Stikstofberekening BPD Renesse

0,5% uit respectievelijk licht, middelzwaar en zwaar verkeer bestaat. Dit komt neer op worstcase circa 3 vrachtwagens per dag voor onder andere de levering en afhalen van goederen én afhalen van afval. Onderstaande verkeersverdeling is afgerond naar boven op hele voertuigen. Tabel 2: Vervoersverdeling referentiesituatie (per jaar) Totaal Licht verkeer 494.210

484.326

Middelzwaar verkeer

Zwaar verkeer

7.413

2.471

Realisatiefase Op 9 maart 2021 is de Wet stikstofreductie en natuurverbetering door de 1 e kamer aangenomen. Deze wet met bijbehorende AMvB, die op 1 juli 2021 van kracht is geworden, voorziet in een vrijstelling voor activiteiten van de bouwsector, zoals slopen en bouwen. De bij deze activiteiten vrijkomende emissies die zorgen voor een tijdelijke stikstofdepositie moeten bij de beoordeling of een natuurvergunning nodig is, buiten beschouwing worden gelaten (zie art. 2.9a Wnb en art. 2.5 Besluit natuurbescherming. Ook voor de plantoets is deze wetswijziging (met ecologische onderbouwing van de minister) relevant. Zo volgt uit paragraaf 5.4 uit de Nota van Toelichting bij het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering dat de partiële vrijstelling gebruikt kan worden bij het vaststellen van bestemmingsplannen: “Deze partiële vrijstelling kan ook helpen bij het vaststellen van bestemmingsplannen door gemeenten. Als het bestemmingsplan dient om bepaalde bouwactiviteiten of de aanleg of wijziging van werken mogelijk te maken, zal voor dit onderdeel van het plan kunnen worden verwezen naar het feit dat al een beoordeling door de wetgever heeft plaatsgevonden die een partiële vrijstelling voor de bouwfase van het project heeft vastgesteld.

Als gevolg daarvan kan bij de beschouwing van de stikstofemissies wat betreft de bouwfase gebruik worden gemaakt van de onderbouwing in de toelichting van het besluit.” Voor de tijdelijke emissies uit de aanlegfase wordt om die reden verwezen naar de ministeriele onderbouwing, waaruit volgt dat die emissie niet tot significante gevolgen kunnen leiden. Daarom is ten behoeve van dit voornemen voor wat betreft stikstofdepositie uitsluitend de gebruiksfase onderzocht. Gebruiksfase De ontwikkeling betreft 285 recreatiewoningen (inclusief ondersteunend centrumgebouw) met in totaal maximaal 1.850 slaapplekken. De bebouwing, inclusief de centrumvoorziening, wordt aardgasloos verwarmd (zonder uitstoot van stikstof). Daarom is uitsluitend met emissie van verkeersstromen gerekend. Het centrumgebouw is een ondersteunende functie bij het recreatiepark en zal uitsluitend gebruikt worden door de bezoekers van het recreatiepark. Het heeft geen eigen verkeersgeneratie. De verkeersgeneratie ten gevolge van de recreatiewoningen is bepaald op basis van het gemeentelijke beleid ‘Wijziging document regelgeving Agenda Toerisme 2018-2026: kengetallen parkeren en verkeer’ uit mei 2020. Hieronder is de verkeersgeneratie op basis van het beleid van de gemeente Schouwen-Duiveland weergegeven.

Tabel 3: Verkeersgeneratie gebruiksfase Type woning Aantal Recreatiewoningen 285 Totaal maximaal aantal slaapplekken

Slaapplekken divers programma 1.850

Parkeerplaatsen 1 per 3 slaapplekken 617

Verkeersgeneratie 2,2 mvt per parkeerplaats 1.358 1.358

De ontwikkeling heeft een totale extra verkeersgeneratie van 1.358 motorvoertuigen per etmaal, dat zijn 495.670 motorvoertuigen per jaar. Voor de verdeling tussen de verschillende voertuigtypen is aangenomen dat 98%, 1,5% en 0,5% uit respectievelijk licht, middelzwaar en zwaar verkeer bestaat. Dit komt neer op worstcase circa 3 vrachtwagens per dag voor onder andere de levering en afhalen van goederen én afhalen van afval. Onderstaande verkeersverdeling is afgerond naar boven op hele voertuigen.

blad 10 van 12

memonummer: 0471614.100-SSB-05 betreft: Stikstofberekening BPD Renesse

Tabel 4: Vervoersverdeling gebruiksfase (per jaar) Totaal Licht verkeer 495.670

485.757

Middelzwaar verkeer

Zwaar verkeer

7.435

2.478

Vervoersafwikkeling De verkeersafwikkeling is gemodelleerd vanaf het plangebied richting drie wegen naar de N57 toe. Richting het noorden en oosten gaat 66,6% van het verkeer via de Hogezoom, de Roelandsweg en de Lagezoom tot en met de rotonde met de N651. Vanaf de rotonde gaat 33,3% van het verkeer naar het noorden via de Helleweg tot en met de rotonde en aansluiting met de N57. De andere 33,3% gaat richting het oosten vanaf de rotonde via de N651 tot en met de aansluiting met de N57. De overige 33,3% gaat richting het zuiden via de Kooijmansweg en de N652 richting tot en met de rotonde met de N57. De N57 vormt de aansluiting op regionale doorgaande verbindingen. Er kan van uitgegaan worden dat de toename aan verkeer over de lengte van deze routes (meer dan 4,5 kilometer) op de maximale snelheid is gekomen. Een rotonde is daarnaast een natuurlijk rij- en stoppunt voor al het verkeer. De toename aan verkeer zal vanwege bovenstaande én de verwatering van het verkeer en de ruime modellering van het verkeer bij de rotondes opgegaan zijn in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt.

Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer (bron: BIJ12, Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021). Volgens verkeerscijfers van de Provincie Zeeland (bron: https://www.zeeland.nl/kaarten-en-cijfers/verkeerscijfers) heeft de N57 een verkeersintensiteit van tussen de 6.591 en 9.590 motorvoertuigen per etmaal in de omgeving van het plangebied. Gemiddeld gezien zijn dit 8.091 motorvoertuigen per etmaal. Vanaf de aansluitingen met de N57 zal het in noordelijke en zuidelijke richting verplaatsen. Dat is een toename van 221,81 motorvoertuigen per etmaal per richting. Dat is een toename van circa 2,7 procent (zonder rekening te houden met saldering (aantallen motorvoertuigbewegingen in de referentiesituatie)).

66%

33%

66% 33%

33%

Figuur 11: Verkeersafwikkeling

BEREKENINGSRESULTATEN EN CONCLUSIE In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een verschilberekening uitgevoerd tussen de referentiesituatie en de gebruiksfase. De berekende stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied is niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar. De grootste afname van berekende stikstofdepositie is zelfs 0,61 mol/ha/jaar op het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen.

blad 11 van 12

memonummer: 0471614.100-SSB-05 betreft: Stikstofberekening BPD Renesse

Geconcludeerd kan dan ook worden dat op voorhand er geen significante (negatieve) gevolgen zijn voor de beschermde habitats in de Natura 2000-gebieden voor wat betreft stikstofdepositie. De Wet natuurbescherming (art. 2.7 lid 1 Wnb) staat niet aan de vaststelling van het bestemmingsplan in de weg. Nu de gehanteerde feitelijke situatie als referentiesituatie in deze berekening ook lager is dan de vergunde situatie (referentiesituatie voor de natuurvergunning) geldt voor wat betreft stikstof er ook geen natuurvergunningplicht.

blad 12 van 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12227461/1