CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20221129 Raadsbrief ontwerpbestemmingsplan camping De Oase Renesse Bijlage Toelichting

Gemeenteraad 22 december 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken19.573 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Camping De Oase Renesse Schouwen-Duiveland

DATUM IMRO IDN

NL.IMRO.1676.00344BphRE-ON01

PROJECT PROJECTLEIDER

D.J.E.M. Gooijers MSc.

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

44002267.20201105

AUTEUR STATUS

ontwerp

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

6

1.1

Aanleiding en doel

6

1.2

Ligging plangebied

6

1.3

Geldend bestemmingsplan

7

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

10

2.1

Huidige situatie

10

2.2

Programma

11

2.3

Ruimtelijke opzet

13

2.4

Duurzaamheid

19

2.5

Doelgroep

20

Beleidskader

21

3.1

Inleiding

21

3.2

Rijksbeleid

21

3.3

Provinciaal beleid

23

3.4

Gemeentelijk beleid

27

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

34

4.1

Bodemkwaliteit

34

4.2

Niet-gesprongen explosieven

36

4.3

Archeologie

37

4.4

Cultuurhistorie

39

4.5

Waterhuishouding

40

4.6

Verkeersaspecten

41

4.7

Wegverkeerslawaai

44

4.8

Milieuhinder en bedrijven

45

4.9

Luchtkwaliteit

46

4.10

Ecologie

47

4.11

Externe veiligheid

55

4.12

Kabels en leidingen

56

4.13

Klimaatadaptatie

57

Hoofdstuk 3

3/67

4.14

Besluit m.e.r

58

Juridische aspecten

60

5.1

Wettelijk kader

60

5.2

Regels

60

Financiële aspecten

63

6.1

Grondexploitatie en kostenverhaal

63

6.2

Financiële uitvoerbaarheid

63

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

64

7.1

Resultaten overleg

64

7.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

67

7.3

Zienswijzen

67

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 7

4/67

Toelichting

5/67

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

Siblu is in 2018 eigenaar geworden van Camping De Oase. Ten behoeve van een toekomstbestendige bedrijfsvoering is er de wens kwaliteitsverbetering in combinatie met een vergroting van het aantal standplaatsen door te voeren. Daarbij worden onder andere de bestaande niet-permanente standplaatsen vervangen door permanente en zal er meer differentiatie komen in oppervlakte per accommodatie. De hoofdingang wordt daarnaast verplaatst naar de Lagezoom, dit gaat samen met de realisatie van een nieuwe receptie. Het huidige receptiegebouw zal van functie veranderen. Er komt een nieuw centrumgebouw met voorzieningen zoals een zwembad en horeca ten behoeve van het recreatiebedrijf. Naast het centrumgebouw komt een showterrein voor de verkoop van stacaravans uitsluitend aan (toekomstige) gasten van het recreatieterrein. De ontwikkeling past niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan. Het college heeft aangegeven in principe medewerking te willen verlenen aan de beoogde ontwikkeling. Hiervoor dient een nieuw bestemmingsplan te worden opgesteld. Onderliggend bestemmingsplan geeft hier uitwerking aan. Op 20 september 2022 zijn direct omwonenden en andere mogelijk belanghebbenden tijdens een informatieavond geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkeling. Meer informatie hierover is te vinden in paragraaf 7.2.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de Roelandsweg en Lagezoom ten zuiden van de kern Renesse in de gemeente Schouwen-Duiveland.

6/67

Figuur 1.1. Ligging plangebied, zie rode cirkel (Bron: Rho Basisviewer)

1.3

Geldend bestemmingsplan

Het geldende bestemmingsplan ter plaatse van het plangebied is het bestemmingsplan 'Kop van Schouwen', vastgesteld op 27 juni 2013. In het geldende bestemmingsplan zijn de gronden deels bestemd als 'Recreatie Kampeerterrein', 'Recreatie - Uit te werken' en 'Groen -Landschappelijk' met de functieaanduidingen 'bedrijfswoning', 'specifieke vorm van recreatie - dienstverlening en beheer' en 'wellness'. Ook zijn de maatvoeringaanduidingen 'maximaal aantal kampeerhuisjes: 50', 'maximum aantal permanente standplaatsen: 358', 'maximum aantal standplaatsen winterkamperen: 80', 'maximum aantal winterstalling: 40' en maximum totaal aantal standplaatsen: 512' van toepassing. Bij de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie dienstverlening en beheer' in het noorden van het plangebied is tevens een bouwvlak opgenomen met een maximale goot- en bouwhoogte van 4 en 8 meter. Verder geldt voor camping De Oase deels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6' en 'Waarde - Archeologie - 7'. In figuur 1.2 is een uitsnede van het bestemmingsplan 'Kop van Schouwen' weergegeven. Op basis van het geldende bestemmingsplan zijn voor de camping 512 eenheden toegestaan.

7/67

Figuur 1.2 Uitsnede bestemmingsplan 'Kop van Schouwen' met rood omkaderd het plangebied (Bron: Ruimtelijke Plannen, bewerking Rho adviseurs) De gronden met de bestemming 'Recreatie - Kampeerterrein' zijn bestemd voor recreatie in kampeermiddelen en gebouwen welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf door personen die hun hoofdverblijf elders hebben. Ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning' is één bedrijfswoning toegestaan, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - dienstverlening en beheer' zijn dienstverlening, zwembaden en overige voorzieningen ten behoeve van de verblijfsrecreatie op hetzelfde terrein mogelijk. Ter plaatse van de aanduiding 'wellness' mag een schoonheidscentrum met bijbehorende wellness- en fitnessfaciliteiten aanwezig zijn. Daarnaast zijn bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen, sanitairvoorzieningen, nutsvoorzieningen parkeervoorzieningen en (ontsluitings)wegen, spel-, sport- en speelvoorzieningen en kleinschalige dagrecreatieve voorzieningen, voorzieningen voor beheer en onderhoud en andere voorzieningen ten dienste van de bestemming, zoals verblijven voor de tijdelijke huisvesting van het op het bedrijf werkzaam zijnde recreatie personeel en seizoenwerkers toegestaan.

De gronden met de bestemming 'Recreatie - Uit te werken' zijn bestemd voor een kampeerterrein, een bedrijfswoning per recreatiebedrijf en de daarbij behorende landschappelijke inpassing. Tenslotte zijn de

8/67

gronden bestemd voor de bij de bestemming behorende voorzieningen zoals erven, groen-, parkeer-, nutsvoorzieningen, tuinen, water, waterhuishoudkundige voorzieningen en wegen. Het aantal standplaatsen wordt met 77 uitgebreid tot een totaal van 589. De nieuwe standplaatsen zijn gelegen op de gronden waar de bestemming 'Recreatie - Uit te werken' geldt. Het nieuwe centrumgebouw past daarnaast niet geheel in het bestaande bouwvlak. Ook het aantal permanente standplaatsen is voor de toekomst niet toereikend. Deze elementen van de gewenste bedrijfsvoering passen niet binnen de kaders van het geldende bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

In het Besluit ruimtelijke ordening is aangegeven waaraan een toelichting op een bestemmingsplan moet voldoen. De in het plan gemaakte keuze van bestemmingen moeten worden verantwoord en er moet inzicht worden gegeven over de uitvoerbaarheid van een plan. In verband hiermee heeft deze toelichting de volgende opzet. In hoofdstuk 2 worden de huidige situatie beschreven. Vervolgens worden de nieuwe situatie en de verschillende bijbehorende aspecten van het plan toegelicht. In hoofdstuk 3 is de voorgenomen ontwikkeling getoetst aan vastgesteld beleid van verschillende overheden. In hoofdstuk 4 is het plan getoetst aan omgevingsaspecten (sectorale wetgeving). In hoofdstuk 5 wordt wijze waarop de nieuwe situatie planologisch-juridisch is verwerkt in dit bestemmingsplan toegelicht. In hoofdstuk 6 en 7 wordt ingegaan op respectievelijk de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid. In het laatste hoofdstuk wordt ook de procedure beschreven.

9/67

Hoofdstuk 2

2.1

Planbeschrijving

Huidige situatie

Camping De Oase is gelegen aan de Roelandsweg te Renesse. De camping is een langgerekt terrein dat loopt van het Hogezoom naar de Lagezoom. Er zijn duidelijke hoogteverschillen aanwezig. In de huidige situatie wordt de camping ontsloten via de Roelandsweg. Daar is de receptie aanwezig met een kleine winkel, een kinderclub, een eigenaarslounge (ruimte voor eigenaren van recreatieobjecten met gedeelde faciliteiten zoals een zitkamer) en een showterrein voor de verkoop van stacaravans aan (toekomstig) gasten van het recreatiebedrijf. Over het terrein heen is een verdeling van jaarplaatsen (permanente standplaatsen) en camper/kampeerplaatsen (niet-permanente standplaatsen) met bijbehorende voorzieningen zoals sanitairgebouwen. Het terrein is groen omzoomd.

Figuur 2.1 Huidige situatie, plangebied rood omrand (Bron: Rho Basisviewer) De huidige camping heeft een oppervlakte van circa 15,2 ha dat in gebruik is voor standplaatsen en

10/67

voorzieningen.

Figuur 2.2 Plattegrond huidige situatie Camping De Oase (Bron: Camping De Oase)

2.2

Programma

Totale ontwikkeling Siblu wil op het terrein voorzieningen aanbrengen die bij de gewenste toekomstige bedrijfsvoering van Siblu passen. Hierdoor wordt de bestaande Camping De Oase heringericht en uitgebreid. Om de camping uit te breiden is extra benodigde grond aangekocht (zie figuur 2.3). Ten behoeve van de toekomstige ontwikkeling is een kwaliteitsverbeteringsplan gemaakt. Dit is bijgevoegd in bijlage 1.

11/67

Figuur 2.3 Uitbreidingsdeel Camping De Oase (Bron: Google Maps, bewerking Rho adviseurs) Standplaatsen Na de herinrichting bestaat de camping volledig uit permanente standplaatsen, die jaarrond in gebruik kunnen zijn. De camping zal bestaan uit maximaal 589 recreatieverblijven waarvan 39 kampeerhuisjes en 550 stacaravans. Ten behoeve van de gewenste differentiatie in oppervlakte mogen 473 stacaravans maximaal 50 m2 bedragen (inclusief berging), 77 stacaravans 55 m2 en de 39 kampeerhuisjes 75 m2. De totale oppervlakte bedraagt daarmee 30.810 m2. De oppervlakte van de camping bedraagt in de toekomst afgerond 23,7 ha. Hiermee wordt voldaan aan de Zeeuwse Kustvisie en de gemeentelijke Agenda Toerisme, die maximaal 13% invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie toelaten. Ten behoeve van de uitbreiding is een duurzaamheidsplan opgesteld om te voldoen aan het duurzaamheidsbeleid van de gemeente (paragraaf 3.4.2). Dit duurzaamheidsplan is opgenomen in bijlage 2.

12/67

Verschillende deelgebieden worden heringericht (zie figuur 2.4), waarbij er een aanzienlijke reductie van het aantal standplaatsen per hectare plaatsvindt. Deze eenheden worden uitgeplaatst naar het uitbreidingsterrein (deelgebied 11 en 12). Hier worden ook de extra eenheden geplaatst. De beoogde ontwikkelingen ten aanzien van de standplaatsen zijn opgenomen in tabel 2.1. Het feitelijke planologische verschil is dat 154 eenheden die voorheen alleen toeristisch (niet-permanent) gebruikt mochten worden nu permanente standplaatsen worden. Zoals aangegeven worden er 77 standplaatsen toegevoegd. Tabel 2.1 Beoogde ontwikkelingen ten aanzien van de standplaatsen 2022 beoogd Toeristisch 154 0 Permanent 308 550 Kampeerhuisje 50 39 Totaal 512 589

verschil -154 +242 -11 77

Centrumvoorzieningen en showterrein Ten behoeve van de verblijfsrecreanten op de camping wordt een nieuw centrumgebouw opgericht aan de noordzijde van het plangebied. Naast een nieuwe horecagelegenheid met terras en een nieuwe winkel komen hier ook een voetbalveld en zwembad. De bestaande eigenaarslounge blijft behouden. Alle voorzieningen in het centrumgebouw zijn voor gebruik van recreanten op de camping en kunnen niet zondermeer door anderen bezocht worden. Het bestaande showterrein wordt uitgebreid zodat maximaal 14 showmodellen van stacaravans geëxposeerd kunnen worden. Deze zijn voor verkoop aan uitsluitend (toekomstige) gasten van het nu voorliggende recreatieterrein. Receptiegebouw Lagezoom De nieuwe hoofdentree van de camping wordt gesitueerd aan de Lagezoom. Hier zal een nieuw receptiegebouw geplaatst worden voor de ontvangst van gasten.

2.3

Ruimtelijke opzet

De huidige oppervlakte van camping De Oase is ruim 15,2 ha. Extra benodigde grond om het totale plan te kunnen realiseren is ruim 8,4 ha (zie figuur 2.3). De oppervlakte van de camping bedraagt in de toekomst afgerond 23,7 ha. De toekomstige camping is in 12 deelgebieden in te delen (zie figuur 2.4).

13/67

Figuur 2.4 Indeling deelgebieden Camping De Oase (Bron: Rho adviseurs) Inrichtingsplan veld 1 Veld 1 vormt het centrumgebied van de camping. Het huidige gebouw met receptie en winkel wordt gesloopt nadat een nieuw centrumgebouw is gebouwd. In het nieuwe centrumgebouw zijn de volgende programma onderdelen te vinden: Bar/entertainment ruimte (575 m2); Binnenspelen (circa 280 m2); Zwembad (490 m2); Informatiebalie (circa 75 m2) en winkel (circa 70 m2). Het gebouw gaat in principe uit van één laag, de installaties bevinden zich echter in de nok van het dak op een aparte verdieping. Daarnaast is er ook een verhoogde constructie voor de glijbaan van het zwembad. De bestaande bebouwing met eigenaarslounge en kantoorruimte blijft behouden. In het gebied komt ook het showterrein, een voetbalveld en speelterrein. Vanaf het terras bij het centrumgebouw zijn deze functies te overzien.

14/67

Ten behoeve van dit nieuwe centrumgebouw en het behoud van de bestaande bebouwing is in voorliggend bestemmingsplan een bouwvlak opgenomen met een toegestane goot- en bouwhoogte van 4 om 8,5 meter. In de bouwregels behorend bij artikel 4 is de maximale accenthoogte van de glijbaan vastgelegd. De uiteindelijke bebouwing (minus overkapping) in dit centrumgebied heeft een oppervlak van circa 2.000 m2. Het nog later te slopen gebouw maakt hier geen onderdeel van uit. Om te borgen dat niet het gehele bouwvlak volgebouwd kan worden is een bebouwingspercentage opgenomen van 50%. De huidige hoofdentree aan de Roelandsweg wordt in de toekomst slechts gebruikt voor bevoorrading van de camping en de centrumvoorzieningen en door bezoekers van het showterrein. Ook is het een langzaam verkeersontsluiting voor eigen gasten. Veld 2, 3, 4 en 4b Op veld 2, 3, 4 en 4b worden enkele eenheden verwijderd die liggen binnen de groenbestemming dan wel te kleine standplaatsen hebben. Op veld 4b staat een deel van de kampeerhuisjes. Op de andere velden zijn stacaravans toegestaan met een oppervlakte van 50 m2 (inclusief berging). De te verwijderen eenheden worden uitgeplaatst naar veld 11. Inrichtingsplan veld 5 De huidige wegenstructuur vormt het uitgangspunt voor de nieuwe verkaveling van veld 5. De bestaande camper/kampeerplaatsen inclusief het sanitairgebouw komen te vervallen.

Daarvoor in de plaats komen 58 permanente standplaatsen en een parkeerkoffer. De standplaatsen hebben een grootte van circa 200 m2. De stacaravans hebben een maximale oppervlakte van 50 m2 (inclusief berging). Twee groene assen zorgen voor een robuuste geleding van het terrein. Veld 6, 7, 8, 9 en 10 Op deze velden zal geen wijziging van het aantal standplaatsen en eenheden plaatsvinden. Veld 7 is geschikt voor kampeerhuisjes, op de overige velden zijn stacaravans toegestaan met een oppervlakte van 50 m2 (inclusief berging). Inrichtingsplan veld 11 Op het uitbreidingsterrein komen 115 permanente standplaatsen voor stacaravans (maximaal 50 m2, inclusief berging). De kavels hebben een oppervlakte van circa 200 m2. Bij de entree bevinden zich de receptie en een centrale parkeerplaats. Ten behoeve van dit receptiegebouw is in voorliggend bestemmingsplan een ruim bouwvlak opgenomen met een goot- en bouwhoogte van 4 om 4 meter. Inrichtingsplan veld 12 Ten westen van veld 11 is ruimte beschikbaar voor 77 extra permanente standplaatsen met een centrale openbare ruimte in de vorm van water, boomgaard en bos. De stacaravans hebben een oppervlakte van maximaal 55 m2 (inclusief berging). Veld 12 wordt opgedeeld in tweeën, een westelijk en oostelijk deel. Op de grens tussen deze delen loopt een brede sloot/vijvers.

De hoofdroute loopt door dit deel van de camping en sluit aan op bestaande routes.

15/67

Figuur 2.5 De inrichtingsplannen voor camping de Oase Kavelpaspoort De indeling van een kavel bestaat uit de elementen bebouwing, verharding, bomen en haagbeplanting (zie figuur 2.6). Tussen de accommodaties is er minimaal 5 meter ruimte aan voor en achterkant in verband met de brandveiligheid. Elk kavel telt 2 parkeerplaatsen: een permanente plek (verhard) en een plek voor overloop parkeren. Bomen zijn voornamelijk gesitueerd aan de achterzijde, behalve wanneer het bestaande bomen betreft. Aan de voorzijde van de kavel kunnen lage bomen en struiken geplant worden, zodat zichtlijnen over de kavel niet te veel verstoord worden. De kavels worden gescheiden met haagbeplanting. De maximale bouwhoogte van stacaravans is 5 meter, van kampeerhuisjes 5,5 meter. Deze maatvoering is vastgelegd in de bouwregels van artikel 4 van dit bestemmingsplan.

16/67

Figuur 2.6 Kavelpaspoort invulling standplaats (Bron: Rho adviseurs) Speelvoorzieningen Ten minste 2% van de gronden bestemd ten behoeve van de camping moeten ingevuld worden met ruimte voor spel- en speelvoorzieningen. De nieuwe camping kent straks 4 centrale plekken met speelvoorzieningen, namelijk de speelvoorzieningen in en rondom het centrumgebouw, twee speelplaatsen in veld 5 en 11 en een speelvijver in veld 12. In totaal is daarmee 3,5% van de gronden in de toekomst ingericht ten behoeve van het spelen. Parkeren Op basis van de gewijzigde Agenda Toerisme 2018-2026 (2020) is het aantal parkeerplaatsen per recreatieve eenheid vastgelegd op 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen. Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk per standplaats 6 slaapplaatsen te hebben. In dat geval zijn 2 maal 589 standplaatsen en daarmee 1.178 parkeerplaatsen voor recreanten benodigd. De nieuwe standplaatsen krijgen zoals zichtbaar in figuur 2.6 twee parkeerplaatsen op eigen terrein. De

17/67

bestaande en te behouden standplaatsen blijven zoals nu ingericht. Bij de standplaatsen zelf zijn daarmee in de toekomst 889 parkeerplaatsen aanwezig. Naast de nieuwe ingang aan de Lagezoom en in veld 5 komen extra parkeervelden. Hier kunnen 141 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Het totale aanbod is dus 1.030 parkeerplaatsen. Dit is ruim voldoende voor het gemiddelde aantal bedden van 4,8 per accommodatie. Binnen het inrichtingsplan zijn groenstroken waarin parkeerstroken zullen worden gerealiseerd. Het zijn 4 locaties waar in totaal 164 parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden. Het totaal aantal parkeerplaatsen komt dan op 1.194. Hiermee wordt voldaan aan de parkeernorm waarbij alle recreatieve eenheden 6 bedden hebben. Routes en ontsluitingen Door het gehele park loopt een hoofdroute die de basis vindt aan de ingang bij de Lagezoom. Langs de hoofdweg komt een wandelpad. Op het bestaande gedeelte ligt dit pad langs de weg. Op de uitbreiding ligt het wandelpad los van de weg. Over de camping loopt ook een vrij liggend fietspad. Ter hoogte van veld 5 blijft de bestaande ontsluiting op de Roelandsweg behouden. Deze zal net als in de huidige situatie in de basis afgesloten zijn. Ter hoogte van de ondersteunende technische faciliteiten in het zuidoosten van het plangebied blijft de bestaande ontsluiting op de Roelandsweg tevens behouden.

Deze zal incidenteel gebruikt worden voor bevoorrading. Beide ontsluitingen kunnen tevens dienen als calamiteitenontsluiting. De routes en ontsluitingen voldoen aan de vereisten van de brandweer voor wat betreft maatvoering, stevigheid en draagkracht van de wegondergrond. Landschappelijke inpassing en verlichtingsplan Ten behoeve van de gewenste kwaliteitsverbetering wordt de camping verder landschappelijk ingepast. De bestaande groene wal met struweelbeplanting aan de Lagezoom en Roelandsweg blijft behouden. Aanvullende beplanting komt aan de zijde van de Roelandsweg ter hoogte van het nieuwe centrumgebouw, bij de nieuwe receptie en daarmee aan de Lagezoom. Deze laatste beplanting krijgt de vorm van een boomgaard. Ook het uitbreidingsterrein (veld 11 en 12) worden geheel groen omzoomd. De groenstroken voldoen aan de vereisten van 10 meter breed of 5 meter breed op een wal van 2 meter. Onderdeel van het kwaliteitverbeteringsplan is ook een verlichtingsplan. Fasering In het eerste jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is zullen de receptie en de ingang worden verplaatst. In jaar 1 wordt ook een start gemaakt met de aanleg van velden 11 en 12. In jaar 2, 3 en 4 na bestemmingsplan onherroepelijk zullen de velden 11 en 12 worden opgeleverd.

De bouw van het nieuwe centrumgebouw zal starten in het eerste jaar en oplevering in het tweede jaar nadat het bestemmingsplan onherroepelijk is. Deelgebieden 2, 3 en 4 worden in het jaar erna ingericht. Deelgebied 5 wordt in het vierde jaar omgevormd naar vaste standplaatsen.

18/67

2.4

Duurzaamheid

In het kader van de Zeeuwse Kustvisie en het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland mag camping De Oase 15% uitbreiden in het aantal eenheden (de genoemde 77), mits wordt voldaan aan vereisten rondom duurzaamheid en circulariteit. Duurzaamheid en de transitie naar duurzame energie bronnen spelen daarom bij de herinrichting en uitbreiding een belangrijke rol. De verduurzaming van camping De Oase wordt ook gezien als een kans om het bedrijf toekomstbestendig te ontwikkelen. In het kader van verduurzaming worden o.a. de volgende acties in de loop van de komende jaren uitgevoerd. Het gehele duurzaamheidsplan is bijgevoegd in bijlage 2. Energie Het nieuwe centrumgebouw met zwembad en aanvullende faciliteiten wordt ontwikkeld conform BENG normen en eisen voor circulariteit en zoveel mogelijk energieneutraal en gasloos (voor zover dat naar de stand van de techniek, technisch en economisch redelijk uitvoerbaar is) De 77 extra stacaravans zullen geen gasaansluiting (propaan) meer hebben, maar van duurzame energie voorzien worden. Duurzame energie wordt zelf (deels) opgewekt. Zonnepanelen komen bijvoorbeeld op het centrumgebouw en op mogelijk toekomstige overkappingen van parkeerterreinen. Deze overkappingen zijn nu geen onderdeel van de planvorming.

Voor de bestaande stacaravans wordt tevens een toolkit opgesteld waarmee op logische momenten energiebesparende maatregelen kunnen worden uitgevoerd. Dit kan zijn: inzetten van aan/uit hoofdschakelaars waarmee bij langdurige afwezigheid alle apparatuur wordt uitgeschakeld, bewegingssensoren, automatische thermostaten, inzet LED-verlichting, de boiler vervangen door een warmtepomp, vervangen van witgoed door energiezuinige exemplaren, gebruik van ecogas en inzetten waterbesparende douchekoppen. In de openbare ruimte worden LED-verlichting en bewegingssensoren toegepast zodat daarmee het energieverbruik verminderd wordt. Circulariteit De Oase is samen met enkele Zeeuwse partners een onderzoek aan het doen naar de mogelijkheid voor lokale productieketen van circulaire stacaravans. De stacaravans zijn bij voorkeur modulair en herbruikbaar. Biodiversiteit In het kader van de landschappelijke inpassing is ook gekeken naar het vergroten van de biodiversiteit. Extra wateroppervlakte en het gebruik van inheemse beplanting kan hier een bijdrage aan leveren. Overig De hoeveelheid afval wordt verkleind door een duurzaam inkoopbeleid, het zo veel mogelijk vermijden van single use en het informeren/begeleiden van gasten.

19/67

De hemelwaterafvoer is grotendeels reeds afgekoppeld van het riool en wordt afgevoerd naar de omliggende sloten en de centrale waterpartij in veld 12. Verharde oppervlaktes worden zoveel mogelijk in open en half open verharding uitgevoerd.

2.5

Doelgroep

Qua verkoop van de stacaravans probeert De Oase het gat op te vangen tussen de normale kampeerder en de grotere vakantiehuizen die gebouwd worden. Hiermee richt De Oase zich op het middensegment. Ook qua verhuur richt De Oase zich op het middensegment. Hierbij sluit het aan bij de toeristische doelgroep die veelvuldig terug te vinden is in de gemeente Schouwen-Duiveland. Meer informatie over de aansluiting van het concept bij de beoogde doelgroep is terug te vinden in de laddertoets (zie hoofdstuk 3.2.3).

20/67

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3 Tot slot wordt in paragraaf 3.4 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is.

Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeemverantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden.

21/67

De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Toetsing Het planvoornemen is op nationaal niveau dermate kleinschalig dat het geen invloed heeft op de nationale belangen. Het beleid inzake het uitbreiden van standplaatsen en het realiseren van een nieuw centrumgebouw wordt dan ook neergelegd bij de decentrale overheden. In dit bestemmingsplan zijn geen strijdigheden met de uitgangspunten uit de NOVI opgenomen. Het plan draagt wel bij aan het nationale belang van een duurzame ontwikkeling. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in de SVIR (voorganger NOVI). Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de SVIR/de NOVI wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau.

Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainport-ontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. Toetsing Het Barro kent geen directe uitgangspunten of uitvoeringsprogramma's die op voorliggend plangebied van toepassing zijn. 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. In het Bro (artikel 3.1.6 lid 2) is opgenomen dat bij een ruimtelijk plan, dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, de ladder voor duurzame verstedelijking doorlopen moet worden. Aangetoond moet worden dat er behoefte is aan de betreffende ontwikkeling en, indien de ontwikkeling plaatsvindt buiten bestaand stedelijk gebied, waarom de betreffende locatie het meest geschikt is. Toetsing Recreatieve eenheden Onderliggende ontwikkeling maakt naast de herinrichting ook de uitbreiding van de camping met 77 permanente eenheden mogelijk. Ook wordt een nieuw centrumgebouw opgericht met voorzieningen gericht op de recreanten op de camping. Het toevoegen van gebouwde recreatieve voorzieningen wordt gezien als stedelijke ontwikkeling. Een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking is daarmee benodigd om aan te tonen dat er voldoende vraag is naar de beoogde voorziening in de markt. Deze laddertoets is opgenomen in bijlage 3.

Ook is antwoord gegeven op de vraag waarom de ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden en of er sprake is van een goede ligging ten opzichte van de bestaande infrastructuur. Om de behoefte te bepalen is een markttoets uitgevoerd naar zowel de verkoop- als de verhuurmarkt voor

22/67

stacaravans. Hierbij is gebruik gemaakt van o.a. trendrapportages. Het marktgebied is daarbij de gemeente Schouwen-Duiveland. Het volgende kan hieruit geconcludeerd worden: De koopmarkt voor stacaravans is gunstig. Er is behoefte aan het kopen van een stacaravan op een camping in Zeeland. De praktijk laat zien dat de vraag naar stacaravans/jaarplaatsen groter is dan het aanbod. Er zijn dan ook vaak wachtlijsten en de looptijd is erg kort. De huurmarkt is positief. Het concept en de camping zijn niet heel onderscheidend, waardoor de additionele vraag gering is. De vraag komt dus bijna volledig vanuit vraaggroei in de reguliere markt. Er is sprake van een gedegen prijs-kwaliteitverhouding. De kwaliteit van de stacaravans en de camping is voldoende. De prijs richt zich op het middensegment. Er is dan ook een duidelijke doelgroep, aanvullend op wat er al is. De ontwikkeling en uitbreiding vinden plaats op de plek van de bestaande camping en kan niet worden ontwikkeld in bestaand stedelijk gebied. Er zijn geen belemmeringen als het gaat om de infrastructuur. De ontsluitingen sluiten aan op de bestaande infrastructuur en er worden maatregelen genomen voor piekmomenten, zodat er geen belemmeringen zijn te verwachten. Centrumgebouw In het centrumgebouw worden verschillende voorzieningen ten dienste van het recreatiebedrijf ondergebracht.

Deze voorzieningen zijn op dit moment planologisch reeds toegestaan. Dit en gezien de beperkte in toename van de omvang (minder dan 500 m2 per type voorziening) maakt dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat voor deze voorzieningen geen toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking benodigd is.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsplan Zeeland 2018 Op 21 september 2018 hebben Provinciale Staten van Zeeland het Omgevingsplan Zeeland 2018 vastgesteld. Het Omgevingsplan Zeeland 2018 bevat de hoofdlijnen uit alle provinciale beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving. Het gaat over de onderwerpen economie, ruimte, mobiliteit, natuur, cultuur, water en milieu. De provincie wil Zeeland als unieke bestemming sterker positioneren. De Zeeuwse natuur en het Zeeuws specifieke natuur- en cultuurlandschap worden de basis voor het onderscheidend vermogen genoemd. Verblijfsrecreatieve ontwikkelingen, zoals uitbreiding van eenheden en/of oppervlakte van bestaande verblijfsrecreatiebedrijven, moeten voldoen aan de hoofdlijnen van het ‘ontwikkelkader’ van de Kustvisie. Deze zijn opgenomen in het Omgevingsplan. De uitbreiding dient bij te dragen aan het produceren van landschap en integraal onderdeel uit te maken van de omgeving (landschap en samenleving). Om de potentie van Zeeland te benutten, wordt in het Omgevingsplan ingezet op het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering, innovatie, differentiatie en regionaal onderscheidend vermogen in de recreatiesector. Bestaande verblijfsrecreatiebedrijven worden gestimuleerd te investeren tot het maken van een kwaliteitsslag. Hiervoor is het aanjaagprogramma innovatie opgezet.

23/67

Er wordt ingezet op het behouden van gebieden die waardevol zijn voor de beleving van de kernkwaliteiten van Zeeland. Natuur, landschap en erfgoed zijn hierin belangrijke onderdelen. Gebieden waar weidsheid, stilte en duisternis die de beleving van deze groene topkwaliteit nog intenser maakt worden beschermd. Toetsing Zowel de bestaande camping als het uitbreidingsdeel bevinden zich niet binnen de door de provincie aangeduide 'badplaatsen'. Dit zijn de locaties waar het toerisme in Zeeland zich concentreert. Camping De Oase bevindt zich direct naast deze begrenzing, het zogenaamde bedrijfsrecreatief gebied (zie figuur 3.3). Hier liggen ook veel recreatiebedrijven die samen met de badplaatsen het hart van de economische motor aan de Zeeuwse kust vormen. De transformatie bestaat uit de herinrichting van de bestaande camping en uitbreiding van de aangrenzende gronden tot meer standplaatsen behorende bij de camping. Er worden kwalitatief hoogwaardige accommodaties op de camping gerealiseerd. De transformatie speelt in op de behoefte aan middensegment accommodaties voor verblijfsrecreatie. Bovendien wordt rekening gehouden met duurzaamheid en energiezuinigheid en hiervoor worden diverse maatregelen getroffen bij de inrichting van het terrein en de accommodaties. Hiermee wordt ingespeeld op de door de provincie gestimuleerde kwaliteitsslag.

Tot slot wordt ook aangesloten bij het Zeeuws DNA. Meer informatie hierover is opgenomen in het kwaliteitverbeteringsplan dat is opgenomen in bijlage 1.

24/67

Figuur 3.1 Begrenzing badplaatsen Omgevingsplan Zeeland 2018 (Bron: provincie Zeeland) 3.3.2 Omgevingsverordening Zeeland 2018 In de Provinciale Omgevingsverordening 2018 (inclusief 1e t/m 7e wijziging) is het beleid uit het Omgevingsplan vertaald in regelgeving. Toetsing Camping de Oase ligt zoals aangegeven in paragraaf 3.3.1 buiten de door de provincie aangewezen badplaatsen, maar wel binnen de zogenaamde kustzone. In artikel 2.10 zijn de regels voor verblijfsrecreatie binnen de kustzone benoemd. In lid 5 van artikel 2.10 staat dat uitbreiding van een bestaand verblijfsrecreatieterrein buiten de aangegeven badplaatsen is toegestaan met dien verstande dat voldaan wordt aan de in de bijlage D onder 1 A t/m D opgenomen uitgangspunten. Omdat het ontwikkelkader zoals opgenomen in bijlage D integraal is verwerkt en op onderdelen is aangescherpt/aangevuld in de vastgestelde beleidsnota 'Agenda Toerisme 2018-2026' van de gemeente Schouwen-Duiveland, is meer informatie hierover opgenomen in paragraaf 3.4.2. Het plangebied is niet gelegen in een aangewezen aandachtsgebied of onderdeel van de Groene Zeeuwse Topkwaliteit. Ook is het geen onderdeel van agrarisch gebied van ecologische betekenis en/of bestaande en nieuwe natuur.

25/67

3.3.3 Zeeuwse Kustvisie De Zeeuwse kust is van groot belang voor Zeeland én Nederland vanwege het behoud en de versterking van de waterveiligheid en natuurwaarden, het Zeeuwse DNA in landschap en erfgoed, alsmede de economie en werkgelegenheid. De diversiteit aan functies maakt mede dat er discussie is over de gewenste ontwikkeling van de Zeeuwse kust. Met het opstellen van de Zeeuwse Kustvisie is invulling gegeven aan de opgaven in de kustzone en wordt tegemoetgekomen aan de afspraken in het Nationale Kustpact. Toetsing Op basis van de Zeeuws Kustvisie ligt het plangebied binnen het zogenaamde verblijfsrecreatieve gebied (zie figuur 3.2).

Figuur 3.2 Uitsnede Zeeuwse Kustvisie, plangebied rood omcirkeld (bron: Provincie Zeeland) In deze gebieden wordt, zoals ook aangegeven in het Omgevingsplan, gestimuleerd tot kwaliteitsverbetering en differentiatie bij bestaande recreatieverblijven. Het daarbij behorende ontwikkelkader is hetzelfde zoals opgenomen in bijlage D onder 1 A t/m D van de Omgevingsverordening. De beoogde ontwikkeling voldoet hieraan, zie paragraaf 3.4.2.

26/67

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Strategische Visie 'Tij van de Toekomst 2011-2040' De gemeenteraad heeft op 3 oktober 2011 de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst' vastgesteld. In de visie is opgenomen hoe de gemeente Schouwen-Duiveland er in 2040 uit zou moeten zien. In de strategische visie staat de volgende ambitie centraal: 'In 2040 kent vakantie-eiland Schouwen-Duiveland een toonaangevende watereconomie die de duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten'. In de visie zijn de drie strategische doelen 'werken', 'wonen' en 'verblijven' uitgewerkt. Voor het onderliggende plan zijn met name de strategische doelen voor ‘werken’ en ‘verblijven’ relevant. Hierna zijn deze strategische doelen met bijbehorende ambities voor 2040 beschreven. Strategische doelen: werken De economie van Schouwen-Duiveland is sterk watergerelateerd. Landbouw en aquacultuur zijn geïnnoveerd en verweven met andere functies. Kleinschalige bedrijvigheid floreert, optimaal gestimuleerd en gefaciliteerd. Vraag en aanbod van de arbeidsmarkt zijn in balans. Schouwen-Duiveland is krachtig gepositioneerd als toonaangevend in water en veelzijdig vakantie-eiland. Strategische doelen: verblijven De bijzondere kwaliteiten (water, natuur, cultuur) maken Schouwen-Duiveland tot een aantrekkelijk vakantie-eiland. Het eiland Schouwen-Duiveland heeft een krachtig en duidelijk herkenbare toeristische hoofdstructuur.

We benutten de daaraan verbonden potenties. De kwaliteit en diversiteit van de toeristische sector is groot. We maken gebruik van de unieke mogelijkheden die het water biedt. Schouwen-Duiveland is een aantrekkelijk vakantie-eiland door de bloeiende watersport en de vele watergerelateerde activiteiten en evenementen. Toetsing en conclusie De herinrichting en uitbreiding van de camping, waarbij een kwaliteitsverbetering in het verblijfsrecreatieve aanbod wordt gerealiseerd en gebruik gemaakt wordt van de kwaliteiten die aanwezig zijn op de locatie, sluit aan op deze strategische doelen. 3.4.2 Agenda Toerisme 2018-2026 In de 'Agenda toerisme 2018-2026' heeft de gemeente aangegeven waar ze de komende jaren aan wil werken om het toeristische product op topniveau te houden. De agenda laat zien welke doelen de gemeente wil bereiken, welke keuzes ze daarvoor wil maken en waarom. Voor de ontwikkeling van camping De Oase is het thema “Voortdurend Vernieuwen“ van belang. Hier wordt ingegaan op het belang van meebewegen met de markt en permanent investeren in vernieuwing en kwaliteit. Eén van de keuzes daarbij is het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering en productdifferentiatie en het creëren van schaarste door geen nieuwvestiging van verblijfsrecreatieve bedrijven

27/67

toe te staan. Consumptieve horeca (restaurantfunctie) en voorzieningen (zwembad, supermarkt ed.) op recreatieterreinen moeten dienend zijn aan het recreatieterrein en passen in omvang. Herstructurering en kwaliteitsverbetering van bestaande verblijfsrecreatieve bedrijven is mogelijk, mits de kwaliteitsverbetering van deze bestaande bedrijven plaatsvindt binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf en voldoet aan onderdeel A t/m D van het ontwikkelkader ‘Verblijfsrecreatief Gebied’, inclusief het maximum percentage van 13 % voor invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie. Een beperkte uitbreiding van bestaande verblijfsrecreatieve bedrijven in oppervlakte en eenheden is mogelijk indien: er sprake is van een (integrale) kwaliteitsimpuls van het bestaande en het toekomstige recreatiebedrijf; er sprake is van maximaal 15% uitbreiding van het bestaande aantal eenheden (eenmalig).

Maatwerk is mogelijk in overleg en op advies van het Adviesteam Toerisme op basis van het uitgangspunt om te komen tot Zeeuwse kustkwaliteit (bijvoorbeeld hoger percentage invulling verblijfsrecreatie gekoppeld aan extra landschapscompensatie); bovenop de 15% uitbreiding zoals hiervoor genoemd kan, in overleg met en op advies van het Adviesteam Toerisme, op basis van het uitgangspunt om te komen tot een energie-neutraal eiland maximaal 15% uitbreiding van het bestaande aantal eenheden (eenmalig) worden toegekend (hoger percentage invulling verblijfsrecreatie gekoppeld aan extra energie-neutraliteit en circulair bouwen). Deze mogelijkheid is alleen buiten de kustzone van toepassing; totaal kan op basis van bovenstaande maximaal 30% uitbreiding van het bestaande aantal eenheden (eenmalig) worden toegekend. Ontwikkelkader 'Verblijfsrecreatief Gebied' Het gemeentelijk ontwikkelkader is gebaseerd op bijlage D onder 1 A t/m D an het Omgevingsplan Zeeland 2018, maar is op onderdelen aangescherpt/aangevuld. A. Ruimtelijke kwaliteit: Kwaliteitsverbetering van bestaande bedrijven vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf.

Een beperkte uitbreiding van oppervlakte is mogelijk indien het nieuw uit te breiden terrein: integraal onderdeel van een (nieuw) landschap; en de dichtheid en omvang van de bebouwing passend is in het betreffende landschap; en het beheer en onderhoud van het landschap geborgd is. en er sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale uitbreidingsoppervlakte van 13% (exclusief centrale voorzieningen en inclusief sanitair en bergingen bij eenheden); en maximaal 20% van het totale terrein mag aan de openbaarheid worden onttrokken (deze maximale maat is vanwege het aspect veiligheid niet van toe passing bij kampeerterreinen); en de openbaar toegankelijke paden en routestructuren integraal onderdeel uitmaken van het landschap. Een beperkte uitbreiding van eenheden is mogelijk indien: er sprake is van een integrale kwaliteitsimpuls van het bestaande en toekomstige accommodatie; en er sprake is van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op het totale terrein van 13% (exclusief centrale voorzieningen en inclusief sanitair en bergingen bij eenheden);

28/67

en er maximaal sprake is van 15% uitbreiding van eenheden die daadwerkelijk op het terrein in exploitatie zijn.

Figuur 3.3 Uitsnede ontwikkelingskader Agenda Toerisme 2018-2026 (bron: gemeente Schouwen-Duiveland) Ruimte voor maatwerkoplossingen is mogelijk als een specifieke situatie daarom vraagt. Hierbij geldt als principe dat bovengenoemde uitgangspunten communicerende vaten zijn. Een hoger percentage landschapsontwikkeling kan bijvoorbeeld gepaard gaan met een hoger percentage uitbreidingsoppervlakte. Het Adviesteam Toerisme adviseert over maatwerk in specifieke situaties B. Economische haalbaarheid: Ontwikkelingen vinden plaats op basis van een businessplan en voorzien in een centrale bedrijfsmatige exploitatie (CBE) conform de 'Algemene kwaliteitscriteria bij uitponding op kampeerterreinen'. C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept: Ontwikkelingen zetten qua verschijningsvorm en type accommodatie in op een innovatief en hoogwaardig concept. Hierdoor wordt bijgedragen aan een gedifferentieerd product in de Zeeuwse kust. Het lokale DNA en het principe van LAND IN ZEE! staan hier centraal. D. Sociaal maatschappelijke bijdrage: Ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de werkgelegenheid, behoud van voorzieningen en zijn een toegevoegde waarde voor de (leef)omgeving. Toetsing A. Ruimtelijke kwaliteit: De uitbreiding van het aantal standplaatsen op Camping De Oase past binnen de genoemde 15% regeling. De onderbouwing hiervoor is opgenomen in het kwaliteitsverbeteringsplan.

Er is sprake van de uitbreiding van de huidige 512 eenheden naar 589 eenheden. Deze 15% uitbreiding van aantal eenheden is toegestaan op basis van

29/67

de integrale kwaliteitsimpuls. Tabel 3.1 Maximale bebouwing op standplaatsen bij een volledige uitontwikkeling van camping De Oase standplaats type maatvoering aantal oppervlakte bebouwing m2 permanente standplaats kampeerhuisjes+ 75 m2 39 2.925 berging stacaravan type 1 + 50 m2 473 23.650 berging stacaravan type 2 + 55 m2 77 4.325 berging Totaal 589 30.810 Inclusief uitbreidingsdeel wordt het nieuwe terrein van camping De Oase ruim 23,7 ha. De oppervlakte invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie zoals opgenomen in tabel 3.1 betreft daarmee niet meer dan 13%. Volgens de beleidsregels hoeven daarbij alleen bergingen op de standplaatsen meegenomen te worden in de 13% regeling. B. Economische haalbaarheid: Onderdeel van het kwaliteitsverbeteringsplan is tevens een businessplan. De huidige en toekomstige camping wordt en blijft geëxploiteerd door één eigenaar op basis van een centrale bedrijfsmatige exploitatie. C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept: Zoals blijkt uit de laddertoets waarin een markttoets is opgenomen (zie bijlage 3) en het kwaliteitsverbeteringsplan wordt voorzien in een aanbod aan type eenheden waaraan een grote behoefte is en het aanbod klein is. De beeldkwaliteit van de nieuwe accommodaties zal inspelen op het Zeeuws DNA. Ook wordt ingezet op verduurzaming waarbij circulair bouwen ook nagestreefd wordt. D.

Sociaal maatschappelijke bijdrage: De uitbreiding van de camping zorgt voor een groter aantal gasten. Door de niet-permanente standplaatsen te vervangen door permanente standplaatsen wordt het toeristisch seizoen verlengd tot het gehele jaar. Het aantal werknemers zal daarmee ook groeien van de huidige 35 fte tot circa 45 fte. Camping De Oase levert daarmee direct en indirect een bijdrage aan de werkgelegenheid in de regio. Daarnaast is er sprake van behoud en versterking van het voorzieningenniveau in Renesse en zal de toename van het aantal gasten zorgen voor meer potentiële inkomsten voor andere voorzieningen en bedrijven in Renesse (supermarkt, horeca ed.). 3.4.3 Nota Kamperen 2013 Op 30 juni 2011 heeft de raad de (gewijzigde) Nota Kamperen vastgesteld. Het lange termijn doel van de Nota luidt: 'Schouwen-Duiveland heeft in 2018 kwalitatief hoogwaardige, innoverende en gezonde kampeerbedrijven, waar gasten zoveel mogelijk jaarrond veilig en vraaggericht in een gedifferentieerd kwaliteitsproduct kunnen recreëren'. Om deze doelstelling in de praktijk gestalte te geven, wordt exploitanten van kampeerterreinen meer ruimte geboden om hun terrein naar eigen inzicht in te richten. In dit kader is exploitanten de mogelijkheid geboden

30/67

om initiatieven in te dienen om één of meer wijzigingen door te voeren op hun terrein. De uitgangspunten uit deze nota zijn overgenomen in de Nota Kamperen 2013. Voor privésanitair, landschappelijke inpassing en standplaatsen zijn specifieke uitgangspunten opgenomen. Daarnaast zijn o.a. uitgangspunten opgenomen specifiek voor de wijziging van het aantal standplaatsen. Toetsing Belangrijke delen van de Nota Kamperen zijn inmiddels niet meer van toepassing vanwege de 'Agenda Toerisme 2018-2026' en de 'Evaluatie en gedeeltelijke aanpassing Nota Kamperen en Agenda Toerisme', zie paragraaf 3.4.4. Onderstaand is getoetst aan de delen die nog wel van toepassing zijn. Landschappelijke inpassing Het terrein dient rondom voorzien te zijn van een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten met een breedte van ten minste 10 meter of 5 meter op een aarden wal van minimaal 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld. In de planvorming wordt hier richting de Roelansweg, de Kooijmansweg en de Lagezoom aan voldaan. Waar de camping grenst aan een andere camping of aan de blijvende bestemming 'Recreatie - uit te werken' op de hoek van de Lagezoom en Kooijmansweg is geen landschappelijke inpassing benodigd. Bij de evaluatie is opgenomen dat de hoogte van de randbeplanting net zo hoog moet zijn als de hoogte van de recreatieve eenheid.

In het kwaliteitverbeteringsplan, zie bijlage 1, is opgenomen hoe hier aan voldaan wordt. Standplaatsen De volgende voorwaarden zijn van toepassing: a. De standplaatsgrootte voor een permanente standplaats bedraagt minimaal 150 m². De standplaatsgrootte van de standplaatsen is circa 200 m². In de regels van dit bestemmingsplan is opgenomen dat de standplaatsgrootte voor een stacaravan minimaal 150 c.q. 175 m2 moet zijn. b. Het maximum aantal standplaatsen per hectare bedraagt gemiddeld 33. Het huidige oppervlakte van camping De Oase is ruim 15,2 ha. Extra benodigde grond om het totale plan te kunnen realiseren is ruim 8,4 hectare. De nieuwe oppervlakte wordt afgerond 23,7 hectare. De dichtheid is dan 24,85 eenheden per ha. Er wordt dan ook ruimschoots aan deze voorwaarde voldaan. Bijzettenten Een bijzettent op een permanente of niet-permanente standplaats mag maximaal 8 vierkante meter groot zijn. Aan deze voorwaarden wordt voldaan. Dit is geborgd in de regels van dit bestemmingsplan. Kampeerhuisjes De volgende voorwaarden zijn van toepassing: a. De minimale verhouding tussen de oppervlakte kampeerhuisje en oppervlakte standplaats is 1:4. Hier wordt aan voldaan. Dit is geborgd in de regels van het bestemmingsplan. b. Op maximaal 30 procent van het totale aantal permanente standplaatsen mogen kampeerhuisjes worden geplaatst, met een maximum van 100.

Er zijn 39 kampeerhuisjes toegestaan. Dit is 7% van 550 eenheden. c. Exploitatie uitsluitend via centrale bedrijfsmatige exploitatie.

31/67

Hier is sprake van en dit is geborgd in de regels van het bestemmingsplan. d. Permanente bewoning is verboden. Hier wordt aan voldaan. 3.4.4 Evaluatie en gedeeltelijke aanpassing Nota Kamperen en Agenda Toerisme Op 1 juli 2021 is de nota 'Evaluatie en gedeeltelijke aanpassing Nota Kamperen en Agenda Toerisme' vastgesteld. In deze nota wordt gewerkt met andere definities en zijn met name bouwbepalingen aangepast. Op basis van dit nieuwe beleid zijn er twee definities (in plaats van stacaravans, kampeerhuisjes, trekkershutten etc.), namelijk: Een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot maximaal 55 m2 Een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot maximaal 75 m2. Daarbij zijn maatvoeringen opgenomen aangaande hoogte, bouwlagen, inhoud, oppervlakte berging en ook is aangegeven voor welke types een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is. Toetsing Op basis van het nieuwe beleid zouden de twee type recreatieve voorzieningen op Camping de Oase, namelijk een stacaravan en een kampeerhuisje, beiden onder de nieuwe begripsdefinitie vallen. Omdat dit het verschil in type lastig duidt, is er in dit bestemmingsplan voor gekozen (zowel in toelichting als in regels) de oudere termen aan te houden. Waar wel aan voldaan wordt zijn de bepalingen behorend bij de twee types.

Zo vallen alle stacaravans (50 of 55 m2) met bijgevoegde maatvoeringen (zoals 5 meter bouwhoogte, maximaal 275 m3 inhoud en een berging van maximaal 13 m2) onder de categorie 'een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot maximaal 55 m2'. Deze maatvoeringen zijn vastgelegd in de regels van dit bestemmingsplan. Alle kampeerhuisjes vallen met bijgevoegde maatvoeringen (zoals 5,5 meter bouwhoogte, maximaal 412,5 m3 inhoud en een berging van maximaal 13 m2) onder de categorie 'een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot maximaal 75 m2'. Deze maatvoeringen zijn vastgelegd in de regels van dit bestemmingsplan. 3.4.5 Welstandsnota 2012 In de strategische visie “Tij van de Toekomst'' heeft de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland de volgende keuze geformuleerd: 'We gaan zorgvuldig om met landschap, natuur, cultuur en milieu en investeren ook in het verbeteren van deze kwaliteiten'. Met deze welstands-/monumentennota geeft de gemeente vorm en inhoud aan deze keuze. Deze nota stelt de kaders vast waaraan ruimtelijke initiatieven in de gemeente Schouwen-Duiveland worden getoetst. Een belangrijke pijler van de welstandsnota is het gebieds- en objectgerichte welstandsbeleid. De gebiedsgerichte welstandscriteria kunnen worden gebruikt voor de vergunningplichtige bouwplannen. De objectgerichte welstandscriteria worden gebruikt voor bouwplannen van rijks- en gemeentelijke monumenten.

Gebaseerd op de ruimtelijke opbouw is Schouwen-Duiveland onderverdeeld in verschillende gebiedscategorieën, namelijk: steden en dorpskernen; planmatige uitbreidingen;

32/67

bedrijfs- en haventerreinen; sport en recreatie; buitengebied. Voor monumenten en alle gebieden is op basis van de aanwezige kwaliteit het gewenste welstandsniveau vastgesteld. Er is onderscheid gemaakt in een viertal welstandsniveaus: de beschermde stads- en dorpsgezichten en monumenten (extra bescherming gericht op consolidatie van historische context); de bijzondere welstandsgebieden (extra inspanning tot voordeel van de bestaande of gewenste ruimtelijke kwaliteit); de reguliere welstandsgebieden (normale inspanning gericht op het handhaven van de basiskwaliteit); de welstandsvrije gebieden (geen welstandstoetsing). Toetsing Recreatieterreinen vallen onder welstandsniveau 3, het reguliere welstandsgebied. Voor de binnenterreinen van de recreatieterreinen geldt een uitzondering, deze zijn welstandsvrij. Alle aanvragen om een omgevingsvergunning met de activiteit bouwen, dienen te worden getoetst aan de geldende welstandscriteria die van toepassing zijn per afzonderlijk welstandsniveau.

33/67

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Bodemkwaliteit

Toetsingskader Op grond van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening gehouden te worden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Op grond van de Wet bodembescherming en beleid ten aanzien van functiegericht saneren dient dient de bodemkwaliteit zodanig te zijn dat zij ten minste kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie. Ten behoeve van ruimtelijke plannen dient ten minste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, te worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Toetsing Voor de beoogde ontwikkeling zijn meerdere bodemonderzoeken uitgevoerd. Het eerste bodemonderzoek heeft betrekking op het huidige plangebied van camping De Oase. Het tweede en derde rapport hebben betrekking op de uitbreidingslocatie. Huidige locatie camping De Oase In januari 2019 heeft MUG Ingenieursbureau b.v. een verkennend bodem- en asfaltonderzoek ter plaatse van camping De Oase uitgevoerd. De locatie van het te realiseren nieuwe centrumgebouw is hierin ook meegenomen. Het onderzoek is toegevoegd in bijlage 4.

Uit het bodemonderzoek blijkt dat er op het terrein lichte verontreinigingen aanwezig zijn bestaande uit onder andere PAK's, PCB en zink. Ook in het grondwater zijn lichte verontreinigingen aangetroffen. Deze verontreinigingen vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Er is één sterke verontreiniging met nikkel aangetroffen ter plaatse van boring 169. Deze boring ligt in de meest oostelijke hoek van de huidige camping waar op voorhand geen ontwikkelingen voorzien zijn. Indien in de toekomst werkzaamheden daar uitgevoerd worden, moet nader onderzoek eerst uitwijzen wat de omvang en ernst van de verontreiniging is. Het asfalt is teervrij en geschikt voor hergebruik. De indicatieve toetsing van de grond aan het Besluit bodemkwaliteit geeft aan dat de bodem varieert van 'niet toepasbaar' > interventiewaarde tot 'altijd toepasbaar'. Grond binnen de locatie mag hergebruikt worden. Bij afvoer van de grond is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing en het beleid van het bevoegd gezag. Bij eventueel grondverzet dient men rekening te houden met mogelijk plaatselijk voorkomende (zintuiglijke) afwijkingen. Uitbreidingslocatie camping De Oase I

34/67

In opdracht van de gemeente Schouwen-Duiveland heeft Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. op 31 juli 2020 het 'Eindrapport actualiserend bodemonderzoek' opgeleverd. Dit bodemonderzoek is uitgevoerd voor een deel van de uitbreidingslocatie. Het onderzoek is toegevoegd in bijlage 5. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Tijdens voorgaande onderzoeken werd er in de ondergrond een licht verhoogd gehalte molybdeen aangetroffen. Ter plaatse van de voormalige veedrinkput en het depot met groenafval en snoeihout werden destijds geen achtergrondwaarde-overschrijdingen van de geanalyseerde parameters geconstateerd. In het grondwater werd voorheen licht verhoogde concentraties aan chroom en naftaleen aangetroffen. In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten. Voor het onderzoek naar is uitgegaan van de hypotheses: Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaardpakket voor landbodem. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden verworpen. Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. De ondergrond is niet onderzocht. Deze hypothese kan vooralsnog worden gehandhaafd.

Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging. Het grondwater is niet onderzocht. Deze hypothese kan vooralsnog worden gehandhaafd. Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s): Boven- en ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd. De op de onderzoekslocatie gevonden waarden in de bovengrond zijn onder de achtergrondwaarde waardoor er geen aanleiding is tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Uitbreidingslocatie camping De Oase II In opdracht van de gemeente Schouwen-Duiveland heeft Sagro Milieu Advies Zeeland B.V. op 23 september 2021 'Eindrapport actualiserend bodemonderzoek Lagezoom te Renesse' opgeleverd. Dit eindrapport is gebaseerd op een aanvullend deel van de uitbreidingslocatie. Het onderzoek is toegevoegd in bijlage 6. In de bovengrond zijn geen verontreinigingen aangetroffen met de geanalyseerde parameters. In het vooronderzoek zijn onderzoekshypotheses geformuleerd op basis waarvan de gebruikte veldwerken analysestrategieën zijn opgesteld. Hieronder is aangegeven in hoeverre deze hypotheses verworpen kunnen worden op basis van de overige onderzoeksresultaten.

Voor het onderzoek is uitgegaan van de hypotheses: Bovengrond: verdacht voor bodemverontreiniging met stoffen uit het standaardpakket voor landbodem. Deze hypothese kan op basis van de onderzoeksresultaten worden verworpen. Ondergrond: onverdacht voor bodemverontreiniging. De ondergrond is niet onderzocht. Deze hypothese kan

35/67

vooralsnog worden gehandhaafd. Grondwater: onverdacht voor bodemverontreiniging. Het grondwater is niet onderzocht. Deze hypothese kan vooralsnog worden gehandhaafd. Voor het onderzoek naar asbest is uitgegaan van de hypothese(s): Boven- en ondergrond: onverdacht voor verontreiniging met asbest. Er is daarom geen gericht veld- of analytisch onderzoek naar asbest in deze laag uitgevoerd. Deze hypothese kan worden gehandhaafd. De op de onderzoekslocatie gevonden waarden in de bovengrond zijn onder de achtergrondwaarde waardoor er geen aanleiding is tot het uitvoeren van aanvullend of nader bodemonderzoek. Conclusie De bodem is geschikt voor de beoogde ontwikkeling.

4.2

Niet-gesprongen explosieven

Toetsingskader Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitie uit de Tweede Wereldoorlog. Wanneer deze explosieven bij werkzaamheden worden aangetroffen, kunnen deze gevaar opleveren voor de publieke veiligheid. Daarnaast kunnen deze vondsten een zware belasting voor het milieu vormen. Schouwen-Duiveland heeft tijdens de oorlog zwaar geleden onder het oorlogsgeweld. Verspreid over het eiland hebben bombardementen en artilleriebeschietingen plaatsgevonden, hebben er vele verdedigingsstellingen en mijnenvelden gelegen en zijn verschillende vliegtuigen en bommen neergekomen. Deze en andere gebeurtenissen hebben er toe geleid dat er een kans bestaat dat conventionele explosieven (CE) in de bodem zijn achtergebleven. Om inzicht te geven in de acties die nodig zijn met betrekking tot de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven (CE) is de 'Beleidsnota conventionele explosieven' opgesteld. De potentiële aanwezigheid van niet gesprongen explosieven (NGE's) kan een bedreiging zijn bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden in de planvorming en -uitvoering. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft beleid opgesteld over de omgang met NGE's. Op basis van historisch onderzoek is een beleidskaart opgesteld. Deze kaart geeft aan in welk gebied er meer of minder risico is op het aantreffen van niet gesprongen explosieven.

Per gebied gelden verschillende voorwaarden. Wanneer een gebied bestemd wordt in een risicogebied, worden ontwikkelingen in dit gebied getoetst aan het beleid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12120949/1