20221129 Raadsbrief ontwerpbestemmingsplan camping De Oase Renesse Bijlage 17 Nader onderzoek flora en fauna centrumgebouw
Tekst van het document
NADER ONDERZOEK ECOLOGIE CAMPING DE OASE (INGANG) TE RENESSE
Rapportage nader onderzoek ecologie Camping de Oase (ingang) te Renesse Opdrachtgever
Rho Adviseurs voor leefruimte Postbus 430 4330 AK Middelburg
Rapportnummer Versienummer
16054.004 D1
Status
Eindrapportage
Datum
21 juli 2022
Vestiging
Zuid-Holland Hoofdweg 240 3067 GJ Rotterdam 088 - 5001600 rotterdam@econsultancy.nl
Opsteller
Mevrouw A.M. Vergeer, MSc
Paraaf
Kwaliteitscontrole
De heer J. Bakker, BSc
Paraaf
Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is een vereniging van ecologische advies- en onderzoeksbureaus en werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte en behartigt de belangen van groene adviesbureaus. Het Netwerk hanteert een gedragscode die opdrachtgevers en andere belanghebbenden een basis biedt om de leden aan te spreken op de kwaliteit van hun werk. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde protocollen en richtlijnen voor onderzoek. Het onderzoek betreft echter een momentopname en geeft een inschatting van de aanwezigheid van beschermde soorten op de onderzoekslocatie. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is nooit met zekerheid uit te sluiten. Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde onderzoek neemt.
INHOUDSOPGAVE 1
INLEIDING .................................................................................................................................. 1
2
GEBIEDSBESCHRIJVING ......................................................................................................... 2 2.1
Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ............................................................... 2
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK ............................................................................ 3
4
ONDERZOEKSMETHODIEK ..................................................................................................... 4
5
ONDERZOEKSRESULTATEN ................................................................................................... 7 5.1 5.2 5.3 5.4
6
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING ............................................................................. 9 6.1 6.2 6.3
7
Huismus ............................................................................................................................ 7 Kleine marterachtigen, konijn en haas ............................................................................. 7 Vleermuizen ...................................................................................................................... 7 Samenvatting onderzoeksresultaten ................................................................................ 8
Huismus ............................................................................................................................ 9 Haas ................................................................................................................................. 9 Vleermuizen ...................................................................................................................... 9
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ..................................................................................... 11
16054.004
1
INLEIDING
Econsultancy heeft van Rho Adviseurs voor leefruimte opdracht gekregen voor het uitvoeren van een aanvullend ecologisch onderzoek bij de ingang van camping de Oase aan de Roelandsweg te Renesse. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en ontwikkeling van een nieuw showroomterrein. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan Wet natuurbescherming die Econsultancy in juni 2021 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport Quickscan Wet natuurbescherming Roelandseweg 8 te Renesse, 16054.001, d.d. 1 juli 2021). Econsultancy is lid van de branchevereniging "Netwerk Groene Bureaus" en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen.
R 16054.004 versie D1
Pagina 1 van 11
2 2.1
GEBIEDSBESCHRIJVING Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving
De onderzoekslocatie (± 6.500 m²) ligt aan de Roelandsweg 8, circa 300 meter ten zuiden van de kern van Renesse. In figuur 1 is een luchtfoto van de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuur 1. Luchtfoto onderzoekslocatie en directe omgeving. Onderdelen zijn genummerd: receptiegebouw (1), stacaravans (2), kampeerveld (3), winkel (4), werkschuur (5), toiletgebouw (6), zandbak met speeltoestel (7) en schuurtje (8).
De onderzoekslocatie betreft het receptieterrein van Camping de Oase. De onderzoekslocatie bestaat uit de ingang van de camping, verschillende opstallen, kampeerplaatsen, stacaravans en een zandbak met speeltoestel. De ingang van de camping bevindt zich aan de noordoostzijde van de onderzoekslocatie en is geasfalteerd. Ten noordwesten en noordoosten van de ingang wordt de onderzoekslocatie begrensd door een haag. De initiatiefnemer is voornemens alle huidige opstallen binnen de onderzoekslocatie te amoveren en de locatie in te richten als nieuw showroomterrein.
R 16054.004 versie D1
Pagina 2 van 11
3
RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK
De op de onderzoekslocatie uitgevoerde quickscan Wet natuurbescherming heeft uitgewezen dat de onderzoekslocatie potentieel geschikt leefgebied vormt voor huismus, vleermuizen, kleine marterachtigen en konijn (zie tabel I). Binnen de voorgenomen werkzaamheden was een negatief effect op de vaste rust- en voortplantingsplaats van deze soorten daarom op voorhand niet uit te sluiten. Tabel I.
Overzicht geschiktheid onderzoekslocatie voor soortgroepen en te nemen vervolgstappen. Soortgroep
Geschikt habitat
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Ontheffingsaanvraag
algemeen
ja
ja
nee
nee
Het verwijderen van nestgelegenheden buiten het broedseizoen uitvoeren.
jaarrond beschermd
ja
mogelijk
ja
mogelijk
Nader onderzoek naar functionele leefomgeving huismus.
verblijfplaatsen
ja
mogelijk
ja
mogelijk
Nader onderzoek naar verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger in de winkel en werkschuur (nr 4 en 5). Gebruik maken van vleermuisvriendelijke verlichting tijdens de werkzaamheden.
foerageergebied
ja
nee
nee
nee
-
vliegroutes
nee
nee
nee
nee
-
Grondgebonden zoogdieren
ja
mogelijk
ja
mogelijk
Amfibieën
minimaal
mogelijk
nee
nee
Aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene amfibieën.
Reptielen
nee
nee
nee
nee
-
Vissen
nee
nee
nee
nee
-
Libellen en vlinders
nee
nee
nee
nee
-
Overige ongewervelden
nee
nee
nee
nee
-
Vaatplanten
nee
nee
nee
nee
-
Gebied aanwezig
Ingreep verstorend
Nader onderzoek
Vergunningplicht
Natura 2000
450 m
mogelijk
ja
mogelijk
Natuurnetwerk Nederland
140 m
nee
nee
nee
-
Houtopstanden
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
-
Broedvogels
Vleermuizen
Gebiedsbescherming
Bijzonderheden / opmerkingen*
Nader onderzoek naar kleine marterachtigen en konijn. Aandacht voor zorgplicht ten aanzien van algemene grondgebonden zoogdieren.
Stikstoftoetsing door AERIUS-berekening.
* Wijzigingen in het planvoornemen kunnen van invloed zijn op de uitkomst van het onderzoek.
R 16054.004 versie D1
Pagina 3 van 11
4
ONDERZOEKSMETHODIEK
Het onderzoek naar de verschillende soortgroepen is zoveel mogelijk gecombineerd uitgevoerd. Voor het onderzoek naar de functionele leefomgeving van de huismus zijn tussen 1 april en 15 mei twee veldbezoeken uitgevoerd, gedurende de ochtend. Op de onderzoekslocatie zelf zijn geen potentiële nestplaatsen van de huismus aanwezig doordat de bebouwing ongeschikt is. Wel zijn in de directe omgeving van de onderzoekslocatie nestlocaties van huismussen aangetroffen. De functionele leefomgeving van de huismus is tevens beschermd. In het nader onderzoek is daarom de functionele leefomgeving van deze huismussen in kaart gebracht. Tijdens de veldbezoeken is onderzocht waar zich nesten, kwetterplekken, foerageergebied, water en zandbaden bevinden. Op deze wijze is bepaald of de functionaliteit van de nesten in het geding komt bij uitvoer van voorgenomen ingreep. De onderzoeksopzet is conform hetgeen is voorgeschreven in het kennisdocument voor de huismus (BIJ12, versie juni 2017). Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode augustus 2021 tot juli 2022 in totaal vijf veldbezoeken uitgevoerd. De veldbezoeken zijn in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie januari 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus.
De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs-)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs-)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. Het totaal aantal voorgestelde veldbezoeken is vastgesteld op basis van de grootte van de onderzoekslocatie, uitgaande van één en twee waarnemers per veldronde. Met vijf bezoeken omtrent deze soortgroep is voldoende zekerheid verkregen over de functie van de onderzoekslocatie voor vleermuizen. Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid (Pettersson M500-384). Een batdetector zet het voor het menselijk gehoor niet hoorbare ultrasone geluid van vleermuizen om naar frequenties die wel hoorbaar zijn. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden.
De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soort) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij wordt gebruik gemaakt van analyseprogramma Batsound. Voor onderzoek naar de aanwezigheid van kleine marterachtigen zijn nog geen provinciaal geldende onderzoeksprotocollen. Voor het onderzoek wordt aangesloten bij de werkwijze zoals deze door de provincie Noord-Brabant wordt gehanteerd (Bouwens, 2017). Voor het onderzoek naar de bunzing, wezel en hermelijn is gebruik gemaakt van een struikrover (bunzing) en een Mostela kist (wezel en hermelijn). Gezien de grootte van de onderzoekslocatie zijn, conform de handreiking kleine marterachtigen, twee camera’s gebruikt (één voor bunzing en één voor wezel en hermelijn). Om de effectiviteit van de cameravallen te verhogen is bij de struikrover gebruik gemaakt van lokstoffen. Om de twee weken zijn de camera’s uitgelezen. Tijdens deze bezoeken zijn ook de geheugenkaartjes en batterijen verwisseld.
R 16054.004 versie D1
Pagina 4 van 11
De optimale periode voor het uitvoeren van marteronderzoek loopt van maart tot en met augustus. Gedurende deze periode hebben de cameravallen zes weken op de locatie gestaan. Voor nader onderzoek naar konijn bestaat nog geen gestandaardiseerd protocol. Aan de hand van expert judgement het nader onderzoek uitgevoerd in combinatie met het nader onderzoek naar kleine marterachtigen middels het plaatsen van cameravallen gedurende 6 weken in de periode januari tot en met juli (voortplantingsperiode). In combinatie met het onderzoek naar kleine marterachtigen is het onderzoek uitgevoerd binnen de periode maart tot en met juli, wat de optimale periode voor alle soorten omvat. Middels dit nader onderzoek is inzicht verkregen in de functie van de onderzoekslocatie als vaste rust- of voortplantingsplaats van het konijn. Overzicht veldbezoeken Het onderzoek heeft bestaan uit diverse veldbezoeken. Tabel I bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken. Tabel I.
Onderzoeksinspanning per soortgroep 2021 augustus
vleermuizen
tijdstip
datum
functie
huismus
Kleine marterachtigen en konijn
-
september
2022 oktober
maart
april
mei
-
2 x avond*
juni 2 x avond** 1 x ochtend**
30 augustus 21 september
25 mei 9 juni 23 juni
paar-/baltsverblijf
zomer/kraamverblijf
tijdstip
-
2 x overdag*
datum
14 april 15 mei
functie
Functionele leefomgeving
tijdstip
-
juli -
-
3 x overdag*
datum
15 mei 25 mei 9 juni
functie
Vaste rust- en voortplantingsplaatsen
* Het veldwerk is door één persoon uitgevoerd. ** Het veldwerk is door twee personen uitgevoerd.
Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen, vleermuizen en konijnen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 10 ºC. De windsnelheid lag beneden de 5 Bft. en er was geen sprake van neerslag, anders dan een lichte motregen. In tabel II is een overzicht weergegeven van de weersomstandigheden tijdens de veldbezoeken.
R 16054.004 versie D1
Pagina 5 van 11
Tabel II.
Omstandigheden aanvullende onderzoeken
Datum
Tijd
Temperatuur
Weersomstandigheden
30 augustus 2021
22:15 - 00:15
17 oC
Half bewolkt, droog, zwakke wind (3 m/s)
21 september 2021
20:45 - 22:45
14 oC
Helder, droog, zwakke wind (0,5 m/s)
14 april 2022
07:51 - 08:51
10 oC
Helder, droog, zwakke wind (1,3 m/s)
15 mei 2022
06:52 - 07:52
14 oC
Helder, droog, zwakke wind (1,8 m/s)
25 mei 2022
21:45 - 23:45
14 oC
Bewolkt, 5 minuten miezer, zwakke wind (2,5 m/s)
9 juni 2022
03:27 - 05:27
14 oC
Half bewolkt, droog, zwakke wind (1 m/s)
23 juni 2022
22:05 - 00:07
22 oC
Half bewolkt, droog, windstil (0,2 m/s)
R 16054.004 versie D1
Pagina 6 van 11
5 5.1
ONDERZOEKSRESULTATEN Huismus
Dit onderzoek heeft zich gericht op de functionele leefomgeving van de huismus. De functionele leefomgeving van de huismus bestaat uit de omgeving rondom nesten die essentieel is voor het kunnen functioneren van de nesten. De functionele leefomgeving van huismussen bestaat uit kwetterplekken, drinkplaatsen, zandbaden en foerageergebieden. Tijdens zowel de eerste als de tweede onderzoeksronde voor huismussen, op 14 april en 15 mei, zijn minimaal vijf huismusnesten, een kwetterplek en een zandbadlocatie van huismussen waargenomen. De nestlocaties bevinden zich buiten de onderzoekslocatie, in het dak van de bebouwing aan Roelandsweg 6. De kwetterplekken bevinden zich in de beplanting en de coniferenhaag tussen de onderzoekslocatie en de tuin van nummer 6. Deze nesten en de kwetterplek maken geen onderdeel uit van de onderzoekslocatie. Op de onderzoekslocatie zelf bevinden zich wel zandbadlocaties van huismussen in de rozenperken ten westen van de ingang. De resultaten zijn op kaart weergegeven in figuur 2. 5.2
Kleine marterachtigen, konijn en haas
In het onderzoeksgebied zijn tijdens de veldbezoeken geen konijnen en kleine marterachtigen waargenomen. Ook zijn geen sporen van konijnen en kleine marters waargenomen en zijn geen opnamen van deze soorten gemaakt met de cameravallen. Aanwezigheid van konijnen en kleine marterachtigen binnen de onderzoekslocatie kan hiermee worden uitgesloten. Wel zijn op de cameravallen eenmalig twee hazen waargenomen. Omdat de onderzoekslocatie geen geschikt habitat vormt voor hazen en de hazen slechts één keer passerend zijn waargenomen kan worden uitgesloten dat de onderzoekslocatie een essentiële functie vervult voor de haas. Daarnaast zijn met de cameravallen diverse waarnemingen gedaan van algemene soorten, waaronder veel vogelsoorten (onder andere merel, winterkoning, roodborst en fazant) en enkele zoogdiersoorten (onder andere veldmuis, egel en kat). De noordoostzijde van de camping heeft de meest belangrijke functie voor deze soorten, ter hoogte van de waarneming van de haas (figuur 2) zijn veel zoogdieren en vogels waargenomen. 5.3
Vleermuizen
Tijdens geen van de onderzoeksrondes naar vleermuizen is gebouwgebonden gedrag van vleermuizen waargenomen op de onderzoekslocatie. Tijdens twee rondes in de start van het onderzoek in het najaar, tijdens de paarperiode, zijn enkele passerende gewone en ruige dwergvleermuizen gehoord. Incidenteel is hierbij een sociaal geluid waargenomen op afstand van de onderzoekslocatie. Bij de bebouwing op de onderzoekslocatie is geen (paar-)activiteit waargenomen. Tijdens de eerste avondronde in de kraamperiode is weinig activiteit waargenomen. Enkele keren is een gewone dwergvleermuis gepasseerd. Tijdens de ochtendronde in de kraamperiode is ook weinig activiteit waargenomen. Gedurende de ronde is vijf keer een gewone dwergvleermuis gehoord. Drie van deze vleermuizen vlogen langs de bomenrij net ten zuidwesten van de onderzoekslocatie. Tijdens de tweede avondronde in de kraamperiode, tevens de laatste onderzoeksronde, zijn in de periode van 2 uur acht vleermuizen waargenomen die passeerden langs de zuidwestelijke bomenrij.
R 16054.004 versie D1
Pagina 7 van 11
Daarnaast is ten zuidwesten van de onderzoekslocatie boven de camping enkele keren een foeragerende laatvlieger waargenomen. Op basis van de onderzoeksresultaten kunnen verblijfplaatsen van vleermuizen op de onderzoekslocatie worden uitgesloten. Wel is mogelijk sprake van een niet-essentiële vliegroute bij de bomenrij ten zuidwesten van de onderzoekslocatie. Deze vliegroute wordt slechts door enkele individuen gebruikt en is daarnaast niet essentieel omdat er voldoende alternatieven in de omgeving aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs parallelle donkere paden op de camping. Ook worden de camping en omgeving in lichte mate gebruikt als foerageergebied. 5.4
Samenvatting onderzoeksresultaten
In onderstaande figuur zijn de relevante onderzoeksresultaten van alle onderzochte soortgroepen samen op een luchtfoto weergegeven.
Figuur 2. Veldresultaten nader onderzoek ecologie.
R 16054.004 versie D1
Pagina 8 van 11
6 6.1
TOETSING AAN WET- EN REGELGEVING Huismus
De huismus valt onder het beschermingsregime van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming. Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen. Nestlocaties In het dak van het pand aan de Roelandsweg nummer 6, direct naast de onderzoekslocatie, zijn tenminste 5 nestlocaties van huismussen aangetroffen. Omdat deze nesten buiten de onderzoekslocatie vallen, is vernieling van de nesten niet aan de orde. Wel moet verstoring van deze nestlocatie door werkzaamheden die een (indirect) effect kunnen hebben op het broedsucces van deze huismussen worden voorkomen. Door de aanwezigheid van de dichte haag om de tuin wordt dit goed mogelijk geacht. Kwetterplek Op de onderzoekslocatie is een kwetterplek van in de omgeving broedende huismussen aangetroffen. Dit is een vaste rustplaats van de huismussen die in de omgeving broeden. Omdat de aangetroffen kwetterplek een essentieel onderdeel is van de functionele leefomgeving van de huismussen die broeden in het pand op nummer 6 is deze kwetterplek beschermd. Bij de voorgenomen ingreep wordt de kwetterplek echter niet aangetast. Ook zijn er alternatieven voor kwetterplekken in de directe omgeving aanwezig in het groen rondom het vrijstaande huis op nummer 6.
Wel wordt geadviseerd rekening te houden met de afstand tot de kwetterplek en de externe effecten van de bouw en de permanente situatie te minimaliseren, om ervoor te zorgen dat de functionaliteit behouden blijft. Zandbad Het zandbad dat is aangetroffen in het rozenperk betreft tevens een beschermde functie van de huismus omdat het onderdeel uitmaakt van de functionele leefomgeving van de kolonie. Als de bloemperken behouden kunnen blijven en de mate van verstoring niet hoger wordt dan in de huidige situatie, wordt de functionele leefomgeving niet aangetast. Indien de bloemperken verwijderd worden is een ontheffing van de Wet natuurbescherming benodigd. 6.2
Haas
Voor de hazen die zijn aangetroffen tijdens het nader onderzoek geldt dat de camping geen onderdeel uitmaakt van een vaste rust- of verblijfplaats van de soort. Overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van de haas is bij de voorgenomen ingreep daarom niet aan de orde. 6.3
Vleermuizen
Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Wet natuurbescherming ondergebracht in artikel 3.5. De verboden handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen. Uit de verrichte veldonderzoeken naar vleermuizen bleek dat er geen beschermde functies op de planlocatie aanwezig zijn. De voorgenomen werkzaamheden zullen daarom niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming ten aanzien van vleermuizen. Wel wordt geadviseerd om tijdens de ingreep en in de nieuwe situatie gebruik te maken van vleermuisvriendelijke verlichting om de functionaliteit van het foerageergebied en de niet-essentiële vliegroute te behouden. Vleermuisvriendelijke
R 16054.004 versie D1
Pagina 9 van 11
verlichting is amberkleurig, schijnt omlaag en is zo gericht mogelijk om strooilicht naar de omgeving te voorkomen.
R 16054.004 versie D1
Pagina 10 van 11
7
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Econsultancy heeft in opdracht van Rho Adviseurs voor leefruimte een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd aan de ingang van camping de Oase aan de Roelandsweg te Renesse. Het aanvullend ecologisch onderzoek is uitgevoerd in het kader van een bestemmingsplanwijziging en ontwikkeling van een nieuw showroomterrein op de camping. Huismus Ten aanzien van de huismus is op de onderzoekslocatie een beschermde functie aanwezig: het zandbad van de huismus in het rozenperk. Direct buiten de onderzoekslocatie zijn nesten en kwetterplekken van huismussen aanwezig. Overtreding van de Wet natuurbescherming kan worden voorkomen door dit zandbad intact te laten en de directe omgeving ervan, ook in de nieuwe situatie, niet meer te verstoren dan in de huidige situatie het geval is. Verstoring van de overige functies dient tevens voorkomen te worden tijdens en na de werkzaamheden om de functionaliteit van de nesten en de leefomgeving te behouden. Overtreding van de Wet natuurbescherming wordt hiermee voorkomen. Algemene broedvogels Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien het groen buiten het broedseizoen wordt verwijderd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn.
In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot eind augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Met betrekking tot het verwijderen van de aanwezige beplanting buiten het broedseizoen wordt geadviseerd om ook het snoeiafval buiten het broedseizoen te verwijderen. Een grote stapel snoeiafval vormt namelijk een ideale broedlocatie voor kleine vogelsoorten als de winterkoning. Indien onverhoopt een dergelijke soort hierin tot broeden komt, mag het snoeiafval niet eerder worden verwijderd dan wanneer de jongen definitief zijn uitgevlogen. Zorgvuldig handelen en zorgplicht Op de onderzoekslocatie zijn vaste rust- of verblijfplaatsen van “algemene” soorten te verwachten waarvoor een algehele vrijstelling van de Wet natuurbescherming met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkelingen en herinrichting geldt. Dit neemt niet weg dat er wel aan de zorgplicht moet worden voldaan en dat er zorgvuldig gehandeld moet worden. Dit houdt in dat het noodzakelijk is om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen. Het gaat hier om soorten zoals de egel en de veldmuis.
Aanwezige dieren moeten de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen tijdens de werkzaamheden of dienen zorgvuldig te worden verplaatst naar een geschikte locatie in de directe omgeving. Zorgvuldig handelen houdt onder andere in dat er geen ‘wezenlijke invloed’ is op beschermde soorten en dat schade aan soorten zo veel mogelijk wordt voorkomen.
Econsultancy Rotterdam, 21 juli 2022
R 16054.004 versie D1
Pagina 11 van 11
Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart en 15 augustus. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt. Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden.
Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied.
Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.
Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen.
Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen.
Voor het goede begrip, de soorten hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Wet natuurbescherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.