CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20220920 Projectplan bijlage rbr poelgronden

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken7.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Projectplan Openstelling Samenwerking voor innovatie Zeeland 2021 (28 juni 2021 t/m 1 oktober 2021) POP3 Projecttitel: Samenwerken voor Zoetwater: innovatieve drainage demonstreren, monitoren en evalueren 1. Aanvrager Wie vraagt subsidie aan? Als u aanvraagt namens een samenwerkingsverband, vult u ook het format Samenwerkingsovereenkomst in.

Aanvrager/penvoerder: Samenwerkingsverband van: Gemeente Schouwen-Duiveland (Penvoerder), Acacia Water B.V., Stichting Deltares, Delphy B.V., Rusthoeve, Maatschap den Boer (Kerkwerve), Land en Tuinbouwbedrijf Klompe & van der Linde (Dreischor) en Den Hartog Landbouw VOF (Kerkwerve).

Toelichting op de organisatie / het bedrijf van de aanvrager Zie bijgevoegde samenwerkingsovereenkomst

NB: Indien er sprake is van een samenwerkingsverband vul dan het format samenwerkingsovereenkomst in en stuur deze als bijlage mee bij uw subsidieaanvraag. 2. Samenvatting

2 a. Beschrijf uw project in maximaal 3 zinnen

Deze korte samenvatting kan (ook) worden gebruikt voor publicatiedoeleinden: Innovatieve drainagetechnieken kunnen bijdragen aan het behoud en het benutten van zoete regenwaterlenzen in de laaggelegen zoute kwelgebieden onder de druk van klimaatverandering. Het project ontwikkelt drie proefpercelen waarbij verschillende vormen van innovatieve drainage worden getest, gemonitord en geëvalueerd. Op basis van deze resultaten worden richtlijnen voor ontwerp, beheer, onderhoud en kengetallen voor de economische haalbaarheid ontwikkeld en gedeeld met een breder netwerk van ondernemers binnen de hele provincie Zeeland.

3. Project

3 a. Wat is de huidige situatie

Omschrijf de huidige situatie. Voeg – indien van toepassing - foto’s, kaarten of tekeningen toe van de uitgangssituatie als aparte bijlage bij uw aanvraag: Probleem: zoet water voor een volhoudbare landbouw De laaggelegen kwelgebieden (poelgronden) in Zeeland zonder externe zoetwateraanvoer zijn tijdens droge perioden voor zoet water geheel afhankelijk van regenwater dat opgeslagen is in dunne regenwaterlenzen op de percelen. Deze zoetwaterlenzen zijn kwetsbaar voor klimaatverandering door verdroging en toenemende kweldruk door zeespiegelstijging. Om ook in deze gebieden in de toekomst een vitaal en leefbaar platteland te behouden is het nodig om de regenwaterwaterlenzen robuuster te maken en duurzaam te beheren. De afgelopen jaren zijn op verschillende plekken in Zeeland en elders in Nederland drainagetechnieken ontwikkeld en deels succesvol als pilot getest waarmee de zoetwaterlens in het perceel kan worden

1 juni 2021

versterkt of opgevangen. Hoewel de technieken deels als pilots (Drains2Buffer, antiverziltingsdrainage) en met modelberekeningen (combinatiedrainage) zijn getest, is de stap van pilots naar markttoepassing voor veel ondernemers nog te groot. Het ontbreekt aan kennis of deze technieken werken onder de specifieke bodem-, water- en landbouwcondities van Zeeland. Daarnaast ontbreekt het aan standaarden en richtlijnen voor aanleg, beheer en onderhoud en kengetallen voor bijvoorbeeld de effectiviteit en economische haalbaarheid. Voortbouwen op POP-3 Project Samenwerken voor Zoet water (2020-2022) Om het gat tussen pilot en brede toepassing te dichten werkt een samenwerkingsverband van Deltares, KWR Water, Acacia Water, gemeente Schouwen-Duiveland en Agrarisch Schouwen-Duiveland samen met een netwerk van agrarisch ondernemers op Schouwen-Duiveland aan het ontwikkelen van quickscans en haalbaarheidsstudies met als doel om standaarden voor advisering, werkwijzen en (web)tools te ontwikkelen waarmee de stap naar grootschalig gebruik van de ondergrond voor het vasthouden en opslaan van zoet water kan worden versneld. Binnen dit project zijn voor de poelgronden 8 quickscan onderzoeken uitgevoerd en worden op dit moment 4 haalbaarheidsplannen ontwikkeld voor verschillende vormen van drainage.

Uit deze haalbaarheidsplannen blijkt dat het mogelijk is om de zoetwaterlens te vergroten of te benutten als zoetwaterbron. De innovatieve drainage technieken zijn echter nog onvoldoende in de praktijk toegepast waardoor het voor ondernemers nog een te grote stap is om te investeren. Deze nieuwe aanvraag bouwt voort op dit project door de haalbaarheidsplannen voor de poelgronden verder uit te werken tot demonstratieprojecten waarmee de werking en het effect op waterbeschikbaarheid en opbrengst in beeld kunnen worden gebracht. Innovatieve drainage technieken voor Zeeland Uit de haalbaarheidsplannen voor de poelgronden blijkt dat voor Schouwen-Duiveland twee drainage technieken interessant zijn: antiverziltingsdrainage (zoals Drains2Buffer) en combinatiedrainage. Bij de eerste drainagetechniek wordt het diepere zoute grondwater gedraineerd in plaats van het bovenste zoete water waardoor ruimte ontstaat voor een dikkere zoete regenwaterlens. De antiverziltingsdrainage is succesvol op pilotniveau uitgevoerd in de zoute delen van Friesland (Herbajum) en Groningen (Hoornhuizen) tijdens het project Spaarwater. Aandachtspunten zijn onder andere dat de grond voldoende doorlatend is, de drooglegging voldoende ruimte heeft om te kunnen sturen op het drainagepeil en de kweldruk niet te hoog is.

Op locaties met een hoge kweldruk en de aanwezigheid van ongerijpte klei is antiverziltingsdrainage echter niet altijd mogelijk. Een door Deltares uitgevoerde praktijkproef uitgevoerd in Kerkwerve (Drains2Buffer, Kerkwerve) heeft veel kennis opgeleverd, maar niet de gewenste resultaten op het perceel vanwege slecht doorlatende ongerijpte klei waardoor er onvoldoende toestroming van grondwater naar de diepe drains was. De slechte doorlatendheid zorgt ervoor dat de regenwaterlens in de ondergrond onvoldoende kan aangroeien. Vanwege de teleurstellende resultaten van de proef is de algemene opinie onder ondernemers dat antiverziltingsdrainage niet werkt. Op basis van de haalbaarheidsonderzoeken lijkt echter op de hoger gelegen gronden met een iets grotere drooglegging en diepere ligging van de ongerijpte klei antiverziltingsdrainage kansrijk om zoetwaterlenzen te vergroten. In het lopende POP-3 project is de techniek uitgewerkt tot een haalbaarheidsplan voor twee locaties: maatschap Klompe en van der Linde (Dreischor) en melkveebedrijf van der Wel (Nieuwerkerk). In gebieden met een hoge kweldruk en ongerijpte klei op beperkte diepte kan de zoetwaterlens niet aangroeien. Voor deze gebieden is een alternatieve techniek ontwikkeld. Bij combinatiedrainage worden diepe en ondiepe drains boven elkaar aangelegd.

De diepe drains worden net boven de ongerijpte kleilaag aangelegd en worden gebruikt om de zoute kwel af te vangen. De ondiepe drains vervullen de reguliere drainagefunctie en voeren het teveel aan zoet water af om natschade te voorkomen. Door de drains precies boven elkaar te leggen wordt de aantrekkende werking van de ondiepe drains op het diepere zoute water gestopt. Er ontstaat daardoor een scheiding in het perceel tussen zoet water en zout water tussen de ondiepe en diepe drainage. Nu dit regenwater in de drainage niet meer wordt vermengd met het zoute diepere water wordt het water in het perceel zoeter. Door het afgevoerde zoete water uit de ondiepe drains op te vangen in een bassin kan zoet water worden ‘geoogst’. Deze opslag kan in perioden van droogte worden gebruikt om gronden te voorzien van zoet water om op die manier verzilting en droogte in de wortelzone te voorkomen, eventueel in combinatie met druppelirrigatie. Het doel van de combinatiedrainage is dus niet het vergroten van de regenwaterlenzen maar om zoet water te oogsten uit 2 juni 2021

de drains. Deze oplossing is in het lopende POP-3 project op basis van modelberekeningen uitgewerkt tot een haalbaarheidsplan voor een cluster van 3 bedrijven ten noorden van Kerkwerve (Bil, Den Hartog en Hanse) en een biologisch akkerbouwbedrijf den Boer (Kerkwerve). Het vervolg: Van haalbaarheidsplannen naar demonstratieprojecten (nieuwe POP 3) Hoewel beide drainagetechnieken op basis van modelberekeningen kansrijk lijken te zijn ontbreekt het aan effectmetingen (toename zoetwatervoorraad, opbrengsten), de rendabiliteit van de investering en is er onzekerheid rond aanlegtechnieken, beheer en onderhoud. Agrarisch ondernemers missen op praktijk gebaseerde effectmetingen op water (grondwater, oppervlaktewater, zoutgehalten, waterkwaliteit) en op (gewas)opbrengsten. Hierdoor is het voor individuele agrariërs nog te onzeker om te bepalen of de antiverziltingsdrainage en de combinatiedrainage voldoende effectief zijn en blijven investeringen uit. Om de transitie naar een duurzaam grondwaterbeheer te kunnen versnellen is het is dus nodig om de technieken verder uit te werken tot een demonstratie- en onderzoeksproject waarmee de effectiviteit van de technieken onder echte omstandigheden kan worden aangetoond. Dit nieuwe project richt zich op: 1.

2. 3.

4.

Opzetten van 3 demonstratieprojecten waarmee de technieken onder verschillende bodem-, water-, en landbouwcondities worden doorontwikkeld en beheer en onderhoud geëvalueerd kan worden. Monitoren van de effectiviteit van de maatregelen (op zoetwatervoorraad, opbrengstverhoging, etc.). Hiermee kan ook de economische haalbaarheid beter worden onderbouwd. Ontwikkelen van kengetallen en richtlijnen voor aanleg, beheer en onderhoud waarmee agrarisch adviseurs en draineurs zelfstandig de boer op kunnen. Hiermee kunnen de kosten voor advisering worden gereduceerd. In het lopende POP-3 project missen hiervoor nog voldoende praktijkervaringen. Delen van ervaringen en kennis door kennisavonden en veldbezoeken. Hierbij zijn de demonstratieprojecten een belangrijke voorwaarde voor acceptatie van de technieken door agrarisch ondernemers.

3 b. Welk probleem wilt u aanpakken bij de uitvoering van uw project?

Geef hier een korte toelichting met de context en noodzaak van het project: Het Zeeuws Deltaplan Zoet Water zet in op het gebiedsgericht duurzaam beheren van het zoete (grond)watersysteem door een combinatie van maatregelen op het niveau van bodem, het beperken van de watervraag en het vasthouden van water. In de laaggelegen kwelgebieden in Zeeland (poelgronden) komt brak water op geringe diepte voor en is landbouw afhankelijk van dunne zoete regenwaterlenzen en het bodemvocht in de onverzadigde zone. De regenwaterlenzen kunnen verdikt of benut worden met innovatieve drainagetechnieken zoals de antiverziltingsdrainage en combinatiedrainage. Het grootschalig toepassen van deze technieken kan in deze gebieden potentieel significant bijdragen aan de transitie naar duurzaam gebiedsgericht (grond)waterbeheer. Deze technieken zijn met name van belang voor een aanzienlijk deel van de provincie Zeeland, zoals Noord-Beveland, Walcheren, Schouwen-Duiveland en delen van Zeeuws-Vlaanderen die niet beschikken over een externe zoetwateraanvoer en voor zoet water voor de landbouw geheel afhankelijk zijn van regenwater en zoete grondwatervoorraden. Een groot deel van Zeeland heeft te maken met brak of zout water op geringe diepte (zie afbeelding 1).

Om de stap te zetten naar grootschalige toepassing is het nodig om de technieken verder te ontwikkelen en aan te passen aan de verschillende bodem- en (grond)watercondities. Daarnaast is het nodig om een beter beeld te krijgen van de effecten van de maatregelen op (grond)waterbeschikbaarheid en de opbrengsten. Door 3 demonstratieprojecten te ontwikkelen op Schouwen-Duiveland is het project in staat om de technieken verder te ontwikkelen, te monitoren en op basis van deze ervaringen richtlijnen te ontwikkelen voor toepassing en advisering. Als laatste zijn de demonstratieprojecten belangrijk in de acceptatie van de technieken. Hiermee draagt het project bij aan de verdere uitrol van het Zeeuws Deltaplan Zoetwater.

3 juni 2021

Figuur 1. De ligging van het zoet-zout grensvlak in de Provincie Zeeland (FRESHEM Zeeland, Deltares). Op veel locaties in Zeeland komt brak of zout water op geringe diepte voor (rode kleuren). 3 c. Omschrijving van de projectdoelstelling

Omschrijf de doelstelling. Omschrijf hieronder wat u met het project wilt bereiken en hoe dit bijdraagt aan het beleidsdoel uit het openstellingsbesluit van deze regeling: Het project beoogt het versnellen van de markttoepassing van innovatieve drainagetechnieken waarmee zoetwaterlenzen in laaggelegen gebieden met een hoge kweldruk duurzaam kunnen worden beheerd. Dit gebeurt door het opzetten van 3 demonstratieprojecten voor verschillende toepassingen van antiverziltingsdrainage en combinatiedrainage, inclusief een monitorings- en evaluatieprogramma om de effecten van deze technieken door te vertalen naar kengetallen en richtlijnen voor aanleg, beheer en onderhoud. Daarmee levert dit project een bijdrage aan de doelstelling van de openstelling die gericht is op het praktijkrijp maken van kennis en innovatie en daarmee een te leveren bijdrage aan een transitie naar een meer volhoudbare landbouw. Daarbij sluit het project in het bijzonder aan op de volgende thema’s: -

Verbetering van de bodemkwaliteit en/of de beschikbaarheid en efficiënt gebruik van zoetwater; Klimaatadaptatie.

3 d. Geef hieronder een beschrijving van uw project

Beschrijving van de inhoud van het project (maximaal 1 A4). Als u meer ruimte nodig heeft kunt u een extra bijlage met projectinformatie meesturen. Ook eventuele andere bijlagen met ondersteunende info (bv kaarten).

4 juni 2021

3 demonstratieprojecten voor innovatieve drainage. Het project ontwikkelt 3 demonstratieprojecten voor innovatieve drainagetechnieken. Daarbij wordt verder gebouwd op de resultaten van de haalbaarheidsstudies van het lopende POP-3 project Samenwerken voor Zoetwater. Er zullen twee demonstratieprojecten (van ca 3-5 ha) voor combinatiedrainage worden aangelegd en een demonstratieproject (3-5 ha) voor antiverziltingsdrainage. Bij de demonstratieprojecten voor combinatiedrainage wordt drainage op twee dieptes, boven elkaar, aangelegd. Beide systemen zijn peilgestuurd. In dit systeem zal de diepere drainage net boven de slecht doorlatende ongerijpte kleilaag worden aangelegd. Deze drainage is bedoeld om de zoute kwel af te vangen. De ondiepe drainage is bedoeld om de overwegend (zoete) neerslag af te voeren. Doordat de diepere drainage de zoute kwel afvangt zal een scheiding tussen zoet en zout grondwater gaan ontstaan en het ondiepe grondwater zoeter worden. Het ondiepere systeem wordt aangesloten op een verzamelleiding (Figuur 2) en gebruikt als bron van zoet water. Het zoete water kan worden opgeslagen in een bassin en tijdens droge periode worden toegepast, eventueel in combinatie met druppelirrigatie. Het ontwerp van de gecombineerde drainage is afhankelijk van de lokale kwelsituatie, de bodemopbouw, maar ook van de maximale toegestane kwaliteit van het water.

In deze proef is het verzamelen van het zoete water het belangrijkste doel. De daadwerkelijke opvang en opslag van het zoete water (buiten het perceel) valt buiten het project en kan in een later stadium plaatsvinden als de inzameling van zoet water succesvol is gebleken. Doordat de bodemopbouw sterk bepalend is voor deze methodiek en de poelgronden een erg bonte bodem kennen, wordt deze techniek op twee verschillende bodems aangelegd. Daarnaast is de aanleg van het systeem uitdagend doordat de ligging van de drains (recht boven elkaar) modelmatig het meest optimaal lijkt te werken. Deze manier van aanleg is niet vaak toegepast en vraagt om nieuwe aanlegmethodieken. Op een locatie worden daarom binnen het project ook de twee meest veelbelovende aanlegmethodieken getest. De optimalisatie van de aanlegtechniek zorgt eveneens voor snellere opschalingsmogelijkheden.

Figuur 2. Drainagebuizen aangesloten op een ondergrondse verzamelleiding.

Bij het demonstratieproject met antiverziltingsdrainage wordt de huidige drainage vervangen door drainage op grotere diepte (enkele decimeters) welke peilgestuurd wordt gemaakt. Op deze manier wordt het brakkere/zoutere water op deze diepte afgevoerd en wordt dit vervangen door de aanvulling van zoet regenwater. Middels peilsturing kan het drainageniveau worden verhoogd waardoor (snellere) verzoeting van het ondiepe grondwater plaatsvindt.

Monitoringsprogramma Na aanleg van de technieken worden over een periode van twee jaar de technieken gemonitord. De monitoring heeft tot doel om de werking en effecten van de verschillende innovatieve drainagetechnieken aan te tonen. De monitoring van het effect op het (grond)watersysteem bestaat uit een pakket van monitoringstechnieken. Een meetnet wordt ingericht voor de monitoring van (grond)waterstanden, 5 juni 2021

debieten en neerslag. Het effect op nutriënten en zoutgehalten wordt middels veldcampagnes gemonitord. Hierbij wordt gebruik gemaakt van geofysische meettechnieken, lab-analyses en innovatieve (participatieve) monitoringstools. Door het combineren van verschillende technieken kan het effect en de werking van de drainageoplossingen worden aangetoond. De aanlegtechniek van de combinatiedrainage is doorslaggevend voor de werking. Belangrijk is dat de twee drainagesystemen recht boven elkaar liggen. Binnen het project worden de 2 meest veelbelovende aanlegmethodieken uitgeprobeerd. Momenteel wordt gekeken naar een combinatie van de aanleg met koffer (kettinggraver) en een sleufloze aanleg direct op de rand van de sleuf. Door de uitstroom uit de drains te monitoren op de debieten en waterkwaliteit (EC) kan de effectiviteit van de drainagesystemen worden beoordeeld en het effect van de verschillende aanlegtechnieken met elkaar vergeleken. De aanlegtechniek en beheer en onderhoud van de technieken worden geëvalueerd. De monitoring van de landbouwkundige effecten bestaat uit opbrengstbepaling op basis van veldmetingen (door het nemen van 3 monsters per object) op de locatie waar de antiverziltingsdrainagetechniek wordt toegepast en een modelmatige (theoretische) opbrengstbepaling op basis van de gemeten volumes en kwaliteit van het zoete water uit de combinatiedrainage.

De gemeten en modelmatig bepaalde opbrengst wordt vergeleken met met 3 referentiepercelen. Hiervoor zal voorafgaande aan het project een nulmeting plaatsvinden per object waarin de huidige stand van zaken op het perceel waaronder de bewortelingsdiepte beoordeeld zal worden en op basis van historische gegevens de opbrengsten worden bepaald. Door de uiteindelijke opbrengst te vergelijken met de opbrengst op een object waar alleen standaarddrainage ligt, kan beoordeeld worden of de maatregelen landbouwkundige winst opleveren. Ontwikkelen van richtlijnen en kennisdelen De resultaten van de drie demonstratieprojecten worden gebruikt om richtlijnen voor aanleg, beheer, onderhoud en kengetallen voor de effecten (grondwater, zoutgehalte en mogelijke landbouwopbrengsten) op te stellen waarmee ook de economische haalbaarheid kan worden ingeschat. Binnen dit project neemt kennisdeling een belangrijke plaats in. Allereerst door het opzetten (en deels doorzetten van het bestaande netwerk) van agrarisch ondernemers, adviseurs, technische specialisten en aannemers kan de werking van de technieken worden onderbouwd als op de juiste manier worden gecommuniceerd naar andere agrarisch ondernemers. Deze laatste stap is belangrijk voor de opschaling.

Er worden vier verdiepingsbijeenkomsten georganiseerd waarbij telers in kleine groepen geïnformeerd worden over de technieken die toegepast zijn, en waarbij de telers informatie krijgen over hoe dit toe te passen is in de eigen bedrijfssituatie. Ook zullen de proeflocaties bezocht worden en zal er op aansluiting gezocht worden op het lerende netwerk van agrarisch ondernemers op Schouwen-Duiveland en elders in Zeeland door aan te sluiten op kennis bijeenkomsten en evenementen die georganiseerd worden voor akkerbouwers op AIKC Proefboerderij Rusthoeve in Colijnsplaat. Informatie over het project en de opnames van (online) kennis bijeenkomsten zullen worden gedeeld via de website van het Living Lab SchouwenDuiveland.

3 e. Uitvoering en realisatietermijn

Beschrijf de projectactiviteiten per te onderscheiden fasen. Noem per activiteit de beoogde start- en einddatum en het beoogde resultaat van deze activiteit: Fase Activiteit Start- en einddatum Resultaat Voorbereiding

1. Ontwerp ( drainage/meetopstelling) op pilot niveau uitwerken en afstemmen ondernemer 2.Bestellen meetapparatuur en materiaal

April -mei 2022

3 ontwerp drainagesysteem

Mei – juli 2022

6 juni 2021

Aanleg

monitoring

Analyse Rapportage en kennisdelen Coördinatie

3.Nul-meting monitoring water en onderzoek historische opbrengstbepaling 4. Aanleggen drainage systeem 5.Testen werking systeem 6. Monitoring water groeiseizoen 2023 7. Monitoring water en opbrengsten groeiseizoen 2024 8. Analyse resultaten 9. Opstellen eindrapportage 10. Coördinatie project 11. Deelbetaling en voorgansrapportage opstellen en indienen 12. Vaststelling opstellen en indienen

Mei – augustus 2022

Rapportage nulmeting

Sept – okt 2022 Najaar 2022 Groeiseizoen 2023 Groeiseizoen 2024

Volledige projectduur Najaar 2024

Werkend systeem opgeleverd Rapportage seizoen 2023 Rapportage seizoen 2024

Eindrapportage

Volledige projectduur 1e kwartaal 2023 1e kwartaal 2024 April 2025

3 f. Omschrijf de meetbare resultaten van uw project

Omschrijf wat de concrete resultaten en producten zijn na afloop van het project: Meetbare resultaten: - 2 demonstratieprojecten met toepassing van dubbele drainage - 1 demonstratieproject met toepassing van antiverziltingsdrainage - Technische rapportage van de hydrologische, bodemkundig en landbouwkundig analyse van de monitoringsresultaten en richtlijnen voor aanleg, beheer en onderhoud - Syntheserapport - 4 verdiepingsbijeenkomsten - 3 brede kennisbijeenkomsten - 3 werkbezoeken

3 g. Meting resultaten

Op welke wijze worden de resultaten getoetst/gemeten? Geef aan hoe u de doelstelling(en) en projectresultaten gaat meten: Omschrijving resultaat Wijze van meten/toetsen 3 demonstratieprojecten Foto’s aanleg Technische rapportage Beschikbaar gesteld Syntheserapport Beschikbaar gesteld Verdiepingsbijeenkomsten en werkbezoeken Foto’s en verslagen 3 h. Risico’s en randvoorwaarden

Hier kunt u uitwerken wat de risicofactoren op het niet behalen van de projectdoelstellingen zijn en beschrijf de aanpak om potentiële (negatieve) impact te beperken: Risico: deelnemende agrariër stopt. Aanpak: uit het netwerk van het lopende POP-3 project wordt een ondernemer gezocht met een vergelijkbare bedrijfsvoering en bodemcondities. Risico: uitdagingen bij aanleg waardoor kosten hoger uitvallen. De inschatting van de kosten van de aanleg is bepaald door een draineur-aannemer en experts van Acacia Water. Mochten tijdens de uitvoering van het 7 juni 2021

werk onverwachte meerkosten optreden dan zal eerst binnen het projectbudget gezocht worden naar mogelijkheden. Vervolgens zal aanvullende financiering worden gezocht bij partners. Risico: de gegevens uit de bodem en watermonitoring zijn onvoldoende om richtlijnen en rendementsbepalingen op te stellen. Aanpak: doordat er op 3 verschillende locaties gemeten wordt is de kans op ongeschikte monitoringsgegevens klein. Daarnaast worden de monitoringsinstrumenten na aanleg getest en gedurende het project beheerd.

4. Maatregel specifieke vragen

4 a. Begroting en dekking

In artikel 4 van het openstellingsbesluit "Samenwerking voor innovatie Zeeland" staan de kosten vermeld die subsidiabel zijn. − −

− −

Specificeer in een Excel bestand de begroting van de te maken kosten en de financiering van uw project. Deze bijlage is integraal onderdeel van het projectplan en dient als extra bijlage in het systeem geüpload te worden (in pdf formaat). Wij verzoeken u om hier in het projectplan aan te geven hoe de bedragen in de begroting tot stand zijn gekomen. Uit de omschrijving dient te blijken waarom deze kosten benodigd zijn voor de uitvoering van het project. In het algemeen dienen kosten aantoonbaar en onlosmakelijk verbonden te zijn met het project, dienen zij redelijk en billijk te zijn en kunnen verplichtingen alleen worden aangegaan na indiening aanvraag. Deze omschreven kosten dienen aan te sluiten op de begrote kosten zoals weergegeven de begroting. Een toelichting op de financiering van uw project. Indien u financiering van een derde partij ontvangt, dient u de status van die financiering te vermelden. In het geval dit een andere subsidie betreft is een toezegging van die subsidie een verplichte bijlage. Een overzicht van en toelichting op de eventuele inkomsten die met de uitvoering van het project gegenereerd worden.

Financiële onderbouwing De cofinanciering van 50% van de totale subsidiabele projectkosten wordt geleverd door de gemeente Schouwen-Duiveland en de provincie Zeeland. De overige 50% van de subsidiabele projectkosten wordt gedekt door de POP-3 bijdrage. Doordat projectmanagement en -communicatie 70% subsidabel zijn is er een eigen bijdrage van €31.832,-. Deze kosten worden verdeeld over de projectpartners m.u.v. de agrariërs. Door de verschillende deelnemers in het project worden in kind uren geleverd. Het gaat om de deelnemende agrarische ondernemers die een urenbijdrage leveren voor de werkzaamheden met betrekking tot de demonstratieprojecten op hun percelen. Daarnaast wordt door de gemeente SchouwenDuiveland inzet gepleegd door de bijdrage van ambtenaren die betrokken zijn bij het Living Lab. Om te voorkomen dat deze in kind bijdragen een onevenredig zware administratieve last opleveren binnen de projectadministratie en bij de deelnemende agrarische ondernemers, is besloten om deze bijdragen buiten de projectbegroting te houden. Er worden geen inkomsten verwacht.

De begroting van het project bestaat uit vijf werkpaketten: 1. Coördinatie, 2a. monitorings- en evaluatieprogramma water, 2b. monitorings- en evaluatieprogramma bodem en productie, 3. Aanleg drainagesystemen, 4 richtlijnen en kennis delen. 1 Coördinatie – Werkpakket 1 valt onder de gemeente Schouwen-Duiveland. De gemeente huurt de projectleiding, -management en administratie extern in. In de begroting is een raming opgenomen van de 8 juni 2021

kosten. Deze zijn onderbouwd met offertes in bijlage 5.1 en 5.2. Bij aanvang van het project worden de offertes beoordeelt door de inkoopafdeling van de gemeente. 2a Monitoring water – Werkpakket 2a bestaat uit de uren van Acacia Water en Deltares maar daarnaast ook de materiële kosten van de veldmetingen. Acacia Water en Deltares werken op uurbasis met de Integrale kosten systematiek (IKS). Een onderbouwing van de IKS tarieven zijn opgenomen in bijlage 4. De materiële kosten van de veldmetingen zijn geraamd door Acacia Water vanuit hun ervaring in andere projecten. De aankoop van deze materialen loopt via Acacia Water. 2b Monitoring bodem & productie – Werkpakket 2b bestaat uit uren van Delphy en proefboerderij Rusthoeve. Delphy en Proefboerderij Rusthoeve werkt op basis van personeelskosten. De onderbouwing van deze kosten is terug te vinden in bijlage 4. 3 Aanleg drainagesystemen – Werkpakket 3 bestaat ook uit uren van Acacia en Deltares en daarnaast materiële kosten voor de aanleg van de drainage en toebehoren. Deze kosten zijn ook onderbouwd met een offerte. Zie bijlage 5.3.1 en 5.3.2 Deze materialen koopt gemeente Schouwen-Duiveland in via een aanbesteding. 4 Richtlijnen en kennis delen – Werkpakket 4 bestaat uit uren van Acacia, Deltares, Delphy en proefboerderij Rusthoeve.

Het werkpakket bestaat enkel uit uren, waarvan de onderbouwing in bovenstaande paragrafen is toegelicht. 4 b. Beginselen van goed Financieel beheer

Geef aan op welke wijze bij de uitvoering van het project, waaronder het aangaan van verplichtingen, de beginselen van goed financieel beheer worden toegepast. Met andere woorden, hoe wordt bewerkstelligd dat kosten van derden worden gemaakt tegen marktconforme tarieven en op welke wijze wordt dit aantoonbaar gemaakt in het projectdossier? Alle projectpartners zijn professionele organisaties, die alle een eigen financiële administratie met dito gekwalificeerd personeel hebben en die jaarlijks door een accountant gecontroleerd worden. Dit garandeert dat het interne, financiële beheer bij de projectpartners goed geborgd is. De gemeente Schouwen-Duiveland treedt op als penvoerder en verzorgt de projectadministratie en projectverantwoordingsrapportages. Naar de drie agrarische ondernemers die deelnemen als partner zullen geen financiële middelen toe vloeien, zij stellen enkel land ter beschikking voor het project. Hierdoor vormt dit geen financieel risico. Verplichtingen ten opzichte van derden zullen te allen tijde gepaard gaan met een duidelijke overeenkomst over wat geleverd wordt, tegen welke prijs en wanneer. De betrokken organisaties en de projectleider zijn dermate ervaren, dat het opstellen en beoordelen van dergelijke overeenkomsten voor hen geen probleem is.

Voor de inzet van derden zal de penvoerder namens het samenwerkingsverband bij verschillende partijen offertes opvragen en zal op basis van een prijsvergelijking en de kwaliteit de inhuur plaatsvinden. Hierbij zijn de bij de overheid gangbare aanbestedingsprocedures conform het vastgestelde inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland van toepassing. Op deze manier wordt tot marktconforme tarieven gekomen. In het projectdossier worden de offerteverzoeken, de offertes en de contracten digitaal gearchiveerd. 4 c. Administratieve Organisatie/interne beheersing

Beschrijf hoe u ervoor zorgt dat uw projectadministratie is ingeregeld. Alle kosten die u voor uw project maakt moeten inzichtelijk en controleerbaar worden bijgehouden. U kunt kosten gerelateerd aan het project bijvoorbeeld op afzonderlijke grootboekrekeningen bijhouden in uw administratie. Geef hierbij aan hoe binnen uw organisatie het inkoopproces, het betalingsproces en de urenregistratie is geregeld. Geef aan op welke wijze de rechtstreekse relatie van facturen met het project wordt aangetoond.

9 juni 2021

Voor de projectadministratie wordt een extern bureau ingehuurd met ruime ervaring in projectmanagement van EU subsidieprojecten. De projectadministratie wordt ingericht via aparte elementnummers, specifiek gerelateerd aan dit project, in de financiële administratie van de gemeente Schouwen-Duiveland, vergelijkbaar met een grootboekrekening. De projectadministratie wordt ingericht volgens de Financiële Verordening van de gemeente Schouwen-Duiveland en het Besluit Begroten en Verantwoorden. De financiële administratie van het project wordt periodiek gemonitord via de binnen de gemeente SchouwenDuiveland gehanteerde planning & control-cyclus. Daarnaast vindt bij de eindverantwoording accountantscontrole plaats. De te doorlopen inkoopprocessen worden doorlopen conform het vastgestelde Inkoop- en Aanbestedingsbeleid gemeente Schouwen-Duiveland. Het betalingsproces verloopt via het financiële systeem van elektronisch factureren van de gemeente Schouwen-Duiveland waarbij facturen betaalbaar worden gesteld na controle van de bepalingen uit de opdrachtverstrekking en vaststelling van het geleverde werk met fiattering door de betrokken projectleider c.q. aangewezen budgethouder.

De urenregistratie wordt voor zover noodzakelijk ingericht via tijdschrijfformulieren en een geautomatiseerd tijdschrijfsysteem van de gemeente Schouwen-Duiveland waarbij aparte regels worden aangemaakt voor het project die corresponderen met de boekingsregels voor het project in de financiële administratie. 4 d. Informatie voor de selectie van projecten

Aanvullende informatie: • •

Een kaart waarop is aangegeven waar welke maatregelen worden uitgevoerd; en waarop tevens is aangegeven de ligging van het gebied waarbinnen de maatregel effect heeft. Voor het betreffende gebied: een inschatting van de omvang van de problematiek en het verwachte effect van de maatregelen voor de landbouw

Gebied: een groot deel van de provincie Zeeland en beschikt niet over externe aanvoer van zoet water en is voor zoetwatervoorziening voor de landbouw geheel van afhankelijk van regenwater. Voor de delen waarbij zout en brak grondwater op geringe diepte voorkomt is het versterken van de bestaande regenwaterlenzen door de innovatieve drainage technieken die in dit project worden getest mogelijk een geschikte adaptatie maatregel.

Figuur 3. Locaties op Schouwen-Duiveland waar de maatregel Antiverziltingsdrainage kansrijk is. Bron: Project Samenwerken voor Zoetwater 2020-2022, Deltares.

De verwachting is dat tevens een aanzienlijk deel van de provincie Zeeland te maken heeft met ongerijpte klei dicht aan de oppervlakte waarvoor de in dit project voorgestelde combinatiedrainage mogelijk een 10 juni 2021

interessante toepassing is. Omdat de gebieden met ongerijpte klei niet goed gekarteerd zijn is het niet mogelijk om aan te geven hoe groot het gebied is dat van de verdere uitwerking van de techniek kan profiteren, echter de verwachting is dat een aanzienlijk deel van Zeeland te maken heeft met deze problematiek. Het project draagt daarmee bij aan een klimaatadaptieve en volhoudbare landbouw in Zeeland. Schouwen-Duiveland heeft als een van de laagst gelegen Zeeuwse eilanden een groot oppervlakte poelgronden met relatief hoge kweldruk, geringe ontwateringsdiepte en het voorkomen van ongerijpte klei, waarmee het een geschikte testlocatie biedt voor de innovatieve drainagetechnieken.

Figuur 4. Ligging van de beoogde percelen waarop de demonstratieprojecten zullen worden aangelegd. Per perceel zal een demonstratieproject van ca 3-5 ha worden gerealiseerd en zal een deel fungeren als referentie.

4 e. Indien er sprake is van investeringsregeling: negatieve omgevingseffecten

Beschrijf of uw investering kan leiden tot negatieve omgevingseffecten. Motiveer waarom dit wel of niet het geval is. Indien u vergunningsplichtig bent, stuur dan de verkenning naar mogelijke omgevingseffecten of de aanvraag van de vergunning mee: De drainage technieken draineren zout grondwater naar het oppervlaktewatersysteem. Omdat bij alle demonstratieprojecten het oppervlaktewater reeds een hoog EC-gehalte heeft worden geen negatieve effecten verwacht. Voor peilgestuurde antiverziltingsdrainage kan afhankelijk van het type uitstroomconstructie in het sloottalud voor deze activiteit mogelijk een vergunningsplicht gelden. Daarbij gelden voorwaarden voor aanleg. Het waterschap zal bij de uitwerking van de demonstratieprojecten betrokken worden.

5. Selectiecriteria Beschrijf hieronder hoe uw project bijdraagt aan de selectiecriteria van de betreffende maatregel. 5 a. Bijdrage aan selectiecriterium a - Effectiviteit

In samenhang worden de volgende aspecten bezien: 1. Meerwaarde van de beoogde innovatie voor het doel van het innovatiethema / urgentie – betreft de aanvraag een goede oplossing voor de in de openstelling omschreven behoefte; 2. Bijdrage van het project aan duurzame nieuwe samenwerkingsverbanden – heeft het project voorbeeldwerking, levert het ervaringen op waarmee andere groepen hun voordeel kunnen doen; 11 juni 2021

3. Mate van geschiktheid van de beoogde innovatie voor brede toepasbaarheid / uitrol – is er goede kans op snelle vertaling naar de praktijk. 4. Kwaliteit communicatieplan ten behoeve van kennisdeling tijdens het innovatietraject en ten behoeve van verspreiding van de resultaten – is er blijk van actieve beoogde koppeling van wetenschappelijke en praktijkkennis, bevat de begroting ruimte voor actieve kennisdeling? 5. Ook wordt de hoogte van het gevraagde subsidiebedrag in ogenschouw genomen.

De provincie Zeeland kent via de onderstaande methodiek de punten toe: − 0 punten indien aan geen enkel aspect wordt voldaan. − 1 punt indien overtuigend aan een van de vijf aspecten wordt voldaan. − 2 punten indien overtuigend aan twee van de vijf aspecten wordt voldaan. − 3 punten indien overtuigend aan drie van de vijf aspecten wordt voldaan. − 4 punten indien overtuigend aan vier van de vijf aspecten wordt voldaan. − – 5 punten indien overtuigend aan alle aspecten wordt voldaan. Het doel van de openstelling van de POP-3 samenwerking voor innovatie Zeeland 2021 is om projectmatige samenwerkingsverbanden te ondersteunen die gericht zijn op het praktijkrijp maken van kennis en daarmee bijdragen aan het realiseren van een transitie naar een meer volhoudbare landbouw/en of het bevorderen van de biodiversiteit. Het projectvoorstel sluit zeer goed aan op deze doelstelling. Het doel van het project is met een breed samenwerkingsverband praktijkrijpe methoden en technieken voor innovatieve drainagetechnieken te ontwikkelen, te testen en te evalueren die passen bij de specifieke condities van Schouwen-Duiveland en vergelijkbare situaties in Zeeland.

Door een samenwerkingsverband op te zetten van de betrokken partijen in de hele innovatieketen – van geohydrologische experts, adviseurs, uitvoerders en agrarische ondernemers – is het project in staat om hoogwaardige expertise en kennis te vertalen naar praktische toepassing. De inbedding in het Living Lab Schouwen-Duiveland en de samenwerking met de proefboerderij Rusthoeve garandeert daarnaast dat de ontwikkelde kennis verspreidt wordt over een groot deel van Zeeland. Het resultaat van dit samenwerkingsverband is dat de ontwikkelde kennis uit de demonstratieprojecten wordt vertaald naar standaarden, richtlijnen, protocollen en methoden waarmee agrarische adviesbureaus in staat worden gesteld zelfstandig bedrijfsadviezen op te stellen. Hierdoor draagt het project bij aan de transitie naar een klimaatadaptief zelfvoorzienend watersysteem in Zeeland en op Schouwen-Duiveland en helpt het om de productieomstandigheden van de landbouw onder een veranderend klimaat te verbeteren. Gezien de specifieke condities van Zeeland met een groot oppervlakte poelgronden met zout en brak grondwater dicht aan het oppervlak, en aanwezige risico van ongerijpte klei dicht aan de oppervlakte, is de in het project ontwikkelde kennis over drainage technieken breed toepasbaar.

Het project richt zich dan ook op kennisdeling waarbij de proefboerderij Rusthoeve haar positie en netwerk binnen de Zeeuwse agrarische sector benut om kennis te verspreiden. Voor adaptatie van innovatieve technieken zijn praktijkvoorbeelden onmisbaar. Met dit project wordt de werking van kansrijk geachte innovatieve technieken in het veld (zichtbaar) aangetoond.

5 b. Bijdrage aan selectiecriterium c – Efficiency

De kosteneffectiviteit wordt bepaald door in samenhang te kijken naar de volgende aspecten: 1. Redelijkheid van kosten - staat de begroting (uren en tarieven) in een reële verhouding tot de geplande prestatie, hoe is dit aannemelijk gemaakt? 2. Relevantie van de kosten – wordt de gevraagde bijdrage aan de juiste zaken besteed? 3. Efficiënt gebruik van kennis, kunde en arbeid - in hoeverre wordt bestaande kennis goed benut, staat de overhead van het project in redelijke verhouding tot de prestatie?

Voor de kosteneffectiviteit wordt als volgt punten toegekend: − − −

0 punten zullen worden toegekend indien de verhouding tussen kosten en doelstelling naar het oordeel van de commissie onredelijk is. 1 punt zal worden toegekend indien op een aspect voldoende wordt gescoord. 2 punten zullen worden toegekend indien op twee aspecten voldoende wordt gescoord. 12

juni 2021

− − −

3 punten zullen worden toegekend indien op alle drie de aspecten voldoende wordt gescoord. 4 punten zullen worden toegekend indien op twee van de drie voldoende en op een goed wordt gescoord. 5 punten zullen worden toegekend indien op alle aspecten goed wordt gescoord

De projectkosten in de begroting zijn geraamd op de reële en noodzakelijke activiteiten om tot de in paragraaf 3 F beschreven projectresultaten te komen. De partners in het project: Deltares en Acacia werken op basis van IKS (integrale kostprijs systematiek). Proefbroederij Rusthoeve en Delphy werkt op basis van de werkelijke personeelskosten. Door te rekenen met deze kostprijzen zijn de uurtarieven van de partners reëel. De offertes en uurtarieven van de externe partijen die later worden ingehuurd door de gemeente Schouwen-Duiveland voor de aanleg en projectleiding, -administratie en verantwoording worden getoetst de inkoopafdeling van de gemeente en op basis van de beste prijs-kwaliteit geselecteerd. Het project bouwt voort op de opgedane kennis uit pilots Proeftuin Zoet Water, Spaarwater, COASTAR, GOFRESH en gegevens over zoet en zoutwater in de ondergrond uit het project FRESHEM en Natuurlijk Zoet. Daarnaast wordt er kennis, opgedaan in het lopende samenwerken voor zoetwater project toegepast. De partijen uit het samenwerkingsverband hebben reeds veel kennis en kunde op het gebied van (monitoring van) drainage en landbouwkundige aspecten, waardoor efficiënt met de beschikbare budgetten kan worden omgegaan. Zowel Acacia en Deltares hebben ervaring met eerdere drainageproeven (Spaarwater, Drains2Buffer GO-FRESH).

5 c. Bijdrage aan selectiecriterium b – Haalbaarheid/kans op succes

De wijze waarop de kans op succes/haalbaarheid wordt gemeten is afhankelijk van het soort aanvraag waarover een oordeel geveld moet worden: 1. Oprichting samenwerkingsverband en de ontwikkeling van een projectplan; 2. Ontwikkelen innovatie.

Bij dit criterium wordt in samenhang gekeken naar de volgende aspecten: 1. Kwaliteit procesplan voor samenwerking en/of ontwikkeling innovatie – zijn alle randvoorwaarden goed in beeld gebracht en vertaald naar beheermaatregelen, is er goed nagedacht over ruimte voor procesmanagement, is goed nagedacht over risicomanagement, zijn er goede kwaliteitseisen gesteld aan de trekker van het project? 2. Blijk van oriëntatie op (technische) haalbaarheid en voor handen kennis – geeft de groep er blijk van zich te hebben georiënteerd of te gaan oriënteren op bestaande kennis, aanbevelingen, best practices en dergelijke rond het beoogde innovatiedoel? 3. Blijk van oriëntatie op businessmodel en marktpotentieel – heeft de groep de probleemstelling of kans die ten grondslag ligt aan de beoogde innovatie scherp voor ogen en kijken de aanvragers naar hoe de innovatie in praktijk gebracht kan worden? 4. Kwaliteit in relatie tot breedte samenstelling, kennisniveau en werkafspraken samenwerkingsverband – past de samenstelling van de groep bij de ambitie? 5. Kennisdeling – zegt de groep toe kennis uit te wisselen met het EIP en andere relevante netwerken en is er blijk van een actieve opstelling hierbij, bijvoorbeeld is er de bereidheid om presentaties te verzorgen of groepen belangstellenden te ontvangen?

De provincie Zeeland kent via de onderstaande methodiek de punten toe: − − − −

0 punten indien beide aspecten niet in beeld zijn gebracht; 1 punt indien alleen het eerste aspect in beeld is gebracht; 2 of 3 punten indien het aantal deelnemers redelijk respectievelijk goed in verhouding is tot de doelstelling van het project; 4 of 5 punten indien het aantal deelnemers, én hun kwaliteit redelijk respectievelijk goed in verhouding is tot de doelstelling van het project.

13 juni 2021

Omdat de demonstratieprojecten voortbouwen op de haalbaarheidsstudies van het POP-3 project Samenwerken voor Zoetwater zijn de drie demonstratieprojecten reeds grotendeels (uitvoerings)technisch uitgewerkt. Hierdoor is de technische haalbaarheid van de innovatieve drainagetechnieken onderbouwd. De betrokken adviseurs Acacia Water en Deltares zijn voorlopers op het gebied van (geo)techniek en antiverziltingsdrainage en Delphy heeft een bewezen track-record op landbouwkundige advisering. Proefboerderij Rusthoeve brengt een groot kennisnetwerk van agrariërs in en expertise op het gebied van kennisdeling en –verspreiding. De projectpartners Deltares, Acacia Water en Delphy zijn betrokken bij verschillende EU gesubsideerde onderzoeks- en innovatieprojecten in Nederland en elders in de EU, waaronder project Spaarwater (www.spaarwater.com), onderzoek naar zoetwaterlenzen voor kustgebieden (www.coastar.nl) en waterbeschikbaarheid voor de landbouw (project Grow with the Flow). Daarnaast wordt door de projectpartners gewerkt aan internationale toepassing van de innovaties, o.a. in de Mekong delta. Dit expert netwerk zal worden gebruikt om kennis en ervaringen te delen maar ook om toegang te hebben tot de laatste innovaties op het gebied van innovatieve drainage. Waar nodig zal het project kennis delen en samenwerken met EU EIP-Agri focusgroepen.

Het project heeft raakvlakken met focusgroupen Water & Agriculture en Soil Salination. Daarnaast zal kennis worden gedeeld via het nationale platform voor verziltingsvraagstukken het Zoet-Zout knooppunt. Binnen het project wordt getracht om kennis te delen middels kennisdagen en veldbezoeken aan de demonstratielocaties. De innovatieve drainagetechnieken die binnen dit project worden gedemonstreerd hebben een groot marktpotentiaal voor grootschalige toepassing gezien de omstandigheden van een groot deel van Zeeland en andere kutsgebieden in Nederland. Daarnaast kunnen deze technieken potentieel interessant zijn voor toepassing in andere deltagebieden waar verzilting en verdroging een rol spelen. Binnen het project wordst samengewerkt met een drianeur-aannemer en worden agrarisch adviseurs betrokken bij de kennisbijeenkomsten waardoor de ontwikkelde kennis snel bij de eindgebruikers belandt.

5 d. Bijdrage aan selectiecriterium d – Innovativiteit

In samenhang worden de volgende aspecten bezien: 1. 2. 3. 4.

Technisch of sociaal grensverleggend karakter van de innovatie Transitiekarakter van de innovatie Innovatieve waarde van het samenwerkingsverband Toepassingsgebied

Voor de innovativiteit wordt als volgt punten toegekend: − − − − − −

0 punten indien er geen sprake is van een innovatie zoals bijvoorbeeld een bestaand idee toepassen op een andere manier. 1 punt indien er geen sprake is van een bijzonder idee waardoor het grensverleggende karakter van de innovatie beperkt is. 2 punten indien de innovatie op ten minste twee aspecten enigszins scoort en op een aspect niet. 3 punten indien de innovatie op drie aspecten ruim voldoende scoort. 4 punten indien de innovatie op alle aspecten voldoende scoort. 5 punten indien de innovatie op alle aspecten overtuigend scoort

Het concept van antiverziltingsdrainage is in Zeeland getest in één onderzoekspilot (Kerkwerve) waarin veel kennis is opgedaan, maar door minder goede werking in de praktijk wordt de proef over het algemeen aangeduid als ‘mislukt’. Hierdoor zijn andere ondernemers huiverig voor toepassen van de techniek en blijft verdere toepassing vooralsnog achterwege. Een nieuwe pilot is nodig om aan te tonen dat door ontwikkelingen in het concept de toepassing op andere locaties wel goed kan werken. Deze techniek is

14 juni 2021

toepasbaar in een groot deel van de lagergelegen gebieden in de Provincie Zeeland, zie bijvoorbeeld de kansrijkheid op Schouwen-Duiveland in Figuur 3. Het concept van combinatiedrainage is alleen modelmatig aangetoond, maar deze technische innovatie is nog niet in de praktijk getest. Indien de werking van de technieken kan worden aangetoond kan deze een bijdrage leveren aan de klimaat- en watertransitie in de landbouw op grote delen van Zeeland. Opschaling is mogelijk naar een groot deel van de Provincie Zeeland: het toepassingsgebied is overal waar zout of brak water op geringe diepte in de ondergrond voorkomt (zie Figuur 1). Door het opzetten van een samenwerking van ondernemers, adviseurs en technische specialisten kan de werking van de technieken zowel wetenschappelijk worden onderbouwd als op de juiste manier worden gecommuniceerd naar andere agrarisch ondernemers. Deze laatste stap is belangrijk voor de opschaling. Het samenwerkingsverband levert een bijdrage aan een hechtere samenwerking tussen alle partijen in de innovatieketen.

Door persoonlijke contacten tussen internationaal opererende geohydrologische experts van Deltares en Acacia Water met agrarische adviesbureaus en lokaal opererende uitvoerders en agrarische ondernemers kan kennis snel uitgewisseld worden en vertaald worden naar de praktijk—en kan praktijk kennis weer worden vertaald naar richtlijnen en standaarden. Het project bouwt hiermee voort en versterkt het bestaande kennisnetwerk dat al deels rond de eerdere pilots van het project GO-FRESH en Proeftuin Zeeland is ontstaan en maakt gebruik van kennis uit het lopende POP-3 project Samenwerken voor Zoetwater.

6. Begroting 6 a. Onderbouwing projectbegroting Neem hieronder uw projectbegroting op en licht toe hoe u bent gekomen tot de bedragen. Deze beschrijving dient alleen ter onderbouwing: de begroting zoals opgegeven in het aanvraagformulier bij de aanvraag is leidend voor het berekenen van de subsidie. Als u de begroting hieronder niet kwijt kunt, mag u deze ook als extra bijlage uploaden. De begroting wordt als aparte bijlage toegevoegd. 6 b. Financiering De financiering van uw project dient sluitend te zijn met de begroting. Indien sprake is van een samenwerkingsverband stelt u de financiering op per partner in het project. Financier subsidiabele kosten

Begroting

%

Gevraagde subsidie POP3* Cofinanciering provincie Zeeland** Cofinanciering gemeente Schouwen-Duiveland** Eigen bijdrage partners Totale financiering

€ 346.232 € 230.821 € 115.411 €31.832 € 731.428

48% 32% 16% 4% 100%

Toelichting

* De gevraagde subsidie is maximaal het totaal aan subsidiabele kosten (zie 6.a) vermenigvuldigd met het subsidiepercentage. De POP3 subsidie bestaat in de meeste gevallen uit 50% EU-bijdrage en 50% bijdrage van de provincie of een andere Nederlandse overheid (tenzij anders in het openstellingsbesluit vermeld). Indien een deel van de POP-subsidie door een andere overheid dan de EU of de provincie wordt gefinancierd (zie openstellingsbesluit), moet u deze bijdrage onderbouwen met een bewijs van toegezegde financiering (verplichte bijlage). Als u een bijdrage in natura in uw begroting opneemt mogen die bijdragen aan het 15 juni 2021

eind van het project niet hoger zijn dan de totale subsidiabele uitgaven, exclusief bijdragen in natura. **Overige (nationale) subsidies. Indien u, naast de POP-subsidie, voor dit project ook andere subsidies (overheidsbijdragen) heeft aangevraagd of gekregen, moet u het subsidiebedrag hier opnemen. *** het bedrag dat u niet via subsidies financiert, is uw eigen bijdrage. Dit kan bijvoorbeeld bestaan uit eigen middelen. leningen of bijdragen uit private fondsen.

6.c Aanbesteding Alleen van toepassing als u als aanvrager voor dit project aanbestedingsplichtig bent, of als dit voor één of meer partners in het samenwerkingsverband geldt. Beschrijf hier, voor zover bekend, hoe u de opdrachten binnen dit project gaat aanbesteden. Verwijs zo mogelijk naar aanbestedingsbeleid, raamovereenkomsten, aanbestedingsplannen en overige beschikbare aanbestedingsdocumenten. Voeg deze documenten, voor zover beschikbaar, als bijlage bij uw aanvraag. De benodigde expertise voor het ontwerp, monitoring en evaluatie van demonstratieprojecten wordt geleverd door de projectpartners Acacia Water, Deltares en Delphy. De aanleg van de drainage technieken wordt door middel van een meervoudige onderhandse aanbesteding aanbesteed. Daarnaast wordt de projectleiding en projectmanagement via een onderhandse aanbesteding aanbesteed conform het inkoopbeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland.

7. Overig 7 a. Publiciteitsvoorwaarden

Beschrijf de publiciteitsactiviteiten die u gaat uitvoeren: Dit project heeft als een van de doelstellingen om de technieken die binnen dit project gedemonstreerd en getest worden uit te rollen naar andere potentiële gebruikers in de Provincie Zeeland. Hiervoor is communicatie met landbouwsector van groot belang. In dit project is daarom een samenwerking opgezet met de Proefboerderij Rusthoeve te Colijnsplaat. De proefboerderij Rusthoeve faciliteert onderzoek en demonstraties in akkerbouw– en groentegewassen op het gebied van o.a. rassen, bemesting en ziektebestrijding. Sinds enkele jaren vormt de beproeving en demonstratie van nieuwe innovatieve technieken een belangrijk onderdeel van de werkzaamheden. Binnen het project wordt door de Rusthoeve de volgende activiteiten opgenomen: Er worden vier verdiepingsbijeenkomsten georganiseerd waar telers zicht gericht voor op kunnen geven. Deze verdiepingsbijeenkomsten worden georganiseerd door Rusthoeve i.s.m. Delphy, Acacia Water en Deltares zodat de deelnemers advies in kunnen winnen bij de experts op de desbetreffende vakgebieden. De kennis die ontwikkeld wordt op de verschillende proeflocaties zal gedeeld worden door de organisatie van bijeenkomsten.

En tenslotte zal aansluiting gezocht worden op grote evenementen voor de landbouwsector die georganiseerd worden op Rusthoeve, waaronder de Open Dag Rusthoeve/CZAV, de Uiendag en overige evenementen rondom water. De overige publiciteitsactiviteiten die binnen dit project uitgevoerd worden zijn: Nieuwsbrieven Berichten op Social Media van de projectpartners Websites van de projectpartners Alle communicatieactiviteiten worden afgestemd met het living lab Schouwen-Duiveland. De website van het Living Lab (https://livinglabschouwen-duiveland.nl/) zal worden gebruikt om projectresultaten openbaar

16 juni 2021

te delen en beschikbaar te maken. De Zoet Water Academie (coördinatie bij de Hogeschool Zeeland) binnen de Broedplaats Zoetwater faciliteert bij het vastleggen van de kennis.

7 b. Wat wilt u verder nog vermelden over uw project?

Is uw project bijvoorbeeld in eerdere openstellingen ingediend of haakt uw project aan bij andere lopende projecten? Het project bouwt voor op het lopende POP-3 project Samenwerken voor innovatie; van pilot naar grootschalige toepassing van ondergrondse waterberging (2020-2022). Het project maakt gebruik van de haalbaarheidsstudies die in dit project zijn ontwikkeld en werkt verder met het netwerk van experts en ondernemers en nieuwe partners AIKC proefboerderij Rusthoeve en Delphy. Het project maakt onderdeel uit van het living lab Schouwen-Duiveland. Het living lab Schouwen-Duiveland is een samenwerkingsverband tussen de gemeente Schouwen-Duiveland, het waterschap Scheldestromen, Rijkswaterstaat, de hogescholen Zeeland en de HAS hogeschool. Naast dit project werken al verschillende studenten van de onderwijsinstellingen aan afstudeerprojecten naar zoetwaterbeschikbaarheid voor Schouwen-Duiveland. Door deze inbedding van het project in het living lab is het mogelijk om bij verschillende onderdelen van het project, zoals veldwerk, studenten en docent-onderzoekers van de onderwijsinstellingen in te zetten. Daarnaast wordt binnen het living lab samengewerkt met Agrarisch Schouwen-Duiveland voor de organisatie van kennisavonden en communicatie rond het project.

Daarbij sluit het project aan op de Broedplaats Zoetwater, een samenwerking van de gemeente SchouwenDuiveland, het waterschap Scheldestromen en de provincie Zeeland gericht op het ontwikkelen van technieken en werkwijzen om de zoetwaterbeschikbaarheid te vergroten door lokale maatregelen. Binnen de Broedplaats worden kennisbijeenkomsten georganiseerd en is een breder netwerk van adviseurs, agrarisch Schouwen-Duiveland en andere stakeholders, zoals ZLTO en de Zeeuwse Milieufederatie vertegenwoordigd.

17 juni 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11856126/1