CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20220920 Bijlage 3 Aanvullend projectplan (def)

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken7.186 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Projectplan Samenwerken voor Zoetwater: innovatieve drainage demonstreren, monitoren en evalueren

Projectplan ten behoeve van POP-3 subsidie opstelling Samenwerken voor Innovatie Versie 1.0 29 oktober 2021 Peter van Veelen (Buro Waterfront) Arjen Roelandse (Acacia Water) Vince Kaandorp (Deltares) Mathijs van Rumste (Add-Vision) Charlotte van Sluijs (Rusthoeve) Cor van Oers (Delphy)

Inhoudsopgave projectplan

Inhoudsopgave 1.

2.

Naar innovatieve drainagetechnieken voor een volhoudbare landbouw in Zeeland ...............................4 1.1

Aanleiding ............................................................................................................................................. 4

1.2

Doel van het project.............................................................................................................................. 5

1.3

Context: Zeeuws Deltaplan Zoetwater ................................................................................................. 6

1.4

Relatie met het POP-3 project Samenwerken voor Zoetwater ............................................................. 6

Aanpak ..................................................................................................................................................8 2.1

Algemene opzet van het project ........................................................................................................... 8

2.2

Samenwerkingsverband ....................................................................................................................... 8

2.4

Inbedding in living lab Schouwen-Duiveland en Broedplaats Zoetwater.............................................. 9

3. Werkpakket 1 Ontwerp en aanleg drainagesystemen ................................................................................ 10 3.1

Onderzoeksvragen werkpakket .......................................................................................................... 10

3.2 Beschrijving innovatieve drainagesystemen ....................................................................................... 10 Antiverziltingsdrainage (demonstratieproject Klompe – van der Linde) ..................................................... 11 Dubbele drainage (demonstratielocaties den Hartog en den Boer) ............................................................ 12 3.3 Activiteiten .................................................................................................................................................. 14 4

Werkpakket 2 Monitoring en evaluatie programma ............................................................................. 15 4.1 WP2a: water ....................................................................................................................................... 15 Onderzoeksvragen ....................................................................................................................................... 15 Monitoringstechnieken ................................................................................................................................ 15 4.2 Activiteiten ................................................................................................................................................. 17 4.3 WP2b: Landbouwkundige monitoring ................................................................................................ 18 Onderzoeksvragen ....................................................................................................................................... 18 Aanpak ......................................................................................................................................................... 18 4.4 Activiteiten .................................................................................................................................................. 19

5

Werkpakket 4 Ontwikkelen van richtlijnen en kennisdelen .................................................................. 19 5.1

Vertaling naar richtlijnen aanleg, beheer en onderhoud .................................................................... 19

5.2

Kennis delen ........................................................................................................................................ 20

5.3

Activiteiten.......................................................................................................................................... 20

Planning ........................................................................................................................................................ 21 Begroting ...................................................................................................................................................... 22 Projectorganisatie ......................................................................................................................................... 23

1. Naar innovatieve drainagetechnieken voor een volhoudbare landbouw in Zeeland 1.1

Aanleiding

Zoet water voor een volhoudbare landbouw in Zeeland Een aanzienlijk deel van de provincie Zeeland is voor zoetwater voor de landbouw geheel afhankelijk van regenwater en het beschikbare zoete grondwater in de duinen, kreekruggen en dunne regenwaterlenzen in de laaggelegen polders. Omdat deze delen niet verbonden zijn met het zoetwaterhoofdsysteem is het niet mogelijk om in droge perioden zoet water aan te voeren of sloten door te spoelen. Hierdoor is er sprake van watertekorten voor de landbouw en verzilting van het ondiepe grondwater en oppervlaktewater. De lange termijn verwachting onder invloed van klimaatverandering is een toenemend neerslagtekort in het voorjaar en zomer en een toename van meer extreme lokaal optredende regenbuien. Door de toenemende droogte in de zomerperiode en de lange-termijn effecten van doorgaande bodemdaling in combinatie met zeespiegelstijging zal het probleem van verzilting en verdroging verder toenemen. De extreem droge zomer van 2018 en de droge zomers van 2019 en 2020 hebben laten zien dat de landbouwsector kwetsbaar is voor toenemende droogte. Zoetwaterlenzen zijn kwetsbaar voor klimaatverandering Op de lager gelegen, soms zware zeekleigronden (de poelgronden) is de zoute kweldruk hoog en vormt zich slechts een dunne zoetwaterlens die drijft op het brakke tot zoute grondwater dat zich op slechts enkele meters onder maaiveld bevindt.

Deze zoetwaterlens groeit in de wintermaanden aan door het neerslagoverschot, maar wordt in de zomerperiode dunner vanwege verdamping. Tijdens langere droogteperioden in de zomermaanden kan de zoetwaterlens afnemen en soms geheel verdwijnen. Hierdoor is het risico dat het zoute grondwater optrekt naar de wortelzone waardoor naast droogteschade ook schade door verzilting kan optreden. Dit probleem speelt met name in gebieden met een bodemopbouw met slecht doorlatende kleilagen en een hoge grondwaterdruk. In deze omstandigheden kan de zoetwaterlens niet voldoende aangroeien omdat de maximale lens door de hoge zoute kweldruk of door slecht doorlatende kleilagen betrekkelijk dun is. Op de lange termijn neemt de kans op lange perioden van droogte toe en zal de kweldruk toenemen door de stijgende zeespiegel en bodemdaling. Afhankelijk van lokale condities en de snelheid waarop de zeespiegelstijging en bodemdaling zich voltrekt dreigen bestaande zoetwaterlenzen in de ondergrond op termijn te verdwijnen. Hierdoor neemt het risico op droogteschade en verzilting toe en nemen de condities van de landbouw af. Deze situatie speelt in gebieden als Noord-Beveland, Walcheren, Schouwen-Duiveland en delen van Zeeuws-Vlaanderen.

Duurzaam beheer zoetwaterlenzen door innovatieve drainagetechnieken Om ook in deze gebieden in de toekomst een vitaal en leefbaar platteland te behouden is het nodig om de regenwaterwaterlenzen robuuster te maken en duurzaam te beheren. De kustgebieden hebben een neerslagoverschot waardoor er netto meer regenwater valt dan dat er jaarlijks verdampt. Ook de lange termijn verwachting is de verwachting dat het neerslagoverschot in de kustgebieden blijft, hoewel de verdeling in ruimte en tijd meer extremer zal worden (Klimaatsignaal KNMI 2021). Door een nieuwe balans te zoeken tussen drainage om water af te voeren en drainage om water vast te houden kan meer zoetwater in het perceel worden opgeslagen. Recent zijn verschillende technieken ontwikkeld, zoals antiverziltingsdrainage en regelbare drainage waarbij diepe drains zorgen voor het afvoeren van zout water om de kweldruk te verlagen en ondiepe drains zorgen voor het regelen van het grondwaterpeil in het perceel. Deze technieken zijn inmiddels succesvol toegepast in Noord-Nederland (project Spaarwater) In Zeeland zijn deze technieken nog niet toegepast en de potentiële aanwezigheid van ongerijpte klei (bij kleigronden met hoge grondwaterstand) in grote delen van Zeeland maakt dat bestaande

peilgestuurde drainagetechnieken niet altijd haalbaar zijn. Een door Deltares uitgevoerde praktijkproef met antiverziltingsdrainage uitgevoerd in Kerkwerve (Drains2Buffer, Kerkwerve) heeft veel kennis opgeleverd, maar niet de gewenste resultaten op het perceel vanwege slecht doorlatende ongerijpte klei waardoor er onvoldoende toestroming van grondwater naar de diepe drains was. De slechte doorlatendheid zorgt ervoor dat de regenwaterlens in de ondergrond onvoldoende kan aangroeien. Vanwege de teleurstellende resultaten van de proef is de algemene opinie onder ondernemers dat antiverziltingsdrainage niet werkt. Om toch mogelijkheden voor het ondergronds opslaan van zoetwater te onderzoeken werkt een samenwerkingsverband van Deltares, KWR Water, Acacia Water, gemeente Schouwen-Duiveland en Agrarisch Schouwen-Duiveland samen met een netwerk van agrarisch ondernemers op SchouwenDuiveland aan het ontwikkelen van haalbaarheidsplannen voor antiverziltingsdrainage voor de poelgronden. Uit dit (lopend) onderzoek blijkt dat op de hoger gelegen gronden met een iets grotere drooglegging en diepere ligging van de ongerijpte klei antiverziltingsdrainage mogelijk wel kansrijk is om zoetwaterlenzen te vergroten. In gebieden met een hoge kweldruk en ongerijpte klei op beperkte diepte is een alternatieve techniek ontwikkeld.

Bij deze techniek (combinatiedrainage) worden diepe drains beneden de ongerijpte kleilaag aangelegd die zorgen voor het verminderen van de kweldruk en afvoer van zout grondwater. De ondiepe drains voeren het teveel aan zoet water af om natschade te voorkomen, de reguliere drainagefunctie. Doordat de diepe drains het zoute water afvoeren zal de grens tussen zoet en zoute grondwater dieper komen te liggen en wordt het ondiepe grondwater in het perceel zoeter. Door het afgevoerde zoete water uit de drains te verzamelen in een bassin kan in perioden van droogte gronden worden voorzien van zoet water om verzilting en droogte in de wortelzone te voorkomen. Dit kan eventueel in combinatie met druppelirrigatie. Het doel van de combinatiedrainage is dus niet het vergroten van de regenwaterlenzen maar om de lenzen te verzoeten en zoet water te oogsten uit de drains.

1.2

Doel van het project

Omdat het nog onzeker is of de antiverziltingsdrainage en de combinatiedrainage voldoende effectief zijn en omdat het nog ontbreekt aan effectmetingen is de stap voor veel ondernemers naar een investering nog te groot. Hierdoor blijft de marktacceptatie van de innovaties achter en blijft de transitie naar een duurzaam grondwaterbeheer voor de landbouw achter. Het project beoogt het versnellen van de markttoepassing van innovatieve drainagetechnieken waarmee zoetwaterlenzen in laaggelegen gebieden met een hoge kweldruk duurzaam kunnen worden beheerd. Hiervoor is het nodig om de werking, effectiviteit en rendabiliteit van de innovaties te testen. Dit gebeurt door het opzetten van 3 demonstratieprojecten voor verschillende toepassingen van antiverziltingsdrainage en dubbele drainage, inclusief een monitorings- en evaluatieprogramma om de effecten van deze technieken door te vertalen naar kengetallen en richtlijnen voor aanleg, beheer en onderhoud. Het doel van het project luidt: "Het aantonen van de werking en effecten van antiverziltingsdrainage en combinatiedrainage en het opdoen van praktijkervaring in aanleg, beheer en onderhoud in de Zeeuwse setting. "

1.3

Context: Zeeuws Deltaplan Zoetwater

Het Zeeuws Deltaplan Zoet Water zet in op het gebiedsgericht duurzaam beheren van de zoete (grond)watersysteem door combinatie van maatregelen op het niveau van bodem, het beperken van de watervraag en het vasthouden van water. Een aanzienlijk deel van de provincie Zeeland beschikt niet over een externe aanvoer van zoet water en is afhankelijk van regenwatervoorraden die in de bodem zijn opgeslagen. In de laaggelegen kwelgebieden in Zeeland (poelgronden) komt brak water op geringe diepte voor en is landbouw afhankelijk van dunne zoete regenwaterlenzen en bodemvocht in de onverzadigde zone. De regenwaterlenzen kunnen verdikt of benut worden met innovatieve drainagetechnieken zoals de antiverziltingsdrainage en combinatiedrainage. Als uit de in dit project voorgestelde demonstratieprojecten blijkt dat deze technieken voldoende effectief zijn en een positief rendement laten zien is een belangrijke stap genomen naar grootschalige toepassing. Het grootschalig toepassen van deze technieken kan in deze gebieden potentieel significant bijdragen aan de transitie naar duurzaam gebiedsgericht (grond)waterbeheer.

1.4

Relatie met het POP-3 project Samenwerken voor Zoetwater

Het project bouwt voort op het POP-3 project Samenwerken voor Zoetwater – van pilots naar grootschalige toepassing van zoetwateropslag in de ondergrond van Schouwen-Duiveland dat toegekend is voor de periode 2020-2022. Het lopende POP-3 project is een samenwerkingsverband tussen Deltares, KWR Water, Acacia Water, Agrarisch SchouwenDuiveland en de gemeente Schouwen-Duiveland en richt zich op het ontwikkelen van quickscans en haalbaarheidsprojecten voor verschillende vormen van ondergrondse opslag van zoet water voor de landbouw op Schouwen-Duiveland. Het doel van dit project is om standaarden voor advisering, werkwijzen en (web)tools te ontwikkelen waarmee de stap naar grootschalige toepassing van ondergrondse opslag van zoet water kan worden versneld. Binnen dit project zijn voor de poelgronden 8 quickscan onderzoeken uitgevoerd en worden op dit moment 4 haalbaarheidsplannen ontwikkeld voor verschillende vormen van drainage. Daarnaast zijn voor de kreekrug 5 quickscans uitgevoerd en wordt voor een cluster van ondernemers ten noorden van Noordgouwe een haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd. De resultaten uit de quickscans en de haalbaarheidsstudies worden verwerkt tot tools, zoals een beslisboom voor agrarisch ondernemers.

Deze nieuwe aanvraag bouwt voort op dit project door de haalbaarheidsplannen voor de poelgronden verder uit te werken tot demonstratieprojecten waarmee de werking en het effect op waterbeschikbaarheid en opbrengst in beeld kunnen worden gebracht. Uit de haalbaarheidsplannen blijkt dat voor Schouwen-Duiveland twee drainage technieken interessant zijn: antiverziltingsdrainage (zoals Drains2Buffer) en combinatiedrainage. Bij de eerste drainagetechniek wordt het diepere zoute grondwater gedraineerd in plaats van het bovenste zoete water waardoor ruimte ontstaat voor een dikkere zoete regenwaterlens. Bij de tweede techniek worden de ondiepe drains gebruikt om zoet water te oogsten tijdens natte perioden. De antiverziltingsdrainage is succesvol op pilotniveau uitgevoerd in de zoute delen van Friesland (Herbajum) en Groningen (Hoornhuizen) tijdens het project Spaarwater. Aandachtspunten zijn onder andere dat de grond voldoende doorlatend is, de drooglegging voldoende ruimte heeft om te kunnen sturen op het drainagepeil en de kweldruk niet te hoog is. Een door Deltares uitgevoerde praktijkproef uitgevoerd in Kerkwerve (Drains2Buffer,

Kerkwerve) heeft veel kennis opgeleverd, maar niet de gewenste resultaten op het perceel vanwege slecht doorlatende ongerijpte klei waardoor er onvoldoende toestroming van grondwater naar de diepe drains was. De slechte doorlatendheid zorgt ervoor dat de regenwaterlens in de ondergrond onvoldoende kan aangroeien. Vanwege de teleurstellende resultaten van de proef is de algemene opinie onder ondernemers op Schouwen-Duiveland dat antiverziltingsdrainage niet werkt. Op basis van de haalbaarheidsonderzoeken lijkt echter op de hoger gelegen gronden met een iets grotere drooglegging en diepere ligging van de ongerijpte klei antiverziltingsdrainage kansrijk om zoetwaterlenzen te vergroten. In het lopende POP-3 project is de techniek uitgewerkt tot een haalbaarheidsplan voor twee locaties: maatschap Klompe en van der Linde (Dreischor) en melkveebedrijf van der Wel (Nieuwerkerk).

Figuur 1. Ligging van de drie beoogde percelen waarop de demonstratie van innovatieve drainage zal worden aangelegd.

In gebieden met een hoge kweldruk en ongerijpte klei op beperkte diepte is een alternatieve techniek ontwikkeld. Bij deze techniek (combinatiedrainage) worden diepe drains vlak boven de ongerijpte kleilaag aangelegd die zorgen voor het verminderen van de kweldruk en afvoer van zout grondwater. De ondiepe drains voeren het teveel aan zoet water af om natschade te voorkomen, de reguliere drainagefunctie. Door het afgevoerde zoete water uit de drains op te vangen kan een zoetwateropslag worden gevuld die in perioden van droogte kan worden gebruikt om gronden te voorzien van zoet water om verzilting en droogte in de wortelzone te voorkomen. Dit kan eventueel in combinatie met druppelirrigatie. Het doel van de combinatiedrainage is dus niet het vergroten van de regenwaterlenzen maar om zoet water te oogsten uit de drains. Deze oplossing is in het lopende POP-3 project uitgewerkt tot een haalbaarheidsplan voor een cluster van 3 bedrijven ten noorden van Kerkwerve (Bil, Den Hartog en Hanse) en een biologisch akkerbouwbedrijf den Boer (Kerkwerve). Drie van de vier ondernemers die betrokken zijn bij de haalbaarheidsprojecten voor innovatieve drainage hebben aangegeven verder te willen met de techniek en zijn bereid om mee te werken aan het demonstratie- en monitoringsproject.

Voor de betrokken ondernemers is reeds de zoetwatervraag in beeld gebracht, is de bodemopbouw geanalyseerd en is een voorstel voor een mogelijke drainagetoepassing ontwikkeld. Hierdoor kan dit nieuwe project snel verder met het gedetailleerde technische ontwerp van de drainagetechnieken.

2. Aanpak 2.1 Algemene opzet van het project Het project is georganiseerd rond 4 lijnen: 1. Opzetten van 3 demonstratieprojecten waarmee de technieken onder verschillende bodem-, water-, en landbouwcondities worden doorontwikkeld en beheer en onderhoud geëvalueerd kan worden. 2. Monitoren van de effectiviteit van de maatregelen (op zoetwatervoorraad, opbrengstverhoging, etc.). Hiermee kan ook de economische haalbaarheid beter worden onderbouwd. 3. Ontwikkelen van kengetallen en richtlijnen voor aanleg, beheer en onderhoud waarmee agrarisch adviseurs en draineurs zelfstandig de boer op kunnen. Hiermee kunnen de kosten voor advisering worden gereduceerd. In het lopende POP-3 project missen hiervoor nog voldoende praktijkervaringen. 4. Delen van ervaringen en kennis door kennisavonden en veldbezoeken. Hierbij zijn de demonstratieprojecten een belangrijke voorwaarde voor acceptatie van de technieken door agrarisch ondernemers. De eerste lijn ontwikkelt drie demonstratieprojecten voor innovatieve drainage. Voor de ontwikkelingen van deze drainageplannen werken experts van Acacia Water en Deltares samen met een draineur-aannemer en de agrarisch ondernemer aan een ontwerp en de aanleg van een innovatieve drainage demonstratieproject van ca 3-5 ha. Trekker van deze lijn is Acacia water.

In de tweede lijn wordt een monitoringsplan opgesteld en worden monitoringsinstrumenten geplaatst bij de aanleg van de demonstratieprojecten waarmee de effecten kunnen worden bemeten. Gedurende twee jaar (teeltseizoenen) worden de effecten op waterbeschikbaarheid en opbrengst gemonitord. Trekker van deze lijn is Deltares. De laatste lijn richt zich op het evalueren van de demonstratieprojecten en het ontwikkelen van richtlijnen voor het ontwerp en de aanleg, beheer en onderhoud van de technieken. Daarnaast richt deze lijn zich op het delen van de kennis met het bredere netwerk van agrarisch ondernemers in Zeeland. Trekker van deze lijn is proefboerderij de Rusthoeve. Het project zal worden georganiseerd rond 4 werkpakketten: - WP 1 projectmanagement en -administratie - WP 2 monitoring water en landbouwopbrengsten - WP 3 ontwerp en aanleg 3 demonstratieprojecten - WP 4 richtlijnen en kennis delen

2.2 Samenwerkingsverband Het project zal worden uitgevoerd door een samenwerkingsverband van gemeente SchouwenDuiveland, Acacia Water, Deltares, Delphy agrarisch adviseurs, de proefboerderij de Rusthoeve en de agrarisch ondernemers Maatschap den Boer, Land en Tuinbouwbedrijf Klompe-van der Linde en Land en Den Hartog Landbouw VOF. De gemeente Schouwen-Duiveland is penvoerder en verzorgd de projectleiding, -management en -administratie. Voor deze rol huurt de gemeente derden in. Daarnaast is gemeente de linking pin met het Living Lab Schouwen-Duiveland en de Broedplaats Zoet Water.

Deltares en Acacia Water leveren geohydrologische expert-kennis voor het ontwerp van de demonstratieprojecten en zijn verantwoordelijk voor het ontwerp en uitvoering van het monitoringsprogramma en analyse van de data. Het ontwerp en de aanleg van de demonstratieprojecten wordt gedaan door een draineur-aannemer. Deze zal door een meervoudige onderhandse aanbesteding worden geselecteerd. Delphy is verantwoordelijk voor het ontwerp en uitvoering van het landbouwkundige monitoring en opbrengstbepaling. De proefboerderij de Rusthoeve is verantwoordelijk voor het delen en verspreiden van de ontwikkelde kennis, in samenwerking met de Zoet Water Academie van de Broedplaats Zoetwater.

2.4 Inbedding in living lab Schouwen-Duiveland en Broedplaats Zoetwater Het project zal onderdeel uitmaken van het Living Lab Schouwen-Duiveland en de Broedplaats Zoetwater. Het project maakt onderdeel uit van het Living Lab SchouwenDuiveland. Het living lab Schouwen-Duiveland is een samenwerkingsverband tussen de gemeente Schouwen-Duiveland, het waterschap Scheldestromen, Rijkswaterstaat, de Hogeschool Zeeland en de HAS hogeschool. Het living lab heeft als doel om rond twee grote opgaven (duurzame zoetwaterbeschikbaarheid en zoute voedselproductie) onderzoek, innovaties en nieuwe samenwerkingen te ontwikkelen waarmee de transitie naar een meer volhoudbare voedselproductie kan worden versneld. Concreet betekent de inbedding van het project in het living lab Schouwen-Duiveland dat de kennis uit het project zal worden gedeeld met de betrokken kennisinstellingen en dat uitdagingen en vraagstukken binnen dit project beschikbaar zullen worden gesteld voor afstudeerprojecten van studenten van de onderwijsinstellingen. Daarnaast fungeert het living lab Schouwen-Duiveland als verbindend platform tussen de agrarische sector, overheden, kennisinstellingen en experts. Door deze inbedding van het project in het living lab is het mogelijk om bij verschillende onderdelen van het project, zoals veldwerk, studenten en docent-onderzoekers van de onderwijsinstellingen in te zetten.

Een bijzonder project binnen het Living Lab Schouwen-Duiveland is de Broedplaats Zoetwater. De Broedplaats Zoetwater Schouwen-Duiveland is een testplek voor de transitie naar een duurzaam gebiedsgericht zoetwaterbeheer. De Broedplaats Zoetwater is een samenwerking tussen het waterschap Scheldestromen, de provincie Zeeland en de gemeente Schouwen-Duiveland en wordt deels gefinancierd door het interbestuurlijk programma Vitaal Platteland. De Broedplaats Zoetwater werkt aan projecten op het schaalniveau van de bodem, het perceel en het gebied en wordt ondersteund door een kennisprogramma (Zoet Water academie) en een governance programma (Taskforce Governance). De looptijd van de Broedplaats Zoetwater is tot 2023. Dit project zal onderdeel uitmaken van de Broedplaats Zoetwater en gebruik maken van het netwerk van experts, overheden en ondernemers en samenwerken met de Zoet Water Academie voor het delen van kennis en ervaringen.

3. Werkpakket 1 Ontwerp en aanleg drainagesystemen Binnen werkpakket 1 vallen de zaken rondom het ontwerp, de aanleg, onderhoud en nazorg van de innovatieve drainagesystemen. Betrokken partners zijn Acacia en Deltares. Trekker van dit werkpakket is Acacia.

3.1 Onderzoeksvragen werkpakket De onderzoeksvragen binnen dit werkpakket zijn: 1. Antiverziltingsdrainage a. Wat is het meest optimale ontwerp op het pilot-perceel? 2. Dubbele drainage a. Wat is het meest optimale ontwerp op de pilot-percelen? b. Op welke manier kan dubbele drainage het best worden aangelegd? Aanpak: Op één locatie (Land en Tuinbouwbedrijf Klompe-van der Linde) wordt antiverziltingsdrainage aangelegd, op de twee andere locaties (Den Hartog Landbouw VOF en maatschap den Boer) wordt combinatiedrainage aangelegd (zie positie percelen fig. 1). Omdat er grote variatie bestaat in bodem- en watersystemen is er altijd een ontwerpstap nodig voor aanleg van een drainagesysteem. Hierbij wordt op basis van o.a. bodemopbouw, slootpeilen en gewenste ontwatering bepaald op welke diepte, met welke afstand en in welke richting drainagebuizen moeten worden aangelegd. In het project wordt het concept ontwerp vanuit het voorgaande POP-3 project in samenwerking met een draineur uitgewerkt tot een definitief drainageplan. Daarnaast wordt een monitoringsplan opgesteld met de positie en techniek van de vaste monitoringselementen.

Het drainageplan en het monitoringsplan worden besproken met de ondernemer en vormt de basis voor een overeenkomst tussen de projectpartners en de ondernemer waarin afspraken worden gemaakt over de aanleg, verplichtingen ten aanzien van beheer en onderhoud en mogelijke risico’s. Voor de combinatie drainage is nog niet bekend wat de beste aanlegmethode is. In overleg met de draineur zijn twee technieken ontwikkeld die echter nog niet in de praktijk zijn getest. Belangrijk is dat de twee drainagesystemen recht boven elkaar liggen. Binnen het project worden de twee meest veelbelovende aanlegmethodieken uitgeprobeerd. Momenteel wordt gekeken naar een combinatie van de aanleg met koffer (kettinggraver) en een sleufloze aanleg direct op de rand van de sleuf. Om hier meer kennis in te ontwikkelen wordt op één van de pilotlocaties het drainagesysteem op twee manieren aangelegd. Op iedere pilotlocatie wordt een deel ingericht met innovatieve drainage en een deel met normale drainage (referentie).

3.2 Beschrijving innovatieve drainagesystemen Bij het project worden twee verschillende drainagesystemen toegepast: 1) antiverziltingsdrainage, waarbij extra zoet water in het perceel opgeslagen en 2) dubbele drainage waarbij focus ligt op het gescheiden afvangen van zoet drainagewater. Hieronder worden de systemen nader uitgelegd.

Antiverziltingsdrainage (demonstratieproject Klompe – van der Linde) Antiverziltingdrainage bestaat uit een verzamelleiding waar drains op zijn aangesloten. De verzamelleiding komt uit in een stuw- of regelput, waarmee het drainageniveau kan worden gereguleerd. Het doel van antiverziltingsdrainage is om zoet water langer in het perceel vast te houden om bestaande regenwaterlenzen te versterken en/of te vergroten. Door het uitstroomniveau van het drainagesysteem te verhogen kan meer water in de ondergrond van het perceel vastgehouden worden (Fig. 2). Bij natte omstandigheden kan de grondwaterstand worden verlaagd t.b.v. landbouwactiviteiten of om wateroverlast te voorkomen. Om de buffer in de ondergrond te vergroten worden de drains verdiept aangelegd. Hierdoor wordt de afstand tussen de diepte van de drains en de uitstoomhoogte vergroot, wordt zouter water afgevoerd en is er meer ruimte voor het zoete regenwater om dieper in het perceel in te dringen. Aandachtspunten zijn onder andere dat de grond voldoende doorlatend is, de drooglegging voldoende is voor verhoging van de grondwaterstand en de kwelsituatie.

Figuur 2. Bij anti-verziltingsdrainage is het instelniveau van de drainage variabel waardoor water langer in de grond kan worden vastgehouden (bron: Spaarwater).

Figuur 3. Modelresultaten voor de winter situatie met het huidig drainageontwerp (links) en met antiverziltingsdrainage (rechts). Zwarte lijnen geven overgangen in bodemopbouw aan, de blauwe lijn de grondwaterstand, en kleurcontouren het zoutgehalte van laag (blauw) naar hoog (rood).

Figuur 4. Dikte van de zoetwatervoorraad op verschillende afstanden van de drainage in de huidige situatie en met anti-verziltingsdrainage aan het begin (links) en eind (rechts) van het groeiseizoen.

In bovenstaande figuren 2,3 en 4 is de werking van antiverziltingsdrainage zichtbaar gemaakt door modelberekeningen. Er is een duidelijke toename van de diepte van het zoutvlak waarneembaar. Vooral rondom de drain is de dikte van de zoetwaterlens relatief veel groter waardoor er geen verzilting meer optreedt. Dubbele drainage (demonstratielocaties den Hartog en den Boer) Bij het concept ‘dubbele drainage’ worden de drains exact boven elkaar gelegd en elk aangesloten op een aparte verzamelleiding. Doel is om de afvoer van zoet en zout grondwater te scheiden, zodat het zoete water (gedurende het natte seizoen) kan worden opgevangen. Het diepere systeem wordt aangelegd om de zoute kwel af te vangen, waardoor er een scheiding ontstaat binnen het perceel tussen zoet water en zout water. Het ondiepere systeem voert de overwegend (zoete) neerslag af. Het verschil in diepte tussen de ondiepe drainage en de diepe drainage is ongeveer 30 tot 45 cm. Modelsimulaties tonen aan dat het concept van dubbele drainage werkt. (Fig. 9). Aandachtspunten zijn de lokale kwelsituatie, de bodemopbouw, en het ontwerp van het (bestaande) drainagesysteem. In onderstaande figuren (5,6 en 7) is de werking van de dubbele drainage zichtbaar gemaakt door modelberekeningen. Het zoutgehalte dat uit de bovenste drain stroomt is laag.

De hoeveelheid zoet water die kan worden afgevangen is mede afhankelijk van de eis die aan het irrigatiewater wordt gesteld, naast de manier van aanleg, zoals de afstand tussen de drains.

Figuur 5. Bodemopbouw van het hydrologisch model met combinatiedrainage op dieptes van 1,0 en 1,3 m-mv en een onderlinge afstand van 30 cm. In bruin ongerijpte klei.

Figuur 6. Chloridegehalte van het water uit de drains in de huidige situatie en bij aanleg van gecombineerde drainage waarbij de drainageniveaus 30 cm uit elkaar liggen.

Figuur 7. Verband tussen berekende afvoer en gemiddelde chloride gehalte na opvangen van dat water bij verschillende afstanden tussen de drainageniveaus.

Mogelijkheden wateropslag bij dubbele drainage Bij de demonstratieprojecten dubbele drainage limiteert het project zich tot de vraag of het afvangen van zoet water mogelijk is (hoeveel, kwaliteit en periode). Het daadwerkelijk opslaan en gebruiken van dit water is geen onderdeel van het project en het is aan de

ondernemer om zelf te beslissen of bij het goed functioneren van het systeem een bassin wordt aangelegd. Binnen het project wordt wel voor de 2 proeflocaties met dubbele drainage een analyse uitgevoerd naar de mogelijkheden om het water op te slaan (bassin, ondergrond) en zal rtekening worden gehouden met het drainageplan met de mogelijke positie van een wateropslag.

3.3 Activiteiten Activiteiten in werkpakket 1 vallen in vier fasen: 1. Ontwerp en voorbereiding 2. Aanleg 3. Onderhoud 4. Nazorg De activiteiten staan hieronder beschreven. Activiteit Beschrijving Ontwerp en voorbereiding Gedetailleerde Van elk proef en referentie perceel worden kartering van kartering de bodem en het huidige drainage systeem. Er wordt een percelen gedetailleerd bodem/water analyse per systeem uitgevoerd.

Projectpartner(s)

Voorlopig ontwerp (VO)

Op basis van de gedetailleerde kartering en de haalbaarheidsstudie wordt het voorontwerp opgesteld. Hierin wordt voor elk systeem (pilot en referentie) de dimensionering bepaald. Samen met de agrariër en het projectteam wordt de dimensionering definitief vastgelegd. Het is dan bekend welke maten de verschillende systemen zullen gaan hebben.

Acacia

Samen met de agrariërs wordt de aanleg voorbereid en wordt de ligging van de stuw/meetputten en meetsystemen bepaald.

Acacia

Op basis van het DO wordt (via een aanbestedingsprocedure van de Gemeente SchouwenDuiveland) een uitvraag gedaan naar 3 draineurs om deze systemen aan te leggen. Daarbij zal de draineur worden uitgedaagd om ook de manier van aanleg te optimaliseren. De innovatieve drainagesystemen worden aangelegd door de draineur.

Acacia en Gemeente SchouwenDuiveland

Definitief ontwerp (DO) Aanleg Afstemming eigenaren Voorbereiding en aanbesteding

Aanleg pilotsystemen Begeleiding bij aanleg Onderhoud Onderhoud tijdens pilot

Acacia Water begeleidt de aanleg.

Op basis van de hieronder beschreven monitoringsgegevens kunnen eventuele fouten in het systeem worden ontdekt. Eventueel benodigd onderhoud van de fysieke pilotsystemen wordt samen met de draineur uitgevoerd. Dit wordt meegenomen in de eerdere aanbesteding.

Acacia

Acacia en projectteam

Draineur (inhuur middels aanbesteding) Acacia

Draineur (inhuur middels aanbesteding)

Nazorg Nazorg en herstel

Verwijderen meetputten en herstel perceel. Drainagesysteem blijft achter. Het verwijderen van de systemen wordt in de uitvraag naar de draineur meegenomen.

Acacia/ draineur

4 Werkpakket 2 Monitoring en evaluatie programma Werkpakket 2 bestaat uit twee onderdelen: a) monitoring water en b) monitoring landbouwkundige effecten.

4.1 WP2a: water In werkpakket 2a vindt monitoring plaats om het effect van de innovatieve drainagesystemen op het grond-, oppervlakte- en bodemwater te bepalen. Betrokken partners zijn Deltares en Acacia. Trekker van dit werkpakket is Deltares. Onderzoeksvragen De onderzoeksvragen binnen dit werkpakket zijn: 1. Antiverziltingsdrainage a. Wat is het effect van antiverziltingsdrainage op het bodemvocht en de grondwaterstand? b. Hoe groot is de afvoer van de drainage en wat is het zoutgehalte van de afvoer? c. Wat is het effect van antiverziltingsdrainage op regenwaterlenzen? Treedt er aangroei/verzoeting op? 2. Dubbele drainage a. Wat is het effect van dubbele drainage op het bodemvocht en de grondwaterstand? b. Hoeveel water wordt afgevoerd door de bovenste en onderste drain van de dubbele drainage? c. Wat is het chloride gehalte in de afvoer uit de bovenste en onderste drain? d. Wat is het effect van dubbele drainage op de regenwaterlens? Treedt er verzoeting op tussen de ondiepe en diepe drains? Voor het beantwoorden van deze vragen wordt een monitoringsplan opgesteld. In de eerste fase van het project vindt een nulmeting plaats. Na aanleg wordt gedurende het project gemonitord. Monitoringsgegevens worden uitgewerkt, geanalyseerd en gerapporteerd.

Monitoringstechnieken Voor de monitoring van het bodem- en watersysteem wordt gebruik gemaakt van een combinatie van verschillende meettechnieken. Er wordt getracht om studenten van bijvoorbeeld de HAS en HZ te betrekken bij de monitoring. Meetnet van peilbuizen en meetsensoren Op iedere pilotlocatie wordt volgens het monitoringsplan een meetnet aangelegd met grondwatermeetpunten (ondiep, diep), bodemvochtsensoren en neerslagmeters Dit meetnet wordt telemetrisch uitgevoerd en meetgegevens worden online aan het projectteam beschikbaar gesteld. Het meetnet wordt gedurende het project onderhouden en regelmatig worden handmetingen uitgevoerd. Op de uitstroom van de verzamelleidingen van de drainagesystemen wordt een meetput geïnstalleerd met een debietmeter en

geleidbaarheidsensor. Op deze manier wordt gemeten hoeveel water uit het drainagesysteem stroomt en wat het zoutgehalte (EC) van dit water is. Op de locaties met dubbele drainage zal zowel aan de uitstroom van de diepe als ondiepe drains worden gemeten. Monstername en labanalyse Gedurende het project worden water- en bodemmonsters genomen van o.a. grondwater, drainagewater en oppervlaktewater. Lab-analyse wordt uitgevoerd op deze monsters voor het bepalen van (minimaal) geleidbaarheid (EC-meting), chloride en stikstof (ionchromatografie). Waar nodig wordt deze analyse uitgebreid met andere parameters. Voor het bepalen van het zoutgehalte in de ondiepe bodem (onverzadigde zone) worden bodemmonsters verzameld voor extractie van bodemvocht, waar de geleidbaarheid van wordt gemeten. De analyses worden door Deltares uitgevoerd in het geochemisch microbiologisch laboratorium Utrecht Castel. Prikstokmetingen Het verloop van het zoutgehalte van het grondwater met de diepte kan met de prikstok (TECprobe) in het veld worden gemeten (fig. 8). De prikstok wordt toegepast beneden de grondwaterspiegel in percelen met kleiige en venige bodems, waar de prikstok de bodem in kan worden gedrukt. Hierbij wordt voor elke 10 cm beneden de grondwaterspiegel een meting gedaan tot maximaal circa 4 meter onder maaiveld. De prikstok meet de gezamenlijke geleidbaarheid (EC) van de bodem en het water.

Om het zoutgehalte van het grondwater te verkrijgen wordt gecorrigeerd voor de grondsoort. Door prikstokmetingen herhaald op dezelfde locatie uit te voeren kan de ontwikkeling van regenwaterlenzen worden gevolgd.

Figuur 8. Veldmetingen met de prikstok

Geofysische metingen Gedurende het project worden geofysische metingen uitgevoerd. Met deze meetinstrumenten wordt de geleidbaarheid van de bodem en het grondwater gemeten. Er worden twee technieken toegepast: 1) Frequency Domain Elektromagnetic (FDEM) met de DUELEM en 2) Electrical Resistivity Tomagraphy (ERT of CVES). Met deze methode kunnen 2D beelden gemaakt van de zoet-zout verdeling langs profielen over de proeflocaties, waarmee de ontwikkeling van regenwaterlenzen kan worden gevolgd. DUELEM geeft inzicht tot een diepte van ca. 6m onder maaiveld, ERT/CVES heeft de mogelijkheid tot een veel dieper meetbereik (>50m). Geofysische methoden geven zeer veel informatie in 2D doorsneden en

in korte tijd kan een vrij groot oppervlakte worden bemeten. Voor het vergelijken van meetmomenten is een correctie nodig voor het effect van variërende temperatuur, vochtgehalte en grondwaterstand.

Figuur 8. Veldmetingen zoet-zout scheiding met ERT/CVES (links) en de DUELEM (rechts)

4.2 Activiteiten Activiteiten in werkpakket 2a vallen in vier fasen: 1. Monitoringsplan 2. Aanleg en onderhoud monitoringsmeetnet 3. Veldmetingen 4. Analyse en rapportage De activiteiten staan hieronder beschreven. Vervolgens worden de meettechnieken kort toegelicht. Activiteit Monitoringplan Opstellen monitoringspla n

Beschrijving

Voor ieder pilotperceel wordt een monitoringsplan opgesteld. Hierin wordt beschreven wanneer waar welke metingen moeten worden gedaan om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden. Aanleg en onderhoud monitoringsmeetnet Aanleg Op iedere pilotlocatie wordt volgens het monitoringsplan een meetnet aangelegd met grondwatermeetpunten (ondiep, meetputten en diep), bodemvochtsensoren, neerslagmeters, debietmeters en sensoren geleidbaarheidsensoren. Dit meetnet wordt telemetrisch uitgevoerd en meetgegevens worden online aan het projectteam beschikbaar gesteld. Onderhoud, Het meetnet wordt gedurende het project onderhouden. handmetingen Regelmatig (minimaal 2x per jaar) wordt het systeem fysiek en controle nagelopen en worden handmetingen uitgevoerd. Veldmetingen Monstername Gedurende het project worden minimaal 2x per jaar wateren bodemmonsters genomen van o.a. grondwater, drainagewater, oppervlaktewater en ondiepe bodem. Labanalyse wordt uitgevoerd op deze monsters voor het bepalen van (minimaal) geleidbaarheid, chloride en stikstof. Prikstokmeting Gedurende het project worden minimaal 2x per jaar metingen en uitgevoerd met de prikstok. Met dit meetinstrument wordt de

Projectpartner(s) Deltares

Acacia

Acacia

Deltares

Deltares

geleidbaarheid van het grondwater tot een diepte van maximaal 4 meter gemeten. Hiermee wordt de ontwikkeling van regenwaterlenzen gevolgd. Geofysica Gedurende het project worden geofysische metingen uitgevoerd met de DUELEM en CVES/ERT. Met deze meetinstrumenten wordt de geleidbaarheid van de bodem en het grondwater gemeten. Hiermee wordt de ontwikkeling van regenwaterlenzen gevolgd. DUELEM metingen worden aan begin en eind van het project uitgevoerd. CVES/ERT metingen worden minimaal 2x per jaar uitgevoerd. Analyse en rapportage Analyse Verwijderen meetputten en herstel perceel. Drainagesysteem meetgegevens blijft achter. Opstellen 2D-Perceelsmodellen worden opgesteld van het ondiepe bodemvocht en grondwatersysteem op de proefpercelen. Met perceelsdeze modellen worden de pilotprojecten gesimuleerd om een modellen beter begrip te krijgen van het bodem- en watersysteem. Meetgegevens worden gebruikt ter verbetering van de modellen. Rapportage Uitkomsten van het monitoringsprogramma worden vastgelegd in een rapportage.

Acacia & Deltares

Acacia & Deltares Acacia

Acacia & Deltares

4.3 WP2b: Landbouwkundige monitoring In werkpakket 2b vindt monitoring plaats om het effect van de innovatieve drainagesystemen op bodem en gewassen te bepalen. Betrokken partners zijn Delphy en de Rusthoeve. Trekker van dit werkpakket is Delphy. Onderzoeksvragen 1. Wat is het effect van de drainageoplossingen op de gewasopbrengst? 2. Welk drainageniveau is haalbaar in de praktijk rekening houdend met landbouwkundig gebruik. 3. Wat is de economische haalbaarheid van de technieken (bij welk gewas, teeltplan) Aanpak Het doel van de landbouwkundige monitoring is om de landbouwkundige effecten van de vergrote zoetwatervoorraad van de drie demonstratieprojecten in beeld te brengen. Hiermee kan per techniek en teeltplan een inschatting worden gemaakt van de economische rendabiliteit. Op de verschillende pilotgebieden zal gedurende de jaren van het project gekeken worden naar wat de landbouwkundige effecten zijn. Het gaat hierbij om de het effect van het beschikbare water op gewasgroei en kwaliteit. Voor het demonstratieproject met de antiverziltingsdrainage (ondernemer Klompe, Dreischor) zullen veldmetingen gedurende twee teeltseizoenen worden uitgevoerd. De monitoring van de landbouwkundige effecten bestaat uit opbrengstbepaling op basis van veldmetingen (door het nemen van 3 monsters per object) op de locatie waar de antiverziltingsdrainage wordt aangelegd.

Voor de twee demonstratieprojecten met combinatiedrainage zal de potentiële opbrengstverhoging worden

bepaald aan de hand van de gemonitorde gegevens van de beschikbaarheid van zoet water (EC-gehalte, volumes en periode beschikbaarheid) en door modelberekeningen worden bepaald. De gemeten en modelmatig bepaalde opbrengst wordt vergeleken met 3 referentiepercelen. Hiervoor zal voorafgaande aan het project een nulmeting plaatsvinden per object waarin de huidige stand van zaken op het perceel waaronder de bewortelingsdiepte beoordeeld zal worden en op basis van historische gegevens de opbrengsten worden bepaald. Door de uiteindelijke opbrengst te vergelijken met de opbrengst op een object waar alleen standaarddrainage ligt, kan beoordeeld worden of de maatregelen landbouwkundige winst opleveren. Op basis van de veldmetingen en modelberekeningen wordt een bandbreedte van de economische rendabiliteit van de investeringen bepaald, afhankelijk van gewas en teeltplan.

4.4 Activiteiten De activiteiten staan hieronder beschreven. Activiteit Fase 1 Activiteit 1 Activiteit 2 Activiteit 3

Activiteit 4 Activiteit 5

Beschrijving

Projectpartner(s)

Analyse van de profielen waar het water wordt opgevangen. Vaststellen van bewortelbare zone en capillaire opstijging in huidige omstandigheden, dit zal aangeven wat effcet kan zijn van extra water in droge perioden Analyse en beoordeling van het huidige bouwplan van de betrokken ondernemers, en potentiele opbrengsten. Hier gebruik maken van historische data.

Delphy

Analyse van huidige opbrengsten, metingen biomassa Monitoring van fysieke opbrengsten en kwaliteiten van de belangrijkste gewassen (aardappelen en uien)

Delphy Rusthoeve.

Delphy Delphy

5 Werkpakket 4 Ontwikkelen van richtlijnen en kennisdelen In werkpakket 4 vindt de vertaalslag plaats van de inhoudelijke/wetenschappelijke kennis naar de praktijk. Onderdelen hierbij zijn het ontwikkelen van richtlijnen en kennisdelen. Betrokken partners zijn de Rusthoeve, Delphy, Deltares en Acacia. Trekker van dit werkpakket is Proefboerderij de Rusthoeve.

5.1 Vertaling naar richtlijnen aanleg, beheer en onderhoud De ervaringen en uitkomsten van het project worden uitgewerkt in richtlijnen voor aanleg, beheer en onderhoud van antiverziltingsdrainage en dubbele drainage. De resultaten van de drie demonstratieprojecten worden gebruikt voor het ontwikkelen van kengetallen en richtlijnen voor aanleg, beheer en onderhoud waarmee agrarisch adviseurs en

draineurs zelfstandig de boer op kunnen. Hiermee kunnen de kosten voor advisering worden gereduceerd. In het lopende POP-3 project missen hiervoor nog voldoende praktijkervaringen. De kengetallen en richtlijnen worden bepaald door de informatie uit de monitoring water en landbouwkundige effecten, samen met de ervaringen van de ondernemers en de draineuraannemer te bundelen in een synthese rapport waarin de informatie uit de technische rapportages worden samengevat. Dit syntheserapport zal beschikbaar worden gesteld voor een bredere groep agrarisch ondernemers en agrarisch adviseurs.

5.2 Kennis delen Het is voor het project belangrijk dat de resultaten van de demonstratieprojecten breder verspreid worden onder akkerbouwers op vergelijkbare bodem en watercondities in de provincie Zeeland. Hiervoor is binnen dit project Proefboerderij Rusthoeve (Colijnsplaat) verantwoordelijk. De Rusthoeve wordt jaarlijks meer dan 5000 maal bezocht door akkerbouwers en andere betrokkenen in de akkerbouwsector. De proefboerderij heeft ervaring met demonstratieprojecten en proefvelden en het communiceren over proeven en projectresultaten. De proefboerderij de Rusthoeve heeft al vele jaren het thema water als centraal thema. Er ligt veel onderzoek, vaak in samenwerking met Delphy rondom dripirrigatie en fertigatie. Ook is er samen met KWR water een project rondom peilgestuurde drainage in uitvoering. Samen met onder ander Delphy en ZLTO zijn er al vele, goed bezochte bijeenkomsten georganiseerd rondom het thema water. Er zijn meerdere grote evenementen waarop op Rusthoeve aandacht aan dit project geschonken kan worden, te beginnen bij brede en laagdrempelige evenementen zoals de Open Dag in juni en de Uiendag in september. Voor ondernemers buiten het projectgebied zullen er gerichte kennisbijeenkomsten georganiseerd worden, zodat ook die ondernemers op weg geholpen worden. Daarnaast worden werkbezoeken aan de demonstratieprojecten georganiseerd.

Uiteraard zal er aansluiting zijn bij de publiciteitsactiviteiten van de partners, zoals de nieuwsbrieven, social media en de website. De communicatie van het project zal via de website van het living lab Schouwen-Duiveland (www.livinglabschouwen-duiveland.nl) verlopen. De Zoet Water Academie van de Broedplaats Zoetwater faciliteert bij de organisatie van algemene kennisavonden en het vastleggen van de kennis uit de demonstratieprojecten.

5.3

Activiteiten

Activiteiten in werkpakket 3 vallen in 4 fasen: 1. Richtlijnen 2. Kennisavonden 3. Werkbezoeken demonstratieprojecten 4. Overige evenementen en communicatie De activiteiten staan hieronder beschreven. Activiteit Richtlijnen

Beschrijving

Projectpartner(s)

Analyse/verkenn ing mogelijkheden wateropslag

Opstellen richtlijnen Kennisavonden Verdiepingsbijee nkomsten

Werkbezoeken Werkbezoeken demonstratieproj ecten

Bij de demonstratieprojecten dubbele drainage limiteert het project zich tot de vraag of het afvangen van zoet water mogelijk is (hoeveel, wanneer?). Het daadwerkelijk opslaan en gebruiken van dit water is geen onderdeel van het project. In deze activiteit wordt voor de 2 proeflocaties dubbele drainage een korte analyse uitgevoerd naar de mogelijkheden om het water op te slaan (bassin, ondergrond, etc.). De ervaringen en uitkomsten van het project worden uitgewerkt in richtlijnen voor aanleg, beheer en onderhoud van antiverziltingsdrainage en dubbele drainage.

Acacia

Er worden vier verdiepingsbijeenkomsten georganiseerd, waar telers zicht gericht voor op kunnen geven. Deze verdiepingsbijeenkomsten worden georganiseerd door Rusthoeve ism Delphy, Acacia Water en Deltares zodat de deelnemers advies in kunnen winnen bij de experts op de desbetreffende vakgebieden.

Rusthoeve met inzet overige partners

Gedurende het project zullen op de verschillende proeflocaties bezoeken gebracht worden door ondernemers uit de streek maar ook daarbuiten.

Rusthoeve met inzet overige partners

Overige evenementen en communicatie Evenementen Er zal minstens vier maar, gedurende de looptijd van het Rusthoeve project aansluiting gezocht worden bij de grotere landbouwevenementen op de Rusthoeve, zoals de Open Dag (2x) en de Uiendag (2x), en optioneel de Bodemdag. Overige communicatie

Website van het living lab Schouwen-Duiveland en de Zoetwater Academie van de broedplaats Zoetwater

Acacia, Deltares, Delphy

Rusthoeve & Delphy

Rusthoeve

Planning Beschrijf de projectactiviteiten per te onderscheiden fasen. Noem per activiteit de beoogde start- en einddatum en het beoogde resultaat van deze activiteit: Fase Activiteit Start- en einddatum Resultaat Voorbereiding

Aanleg

1. Ontwerp ( drainage/meetopstelling) op pilot niveau uitwerken en afstemmen ondernemer 2.Bestellen meetapparatuur en materiaal 3.Nul-meting monitoring water en onderzoek historische opbrengstbepaling 4. Aanleggen drainage systeem 5.Testen werking systeem

April -mei 2022

3 ontwerp drainagesysteem

Mei – juli 2022 Mei – augustus 2022

Rapportage nulmeting

Sept – okt 2022 Najaar 2022

Werkend systeem opgeleverd

monitoring

Analyse Rapportage en kennisdelen Coördinatie

6. Monitoring water groeiseizoen 2023 7. Monitoring water en opbrengsten groeiseizoen 2024 8. Analyse resultaten 9. Opstellen eindrapportage 10. Coördinatie project 11. Deelbetaling en voorgansrapportage opstellen en indienen 12. Vaststelling opstellen en indienen

Groeiseizoen 2023 Groeiseizoen 2024 Volledige projectduur Najaar 2024

Rapportage seizoen 2023 Rapportage seizoen 2024

Eindrapportage

Volledige projectduur 1e kwartaal 2023 1e kwartaal 2024 April 2025

Begroting Financiering project:

Toelichting begroting: De begroting van het project bestaat uit vijf werkpaketten: 1. Coördinatie, 2a. monitoringsen evaluatieprogramma water, 2b. monitorings- en evaluatieprogramma bodem en productie, 3. Aanleg drainagesystemen, 4 richtlijnen en kennis delen. 1 Coördinatie – Werkpakket 1 valt onder de gemeente Schouwen-Duiveland. De gemeente huurt de projectleiding, -management en administratie extern in. In de begroting is een raming opgenomen van de kosten. Deze zijn onderbouwd met offertes in bijlage 5.1 en 5.2. Bij aanvang van het project worden de offertes beoordeelt door de inkoopafdeling van de gemeente. 2a Monitoring water – Werkpakket 2a bestaat uit de uren van Acacia Water en Deltares maar daarnaast ook de materiële kosten van de veldmetingen. Acacia Water en Deltares werken op uurbasis met de Integrale kosten systematiek (IKS). Een onderbouwing van de IKS tarieven zijn opgenomen in bijlage 4. De materiële kosten van de veldmetingen zijn geraamd door Acacia Water vanuit hun ervaring in andere projecten. De aankoop van deze materialen loopt via Acacia Water.

2b Monitoring bodem & productie – Werkpakket 2b bestaat uit uren van Delphy en proefboerderij Rusthoeve. Delphy en Proefboerderij Rusthoeve werkt op basis van personeelskosten. De onderbouwing van deze kosten is terug te vinden in bijlage 4. 3 Aanleg drainagesystemen – Werkpakket 3 bestaat ook uit uren van Acacia en Deltares en daarnaast materiële kosten voor de aanleg van de drainage en toebehoren. Deze kosten zijn ook onderbouwd met een offerte. Zie bijlage 5.3.1 en 5.3.2 Deze materialen koopt gemeente Schouwen-Duiveland in via een aanbesteding. 4 Richtlijnen en kennis delen – Werkpakket 4 bestaat uit uren van Acacia, Deltares, Delphy en proefboerderij Rusthoeve. Het werkpakket bestaat enkel uit uren, waarvan de onderbouwing in bovenstaande paragrafen is toegelicht.

Projectorganisatie De projectorganisatie bestaat uit de volgende partijen: • De gemeente Schouwen-Duiveland: Budgethouder en penvoerder o Projectleider: Buro Waterfront o Projectmanagement en -administratie: AddVision Projectmanagement en ontwikkeling • Acacia Water B.V.: Projectpartner o Trekker werkpakket 3 Aanleg • Stichting Deltares: Projectpartner o Trekker werkpakket 2a Monitoring water • Delphy B.V.: Projectpartner o Trekker werkpakket 2b Monitoring bodem en productie • St. Ter exploitatie Proefboerderij Rusthoeve: Projectpartner o Trekker werkpakket 4 Richtlijnen en kennisdelen • Maatschap den Boer: Projectpartner o Stelt land ter beschikking voor het demonstratieproject. • Land en Tuinbouwbedrijf Klompe- van de Linde: Projectpartner o Stelt land ter beschikking voor het demonstratieproject. • Den Hartog Landbouw VOF: Projectpartner o Stelt land ter beschikking voor het demonstratieproject. De gemeente Schouwen-Duiveland is penvoerder en levert de projectleider en algemeen projectmanagement en -administratie. De gemeente is tevens de koppeling met Living Lab Schouwen-Duiveland en Broedplaats Zoetwater. Deltares en Acacia Water leveren geohydrologische expert-kennis voor het ontwerp van de demonstratieprojecten en zijn verantwoordelijk voor het ontwerp en uitvoering van het monitoringsprogramma en analyse van de data.

Het ontwerp en de aanleg van de demonstratieprojecten wordt gedaan door een draineur-aannemer. Deze zal door een meervoudige onderhandse aanbesteding worden geselecteerd. Delphy is verantwoordelijk voor het ontwerp en uitvoering van het landbouwkundige monitoring en opbrengstbepaling. De proefboerderij de Rusthoeve is verantwoordelijk voor het delen en verspreiden van de ontwikkelde kennis.

De werkgroep overlegt frequent over de voortgang en resultaten van het project. Aan de hand van de uitkomsten van deze overleggen zullen de drie agrarische ondernemers één op één bijgepraat worden. Twee keer per jaar zal de totale projectgroep (agrariërs + werkgroep) bijeenkomen om de voortgang van het project te bespreken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11856117/1