20220705 Raadsbrief Monitor sociaal domein Jaarrapportage 2021 (613179)
Tekst van het document
Raadsbrief
Onderwerp Zaaknummer Datum Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever
Monitor sociaal domein Jaarrapportage 2021 613179 5 juli 2022 Werken, Wonen en Leven (WWL) P. Schot Afdelingshoofd WWL
Inleiding Met de bestuursopdracht Monitor Sociaal Domein heeft ons college een traject opgestart om de resultaten en ontwikkelingen in het sociaal domein te volgen en u daarover te rapporteren. Met deze jaarrapportage over het jaar 2021 laten we u kennis nemen van de financiële resultaten en nemen we ook ontwikkelingen mee die spelen en waarover we u in kennis willen stellen. Kernboodschap De Monitor Sociaal Domein Jaarrapportage 2021 laat u in hoofdlijnen kennis nemen van de ontwikkelingen in 2021 op de drie domeinen Jeugd, Wmo en Participatiewet. Het totale financiële resultaat op deze drie domeinen is € 800.000,-. Wij gebruiken deze monitor om u te informeren over de belangrijkste bevindingen. Consequenties 1. De jaarrapportage 2021 laat de ontwikkelingen zien op het gebied van Jeugd, Wmo en Participatiewet. In 2020 is ons college gestart met het inrichten en doorontwikkelen van de gemeentelijke Monitor Sociaal Domein. Steeds meer data is ingebouwd in het dashboard waarmee wij eenvoudig de ontwikkeling binnen het Sociaal Domein kunnen volgen en dit op hoofdlijnen ook kunnen delen met uw raad. De ontwikkeling van onze Monitor Sociaal Domein is nog niet af. Zo zetten we de komende periode stappen om de data van de Participatiewet nog meer te integreren en zetten we in op nog betere en complete integratie van externe databronnen, zoals de Inkooporganisatie Jeughulp Zeeland.
Jeugd In 2021 zien we een lichte stijging van het aantal cliënten ten opzichte van 2020. Wat vooral opvalt is dat bij de producten aangeboden door de GGZ (geestelijke gezondheidzorg) het aantal cliënten afneemt maar de gemiddelde duur en daarmee de kosten, stijgen. Deels is dit te verklaren door het nieuwe inkoopkader en de wijze van bekostiging. In dit inkoopkader is een nieuwe product-indeling gemaakt naar categorieën laag, midden en hoog. In 2021 zien we vooral een toename in de categorie hoog. Daartegenover staat dat binnen perceel 1 een afname van het aantal zorgvragen heeft plaatsgevonden. Perceel 1 is voor behandeling van hoog complexe zorgvragen. Deze jeugdhulp richt zich overwegend op kindeigenproblematiek, is hoog-specialistisch en om die reden duur. De afname is onder andere het gevolg van gezinshuisplaatsingen die in 2020 nog vanuit perceel 1 werden bekostigd. In 2021 zijn deze overgegaan naar perceel 3a . In perceel 3a wordt ook behandeling aangeboden. Echter, is het tarief lager. Wel zien we in 2021 een toename van landelijke ingekochte transitie arrangementen (LTA). Deze zijn voornamelijk uitgevoerd door de Viersprong. De Viersprong is een van de zorgaanbieders die de afname van het aantal behandelplekken bij Emergis heeft opgevangen, wat onder andere de toename van de landelijke transitie arrangementen verklaart.
Bij een aspecifieke toewijzing wordt geen specificatie van de te leveren producten meegegeven. Er wordt alleen een productcategorie (54) toegewezen. De gemeente gaat niet in op de specifieke zorg of de benodigde hoeveelheid. De controle op de toewijzing binnen individuele casuïstiek, verloopt via doelrealisatie, achteraf. Aspecifiek toewijzen heeft als doel om in hoge mate de administratieve lasten binnen de keten (gemeenten, inkooporganisatie en zorgaanbieder) te beperken. Deze manier van toewijzen is op 30 november 2018 ingegaan. Een aantal zorgaanbieders waarmee we het gesprek hierover zijn aangegaan geven aan dat vooral ouders en andere betrokkenen rondom de jeugdige behoefte hebben om de Pagina 1 van 3
aangeboden behandeling langer te continueren. Het plan is nu om aspecifiek beschikken in de toekomstige contractperiode vanaf 2025 niet meer op te nemen zoals dit nu in de contracten is afgesproken. In deze contractperiode kunnen we de huidige vorm niet eenzijdig aanpassen. Wel kunnen we een beschikking afgeven waarin een maximum bedrag is opgenomen van € 50.000,- en de behandelduur afbakenen tot bijvoorbeeld een half jaar. Zorgaanbieders moeten dan eerder afstemmen zodat we de casus beter kunnen volgen en meer zicht hebben op de uitstaande kosten. In 2022 en 2023 worden voorbereidingen in gang gezet voor de nieuwe contractperiode IJZ (1-01-2025) en het vaststellen van de verplichte regiovisie en norm van opdrachtgeverschap (Q1 2023). Dit is gekoppeld aan de Hervormingsagenda waar het Rijk, de VNG, brancheorganisaties en cliëntvertegenwoordiging mee bezig zijn. Deze ontwikkelingen vormen de basis om in Zeeland met de betrokken partijen het gesprek te voeren over welke producten in Zeeland nodig zijn om de jeugd passend te ondersteunen. De gesprekken vinden in 2022 plaats. Tot slot zien we een toename van de totale kosten jeugdhulp met 3,2%. Uiteindelijk levert dit een voorlopig nadeel op van circa € 410.000,- ten opzichte van de begroting 2021.
Waarbij we benadrukken dat binnen de uitgaven jeugdhulp 2021 nog deels kosten zijn opgenomen op basis van facturen van eerdere jaren én de extra kosten die verband houden met Intervence. Zorgaanbieders mogen wettelijk tot 5 jaar na de uitgevoerde behandeling een factuur indienen. In 2021 heeft de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland de openstaande facturen van eerdere jaren afgehandeld. Wmo De kostenstijging binnen de Wmo vlakt af. Op het gebied van huishoudelijke hulp zet de stijging nog wel door, maar minder hard dan voorgaande jaren. Ook het aantal unieke cliënten stijgt en met name bij huishoudelijke hulp met 6,3%. Bij de voorziening begeleiding zien we een daling van het aantal cliënten met 8%. Uiteindelijk realiseren we een totaal aan kosten op de maatwerkvoorzieningen bij SWVO van € 7,75 miljoen over 2021 ten opzichte van een bevoorschotting aan SWVO van € 7,79 miljoen. Dat maakt een positief resultaat van € 400.000,-. Ten opzichte van 2020 betekent dit een kostenstijging van 3,6%. Deze kostenstijging is te verklaren vanuit de stijging die we zien bij de huishoudelijke hulp en uit de stijgende populatie ouderen die de komende jaren verder gaat toenemen. De geschatte kostenstijging is opgenomen in de factsheet. Regionaal werken we samen om de kostenstijging beheersbaar te houden. Dit doen we via het plan van aanpak 'Grip op de kosten Wmo'.
Later dit jaar volgt een update over de voortgang en eventuele resultaten. Participatiewet Na een lichte stijging van het aantal uitkeringen in 2020 ten opzichte van 2019 is in 2021 een flinke daling gerealiseerd. In heel 2021 realiseerden we een uitstroom van 128 tegenover de instroom van 103. Hiermee daalde het aantal inwoners dat een uitkering ontving naar 374 per december 2021. Deze stijging van de uitstroom houdt ook verband met het succes van het aantal mensen dat we met een loonkostensubsidie aan het werk hebben gekregen. We realiseren een relatief hoog percentage van 16,4% van het aantal mensen aan het werk met een loonkostensubsidie ten opzichte van het aantal mensen in de bijstand. Landelijk staat dit percentage op 6,2%. We helpen hiermee mensen makkelijker aan een baan, werkgevers met het invullen van vacatures én de kosten aan loonkostensubsidies ontvangen we één op één terug van het Rijk. Uiteindelijk realiseren we met deze inspanningen een positief resultaat van zo'n € 800.000,- over 2021 op de gebundelde uitkering. Dit resultaat valt volgens afspraak terug naar de algemene middelen. Communicatie De raadsbrief en jaarrapportage 2021 delen we ook met de adviesraad sociaal domein. Vervolg De Monitor Sociaal Domein over het eerste half jaar van 2022 wordt na de zomer opgeleverd.
Deze informatie gebruiken we ook voor juiste prognoses richting het opstellen van de programmabegroting 2023 2026. Bijlagen Pagina 2 van 3
1. 2. 3.
Factsheet Jeugd 2021 Factsheet Wmo 2021 Factsheet Participatiewet 2021
Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, G.J. Benou
J.Chr. van der Hoek MBA
Locosecretaris
Burgemeester
Pagina 3 van 3