CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20220624 Herontwikkeling Dreef Bijlage (Einddocument)

Gemeenteraad 29 september 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken26.626 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Daarnaast draagt de complete ontwikkeling, met ook een kleinschalige detailhandelsvoorziening en recreatieve verblijfseenheden, bij aan de levendigheid van het gebied rondom het transferium.

Rho adviseurs voor leefruimte

35

Figuur 3.4.5.1 Verbetering relatie transferium met centrum (bron: Masterplan Renesse)

3.4.3 Detailhandel Structuurvisie Schouwen-Duiveland Het detailhandelsbeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland heeft als hoofddoel om te komen tot een goede verzorgingenstructuur voor haar inwoners en de toeristen in het gebied, een duurzame voorzieningenstructuur en een sterk ondernemersklimaat voor haar ondernemers. Om de consument zo goed mogelijk te bedienen, wordt gestreefd naar sterke winkelconcentraties die elkaar aanvullen. Aan de ondernemers wordt bovendien zo veel mogelijk ruimte binnen de gestelde kaders geboden om in te kunnen blijven spelen op de dynamiek in de detailhandel. In het detailhandelsbeleid wordt zorgvuldig ruimtegebruik, de ruimtelijke inpassing en de ruimtelijke impact van detailhandel zorgvuldig afgewogen. Dit heeft de gemeente uitgewerkt in de volgende punten:  Het blijvend inzetten op het versterken van de bestaande detailhandelsstructuur en een verdere clustering van het winkelaanbod vormt uitgangspunt van de visie en het daarop aansluitend beleid. Concentratie van winkels is ruimtelijk relevant omdat hiermee o.a. consumenten- en verkeersbewegingen worden beperkt. Daarnaast levert clustering gemak, overzichtelijkheid en keuzemogelijkheden voor de consument op waardoor het verzorgingsniveau wordt verbeterd.

 De ruimtebehoefte en ruimtelijke impact van een onderneming (de grootte van het benodigde bedrijfsvloeroppervlak en de parkeercapaciteit) is bepalend voor het vinden van een passende locatie.  Detailhandelsontwikkelingen worden zoveel mogelijk ingezet voor herstructurering, herontwikkeling en modernisering van winkelgebieden. Marktruimte en dynamiek moeten in eerste instantie worden ingezet om de gewenste her- of doorontwikkeling van de voor de structuur belangrijkste winkelgebieden op gang te brengen.  Eventuele detailhandelsontwikkelingen mogen er niet toe leiden dat de leegstand op een locatie elders dusdanig toeneemt dat er geen sprake meer is van zorgvuldig ruimtegebruik wat tot verloedering van een gebied kan leiden.  Detailhandelsontwikkelingen mogen niet leiden tot duurzame ontwrichting, waarbij de consument op acceptabele afstand niet meer haar reguliere aankopen kan doen. Eén van de belangrijkste motoren achter de dynamiek in de detailhandel is de schaalvergroting. Dit speelt o.a. in de supermarktbranche, maar ook modische zaken spelen hierop in. Om de concurrentiepositie te behouden en te versterken, blijft Schouwen-Duiveland inspelen op deze ontwikkeling: de schaalvergroting zal geaccommodeerd moeten worden. Een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van grotere winkels in de verzorgingsstructuur is daarom noodzakelijk.

Hierbij vormen aspecten als locatie, branche en bezoekersintensiteit belangrijke afwegingscriteria. Het draagvlak van de voorzieningen in Schouwen-Duiveland bestaat voor circa drievierde uit bewoners en voor circa eenvierde uit toeristen. In de visie wordt verwacht dat het toerisme zich meer jaarrond

Rho adviseurs voor leefruimte

36

gaat ontwikkelen en wat minder seizoensgebonden gaat zijn. Schouwen-Duiveland speelt nadrukkelijk in op seizoensverlenging en steeds meer verblijfaccommodaties worden ‘vaste’ verblijven voor toeristen (tweede huizen, permanente verhuur van vakantiehuisjes). In de visie is als uitgangspunt genomen dat het draagvlak voor de detailhandelsvoorzieningen op Schouwen-Duiveland naar de toekomst toe ongeveer gelijk blijft. Toetsing Voor het centrum van Renesse legt de visie de nadruk op het winkelgebied waar ‘boodschappen doen’ centraal staat. Voor dit type winkelgebied hanteert de gemeente een aantal uitgangspunten. Een belangrijk uitgangspunt dat betrekking heeft op de beoogde ontwikkeling is dat supermarkten bepalend moeten zijn voor de boodschappenstructuur. De supermarkten worden grootschaliger en beter geassortimenteerd, het marktaandeel neemt toe en het aantal versspeciaalzaken neemt af (vooral groentewinkels en slagerijen). Bij boodschappen doen is efficiëntie en gemak belangrijk. Randvoorwaarden voor goede locaties voor dagelijks winkelaanbod zijn daarom een centrale ligging in het verzorgingsgebied, een goede bereikbaarheid, voldoende parkeermogelijkheden en een compacte opzet. Uit de detailhandelsstructuurvisie blijkt dat de totale marktruimte voor supermarkten in Renesse is berekend op 1.360 m2 wvo.

Rekening houdend met het aanbod (800 m 2 wvo) was de marktruimte voor uitbreiding berekend op 560 m2 wvo. Destijds, in 2013, is echter rekening gehouden met een uitbreiding van de huidige supermarktlocatie. Dit is niet van toepassing. Daarnaast blijkt uit het ruimtelijk-economisch onderzoek (zie bijlage 1) dat deze ruimte inmiddels is toegenomen naar 1.470 m 2 wvo en richting 2025 zal toenemen tot 1.790 m2 wvo. De theoretische marktruimte voor uitbreiding in de toekomst wordt daarmee 900 m2 wvo. Het huidige aanbod is namelijk 890 m2 wvo. De nieuwe winkel krijgt een omvang van 1.500 m2 wvo, per saldo is de uitbreiding daarmee 610 m2 wvo. Deze uitbreiding past binnen de actuele marktruimte. Daarnaast is de ruimtelijke impact van de ontwikkeling zorgvuldig afgewogen.  Met de verplaatsing en vergroting van de supermarkt, de toevoeging van de aanvullende detailhandelsvoorzieningen en het behoud van detailhandel op de huidige locatie van de supermarkt, die te zijner tijd ingevuld wordt met nieuwe kleinschalige commerciële functies die ruimte biedt voor nieuwe ondernemers waardoor van leegstand geen sprake zal zijn, wordt de bestaande detailhandelsstructuur versterkt. Vanwege de ligging van de nieuwe supermarkt direct bij het huidige centrum wordt het winkelaanbod verder geclusterd.

 Omdat binnen het huidige centrum geen ruimte is voor een ruimere supermarkt is er gezocht naar een locatie direct aansluitend aan het centrum. Vanwege de bereikbaarheid en parkeerbehoefte van de supermarkt gekozen voor de locatie nabij het transferium. De verplaatsing komt tevens de verkeerssituatie in het centrum ten goede.  De huidige supermarkt wordt verplaatst uit het centrum van Renesse naar de rand van het centrum van Renesse. De reisafstanden voor bezoekers van de supermarkt wijzigen nauwelijks. De locatie is bovendien beter bereikbaar met de auto. 3.4.4 Agenda Toerisme 2018-2026 De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland heeft op 25 oktober 2018 de ‘Agenda Toerisme 2018-2026' vastgesteld, inclusief bijbehorend uitvoeringsprogramma en regelgeving. De Agenda Toerisme 20182026 geeft de ambities voor Schouwen-Duiveland als toeristisch recreatieve bestemming voor de toekomst weer. De agenda bevat strategische keuzes voor de toekomst, doelstellingen en uitvoeringsthema’s aan de hand waarvan per thema beleidskeuzes worden gemaakt. Belangrijke doelen voor de langere termijn zijn:  hogere bruto toegevoegde waarde;  hogere bezettingsgraad (meer overnachtingen, meer omzet in relevante sectoren);  meer jaarrond werkgelegenheid;;

Rho adviseurs voor leefruimte

37

financieel gezonde en vitale toeristische bedrijfstak met investeringsvermogen, waardoor meer kwaliteit kan worden gegenereerd.

De uitvoeringsthema’s van de Agenda Toerisme zijn: 1. Uitgekiende marketing van onze ‘Groen Blauwe Oase’. 2. Meer Beleving: ‘Schouwen-Duiveland als podium voor de beste natuurbeleving op de grens van land en water’. 3. Het hele eiland gastvrij en meer jaarrond bezoekers. 4. Voortdurend vernieuwen. 5. Het mooiste strand als blijvende trekker. 6. Zorgeloos de unieke plekken op het eiland vinden. Voor de ontwikkelingen in het plangebied is met name het thema ‘Voortdurend vernieuwen’ van belang. Het voortdurend vernieuwen van de Groen Blauwe Oase in de toekomst. In de Groen Blauwe Oase Schouwen-Duiveland wordt ingezet op het behouden en versterken van belangrijke omgevingskwaliteiten voor de gasten en het stimuleren van meer bijzondere en gedifferentieerde vormen van verblijfsrecreatie in een natuurlijke omgeving. Kwaliteit is leidend. In brede zin geldt terughoudendheid met nieuwvestiging van verblijfsrecreatie. Maatwerk is het sleutelwoord. Innovatie en kwaliteitsverbetering wordt gestimuleerd, evenals de energietransitie en circulaire ontwikkelingen. Om de kwaliteit van verblijfsrecreatieterreinen te behouden is er terughoudendheid met betrekking tot de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten. In het thema 'Voortdurend vernieuwen' wordt uitgegaan van het belang van meebewegen met de markt en permanent investeren in vernieuwing en kwaliteit.

Één van de keuzes daarbij is het stimuleren van herstructurering, kwaliteitsverbetering en productdifferentiatie en het creëren van schaarste door geen nieuwvestiging van verblijfsrecreatieve bedrijven toe te staan. De gemeente stelt een Adviesteam Toerisme in dat toeristisch-recreatieve plannen op kwaliteit beoordeelt. Consumptieve horeca (restaurantfunctie) en voorzieningen (zwembad, supermarkt) op recreatieterreinen, moeten dienend zijn aan het recreatieterrein en passend in omvang, maar mogen ook gericht zijn op inwoners en gasten anders dan van het recreatieterrein. Herstructurering en kwaliteitsverbetering van bestaande verblijfsrecreatieve bedrijven is mogelijk, mits de kwaliteitsverbetering van deze bestaande bedrijven plaats vindt binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf en voldoet aan onderdeel A t/m D van het ontwikkelkader 'Verblijfsrecreatief gebied', inclusief het maximum percentage van 13% voor invulling verblijfsrecreatie: A. Ruimtelijke kwaliteit: 1. Kwaliteitsverbetering vindt plaats binnen de bestaande oppervlakte en eenheden van het bedrijf 2.

Onder voorwaarden is een beperkte uitbreiding van oppervlakte mogelijk:  het nieuw uit te breiden terrein maakt integraal onderdeel uit van een nieuw landschap;  de dichtheid en omvang van de bebouwing is passend in het betreffende landschap;  beheer en onderhoud van het landschap is geborgd;  er is sprake van een maximale invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie op de totale uitbreidingsoppervlakte van 13% (exclusief centrale voorzieningen en inclusief sanitair en bergingen bij eenheden);  de openbaar toegankelijke paden en routestructuren maken integraal onderdeel uit van het landschap. B. Economische haalbaarheid C. Markt en onderscheidend vermogen van het concept D. Sociaal maatschappelijke bijdrage Daarnaast moeten de aspecten waterveiligheid, duurzaamheid (wettelijke normen) en leefbaarheid (voor zover van toepassing) worden geborgd. Maatwerk is mogelijk in overleg en op advies van het Adviesteam Toerisme op basis van het uitgangspunt om te komen tot Zeeuwse kustkwaliteit

Rho adviseurs voor leefruimte

38

(bijvoorbeeld hoger percentage invulling ten behoeve van verblijfsrecreatie gekoppeld aan extra landschapscompensatie). Randbeplanting vindt plaats op basis van een integraal omgevingskwaliteitsplan (soorten, diversiteit, streekeigen). Dit integrale omgevingskwaliteitsplan wordt planologisch en/of privaatrechtelijk vastgelegd. De eerder geldende standaardeisen blijven van toepassing voor bestaande situaties. Randbeplanting of landschapsontwikkeling moet op eigen terrein worden gerealiseerd. Toetsing en conclusie Door functiewijziging van stacaravanplaatsen naar recreatieve verblijfseenheden in bebouwing ontstaat een moderne recreatieve verblijfsfunctie die beter aansluit bij de ligging nabij het centrum van Renesse. Daarnaast vormt recreatief verblijf binnen een gebouw, in de vorm van drie vakantiehuisjes van elk maximaal 75 m2, een aanvulling op de vele kampeerterreinen in de omgeving van Renesse. Van een verblijfsrecreatieterrein is dan ook geen sprake. De ruimte rond de beoogde bebouwing maakt echter wel onderdeel uit van de totale herinrichting van het plangebied, waardoor ook sprake is van kwaliteitsverbetering op de huidige locatie waar stacaravans mogelijk zijn. Deze ruimte is echter niet openbaar. 3.4.5 Bomenbeleidsplan Schouwen-Duiveland In het bomenbeleidsplan is de huidige en gewenste bomenstructuur binnen de diverse kernen op Schouwen-Duiveland weergegeven.

Voorheen werden bomen (al dan niet waardevol) beschermd via de gemeentelijke kapverordening. In 2005 heeft de gemeente door deregulering besloten deze af te schaffen. Alleen de bomen die op een gemeentelijke lijst voorkomen, waarvan de status vastgelegd wordt in de APV, mogen niet zonder meer gekapt mogen worden. Tevens is bepaald dat monumentale en waardevolle bomen worden opgenomen in een bestemmingsplan op het moment dat deze gewijzigd of geactualiseerd wordt. Hierdoor kan het belang om een boom duurzaam in stand te houden dwingend worden meegenomen in de belangenafweging en is het mogelijk om beschermende voorwaarden te stellen. Toetsing In het plangebied is tegenover de huidige Boerderij de Dreef een monumentale witte paardenkastanje aanwezig. Deze boom blijft behouden in de voorgenomen planvorming. Deze boom is wel onderzocht op conditie en levensverwachting. Meer informatie hierover is opgenomen in bijlage 11. 3.4.6 Nota Recreatiewoningen Om te komen tot een algemeen toetsingskader dat de gemeente kan gebruiken bij de toetsing van initiatieven tot het ontwikkelen en bouwen van recreatiewoningen, heeft de gemeente Schouwen-Duiveland in 2011 een 'Behoefteonderzoek recreatiewoningen Schouwen-Duiveland' laten uitvoeren.

Op basis van de belangrijkste conclusies uit het behoefteonderzoek is onder andere geconcludeerd dat nieuwbouw is toegestaan als sprake is van een uniek concept. Hierbij dient in onderhavig geval rekening te worden gehouden met de volgende uitgangspunten: 1. Herstructurering van recreatiewoningen(terreinen) gaat voor nieuwbouw; 2. Locatie, Binnen de Kop van Schouwen is uitbreiding van het areaal aan verblijfsaccommodaties niet toegestaan; Daarnaast zijn o.a. voorwaarden opgenomen ten aanzien van de exploitatie, landschappelijke inpassing, architectuur, perceelseisen, parkeren en ontwerpeisen, rekening houdend met de specifieke situatie van een bestaand recreatieterrein.

Rho adviseurs voor leefruimte

39

Toetsing en conclusie Het gemeentelijk beleid biedt de mogelijkheid om kampeerterreinen om te vormen naar terreinen met recreatiewoningen. De gronden die planologisch in gebruik genomen kunnen worden als kampeerterreintje ten behoeve van 6 permanente standplaatsen voor stacaravans wordt middels dit bestemmingsplan volledig omgevormd tot locatie met 3 recreatiewoningen. De ontwikkeling betreft een herstructurering van een recreatieve verblijfslocatie waarbij het aantal eenheden planologisch halveert. Er is geen sprake van een uitbreiding van het areaal. De realisatie van recreatiewoningen op de locatie nabij het centrum van Renesse past beter bij zijn omgeving dan stacaravans. Door de realisatie van nieuwe recreatiewoningen die voldoen aan de hedendaagse eisen van de toerist, duurzaam en stikstofemissie vrij zijn, wordt bijgedragen bij aan de totale kwaliteitsimpuls van de omgeving. De uitgangspunten zijn verder overeenkomstig de regels van het bestemmingsplan 'Renesse' voor het de bouw en het gebruik van recreatiewoningen. De bepalingen zijn in de regels van dit bestemmingsplan overgenomen. Daarmee wordt voldaan aan de uitgangspunten uit de Nota Recreatiewoningen. 3.4.7 Kengetallen parkeren en verkeer Parkeerbeleid is één van de middelen waarover de gemeente Schouwen-Duiveland beschikt om parkeergedrag en eventueel verkeersstromen te sturen.

Op locaties waar schaarste is aan parkeerplaatsen of waar overlast ontstaat/kan ontstaan kan de gemeente de parkeerregulering toepassen. Kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme Voor de toeristische verblijfseenheden is de Agenda Toerisme van toepassing. In de raadsvergadering van de gemeente Schouwen-Duiveland is op 4 juni 2020 de memo 'kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme' vastgesteld door de gemeenteraad en daarmee onderdeel gemaakt van het parkeerbeleid van de gemeente. De kengetallen voor parkeren en verkeer uit de Agenda Toerisme komen daarmee te vervallen. De verdeling van recreatieve subeenheden is ruimer dan op basis van de CROW. Voor recreatieverblijven zijn specifieke kengetallen opgenomen. Voor recreatieverblijven zoals recreatiewoningen wordt een parkeernorm van 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen gehanteerd. De verkeersgeneratie wordt gekoppeld aan het aantal parkeerplaatsen en betreft 2,2 per parkeerplaats. Toetsing en conclusie In paragraaf 4.8 is nader ingegaan op het aspect parkeren en verkeersafwikkeling.

3.4.8 Milieu en duurzaamheidsbeleid Voor wat betreft milieu- en duurzaamheid werkt de gemeente aan de vijf sporen: milieukwaliteit, energietransitie, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteit. Milieukwaliteit: De algemene doelstelling voor milieukwaliteit is dat de bodem, de lucht en het water blijvend van goede en waar (met draagvlak) haalbaar van boven gemiddelde kwaliteit zijn (boven de wettelijke norm). We voorkomen geluidsoverlast en hinder van trillingen. We gaan zorgvuldig om met de als kwaliteit bestempelde duisternis. Specifieke doelstellingen per thema zijn vastgelegd in het Milieubeleidsplan.

Rho adviseurs voor leefruimte

40

Energietransitie De algemene doelstelling is het realiseren van een energieneutraal Schouwen-Duiveland in 2040. Specifieke doelstellingen voor 2023 zijn het realiseren van een energiebesparing van 3% ten opzichte van het huidige gebruik (referentiejaar 2017) en 16% van het energieverbruik wordt duurzaam opgewekt. Stimuleren van duurzame mobiliteit behoort ook tot één van de doelstellingen van de Energie-Agenda. Specifieke doelstellingen zijn vastgelegd in de Energie-Agenda. In de Transitievisie Warmte Schouwen-Duiveland heeft de gemeente het tijdpad neergelegd voor de ontwikkeling van een alternatieve energievoorziening en het geleidelijk vervangen van aardgas. Klimaatadaptatie Doelstelling voor Schouwen-Duiveland is om in 2050 klimaatbestendig en water robuust te zijn. Momenteel wordt de Zeeuwse klimaatadaptatiestrategie uitgewerkt in een lokale klimaatadaptatiestrategie met de thema's: wateroverlast, droogte, hittestress en overstromingen. Biodiversiteit Hoofddoelstelling is het verbinden en versterken van natuur- en landschapswaarden en economische ontwikkelingen en het koesteren en bevorderen van de biodiversiteit. Dit door het toevoegen van streekeigen groen en het realiseren van nestruimte voor vogels en vleermuizen.

Kringloopeconomie De circulaire of kringloop economie is een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waarde vernietiging te minimaliseren. Anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd. Schouwen-Duiveland sluit aan bij de landelijk doelstelling om in 2030 een halvering van het grondstoffengebruik te halen en in 2050 volledig circulair te zijn. Toetsing In paragraaf 4.14 wordt aan dit beleid getoetst.

Rho adviseurs voor leefruimte

41

Hoofdstuk 4

4.1

Omgevingsaspecten

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

Beleid en normstelling Per 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Deze wijziging geldt voor alle aanvragen na 16 mei 2017, omdat er een directe werking van het Europese recht geldt. Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvormíng omtrent en projecten. Het gaat hierbij wel enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waarmee het milieu mogelijk nadelig kan worden beïnvloed. Als uitgangspunt geldt voor plannen, waaronder partiële herzieningen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is:  Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten;  Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. Een plan is kaderstellend voor een toekomstig m.e.r.- (beoordelings)plichtig besluit indien er sprake is van een overschrijding van de grenswaarden uit de C- of D-lijst van het Besluit m.e.r. Onder de grenzen uit de C- en D-lijst van het Besluit m.e.r. geldt nog wel de plicht om een 'vormvrije m.e.r.-beoordeling' uitvoeren.

Dit houdt in dat er bekeken moet worden of bij het initiatief sprake is van dusdanig bijzondere omstandigheden of milieueffecten er toch een MER moet worden opgesteld. In artikel 7.16, tweede tot en met vierde lid van de Wet milieubeheer, staat welke informatie over de voorgenomen activiteit in de mededeling van de initiatiefnemer moet zijn opgenomen. Bij het opstellen van deze informatie moet ook rekening worden gehouden met de relevante criteria van bijlage III bij de Europese mer-richtlijn. Onderzoek De ontwikkeling is op basis van aard en omvang niet (rechtstreeks) mer-plichting. Aangezien de drempelwaarde niet wordt overschreden kan worden volstaan met een vormvrije mer-beoordeling. Een aanmeldnotitie voor deze ontwikkeling wordt opgesteld. Deze aanmeldnotitie is als bijlage X toegevoegd aan dit bestemmingsplan. Uit de toetsing blijkt ... - wordt afgerond naar voltooiing/akkoord onderzoeksresultaten (o.a. verkeer, stikstof) Conclusie PM

Rho adviseurs voor leefruimte

42

4.2

Bodemkwaliteit

Beleid en normstelling Op grond van artikel 3.1.6 van het Bro dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Voor een nieuw geval van bodemverontreiniging geldt, in tegenstelling tot oude gevallen (voor 1987), dat niet functiegericht maar in beginsel volledig moet worden gesaneerd. Nieuwe bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gerealiseerd op bodem die geschikt is voor het beoogde gebruik. Onderzoek Met het planvoornemen is sprake van een verandering van functie binnen het plangebied. Vanwege de functieverandering is onderzoek naar de kwaliteit van de bodem noodzakelijk. In 2017 is in opdracht van de gemeente Schouwen-Duiveland een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn bijgevoegd in bijlage 5. Dit onderzoek is voor een groter gebied uitgevoerd dan het plangebied waar de ontwikkeling betrekking op heeft.

Uit dit bodemonderzoek blijkt dat er binnen het plangebied geen verontreinigingen zijn aangetroffen die de beoogde ontwikkeling in de weg staan. Omdat boorpunt 25 (ten zuiden van de VVV aan de Wilhelminaweg 3) zich niet in het plangebied bevindt, is geen nader onderzoek noodzakelijk in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie De ontwikkeling is haalbaar vanuit het aspect bodem.

4.3

Opsporing ontplofbare oorlogsresten

Beleid en normstelling Op een onbekend aantal plaatsen in Nederland liggen nog bommen, granaten en andere munitie uit de Tweede Wereldoorlog. De potentiële aanwezigheid van opsporing ontplofbare oorlogsresten (OOO) kan een bedreiging zijn bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging in de planvorming en uitvoering leiden. De gemeente heeft beleid opgesteld over de omgang met OOO. Op basis van historisch onderzoek is een beleidskaart opgesteld. Deze kaart geeft aan in welk gebied er meer of minder risico is op het aantreffen van OOO. Per gebied gelden verschillende voorwaarden. Wanneer een gebied bestemd wordt in een risicogebied, worden ontwikkelingen in dit gebied aan het beleid getoetst. Onderzoek Op basis van de risicokaart conventionele explosieven van de gemeente Schouwen-Duiveland ligt het plangebied in een zone waar een deels lage en deels hoge trefkans is op het aantreffen van explosieven. Gelet op de mogelijke aanwezigheid van niet gesprongen explosieven dient onderzoek uitgevoerd te worden. Dit wordt uitgevoerd aan de hand van archiefonderzoek en luchtfoto's. Aanvullend worden naoorlogse ontwikkelingen binnen het plangebied bekeken en beoordeeld of deze leiden tot nader onderzoek. Dit onderzoek wordt in het kader van deze bestemmingsplanprocedure uitgevoerd, zie bijlage 3.

In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het plangebied aangetroffen. Vanuit OOO-oogpunt kunnen de geplande werkzaamheden, binnen de contouren van het plangebied niet zonder aanvullend onderzoek of opsporingsproces worden uitgevoerd.

Rho adviseurs voor leefruimte

43

Ter plaatse van het plangebied is sprake van een verdacht gebied afwerpmunitie met een gewicht van 250 en 500 lb. De maximale diepteligging kan niet worden bepaald. Geadviseerd wordt voorafgaand aan het uitvoeren van de geplande werkzaamheden:  Het laten plaatsen van sonderingen om de maximale indringingsdiepte van Ontplofbare Oorlogsresten aldaar te bepalen. Omdat eventuele sonderingen in verdacht gebied geplaatst worden, dienen de werkzaamheden begeleid te worden door een senior OOO-deskundige;  Het laten uitvoeren van een opsporingsproces als beschreven in het CS-OOO daar waar bodemroerende werkzaamheden plaats dienen te vinden.

Figuur 4.3.1 Uitsnede beleidskaart niet gesprongen explosieven. (bron: gemeente Schouwen-Duiveland) Conclusie Voorafgaand aan de werkzaamheden dient een sonderingsonderzoek uitgevoerd te worden onder begeleiding van een senior OOO-deskundig. Daarnaast dient een opsporingsproces uitgevoerd te worden volgens de CS-OOO in de gebieden waar bodemroerende werkzaamheden plaatsvinden. Met de uitvoer van het onderzoek vormt het aspect niet-gesprongen explosieven geen belemmering voor de uitvoer van de beoogde ontwikkeling.

4.4

Archeologie

Beleid en normstelling Het cultureel erfgoed van Nederland wordt beschermt met de Erfgoedwet. Om te voorkomen dat de archeologische informatie ongezien verloren gaat, is het noodzakelijk dat gemeenten in het ruimtelijk beleid waarborgen voor de omgang met dit bodemarchief. Dit is een uitvloeisel van het Verdrag van Malta dan in 1992 door Nederland werd ondertekend.

Rho adviseurs voor leefruimte

44

Archeologiebeleid In het gemeentelijke Beleidsplan archeologie is voor het gehele eiland vastgelegd welke archeologische verwachtingswaarden er zijn. Deze kaart en de toelichting hierop zijn vervaardigd door RAAP (De Boer, 2007). De verwachtingenkaart geeft een overzicht van de aanwezige archeologie in de gemeente. De kaart is onderverdeeld in type onderzoeksgebieden: geen onderzoeksgebied, onderzoeksgebied A, onderzoeksgebied B, AMK-terrein van (hoge) archeologische waarde, AMK-terrein van zeer hoge archeologische waarde en rijksmonument. De diverse dubbelbestemmingen zijn planologisch geborgd in het bestemmingsplan 'Facetherziening Archeologie' Onderzoek Volgens het bestemmingsplan 'Facetherziening Archeologie' is sprake van een archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6'. Voor deze gronden geldt dat bij grondroerende werkzaamheden dieper dan 50 cm en met een oppervlakte van meer dan 2.500 m² archeologisch onderzoek noodzakelijk is. In het kader van voorliggende ontwikkeling is archeologische vooronderzoek uitgevoerd, zie bijlage 4.

Uit het bureauonderzoek is gebleken dat in het plangebied resten uit het Laat-Neolithicum worden verwacht in de top van de Wormer-afzettingen, resten uit de Bronstijd – Midden-IJzertijd worden verwacht in het veen, resten uit de Late IJzertijd – Romeinse tijd worden verwacht in de top van het Hollandveen, resten uit de Middeleeuwen – Nieuwe tijd worden verwacht vanaf het maaiveld, in de top van de Walcheren- en Schoorl-afzettingen. Geadviseerd wordt om de bestaande dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 6’ te handhaven. Dit betekent dat wanneer de vrijstellingsgrenzen overschreden gaan worden er aanvullend archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Met de realisatie van bebouwing met een oppervlakte aan winkels van 2.350 m2, inclusief een sluis van 100 m2 vinden geen bodemingrepen plaats groter dan 2.500 m2. Ook de realisatie van vakantieverblijven met een oppervlakte van 225 m2 overschrijdt de oppervlakte van 2.500 m 2 niet. Uit de omschrijving van de werkzaamheden blijkt dat de grondroerende werkzaamheden de vrijstellingsgrenzen niet overschreden. Ter bescherming van de mogelijk aanwezige archeologische resten blijft de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 6' behouden.

Rho adviseurs voor leefruimte

45

Figuur 4.4.1 Uitsnede bestemmingsplan 'Facetherziening Archeologie' (bron: gemeente Schouwen-Duiveland) Conclusie Het aspect archeologie vormt voor geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Voor het plangebied blijft de dubbelbestemming vooralsnog 'Waarde - Archeologie - 6' behouden.

4.5

Cultuurhistorie

Beleid en normstelling Goede ruimtelijke ordening betekent dat er een integrale afweging plaatsvindt van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Een van die belangen is de cultuurhistorie. Per 1 januari 2012 is in het kader van de modernisering van de monumentenzorg (MOMO) in het Besluit ruimtelijke ordening van het rijk opgenomen dat gemeenten bij het maken van bestemmingsplannen rekening moeten houden met cultuurhistorische waarden. Hiertoe dient middels bestudering van kaarten bepaald te worden of binnen (de invloedsfeer van het plangebied) Rijksmonumenten (historische gebouwen, sluizen, tuinbeelden en grafstenen), Archeologische Rijksmonumenten, Werelderfgoederen en beschermde stads- en dorpsgezichten aanwezig zijn. Ook het voorkomen van gebieden met landschappelijke waarden en beschermde natuurgebieden (Natura 2000-gebieden, Wetlands, Beschermde Natuurmonumenten, Nationale Parken, Nationale Landschappen en de Ecologische Hoofdstructuur dient bepaald te worden.

Rho adviseurs voor leefruimte

46

Onderzoek Op de uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Zeeland, zie figuur 4.5.1, is te zien dat binnen het plangebied geen cultuurhistorisch waardevolle elementen zijn gelegen zoals historische boerderijen of rijksmonumenten. Wel bevinden zich in het plangebied enkele cultuurhistorisch waardevolle elzenmeten ten noordwesten van het huidige fietspad. Deze blijven behouden in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. De beoogde ontwikkeling heeft dan ook geen nadelige effecten op cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren.

Figuur 4.5.1

Fragment cultuurhistorische waardenkaart (bron: Provincie Zeeland)

Conclusie Ten aanzien van het aspect cultuurhistorie zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

4.6

Waterhuishouding

Toetsingskader Waterschap Scheldestromen Ten behoeve van een ruimtelijke ontwikkeling dient een watertoets met het waterschap overlegd te worden. Bij de watertoets gaat het om allerlei waterhuishoudkundige aspecten, waaronder veiligheid, wateroverlast, watertekort, waterkwaliteit en verdroging, en om alle wateren: rijkswateren, regionale wateren en grondwater. Het is niet een toets achteraf, maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek brengt. Gemeente Schouwen-Duiveland De gemeente Schouwen-Duiveland streeft naar een biologisch gezond water, een goed functionerend en veilig watersysteem en een vergroting van de belevingswaarde van water. Binnen het gemeentelijk beleid (Waterbeheersplan, Watervisie, Waterplan) wordt, voor klimaatadaptatie en een beheersbaar watersysteem, ingezet op het integreren van water in het dagelijkse leefmilieu. Het is daarom noodzakelijk inzage te hebben in het watersysteem en de mogelijkheden voor integratie binnen het bestaande stedelijk gebied. Voorkomen moet worden dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer.

Rho adviseurs voor leefruimte

47

Onderzoek Om na te gaan of het voorliggend plan in strijd is met duurzaam waterbeheer en voldoet aan de waterdoelstellingen c.q. noodzaakt tot waterhuishoudkundige maatregelen, is gebruik gemaakt van het aanmeldformulier Watertoets van het waterschap. Daarin is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de criteria uit de Zeeuwse Handreiking Watertoets. Het aanmeldformulier is opgenomen in bijlage 13. Waterkwantiteit In en aangrenzend aan het plangebied lopen secundaire watergangen. Deze kennen volgens de legger van het waterschap een beschermingszone van 7 meter uit de insteek. Om in een beschermingszone werkzaamheden te kunnen uitvoeren, is een watervergunning nodig. Omdat voor de uitbreiding van het transferium een bestaande poel en diverse watergangen worden gedempt, is een watervergunning noodzakelijk. Deze wordt tijdig aangevraagd bij het Waterschap Scheldestromen.

Figuur 4.7.1 Uitsnede legger oppervlaktewateren (bron: Waterschap Scheldestromen)

Rho adviseurs voor leefruimte

48

Watersysteemkwaliteit en ecologie Binnen het plangebied of in de nabije omgeving liggen geen oppervlaktewaterlichamen die zijn aangewezen vanuit de Kaderrichtlijn Water. Er bevinden zich ook geen natte ecologische verbindingszone, zoals opgenomen in het (provinciale) Natuurnetwerk Nederland binnen of in de nabijheid van het plangebied. Veiligheid en waterkeringen Rondom waterkeringen is een veiligheids- en beschermingszone aanwezig. Binnen deze zones gelden beperkingen voor bouwen en aanleggen om te voorkomen dat de stabiliteit, het profiel en/of de veiligheid wordt aangetast. Het plangebied is geen onderdeel van een waterkering.

Figuur 4.7.2 Uitsnede legger waterkeringen (bron: Waterschap Scheldestromen) Waterkwantiteit Om dit moment bevindt Boerderij de Dreef, gelegen aan de Wilhelminaweg 4, met het bestaande vakantiehuisje zich binnen het plangebied. Ook de fietsverbinding tussen de Roelandsweg en Stoofweg en een deel van het transferium zijn reeds aanwezig.

Rho adviseurs voor leefruimte

49

De locatie is daarmee grotendeels onverhard. De beoogde ontwikkeling bestaat uit de toevoeging van bebouwing en verharding. De nieuwe bebouwing (supermarkt, winkels) en de expeditiesluis hebben een gezamenlijke oppervlakte van 2.350 m2. Tevens wordt 225 m2 aan recreatiewoningen gerealiseerd. Daarnaast wordt circa 2.710 m2 aan asfalt en elementverhardingen gerealiseerd. De nieuwe parkeerplaatsen en bijbehorende rijstroken worden uitgevoerd in graskleiblokken. Waterberging voor dit deel is dan ook niet direct noodzakelijk. Dit zorgt voor een totale toename van verharding van circa 5.045 m2. Voor de berekening van de waterberging wordt volgens de Keur uitgegaan van een neerslagsituatie die zich 1 x per 100 jaar voordoet. Een dergelijke bui moet in principe binnen het ruimtelijk plangebied kunnen worden geborgen. Als richtlijn wordt gerekend met een waterbergingsbehoefte van 75 mm neerslag. Hiermee is circa 0,075 x 7.835 m 2 = 388 m3 aan waterberging nodig. Hoeveel m3 waterberging precies nodig is, is afhankelijk van de taludvorm, drooglegging en bodembreedte. Er zal dus voldoende oppervlakte terug moeten komen in de planinrichting. Dit moet in overleg met het waterschap tot stand gebracht worden. In de beoogde ontwikkeling is momenteel ruimte gereserveerd voor waterberging met een inhoud van circa 400 m3. Daarmee wordt voldaan aan de noodzakelijke waterbergingsopgave.

De Keur houdt echter nog geen rekening met een veranderend klimaat. Het gebied de Dreef staat bekend om wateroverlast bij extreme neerslag. Volgens de Klimaatadaptatiestrategie Zeeland, zie paragraaf 3.3.5, dienen nieuwe ontwikkelingen klimaatbestendig en waterrobuust te worden. In deze Klimaatadaptatie is echter geen aanvullende bergingsnorm opgenomen. Om overcapaciteit te realiseren wordt aan de halfverharding van het parkeerterrein alsnog voor de helft de waterbergingseis van de Keur toegekend. Het nieuwe halfverharde parkeerterrein heeft een opperlvakte van 2.789 m 2 aan verhardingen. Hiermee is aanvullend 0,075 x (2.789/2) = 105 m3 waterberging noodzakelijk. De totaal te realiseren waterberging bedraagt zodoende 388 + 105 = 493 m3. Hiermee wordt de waterbergingsopgave dusdanig vergroot dat wateroverlast bij extreme neerslag kan worden voorkomen. In de concept inrichting is reeds een waterberging met een omvang van 400 m3 opgenomen. Een nadere uitwerking met ruimte voor extra water is noodzakelijk. Deze wordt uitgewerkt ten tijde van de aanvraag omgevingsvergunning. Het heeft de voorkeur om waterberging en waterpartijen in het laagste deel van het peilgebied te situeren, mits de inrichting dit toelaat.

Bij een hogere ligging van de waterberging dient de effectiviteit van een waterberging te worden gewaarborgd; vaak is het dan nodig dat er een specifiek peilregulerend kunstwerk wordt geplaatst. Grondwaterkwantiteit en verdroging Het plangebied is niet gelegen binnen een zoetwatervoorkomen, infiltratiegebieden, waterwingebieden en/of grondwaterbeschermingsgebieden. De beoogde ontwikkeling voorziet bovendien niet in het onttrekken van grondwater en veroorzaakt evenmin mogelijke grondwateroverlast. De beoogde ontwikkeling heeft zodoende geen nadelige gevolgen voor de grondwaterkwaliteit.

Rho adviseurs voor leefruimte

50

Figuur 4.7.3 Uitsnede grondwaterbeheergebieden (bron: Waterschap Scheldestromen)

Figuur 4.7.4 Uitsnede grondwaterbeheergebieden ingezoomd (bron: Waterschap Scheldestromen)

Rho adviseurs voor leefruimte

51

Natte natuur Het plangebied maakt geen deel uit van en grenst niet aan natuurgebieden.

Figuur 4.7.5 Uitsnede bestaande en nieuwe natuur Natuurnetwerk Zeeland (bron: provincie Zeeland) Wegen in beheer bij het waterschap In het plangebied bevinden zich geen wegen die in het beheer van het waterschap liggen.

Rho adviseurs voor leefruimte

52

Figuur 4.7.6 Uitsnede kaart met wegen van het waterschap Het plangebied ligt niet in binnen een zoetwatervoorkomen, infiltratiegebieden, waterwingebieden, natuurgebied en/of grondwaterbeschermingsgebieden. Ook liggen er geen wegen in het beheer bij het waterschap in het plangebied. Wel vindt er een toename van verharding plaats en wordt bestaand water gedempt waarvoor gecompenseerd moet worden. Hiervoor is voldoende ruimte binnen het plangebied. Omdat een bestaande poel en diverse watergangen worden gedempt is een watervergunning noodzakelijk. Conclusie Het aspect waterhuishouding vormt geen belemmering voor de geplande ontwikkeling.

4.7

Ecologie

Beleid en normstelling Met de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wnb kent diverse soorten natuurgebieden, te weten:  Natura-2000 gebieden;  Natuurnetwerk Nederland (NNN).

Rho adviseurs voor leefruimte

53

Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de voor de natuurlijke habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden:  alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;  het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en;  de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.

Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen:  soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn;  soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn;  overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren.

GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden. De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Onderzoek Gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status, zoals Natura 2000. Het plangebied maakt ook geen deel uit van de Natuurnetwerk Zeeland (NNZ) (figuur 4.7.1). De bestaande en de nieuwe supermarktlocatie liggen op circa 220 meter respectievelijk 400

Rho adviseurs voor leefruimte

54

meter afstand van het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen, zie figuur 6.10.

Figuur 6.10 Ligging ontwikkeling ten opzichte van Natura 2000 (bron: Aerius Calculator) Het plangebied is niet gelegen in beschermde natuurgebieden. Directe effecten als areaalverlies en versnippering kunnen daarom worden uitgesloten. Gezien de afstand en de ligging ten opzichte van de kern van Renesse kunnen tevens effecten als verstoring (waaronder licht en geluid) en effecten op de waterhuishouding worden uitgesloten. Stikstof Het planvoornemen ziet in een ontwikkeling en verplaatsing van functies, zie paragraaf 2.3. De nieuwe supermarkt en recreatieve verblijven worden gasloos ontwikkeld. Door de wijzigingen in verkeersstromen zal er tijdens de gebruiksfase sprake zijn van een verandering in stikstofdepositie op het Natura 2000-gebied met meerdere stikstofgevoelige habitats. Daarnaast zal de functieverandering van de gebouwen gevolgen hebben voor de stikstofemissies en –deposities, omdat het bestaande supermarktgebouw en de woning met vakantiehuisje aan de Wilhelminaweg (beide gasgestookt) gasloos worden gemaakt. De Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) regelt een vrijstelling van de vergunningplicht in artikel 2.7 lid 2 Wnb voor de aanlegfase van bouwwerkzaamheden. Deze vrijstelling geldt alleen voor de effecten als gevolg van stikstofdepositie en niet voor eventuele andere effecten als gevolg van het project op Natura-2000 gebieden.

De vrijstelling is verder uitgewerkt in het Besluit stikstofreductie en natuurverbetering (Bsn). De Wsn en Bsn zijn per 1 juli 2021 in werking getreden. De stikstofdepositie als gevolg van de aanlegfase kan dus buiten beschouwing worden gelaten. Er heeft al een beoordeling plaatsgevonden door de wetgever, die een partiële vrijstelling voor de bouwfase van projecten heeft vastgesteld. Dit is tevens nader verantwoord in de Memo stikstofberekening, zie bijlage 6. Om te bepalen of de ontwikkeling leidt tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden, is een berekening uitgevoerd met het programma Aerius voor de gebruiksfase. Uit de berekening blijkt

Rho adviseurs voor leefruimte

55

dat er geen sprake is van rekenresultaten die hoger zijn dan 0,00 mol N/ha/jr, zie bijlage 7. De gehanteerde uitgangspunten en rekenresultaten van deze berekening zijn bijgevoegd in de 'Memo stikstofberekening', bijlage 6. Conclusie Nu geen sprake is van rekenresultaten hoger dan 0,00 mol N/ha/ja is geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In de regels van dit bestemmingsplan is een voorwaarde opgenomen dat binnen de bestaande en de nieuwe bebouwing binnen het plangebied stikstofemissie veroorzakende installaties zijn uitgesloten. Daarnaast is als voorwaardelijke bepaling opgenomen dat de bevoorrading van de supermarkt geen stikstofdepositie mag veroorzaken. Soortenbescherming Bij uitvoering van het plan worden grondwerkzaamheden uitgevoerd, worden bomen gekapt en watergangen gedempt. De effecten op beschermde soorten zijn in 2019 onderzocht aan de hand van een quickscan ecologie. De resultaten van deze quickscan zijn bijgevoegd in bijlage 8. In deze quickscan is de huidige supermarktlocatie ook meegenomen. Uit deze quickscan blijkt dat de aanwezigheid van vleermuizen (verblijfplaatsen, vliegroutes, foerageergebied) en broedvogels met vaste rust- en verblijfplaatsen (huismus, gierzwaluw) niet kan worden uitgesloten. Effecten op deze soort(groep)en kunnen dan ook niet worden uitgesloten.

Op grond hiervan is een gerichte veldinventarisatie van belang om eventuele effecten en maatregelen op een adequate manier in te kunnen schatten. Direct aansluitend aan de quickscan is deze veldinventarisatie uitgevoerd naar deze soorten. Tevens is daarbij de boomkikker als soortgroep toegevoegd, omdat deze ook voorkomt op Schouwen-Duiveland. Deze resultaten van de veldinventarisatie hiervan zijn bijgevoegd in bijlage 9. Uit de veldinventarisatie blijkt dat er in en rond het plangebied diverse vleermuissoorten foerageren. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen de vleermuizen er blijven foerageren omdat er voldoende opgaand groen wordt gehandhaafd en dit foerageergebied bereikbaar blijft. Er zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen vastgesteld in de te kappen bomen en de diverse gebouwen. Negatieve effecten op vogels met vaste rust- en verblijfplaatsen worden tevens uitgesloten. Tot slot zijn geen andere beschermde soorten zoals de boomkikker en kleine marter aangetroffen. Omdat de quickscan ecologie dateert van begin 2019 is begin 2022 een nieuwe quickscan uitgevoerd, zie bijlage 10. Uit het onderzoek blijkt dat de aanwezige bebouwing mogelijk kan dienen als nestlocaties voor de gierzwaluw, huismus en voor verblijfplaatsen van vleermuizen. Aanwezige boomholtes kunnen dienen als verblijfplaatsen voor vleermuizen.

De bosschages en graslanden kunnen dienen als verblijfplaats voor de bunzing, haas, hermelijn en de wezel. De bosschages, graslanden en oppervlaktewateren kunnen dienen als leefgebied voor de boomkikker, heikikker en de rugstreeppad. Voor de rugstreeppad is tevens het braakliggende terrein met zandhopen geschikt als leefgebied. Zandige stukken en de parkeerplaats kunnen dienen als groeiplaatsen voor het glad biggenkruid. Verder kunnen er algemene, provinciaal vrijgestelde amfibieën en zoogdieren aanwezig zijn. Overige beschermde soorten worden door het ontbreken van geschikt habitat niet verwacht voor te komen. De werkzaamheden kunnen leiden tot aantasting en vernieling van voortplantingswater en landbiotoop van de boomkikker, heikikker en de rugstreeppad. Tevens kunnen de werkzaamheden leiden tot aantasting en vernieling van groeiplaatsen van het glad biggenkruid en de verblijfplaatsen van de bunzing, haas, hermelijn en de wezel. Individuen van de boomkikker, heikikker, rugstreeppad, bunzing, haas, hermelijn en de wezel kunnen worden gedood. Indien de bomen met holtes worden gekapt kunnen mogelijke verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen worden vernield. Mogelijk aanwezige individuen van boombewonende vleermuizen kunnen worden gedood. Nesten van algemene

Rho adviseurs voor leefruimte

56

broedvogels kunnen als gevolg van de werkzaamheden worden vernield en individuen van algemene broedvogels kunnen worden gedood. Dit geldt met name voor het werken in het broedseizoen. Het is noodzakelijk aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid van boombewonende vleermuizen, glad biggenkruid, boomkikker, heikikker, rugstreeppad, bunzing, haas, hermelijn en de wezel uit te voeren alvorens men met de werkzaamheden kan beginnen. Indien aanvullende onderzoeken aantonen dat het projectgebied functies voor beschermde soorten bevat en verstoring niet kan worden voorkomen, dient er een ontheffing van de Wet natuurbescherming te worden aangevraagd. Conclusie De noodzakelijke aanvullende onderzoeken worden in de loop van 2022 uitgevoerd. De verwachting is, mede gezien de resultaten van het eerder aanvullend onderzoek, dat de negatieve effecten op beschermde soorten kunnen worden uitgesloten. De voorgenomen ontwikkeling leidt niet tot significante effecten op beschermde natuurgebieden of effecten op de staat van instandhouding van beschermde soorten. Het aspect ecologie vormt dan ook geen belemmering voor de voorliggende ontwikkeling. Bomen In het plangebied bevinden zich vele bomen. Een deel van de bomen zal gekapt moeten worden om de ontwikkelingen (en dan met name de supermarkt met detailhandel, expeditie en voorterrein) mogelijk te maken.

De bomen zijn daarom geïnventariseerd en voor de te rooien bomen is een VTA inspectie uitgevoerd. In het algemeen geldt dat de bomen op de onderzoekslocatie waarvan een VTA is uitgevoerd, niet in goede staat verkeren. De bomen zijn vaak begroeid of overgroeid met klimop. Ook staan de bomen in de verdrukking als gevolg van achterstallig onderhoud. Hierdoor zijn de boomkronen niet volledig ontwikkeld en zijn bijna alle bomen scheef en/of krom. De uitgebreide resultaten van deze inventarisatie zijn bijgevoegd in bijlage 11. Ondanks dat er geen vergunningplicht geldt voor deze bomen op basis van het Bomenbeleidsplan Schouwen-Duiveland (zie paragraaf 3.4.5) geldt op basis van het vigerend bestemmingsplan wel een aanlegvergunningstelsel en daarmee een vergunningplicht bij het kappen van bomen. Conclusie Het kappen van een deel van de bomen ten behoeve van de ontwikkeling vormt geen belemmering. Onderhoud en dunning kan bovendien leiden tot een verbetering van de conditie van een deel van de bomen.

4.8

Verkeersaspecten

Toetsingskader Bij een ruimtelijk plan dat nieuwe activiteiten mogelijk maakt, dient onder meer voldoende parkeergelegenheid aanwezig te zijn en mag de eventuele verkeerstoename niet leiden tot knelpunten in de verkeersafwikkeling. Onderzoek Verkeersgeneratie Voor de verkeersgeneratie van de bestaande en toekomstige situatie op de omliggende wegen is een separate memo opgesteld, zie bijlage 2. Deze memo beschrijft daarnaast de gebruikte methodiek om de verkeersintensiteiten op de verschillende wegvakken te bepalen voor beide situaties.

Rho adviseurs voor leefruimte

57

Voor de verkeersgeneratie van de supermarkt, detailhandel en de woning is aangesloten bij kencijfers van het CROW. Conform het Parkeerbeleid 2017-2020 (gemeente Schouwen-Duiveland) geldt voor het bepalen van het kencijfer een 'weinig-stedelijk' karakter en de gebiedsaanduiding 'rest bebouwde kom'. Voor de verblijfsrecreatieve functies is aangesloten bij de 'Kentallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme' (20 mei 2020). Bij het bepalen van de verkeersgeneratie wordt voor onder andere de detailhandelsfuncties onderscheid gemaakt in verkeersgeneratie voor bezoekers en personeel. Voor deze ontwikkeling speelt daarnaast nog het aandeel fietsgebruik van en naar de supermarkt een rol. Dit leidt tot een lager autogebruik en daarmee tot een lagere verkeersgeneratie. In de toekomstige situatie wordt de reisafstand tot de supermarkt voor de mensen die voorheen boodschappen deden in kernen in de omgeving (de zogenaamde spijtoptanten) een stuk korter. Hiermee ontstaat er voor deze mensen een alternatief voor het gebruik van de auto. Uit het ruimtelijke economisch onderzoek zie bijlage 1 blijkt dat gemiddeld 2/3 van de bestedingen van de Jumbo in Renesse op jaarbasis van toeristen afkomstig is. Dit heeft gevolgen voor de verkeersgeneratie van de supermarkt.

Verder blijkt uit de economische memo dat bij de nieuwe supermarkt efficiënter kan worden geladen en gelost, de aanpalende kleinschalige detailhandel en de kleinschalige detailhandel ter plaatse van de oude supermarktlocatie niet leidt tot extra bezoekers. De verkeersgeneratie in de bestaande en toekomstige situatie bedraagt respectievelijk 604 en 703 mvt/etmaal. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling leidt tot een beperkte toename van de totale verkeersgeneratie op een gemiddelde weekdag. Verkeersafwikkeling In de 'memo verkeersintensiteiten', zie bijlage 2, is tevens nader ingegaan op de toedeling van het verkeer in de huidige en toekomstige situatie. Vanwege de veranderde ligging van de supermarkt, verandert de routering van het verkeer naar de supermarkt. Dat betekent dat het zwaartepunt van de afwikkeling van de verkeersgeneratie niet meer in het centrum ligt, maar bij de Roelandsweg komt te liggen. In de toekomstige situatie zal op deze locatie het meeste verkeer van de supermarkt worden afgewikkeld. Naast de verkeersafwikkeling van de supermarkt en de aanpalende detailhandel is er in de toekomstige situatie ook sprake van verkeersafwikkeling van de woning, het zomerhuisje en de recreatieve eenheden aan de Wilhelminaweg.

Deze worden niet verplaatst, wat betekent dat zij zullen ontsluiten zoals in de bestaande situatie, waarbij de gebruikers van de recreatieverblijven gebruik maken van het transferium. Uiteindelijk lijdt de ontwikkeling van de Jumbo en bijbehorende functies tot een verandering van de verkeersintensiteiten op de omliggende wegen. In de 'memo verkeersintensiteiten' is een overzicht van de intensiteiten in de bestaande en de toekomstige situatie voor de verschillende wegvakken opgenomen. De gewijzigde verkeersintensiteiten vanuit de voorgenomen ontwikkeling kunnen goed afgewikkeld worden op het omliggende wegennet. Parkeren Voor het bepalen van de parkeerbehoefte van de toekomstige functies is het Parkeerbeleid 2017-2020 van de gemeente leidend. Daarnaast geldt voor de recreatieve verblijfseenheden de memo 'Kentallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme'. Voor het bepalen van de kencijfers voor supermarkt, detailhandel en wonen geldt een 'weinig-stedelijk' karakter en de gebiedsaanduiding 'rest bebouwde kom'. Voor recreatieve verblijfseenheden wordt een parkeernorm van 1 parkeerplaats per 3 slaapplaatsen gehanteerd. De totale parkeerbehoefte is weergegeven in figuur 4.8.1.

Rho adviseurs voor leefruimte

58

Functie Supermarkt Jumbo

Functiebenaming fullservice

Woning Wilhelminaweg koop vrijstaand Zomerhuisje recreatieve eenheid Wilhelminaweg Kleinschalige detailhandel dorpscentra Jumbo Recreatieve eenheden recreatieve eenheid Herinvulling oude Jumbo dorpscentra

Aantal 2.000 m2

Parkeernorm Parkeerbehoefte 5,9 per 100 m2 118 bvo 1 2,3 2,3 2 1 per 3 0,7 slaapplaatsen slaapplaatsen 250 m2 4,0 per 100 m2 10 bvo 12 1 per 3 4 slaapplaatsen slaapplaatsen 1.100 m2 4,0 per 100 m2 44 bvo Totaal 179

Figuur 4.8.1 Parkeerbehoefte De gecombineerde parkeerbehoefte van 3 voor de woning en het zomerhuisje wordt op eigen terrein opgevangen. Dit betreft bestaande functies en de situatie wijzigt hier niet. Met de parkeerbehoefte bij de recreatieve eenheden wordt rekening gehouden bij de inrichting van het terrein. De locatie voor de recreatieve eenheden biedt voldoende ruimte voor de realisatie van 4 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte voor de supermarkt, detailhandel en nieuwe detailhandel ter plaatse van de oude Jumbo wordt opgevangen op het bestaande transferium en de bijbehorende gewijzigde inrichting daarvan. Het transferium aan de Roelandsweg telt momenteel 900 parkeerplaatsen. Van deze 900 parkeerplaatsen worden 140 bestaande parkeerplaatsen anders ingericht en voorzien van een slagboom, zie nr. 3 in figuur 4.8.2. Richting het noorden van het transferium worden 112 vervangende parkeerplaatsen gerealiseerd, zie nr. 5 in figuur 4.8.2. Deze parkeerplaatsen worden onderdeel van het transferium. Hierdoor bedraagt het aantal parkeerplaatsen van het transferium in de toekomstige situatie 900 - 140 + 112 = 872. Dit betekent een afname van 28 parkeerplaatsen in de 'openbare ruimte'. In totaal zijn in de toekomstige situatie 872 + 140 = 1.012 parkeerplaatsen aanwezig, waarvan 252 binnen onderhavig plangebied.

De specifiek afgesloten 140 parkeerplaatsen zijn uitsluitend te gebruiken ten behoeve van de nieuwe supermarkt en detailhandel. De vervangende 112 parkeerplaatsen op het transferium worden tevens ingezet om aan de parkeerbehoefte van de supermarkt en overige functies te voldoen. Deze parkeerplaatsen worden mede gebruikt voor bezoekers van het dorpscentrum en omgeving en het is dus niet noodzakelijk om deze enkel aan te wijzen als parkeerplaats voor de supermarkt en detailhandel. Met de herinrichting van het bestaande transferium wordt voldaan aan de parkeerbehoefte van de ontwikkeling.

Rho adviseurs voor leefruimte

59

Figuur 4.8.2 Parkeerplaatsen (bron: uitsnede inrichtingsplan) Conclusie Ten aanzien van de verkeersaspecten zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.

4.9

Wegverkeerslawaai

Beleid en normstelling Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day evening night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde in onderhavige situaties bedraagt 63 dB (binnenstedelijk gelegen woning). Kampeerhuisjes worden op basis van de Wet geluidhinder niet aangemerkt als geluidgevoelige functie. Dat laat onverlet dat de ontwikkelaar een goed verblijfsklimaat wil verzekeren. Om die reden worden de kampeerhuisjes getoetst als ware zij een geluidgevoelige functie.

Rho adviseurs voor leefruimte

60

Aftrek ex artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels ten aanzien van wegverkeerslawaai betreffen waarden inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Dit artikel houdt in dat voor het wegverkeer een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. De toegestane aftrek bedraagt: 5 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/u bedraagt. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of meer is de hoogte van de aftrek afhankelijk van de geluidbelasting exclusief aftrek. Bij een geluidbelasting van 56 dB en 57 dB mag een aftrek toegepast worden van respectievelijk 3 dB en 4 dB. Bij overige geluidbelastingen wordt een aftrek van 2 dB toegepast. De aftrek mag alleen worden toegepast bij toetsing van de geluidbelastingen aan de normstellingen uit de Wgh. In voorliggend onderzoek is gebruik gemaakt van een aftrek van 5 dB. Onderzoek In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient voor geluidgevoelige objecten binnen de geluidzone van gezoneerde wegen en binnen de zone van de ontwikkelingslocatie, onderzocht te worden of het akoestisch leefklimaat niet wordt belemmerd. De nieuwe supermarkt betreft geen geluidgevoelig object.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11661636/1