CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20220621 jaarverslag 2021 bijlage

Gemeenteraad 4 juli 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken3.998 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

COMMISSIE BEZWAARSCHRIFTEN Jaarverslag 2021

Zierikzee, maart 2022

Inhoud 1. Voorwoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 4 2. De commissie bezwaarschriften. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 6 3. Cijfers . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 8 4. Beroep en hoger beroep. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13 5. Conclusies en aanbevelingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 15

1

Voorwoord Hierbij biedt de commissie bezwaarschriften het jaarverslag aan over het kalenderjaar 2021. De gemeentelijke bestuursorganen hebben in 1998 een zogenaamde artikel 7:13-commissie ingesteld, een onafhankelijke commissie van advies die bezwaarden hoort en schriftelijk advies uitbrengt aan het betreffende bestuursorgaan over de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. Dat betreft in de meeste gevallen een advies aan het college van burgemeester en wethouders en soms aan een ander bestuursorgaan (burgemeester, gemeenteraad). Het bezwaarschrift moet zijn gericht tegen een besluit als bedoeld in de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb): een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van de gemeentelijke belastingverordeningen of de Wet waardering onroerende zaken en - kortweg gesteld - bestuursrechtelijke geldschulden als bedoeld in titel 4.4 van de Awb. De commissie hecht veel waarde aan de onafhankelijke positie die zij in de 1e fase van de rechtsbescherming inneemt. Zij heeft de indruk dat partijen die positie waarderen, vooral bezwaarden, omdat zij zich in elk geval gehoord weten.

Dit verslag is bedoeld om een inzicht te geven in de behandelde bezwaarschriften in 2021 en de adviezen die door de commissie zijn gegeven. Alvorens de commissie daartoe overgaat, wil zij nog graag het volgende onder de aandacht brengen.

COVID-19 Ook in 2021 zijn de commissie en de bestuursorganen geconfronteerd met de maatregelen van het kabinet in verband met het virus Covid-19. Dit heeft gevolgen gehad voor de behandeling van in 2021 ingekomen bezwaarschriften en de werkwijze van het secretariaat. Hoewel het steeds toegestaan was fysieke hoorzittingen te houden (zij het met de nodige aanpassingen en beperkingen), bleek dit toch voor zowel bezwaarden als medewerkers veelal niet wenselijk. Daarom heeft de commissie vanaf februari 2021 tot en met augustus 2021 de hoorzittingen digitaal gehouden door middel van een videoverbinding via Microsoft Teams. Vanaf september 2021 zijn de fysieke hoorzittingen hervat.

GESPREK VERTEGENWOORDIGERS MANAGEMENT TEAM Naar aanleiding van het jaarverslag 2020 heeft medio 2021 een gesprek plaatsgevonden tussen het afdelingshoofd Ruimte en Milieu (R en M) en het afdelingshoofd Werken Wonen en Leven (WWL) en de voorzitters van de beide kamers van de commissie. Onder meer is gesproken over de aanlevering van de stukken/dossier, het verweerschrift, de vertegenwoordiging van het bestuursorgaan ter zitting, de (reden van de) ingetrokken bezwaarschriften en is er nader ingaan op de gegronde bezwaarschriften. Alle partijen hebben dit gesprek als constructief ervaren.

4

De commissie brengt het jaarverslag graag onder uw aandacht, niet in het minst omdat de Awb in al haar facetten, dus ook de bezwaarprocedure, een belangrijk instrument is voor het openbaar bestuur. Zij hoopt dat het verslag een goed beeld geeft van haar werkzaamheden in 2021 en mag bijdragen aan de kwaliteit van besluitvorming in het primaire proces. Ten slotte dankt de commissie het gemeentebestuur voor het in haar gestelde vertrouwen. Namens de commissie bezwaarschriften, mr. M.L. van Zon, voorzitter kamer sociale zekerheid mr. G.M. van Belzen, voorzitter kamer algemene zaken

5

2

De commissie bezwaarschriften 2.1 SAMENSTELLING COMMISSIE De commissie bestaat uit 2 kamers: de kamer sociale zekerheid en de kamer algemene zaken. De kamer sociale zekerheid behandelt bezwaarschriften in het kader van de Participatiewet (Pw) en daarop gebaseerde regelingen, de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), de Jeugdwet (Jw), de Regeling gehandicaptenparkeerkaart en de Verordening Leerlingenvervoer. De kamer algemene zaken behandelt de bezwaarschriften in de overige rechtsgebieden (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), Wet openbaarheid van bestuur (Wob), handhaving, bestuurlijke boete, verkeersbesluiten, subsidies, enzovoort. Zowel de kamer sociale zekerheid als de kamer algemene zaken (elk bestaande uit een voorzitter en 2 leden, bijgestaan door een ambtelijk secretaris) heeft een vaste voorzitter en roulerende leden. De kamers zijn als volgt samengesteld:

Kamer sociale zekerheid Voorzitter mevrouw mr. M.L. van Zon Leden de heer J.P.F. Stevense de heer mr. M.L.B. Spruijt mevrouw mr. C.A.M. Bruijnincx Plaatsvervangend lid de heer mr. B. Vermeirssen

Kamer algemene zaken Voorzitter de heer mr. G.M. van Belzen Leden de heer mr. B. Vermeirssen mevrouw mr. Y. Bons mevrouw mr. R. van der Neut Plaatsvervangend lid de heer mr. M.L.B. Spruijt De commissie wordt ambtelijk bijgestaan door: Secretarissen mevrouw mr. P.M.E. van Oosterhout de heer mr. H.J. Stuyt mevrouw mr. M.C. Stokman mevrouw mr. E. van de Vreede-Hensen

6

Administratieve en secretariële ondersteuning mevrouw ing. I.M. Hanse-Kappers mevrouw D. van Duiven

2.2. WERKWIJZE Het doel van de commissie is om een advies te geven over de rechtmatigheid en, afhankelijk van het wettelijk kader, de doelmatigheid van het genomen besluit, zodat het bestuursorgaan dit advies kan meewegen bij de heroverweging van het besluit. Er wordt door de commissie beoordeeld of de wet- en regelgeving op de juiste wijze is toegepast en of het bestuursorgaan in het specifieke geval in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen. De kamer sociale zekerheid komt elke 1ste woensdag van de maand bijeen. In 2021 zijn er 12 zittingen gehouden. De zittingen vanaf februari tot september 2021 hebben digitaal plaatsgevonden. De kamer algemene zaken komt elke 4e maandag van de maand bijeen. In 2021 zijn er 13 zittingen gehouden. De zittingen vanaf februari tot september 2021 hebben digitaal plaatsgevonden. Tijdens de zitting behandelt de commissie in principe maximaal 4 bezwaarschriften.De zittingen van de kamer sociale zekerheid vinden plaats achter gesloten deuren. De zittingen van de kamer algemene zaken zijn openbaar, tenzij de commissie anders beslist. De commissie hoort de bezwaarde, het bestuursorgaan en eventueel andere belanghebbenden. Na het horen van belanghebbenden, formuleert de commissie achter gesloten deuren het advies aan het betreffende bestuursorgaan.

Dit advies wordt vervolgens door de secretaris, in samenspraak met de voorzitter, schriftelijk uitgewerkt. Tenslotte wordt het advies doorgestuurd naar het bestuursorgaan, waarna het bestuursorgaan een beslissing op bezwaar neemt. Het advies van de commissie is niet bindend en het bestuursorgaan kan afwijkend van het advies beslissen, maar dient dit dan wél te motiveren.

7

3

Cijfers In dit hoofdstuk behandelen wij de cijfermatige gegevens over het verslagjaar 2021 De cijfers worden weergegeven per kamer, en wel als volgt: 1. de werkvoorraad per 1 januari 2021, zijnde het aantal bezwaarschriften dat op die datum nog behandeld moest worden door de commissie; 2. het aantal ingediende bezwaarschriften over het gehele jaar 2021; 3. de totale werkvoorraad in 2021; 4. het totale aantal door de commissie behandelde bezwaarschriften in 2021; 5. de werkvoorraad (nog te behandelen bezwaarschriften door de commissie) per 1 januari 2022. Ook maken wij onderscheid naar de wettelijke grondslag van de besluiten en gaan wij nader in op de soorten adviezen. Alvorens per kamer in te gaan op de cijfers bieden wij u een totaaloverzicht van de aantallen bezwaarschriften voor de 2 kamers, betrekking hebbend op het verslagjaar 2021. Ook geven we een terugblik naar de cijfers van 2020.

AANTALLEN BEZWAARSCHRIFTEN 2021 Kamer Sociale Zekerheid 2020

Kamer Sociale Zekerheid 2021

Kamer Kamer Algemene Algemene Zaken 2020 Zaken 2021

werkvoorraad 1 januari

3

5

6

4

ingediende bezwaarschriften

42

43

35

75

Totale werkvoorraad

45

48

41

79

behandelde bezwaarschriften

40

44

37

72

werkvoorraad commissie per 31 december

5

4

4

7

Ook geven wij u een totaaloverzicht van welke adviezen de 2 kamers over de behandelde bezwaarschriften in het verslagjaar 2021 hebben uitgebracht, met een terugblik naar 2020.

‘SOORTEN’ ADVIEZEN Kamer Sociale Zekerheid 2020

Kamer Sociale Zekerheid 2021

Kamer Kamer Algemene Algemene Zaken 2020 Zaken 2021

Niet-ontvankelijk

5

3

7

7

Ontvankelijk en ongegrond

15

18

21

36

Deels niet-ontvankelijk/ontvankelijk en deels ongegrond/gegrond

0

1

0

1

8

Kamer Sociale Zekerheid 2020

Kamer Sociale Zekerheid 2021

Kamer Kamer Algemene Algemene Zaken 2020 Zaken 2021

Ontvankelijk en gegrond

4

5

4

10

Ingetrokken

16

17

5

18

Doorgestuurd/niet behandeld als bezwaar

0

0

0

0

Totaal

40

44

37

72

We zien dat het aantal ingediende bezwaarschriften te behandelen door de kamer sociale zekerheid in 2021 ten opzichte van 2020 gelijk is gebleven. Ook het aantal daadwerkelijk behandelde bezwaarschriften is nagenoeg gelijk gebleven. Het aantal ingediende bezwaarschriften te behandelen door de kamer algemene zaken is in 2021 ten opzichte van 2020 aanzienlijk gestegen, zelfs meer dan verdubbeld. Bij beide kamers geldt dat het merendeel van de bezwaarschriften ongegrond is verklaard. Bij de kamer sociale zekerheid is er, net als in 2020, een fors aantal bezwaarschriften ingetrokken. Dit geldt over 2021 ook voor de kamer algemene zaken, waar er, in vergelijking met 2020, aanmerkelijk meer bezwaarschriften zijn ingetrokken. In beide kamers zijn er relatief veel bezwaarschriften niet-ontvankelijk verklaard. Het is vaak voorgekomen dat een bezwaarde niet als belanghebbende kon worden aangemerkt, dat er geen sprake was van een besluit in de zin van de Awb, waartegen bezwaar openstond, of dat het bezwaarschrift te laat was ingediend.

3.1. KAMER SOCIALE ZEKERHEID Het totale aantal van 44 behandelde bezwaarschriften in 2021 had betrekking op: • Participatiewet (Pw) 17 • Terugvordering/verhaal Pw 4 • Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) 11 • Terugvordering Tozo 7 • Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) 2015 2 • Minimaregelingen 1 • Anders (ingebrekestelling) 2 ---- Totaal 44 Daarover werden de volgende adviezen uitgebracht: • Niet-ontvankelijk • Ontvankelijk en ongegrond • Ontvankelijk en deels gegrond/deels ongegrond • Ontvankelijk en gegrond • Ingetrokken Totaal

3 18 1 5 17 ----44

9

Een nadere beschouwing van deze cijfers levert het volgende beeld op: • Het aantal ingediende bezwaarschriften is in 2021 gelijk gebleven aan het aantal in 2020 (43 t.o.v. 42 in 2020). • In 2020 was opvallend het grote aantal bezwaarschriften (14) tegen besluiten in het kader van de minimaregelingen (Tegemoetkoming Chronisch zieken en gehandicapten, Declaratiefonds, Individuele inkomenstoeslag). In 2021 is in dit kader 1 bezwaarschrift ingediend. • Het aantal bezwaarschriften tegen beschikkingen in het kader van de Wmo 2015 is met 2 sterk gedaald ten opzichte van 2020 (9). • In het kader van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) zijn 11 en 7 (terugvordering) totaal 18 bezwaarschriften ingediend. De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. De regeling is gebaseerd op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz). • Het aantal ingetrokken bezwaarschriften is hoog (17); 6 hiervan waren bezwaarschriften in het kader van de Participatiewet, 3 ToZo, 5 tozo terugvordering, 2 Wmo 2015 en 1 in het kader van een minimaregeling. In 2020 was opvallend het grote aantal bezwaarschriften (14) tegen besluiten in het kader van de minimaregelingen (Tegemoetkoming Chronisch zieken en gehandicapten, Declaratiefonds, Individuele inkomenstoeslag).

Gebleken is dat dit met name te maken had met de inrichting van het proces met betrekking tot de aanvraag. De commissie begrijpt dat dit proces is aangepast. In 2021 is in dit kader 1 bezwaarschrift ingediend. Van de in totaal 5 gevallen van gegrondverklaring en 1 deels gegrond heeft het bestuursorgaan zich in 4 gevallen geconformeerd aan het advies van de commissie; in 2 gevallen heeft het bestuursorgaan het advies van de commissie niet overgenomen. In het 1e geval betrof het een besluit tot terugvordering Tozo. De commissie is van mening dat het bestuursorgaan, door het opnemen in de toekenningsbeschikking van de zinsnede: ‘als alle informatie die u ons heeft verstrekt klopt, hoeft u de uitkering niet terug te betalen’, bij betrokkenen het gerechtvaardigd vertrouwen heeft gewekt dat het bestuursorgaan niet zou gaan terugvorderen als zij de juiste informatie hebben verstrekt, hetgeen in casu het geval is. De commissie is van mening dat i.c. sprake is van een toezegging, die aan het bestuursorgaan kan worden toegerekend. Bij de beslissing op bezwaar is het bestuursorgaan hier niet in meegegaan. De commissie begrijpt dat betrokkenen tegen dit besluit beroep hebben ingesteld. Het 2e geval betrof een besluit tot afwijzing van een ingebrekestelling.

In de zaak die bij de commissie voorlag, is een mail gestuurd naar belanghebbende met de mededeling dat het besluit op de PIP is geplaatst. De commissie begrijpt dat met de gemeente in algemene zin de afspraak is gemaakt dat alle correspondentie met betrekking tot deze belanghebbende naar haar advocaat wordt gestuurd en niet naar belanghebbende zelf. In dit licht bezien komt de ontkenning van belanghebbende dat zij het toekenningsbesluit heeft ontvangen/gezien de commissie niet ongeloofwaardig voor. Nu belanghebbende ontkent dat zij het besluit heeft ontvangen, heeft zij dus niet binnen de wettelijke termijn kennisgenomen c.q kunnen nemen van het toekenningsbesluit. De commissie meent het bestuursorgaan ten onrechte de ingebrekestelling heeft afgewezen en dat het i.c. een dwangsom verbeurt. Het bestuursorgaan gaat hier niet in mee. Hij verklaart het bezwaarschrift ongegrond en laat het besluit tot afwijzing van de ingebrekestelling in stand. De commissie begrijpt dat tegen dit besluit geen beroep is ingesteld.

10

Naar het oordeel van de commissie was in de 6 gevallen van (gedeeltelijke) gegrondverklaringen sprake van: • besluit onvoldoende gemotiveerd (in 2 gevallen); • onvoldoende onderzoek gedaan (in 2 gevallen); • gerechtvaardigd beroep op het vertrouwensbeginsel (1 geval); • onjuist besluit (afwijzing ingebrekestelling) als gevolg van een onjuiste verzending van het besluit (in 1 geval). Het aantal ingetrokken bezwaarschriften is hoog (17). Dit betreft in 6 gevallen bezwaarschriften gericht tegen besluiten in het kader van de Participatiewet, in 3 gevallen bezwaarschriften gericht tegen een besluit in het kader van de Tozo, in 5 gevallen betreft het bezwaarschriften tegen de terugvordering Tozo, in 2 gevallen betreft het bezwaarschriften tegen besluiten in het kader van de Wmo 2015 en in 1 geval betreft het een bezwaarschrift gericht tegen besluit in het kader van de minimaregelingen. Ten aanzien hiervan constateert de commissie dat de behandelend ambtenaar in 13 gevallen, naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift, constateerde dat sprake was van een onjuist besluit, waarna het besluit werd herzien c.q. ingetrokken, nog voordat het bezwaar ter zitting is behandeld.

Het betreft hier 5 bezwaarschriften in het kader van de Participatiewet, 3 bezwaarschriften in het kader van de Tozo; 3 in het kader van terugvordering Tozo, 1 in het kader van de Wmo 2015 en 1 in het kader van de minimaregelingen. Bij de besluiten in het kader van de (terugvordering) Tozo betreft het meestal een fout in de berekening, resulterend in een onjuist besluit. 2 bezwaarschriften zijn ingetrokken omdat de bezwaren deels konden worden opgelost door middel van premediation. Dit is een informele aanpak die inhoudt dat de behandelend ambtenaar met de bezwaarmaker (en eventueel overige belanghebbende(n) een informeel gesprek voert waarbij het genomen besluit nader wordt uitgelegd en bezwaarde in de gelegenheid wordt gesteld uitleg te geven over zijn bezwaarschrift. Tweemaal is een bezwaarschrift ingetrokken zonder inzet van de informele aanpak. Gelet op het grote aantal bezwaarschriften dat is ingetrokken, nadat een besluit is ingetrokken of herzien (13) omdat dit bij nadere beschouwing (door een andere medewerker) niet juist bleek te zijn, concludeert de commissie dat het aanbeveling verdient, de besluiten/ beschikkingen aan de voorkant nog wat beter te (laten) bekijken.

3.2 KAMER ALGEMENE ZAKEN Het totale aantal van 72 behandelde bezwaarschriften in 2021 had betrekking op: • Omgevingsvergunning (Wabo) 49 • Handhaving (hoofdstuk 5 Awb) 10 • Privacy (Avg) 2 • Wet openbaarheid van bestuur 2 • Algemene plaatselijke verordening 1 • Verkeersbesluit 1 • Wet Basisregistratie personen 2 • Subsidies 5 ----Totaal 72

11

Daarover werden de volgende adviezen uitgebracht: • Niet-ontvankelijk • Ontvankelijk en ongegrond • Ontvankelijk en gegrond • Deels gegrond/deels ongegrond • Ingetrokken • Doorgestuurd/niet als bezwaar behandeld Totaal

7 36 10 1 18 0 ----- 72

Een nadere beschouwing van deze cijfers levert het volgende beeld op: • Het aantal ingediende bezwaarschriften is in 2021 gestegen naar 75, ten opzichte van 35 in 2020. Dit is meer dan een verdubbeling. Hierbij moet worden aangetekend dat dit beeld enigszins vertekend is aangezien er in 2021 meerdere bezwaarschriften tegen 1 besluit (omgevingsvergunning) zijn ingediend. • Van het aantal behandelde bezwaarschriften (72), zijn er 49 gericht tegen een besluit in het kader van de Wabo (omgevingsvergunning). In 2020 waren er dat van de 37 behandelde bezwaarschriften 15. • De stijging betreft met name bezwaarschriften gericht tegen verleende omgevingsvergunningen. Van de 72 bezwaarschriften die in 2021 zijn behandeld betrof het in 49 gevallen bezwaarschriften tegen omgevingsvergunningen. De stijging lijkt niet te zijn veroorzaakt door een toename in het aantal verleende omgevingsvergunningen. De commissie begrijpt dat het aantal verleende omgevingsvergunningen (640 in 2021) nagenoeg gelijk was aan het aantal in 2020 (609). Ook analyse van de bezwaarschriften levert geen aanwijsbare oorzaak op voor de stijging van het aantal bezwaarschriften tegen omgevingsvergunningen.

• Van de bezwaren, waarbij is geadviseerd tot ontvankelijk verklaring, te weten 47 (de ingetrokken en de niet-ontvankelijke bezwaren worden buiten beschouwing gelaten) zijn er 10 gegrond verklaard, een is er deels gegrond, deels ongegrond verklaard. • Er zijn vrij veel bezwaarschriften niet-ontvankelijk verklaard (7). • Er zijn eveneens veel bezwaarschriften ingetrokken (18). Het bestuursorgaan heeft in alle gevallen het advies van de commissie overgenomen. Naar het oordeel van de commissie was in 11 gevallen sprake van (gedeeltelijke) gegrondverklaringen door: • strijd met zorgvuldigheidsbeginsel/ motiveringsgebrek (in 3 gevallen); • onjuiste toepassing wet- en regelgeving/bestemming(regels) (in 8 gevallen). 18 bezwaarschriften zijn ingetrokken. Deze bezwaarschriften hadden betrekking op uiteenlopende besluiten (Wabo/omgevingsvergunning (13), handhaving (1), Wob (1), Wet basisregistratie personen (1) en subsidies (3). Bij een aantal van de omgevingsvergunningen was dit het resultaat van premediation, een informele aanpak die inhoudt dat de behandelend ambtenaar met de bezwaarmaker en eventueel overige belanghebbende(n)/vergunninghouder een informeel gesprek voert waarbij het genomen besluit nader wordt uitgelegd en bezwaarde in de gelegenheid wordt gesteld uitleg te geven over zijn bezwaarschrift.

Zo’n gesprek leidt er ook vaak toe dat bezwaarde en vergunninghouder (vaak buren) onderling overeenstemming bereiken, hetgeen de bezwaren eveneens wegneemt. Ook kan het bestuursorgaan het besluit heroverwegen voordat het ter zitting komt. Dat was in ieder geval in het kader van 4 bezwaarschriften (subsidie/tegemoetkoming financiële schade covid en inschrijving Brp) aan de orde. Soms wordt een bezwaarschrift ook ingetrokken zonder inzet van de informele aanpak. Dat was eenmaal het geval bij een bezwaarschrift in het kader van de Wob.

12

4

Beroep en hoger beroep Er wordt een overzicht gegeven van de in 2021 ingestelde beroepen bij de rechtbank tegen de beslissingen op bezwaar van de bestuursorganen en de uitspraken die in 2021 in beroep zijn gedaan. Het overzicht bevat ook de ingediende hoger beroepen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en de Centrale Raad van Beroep en de uitspraken die in 2021 in hoger beroep zijn gedaan.

RECHTBANK, SECTOR BESTUURSRECHT Beroepen: • •

ingediende beroepschriften daarvan ingetrokken

Uitspraken op beroepschriften onderverdeeld als volgt: • ongegrond • gegrond • deels gegrond, deels ongegrond • niet-ontvankelijk • ingetrokken

15 1 7 1 2 0 2 2

AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VAN DE RAAD VAN STATE Beroepen: • •

ingediende hoger beroepschriften daarvan ingetrokken

Uitspraken in hoger beroep onderverdeeld als volgt: • ongegrond • gegrond • niet-ontvankelijk

3 0 5 3 2 0

CENTRALE RAAD VAN BEROEP Beroepen: •

Ingediende hoger beroepschriften

Uitspraken in hoger beroep • Uitspraak

0 1 gegrond

Van de 15 beroepschriften die in 2021 bij de rechtbank zijn ingediend, betrof het in 8 gevallen zaken die in bezwaar door de kamer sociale zekerheid zijn behandeld. In 7 gevallen betrof het zaken die in bezwaar door de kamer algemene zaken zijn behandeld. In 2021 is in 7 zaken uitspraak gedaan in beroep. Op de gegrondverklaringen door de rechtbank gaat de commissie nog nader in.

13

Toelichting bij gegrondverklaringen in beroep In 2 zaken heeft gegrondverklaring in beroep plaatsgevonden. Het betrof zaken die eerder in de kamer sociale zekerheid aan de orde zijn gesteld en die met elkaar verband hielden. 1. Beroep tegen de beslissing op bezwaar tegen besluit permanente ontheffing arbeidsverplichting (besluit 1) De commissie adviseert tot ontvankelijk en ongegrondverklaring. Volgens de commissie heeft het college het advies van een deskundige aan zijn besluit ten grondslag mogen leggen. De commissie acht het besluit zorgvuldig voorbereid. Het college volgt het advies van de commissie en besluit tot ongegrondverklaring van het bezwaarschrift. Het bestreden besluit blijft in stand. Uitspraak rechtbank: De rechtbank acht het arbeidskundig onderzoek niet volledig/voldoende. Er is onvoldoende onderzoek gedaan. Het college had dit rapport/advies niet aan zijn besluit ten grondslag mogen leggen. Onvoldoende onderzoek/ besluit onvoldoende gemotiveerd. Besluit op bezwaar kan niet in stand blijven. Het college moet een nieuw onderzoek (laten) uitvoeren. 2. Beroep tegen de beslissing bezwaarschrift niet-ontvankelijk (besluit 2) De commissie adviseert tot niet-ontvankelijkverklaring omdat betrokkene geen (proces)belang heeft vanwege een eerder besluit (1) waarbij een inhoudelijke beoordeling heeft plaatsgevonden.

Een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar blijft achterwege. Het college neemt het advies van de commissie over en besluit tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift. Er vindt geen inhoudelijke beoordeling plaats. Uitspraak rechtbank: De rechtbank is van oordeel dat betrokkene een belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit. Daarnaast is het procesbelang gelegen in de proceskosten. Het college dient alsnog een inhoudelijke beoordeling te maken.

14

5

Conclusies en aanbevelingen De bezwaarschriften die door de commissie zijn behandeld en waarover zij de bestuursorganen heeft geadviseerd, alsook wat hierover in hoofdstuk 3 cijfermatig is gepresenteerd, geven aanleiding tot de volgende conclusies en aanbevelingen. De commissie stelt vast dat het aantal ingediende bezwaarschriften, kamer sociale zekerheid, in 2021 (43) ten opzichte van 2020 (42) gelijk is gebleven. Ten opzichte van eerdere jaren: 2019 (31), 2018 (27) en 2017 (35) is het aantal gestegen. Er zijn er 18 bezwaarschriften ingediend tegen besluiten in het kader van de Tozo en die aldus rechtstreeks verband houden met de coronacrisis. Het aantal ingediende bezwaarschriften van de kamer algemene zaken bedroeg in 2021 (75). Het aantal is meer dan verdubbeld ten opzichte van 2020 (35). Terugkijkend naar de voorgaande jaren: 2020 (35) 2019 (57), 2018 (38) en 2017 (62) kan worden vastgesteld dat het aantal ingediende bezwaarschriften in 2021 (weer) is gestegen. Ook in 2021 heeft het merendeel van de bezwaarschriften betrekking op besluiten in het kader van de Wabo (omgevingsvergunning). Bij beide kamers is een aanzienlijk aantal bezwaarschriften ingetrokken.

De commissie constateert dat de intrekking enerzijds heeft te maken met het feit dat het ambtelijk apparaat na indiening van bezwaarschriften uit eigen beweging vormen van (pre)mediation/ informele aanpak toepast, die met regelmaat aanleiding geven tot intrekking van het bezwaar. Het komt, met name bij de kamer sociale zekerheid, nog steeds voor dat, naar aanleiding van een ingediend bezwaarschrift, door de behandelend ambtenaar is geoordeeld dat sprake was van een onjuist besluit, waarna het besluit werd herzien c.q. ingetrokken. Nu in deze gevallen aan het bezwaar tegemoet is gekomen, is het bezwaarschrift ingetrokken voordat het ter zitting kwam. Feitelijk zijn deze bezwaarschriften allemaal gegrond. Het betekent in een aantal gevallen ook dat proceskosten op grond van artikel 7:15 Awb verschuldigd zijn. De commissie blijft dan ook aandacht vragen voor het primaire besluitvormingsproces. Als aan de voorkant door of namens het bestuursorgaan richting aanvrager – of (een) derdebelanghebbende(n) – duidelijk(er) wordt gecommuniceerd, geïnformeerd en beargumenteerd hoe en waarom tot een besluit of een beschikking is gekomen, kan in sommige gevallen bezwaar worden voorkomen. Daarmee wordt ook recht gedaan aan de in afdeling 3.2 van de Awb vereiste zorgvuldigheid en belangenafweging.

Dit sluit bovendien ook naadloos aan op de gemeentelijke organisatievisie: ‘de mens staat altijd centraal in ons denken en handelen. De regels komen op de 2e plaats.’ Dit adagium kan, naar de mening van de commissie, zeker ook opgeld doen in de voorbereidende fase van het primaire besluitvormingsproces, waardoor het aantal bezwaarschriften verder kan worden gereduceerd. De commissie heeft deze handelswijze in haar vorige jaarverslagen warm aanbevolen en zij constateert dat deze aanbeveling ter harte wordt genomen!

15

Ook voor 2022 beveelt de commissie de bestuursorganen aan blijvende aandacht te hebben voor de juridische kwaliteit van besluitvorming. De commissie merkt op dat een goed besluit moet voldoen aan de juridische eisen die hiervoor staan. De commissie herhaalt ook in dit jaarverslag weer het belang van het opnemen van de correcte en relevante juridische bepalingen (wetsartikelen, beleidsregels, bestemmingsplanregels enzovoort) waarop het besluit is gebaseerd met de daarbij eveneens behorende dragende motivering.

16

Laan van St. Hilaire 2 4301 SH Zierikzee Postadres: Postbus 5555 4300 JA Zierikzee T (0111) 452 000 gemeente@schouwen-duiveland.nl www.schouwen-duiveland.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11624480/1