20220621 bijlage 2 Herbestemming Stadspoorten Zierikzee
Tekst van het document
1
Haalbaarheidsstudie Herbestemming Stadspoorten Zierikzee concept versie 1. Opgave en aanpak Zierikzee heeft een goed bewaard historisch centrum en is rijk aan (rijks)monumenten. De gemeente Schouwen-Duiveland staat 10de op de lijst van grote monumentengemeenten. Het merendeel van deze bijzondere gebouwen bevindt zich in Zierikzee. Wie op de stadsplattegrond kijkt van Zierikzee ziet dat de oude middeleeuwse structuur van de stad nog goed te herkennen is. De gracht langs de viertiende -eeuwse stadsmuren is nog steeds de begrenzing van het historische centrum. Weliswaar zijn de vestingmuren afgebroken, maar Zierikzee heeft drie middeleeuwse stadspoorten weten te behouden, een zeldzaamheid in ons land. Aan de oude haven staan de Noordhavenpoort en de Zuidhavenpoort. Aan de noordkant van het centrum bewaakt de Nobelpoort - de oudste van de drie – de toegang tot het fraaie centrum van Zierikzee. Alle drie de overgebleven poorten dateren in oorsprong uit de 14de eeuw. De grachten, muren en poorten maakten Zierikzee tot een robuuste vesting. Wie het middeleeuwse Zierikzee per schip naderde, moet wel onder de indruk zijn geweest van de verdedigingswerken. Stoere stadspoorten beschermden de toegang tot de haven en de stad. Nog steeds heeft Zierikzee dat karakter, hoewel de muren en een deel van de poorten zijn verdwenen.
De laatmiddeleeuwse stadspoorten zijn beeldbepalende gebouwen van Zierikzee en domineren met de Dikke Toren het silhouet van de stad. Ondanks deze prominente positie in het straatbeeld, worden de stadspoorten onderbenut. Om deze iconen van Zierikzee beter tot hun recht te laten komen, heeft de gemeente opdracht gegeven aan Hylkema Erfgoed om de mogelijkheden voor herbestemming te onderzoeken. Inzet van de volgende instrumenten is nodig om tot een afgewogen planvorming voor de stadspoorten te komen: • Bouwhistorisch onderzoek • Architectonisch ontwerp (bestaande toestand en vlekkenplan) • Bouwtechnische opname • Cascoherstelbegroting • Marktverkenning – ideeëndialoog • Inventarisatie naar het ruimtelijk en planologisch kader: beleidsvisies, etc • Scan van mogelijke subsidies en financieringen • Financiële doorrekening (stichtingskosten per scenario, eventueel exploitatieopzet businesscase) - Bouwhistorisch onderzoek levert inzicht in de bestaande situatie. De resultaten van bezoek ter plaatse, archiefonderzoek en bestudering van ander beeldmateriaal worden verwerkt in een bouwhistorische rapportage. - Voor de architectonische opgave voor herontwikkeling van de stadspoorten is nauw overleg met en duidelijke input van de opdrachtgever nodig om deze kaders nader ingevuld en uitgewerkt te krijgen. Ook duurzaamheidsmaatregelen komen hierbij nadrukkelijk aan de orde.
- De bouwtechnische opname en cascoherstelbegroting zullen opgesteld worden door onze bouwkundige, welke is gespecialiseerd in monumenten.
2 Om een goed inzicht te krijgen in de ruimtelijke en programmatische haalbaarheid van de herbestemmingsopties zullen wij met relevante belanghebbende partijen overleg voeren. Daartoe behoren in ieder geval andere erfgoedorganisaties en culturele partijen in Zierikzee en op het eiland als ook (commerciële) marktpartijen. Dit onderdeel bestaat uit: - Ideeëndialoog: onderzoek naar kansrijke herbestemmingsopties (inventarisatie van mogelijke initiatiefnemers, exploitanten en toekomstige gebruikers/doelgroepen, inzet van (erfgoed)vrijwilligers - Gesprekken met lokale erfgoedverenigingen en instellingen over mogelijke invullingen (voors en tegens inventariseren / draagvlak analyse). - Analyse van gemeentelijke en provinciale beleidsnota’s die relevant zijn voor de herbestemmingsopgave; overzicht van de kaders waarbinnen herbestemmingsopties (on)mogelijk zijn. In december 2019 en januari 2020 is, in aanvulling op een aantal gesprekken dat in 2019 is gehouden, een aantal gesprekken gevoerd met relevante belanghebbende partijen. Om hen te betrekken in de marktverkenning/ideeëndialoog naar mogelijke nieuwe functies en betere benutting van deze bijzondere monumenten.
Alvorens de ideeën te bespreken die in deze dialoog en marktverkenning naar voren zijn gebracht, plaatsen we de herbestemmingsopgave van de drie stadspoorten eerst in de context van gemeentelijk/provinciaal beleid die de kaders leveren voor mogelijk nieuwe functies.
2. Context Strategische visie toekomst Schouwen-Duiveland
In het beleidsdocument Tij van de Toekomst – strategische visie Schouwen-Duiveland 2011-2040 formuleert de gemeente haar ambities ten aanzien van de toekomst van het eiland. In deze visie worden richtinggevende kaders vastgesteld voor een duurzaam economische en sociaal evenwichtige toekomst van SchouwenDuiveland. Het gemeentebestuur ziet water als de belangrijkste pijler voor deze toekomstvisie: “Water zit in onze genen. Het heeft Schouwen-Duiveland gemaakt tot wat het is: puur, authentiek en evenwichtig, maar ook veelzijdig en cultuurrijk. Een toekomstvisie voor Schouwen- Duiveland kan dan ook niet om water heen. Waar we voor gaan heeft alles te maken met water: we willen een vakantie-eiland zijn en een toonaangevende watereconomie. In de economische vitaliteit ligt ons belangrijkste toekomstperspectief.” Recreatie en toerisme zijn onlosmakelijk verbonden met het Zeeuwse water. Maar liefst 21% van de omzet op Schouwen-Duiveland is er aan gerelateerd, aldus de strategische visie uit 2011. Maar bezoekers van het Zeeuwse eiland komen niet alleen voor de watersport en de brede stranden. Men komt ook voor de cultuur. “Het historische centrum van Zierikzee is een topper met landelijke bekendheid en ook de klassieke ringdorpen met hun oude kerken trekken toeristen. Culturele evenementen halen met regelmaat de landelijke media en zorgen weer voor een ander publiek”.
Tegelijk concluderen de opstellers van de strategische visie dat “Schouwen-Duiveland als naam en begrip onvoldoende bekend is.” Ondanks de hoge dichtheid aan monumenten staat Zierikzee landelijk niet bekend als monumentenstad, zoals Middelburg dat wel doet. Zierikzee is de grootste stad op het eiland Schouwen-Duiveland en het bestuurlijke en culturele hart van de gemeente. Hier zijn de eilandelijke functies aanwezig, zoals een middelbare school, sportcomplexen, een mediatheek en diverse andere culturele voorzieningen. Zierikzee is daarmee de dragende kern met centrumvoorzieningen. De stad trekt ook veel dagjesmensen vanwege het aantrekkelijke winkelgebied. In Tij van de Toekomst staat aangegeven dat het gemeentebestuur de centrumfunctie van Zierikzee wil versterken en eilandelijke voorzieningen zoveel mogelijk zal bundelen in deze stad. Naast versterking van het voorzieningenniveau kondigt de gemeente in haar toekomstvisie ook aan om het maritieme karakter van Zierikzee te versterken (deze ambitie heeft men ook voor Bruinisse en Brouwershaven). Het rijke maritieme verleden moet beter zichtbaar en beleefbaar worden. Zierikzee is een belangrijke jachthaven – en dat zal zo blijven, maar de de beroepsvaart waaronder de mosselvloot, zal zijn plek behouden. Om het voorzieningenniveau op peil te houden, dient het bewoners aantal niet te dalen, liefst zelfs wat te stijgen.
Er is de gemeente dan ook veel aan gelegen om het woonklimaat op Schouwen-Duiveland divers en aantrekkelijk te houden. Zierikzee zal nadrukkelijk worden neergezet als een kleine, aantrekkelijke stad met een
3 rijk verleden. “De stad is het kloppend hart van Schouwen-Duiveland rijk aan voorzieningen en cultuur. Een stad met vele gezichten omgeven door natuur.” Nota Integraal Erfgoedbeleid
Ons erfgoed getuigt van ons verleden en geeft karakter en identiteit aan onze leefomgeving. Bovendien geeft het herkenning voor bewoners en verrast het bezoekers. Ons rijke verleden speelt een grote rol in de beleving van onze omgeving. Steeds opnieuw kan zij ook een bron van inspiratie zijn. Het is daarom belangrijk dat we de kansen zoeken en benutten om onze kwaliteiten te koesteren, uit te dragen en bij nieuwe ontwikkelingen te betrekken. Erfgoed is immers ons maatschappelijk kapitaal en de trots van de inwoners. Erfgoed kan ook helpen bij het aanjagen van de lokale economie. [Citaat uit: Nota integraal Erfgoedbeleid Schouwen-Duiveland 20122018, p.5: Woord vooraf]. In haar Erfgoednota zet de gemeente Schouwen-Duiveland in op het behouden en versterken van de eigenheid van Schouwen-Duiveland. Uitgangspunt van de visie is dat erfgoed een directe bijdrage levert aan de strategische uitgangspunten die in “Tij van de Toekomst” zijn benoemd. De ambities op het gebied van Schouwen-Duiveland Vakantie-eiland en toonaangevende watereconomie hebben baat bij het behouden, beschermen en verbeteren van de cultuurhistorische kwaliteiten. De gemeente verbindt de zorg voor erfgoed nadrukkelijk aan twee andere beleidsdomeinen: economie en ruimtelijke ordening: “Cultureel erfgoed is een belangrijke factor voor ruimtelijke kwaliteit en identiteit van ons eiland.
Daarmee draagt onze cultuurhistorie in belangrijke mate bij aan de aantrekkelijkheid van de gemeente om te wonen en werken. Ons erfgoed is ook een belangrijk onderdeel van ons toeristisch product. Onze gasten bezoeken in grote aantallen het centrum van Zierikzee, bekijken de vele bezienswaardigheden tijdens een fiets- of wandeltocht of gaan naar één van de musea op het eiland. Het beter in beeld brengen van ons erfgoed, er meer over vertellen en het beter kunnen beleven ervan biedt ons kansen. Kansen om ons beter te profileren als bijzonder vakantie-eiland.” [Nota Erfgoedbeleid p.19 - p.20]. Als het gaat om de instandhouding van het gebouwde erfgoed, noemt de Erfgoednota twee belangrijke bedreigingen: A) het behoud van monumenten is een kostbare zaak. Hoe houden we het betaalbaar voor alle betrokken partijen? B) nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kunnen de kwaliteiten van het Zeeuwse erfgoed onder druk zetten. Vaak moet het erfgoed bijvoorbeeld concurreren met economische belangen. Verval van het erfgoed ligt voortdurend op de loer. Herbestemming van monumenten is één van de instrumenten die de gemeente wil inzetten om verval en langdurige leegstand van gebouwd erfgoed tegen te gaan. Wanneer de oorspronkelijke exploitatie van monumenten te weinig oplevert om het onderhoud te kunnen financieren, wil de gemeente positief meedenken over herbestemming.
In de Erfgoednota worden enkele kansrijke mogelijkheden reeds aangegeven: “De mogelijkheden voor herbestemming zijn vanzelfsprekend afhankelijk van de concrete situatie. In het algemeen stellen we vast dat ‘horeca’, ‘hotel / pension’, ‘detailhandel’ en ‘wonen’ een alternatieve bestemming kunnen zijn voor monumenten, maar we stellen ons ook graag open voor alternatieven. We vinden het belangrijk het positief meedenken concreet vorm te geven”. Dit betekent dat we initiatiefnemers voor de herbestemming van een monumentenpand geen leges in rekening brengen voor de beoordeling van een principeverzoek en de gemeentelijke plankosten voor de ruimtelijke procedure. Deze faciliteit geven we nog concreet nader vorm > navragen bij de gemeente of dit nog steeds geldt) Het erfgoed is de schatkamer van Schouwen-Duiveland en het fundament waarop de ruimtelijke kwaliteit en de identiteit als aantrekkelijk woon-, werk- en vakantie-eiland is gebouwd. In de Erfgoednota wordt geconcludeerd dat deze kwaliteiten nog onvoldoende worden uitgedragen en benut. “Wij gaan hier werk van maken door onze kwaliteiten meer consequent uit te dragen via marketing en promotie. Dit met het uiteindelijke doel ons eiland nog meer op de kaart te zetten als bijzondere plek om te wonen, werken en verblijven.” Hiermee sluit de gemeente direct aan op de ambities voortkomend uit de strategische visie Tij van de Toekomst.
De gemeente kiest nadrukkelijk voor een verbindingsstrategie van erfgoedopgaven met andere maatschappelijke belangen en opgaven, zoals economie, veiligheid en duurzaamheid, dit onder het motto van collectie naar connectie. Nadrukkelijk legt de gemeente een relatie tussen de zorg voor cultureel erfgoed en recreatie/toerisme. Resultaat moet zijn dat cultureel erfgoed een recreatieve belevingservaring wordt. Cultuurhistorie wordt daarom een belangrijk element in de Toeristische Hoofdstructuur (THS). De beleidsmakers zien erfgoed als een van de belangrijkste instrumenten om het imago van Schouwen-Duiveland flink op te poetsen. “SchouwenDuiveland is bescheiden. Die bescheidenheid siert het eiland, maar toch is het jammer dat daardoor de
4 gemeente weinig erkenning krijgt. Dat het een van de Top 10 Monumentengemeenten van Nederland is weet in den lande bijna niemand, zelfs de meeste van de andere negen van de Top 10 niet [..]. De bedoeling is de kwaliteiten van Schouwen-Duiveland beter te profileren als cultuurhistorisch eiland, als parel aan de Oosterschelde. Het is ons voornemen uit te dragen welke kwaliteiten wij voor de vitaliteit van ons eiland willen behouden, versterken en benutten. Uitgerekend imagoverbetering heeft een gunstig effect op de aantrekkingskracht, het ondernemersklimaat, recreatie en toerisme. Cultureel erfgoed speelt daarin een cruciale rol.” Zierikzee Monumentenstad Zierikzee neemt een prominente plek in als het gaat om de beleving van het erfgoed op Schouwen-Duiveland. Verreweg de meeste monumenten van het eiland bevinden zich in deze stad. De 569 monumenten en het middeleeuws stratenpatroon zorgen voor historische sfeer die in de jaren '70 van de vorige eeuw ontdekt is door de toerist. Zierikzee heeft haar structuur van ommuurde vestingstad goed weten te behouden, ondanks dat de middeleeuwse stadsmuren zijn afgebroken. Drie van de oorspronkelijke zes middeleeuwse stadspoorten zijn nog bewaard gebleven, een unicum in Nederland. Weliswaar staan er in Kampen ook drie stadspoorten, maar deze zijn in de loop der tijd stevig verbouwd.
De uit de verre omtrek zichtbare Sint Lievensmonstertoren (de Dikke Toren) is het meest in het oog springende monument van Zierikzee. Andere laatmiddeleeuwse monumenten zijn het Gravensteen, Huis de Haene en het oude stadhuis. Aan deze gebouwen is af te lezen dat Zierikzee’s ‘Gouden Eeuw’ niet in de 17e eeuw was, zoals in Holland, maar in de 15e eeuw, liefst twee eeuwen eerder. De statige 17e en 18e-eeuwse panden rondom de Oude Haven tonen aan dat de regenten van Zierikzee ook toen nog over aanzienlijke welvaart beschikten.
Wie een bezoek brengt aan Zierikzee, en dan met name buiten het toeristische hoogseizoen, merkt dat de belangrijkste gebouwen van de stad niet of (zeer) beperkt opengesteld zijn. Van de hierboven genoemde monumenten is alleen het stadhuiscomplex als Stadhuismuseum het hele jaar rond dagelijks te bezichtigen. De ‘Dikke Toren’ is tijdens het seizoen van april t/m november opengesteld. Bezoekers kunnen tegen betaling de Dikke Toren beklimmen en genieten van een prachtig uitzicht over Zierikzee en Schouwen-Duiveland. Dat hier vraag naar is blijkt uit het stijgend aantal bezoekers. In 2010 bezochten in totaal 38.000 bezoekers de Dikke Toren. In 2016 kon men al de 87.000ste bezoeker begroeten en eind december 2018 verwelkomde men al weer de 100.000ste bezoeker. De Nieuwe Kerk heeft in 1971 haar religieuze functie verloren en is na grondige restauratie in de jaren tachtig en recent in 2014 herbestemd tot een muziekpodium en expositieruimte. Het Gravensteen is in de maanden juli en augustus onder begeleiding van een gids te bezoeken. De Middeleeuwse stadspoorten zijn eveneens beperkt toegankelijk, en ook dan alleen tijdens het toeristische hoogseizoen. In de zomer van 2015 is met behulp van een aantal vrijwilligers de Noordhavenpoort twee maanden lang drie middagen in de week opengesteld geweest. In 2016 is naast de Noordhavenpoort ook de Weergang van de Zuidhavenpoort opengesteld.
Volgens de vrijwilligers trok de openstelling op 27 middagen in de zomermaanden 3750 bezoekers naar de poorten. Zierikzee Monumentenstad? Ja, maar dan (meestal) alleen vanaf de straat. Van de ruim 3,2 miljoen dagtoeristen die Schouwen-Duiveland aandoet, bezoekt slechts een fractie van hen de monumenten en de musea. De musea op Schouwen-Duiveland trokken 138.000 bezoekers waarvan het leeuwendeel naar het Watersnoodmuseum gaat (90.000). Het Stadhuismuseum in Zierikzee trekt jaarlijks ongeveer 25.000 bezoekers. Hier valt nog een wereld te winnen! Agenda Toerisme 2018-2026 Toerisme is van groot economisch belang in Zeeland. De gemeente Schouwen-Duiveland is hier geen uitzondering op. Uit onderzoek van Kenniscentrum Kusttoerisme steeg het aantal overnachtingen in 2018 met 6% naar 5,4 miljoen. Hoewel exacte cijfers ontbreken, wordt het aantal dagtoeristen geschat op 3,2 miljoen. Het toerisme levert de lokale economie 245 miljoen euro aan inkomsten op en dat is goed voor 2.200 banen verspreid over alle economische sectoren. In 2018 telde de gemeente in totaal 15.760 banen ; het toerisme genereert dus 14% van alle banen in de gemeente en is daarmee de belangrijkste banenmotor voor SchouwenDuiveland. Het aandeel in de totale werkgelegenheid is groeiend; want het toerisme groeit sneller dan de gehele economie.
De Agenda Toerisme 2018-2026 is van belang omdat zo nadrukkelijk de relatie tussen het gemeentelijke erfgoedbeleid en de toeristische visie wordt gelegd. Uit onderzoek naar het toeristisch imago blijkt dat na
5 natuur (83%) de tweede reden om naar Schouwen-Duiveland te komen het grote aanbod in cultuur en historie is (69%), gevolgd door actief eropuit (67%). Verder blijkt uit onderzoek dat Schouwen-Duiveland niet gezien wordt als een jaarrond bestemming en dat Zierikzee als monumenten- en maritieme stad onvoldoende geprofileerd wordt. Mede hierom wil de Agenda Toerisme bereiken dat het toeristenseizoen verlengd wordt door betere benutting van de winterperiode en de schouderseizoenen (voorjaar/najaar). Om deze doelstellingen te bereiken zal er geïnvesteerd moeten worden in slechtweervoorzieningen en jaarrond doe-activiteiten, gericht op kinderen. Om het imago van Schouwen-Duiveland te verbeteren dient er ingezet te worden op een sterkere beleving met behulp van verhalen (storytelling). Er zijn vijf verhaallijnen voor de Toeristische Hoofdstructuur (THS) ontwikkeld. De vijfde verhaallijn ‘De Gouden Eeuw’ betreft de cultuurhistorische band met het water. “Gasten beleven de rijke geschiedenis en welvaart verbonden met het water, nog steeds tastbaar in de vele herenhuizen, musea, kerken, stadsmuren en havens op het eiland.” Belangrijkste uitgangspunt van de Agenda is de intense natuurbeleving in alle seizoenen. Schouwen-Duiveland is een Groen Blauwe Oase waarin de beleving van het water op verschillende manieren leidend is.
In en op het water zullen gasten zelf ervaren wat de band van de eilanders met water betekent. De geschiedenis met het water wordt beleefbaar gemaakt met verhalen en doe-activiteiten. In de ervaring van de cultuurhistorie staat beleving en storytelling centraal, gekoppeld aan pakkende jaarrond doe-activiteiten, vooral gericht op kinderen. Bovengenoemde toeristische uitgangspunten sluiten aan bij de trend van de wereldwijde ‘belevingseconomie’. Gasten willen unieke vakantie-ervaringen opdoen, het liefst verbonden met de regio waar vakantie wordt gevierd. In lijn hiermee is de groeiende behoefte aan onderscheidende accommodaties die passen bij de omgeving. De onderscheidende accommodatie moet bijdragen aan die unieke vakantie-ervaring, op een unieke plek. Verder constateren de opstellers van de Agenda een toenemende vraag naar luxe in verblijfsrecreatie, B&B’s en social traveling zoals Airbnb.
3. Ideeëndialoog Om een goed inzicht te krijgen in de ruimtelijke en programmatische haalbaarheid van de herbestemmingopties is er met relevante belanghebbenden een ideeëndialoog gehouden. Daartoe behoren in ieder geval andere erfgoedorganisaties en culturele partijen in Zierikzee en op het eiland als ook (commerciële) marktpartijen. Dit onderdeel bestaat uit: - Ideeëndialoog: onderzoek naar kansrijke herbestemmingsopties (inventarisatie van mogelijke initiatiefnemers, exploitanten en toekomstige gebruikers/doelgroepen, inzet van (erfgoed)vrijwilligers - Gesprekken met lokale erfgoedverenigingen en instellingen over mogelijke invullingen (voors en tegens inventariseren / draagvlak analyse). - Analyse van gemeentelijke en provinciale beleidsnota’s die relevant zijn voor de herbestemmingsopgave; overzicht van de kaders waarbinnen herbestemmingsopties (on)mogelijk zijn. In het najaar van 2019 en januari 2020 is een aantal gesprekken gevoerd met (mogelijke) stakeholders. De nadruk lag op gesprekken met personen in de culturele sector en de horeca. Gesprek met Baukje Bijlsma, betrokken erfgoedvrijwilliger in Zierikzee 7 december 2019 Baukje Bijlsma is al zo’n twintig jaar actief in het culturele leven van Zierikzee.
Zij raakte in 2000 betrokken bij de Stichting Historische Spelen Zierikzee door de kostuums te maken voor het historische openluchttheater ‘Ridderslag.’ Sindsdien zetten Baukje en haar man Luitzen zich op verschillende fronten in voor het cultureel erfgoed van Zierikzee. Al enige jaren (sinds wanneer precies?) organiseert Bijlsma als vrijwilliger in de zomermaanden presentaties over de geschiedenis van Zierikzee in de Dikke Toren, dat als voorportaal en informatiepunt van de VVV dienstdoet. Met een opstelling van historische kostuums en informatiepanelen worden bezoekers geprikkeld om de stad en de monumenten te bezoeken. Hiermee bereikt Bijlsma duizenden bezoekers per jaar. Vanaf 2015 is het echtpaar intiatiefnemer van de openstelling van de Noordhavenpoort. Met dezelfde formule als in de Dikke Toren worden in de stadspoort het roemruchte verleden van Zierikzee
6 verteld aan de hand van informatie panelen en historische kostuums. Bijlsma is van mening dat openstelling van de stadspoorten grote potentie heeft en veel bezoekers zal trekken. Zij wil een openstelling van de drie stadspoorten integreren in een ‘stadsontdekkingstocht’ langs de stadswal. De poorten worden opengesteld en de wandeling langs de stadswallen, het Slingerbos wordt een beleving met verhalen en bezoeken aan de opengestelde poorten. Als referentie geeft Bijlsma de Museggmauer in Luzern, een stadsmuur met negen torens en poorten in beheer van een culturele stichting. Iets soortgelijks – maar dan op kleinere schaal – ziet zij voor zich voor de stadspoorten. Uit de opbrengst van bezoekerskaartjes kan een ‘Poortwachter’ worden aangesteld en professioneel beheer van de monumenten mogelijk gemaakt. Bijlsma ziet een ‘laagdrempelige’ openstelling van de stadspoorten voor zich, ondersteund door de huidige groep enthousiaste vrijwilligers. Met informatiepanelen, historische kostuums en vrijwilligers die een toelichting geven en verhalen vertellen over de poorten en de geschiedenis van Zierikzee. De openstellingen in 2015 en 2016 laten zien dat met weinig middelen al veel bereikt kan worden. Bijvoorbeeld in de Noordhavenpoort waar kinderen met een zaklampje op ‘ontdekkingstocht’ door de gewelven konden lopen.
Dat was een groot succes! Grootste kans ziet Bijlsma in het gebruik van de woning van de voormalige burgemeester. De woning zou zich goed kunnen lenen voor concerten, dienen als filmzaal en de tuin kan een goede plek zijn om op te stappen op een van de bootjes die tegenwoordig rond de stad varen. Ook is een mogelijkheid van verbinden met de Museumhaven en de werf. Bijlsma is erg voor een publieke openstelling van de stadspoorten. Geen escape room, horeca of luxe bed&breakfast in de stadspoorten. Wat volgens Bijlsma echt node wordt gemist is een organisatie die op een overkoepelende manier de monumenten van Zierikzee openstelt en daar de promotie voor doet. Een ‘rondje Monumenten’ zou vanuit de Dikke Toren goed gepromoot kunnen worden. Monumenten en activiteiten zouden veel meer met elkaar verbonden moeten worden. Bijvoorbeeld met een mooie promenade langs het Slingerbos (buitenschil) te verbinden aan de poorten en de binnenschil met monumenten als de Dikke Toren, Nieuwe Kerk en het Stadhuismuseum. Regie van de gemeente ontbreekt en dat is zonde. Er zou meer gedacht moeten worden vanuit een programmering van het ensemble dat Zierikzee Monumentenstad is. Gesprek met Albert Scheffers, directeur Stadhuismuseum in Zierikzee 10 januari 2020 Albert Scheffers is sinds 2014 werkzaam voor het het museum. Eerst als interim manager en kwartiermaker van de verzelfstandiging.
Vanaf medio 2016 geeft hij leiding aan het verzelfstandigde museum. Gevraagd naar het geven van een korte schets van de culturele positie van Zierikzee, geeft Scheffers aan dat de gemeente niet aan citymarketing doet, maar aan ‘eilandenmarketing’ van Schouwen-Duiveland. Als naam is Schouwen-Duiveland echter een stuk minder bekend dan Zierikzee. De relatief grotere bekendheid van Zierikzee zou veel meer moeten worden ingezet om het hele eiland te promoten. Ondanks deze grotere naamsbekendheid staat Zierikzee bij de buitenwereld niet bekend als erfgoedparel. Wat betreft cultuurmarketing van Zierikzee is er nog veel winst te behalen, aldus Scheffers.
Zijn eigen museum trekt tussen de 20.000 en 25.000 bezoekers per jaar. Het glazenplafond lijkt op zo’n 25.000 te liggen. Scheffers zoekt naar manieren om de bezoekersaantallen te verhogen. Een permanente en museale openstelling van het Gravensteen is volgens hem een belangrijk middel om dit doel te bereiken. In het Gravensteen zit nu een wereldwinkel. Zonde vindt hij, want geen enkele Nederlandse stad heeft nog een Gravensteen. Scheffers wil in dit bijzondere pand het verhaal vertellen van het Middeleeuwse bestuur van Zeeland. Zijn plannen met het Gravensteen zorgen ervoor dat het Stadhuismuseum op korte termijn geen trekkersrol zal vervullen in de herbestemming van de stadspoorten. Scheffers geeft wel aan dat het museum graag meedenkt met de programmatische invulling van de stadspoorten. Een museale openstelling van de stadspoorten heeft niet zijn voorkeur, vanwege de hoge kosten van klimaatkasten waarin museale objecten getoond moeten worden. Een ‘robuuste openstelling’ van de poorten met multimediale projecties en ‘story telling’ zonder historische objecten biedt meer mogelijkheden voor een gezonde exploitatie. Dan hoeft er ook niet ingrijpend te worden verbouwd. Een dergelijke openstelling
7 zou in relatie met de andere topmonumenten in Zierikzee georganiseerd dienen te worden. Scheffers stelt voor om een projectorganisatie in het leven te roepen die de programmering en openstelling van de Dikke Toren, de stadspoorten, het Gravensteen, Huis de Haene en het Stadhuismuseum op zich gaat nemen. Met een ‘strippenkaart’ worden bezoekers gestimuleerd om een aantal gebouwen in de stad te bezoeken. Ieder monument vertelt een onderdeel uit de rijke geschiedenis van Zierikzee. In de poorten bij de haven kan goed het verhaal worden verteld van de zeeslagen en het beleg ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog (Spaanse veldheer Mondragon). Scheffers denkt dat een strippenkaart voor meerdere gebouwen zal leiden tot betere spreiding van de toeristen over de stad. Een groot deel van de bezoekers parkeert de auto (gratis) aan de zuidkant van de stad en blijft daardoor hangen rondom de haven en trekt niet verder de binnenstad in, bijvoorbeeld om het Stadhuismuseum te bezichtigen. Ten tweede zorgt een projecorganisatie voor de gebouwen voor bundeling van de krachten en een betere samenwerking in het culturele veld. Iets dat volgens Scheffers zeer node gemist wordt. De gemeente zou met de oprichting van een projectorganisatie deze samenwerking kunnen faciliteren. Op de vraag wat Zierikzee op dit moment mist aan cultuur, antwoordt Scheffers: expo ruimte voor moderne eigentijdse kunst.
De Noordhavenpoort zou zich goed kunnen lenen voor een galerie / expositieruimte voor hedendaagse kunst en/of fotografie. Schouwen-Duiveland kent een aantal moderne kunstenaars die het verdient om op een zichtbare locatie eigen werk te tonen. Ook dit kan via de nieuw op te richten projectorganisatie voor gebouwen gerealiseerd worden. Gesprek met Ria Geluk, voorzitter Erfgoedplatform Schouwen-Duiveland 16 januari 2020 Ria Geluk heeft als kind de Watersnoodramp meegemaakt. Mede hierdoor heeft zij zich vanaf 1993 ingezet voor de komst van een Watersnoodmuseum. Deze droom is in 2001 in vervulling gebracht. Geluk is al deze jaren buitengewoon actief geweest op Schouwen-Duiveland en betrokken geweest bij tal van culturele (erfgoed)organisaties, o.a. Stichting Historische Spelen Zierikzee, Platform Maritiem Erfgoed/Museumhaven en de Vereniging van Musea Schouwen-Duiveland (VMSD). Namens deze laatste club is Ria Geluk betrokken geraakt bij de oprichting van het Erfgoedplatform Schouwen-Duiveland in 2015.
Geluk ziet om zich heen dat er bij inwoners en vrijwilligers veel initiatieven en ideeën leven om iets met het cultureel erfgoed van Zierikzee en Schouwen-Duiveland te doen, maar dat lang niet alle initiatieven tot volle bloei komen vanwege een gebrek aan ondersteuning, samenwerking en coordinatie. Geluk mist vanuit de gemeente een visie en ambitie om veel meer met de monumenten van Zierikzee te doen. Het is een potentiële schatkamer, waar veel te weinig mee gebeurt. Ook bij ondernemers leeft inmiddels het besef dat bezoekers afkomen op historisch Zierikzee. Afgelopen jaar was de nationale opening van Open Monumentendag in Zierikzee. Dit heeft Zierikzee als monumentenstad in de picture gezet met als gevolg dat de gemeente is genomineerd voor de BNG Erfgoedprijs 2020. Óók Geluk is voorstander van het in gezamenlijkheid programmeren van de grote historische gebouwen in de stad. Bezoekers moeten een ‘rondje Zierikzee’ doen: starten bij de Dikke Toren (informatiepunt over Zierikzee Monumentenstad) en vanuit daar langs Burgerweeshuis, Stadhuis / Huis de Haene, Vismarkt, Gravensteen, Zuid/Noordhavenpoorten, over de oude vestingwal naar de korenmolen en dan eindigen bij de Nobelpoort. Audiovisuele en digitale media (website, audio tours) zorgen voor een aantrekkelijke en publieksvriendelijke ontsluiting en goede online vindbaarheid van het rondje historisch Zierikzee.
Om dit rondje goed te promoten en de openstelling en programmering te coördineren stelt Geluk voor om een organisatie ‘Historisch Zierikzee’ op te richten en met steun van de gemeente een gebouwenbeheerder en een coördinator vrijwilligers aan te stellen. De stadspoorten kunnen met subsidie van rijk en gemeenten worden opgeknapt en de programmering en informatieve ontsluiting van de monumenten te financieren met projectsubsidies van de Provincie Zeeland of andere culturele fondsen. De stadspoorten krijgen wat Geluk betreft een prominente rol in dit rondje. Welke invulling deze poorten precies zullen krijgen, moet nader uitgezocht worden. Op de activiteiten die Baukje Bijlsma heeft ontwikkeld kan worden voortgeborduurd, eventueel uitgebreid met kunst, muziek, historische spelen en theater. Het woonhuis
8 dat tegen de Noordhavenpoort is aangebouwd, zou goed voor horeca gebruikt kunnen worden. In ieder geval ligt het voor de hand om samen met de Museumhaven te zorgen voor maritieme levendigheid in de oude haven met mogelijkheid van museale expositieruimten in de Noordhavenpoort. Bij de Zuidhavenpoort en de Nobelpoort zou de architectonische en historische beleving voorop moeten staan bij het bezoek. Wat er volgens Ria Geluk vooral nodig is, is een coördinerende rol van de gemeente om meer aandacht te vestigen op de monumenten van Zierikzee, deze in gezamenlijkheid te programmeren en open te stellen. Met gebruikmaking van projectsubsidies vanuit de provincie en nationale cultuurfondsen en investeringen vanuit de gemeente is financiering bij elkaar te brengen. Met hulp van de vele erfgoedvrijwilligers die Zierikzee kent, zal structurele exploitatie ook mogelijk moeten zijn. Ria Geluk denkt ook dat ondernemers warm zijn te krijgen voor dit idee.
Gesprek met Govert Jansen, exploitant Hotel Mondragon 16 januari 2020 Govert Jansen is zijn hele werkende leven al hotelier. De laatste jaren werkte hij als general manager van het Badhotel Domburg. Na jarenlange leegstand is het oude Mondragon theater grondig opgeknapt (deels sloop/nieuwbouw en deels restauratie) en is het complex herbestemd in een nieuw luxe hotel met naastgelegen appartementencomplex. Op de plek van de oude concertzaal is de nieuwbouw van het ‘beddenhuis’ gebouwd met eronder een parkeergarage. Jansen is de exploitant van het hotel en heeft een huurcontract voor 15 jaar afgesloten met de eigenaar-investeerders.
Jansen wil de kwaliteitstoerist naar Zierikzee trekken. Hij gelooft dat Zierikzee rijp is voor een ‘high end hotel’. Voor de komst van Mondragon was dit er niet. Het volume aan toeristen groeit nog steeds. Jansen spiegelt de situatie aan die van Middelburg een aantal jaren geleden. Daar waren destijds ook geen high end hotels, die zijn er inmiddels gekomen. Het aanbod heeft daar vraag gecreëerd. Nu Mondragon aan het hotelbestand is toegevoegd kan de kwaliteitstoerist blijven in Zierikzee en hoeft deze niet uit te wijken naar Goes, Middelburg, Domburg of Renesse. En de kwaliteitstoerist heeft in het prachtige stadje Zierikzee met leuke winkels en horeca ook wat te zoeken, alleen dat is bij veel te weinig mensen bekend. Zierikzee en omgeving biedt een aantrekkelijk arrangement van cultuur en natuur, met een gastronomische twist. Mondragon ligt aan de Oude Haven. Jansen zou graag een aantal kleine bootjes als hotelkamers in de museumhaven willen hebben. Er is vraag naar bijzondere plekken om te verblijven, als onderdeel van de ‘belevingseconomie’. Hij verwijst naar hotelkamers in oude scheepskranen, vuurtorens en watertorens. In dit licht ziet Jansen ook mogelijkheden voor een aantal bijzondere verblijfsruimten in de stadspoorten. Glazen units – die los staan van het casco – zouden in de poorten kunnen worden geplaatst.
Vanwege de ligging dichtbij Mondragon heeft Jansen een voorkeur voor de Noord- en Zuidhavenpoort. Vanwege de oncomfortabele ontsluiting van de poorten zullen de kamers avontuurlijk ingestelde gasten in de leeftijd 30-50 jaar trekken. Voor de zakelijke markt zijn dergelijke ‘belevenis accommodaties’ minder geschikt. Govers schat in beide poorten 10 à 14 kamers als huurder te kunnen exploiteren, meer moeten het er ook niet worden, het moet wel exclusief blijven. Hij denkt aan een prijs van 150 euro per nacht met een bezetting van 70% op jaarbasis. Het gaat dus om bescheiden aantallen, een ‘cashcow’ zal het niet worden. Het project zal dan ook een bepaald type investeerder/belegger aantrekken. Jansen denkt dat het project zou passen bij Stichting Renesse. Zij zouden dan de eigenaar van de stadspoorten kunnen worden en Jansen de exploitant. Dit zou op z’n vroegst pas over drie jaar kunnen. Jansen wil zich eerst richten op Mondragon. Na drie goede cijfers kan je ook aankloppen bij een bank en hebben beleggers vertrouwen in je. Mondragon wil graag samenwerken met culturele organisaties in Zierikzee. In samenwerking met Stichting Culturele Activiteiten Schouwen-Duiveland (CASD) organiseert Jansen deze zomer een serie ‘Oude Haven concerten.’ Mensen staan op de wal en muziek is op het water, soort omgekeerd Prinsengrachtconcert.
Zou een combinatie van een aantal gastenverblijven en publieke openstelling van (een deel van) de poorten mogelijk zijn? Als het geen diffuus beeld oplevert en een scheiding tussen privé en openbaar bouwkundig kan, liggen daar misschien wel mogelijkheden. De kans hierop wordt aanmerkelijk vergroot als het woonhuis vrij komt en betrokken wordt bij de herbestemming van de stadspoorten. Sowieso geldt dat er in de wintertijd meer mogelijkheden zullen zijn voor publiekelijke openstelling dan in het seizoen.
9
Als afsluiter doet Govert Jansen nog een interessante suggestie: vraag de in mei aftredende burgemeester Gerard Rabelink of hij ambassadeur zou willen worden van het herbestemmingsproject van de stadspoorten. Gesprek met Cees Dogger en Marco van Vulpen Bestuurslid Museumhaven en consultant cultuur en erfgoedsector 16 januari 2020 Museumhaven Zeeland heeft twee locaties in de directe nabijheid van de Noordhavenpoort en Zuidhavenpoort. Op de buitenlocatie – in de Oude Haven ligt de collectie van (op dit moment 7) historische schepen. Aan de overzijde ligt de Stads- en Commerciewerf, de scheepsrestauratiewerf waar de werkzaamheden plaats vinden en motoren, scheepsonderdelen en oude gereedschappen te bewonderen zijn. Daarnaast organiseert de Museumhaven rondvaarten op de historische schepen. Ook zijn er ligplaatsen te huur in de Oude Haven.
Dogger en Van Vulpen tellen vooral hun zegeningen als hen gevraagd wordt te reflecteren op de eigen positie in het lokale cultureel erfgoedveld. Zierikzee is een van de oudste getijdehavens ter wereld. De setting met de oude middeleeuwse haven, de stadspoorten en de werf is echt uniek. Je hebt hier een fantastische ambiance. De Museumhaven krijgt zo’n 10.000 à 12.0000 bezoekers over de vloer. De toegang is gratis. Met eenvoudige en goedkope middelen weten de museumvrijwilligers kinderen te vermaken. Dogger is van mening dat hier de maritieme geschiedenis van Zierikzee het beste tot zijn recht komt, niet in de zalen van het Stadhuismuseum. Het verhaal van de indrukwekkende scheepswerven van Zierikzee zou je bij uitstek moeten vertellen waar deze werven ook gelegen hebben, en dat is in dit deel van het historisch centrum. De werf ligt gunstig, omdat veel bezoekers hun auto (gratis) op het nieuwe parkeerterrein achter de werf parkeren, dus er is veel aanloop. Tachtig procent van de inkomsten haalt het museum zelf op door a) schepen te restaureren en te onderhouden en b) giften en donaties van particulieren en bedrijven uit Zierikzee. Het museum wordt volledig door vrijwilligers gerund. Er zijn genoeg vrijwilligers die zich willen inzetten, maar het probleem zit in het behoud van vakmanschap. Er zijn maar weinig (timmer)lieden die het vak van scheepstimmerman verstaan.
Daarom wordt er ook samengewerkt met historische werven in Arnemuiden en Vlaanderen. Borging van kennis en vakmanschap is een belangrijke taak van het museum. In het algemeen loopt de belangstelling voor de pleziervaart terug in Nederland. Er is sprake van een flinke vergrijzing onder eigenaren van boten. Steeds minder jongeren zijn geïnteresseerd in de zeilsport en kiezen voor andere watersporten. Dit heeft effect op het aantal passanten in de haven van Zierikzee: ook dit neemt af. Aan de andere kant neemt het bezoek ‘over land’ juist toe. Bezoek aan de werf is een populaire bestemming onder gezinnen die Zierikzee aandoen. Bezoekers zijn al gauw een uurtje bezig in de werf en in de haven. De Museumhaven heeft geen goede plek om het maritieme verhaal van Zierikzee te vertellen. De werf staat vol met schepen en motoren, het is een echte werkplaats en daar is geen ruimte voor een permanente expositie of museale condities waarin scheepsmodellen en navigatie-instrumenten kunnen worden getoond. Dogger en Van Vulpen kijken daarom met een schuin oog naar de overkant, naar de Noordhavenpoort. In dit gebouw zou op de begane grond of in de kelder met zijn mooie gewelven onderdak kunnen bieden aan een interactieve expositie over de rijke scheepstimmerbouw van Zierikzee.
Een deel van de collectie scheepsmodellen en andere objecten uit Brouwershaven en het Stadhuismuseum zou in de Noordhavenpoort tentoongesteld kunnen worden, in klimaatkasten. Onderhoud en beheer kan prima worden uitgevoerd door de vrijwilligers van het museum. Evenals de andere geïnterviewden, vindt Van Vulpen dat dit maritieme verhaal onderdeel zou moeten uitmaken van een stadsbrede, inhoudelijke route langs meerdere monumenten. De oude haven en de stadspoorten moeten verbonden worden aan de andere verhaallijnen. Van Vulpen ziet dan ook graag geen stand alone herontwikkeling van de stadspoorten, maar een overkoepelende en stadsbrede visie op de publieksontsluiting van de belangrijkste monumenten in Zierikzee. Er is behoefte aan professionele ondersteuning om de kleine erfgoedorganisaties die nu betrokken zijn bij deze gebouwen en locaties goed te laten samenwerken. Een klein slagvaardig team van cultuurprofessionals die de programmering, communicatie en marketing gaat doen van de erfgoed bezienswaardigheden in Zierikzee. Gezamenlijk moeten deze locaties (inclusief de Dikke Toren) 100.000 bezoekers trekken, schat Van Vulpen. En dat is nog een bescheiden aantal op de 5,6 miljoen verblijfstoeristen die het eiland Schouwen-Duiveland jaarlijks trekt. Deze rol zou het Stadhuismuseum op zich
10 moeten nemen, maar dat is tot op heden niet gebeurt. Gesprek met Marc Kocken, Sectorhoofd Erfgoed & Publiek, Erfgoed Zeeland / coördinator Zeeuwse Ankers 17 januari 2020 Marck Kocken heeft in opdracht van de provincie de ‘Zeeuwse Erfgoedlijnen’ ontwikkeld. Dit had hij eerder gedaan in de provincie Drenthe. De Zeeuwse Erfgoedlijnen brengen ordening aan in de vele verhalen die de verschillende afzenders op dit moment over Zeeland presenteren. Ze helpen om focus en samenhang aan te brengen en zo het Zeeuwse verleden beter te begrijpen. Tegelijkertijd geven ze handvatten voor het vermarkten van het erfgoed. Door het erfgoed gezamenlijk te presenteren, wordt het voor gasten en inwoners gemakkelijker om het te ontdekken en ervan te genieten. Kocken ziet de Zeeuwse Erfgoedlijnen primair als marketingtool, het is een inspiratiestuk om op basis van gedeelde inhoud te kunnen samenwerken. Als niet-Zeeuw merkte Kocken dat het ‘eilanddenken’ diep in het DNA zit van de Zeeuwen. Samenwerken gaat niet vanzelf. De Zeeuwse Erfgoedlijnen zijn niet bedoeld voor de toerist. Het richt zich op een wat hoger abstractieniveau om met name cross-sectorale samenwerking op gang te brengen (bijv. tussen erfgoed en toerisme).
De Zeeuwse Erfgoedlijnen zijn omarmd door alle Zeeuwse gemeenten om te worden opgenomen in de eigen werkplannen. Voor Schouwen-Duiveland is men nu bezig met een verdiepingsslag, met name om deze te koppelen aan de toeristische visie. De Erfgoedlijnen zijn te gebruiken als onderlegger voor de ‘ensemblebenadering’ van de publieke ontsluiting van de belangrijkste monumenten in Zierikzee. Ook voor een programmatische invulling van de Stadspoorten bieden de Zeeuwse Erfgoedlijnen inspiratie en kaders. Neem bijvoorbeeld de lijn ‘Zeeland als poort naar de wereld’. Kocken begrijpt dat de stadspoorten goed tot bijzondere hotelkamers en gastenverblijven zijn in te richten. Als voorbeeld noemt hij de Koepoort in Middelburg. Aan de andere kant begrijpt hij de wens van erfgoedorganisaties om voor een publieke functie te kiezen. Onderzoek of een hybride vorm mogelijk is, bijvoorbeeld in de vorm van een artist in residence programma. Zo’n semi-openbare constructie maakt het organiseren van open-huis-dagen ook makkelijker. Geef de kunstenaar de opdracht mee om iets met de plek te doen, om iets terug te geven aan de stad. Openstelling zou ook in de vorm kunnen van tijdelijke pop up functies tijdens culturele evenementen. Erfgoed Zeeland kan in opdracht van de gemeente meedenken over de programmatische invulling van de stadspoorten.
4. Ontwikkelscenario’s Op basis van de uitgevoerde ideeëndialoog liggen er op hoofdlijnen drie mogelijke ontwikkelscenario’s voor de drie stadspoorten van Zierikzee voor: 1 A. Robuuste (culturele) publieke openstelling 1 B. Commerciële publieke openstelling (met ondersteunende horeca) 2. Bijzondere verblijfsaccommodaties (hotelinvulling) 3. Hybride vorm: artists-in-residence programma in combinatie met hotelinvulling/horeca 4. Hybride vorm: Publieke openstelling in combinatie met hotelinvulling (eventueel ook artist-in-residence), eventueel ook horeca. N.B. Bij alle scenario’s zou het betrekken van de burgemeesterswoning de mogelijkheden (met name voor horeca) aanmerkelijk kunnen verruimen en versterken. Culturele publieke opstelling De ligging van de Noordhaven- en Zuidhavenpoort aan de Oude Haven zorgt voor een idyllisch en herkenbaar
11 stadsgezicht. Samen met de Dikke Toren is de Noordhavenpoort het visitekaartje van Zierikzee. De stadspoorten zijn belangrijk voor de identiteit van de stad. Vanuit deze gevoelswaarde geredeneerd doet een (culturele/educatieve/recreatieve) publieke openstelling het meeste recht aan de maatschappelijke functie die de stadspoorten vervullen voor de inwoners van Zierikzee. Historisch gezien zijn de poorten uiteraard niet gebouwd voor publieke functies. Openstelling staat in wezen haaks op de oorspronkelijke functie van deze militaire verdedigingswerken. Met name de Nobelpoort en de Zuidhavenpoort zijn zeer beperkt in de mogelijkheden om goede in- en uitgangen voor publieksstromen te creëren. Alleen met ingrijpende bouwkundige aanpassingen zou dit te realiseren zijn. Deze twee poortgebouwen zullen ook niet of nauwelijks toegankelijk gemaakt kunnen worden voor minder valide bezoekers. Dit geldt in mindere mate voor de Noordhavenpoort. Deze is op meerdere plekken via de begane grond toegankelijk. Om kelder en de verdieping van de noordelijke poort toegankelijk te maken, zijn aanvullende fysieke ingrepen noodzakelijk. De beperkingen van de poortgebouwen laten grote bezoekersstromen dus niet toe. Echter, de avontuurlijke ‘kruip-door-sluip-door toegang’ van de Nobelpoort en de Zuidhavenpoort zullen voor veel (goed ter been zijnde) bezoekers juist van toegevoegde waarde zijn.
De beleving van een historisch bouwwerk begint bij de voordeur, men waant zich meteen in een andere tijd. De middeleeuwse poortgebouwen hebben van zichzelf al veel (architectonische) kwaliteiten, met goede storytelling wordt een bezoek al gauw een interessante beleving. Wat geldt voor de beperkte toegankelijkheid, geldt ook voor de mogelijkheden om museale expositieruimten in de stadspoorten in te bouwen. Een veilig en goed beheersbaar binnenklimaat is alleen met dure klimaatkasten te verwezenlijken. De hoge standaarden voor museale condities zullen derhalve alleen met flinke investeringen gehaald kunnen worden. De vraag is, of dit ook wel de beste vorm van openstelling is, gelet op de hoge intrinsieke erfgoedwaarden van de poortgebouwen. Gedacht vanuit de bouwkundige beperkingen, ligt het voor de hand om de Noord- en Zuidhavenpoorten op een ‘robuuste’ manier open te stellen, naar voorbeeld van de De Plompe Toren in Koudekerke.
Met multimediale presentaties en audiovisuele projecties kan het verhaal verteld worden van het rijke maritieme verleden van Zierikzee en Schouwen-Duiveland (bijvoorbeeld aansluitend op de Zeeuwse Erfgoedlijn ‘Poort naar de Wereld’ en in samenwerking met de Museumhaven) en de roerige periode uit de Tachtigjarige Oorlog en het beleg van Zierikzee door de Spaanse veldheer Mondragon (volgens een legende staat de degen van de Spaanse krijgsheer op de top van de Noordhavenpoort). De Nobelpoort laat zich ook goed lenen voor een robuuste openstelling. De storytelling en presentatie zou zich in dit oudste poortgebouw kunnen richten op de Middeleeuwse bloeiperiode van Zierikzee, de strijd om Zeeland tussen Holland en Vlaanderen en de Zeeslag op de Gouwe in 1304. In de afgelopen zomers heeft op initiatief van Baukje Bijlsma een groep vrijwilligers zich ingezet voor openstelling van de Noordhavenpoort. Met informatie en historische kostuums werden bezoekers ingelicht over de historie van Zierikzee en gestimuleerd om de historische binnenstad van Zierikzee te ontdekken. Indien dit ontwikkelscenario nader wordt uitgewerkt, verdient het aanbeveling deze groep vrijwilligers (inhoudelijk) te betrekken bij de planvorming.
Zoals in de bilaterale gesprekken meermaals naar voren is gekomen, verdient een publieke (culturele) openstelling van de stadspoorten ingebed te worden in een stadsbrede visie op de openstelling en programmering van de belangrijkste monumenten en erfgoedlocaties in Zierikzee. Een speciaal hiervoor opgerichte projectorganisatie zou van start kunnen gaan met de programmering en openstelling van de Dikke Toren en van daaruit het ‘rondje langs de monumenten’ verder vormgeven. Gelijktijdig kan gewerkt worden aan de openstelling van de drie middeleeuwse stadspoorten. Ticketing van de ‘gebouwen strippenkaart’ zou op meerdere plekken en online mogelijk moeten zijn, bijvoorbeeld in de Dikke Toren, Stadhuismuseum en de Noordhavenpoort. Na betaling kunnen bezoekers een audioguide meekrijgen waarin zij in meer talen geïnformeerd worden over de locaties. Ter referentie: de Plompe Toren trekt in het hoogseizoen zo’n 500 bezoekers per dag, maar is gratis. Financiering / investeringen: ook een robuuste openstelling van de stadspoorten zullen aanzienlijke investeringen vergen. De projectorganisatie zou vanuit de gemeente financieel ondersteund kunnen worden. Met projectsubsidies vanuit de provincie en culturele fondsen (VSB, PBCF, Fonds 21, Bank Giro Loterij).
12
Advies is om te onderzoeken of het eigendom van de stadspoorten ondergebracht kan worden bij Stichting Renesse of dochterorganisatie Stichting Monumenten Schouwen-Duiveland. De projectorganisatie is verantwoordelijk voor de exploitatie van de culturele openstelling van de poortgebouwen. Ook zal goed moeten worden onderzocht wat het effect van een publieke openstelling van de stadspoorten voor consequenties zal hebben voor de instandhouding van de monumentale waarden. Hoeveel bezoekers kunnen de gebouwen aan? Referentiebeeld: De Plompe Toren van Koudekerke en de robuuste vorm van presentatie in de toren Commerciële publieke openstelling (met ondersteunende horeca) Dit ontwikkelscenario leunt erg op bovengenoemde vorm van openstelling, maar dan met een meer commerciële invulling/programmering. De poorten worden in dit scenario opengesteld als attractie of experience, bijvoorbeeld in de vorm van escape rooms of real life games.
Referentie”: programma Elements Fort Pannerden
Deze functie past goed in de lastiger te ontsluiten Nobelpoort en Zuidhavenpoort, want escape rooms bezoekt men in kleine groepen (5 - 10 personen) en onder begeleiding van medewerkers van de escape rooms. De historie van de poorten en Zierikzee (Mondragon) bieden voldoende mogelijkheden om de escape rooms inhoudelijk te laten aansluiten bij de geschiedenis van Zierikzee, ook voor educatieve games bieden de poorten meer dan voldoende inspiratie. De gemeente kan kiezen voor een exploitant die gevoel heeft voor de erfgoedwaarden van de locatie, om een platte toeristische attractie te voorkomen. Escape Rooms en Escape Games vinden steeds meer hun weg naar musea en erfgoedlocaties. Bekende escape rooms of mystery experiences zijn te vinden in het Rijksmuseum, de Beurs van Berlage, Slot Loevestein, Nationaal Militair Museum, Fort Pannerden, GeoFort en Villa Mondriaan. Het helpt erfgoed op een speelse manier toegankelijk te maken en trekt ook nieuwe doelgroepen aan die uit zichzelf het museum of de erfgoedlocatie niet zouden hebben bezocht. Escape rooms hebben hun ‘hoogseizoen’ juist in de wintermaanden, wat bijdraagt aan de gewenste verlenging van het seizoen. Escape rooms zijn ook bij uitstek slechtweervoorzieningen en zijn doe-activiteiten voor het hele gezin.
In de Zuidhavenpoort is plaats voor twee escape rooms, in de Noordhavenpoort is ruimte voor twee kleinere of een grote escape room. De gewelfde kelder kan een spannende escape room zijn voor kinderen. In de Noordhavenpoort kan de escape room samengaan met een kleine horecagelegenheid. De twee verdieping tellende Nobelpoort zou onderdak kunnen bieden aan twee escape rooms. Een combinatie van een culturele openstelling en escape rooms behoort ook tot de mogelijkheden. In dit scenario blijven de Noordhaven- en Zuidhavenpoort openbaar toegankelijk (eventueel met horeca in de Noordhavenpoort) en huisvest de Nobelpoort de escape room of mystery experience. Financiering / investeringen: de exploitant van de escape rooms zal investeren in de attracties. Als eigenaar zou de gemeente de poorten casco in goede staat moeten opleveren.
Referentiebeeld: sherlocked (Beurs van Berlage) of Slot Loevestein
13
Bijzondere verblijfsaccommodaties (hotelinvulling) Als eigenaar kan de gemeente er ook voor kiezen om de stadspoorten in erfpacht uit te geven aan een exploitant van hoogwaardige luxe hotelsuites. Het beperkte aantal bezoekers dat hiermee in de stadspoorten zal verblijven doet recht aan de kwetsbaarheid van het monument. Om de monumentale waarden zo min mogelijk aan te tasten kan gedacht worden aan een ‘box-in-box-principe’ van glazen units in de grote ruimten op de verdiepingen van de Zuidhavenpoort en Nobelpoort.
Govert Janssen, exploitant van het dichtbij gelegen luxe Hotel Mondragon heeft interesse getoond. Zijn voorkeur gaat naar de poorten in de haven, omdat deze dichtbij liggen. Hij schat zo’n 10 à 14 kamers in het complex van de Noord- en Zuidhavenpoort te kunnen exploiteren, hierbij is wel rekening gehouden met het vrijkomen van de ‘burgemeesterswoning’. Qua architectuur en indeling leent de Nobelpoort zich goed voor het box-in-box principe. De poort heeft twee ruimte verdiepingen met ronde zijkamers. Slapen op zolder onder de indrukwekkende eikenhouten kapconstructie is een ervaring op zich! Deze ontwikkeling is financieel gezien het interessantste voor de gemeente. De poorten zullen voor het eerst in hun bestaan geld gaan opleveren. Er zal ook weerstand komen uit het cultureel erfgoedveld tegen deze invulling. Herbestemming tot luxe hotelsuites druist in tegen het openbare en laagdrempelige karakter dat men voor ogen heeft voor de stadspoorten. Aan de andere kant past een luxe hotelinvulling in de stadspoorten bij de trend dat gasten op zoek zijn naar bijzondere locaties en bereid zijn hier meer voor te betalen. Overnachten in de stadspoorten is een belevenis die Zierikzee stevig op de kaart van bijzondere hotelovernachtingen zal plaatsen. Financiering / investeringen: de exploitant van de luxe hotelsuites zal investeren in hotelfaciliteiten.
Als eigenaar zou de gemeente de poorten casco in goede staat moeten opleveren. Voor de Nobelpoort zou mogelijk een glazen lift tegen de buitengevel geplaatst moeten worden. De vraag is of dit vanuit oogpunt van monumentenzorg haalbaar dan wel wenselijk is. Hybride vormen: artists-in-residence programma in combinatie met hotelinvulling/horeca Is het mogelijk om ook een tussenoplossing te bedenken? Een robuuste laagdrempelige (culturele) openstelling wordt waarschijnlijk financieel een lastig verhaal. Voor alleen een hotelinvulling is wellicht te weinig draagvlak. Welke herbestemmingen zijn nog meer denkbaar? De mogelijkheden voor gemengde vormen nemen aanzienlijk toe als de ‘oud-burgemeesterswoning’ betrokken wordt bij de planvorming. Onzekerheid over de status van dit bouwdeel bemoeilijkt op dit moment het uitdenken van hybride vormen.
Toch kan ook zonder ‘oud-burgemeesterswoning’ nagedacht worden over mengvormen, bijvoorbeeld met een horecafunctie in de Noordhavenpoort en een robuuste culturele openstelling van de Zuidhavenpoort. De exploitant van de horeca zou in samenwerking met erfgoedvrijwilligers de openstelling van Zuidhavenpoort kunnen organiseren en het beheer van de presentaties op zich nemen. Een zelfstandig projectorganisatie is verantwoordelijk voor de inhoudelijke programmering en financiering van de Zuidhavenpoort. Herbestemming van de Noord- en Zuidhavenpoort zou het beste vanuit een ‘ensemblegedachte’ moeten worden opgepakt. De Nobelpoort kan ook als stand alone herbestemming worden gerealiseerd. Een laatste mogelijkheid ter overweging is om in de Noordhavenpoort een artist-in-residence programma onder te brengen met verblijfs- en atelierruimte voor 1 of 2 kunstenaars en een aantal luxe hotelsuites in de Zuidhavenpoort te realiseren. Financiering voor het artist-in-residence programma loopt dan via nationale of lokale cultuurfondsen, de gemeente investeert in sobere huisvesting in de Noordhavenpoort en het opknappen van het huidige galerie gedeelte. Nog wat meer aandacht besteden aan mogelijkheden voor meer autonome horeca in één of meer van de torens.
Bijvoorbeeld een koffiebar in de Italiaanse baristasfeer of juist wat meer high end: een winebar, een oesterbar, een combinatie? In de Nobelpoort zou, zeker als het de finish is van een stadsroute, op de verdieping
14 een leuke eet-/drinkgelegenheid kunnen komen. Eventueel gekoppeld aan een bestaande horecaonderneming.