20220621 bijlage 1 analyse stadspoorten
Tekst van het document
BOUWHISTORISCHE DNA-ANALYSE
(25-04-2020)
Stadspoorten van Zierikzee (Noordhavenpoort, Zuidhavenpoort en de Nobelpoort) 1
Inhoud 1
Algemene gegevens 3
4
1.1
Algemene gegevens 3
4.1
Inleiding 30
1.2
Het onderzoek 4
4.2
Externe monumentwaarde 30
4.3
Interne monumentwaarde 31
Plan van aanpak 4
2
3
Waardestelling 30
Samenvatting 4
5
Uitgangspunten bij herbestemming 33
Advies 4
Colofon 34
Bouwhistorie 5
Bibliografie 34
2.1
Algemene kenmerken stadspoorten 5
Bijlage 35
2.2
Stedenbouwkundige ontstaansgeschiedenis Zierikzee 7
Plattegronden en doorsneden uit 1894 (Noordhavenpoort) 35
2.3
Nobelpoort 9
Bouwkundige tekeningen uit 1890 (Nobelpoort) 35
2.4
Zuidhavenpoort 13
2.5
Noordhavenpoort 16
Beschrijving 19 3.1
Nobelpoort 19
3.2
Zuidhavenpoort 22
3.3
Noordhavenpoort 27
2
1
Algemene gegevens
1.1
Algemene gegevens
NOBELPOORT Adres: Kadaster: Monument: Redengevende omschrijving:
Korte Nobelstraat 41, 4301 HM Zierikzee Zierikzee L/220 40671 NOBELPOORT. Poortgebouw uit XIVa, dat zijn oorspronkelijk karakter goed heeft bewaard. Rechthoekig hoogoprijzend bouwwerk, met twee hoektorens en belangrijk kapwerk uit de bouwtijd.
ZUIDHAVENPOORT Adres: Tegenover Oude Haven 54, 4301 CL Zierikzee Kadaster: Zierikzee L/1358 Monument: 41012 (de weergang: 41017) Redengevende Een vierkant bakstenen POORTGEBOUW van drie geledingen met omschrijving: weergang en vier spietorens op de hoeken. De kern dateert uit XIVa, een verbouwing van de bovenbouw vond plaats plm 1500, terwijl het gebouw door een herstelling d.d. 1774 zijn huidige gedaante kreeg. Klokkenspel, waarvan 12 klokken werden gegoten door P. van den Gheyn (I) 1550/53/54. Trommelspeelwerk uit ca. 1554, met trommel uit ca. 1950. NOORDHAVENPOORT Adres: Bij Noordhavenpoort 2, 4301 JM Zierikzee Kadaster: Zierikzee L/535 Monument: 40849 Redengevende Complex Poortgebouw, in oorsprong daterend van de 14e eeuwse omschrijving: stadsfortificatie. Het bouwwerk bestaat uit een buitenpoort, en een verbonden door wachtlokalen met weergang. Het oudste gedeelte stamt uit XIVa, de voorpoort dateert van plm 1500. Aan de stadszijde vertoont de poort twee natuurstenen trapgevels, gedateerd 1559, met rolwerk in de stijl van de Vlaamse renaissance. BOLWERKEN EN GRACHTEN:
Monumentnummer 41019
3
1.2
Het onderzoek Samenvatting e
Plan van aanpak Als onderdeel van een herbestemmingsonderzoek heeft Hylkema Erfgoed een bouwhistorische DNA-analyse uitgevoerd naar de drie stadspoorten van Zierikzee, te weten de Nobelpoort, Zuidhavenpoort en de Noordhavenpoort. Voor dit onderzoek is ervoor gekozen om geen uitgebreide bouwhistorische opname te e doen omdat het voor de herbestemming niet uitmaakt of iets uit de 14 eeuw, 16e e of 18 eeuw komt, in alle gevallen is de monumentale waarde hoog. De uitdaging is om de kern van de stadspoorten te omschrijven, dus waarom zijn het monumenten; in welke elementen is dit terug te vinden en wat kan er worden gewijzigd zonder deze kernwaarden aan te tasten. Het rapport wordt als volgt opgedeeld: Als eerst wordt de bouwhistorie is de drie stadspoorten omschreven. Vervolgens worden de poorten zelf kort beschreven waarna er een waardenstelling wordt gegeven. Hierbij is zowel aandacht voor de externe als voor de interne monumentwaarde (zie richtlijnen bouwhistorisch onderzoek). Het rapport wordt afgesloten met een advies en enkele suggesties voor wijzigingen.
De drie stadspoorten kennen hun oorsprong in de 14 eeuw toen dit deel van e Zierikzee werd gebouwd. De Nobelpoort is waarschijnlijk in de 15 eeuw herbouwd. Ook de twee andere poorten zijn in de loop van de tijd aangepast. Dit was niet alleen nodig vanuit defensief oogpunt, maar ook de functie van de poorten zelf veranderden. Zo werd de Noordhavenpoort in 1492 of 1507 omgebouwd tot het huidige bolwerk. In de middeleeuwen hadden ze in de onrustige perioden een defensieve functie en een poortfunctie voor de controle e e (en belasting) op mensen en goederen die in en uit de stad gingen. In de 18 en 19 eeuw verdween deze functie geleidelijk. De stadspoorten en –muren werden niet meer goed onderhouden. Vanaf 1866 bleven de poorten ook ’s nachts open. Al die tijd bleven ze wel een functie in de stad houden, als woning of als opslagplaats. In de jaren ’60-’70 van de twintigste eeuw zijn de torens ingrijpend gerestaureerd. Ze zijn zoveel mogelijk teruggebracht in hun middeleeuwse vorm. Bijgebouwen (o.a. poortwachters woningen) werden gesloopt, ramen werden dichtgezet of juist weer in middeleeuwse stijl teruggebracht. Schietgaten werden geopend en latere (kleinere) bakstenen werden vervangen door de kenmerkende Zeeuwse Moppen (oude of nieuw gebakken). Het resultaat vormde de afgelopen halve eeuw het stadsbeeld van Zierikzee. Advies
1743/1858 – staalgravure uitgegeven in 1858 naar tekening van C. Pronk uit 1743
Bij herbestemming van de stadspoorten wordt aangeraden om de cultuurhistorische waarden zoveel mogelijk intact te laten (zie hoofdstuk 4). Wijziging in of aan de stadspoorten dienen indien mogelijk reversibel uitgevoerd te worden zodat de kernwaarden voor de komende eeuwen bewaard kunnen blijven. Bij eventuele nieuwe toevoegingen aan de stadspoorten zelf of in de directe omgeving wordt aangeraden om inspiratie te halen uit de historische ontwikkeling van deze poorten. Bijvoorbeeld openingen op plekken waar deze oorspronkelijk ook zaten (beide havenpoorten) of het terugbrengen van poortwachterwoningen (Nobel-, en Noordhavenpoort) al dan niet in moderne uitvoering. Hierbij is het belangrijk dat dit gebeurd in een hoge kwaliteit van ontwerp en vakmanschap. Niet alleen omdat het om “landmarks” van Zierikzee gaat, maar vaak ook om oude en zeldzame bouwmaterialen waarmee zorgvuldig omgegaan dient te worden. Om een beter beeld te krijgen van de ingrepen en keuzes tijdens de restauratie van de jaren ’60 en ’70 is het nodig om hier nog nader onderzoek naar te doen.
4
2
Bouwhistorie
2.1
Algemene kenmerken stadspoorten
Stadspoorten zijn middeleeuwse bouwwerken die samen met de gracht en stadsmuren of omwallingen voor de verdediging van een stad zorgden. In Nederland zijn nog 35 stadspoorten aanwezig, waarvan er drie in Zierikzee staan. Er zijn meer steden waar nog drie stadspoorten aanwezig zijn, dit zijn Amersfoort, Amsterdam, Enkhuizen, Hulst, Kampen, Maastricht, Sluis, Valkenburg en Zutphen. Deze stadspoorten bevinden zich echter vaak in een minder gave staat en bovendien missen ze het ensemble van stadsmuren en grachten. In Zierikzee is de stadsgracht nog aanwezig en zijn delen van de stadsmuren nagebouwd waardoor dit ensemble nog goed beleefbaar is. Binnen de stadspoorten wordt onderscheidt gemaakt tussen verschillende typen. De basistoren is een vierkante toren met doorgang, vaak met zadeldak of tentdak. Vaak met (hang-)torens op de hoeken met schietsleuven. De Zuidhavenpoort kan als voorbeeld hiervan worden gezien. Een tweede poorttype is mogelijk gelijktijdig ontstaan. Hierbij wordt de poort geflankeerd door grote torens aan de buitenzijde. De Nobelpoort is hier een voorbeeld van.
Vianen
Delft
De poorten hadden verschillende verdedigingsmechanismen. Naast de schietgaten en waren er gaten om hete teer of pek op de vijand te gieten. Maar ook de machicoulis, een houten werp-uitstek boven de buitenzijde van de poortboog vanwaar men stenen en andere voorwerpen op de vijand kon gooien. Iets anders was de hamei, een valhek die uit de verdieping boven de doorgang tussen gleuven in de muren naar beneden werd gelaten (vb. Nobelpoort en Zuidhavenpoort). Doordat het geschut steeds beter werd, werden stadspoorten ook niet meer in de lengterichting van de staat gebouwd, maar iets scheef daarop zodat de vijandelijke artillerie minder makkelijk door de poort de straat kon bereiken (vb. Nobelpoort) of dat er tussen de binnen- en buitenpoort een gebogen verbindingsgang was (vb. Noordhavenpoort). e
In de 18 eeuw was de verdediging van steden niet meer noodzakelijk en werden de stadspoorten verwaarloosd. De poorten behielden echter wel een andere functie, namelijk de behoefte om de stad af te kunnen sluiten ivm stedelijke 1 accijnzen. Na de gemeentewet in 1851 verdween het onderscheidt tussen de rechten van de stad en plattelandsgemeenten. In 1860 werden de stedelijke accijnzen opgeheven waardoor afsluitbare toegangen overbodig werden gemaakt. Dit resulteerde er in 1866 in dat de stadspoorten van Zierikzee ’s nachts niet meer werden afgesloten.
Kampen
Amersfoort 1
Hattem
Belastingen op o.a. transport van goederen.
5
6 1649 – Zierikzee door Blaeu [wikipedia]
2.2
Stedenbouwkundige ontstaansgeschiedenis Zierikzee e
De drie onderzochte stadspoorten bevinden zich in de 14 -eeuwse uitbreiding van Zierikzee. Ze maken onderdeel uit van het omvangrijk stelstel van grachten, muren, land- en waterpoorten. Zoals in de vorige paragraaf al werd gesteld vormen stadspoorten een belangrijke schakel in het leven en wonen binnen de omwalling en daarbuiten. Ze vervulden niet alleen een belangrijke rol in de verdediging van de stad, maar ook op de controle op het in- en uitgaande verkeer. Tot 1866 waren de stadspoorten tussen zonsondergang en zonsopgang gesloten. De Nobelpoort is iets ouder dan de twee havenpoorten. Al bestaat het vermoeden e e dat de Nobelpoort in de 15 eeuw is herbouwd. In het begin van de 14 eeuw waren er een aantal zware belegeringen. De stad moest extra worden beschermd en de bouw van de twee havenpoorten was het resultaat. Later zouden ze versterkt, verfraaid en verbouwd worden. De Zuidhavenpoort iets eerder dan de Noordhavenpoort. Ze fungeerden als de afsluiting en verdediging van de (oude) haven. Beide poorten waren door een eindmuur en een stenen brug verbonden. De huidige houten binnenbrug is van latere datum. Beide stadsmuren werden aan de zijde van de brug afgesloten door een torentje. Hier is nog één van aanwezig. Rond 1829 werd bijna de gehele ommuring en drie van de zes stadspoorten rond Zierikzee gesloopt.
Enerzijds vanwege de bouwkundige staat en anderzijds door de toename van het verkeer. Er waren in die tijd niet de financiële middelen om alle vestingwerken te slopen. Het grachtenstelsel dat ook onderdeel uitmaakte van de vestingwerken is bewaard gebleven. Tussen de Nobelpoort en de e e Noordhavenpoort was een stenen muur die in de 18 en begin 19 eeuw niet meer werd onderhouden en al dan niet in omgevallen staat met aarde bedekt. Er werd in deze tijd binnen de stadsmuren niet alleen gewoond, maar ook gewerkt. e In de 19 eeuw lager vlakbij de Nobelpoort, op een kloosterterrein een meestoof. Een deel van het terrein tussen de Nobelpoort en de Noordhavenpoort is in 1929 getransformeerd tot een zogenaamde ‘Slingerbosch’. Een wandelpad dat in eerste instantie alleen voor de rijken toegankelijk was die een ‘aandeel’ hadden in de aanleg. Het wandelgebied was afgesloten met een toegangshek.
Ontwikkeling van Zierikzee. De drie onderzochte stadspoorten liggen in het e uitbreidingsgebied uit de 14 eeuw. [bron: fotoboekje ‘Zierikzee zoals het was’]
1575 – bijkaart van Johan van Deventer. Hierop zijn de stadspoorten, muren en gracht goed te zien. 7
8 e
Twee ongedateerde foto’s (mogelijk eind 19 eeuw) van de stads- en landzijde van de Nobelpoort. [beeldbank RCE]
2.3
Nobelpoort
Deze poort staat bekend als Nobelpoort en als Porte d’Aboukir. e
e
14 eeuw en 15 eeuw De Nobelpoort is één van de oudste nog bewaard gebleven stadspoorten, dit is o.a. te zien aan het gebruik van Doornikse steen in het onderste gedeelte en het gebruik van Zeeuwse moppen, gemetseld in zogenaamd Vlaams verband. De poort e is gebouwd in de eerste helft of het midden van de 14 eeuw. We weten dat hij bij het Vlaams beleg nog niet aanwezig was en is gebouwd op het nieuwe stadsgedeelte. De bouwstijl lijkt echter op die van de eerste of tweede deel van de e 15 eeuw. Dit doet vermoeden dat het om een herbouw gaat. De hoogte van de toren gaf de verdedigers de gelegenheid vanuit de hoogte hun belagers te bespieden en te bestoken met pijl en boog. Vroeger bevatte de verdiepingen grote schoorstenen. Aan de oostzijde was een huisje gebouwd voor de poortwachter. Deze werd in 1866 afgebroken. Hij is nog zichtbaar op de hiernaast afbeelding (en volgende pagina) en op de uitsnede van e de kadastrale minuut uit het begin van de 19 eeuw (volgende pagina).
1696 – Detail van de kopergravure van M. Smallegange met daarop de Nobelpoort.
e
Uit onderzoek in de jaren ’70 van de 20 eeuw blijkt dat de vroegere stadsmuren die op het poortgebouw aansloten waren gefundeerd op paalfunderingen met daarop dikke eiken delen, waarbij de afstand tussen de fundaties werd overbrugt door spaarbogen. De plek waarop de muren op de poort is tijdens deze restauratie weer in het zicht gebracht. e
e
16 en 17 eeuw In 1574 werd er bij de stadspoort een valbrug aangebracht. Deze werd aan het e eind van de 17 eeuw weer afgebroken en vervangen door een vaste dam. In 1581 bevond de poort zich in dermate slechte staat dat men van plan was om deze te slopen. Tien jaar later werd hij uiteindelijk gerestaureerd met stenen van het vervalen kerkgebouw van Westenschouwen. In 1632 werden de zolderbalken vernieuwd, dit jaartal is terug te vinden in een moerbint. O de tweede verdieping zijn de muurstijlen muurstijlen vernieuwd. Deze werden tegen de muur geplaatst en niet in de daarvoor bestemde uitsparingen in het metselwerk. In deze periode werd de poort voorzien van een schoftbalk. 1743 – gedetailleerde prent van de Nobelpoort door C. Pronk 9
e
19 eeuw De talrijke sporen van herstelwerkzaamheden aan het poortgebouw wijzen erop dat deze in de loop van de eeuwen regelmatig onderhouden zijn. Vaak werden alleen de meest ernstige gebreken aangepakt. Een groot deel van deze bouwsporen zijn tijdens de restauratie van de jaren ’70 van de twintigste eeuw ‘weggepoetst’. Bouwtekeningen uit 1890 (bijlage) geven een beeld van de situatie voor deze restauratie. De enige veranderingen die het aanzicht in de loop der tijden enigszins hebben gewijzigd zijn de raamopeningen in de gevel aan de stadzijde en de sluitmuur tussen de beide torenlichamen aan de landzijde. Tevens zijn de aansluitende weermuren verdwenen. Ook de vroegere privaten in de hoeken van het hoofdgebouw met de torens zijn weggebroken en alleen sporen in het metselwerk wijzen op een vroegere situatie, in de jaren ’70 is dit deels gereconstrueerd. e
e
e
Waarschijnlijk is in de 2 helft van de 19 eeuw of begin van de 20 eeuw de oude tussenmuur gesloopt en rond dezelfde tijd waarschijnlijk ook het valhek en de hierbij behorende takelconstructie. Deze extra afsluiting was overbodig geworden omdat de poort zijn functie als verdedigingswerk had verloren. Na de sloop van een oude tussenmuur kreeg de eerste verdieping een nieuwe vloer. Deze vloerdelen lopen namelijk door tot de nieuwe muur. De vloeren zijn met de onderliggende balklaag bevestigd door houten nagels in plaats van de meer voorkomende gesmeden nagels.
1660 – Nobelpoort met daarnaast de portierswoning. De stadsmuren zijn lager getekend om het zicht op de gracht niet te belemmeren. [UB Leiden Coll. BN Port 35 N110]
e
In het eerste kwart van de 17 eeuw vond er een aanzienlijke zetting plaats van de noord-westelijke toren. Deze zetting gebeurde in westelijke richting waardoor de toren circa 40 cm in die richting overhelt. Het gevolg is dat de westelijke gevel een knik kreeg. Door deze zetting was het noodzakelijk om de sluitmuur tussen de torens te vervangen door een nieuwe muur. Deze restauratie heeft waarschijnlijk e e e e in de 2 helft van de 19 of 1 helft van de 20 eeuw plaatsgevonden. De oude muur is hier achter nog aanwezig. De nieuwe muur is opgemetseld in een roodbruine steen in vechtformaat (steenmaat 21 x 10 x 5/4,5 cm). De poortboog bleef gehandhaafd. In de nieuwe muur zijn geen schietgaten aangebracht omdat dit inmiddels niet meer nodig was. In plaats daarvan werd er een deuropening aangebracht met hijsbalk om het inbrengen van goederen te vergemakkelijken. Deze was waarschijnlijk in gebruik bij het landweermagazijn dat tot 1939 op de tweede verdieping was gevestigd. Er werd o.a. kruit, geweren, munitie en kleding opgeslagen ten behoeve van de stedelijke schutterij.
e
1811-1832 – situatie aan het begin van de 19 eeuw, met poortwachterswoning.
10
1973-1979 restauratie kap en metselwerk In de jaren ’70 werd de Nobelpoort gerestaureerd. De restauratie had met name betrekking op de kapconstructie en de dakbedekking. Delen van de constructie waren rot en werden vervangen. De gehele kap kreeg nieuwe dakbeschot en werd voorzien van nieuwe (Engelse) leien. Tijdens deze restauratie werd tevens het metselwerk hersteld. Slechte bakstenen werden vervangen net als slecht uitgevoerde restauraties uit het verleden. Dit gebeurde zowel met hergebruikte baksteen als met nieuwe gebakken stenen in het juiste formaat en de juiste kleur. De kijk- en schietgaten werden gerestaureerd en soms gereconstrueerd. In de muur aan de stadszijde werden enige reconstructies aangebracht, zoals de luikopeningen in de smalle terugliggende gevelvlaken en de twee spitsboogjes van het terugliggende gevelvlak. In de beide zijgevels werden de toegangen naar de daarachter gelegen wenteltrappen volledig gereconstrueerd en voorzien van nieuwe deuren. Ook de doorgang naar de weermuur en de aanzetten van de aansluitingen van de stadsmuur met het poortgebouw zijn in de gevel zichtbaar gemaakt. Ook het interieur werd gerestaureerd. Muurwerk werd hersteld en de stookplaatsen, nissen en lichtopeningen werden gereconstrueerd. Het gemetselde gewelf in de poortdoorgang werd hersteld net als de onderzijde van beide e poortdeuren.
De vloer van de 1 verdieping werd vernieuwd, net als de vloeren van 2 de beide torenruimten. De zolderbalklaag werd waar kon hersteld, maar voor een groot deel ook vernieuwd.
De doorgang van de Nobelpoort ligt iets schuin van de straat, dit was vanuit strategische overweging.
2
H. Goedegebure geeft in zijn publicatie (1995) aan dat hoewel er geen directe aanwijzingen zijn is het niet uitgesloten dat de vloer van de verdieping oorspronkelijk hoger heeft gelegen dan huidige vloer. Het niveauverschil met de trapbordessen, de torenruimte en de onderkant van de muurstijlen, maken een hoger gelegen vloer aannemelijk.
11
< 1751 – Zierikzee door J. Hemerijk. Aan het (platte) bouwblok is te zien dat er naast de toren ook een gebouw stond. [wikipedia]
1811-1832 detail kadastrale minuut met de situatie van de stadspoort en de omliggende bebouwing. Hierop is goed te zien dat de poort geen vrijstaand object was, maar onderdeel uitmaakte van de stedelijke structuur. [RCE]
< Voor de sloop van de bijgebouwen was het gebouw links van de poort in gebruik als kolenpakhuis en de gebouwtjes aan de rechterzijde als bergplaats.
12
2.4
Zuidhavenpoort
Andere namen die voor de Zuidhavenpoort werden gebruikt zijn de Duivelandsche poort of Porte Imperiale (de Keizerlijke poort). e
14 eeuw e De oorsprong van deze stadspoort dateert uit de 14 eeuw. Later werd de poort versterkt en verfraaid. De poort is kleiner en soberder dan de Nobelpoort. De Zuidhavenpoort is in 1442 voor het eerst in officiële stukken genoemd. 1492 en rond 1500 Hertog Albrecht van Saxen veroverde in 1492 Zierikzee en gaf opdracht op de stadspoorten te versterken. De Zuidhavenpoort werd versterkt met hout en balken en nabijgelegen huizen werden afgebroken. De stadsmuur aan de zijde van de haven werd waarschijnlijk aan het eind van de e 15 eeuw gebouwd en was voorzien van een weergang. Aan de brugzijde werd deze afgesloten door een torentje. De toren zelf had mogelijk oorspronkelijk ook een open weergang waarbinnen de dakschilden opstegen. De torentjes waren al wel aanwezig, vanuit deze torentjes hadden de schutters beter zicht. In deze tijd had de toren een tentdak. Toen de weergang rond 1500 werd overdekt kregen de torentjes achtkantige (aan de stadszijde) en zeskantige (aan de landzijde) spitsen. e
e
16 en 17 eeuw e In de 16 eeuw werd er in de weergang een venster geplaatst vanwaar men zicht e had op de haventoegang. Het gebouw werd in de 16 eeuw voorzien van een uurwerk. De klok in het middentorentje dateert uit 1550. In 1623 werd het voorzien van een nieuw uurwerk. In 1666 werd het poortgebouw bewoond. e
18 eeuw In 1745 was er aan de zuidzijde een huisje, deze werd bewoond en door Magdalena Rochus de Jonge, die hier appels verkocht. In ruil daarvoor moest ze niet alleen huur betalen, maar ook de poort schoonhouden. In 1772 werd de poort verfraaid met een open zeskantig torentje met daarop de windvaan Triton. In 1774 en 1779 werd het buitenmuurwerk aan de oost- en zuid- en westzijde waarschijnlijk geheel vernieuwd en opgetrokken in Utrechtse baksteen. Het muurwerk aan de noordzijde is hiermee het enige oude muurwerk. e Aan het eind van de 18 eeuw, in 1795 werd het gebouw gebruikt als militair provoost voor de Franse troepen. Twee gevangenen wisten te ontsnappen door Tekening door Adolph Mulder (1856-1936) architect en bouwhistoricus. Vanaf 1902 was hij Rijksbouwmeester voor de monumenten en verantwoordelijk voor het opmeten en inventariseren van een groot aantal monumentale gebouwen. [beeldbank RCE]
13
brand te stichten. Op de eerste verdieping van de poort waren hier nog lang sporen van aanwezig. e
19 eeuw In 1858 werd het middentorentje vernieuwd. Vanaf 1 mei 1866 werden de poorten niet langer gesloten. Hierdoor verviel de betrekking van de portier ook. Het gevolg was dat de naastgelegen portierswoning publiek werd verkocht. e In de 19 eeuw begon de toren ook scheuren te vertonen. Het gevolg was dat er ijzeren ankers werden aangebracht. e
20 eeuw e In het begin van de 20 eeuw werden de deuren en vensters in de stadskleuren 3 (zwart en rood) geschilderd. 1961-1965 - restauratie In de periode 1960-1970 werd het gebouw gerestaureerd. Tijdens deze restauratie werd het oude stadhuiscarillon in de poort opgehangen. Dit is het oudste carillon van ons land met klokken uit 1550-1554, gegoten door Peter van den Gheijn uit Mechelen. Tijdens deze restauratie werden de gebouwen aan weerszijde van de poort gesloopt en vervangen door weermuren en aan de zijde van de haven kwam een hoektoren. Deze situatie was gebaseerd op oude prenten. Aan de zuidzijde bleven de oude pakhuizen van de ‘Zierikzeese Koophandel’ van de firma Ribbens nog intact. Het oude café ‘Rotterdam direct naast de poort werd wel gesloopt. Aan de noordzijde werden twee van de drie vensters teruggebracht. De restauratie had een sterk historiserend karakter waarbij veel elementen werden gereconstrueerd, al dan niet aan de hand van bouwsporen. Dit sluit aan bij de e manier van restaureren in de jaren ’60-’70 van de 20 eeuw. De huidige restauratie-filosofie wijkt hier in af. Tegenwoordig worden bouwsporen en historisch ontstane situatie wel gehandhaafd en is reconstructie naar middeleeuwse situaties met waarschijnlijk een dosis interpretatie niet meer gebruikelijk.
3
Uit de 19e en het begin van de 20e eeuw bestaan veel schilderijen, prenten en foto’s van deze stadspoort. Een mooie selectie is opgenomen op de website: https://noggenblog.wordpress.com/2018/07/24/verhaaf-verder/
Tegen de zuidhavenpoort stond het destijds bekende café Rotterdam. Het witte gebouwtje met het schuin aflopende dak is het weegbrughuisje en daarvoor bevond zich de weegbrug. De foto dateert van vóór het terugbrengen van de stadsmuur. 14
15 1917 of eerder – noorderhavenpoort [beeldbank RCE]
2.5
Noordhavenpoort
Een andere naam waaronder deze stadspoort enige tijd bekend stond was de Porte de Bergen. e
14 eeuw e Net als de Zuidhavenpoort kent deze havenpoort zijn oorsprong in de 14 eeuw. Oorspronkelijk hadden beide havenpoorten waarschijnlijk eenzelfde soort opzet. Beide zijn echter op andere manieren verbouwd tot de huidige stadspoorten. De e muren en de fundamenten van deze 14 -eeuwse toren zijn gedeeltelijk terug te vinden in het westelijke deel van de bestaande poort. Circa 1492 Net als de Zuidhavenpoort is de poort rond 1492 verbouwd, toen de hertog Albrecht van Saxen opdracht gaf om aan beide zijden van de haven de stadspoort te versterken. Hij liet de stadspoort niet alleen versterken en bewallen, maar 4 verbouwde het waarschijnlijk ook provisorisch tot blokhuis. Niet alleen met het doel om te verdedigen, maar ook om hier soldaten te legeren om de pas verworven stad onder bedwang te houden. Circa 1507 Toen de verhoudingen tussen hertog Albrecht van Saxen en de landheer waren verbeterd was het bedwingen van de stad niet meer nodig. De Noordhavenpoort verbouwd en kreeg daarmee grotendeels zijn huidige vorm. Door deze vormgeving is er een bijzonder verdedigingswerk ontstaan. Het bestaat uit een hoefijzervormig bolwerk rond een binnenplaats. Deze was mogelijk voorzien van een weergang. Aan de buitenzijde fungeert de poort tevens als waterkering.
De dikke muren aan de buitenzijde werden uitgevoerd in natuursteen en de enige opening was de buitenpoort en op regelmatige afstand direct onder het dak vierkante, nu dichtgemetselde openingen met daartussen spleten die naar binnen wijder uitliepen. Wat lager waren spleten met ronde gaten daaronder, deze dienden als schietgat. De veronderstelling is geopperd dat de lagere gebouwen van de poort oorspronkelijk geen daken hebben gehad, maar de kleur van het metselwerk aan de binnenzijde vertonen geen sporen dat het aan de buitenlucht blootgesteld is geweest. 4
Een verdedigbare schuilplaats voor troepen. Vaak met een bergplaats voor munitie en gevangenis. Gebouwd om de stad in bedwang te houden.
e
e
Drie prenten uit waarschijnlijk de 17 en 18 -eeuwse prenten van de beide havenpoorten. De onderste is van G.B. Probst uit 1765. 16
De reden dat juist deze stadspoort werd uitgebouwd tot blokhuis is de strategische ligging. Voor de aanleg van de Nieuwe Haven (1598-1600) kwam op deze plek een zijkreek van de Gouwe op de haveningang uit. Daarnaast diende de Noordhavenpoort als waterkering tussen het zeewater en de Gouwe en het binnenwater. Het verschil in de waterstanden is ook te zien aan de schietgaten. Aan de zeezijde lagen deze boven de vloedstand. Aan de landzijde waren de kanonsgaten lager gelegen. In 1507 was de stadspoort/bolwerk bestemd voor de gewapende mannen van de Sinte Jacos Ghilde. e
e
2 helft 16 eeuw De stadspoort werd in 1559 aan de stadzijde verfraaid met siergevels. Deze gevels hadden geen defensieve functie en zijn daarom ook veel dunner uitgevoerd dan de andere gevels. Mogelijk waren het wachthuizen voor de schutterij of de bezetting. In het gebouw links van de binnenpoort bevindt zich een schoorsteen uit het e laatste kwart van de 15 eeuw met beeldjes op de draagstenen. (foto volgende pagina) Vanaf 2 juli 1576 werd Zierikzee tijdens het Spaanse beleg negen maanden aangevallen onder leiding van Mondragon. Het verhaal gaat dat de ijzeren staaf op de top van de Noordhavenpoort het degen van Mondragon is. e
17 eeuw Tegen de Noordhavenpoort werd de woning van de directeur van de stadsfabriek gebouwd, dit was de gemeente-bouwmeester. Hij woonde hier vanaf 1655. In 1666 werd een deel van de Noordhavenpoort voor bewoning verhuurd.
1893 [RCE]
e
18 eeuw Het noordelijke huis fungeerde deels als woning en deels als bergplaat. In 1726 vestigde zich in het woonhuis-gedeelte de stadssmidse. Onder het noordelijke deel zijn grote kelders deze werden vroeger als kalkkelders voor stadswerken gebruikt. e
19 eeuw Naast de noordelijke gevel stond een koetshuis, deze was in 1847 eigendom van notaris Van der Lek de Clercq die ernaast woonde. Het koetshuis deed later dienst als brandweergarage, tot deze voor deze functie te klein werd.
Ca 1920 – het complex gezien vanaf de Grachtweg. 17
e
e
1 helft 20 eeuw In 1918 gingen de eerste stemmen op om het gebouw te restaureren. Maar er gebeurde nog niets. In de jaren ’20 werd er door particulieren maar ook door het Heemschut op aangedrongen om de Noordhavenpoort te restaureren. Er werd zelfs geld voor beschikbaar gesteld, maar de restauratie bleef uit. Het huis aan de zuidzijde werd tussen 1914 en 1916 gebruikt als kazerne en voor de opvang van Belgische vluchtelingen. In 1917 werd het huis aan de zuidzijde inwendig verbouwd tot woning. Naast de buitenpoort stond een huisje dat in tweeën was gesplitst. In het begin e van de 20 eeuw werden deze aan arbeiders verhuurd.
1893 – de openstaande deur gaf toegang tot de poortwachterswoning. De laatste poortwachter woonde hier tot 1936. [RCE]
1811-1832 uitsnede kadastrale minuut. [RCE]
e
1950-1960 van de 20 eeuw De Noorder- en zuiderhavenpoort werden gerestaureerd. Aan de andere kant van de poort is, net zoals bij de Zuidhavenpoort een deel van de stadsmuur gereconstrueerd. De restauratie was een langslepende affaire. De eerste plannen dateerden uit 1918, maar het zou nog tot 1960 duren voordat de werkzaamheden werden aangevat. In 1970 was de restauratie voltooid. Tijdens de restauratie werd het beeldbouwwerk van de renaissance gevel aan de stadszijde vernieuwd. Na de restauratie vestigde het Noordhavenpoort-museum zich in het gebouw.
1963 – Noordhavenpoort tijdens de grootschalige restauratie. [RCE] 18
3
Beschrijving
3.1
Nobelpoort
Situatie De poort ligt asymmetrisch ten opzichte van de Korte Noebelstraat.
De doorgang is overwelfd met twee kruisgewelven, waarvan de gewelfbogen rusten op kraagstenen van zogenaamde Doornikse steen. Ongeveer 1,4 meter voor de zware eikenhouten deuren zijn nog sleuven te zien waar ooit een valhek heeft gezeten. De bediening hiervan zat op de verdieping. In de poortdeuren zit een klinket, dit was een kleine deuropening waardoor laatkomers nog naar binnen konden als de zware deuren gesloten waren. Deze kleine deur is voorzien van een groot grendelslot en een aantal zware grendels.
Exterieur Het poortgebouw bestaat uit een hoofdgebouw met poortonderdoorgang en wordt aan de landzijde geflankeerd door twee ronde torenlichamen waarvan de noord-westelijke toren is voorzien van een zestien-zijdige spits en de noordoostelijke toren met een achtzijdige spits. Het gebouw is opgetrokken in Zeeuwse moppen (7x14x28), de torens zijn in Vlaamsch verband gemetseld waarbij de kop een verglaasde steen is. Een opvallend element zijn de zware poortdeuren. Deze zijn in eikenhout uitgevoerd en voorzien van ijzerbeslag en in het patroon aangebrachte nagels met diamantvormige sierkoppen. De deur kon aan de binnenzijde worden afgesloten met behulp van twee zware stuitbalken. Deze konden aan weerszijden in uitsparingen in het metselwerk worden opgelegd. De kap is voorzien van leien is maasdekking. Deze dekking is gebruikelijk in deze streek. De leien zijn tijdens de restauratie van 1973-1979 vernieuwd. Interieur Begane grond Op dit bouwniveau bestaat het poortgebouw uit twee ronde torenlichamen en aan weerszijden van de poortdoorgang een vrij smalle rechthoekige ruimte. Deze zijn bereikbaar vanuit de poortdoorgang. Ze hebben een overwelving met een tongewelf en staan in verbinding met de ruimten in de toren. De vertrekken waren waarschijnlijk in gebruik als onderkomen/wachtruimte voor de poortwachters. Ze waren beide voorzien van een stookplaats tegen de buitenmuren.
In de torenruimten was traliewerk. Hier werden waarschijnlijk gevangen ondergebracht. Deze ruimten hebben in het verleden een privaat gehad. De schietgaten op deze bouwlaag wijken af van de bovenliggende bouwlagen. Ze hebben een opening met een rond gat en daarboven een verticale spleet. Deze waren voor de opstelling van een klein kaliber kanon. Dit laat zien dat ze tijdens een latere bouwfase zijn aangebracht.
Plattegrond begane grond [bron: Kroniek van het Land van de Zeemeermin (1995 p. 47)]
19
Eerste verdieping Deze verdieping heeft een bijna symmetrische indeling. In de oost- en westgevel bevindt zich aan de stadzijde een wenteltrap. Deze zijn gemetseld en voorzien van houten treden. De westelijke trap loopt tot de zolderverdieping, terwijl de oostelijke trap slechts tot de tweede verdieping gaat. Halverwege de trapopgang, tussen de begane grond en de eerste verdieping bevindt zich een bordes van waaruit men toegang had tot de weermuur. Aan de oostwand was een eenvoudige stookplaats en tegen de westwand een nis met restanten van een soort uitstortgootsteen. Deze was voorzien van een opening in de gevel zodat het vuile water afgevoerd kon worden in de gracht. De zolderbalklaag bestaat uit twee zware moerbinten en een aantal balken van geringere afmeting. De vloer bestaat uit brede delen. Er zijn twee deuropeningen die toegang geven tot de torenruimten. Deze zijn net als op de begane grond overwelft met een gemetseld koepelgewelf. De ruimte bevat verschillende licht- en schietopeningen. Deze kunnen in sommige gevallen worden afgesloten met luiken. In een bredere inham was vroeger een privaat.
e
1 verdieping
Tweede verdieping Deze heeft ongeveer hetzelfde plattegrond als de eerste verdieping. De stookplaat is dit keer echter aan de westzijde. In dezelfde hoek als op de eerste verdieping zijn er restanten van een gootsteen. Beide torenkamers zijn vrijwel gelijk aan die op de eerste verdieping. Ook hier zijn schietgaten en was een ruimte met privaat. De zolderbalklaag wordt ondersteund door twee zwaar uitgevoerde standvinkconstructies die weer rusten op de balklaag van de eerste verdieping. De houtconstructie heeft forse afmetingen en een grote diversiteit aan sleutelstukken. Één hiervan is voorzien van een gebeeldhouwd dierenfiguur.
e
2 verdieping
20
Zolder verdieping en kapconstructie De zolder heeft ongeveer dezelfde plattegrond als de verdiepingen. Via beide torenruimten is de omloop aan de buitenzijde bereikbaar. De kapconstructie van de hoofdkap bestaat uit twee hoofdspanten en een dwars hierop geplaatst spant voor de ondersteuning van de einddakschilden. De totale constructie van de zogenaamde sporenkap rust op de muren op muurrooster. Dit zijn twee gekoppelde muurplaten met blokkelen. Dit muurrooster is ook toegepast boven de spantliggers. De onderzijden van de koningsstijlen zijn fraai afgewerkt. Opvallend is het aantal schoren en windverbanden. Deze geven de kap een zeer solide indruk. Alle verbindingen van de kaponderdelen zijn aan elkaar bevestigd met houten nagels in plaats van gesmede nagels. De opbouw van beide torenspitsen komt in grote lijnen overeen met die van het hoofdgebouw. De spantopbouw bestaat uit een stelsel van vrij zware onderspanten, welke overgaan in een veel lichtere constructie. De muurroosters hebben bij de zestienkantige spits een rond grondvlak en bij de achtkantige spits een achthoekige vorm. Deze onderspanten zitten ongeveer op een derde van de spitshoogte. Ook de sporen lopen tot deze hoogte en worden dan opnieuw 5 verdeeld. In de loop van de tijd zijn er aan de kapconstructie van de spitsen en dan vooral de dakvoeten verschillende veranderingen aangebracht.
De laatste grootschalige restauratie dateert uit de jaren ’70. Het dakbeschot en delen van de constructie dateren uit deze tijd.
5
Gegevens uit deze paragraaf zijn grotendeels overgenomen uit: H. Goedegebure, in: Kroniek van het Land van de Zeermeermin, 1995 p. 50
21
3.2
Zuidhavenpoort
Situatie De stadspoort wordt aan weerszijde geflankeerd door een stukje stadsmuur. Aan de zijde van de haven heeft deze een weergang en aan de kant van de brug een torentje. De buitenzijde is voorzien van Brabantse natuursteen. Hiervoor is gekozen omdat deze veel harder is dan baksteen. In de nog bestaande muur zijn schietgaten te zien. Opvallend is dat deze zich in een oplopende lijn bevinden, gelijk met de loop van de oude straat. Het geschut stond op rijdende onderstellen.
ook enkele sinterde koppen. Waarschijnlijk hebben deze figuren ook aan deze zijde gezeten.
De weergang naast de stadspoort heeft afwisselend een sleuf en een vierkant gat met een latei van Doornikse steen. De weergang is tijdens de restauratie van de jaren ’60 van de twintigste eeuw ingrijpend gerestaureerd/gereconstrueerd aan de hand van oude afbeeldingen. De stadsmuur aan de noordzijde is tijdens deze restauratie opnieuw opgetrokken. Exterieur Deze stadspoort is soberder uitgevoerd dan de Nobelpoort. Het gebouw telt drie verdiepingen, die bereikbaar zijn via een tegen het gebouw geplaatst traptorentje. De poort is opgetrokken in grote Zeeuwse moppen. Aan de noord- en zuidzijde zijn figuren te zien, deze zijn aangegeven met groene geglazuurde koppen. Het gaat 6 hier om een ruitvorm. Voor de restauratie van de jaren ’60 bevatte de toren veel muurankers die waren aangebracht na verzakkingen. Deze zijn na de herstelwerkzaamheden deels verwijderd. e
Drie van de vier gevels zijn in het laatste kwart van de 18 eeuw opnieuw opgetrokken. Alleen de noordgevel is ouder. Dit is te herkennen aan het groter formaat baksteen en de aanwezigheid van een tandlijst ter hoogte van de vierde verdieping. De gevel had natuurstenen hoekstenen en banden. Tijdens een restauratie (voor 1946) is het natuursteen op willekeurige wijze teruggeplaatst en toen de voorraad op was eenvoudig weggelaten. In de noordgevel zijn nog vier dichtgemetselde schietgaten. De zuidgevel bevat aan de zuidzijde ook Zeeuwse moppen, mogelijk zijn deze nog oorspronkelijk. Aan de noordzijde zijn met groene sinterde koppen grote figuren in het metselwerk aangebracht. De zuidzijde bevat
6
Dergelijke tekens moesten de veiligheid van de stad vergroten, de Nobelpoort heeft een dubbel ruitvorm. Men geloofde in de werking van symboliek. [bron: http://www.bovenlichten.net/id334.html]
De noordgevel. De vensters zijn een reconstructie. Het metselwerk is grotendeels oorspronkelijk. 22
Op een tekening uit 1751 lijkt de zuidgevel ook vensters te hebben bevat. Deze openingen zijn in het interieur nog zichtbaar. In de huidige situatie zitten er in de noord gevel twee vensters, deze zijn tijdens de restauratie van de jaren ’60 gereconstrueerd. De openingen zijn gebaseerd op oude afbeeldingen en bouwsporen in de gevel. Tijdens deze restauratie zijn de schietgaten in de torentjes niet teruggebracht. Ook het derde venster is niet teruggebracht.
Het poortgebouw heeft een spitsboog als doorgang. Voor de zware eiken deuren bevindt zich een zware balk en een opening waar ooit een valluik heeft gezeten. De doorgang zelf is overwelfd. Anders dan bij de Nobelpoort zijn de drie bovenliggende verdiepingen niet via de poten bereikbaar, maar via een aparte traptoren. Deze is in de jaren ’60 zwaar gerestaureerd.
De stadsgevel, westgevel 23
Interieur Eerste verdieping Deze verdieping heeft twee nissen, mogelijk van een schoorsteen en/of gootsteen. In de huidige toestand bestaan de muren uit schoon metselwerk. De ruimte bevat een moderne blokvormige doos. Mogelijk met keukentje of toilet. Een steile houten trap geeft toegang tot de tweede verdieping. De vloer is voorzien van moderne vloerbedekking. Deze ligt waarschijnlijk op een klinkervloer (visgraatmotief). Voor het raam bevindt zich een gemetseld bankje. De constructie bestaat uit muurstijlen met korbelen moer- en kinderbalken. Tussen de korbelen en moerbalken bevinden zich eenvoudige sleutelstukken. Vanuit deze verdieping is ook de weergang aan de zuidzijde bereikbaar. Tweede verdieping De tweede verdieping is één ongedeelde ruimte. De muren zijn opgetrokken in schoon metselwerk. Voor de vensters zijn gemetseld zitjes. De constructie bestaat net als de onderliggende verdieping uit muurstijlen, korbelen en een moer- en kinderbalken gebint. De vloer bestaat uit brede houten delen. Hier overheen ligt (deels) moderne vloerbedekking. In twee nissen aan de zuidzijde is de aftekening te zien van een voormalig venster. Mogelijk waren dit de vensters die op de prent uit 1751 staat afgebeeld. In de buitengevel gaan deze momenteel schuil achter een later aangebrachte baksteen laag. Derde verdieping Deze verdieping bestaat ook uit één ongedeelde ruimte.
De muren zijn opgetrokken in schoon metselwerk. De vloer bestaat uit houten delen (waarschijnlijk in de jaren ’60 vernieuwd). De constructie wijkt af van de onderliggende verdiepingen. Er loopt een moerbalk van de west- naar de oostgevel. Deze is voorzien van een muurstijl met korbeel en sleutelstuk. De kinderbalken van de noord- naar zuidgevel zijn relatief zwaar uitgevoerd en worden op twee punten ondersteund door muurstijlen met korbelen (geen sleutelstukken). Op de moerbalk zijn verschillende bouwsporen te zien. Vanaf deze verdieping zijn de vier hoektorentjes bereikbaar. De vensters op deze verdieping bevinden zich in de west- en noordzijde en hebben geen zitjes. Een dichtgezet venster aan de zuidzijde bevat wel zitjes. Het is onduidelijk waarom deze tijdens de restauratie niet is teruggebracht. In deze gevel bevindt zich ook nog e een 2 nis.
Plattegrond van de derde (l) en tweede (r) verdieping [RCE]
Plafond eerste verdieping.
24
Zolderverdieping De zolderverdieping wordt bijna geheel in beslag genomen door de kapconstructie en het carillon dat hier tijdens de restauratie van de jaren ’60 is aangebracht (zie hoofdstuk bouwgeschiedenis). De vloer bestaat uit gele en grauwe plavuizen. De lichttoetreding van deze verdieping geschiedt door verschillende openingen met luiken en schietgaten welke met glas zijn dichtgezet.
Eerste verdieping: kachelnis.
Eerste verdieping: klinkervloer.
Tweede verdieping: één van de twee oude vensteropeningen in de zuidgevel.
Derde verdieping met een afwijkende constructie.
Derde verdieping: gemetselde zitjes voor een niet meer aanwezig venster en de toegang tot één van de oude torentjes.
Tweede verdieping
25
26 Op deze gevel is goed te zien dat er in de gevel verschillende vensters en deuren zijn dichtgezet of gewijzigd. [RCE]
3.3
Noordhavenpoort
Situatie De noordhavenpoort is gelegen aan de noordzijde van de entree tot de Oude Haven. De doorgang wordt niet alleen door langzaam verkeer gebruikt zoals bij de andere twee stadspoorten, maar ook door autoverkeer. Tijdens de opname van het gebouw was slechts een deel van het gebouw toegankelijke, namelijk de zuiden westvleugel. De noordvleugel en het naastgelegen woonhuis waren niet toegankelijk. Exterieur Het poortgebouw bestaat uit een buitenpoort en een binnenpoort. Deze zijn verbonden door van oudsher wachtlokalen met een weergang. De binnenplaats die hierdoor ontstaat is 28 meter lang en 4 à 5 meter breed. In het begin van de e 20 eeuw diende de ruimte aan de oostzijde (landzijde) als woning van de gepensioneerde poortwachter en het bouwdeel aan de westzijde (stadzijde) was in gebruik als berging voor de brandweer (zie plattegrond volgende pagina). Het venster aan deze zijde is in die tijd versmalt. Dit versmalde venster is tijdens de restauratie van de jaren ’60 niet teruggebracht naar zijn oude formaat, maar voorzien van een historiserend kruis raam met stenen stijlen. De buitenmuren zijn opgetrokken in witte Gobertanger en Ledesteen. De siergevel aan de stadszijde (west) bestaat uit twee trapgevels deze zijn verbonden door een doorgang met rondboog. De gevel is opgetrokken in witte Brabantse steen.
In stijl zijn deze gevels verwant aan de renaissancegevel van het stadhuis. De siergevel aan de stadzijde is een zgn. rolwerkgevel. Op de hoeken van de trapgevels staan bollen en elke gevel heeft zes muurankers en jaarankers ‘1559’. Aan de landzijde (oost) bevinden zich sleuven waardoor hete pek of olie kon worden gegoten. Doordat het gebouw in een flauwe bocht is gebouwd kon er van buitenaf niet in de binnenplaats/straat worden geschoten. In de buitenmuren van de poort zijn gaten te vinden voor kanonnen en musketten, met daarboven de kijksleuven. Ook bevinden zich in de overdekte weergang werpgaten en kijksleuven. Aan de zijde van de gracht, op plekken die minder belangrijk waren voor de defensie zijn privaten aangebracht. Deze hingen niet boven het water, maar werden via verticale kanalen geloosd. Deze kanalen monde onder water in de gracht uit. Één privaat kwam uit in een kanonsgat. Dit was waarschijnlijk een kanonsgat waar geen kanon achterstond, maar puur gemaakt was om de vijand te overbluffen.
De westgevel (stadzijde)
De oostgevel (landzijde)
De noordgevel (grachtzijde) 27
Interieur Begane grond Tussen de dikke muren is relatief weinig ruimte. Tijdens de restauratie van de jaren ’60 zijn de niet oorspronkelijke tussenmuren verwijderd, waardoor de voormalige portierswoning één grote ruimte is geworden. De balkenplafond met bovenliggende houten vloerdelen zijn in het zicht en op de vloer liggen (in ruit vorm) oranje en grijze plaveizen. Deze dateren waarschijnlijk van de restauratie uit de jaren ’60. Mogelijk dateert ook de doorgang naar het bredere deel aan de westzijde (stadszijde) ook uit deze periode, aan het metselwerk te zien is deze aangebracht op de plek van een oudere doorgang. Hier bevindt zich eveneens één ongedeelde ruimte. Verdieping De verdieping is relatief laag (circa 1.80) de kapconstructie is in het zicht. Op de vloer liggen grauwe en geel-rode plaveizen in een diagonale legging.
Enkele interieurelementen. De bustes onder de schouw zijn tijdens de restauratie van de jaren ’60 gereconstrueerd.
Plattegronden uit 1894 met daarop o.a. de bewaarplaats van de brandweer, de poortwachterwoning. [beeldbank RCE] In groot formaat opgenomen in de bijlage.
De foto rechts is de kap/verdieping van de zuidelijke deel.
Zijgevel (zuidzijde) voor de restauratie/reconstructie van de jaren ’60. [RCE}
28
29
4
Waardestelling
4.1
Inleiding
Op basis van voorgaande hoofdstukken is inzicht verworven in de bouwgeschiedenis van het onderzochte pand. Met dit inzicht wordt in dit hoofdstuk een waardering gegeven van de monumentwaarden van het pand. Deze waardering volgt de richtlijnen voor Bouwhistorisch onderzoek, opgesteld door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, de Stichting Bouwhistorie Nederland, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, het Atelier Rijksbouwmeester en de Rijksgebouwendienst. In onderstaande paragrafen wordt zowel de externe als de interne monumentwaarde van het onderzochte object aangegeven. Bij de externe waardestelling worden de criteria van de Richtlijnen Bouwhistorisch Onderzoek gevolgd. Hierbij wordt tevens rekening gehouden met de waardestelling van de redengevende omschrijving. Een interne waardenstelling geeft inzicht in de monumentale opbouw van het object en biedt kansen bij ruimtelijke opgaven zoals herbestemming. Bij deze waardestelling is rekening gehouden met de externe monumentwaarde. Bij een interne monumentwaarde wordt onderscheidt gemaakt tussen de volgende onderdelen: Een indifferente monumentwaarde wordt gegeven aan onderdelen van relatief weinig belang voor de structuur en/of betekenis van het object. Een positieve monumentwaarde kan worden toegekend aan onderdelen die van belang zijn voor de structuur en/of betekenis van het object.
Een hoge monumentwaarde wordt toegekend aan die onderdelen die van cruciaal belang zijn voor de structuur en/of betekenis van het object.
4.2
Externe monumentwaarde
Algemene historische waarden Ensemble- en stedenbouwkundige waarden Architectuurhistorische waarden Bouwhistorische waarden Waarden vanuit de gebruikshistorie
Hoog x x x x x
Positief
Laag
1) De stadspoorten kunnen gezien worden als verwijzing naar de tijd waarin, in de middeleeuwen, plaatsen met stadsrechten werden voorzien van vestingwerken bestaand uit een omgrachting, stadsmuren en stadspoorten. Dit type gebouw laat bovendien de technische en typologische ontwikkeling zien. Dus de manier van het verdedigen van een stad. 2) Er zijn maar weinig oude steden waarbij het verdedigingswerk nog zo intact is als bij Zierikzee. Er zijn nog drie van de zes stadspoorten aanwezig, enkele fragmenten stadsmuur (deels gereconstrueerd in de jaren ’60-’70) en bijna de gehele omgrachting. Dit ensemble van onderdelen heeft daarom ook een hoge monumentwaarde. Tijdens latere restauraties en opruimwerkzaamheden zijn de poortwachterswoningen van de Nobelpoort en de Zuidhavenpoort echter gesloopt. Bij de Noordhavenpoort bevond deze woning zich binnen het gebouw. Het wegpoetsen van deze elementen sluit aan bij de restauratie-filosofie van e halverwege de 20 eeuw. Tegenwoordig zouden deze waarschijnlijk ook binnen het complex worden beschermd omdat de torens niet alleen een verdedigende functie hadden, maar ook als poort dienden, waarbij de poortwachter een belangrijke rol had. 3) De architectuurhistorische waarde is ook hoog.
Dit is vooral te danken aan het belang van de stadspoorten voor de geschiedenis van de architectuur, de verwijzingen naar het functionele gebruik en de esthetische kwaliteiten van het ontwerp. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan de toegepaste ornamenten en verglaasde (groen) koppen die decoratief in het metselwerk zijn toegepast. 30
4) De bouwhistorische waarde wordt bepaald door het belang van de stadspoorten voor de geschiedenis van de bouwtechniek, het materiaalgebruik en de historische gelaagdheid, dat wil zeggen de afleesbaarheid van de bouwgeschiedenis. Tijdens de laatste grootschalige restauratie in de jaren ’60-’70 zijn de stadspoorten deels ‘schoongepoetst’ waarbij een deel van deze historische gelaagdheid verloren is gegaan. Bijvoorbeeld door bij de Nobelpoort latere bakstenen te vervangen door ‘oude’ Zeeuwse moppen. Maar van de andere kant is ook geprobeerd om de historische gelaagdheid weer meer zichtbaar te maken door schietgaten, privaten weer zichtbaar te maken en door de aanzet van de stadsmuren weer in het metselwerk terug te brengen (Nobelpoort) of zelfs geheel te reconstrueren (Zuiden Noordhavenpoort). 5) De waarde vanuit de gebruikshistorie heeft niet alleen betrekking op de historische functie zelf, maar gaat om het belang vanwege de inrichting van gebouwen passende bij de historische functie. Hierbij moet bijvoorbeeld gedacht worden aan sporen van de verdedigingsmiddelen zoals valluiken, maar ook gebruikssporen zoals schouwen, privaten en gootstenen.
4.3
Interne monumentwaarde
Nobelpoort Exterieur Het exterieur heeft een hoge monumentwaarde vanwege de ouderdom en de herkenbaarheid van het gebouw. De historiserende wijzigingen uit de jaren ’70 zoals de vensters en de toen aangebrachte bouwsporen van de oude stadsmuur hebben geen hoge monumentwaarde omdat de ouderdom van het materiaal gering is. In veel gevallen zijn de reconstructies wel gebaseerd op aangetroffen bouwsporen en/of andere historische bronnen vandaar dat deze een positieve monumentwaarde hebben. e De in de 19 eeuw opgetrokken sluitmuur tussen de beide torens (landzijde) heeft eveneens een positieve monumentwaarde. Deze muur voor de oude muur is niet verbonden met de functie van het gebouw, maar werd puur aangebracht vanwege de slechte staat van het achterliggende muurwerk. De hijsbalk en het luik refereren naar de functie van opslagplaats. Constructie De constructie heeft een hoge monumentwaarde. Een deel van de constructie is tijdens de restauratie van de jaren ’70 vernieuwd. Deze vernieuwingen hebben qua materiaal een lagere waarde, maar zijn waarschijnlijk wel in het zelfde materiaal en dezelfde vormgeving uitgevoerd. Behoud is daarom wenselijk.
Interieur Het interieur oogt in de huidige situatie ‘Middeleeuws’, tijdens de restauratie van de jaren ’70 is het interieur schoongeveegd, latere tussenmuren werden verwijderd, muren ontdaan van latere afwerklagen en interieurelementen zoals schouwen en gootstenen werden gerestaureerd en soms zelfs gereconstrueerd. Dat wil echter niet zeggen dat deze elementen geen monumentwaarde hebben, de monumentale waarde is nog steeds hoog tot positief omdat ze (waarschijnlijk) gebaseerd zijn op gedegen onderzoek en aanwezige fragmenten.
Noordhavenpoort: dichtgezette vensters in de zuidgevel.
31
Zuidhavenpoort Exterieur Het exterieur van de Zuidhavenpoort heeft een hoge monumentwaarde. Hoewel slechts één buitenmuur nog uit de middeleeuwen dateert, is de kern en de bouwmassa nog steeds uit de middeleeuwen, met enkele latere aanpassingen. De toren werd in de loop van de tijd steeds aangepast aan nieuwe wapentechnieken e of nieuwe functies. Op oude prenten is te zien dat het gebouw in de 19 eeuw, toen de defensieve functie minder belangrijk was geworden, onderdeel was geworden van zijn stedelijke omgeving; omringt door gebouwen. Waarschijnlijk e was deze ontwikkeling al eerder in gang gezet. Op stadsplattegronden uit de 17 en e 18 eeuw is bebouwing direct naast de poort zichtbaar. De huidige situatie is tijdens de restauratie van de jaren ’60 ontstaan zodat de stadspoort en de deels opnieuw opgetrokken weergang met torentje bij de haven beter tot hun recht kwamen. Constructie De constructie heeft een hoge ouderdom. Op verschillende plekken is deze aangepast. Deze bouwsporen hebben geen negatieve invloed op de monumentale waarde.
Constructie De constructie is in veel gevallen nog oorspronkelijk en heeft een hoge monumentwaarde. Een deel van de balken zijn tijdens latere restauraties vervangen, echter wel door soortgelijke balken als de oorspronkelijke. Een deel van de verdieping heeft een vrij lage balklaag. Dit kan problematisch zijn bij herbestemming. De balken hebben echter een hoge monumentwaarde. Interieur Net als bij de anders stadspoorten is tijdens de restauratie van de jaren ’60 in het interieur veel ‘schoongepoetst’. Er zijn echter nog wel veel bouwsporen aanwezig. Deze hebben een hoge monumentwaarde omdat ze de historische gelaagdheid van het complex laten zien. De vloerafwerking en de houten trappen en bijbehorende balustrades dateren allemaal uit de tijd van de restauratie van de jaren ’60 en hebben een indifferente monumentwaarde. De vele (kanons)nissen, schouwen, zitjes voor de ramen etc hebben ook een hoge monumentwaarde. Sommige zijn tijdens de restauratie van de jaren ’60 ingrijpend gerestaureerd en mogelijk zelfs teruggebracht, ze dragen echter wel bij aan het verhaal van het gebouw en zijn daarmee van belang voor de gebruikshistorie.
Interieur Net als de Nobelpoort is de Zuidhavenpoort in zijn huidige vorm vrij kaal. De poort heeft vele functies gehad en is ook bewoond geweest. Waarschijnlijk zijn al deze bouwhistorische lagen tijdens de restauratie van de jaren ’60 verwijderd om het middeleeuwse gebouw meer tot zijn recht te laten komen. Net als bij de Nobelpoort zal ook bij deze poort het nodige zijn gereconstrueerd. Oude elementen zoals wanden (met bouwsporen), vloeren (m.u.v. derde verdieping) en interieurelementen zoals nissen, zitjes een schouw hebben een hoge monumentwaarde omdat deze iets vertellen over het gebruik van de ruimte.
Noordhavenpoort Exterieur Het exterieur heeft een hoge monumentwaarde vanwege de ouderdom, de zeldzaamheid van het gebouwtype, de architectonische waarde en de historische gelaagd. Aan de zuidzijde (tuinzijde) zijn verschillende gevelopeningen dichtgezet. e Deze 20 -eeuwse invullingen hebben een indifferente monumentwaarde. Noorderhavenpoort - verdieping
32
5
Uitgangspunten bij herbestemming
Bij een herbestemmingsonderzoek wordt altijd gekeken op welke plekken een monument mogelijkheden heeft voor een nieuwe functie, aanpassing of uitbreiding zonder (teveel) inbreuk te doen op de monumentale waarden. Bij stadspoorten is dit bijzonder lastig; het zijn gebouwen met een hoge ouderdom, zeldzaamheid en iconische functie voor de stad. Uit deze bouwhistorische DNAanalyse is gebleken dat de stadspoorten in de loop van de tijd verschillende functies hebben gehad en meerdere malen zijn aangepast. Tijdens grootschalige restauraties in de jaren ’60-’70 zijn de stadspoorten ingrijpende gerestaureerd/gereconstrueerd naar een Middeleeuws ideaalbeeld. Vaak wel gebaseerd op historische bronnen en/of aangetroffen bouwsporen. Aansluitend op e e e deze restauratie-filosofie werd de historische gelaagdheid uit de 17 , 18 , 19 eeuw uitgewist. Tegenwoordig is de kijk op restauratie en monumentale waarden veranderd. De stadspoorten in hun huidige verschijningsvorm zijn echter wel de poorten zoals ze al een halve eeuw bij de bevolking en toeristen bekend zijn. Verandering is – hoewel misschien historisch verantwoord – niet altijd gewenst. Recht doen aan de cultuurhistorische betekenis De stadspoorten hebben eeuwenlang een belangrijke functie gehad in de verdediging van de stad, als controlerende poortfunctie en later als herkenningssymbool voor de stad.
Hierbij vormen de poorten een ensemble met de grachten en stadsmuren. De gebouwen worden gekenmerkt door imposante dikke muren, gemetseld met Zeeuwse moppen en fraaie zwaar uitgevoerde houten constructies. Bij alle stadspoorten zijn nog sporen van verdedigingswerken zichtbaar. Deze dienen herkenbaar te blijven en indien mogelijk versterkt. Behoud van oorspronkelijk materiaal Dit heeft niet alleen betrekking op de middeleeuwse stenen en houtconstructies, maar ook op de toegepaste bouwtechnieken en detaillering. Niet oorspronkelijke vloerafwerkingen of moderne trappen hebben geen monumentale waarde. Soms is hierbij wel rekening gehouden met de oorspronkelijke vormgeving van deze elementen, zoals de vernieuwde luiken, vensters en/of deuren en in ander gevallen zijn dit interpretaties van de restauratiearchitecten geweest. Bij herbestemming dienen deze oorspronkelijke materialen én technieken behouden te blijven.
Nieuwe toevoegingen geïnspireerd op het verleden In de bouwhistorische DNA-analyse is een beeld geschetst van de veranderingen die in de loop van de tijd zijn uitgevoerd aan de stadspoorten en ook hoe hun functie in de loop van de tijd is gewijzigd. Mogelijk kan hier inspiratie uitgehaald worden voor nieuwe toevoegingen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan: Nobelpoort Terugbrengen van een deel van de stadsmuur of de poortwachterwoning. De poort en de poortwachter waren eeuwenlang met elkaar verbonden en had buiten de oorlogstijd een belangrijke functie in de stad. Zuidhavenpoort Terugbrengen poortwachterwoning/aangrenzende bewoning, waardoor de toren weer meer in een stedelijk ensemble komt te liggen. Indien er meer lichttoetreding nodig is kan dit gebeuren door bijvoorbeeld dichtgezette vensters weer terug te brengen. Noorderhavenpoort Verbinding met de tuin aan de zuidzijde: dit kan gebeuren door eerder dichtgezette venster- en deuropeningen weer te openen. Deze zijn waarschijnlijk tijdens de restauratie van de jaren ’60 dichtgezet om het gebouw weer het karakter te geven van een massief vestingwerk. Er kan weer een (functionele)verbinding worden gezocht met het deel dat momenteel deel uitmaakt van de naastgelegen woning. Reversibele ingrepen De restauratiefilosofie van de jaren ’60-’70 wijkt af van de huidige manier waarop wordt gerestaureerd.
De manier waarop we tegenwoordig naar herbestemming van monumenten kijken kan over 20 jaar weer anders zijn. Daarom is het van belang dat ingrepen reversibel zijn. Dus bijvoorbeeld geen ingefreesde glazen scheidingswanden om nieuwe toevoegingen aan het monument te verbinden. Hoge kwaliteit van ontwerp en vakmanschap Voor een goed ontwerp is een ervaren restauratie-/herbestemmingsarchitect noodzakelijk. Alleen met een gedegen kennis van monumenten kan er een goede afweging worden gemaakt tussen respect voor het oude en toevoeging van het nieuwe. 33
Colofon
Bibliografie Belangrijke inhoudelijk bronnen voor hoofdstuk 2 zijn:
Product Bouwhistorische DNA-analyse Stadspoorten van Zierikzee Versie: 25-04-2020
H. Goedegebure, De restauratie van de Nobelpoort te Zierikzee (1973-1979) in: Kroniek van het land van de zeemeermin, jaargang 20, 1995 p. 41-54 https://tijdschriftenbankzeeland.nl/issue/kro/1995-0101/edition/0/page/43?query=nobelpoort&sort=relevance www.zierikzee-monumentenstad.nl
Opdrachtgever Gemeente Zierikzee Laan van Sint Hilaire 2 4301 SH Zierikzee
Opdrachtnemer Hylkema Erfgoed Contactpersoon: Ben Verfürden Auteur: Katheleine Koornstra Mariahoek 4 3511LD Utrecht 030-232 88 66
P.D. de Vos, De stadspoorten van Zierikzee, de vereniging Stad en Lande van Schouwen-Duiveland, 1946 Overige bronnen: P. van Beveren en P. Heering, Een wandeling door Zierikzee, 1949 J.L. Brader en C.P. Pols, Zierikzee zoals het was (deel 1, 2, 3 en 4), 1971-1991 Mr. A Loosjes, Stadspoorten en muurtorens, in: Sprokkelingen in Nederland (Reeks A, serie 2, 192201923), Amsterdam Scheltema & Holkema boekhandel H. Uil, Zierikzee, monumentenstad aan de Schelde, 1995 H. Uil, Gezichten in de straten van Zierikzee met een historische beschrijving, 1996 J.J. Westendorp Boerma en C.A. van Swigchem, Zierikzee, vroeger en nu, 1972 P. Wijnen, Een rondje Zierikzee, 1992 www.sandercoumou.nl/?pagina=gebouwenzierikzee www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl
34
Bijlage Plattegronden en doorsneden uit 1894 (Noordhavenpoort) Bouwkundige tekeningen uit 1890 (Nobelpoort)
35
36
37
38
39
40
41
42
43