CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20220322 Raadsbrief Ontwerpbestemmingsplan 'Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland bijlage 1

Gemeenteraad 29 maart 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken13.096 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Op 800m ten noorden van de planlocatie aan de overzijde van de Rijksweg N59 bevindt zich een kleinschalig bosgebied met bijzondere landschappelijke waarde. Bescherming soorten Een ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk te maken of er door het plan mogelijke negatieve effecten kunnen optreden op in en om het plangebied aanwezige beschermde soorten. Activiteiten die een schadelijk effect kunnen hebben op beschermde soorten zijn in principe verboden. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt een algemene zorgplicht. Schade aan flora en fauna dient zoveel mogelijk voorkomen te worden. Plangebied In de huidige situatie is het plangebied in gebruik als agrarisch bedrijfsperceel. De planlocatie bevindt zich niet binnen of aansluitend aan een beschermd natuurgebied. Ten behoeve van de ontwikkeling zal

voormalige

bedrijfsbebouwing

worden

gesloopt

tevens

zullen

er

kleinschalige

bouwwerkzaamheden worden uitgevoerd. In de beoogde situatie vindt een extensivering plaats van het gebruik van het perceel ten opzichte van het huidige bedrijfsmatige gebruik. De voertuigbewegingen die samenhangen met de bouwwerkzaamheden zullen opgaan in het gebruikelijke verkeer in en om de kern. Gezien de afstand tot natuurgebieden en de kleine schaal van de ontwikkeling zijn negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van onder meer versnippering, verstoring en licht- en geluidseffecten uitgesloten. Het hergebruik van een voormalige bedrijfslocatie voor een tweetal burgerwoningen aan de rand van de bebouwde kom betreft een kleinschalige ontwikkeling. In de beoogde situatie zullen de bedrijfsmatige verkeersbewegingen vervallen, het netto areaal oppervlak zal verminderen en het gebruik van het perceel zal minder intensief worden. Door de bouwwerkzaamheden en als gevolg van de verkeersbewegingen van de nieuwe bewoners, vindt een toename plaats van de uitstoot van verzurende stoffen waaronder CO2. Om het effect van stikstofdepositie te kunnen bepalen is op basis van het voorgeschreven rekenprogramma Aerius Calculator in februari 2022 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd door Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

30

De Roever Omgevingsadvies BV. De onderzoeksresultaten zijn onderstaand weergegeven. In februari 2022 is door ecologisch adviesbureau de NWC Advies een verkennend flora- en faunaonderzoek uitgevoerd. Resultaten flora en faunaonderzoek Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er geen effecten op vleermuizen, vogels met een vaste verblijfplaats, grondgebonden zoogdieren, herpetofauna, vaatplanten of broedvogels te verwachten zijn als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Tijdens de aanlegfase dient invulling te worden gegeven aan de algemene zorgplicht. Voor alle in het wild levende dieren dienen nadelige gevolgen zo veel mogelijk te worden voorkomen. Dit betekent voor de ontwikkeling dat: Zoveel mogelijk wordt gewerkt buiten de kwetsbare periode van aanwezige soorten.

Waaronder in ieder geval het rooien van beplanting buiten het broedseizoen (broedseizoen loopt van ca maart tot en met augustus); Werkzaamheden zo min mogelijk plaatsvinden tussen zonsondergang en zonsopkomst; Zo min mogelijk gebruik wordt gemaakt van verlichting; Voorafgaand aan het verwijderen van vegetatie of andere schuilplaatsen van dieren, wordt gecontroleerd op de aanwezigheid van soorten (zoals egels) en dieren zorgvuldig worden verplaatst naar een geschikte locatie in de directe omgeving; Tijdens de bouwperiode wordt aangeraden om te voorkomen dat binnen het bouwterrein geschikt biotoop ontstaat voor overwintering of voortplanting van de rugstreeppad. In de periode half april en half juli wordt aangeraden om te voorkomen dat er water in terreinlaagtes ontstaat. De onderzoeksrapportage is opgenomen in bijlage 1. Resultaten stikstofdepositieonderzoek Om het effect van stikstofdepositie te kunnen bepalen is op basis van het voorgeschreven rekenprogramma Aerius Calculator in februari 2022 een stikstofdepositieberekening uitgevoerd door De Roever Omgevingsadvies BV. Per 1 juli 2021 is de Wet stikstofverbetering en natuurbescherming in werking getreden. Op basis van de wet zijn bouwactiviteiten door het tijdelijke karakter uitgezonderd van de natuurvergunningplicht. De vrijstelling geldt niet voor het nieuwe gebruik.

Uit de rekenresultaten blijkt dat de stikstofdepositie op de voor stikstof gevoelige Natura 2000-gebieden in de gebruiksfase niet hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. De rapportage is opgenomen in bijlage 7. Conclusie Het plan heeft geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor beschermde soorten of natuurgebieden in de omgeving. Er is geen sprake van een vergunningplicht op grond van de Wet natuurbescherming.

4.7

Mobiliteit en parkeren

De gemeente Schouwen- Duiveland heeft in 2018 het Parapluplan parkeernormen SchouwenDuiveland vastgesteld. Middels het parapluplan is bij het vestigen van een nieuwe functie de parkeernormering uit de nota ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ van toepassing. Op basis van bovenstaande nota dient bij een nieuwe ontwikkeling aangetoond te worden dat op basis van de CROW- kencijfers parkeren (publicatie 317) op eigen perceel kan worden voldaan aan de parkeernormering. Met de oprichting van een tweetal aaneen gebouwde woningen in een matig stedelijk gebied worden 2 parkeerplaatsen per woning aangelegd. Hierdoor zijn er minimaal 4 parkeerplaatsen beschikbaar. De woningen beschikken over een ruim perceel waarbinnen ook het bezoekers parkeren kan worden opgevangen. Hiermee kan de parkeervraag van de woningen ruimschoots op eigen terrein worden opgevangen. Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

31

De woningen worden ontsloten door middel van een bestaande inrit op de Bosblokdreef. De Bosblokdreef is een doodlopende weg en sluit via de kern Oosterland aan op de regionale en nationale (N59) infrastructuur. Door de oprichting van een tweetal woningen ter vervanging van een agrarische bedrijfslocatie zal de verkeersintensiteit ter plaatse niet significant toenemen. De verkeersbewegingen door de functiewijziging naar wonen zijn marginaal en inpasbaar in het bestaande verkeersbeeld.

Figuur 13

4.8

Ontsluitingssituatie plangebied

Luchtkwaliteit

Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen (titel 5.2 Wm) voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 microgram/m3 voor zowel PM10 als NO2. Voor woningbouw is deze grens nader gedefinieerd tot 1500 woningen netto bij 1 ontsluitingsweg of 3000 woningen bij 2 ontsluitingswegen. Conclusie De beoogde functiewijziging van een bedrijfswoning naar een burgerwoning en de oprichting van een extra wooneenheid leidt niet tot een overschrijding van de grenswaarden voor PM10 en NO2. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

32

4.9

Externe veiligheid

Het uitgangspunt van het externe veiligheidsbeleid is het ruimtelijk scheiden van risicobronnen en kwetsbare objecten. Zonering vindt plaats door middel van veiligheidsafstanden op basis van berekende risico’s of te verwachten effecten bij calamiteiten. Het plaatsgebonden risico, afgekort met PR, geeft de kans aan dat iemand die zich een jaar lang onafgebroken en onbeschermd op een plek bevindt, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het PR heeft geen relatie met de omgeving. Het groepsrisico, afgekort met GR, is de cumulatieve kans per jaar dat een groep van 10 personen of meer overlijdt door een ongeval bij een risicovolle activiteit met een gevaarlijke stof. De hoogte van het groepsrisico wordt niet alleen bepaald door de kans dat zich een ongeval met gevaarlijke stoffen voordoet maar ook door het aantal potentiële slachtoffers in de omgeving van de risicobron. Plangebied Een burgerwoning is geen activiteit met een veiligheidsrisico voor de omgeving. Een woonfunctie is binnen het externe veiligheidsbeleid aangemerkt als een gevoelige bestemming. Het oprichten van woningen binnen een beschermingszone (PR) is niet toegestaan. Volgens de Risicokaart bevinden zich in de directe omgeving van het plangebied geen inrichtingen die vallen onder de werkingssfeer van het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi).

De meest nabij gelegen inrichting met een installatie waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt bevindt zich aan de Lage Maireweg 1 op circa 100m afstand van het plangebied. Deze afstand is voldoende groot. De installaties vormen geen beperking voor de ontwikkeling van het plangebied. Er bevinden zich geen buisleidingen waarvoor een extern veiligheidsrisico geldt in de directe omgeving van het plangebied. Op een afstand van circa 800 meter ten noorden van het plangebied bevindt zich de Rijksweg N59. Deze weg is opgenomen in het Basisnet. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over deze weg is echter beperkt. Voor de weg is geen externe plaatsgebonden risico PR 106 vastgesteld. Het groepsrisicoplafond GR bedraagt 73m. Voor de weg geldt geen plasbrandaandachtsgebied. De afstand van het plangebied tot de weg is voldoende groot.

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

33

Figuur 14

Uitsnede Risicokaart.nl

Conclusie De afstand van het plangebied tot omliggende gevoelige functies is voldoende groot. De toekomstige bewoners zijn voldoende zelfredzaam en kunnen op eigen kracht de woning verlaten. In de woning zijn maatregelen getroffen in de vorm van rookmelders en blusmiddelen. Hiermee zijn voldoende maatregelen getroffen om de veiligheid van de toekomstige bewoners te waarborgen. Aanvullende risico reducerende maatregelen zijn niet noodzakelijk. Er zijn geen belemmeringen door de beoogde ontwikkeling voor de veiligheid van toekomstige bewoners en gebruikers.

4.10 Energie, Klimaat en Kringloopeconomie Onder het begrip ‘duurzaamheid’ worden een aantal maatschappelijke ontwikkelingen samengevat. Met de energietransitie wordt beoogd om de CO2 uitstoot terug te brengen door over te schakelen van het gebruik van fossiele energie naar hernieuwbare vormen van energie. Klimaatverandering vergt een ruimtelijke adaptatie waarbij de openbare ruimte wordt aangepast om de negatieve effecten van klimaatverandering te verkleinen of weg te nemen. De overgang naar een circulaire economie gaat uit van het hergebruiken van producten en grondstoffen. Alle ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst aan de wijze waarop ze ene bijdrage leveren aan het verduurzamen van de leefomgeving. In de gemeentelijke Energie-Agenda is energiebesparing en het gebruik van duurzame energie een belangrijk thema. De toepassing van duurzame energievormen en klimaatbestendig ontwikkelen door rekening te houden met waterveiligheid, wateroverlast, hitte en droogte zijn belangrijke thema’s voor bestemmingsplannen. Door bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen reeds te Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

34

anticiperen op duurzaamheid, kan in een vroeg stadium reeds een bijdrage worden geleverd aan het verminderen van de effecten van klimaatverandering en gebruik van fossiele brandstoffen. Regelgeving Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. Vanaf 1 januari 2021 dient de energiebehoefte van een woning te voldoen aan de norm voor een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). In het kader van de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) is de aansluitingsplicht van aardgas voor kleinverbruikers bij nieuwbouw geschrapt. Dit betekent dat nieuw woningen aardgasvrij moeten worden gebouwd. In het Bouwbesluit is opgenomen dat bij de aanvraag Omgevingsvergunning het bij nieuwbouwwoningen en kantoren groter dan 100 m² verplicht is om een Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) te overleggen. Een MPG is een belangrijke maatstaf voor duurzaamheid van een gebouw. De gemeente is verplicht uit het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie om in 2020 een plan te hebben om de gemeente in 2050 klimaatbestendig te hebben. Plangebied De nieuwe woning zal aardgasloos worden gerealiseerd. De woning zal zo volledig mogelijk worden geïsoleerd om de energiebehoefte te kunnen minimaliseren. De woning wordt voorzien van een warmtepomp, luchtbehandeling en zonnepanelen.

De bouwtechnische aspecten waaronder de energievoorziening van de woning vormen een uitwerkingsaspect en zullen gedetailleerd uitgewerkt worden in de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het onderdeel bouwen. Op basis van bestaande duurzaamheidsregelgeving is reeds geborgd dat aan de geldende regelgeving zoals vastgelegd in het Bouwbesluit 2012 en de BENG normering zal worden voldaan. tijdens de bouw zal zo veel mogelijk gebruikt worden gemaakt van niet-uitlogende materialen en hernieuwbare materialen. Bij de bouwtechnische uitwerking van de woning zal zo veel mogelijk worden aangesloten bij de doelstellingen van de gemeente om nieuwe ontwikkelingen zo veel mogelijk bij te laten dragen aan een circulaire economie. Onderdeel van de ontwikkeling vormt het beplantingsplan. Op basis van het beplantingsplan wordt het perceel groen omzoomd. Opgaand groen levert een positieve bijdrage aan het voorkomen van hittestress door de hiermee samenhangende realisatie van schaduwrijke plekken. Beplanting levert tevens een bijdrage aan het vasthouden van grondwater. Hiermee wordt verdroging tegen gegaan. Het vasthouden van grondwater voorkomt het doordringen van zoute kwel in de bovenste grondlagen In de waterparagraaf wordt uitvoerig ingegaan op de aspecten die relevant zijn voor de waterhuishouding in relatie tot de nieuwe ontwikkeling.

Uitvoering en instandhouding van het beplantingsplan zijn geborgd via de verbeelding middels een groenbestemming en in de regels van het bestemmingsplan door middel van een voorwaardelijke verplichting. Conclusie De beoogde ontwikkeling levert een bijdrage aan de duurzaamheidsambities van de gemeente wat betreft de ruimtelijke adaptatie als gevolg van klimaatverandering en verduurzaming van de energiebehoefte. In materiaalgebruik wordt zo veel mogelijk aangesloten bij de uitgangspunten voor een circulaire economie. Deze uitwerking vindt plaats in de omgevingsvergunningaanvraag voor het onderdeel bouwen.

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

35

4.11 Licht en duisternis De gemeente beoogt negatieve effecten van lichthinder door kunstmatige verlichting te voorkomen. Negatieve effecten van lichthinder worden bepaald door de aard, intensiteit, duur en plaats van de verlichting in relatie tot de blootstelling. Via de gemeentelijke Module Licht en Duisternis (2009) streeft de gemeente naar het zo goed mogelijk borgen van de duisternis. In de beleidsnota zijn uitgangspunten opgesteld voor het toepassen van buitenverlichting aan gevels en op percelen. In de uitgangspunten is tevens een prioriteitsvolgorde opgenomen: Verlichting alleen plaatsen wanneer dit noodzakelijk is; Alleen verlichten wanneer dit noodzakelijk is; Alleen de plaats verlichten waar licht nodig is; Geen onnodig fel licht toepassen; Alle buitenverlichting dynamisch op basis van bewegingssensoren en neerwaarts gericht zodat er buiten het terrein geen zicht is op de lichtbron; Paardenbakken worden niet verlicht. Plangebied Het plangebied bevindt zich op de grens van de bebouwde kom met het buitengebied. Vanaf het open buitengebied is er veel zicht op het planperceel. De zichtlijnen worden grotendeels doorbroken door de aanleg van beplantingselementen. Door toepassing van dynamische verlichting en neerwaarts richten van de lichtbron en alleen gebruik te maken van noodzakelijk verlichting, wordt lichthinder zo veel mogelijk beperkt.

Conclusie Met de inrichting van het perceel en de plaatsing van lichtbronnen wordt aangesloten op de beleidsuitgangspunten uit de gemeentelijke Module Licht en Duisternis.

4.12 Vormvrije MER-beoordeling Het Besluit tot wijziging van het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht (reparatie en modernisering milieueffectrapportage) (Staatsblad 102, jaargang 2011) zijn op 28 februari 2011 gepubliceerd. Deze reparatie van het Besluit milieueffectrapportage was nodig door het arrest van het van de EU van 15 oktober 2009 (Commissie tegen Nederland, zaak C-255/08). Het Besluit milieueffectrapportage kende een systeem van absolute drempelwaarden. Het systeem van absolute drempelwaarden bood in de praktijk vanwege de duidelijkheid grote voordelen. Gebleken is echter, dat het onmogelijk is om de drempelwaarden zo te formuleren dat rekening wordt gehouden met alle criteria van bijlage III van de richtlijn, zoals bijv. cumulatie, en daarbij te garanderen dat onder die drempelwaarde geen sprake kan zijn van aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu. Dit betekent dat de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst van het Besluit mer een indicatief karakter krijgen. Op grond van artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht dient het bevoegd gezag zijn keuze om géén mer-beoordeling te maken voor een activiteit die beneden de drempelwaarde valt, te motiveren in de overwegingen van het moeder-besluit. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Ingeval de vormvrije m.e.r.-beoordeling als resultaat heeft dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen worden uitgesloten moet die conclusie door het bevoegd gezag worden opgenomen in de tekst van het uiteindelijke besluit in de moederprocedure.

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

36

Beoordeling Onderliggend bestemmingsplan maakt de realisatie van twee woningen mogelijk. Binnen het plangebied is in de uitgangssituatie reeds een bedrijfswoning aanwezig. Er is sprake van de netto toevoeging van één woning ter plaatse. In geval van woningbouwontwikkelingen wordt getoetst aan activiteit D11.2: ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject, met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Deze activiteit is m.e.r.beoordelingsplichtig in geval deze betrekking heeft op een oppervlakte van 100 ha of meer of wanneer het een aaneengesloten gebied van 2000 woningen of meer betreft. De activiteit blijft qua omvang en oppervlakte ver onder de drempelwaarden. Er is derhalve geen sprake van een stedelijk ontwikkelingsproject zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.. Om de milieugevolgen ten gevolge van de geplande ontwikkeling in beeld te brengen zijn diverse onderzoeken verricht. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in de andere paragrafen van dit hoofdstuk. Conclusie De conclusie is dat geen milieueffectbeoordeling behoeft te worden opgesteld. Gelet op de kenmerken van de activiteit is het Besluit m.e.r. niet van toepassing.

4.13 Water 4.13.1 Algemeen Water en ruimtelijke ordening hebben veel met elkaar te maken. Aan de ene kant is water één van de sturende principes in de ruimtelijke ordening en kan daarmee beperkingen opleggen aan het ruimtegebruik. Aan de andere kant kunnen ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Water vormt een steeds belangrijker aspect bij ontwikkelingen op onder meer het gebied van woningbouw en bedrijventerreinen. Het plangebied bevindt zich binnen het beheergebied van het Waterschap Scheldestromen. Het Waterbeheerplan 2016-2021 vertaalt de wet- en regelgeving naar concrete beleidsdoelstellingen voor het beheer van waterkeringen, het oppervlaktewatersysteem en de afvalwaterketen. Hoofddoelstellingen voor het duurzaam omgaan met water in en nabij de kernen zijn: • Voorkomen van wateroverlast; • • •

Waterpeil afstemmen op het grondgebruik en de functies landbouw, natuur en wonen; Gezond oppervlaktewater; Faciliteren van verantwoord gebruik van zoetwater;

•

Duurzaam en efficiënte afvalwaterzuivering.

In de ‘Startovereenkomst Waterbeleid 21e eeuw’ (d.d. 14 februari 2001) is door rijk, provincies, Waterschappen en gemeenten overeengekomen dat in alle nieuwe ruimtelijke plannen een zogenaamde watertoets opgenomen dient te worden. In de toelichting van een bestemmingsplan dient op basis van artikel 3.6 lid 1 Bro aangegeven te worden op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. In artikel 3.1.1. van het Bro is vastgelegd dat bij het opstellen van het bestemmingsplan overleg dient plaats te vinden met de waterbeheerder. Water dient in een zo vroeg mogelijk moment in de planvorming te worden meegenomen. Bij voorkeur in de initiatieffase. De gemeente is in principe verantwoordelijk voor de omgang met hemelwater in het stedelijke gebied, maar legt wel meer verantwoordelijkheid bij de perceeleigenaar. Pas wanneer men zich niet redelijkerwijs van het hemelwater kan ontdoen is de gemeente gehouden aan het treffen van maatregelen (Waterwet, art. 9a). De gemeente zal beoordelen wat zij in dit verband redelijkerwijs

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

37

van de perceeleigenaar mag vragen. Daarbij moet rekening worden gehouden met de gewenste voorkeursvolgorde voor de omgang met hemelwater. 4.13.2 Watertoets Het waterschap heeft een Handreiking watertoets opgesteld met daarin een watertoetstabel. Aan de hand van deze tabel kan het waterschap nagaan of het plan past binnen de waterdoelstellingen. Aan de Lange Achterweg 6 vinden in ruimtelijke zin geen wijzigingen plaats. Voor de waterparagraaf is alleen de locatie aan de Bosblokdreef van belang. De watertoetstabel is opgenomen in bijlage 3. 4.13.3 Overige waterhuishoudkundige aspecten Veiligheid waterkeringen Het plangebied bevindt zich volgens de Keur (20 juni 2019) en de bijbehorende legger waterkeringen niet binnen de beschermingszone van een waterkering. Er is geen effect op de waterveiligheid.

Figuur 15

Uitsnede Legger waterkeringen 2012

Voorkomen van overlast door oppervlaktewater In de huidige situatie is het plangebied grotendeels verhard met bebouwing en bedrijfsmatige verharding. Het bestaande areaal verhard oppervlak bestaat uit ongeveer 480 m2. In de nieuwe situatie neemt het verhard oppervlak nagenoeg niet toe. Er verdwijnt geen open water door de functiewijziging. Er worden twee woningen opgericht met een oppervlakte van ca 384m2. De bestaande bedrijfsverharding wordt verwijderd en maakt plaats voor tuinen bij een woning. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Voorkomen van overlast door hemel- en afvalwater Het schone hemelwater wordt gescheiden van het huishoudelijk afvalwater en infiltreert ter plaatse. Het overtollig hemelwater vloeit af via omliggende watergangen. Hergebruik van hemelwater ter plaatse is in beperkte mate mogelijk door middel van opvang in regentonnen. Het afvalwater wordt via een nieuwe aansluiting afgevoerd via het bestaande gemeentelijke rioleringsstelsel. Hiervoor wordt een aansluiting aangevraagd. Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

38

Grondwaterkwantiteit en verdroging Er is in de nieuwe situatie geen sprake van het onttrekken van grondwater. Er is sprake van een hydrologisch neutrale situatie. Het overtollige regenwater infiltreert ter plaatse zoals in de bestaande situatie het geval is. In de tuin wordt een vijver aangelegd welke tevens kan dienen voor de opvang van overtollig regenwater. Oppervlaktewaterkwaliteit Tijdens de bouw wordt gebruik gemaakt van duurzame, niet uitlogende materialen. Volksgezondheid De realisatie van 2 woningen heeft geen negatieve effecten op de volksgezondheid. Bodemdaling Als gevolg van de ontwikkeling vindt er geen wijziging plaats van het waterpeil. Het plan heeft geen bodemdaling tot gevolg. Natte natuur In de nieuwe situatie is sprake van een extensivering van het gebruik van het perceel doordat de bestaande bedrijfsmatige activiteiten worden beëindigd. Er zijn geen effecten op natte natuur als gevolg van de beoogde functiewijziging. Onderhoud oppervlaktewater Ten zuiden van het plangebied, aan de Bosblokdreef bevindt zich een watergang die wordt beschermd op grond van de Keur en de bijbehorende legger oppervlaktewateren. Deze watergang met bijbehorende beschermingszone van 7 meter uit de insteek van de watergang is van secundair belang voor het watersysteem. In de nieuwe situatie zal de bebouwing op grotere afstand van de watergang worden gerealiseerd.

De nieuwe woning heeft geen effect op de watervoerende functie beschermde watergang en de noodzakelijke onderhoudswerkzaamheden.

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

39

Figuur 16

Uitsnede Legger oppervlaktewaterlichamen

Belangen waterbeheerder Met de oprichting van de twee woningen zijn er geen effecten op de werking van omliggende objecten, terreinen of (vaar) wegen die voor het waterbeheer van belang zijn. Conclusie De functiewijziging van een voormalige bedrijfswoning naar burgerwoning heeft geen invloed op de omliggende watergangen of het watersysteem ter plaatse. Er is sprake van een hydrologisch neutrale ontwikkeling. Hergebruik van hemelwater bij woningen kan beperkt plaatsvinden door middel van gietwater voor de tuin. Het vuile water wordt afgevoerd via het gemeentelijke rioolstelsel. De beoogde ontwikkeling is inpasbaar binnen de waterdoelstellingen. De voor de planontwikkeling uitgevoerde watertoets heeft de instemming van het Waterschap Scheldestromen en op 21 april 2021 heeft het waterschap een positief wateradvies uitgebracht. De aan het waterschap voorgelegde watertoetstabel en het uitgebrachte officiële wateradvies zijn opgenomen in bijlage 3 en 4.

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

40

5.

JURIDISCHE PLANOPZET

5.1

Inleiding

Doel van dit bestemmingsplan is het opstellen van een juridisch- planologische regeling ten behoeve van de functiewijziging naar wonen aan de Bosblokdreef 5 en de daarmee samenhangende wijziging van de bouwmogelijkheden aan de Lange Achterweg 6 in Oosterland. Sinds 1 juli 2008 is de nieuwe Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden. Hiermee dienen bestemmingsplannen in digitale vorm (RO-standaarden) te worden vastgesteld. De planregels sluiten verder aan bij de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) 2012, bij het bestemmingsplan ‘Buitengebied’ uit 2009, bestemmingsplan ‘Diverse initiatieven buitengebied’ uit 2014, het ‘Parapluplan parkeernormen Schouwen- Duiveland’ uit 2018 en het ontwerp ‘Parapluplan wonen’ uit 2020.

5.2

Bestemmingen

Het plangebied aan de Lange Achterweg 2-10 behoudt in de nieuwe situatie zijn woonbestemming. De aanduiding maximaal aantal wooneenheden wijzigt naar 3. Aan het plangebied aan de Bosblokdreef worden de volgende bestemmingen en aanduidingen toegekend: Bestemming ‘Wonen’ Binnen de woonbestemming is uitsluitend een geschakelde woning toegestaan met 2 wooneenheden. De uitvoering van de kenmerkende stedenbouwkundige aspecten van het architectonische ontwerp is geborgd in de planregels. De bepalende stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn opgenomen in bijlage 2 van de planregels. Naast de woonfunctie zijn in beperkte mate nevenactiviteiten aan huis zoals een kleinschalige B&B toegestaan. Het inrichtings- en beplantingsplan is opgenomen in bijlage 1 van de planregels. Bestemming ‘Wonen-bebouwde kom’ Ter hoogte van de percelen aan de Lange Achterweg 2 tot en met 10 is in relatie tot de ontwikkeling van een extra wooneenheid aan de Bosblokdreef een niet-gerealiseerde bouwtitel ingetrokken. De overige bouw- en gebruiksregels voor de percelen aan de Lange Achterweg blijven ongewijzigd. Bestemming ‘Groen’ Binnen de groenbestemming wordt de aanleg en instandhouding van de landschappelijke structuren op de perceelgrens zoals opgenomen in het inrichtings- en beplantingsplan voor de locatie planologisch geborgd.

Bestemming ‘Tuin’ Binnen de tuinbestemming is de achtertuin gelegen van beide woningen. Binnen de aanduiding ‘Specifieke bouwaanduiding- bijgebouwen 1’ is een vrijstaand bijgebouw toegestaan bij de woningen. Dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie-7’ Ten behoeve van de bescherming van potentieel aanwezige archeologische waarden in de ondergrond bij bodemingrepen. Maatvoering ‘Maximum aantal wooneenheden’ Binnen het bouwvlak aan de Bosblokdreef worden in de nieuwe situatie maximaal 2 wooneenheden toegestaan. Aan de Lange Achterweg in Oosterland is een niet-gerealiseerde bouwtitel ingetrokken. Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

41

Het maximum aantal wooneenheden ter hoogte van het bouwvlak aan de Lange Achterweg bedraagt in de nieuwe situatie 3 wooneenheden. Bouwaanduidingen Bebouwing kan uitsluitend worden opgericht binnen het als zodanig in de verbeelding weergegeven bouwvlak. Indien er op de verbeelding een gevellijn is opgenomen, dan dient de voorgevel van bebouwing ter hoogte van deze gevellijn te worden gesitueerd. Ter hoogte van de aanduiding ‘Specifieke bouwaanduiding- geschakeld’ is uitsluitend een geschakelde woning toegestaan. Ter hoogte van de aanduiding ‘bijgebouwen’ zijn uitsluitend aangebouwde bijbehorende bijgebouwen van de geschakelde woningen toestaan. Karakteristiek Ter hoogte van de aanduiding ‘karakteristiek’ mogen vrijstaande of twee-aaneen gebouwde woningen worden gebouwd. Vrijwaringszone-Molenbiotoop Ter bescherming van de windvang van de molen, gelden ter hoogte van de als zodanig aangeduide molenbiotoop bouwbeperkingen.

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

42

6.

UITVOERBAARHEID

6.1

Economische uitvoerbaarheid

Behalve de ruimtelijke en milieukundige uitvoerbaarheid, dient tevens de financieel-economische uitvoerbaarheid van een ruimtelijke ontwikkeling inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer een ruimtelijk besluit een bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening, mogelijk maakt, is de gemeente op basis van de grondexploitatiewet verplicht om de kosten hiervan te verhalen op de aanvrager. Dit is vastgelegd in artikel 6.12 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. De gemeente dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan tevens een exploitatieplan vast te stellen. Van een bouwplan als bedoeld in artikel 6.2.1 van het Bro is onder meer sprake indien sprake is van de bouw van één of meer woningen of de bouw van één of meer andere hoofdgebouwen. Tevens is een exploitatieplan noodzakelijk indien er specifieke locatie-eisen gesteld worden aan de uitvoering. In afwijking van het bepaalde in artikel 6.12 lid 1 Wro kan de gemeenteraad besluiten om de kosten anderszins te verzekeren. Het betreft hier een private ontwikkeling waarbij het risico geheel gedragen wordt door de initiatiefnemer. Alle (voorbereiding)kosten (zoals plankosten, onderzoeken en procedures, inclusief gemeentelijke begeleiding) zijn voor rekening van initiatiefnemer (via leges heffing).

Verder worden in een anterieure overeenkomst nadere afspraken vastgelegd tussen de gemeente Schouwen-Duiveland en de initiatiefnemer over dit bestemmingsplan en de daarin opgenomen planontwikkeling, waaronder bijvoorbeeld over het kostenverhaal van eventuele planschadeclaims en de principes op basis waarvan de woningen gerealiseerd worden, zoals het duurzaam waarborgen van de landschappelijke inpassing. Voor de gemeente zelf zijn er geen kosten verbonden aan de verwezenlijking van het plan. Op grond van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende is gegarandeerd en er kan worden afgezien van het opstellen van een exploitatieplan.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1 Resultaten vooroverleg Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) voorgelegd aan de Provincie Zeeland, het Waterschap Scheldestromen en de Veiligheidsregio Zeeland. De gevoerde vooroverleg procedure heeft geleid tot de volgende vooroverlegreacties/ resultaten. De Provincie Zeeland heeft enkele opmerkingen op het voorontwerpbestemmingsplan gemaakt met betrekking tot de Wet natuurbescherming, stikstof, archeologie en de molenbiotoop. Naar aanleiding hiervan is het bestemmingsplan op onderdelen aangepast/aangevuld. Het Waterschap Scheldestromen heeft geen opmerkingen op het voorontwerp. Tevens is gemeld dat hun vooroverlegreactie tevens het wateradvies is. Ook de Veiligheidsregio Zeeland hebben aangegeven geen opmerkingen te hebben op het voorontwerpbestemmingsplan. De vooroverlegreacties zijn opgenomen in bijlage 8 van deze plantoelichting. 6.2.2 Resultaten ter inzagelegging ontwerpbestemmingsplan In het kader van de vaststellingsprocedure ex artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) wordt het ontwerpbestemmingsplan 6 weken ter inzage gelegd. Gedurende de periode van terinzagelegging wordt eenieder de gelegenheid geboden een zienswijze te geven op dit plan.

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

43

P.M. resultaat ter inzage legging

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

44

BIJLAGEN

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

45

BIJLAGE 1 Flora- en faunaonderzoek Natuur Wetenschappelijk Centrum NWC d.d. feb 2022

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

46

BIJLAGE 2 Inrichtings- en beplantingsplan Bosblokdreef 5 Oosterland Ruimte & Groen Tuin- en Landschapsarchitectuur BV d.d. december 2021

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

47

BIJLAGE 3 Watertoetstabel d.d. 22 april 2021

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

48

BIJLAGE 4 Wateradvies Waterschap Scheldestromen d.d. 22 april 2021

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

49

BIJLAGE 5 Resultaten verkennend bodemonderzoek MCG Zuidwest BV d.d. April 2021

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

50

BIJLAGE 6 Inrichtingstekening nieuwe situatie Architectenbureau Erik van den Bos d.d. december 2021

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

51

BIJLAGE 7 Stikstofdepositieberekening De Roever Omgevingsadvies BV d.d. Februari 2022

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

52

BIJLAGE 8 Vooroverlegreacties • • •

Waterschap Scheldestromen d.d. 21 april 2021 Veiligheidsregio Zeeland d.d. 10 januari 2022 Provincie Zeeland d.d. 18 januari 2022

Bestemmingsplan Bosblokdreef 5 en Lange Achterweg 2-10 Oosterland

53

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11328114/1