20220215 Raadsbrief Stand van zaken stikstofproblematiek bijlage 1
Tekst van het document
MEMO Stand van zaken stikstof Januari 2022 Sinds de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 29 mei 2019 is de toetsing van projecten en activiteiten op het effect op Natura2000-gebieden voor wat betreft het aspect stikstof moeilijker geworden. Ook wordt steeds meer duidelijk dat de stikstofproblematiek rechtstreeks gevolgen heeft voor de ontwikkelingsmogelijkheden binnen onze gemeente, met name op de Kop van Schouwen, maar ook bijvoorbeeld in de nabijheid van Bruinisse. Sinds 2019 wordt u met enige regelmaat geïnformeerd over de ontwikkelingen rondom het stikstofdossier en de lokale ontwikkelingen (255509, 473497). In het advies van januari 2020 (366995) bent u voor het laatst geïnformeerd over de stand van zaken op dat moment. In dit advies wordt een overzicht gegeven van de huidige stand van zaken, zowel op landelijk, provinciaal als gemeentelijke niveau. 1. Landelijke ontwikkelingen 1.1 Rekenprogramma AERIUS Op 20 januari 2022 is het rekenprogramma AERIUS geactualiseerd. Er zijn een aantal grote wijzigingen ten opzichte van de vorige versie. 1. De stikstofdepositie van alle bronnen worden tot op een afstand van 25 km berekend. Voorheen was dat voor wegverkeer op 5 km. Dit betekent dat er op grotere afstand van de weg nog een stikstofdepositie kan worden berekend. Of dit in de praktijk ook (substantiële) gevolgen heeft, is nog onduidelijk.
Dit zal afhankelijk zijn van het aantal verkeersbewegingen, het aandeel vrachtverkeer en de ligging ten opzichte van stikstofgevoelige natuur. Voor andere bronnen, zoals stookinstallaties, was er geen grens, de bronnen werden doorberekend tot 0,00 mol/ha/jr. Hierdoor konden stikstofemissie op grote afstand nog effect hebben. Met name voor het salderen van stikstofdeposities heeft dit consequenties. De biomassacentrale bij de glastuinbouw in Sirjansland veroorzaakt bijvoorbeeld tot in Gelderland stikstofdeposities die in de passende beoordeling deels zijn gesaldeerd en deels ecologisch zijn onderbouwd. Door de stikstofdepositie tot op een afstand op 25 km te berekenen hoeven geen stikstofdeposities op grote afstand meer te worden gesaldeerd of onderbouwd. Andersom is de kans dat er binnen onze gemeente stikstofrechten worden opgekocht en behoeve van een ontwikkeling elders in het land ook kleiner. Dit is nu wel gebeurd voor de ontwikkeling van het Logistiek Park Moerdijk. Hiervoor zijn de stikstofrechten van een veehouderij binnen onze gemeente opgekocht. 2. De habitatkaart is geactualiseerd. Voor de Kop van Schouwen levert dit een meer gedetailleerde kaart op. Wat het effect is op de uitkomst van de AERIUS berekeningen is nog niet duidelijk en ook dit zal afhankelijk zijn van de locatie. 3.
De emissiekentallen van een aantal bronnen zoals wegverkeer en mobiele installaties zijn in het rekenprogramma aangepast. Het algemene beeld is nu dat alle wijzigingen tezamen leiden tot een hogere berekende stikstofdepositie. Evenals bij de vorige update worden in lopende procedures voor een omgevingsvergunning de AERIUS berekening door ons geactualiseerd. De uitkomst wordt via de dossiereigenaar gecommuniceerd met de aanvrager en, indien van toepassing college en/of raad. Indien nodig wordt overleg gevoerd over de uitkomst.
In bestemmingsplanprocedures is al vroegtijdig gecommuniceerd over de update van AERIUS. Er moeten nieuwe berekeningen worden aangeleverd. De uitkomst wordt meegenomen in het overleg over het betreffende plan. De provincies hebben aangegeven geen (ontwerp)besluiten meer ter inzage te leggen tussen half december 2021 en 20 januari 2022. Na 20 januari 2022 moeten lopende aanvragen eerst worden aangevuld met een actuele AERIUS berekening. Deze wordt dan opnieuw beoordeeld, waarna de procedure wordt vervolgd. 1.2 Jurisprudentie In het stikstofdossier zijn de afgelopen periode een aantal belangrijke uitspraken gedaan. 1. Op 20 januari 2021 heeft de Afdeling bepaalt dat voor intern salderen geen natuurvergunning nodig is van de provincie. 2. Voor bestemmingsplannen geldt de hoofdregel dat de referentiesituatie de feitelijke, planologisch legale situatie, ten tijde van vaststelling van het plan is. Op 20 september 2021 (Heiloo) heeft de Afdeling bepaalt dat voor bestemmingsplannen onder voorwaarden afgeweken kan worden van de hoofdregel. De Afdeling heeft drie voorwaarden geformuleerd, waaraan strikt is getoetst. Dit is de eerste en tot nog toe enige uitspraak die ruimte geeft om van de hoofdregel af te wijken. In de praktijk blijkt het niet eenvoudig om aan de voorwaarden te voldoen. 3.
Er is veel onrust ontstaan over het advies van de landsadvocaat om vergunningen actief in te trekken. Zowel de Afdeling (Logtse Baan) als de rechtbank (Amercentrale) hebben in een uitspraak op deze mogelijkheid gewezen. Het intrekken van (niet gebruikte ruimte in) vergunningen zou volgens de landsadvocaat een beter middel zijn om tot een stikstofreductie te komen dan onteigenen. Dit betekent in de praktijk dat alle bedrijven die nog ruimte hebben in een natuurvergunning die (nog) niet wordt gebruikt, deze mogelijk kunnen verliezen. Bedrijven hebben dan niet direct meer beschikking over stikstofruimte en moeten die, indien nodig, via intern- of extern salderen vinden. 2. Provinciale ontwikkelingen 2.1 Stikstofbanken De provinciale beleidsregels voor extern salderen zijn aangepast. Dit was nodig om de stikstofbanken te verankeren. Hiermee hebben alle provincies de microdepositiebank open gesteld. De microdepositiebank is bedoeld voor het salderen van kleine stikstofdeposities (0,01 mol/ha/jr), vaak op grotere afstand van de bron. Vulling van de microdepositiebank gebeurd via restruimte die vrijvalt bij extern salderen óf via bronmaatregelen. De verwachting is dat door de invoer van de 25 km grens, er minder behoefte is aan de microdepositiebank. Er is op dit moment landelijk nog geen vulling van de microdepositiebank, wel is er zicht op enkele projecten die vulling geven.
Met de aanpassing van de beleidsregels is het ook mogelijk de doelenbank te verankeren. De doelenbank geeft stikstofruimte voor specifieke ontwikkelingen. De vulling van doelenbanken vindt alleen via bronmaatregelen plaats. Vanuit Zeeland is er nog geen vulling ingebracht. Bij het openstellen van de doelenbank moet hier wel concreet zicht op zijn. In Zeeland zijn de volgende doelen vastgesteld: Havens, Landbouw, Recreatie en Industrie. Er wordt eerst gewerkt aan een doelenbank voor Industrie. Het is het streven van de provincie om de doelenbank eind dit jaar te openen (mits er zicht is op vulling). Dit jaar zullen wij ook aan het gesprek met de provincie deelnemen over de doelenbank Recreatie.
2.2 Bronmaatregelen Er hebben zich in Zeeland 3 veehouderijen gemeld voor de opkoopregeling (eerste tranche). De aanvragen worden door de provincie beoordeeld. Of er ook binnen onze gemeente bedrijven gebruik maken van deze regeling is nog niet bekend. We houden hierover contact met de provincie, ook om eventueel stoppende bedrijven te kunnen ondersteunen in een vervolgactiviteit op de locatie. Er is overleg tussen de provincie Zeeland en de provincie Antwerpen, met name ronde de havenontwikkelingen. De provincie heeft inmiddels juridische stappen genomen tegen de omgevingsvergunning van Ineos in het havengebied. De omgevingsvergunning die door de provincie Antwerpen is verleend zorgt voor een stikstofdepositie op onder andere Natura2000gebied Oosterschelde. Ook met Oost- en West Vlaanderen wordt overleg gevoerd. Met name de intensieve veehouderij daar veroorzaakt depositie in Zeeland. 2.3 Data Er lopen diverse onderzoeken om meer inzicht te krijgen in de stikstofdepositie en de herkomst daarvan. - Er is inmiddels satellietdata voor NOx en NH3 beschikbaar. Hiermee zijn de patronen en bronnen beter inzichtelijk. - Via het RIVM zijn gegevens beschikbaar over vergunde stikstofdeposities. Hiermee is het mogelijk de stikstofdepositie op een Natura-2000 gebied terug te herleiden naar bronnen. - Met RIVM en terreinbeheerders wordt gesproken over het plaatsen van extra meetpunten.
- Daarnaast wordt onderzoek gedaan om de herkomst van de stikstofdepositie nog beter te kunnen duiden. Zoals voor de bron “ammoniak uit zee”. 2.4 Gebiedsgerichte aanpak De gebiedsgerichte aanpak Kop van Schouwen verloopt traag. Na de zomer 2021 zou veel informatie beschikbaar zijn (zie ook 2.3), maar dat wordt nu voorjaar 2022. Het gebiedsproces wordt dit jaar wel weer gestart, zeker ook omdat de provincies voor 1 juli 2023 een gebiedsplan moeten opstellen. Op grond van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering moet een gebiedsplan worden opgesteld waarin de maatregelen zijn opgenomen die tot een stikstofreductie van 50% in 2030 (omgevingswaarde) moeten leiden. Of de reductiedoelstelling in de Wet geldt voor geheel Nederland of per Natura2000-gebied is nog niet duidelijk. Provincies en Rijk zijn hierover in gesprek. Het is duidelijk dat de omgevingswaarde voor 2030 op de Kop van Schouwen als gevolg van autonome ontwikkelingen niet wordt gehaald. Dit komt met name door de niet-beïnvloedbare bronnen (zee, scheepvaart, buitenland). Als de uitkomst van het overleg tussen Rijk en provincies dat de reductieopgave voor elk Natura2000-gebied geldt, ligt er voor de Kop dus nog een forse opgave. 2.5 PAS-melders Er zijn een aantal bedrijven die onder PAS, conform de toen geldende regeling, een melding hebben gedaan. Dit zijn de zogenaamde PAS-melders.
Sinds de uitspraak van de Afdeling op 29 mei 2019 zijn deze bedrijven niet meer in het bezit van een natuurtoestemming. De stikstofdepositie die zij veroorzaken is “illegaal”. Het ministerie heeft in de Wet stikstofreductie en natuurverbetering opgenomen dat binnen 3 jaar de PAS-melders over een natuurvergunning
moeten beschikken. De betreffende bedrijven konden zich dit jaar melden via het RVO bij de provincies. Rijk en provincie gaan op zoek naar stikstofruimte voor de betreffende ontwikkelingen. Binnen onze gemeente zijn 4 PAS-melders. De bedrijven hebben zich aangemeld bij het RVO. De gegevens zijn inmiddels overgedragen aan de provincie Zeeland. De provincie beoordeelt of de stikstofruimte nog nodig is (is de aangevraagde activiteit al uitgevoerd of nog gewenst) en er wordt berekend of/hoeveel stikstofruimte nodig is. Daarna wordt, indien nodig, een vergunningentraject ingezet. In het overleg met de provincie worden wij over de voortgang geïnformeerd. 3. Gemeentelijke ontwikkelingen 3.1 Ontwikkelingsmogelijkheden in relatie tot de stikstofruimte Er vinden op dit moment voor een groot aantal ontwikkelingen gesprekken plaats over de stikstofonderbouwing. Het gaat met name om ontwikkelingen die betrekking hebben op verblijfsrecreatie en detailhandel. Omdat de stikstofproblematiek vaak bepalend is voor de ontwikkelingsmogelijkheden, wordt dit aspect eerst afgerond. Ook om te voorkomen dat er een volledig plan ligt dat nog op allerlei onderdelen moet worden aangepast. We constateren dat het steeds moeilijker wordt om, met name in en rond de Kop van Schouwen, de stikstofonderbouwing op de juridisch juiste wijze rond te krijgen.
Daarbij nemen we altijd de juridische ontwikkelingen (jurisprudentie) mee. Dit leidt er soms toe dat er een oplossing komt die ontwikkelingsmogelijkheden biedt, zoals in het geval van de hotelontwikkeling aan de Noordstraat in Burgh-Haamstede. Maar steeds vaker moeten we constateren dat het vinden van stikstofruimte moeilijk is en veel inspanning van initiatiefnemers vraagt en vaak ook extra kosten met zich meebrengt. Dit heeft consequenties voor ontwikkelingen; ze gaan niet door of alleen in aangepaste (vaak afgeslankte) vorm. De stikstofonderbouwing kost daarnaast ook veel tijd, waardoor een ontwikkeling minder snel kan plaatsvinden dan gewenst en bijvoorbeeld de voorbereiding van een bestemmingsplan lang (soms jaren) duurt. De verwachting is dat dit de komende jaren niet zal wijzigen. Zeker niet als de reductiedoelstelling per Natura2000-gebied moet worden gehaald (zie onder 2.4). 3.2 Vergunningverlening provincie In de periode 20 oktober 2020 en 6 oktober 2021 heeft de provincie een besluit genomen op zijn 14 aanvragen om natuurvergunningen vanuit Schouwen-Duiveland, waarin het aspect stikstof ook een rol speelt.
Er is 10 keer een natuurvergunning verleend voor woningen, één keer voor een horecaontwikkeling, één keer voor een veehouderij en één keer aan de DNWG voor de vernieuwing van de drinkwaterleiding in duingebied Kop van Schouwen Daarnaast is 4 keer een aanvraag geweigerd. In drie gevallen gaat het om een positieve weigering. De natuurvergunning wordt dan geweigerd, omdat na toetsing geconstateerd is dat er geen natuurvergunning nodig is. De natuurvergunning voor de hotelontwikkeling aan de Noordstraat is geweigerd omdat niet voldaan werd aan de op dat moment geldende provinciale beleidsregels. 3.3 Lopende procedures gemeente DES (biomassacentrale) De biomassacentrale bij de glastuinbouw in Sirjansland heeft een natuurvergunning aangevraagd. Tegen het ontwerpbesluit is een zienswijze ingediend. Op verzoek van de provincie
heeft de aanvrager de stikstofdepositie deels gesaldeerd en deels ecologisch onderbouwd. Dit heeft ertoe geleid dat de provincie de vergunning heeft verleend. Er is geen beroep ingesteld en de vergunning is inmiddels onherroepelijk. Hotelontwikkeling Noordstraat Voor de hotelontwikkeling aan de Noordstraat is in eerste instantie een aanvraag om natuurvergunning ingediend. De natuurvergunning is door de provincie geweigerd, omdat niet voldaan werd aan de destijds geldende provinciale beleidsregels. Na de uitspraak van de Afdeling op 20 januari 2021 (zie onder 1.2), is er overleg gevoerd met initiatiefnemer over de mogelijkheid om intern te salderen. In de provinciale beleidsregels waren aanvullende voorwaarden opgenomen. Die voorwaarden zorgden ervoor dat het niet mogelijkheid was om intern te salderen met een referentiesituatie die feitelijk niet meer aanwezig is. Op grond van de algemene regel die op basis van jurisprudentie wordt aangehouden, is dit wel mogelijk. Wij hebben hiervoor uiteindelijk een onderbouwing opgesteld en deze ter controle voorgelegd aan een extern juridisch adviseur. De onderbouwing bevat een juridisch risico, maar dat geldt op dit moment voor bijna alle stikstofonderbouwing. De initiatiefnemer is hiervan op de hoogte.
Aanpassing tracé Vroonweg-Kabbelaarsweg-Hoogenboomlaan Voor de aanpassing van het tracé Vroonweg-Kabbelaarsweg-Hoogenboomlaan wordt een bestemmingsplan voorbereid. Het ontwerpbestemmingsplan heeft inmiddels ter inzage gelegen en er zijn geen zienswijzen ingediend. De verwachting is dat het bestemmingsplan in het tweede kwartaal 2022 ter besluitvorming aan de raad wordt voorgelegd. Voor de aanpassing van het tracé is ook een aanvraag om natuurvergunning met passende beoordeling ingediend. In de passende beoordeling is geconcludeerd dat er geen negatieve effecten zijn op het Natura2000-gebied Kop van Schouwen. Uit de AERIUS berekening blijkt dat er wel sprake is van een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuur in de Kop van Schouwen, maar dat de toename niet leidt tot een negatief effect. Dit geldt overigens ook voor ander natuureffecten zoals bijvoorbeeld oppervlakte, licht, hydrologie en geluid. De provincie heeft, ambtelijk, aangegeven dat de onderbouwing voldoende is om een ontwerpbesluit ter inzage te leggen. Wel moet eerst een nieuwe AERIUS berekening worden aangeleverd. Deze wordt momenteel opgesteld en in de vorm van een oplegnotitie bij het bestemmingsplan en bij de aanvraag om natuurvergunning gevoegd. De verwachting is dat de natuurvergunning in februari 2022 in ontwerp ter inzage gaat.
3.4 Bouwvrijstelling In de Wet stikstofreductie en natuurverbetering is een bouwvrijstelling opgenomen. Dit betekent dat de aanlegfase niet per project hoeft te worden berekend en ook niet te worden meegenomen in de beoordeling. Het Rijk heeft deze activiteiten in algemene zin onderbouwd in een passende beoordeling. Deze vrijstelling geldt rechtstreeks voor vergunning (natuurvergunning en omgevingsvergunningen) maar niet voor bestemmingsplannen. In de Nota van Toelichting bij de Wet wordt wel opgemerkt dat in bestemmingsplanprocedures voor de aanlegfase kan worden verwezen naar de passende beoordeling. De aanlegfase zou dan niet hoeven te worden beoordeeld. De bouwvrijstelling, en dan met name de onderbouwing, staat al sinds het in werking treden van de wet ter discussie. Inmiddels is er ook in meerdere procedures beroep ingesteld tegen deze onderbouwing. De verwachting is dat de Afdeling dit jaar een uitspraak doet over de bouwvrijstelling. Wanneer dat gaat plaatsvinden, is nog niet duidelijk.
Als de Afdeling oordeelt dat de bouwvrijstelling onvoldoende onderbouwd is, heeft dit mogelijk vergaande consequenties voor lopende procedures. De aanlegfase moet dan alsnog worden meegenomen. Om die reden vragen wij in langer lopende procedures (zoals bestemmingsplanprocedures) aan initiatiefnemers om in de stikstofonderbouwing ook de aanlegfase mee te nemen. Dit om te voorkomen dat, voordat er een onherroepelijke besluit ligt, de aanlegfase alsnog beoordeeld moet worden. Zeker in en rond de Kop van Schouwen zorgt ook de aanlegfase vaak voor een stikstofdepositie op stikstofgevoelige natuur. Het is wenselijk hier in een zo vroeg mogelijk stadium inzicht in te hebben. Als dan extra maatregelen nodig zijn om de stikstofemissie te verminderen of stikstofdepositie te salderen, kunnen die nog in het bestemmingsplan worden meegenomen of op een andere wijze juridisch correct worden verankerd. Voor korter durende procedures, zoals een aanvraag voor een omgevingsvergunning bouwen, is het risico minder groot dat de uitspraak van de Afdeling volgt voordat er een onherroepelijk besluit ligt. In deze procedures wordt gebruik gemaakt van de bouwvrijstelling.