20220215 Raadsbrief Aanvullende info raadsbsl compensatiemiddelen voor Jeugdhulp en de Hervormingsagenda bijlage 1
Tekst van het document
Notitie met aanvullende informatie bij het Raadsbesluit (zaaknummer 495920) over de Hervomingsagenda en de voorgestelde wijziging op de meerjarige begroting.
1. Aanleiding Vanaf 2021 vinden er een aantal ontwikkelingen plaats binnen de Jeugdwet die van invloed zijn op de meerjarenbegroting van onze gemeente. Omdat deze ontwikkelingen gelijktijdig en niet geheel eenduidig plaatvinden is deze notitie geschreven. Het dient enerzijds te informeren over de laatste stand van zaken en anderzijds als ondersteuning bij het eerder verzonden raadsvoorstel. In het raadsvoorstel (zaaknummer 495920) werd voorgesteld om; 1. Kennis te nemen van de ontwikkelingen rondom de Hervormingsagenda Jeugd; 2. De verwachte financiële gevolgen van deze agenda meerjarig in de begroting te verwerken via een taakstelling Hervormingsagenda en hieraan de volgende bedragen te koppelen: 2022 € 200.000, 2023 € 360.000, 2024 € 440.000 en 2025 € 540.000; 3. De huidige taakstelling Actieplan Jeugdhulp in te trekken. Het raadsvoorstel is besproken in de commissie van januari. Besloten werd om het raadsvoorstel aan te houden en met aanvullende informatie te bespreken in de raadscommissie van februari.
2. recente ontwikkelingen Tot 2019 was de bijdrage die we van het Rijk ontvingen apart inzichtelijk, hoewel het altijd al een complexe materie is geweest. Voor die tijd kenden we de integratie-uitkering Sociaal domein met daarin het onderdeel jeugd. Deze integratie-uitkering is per 2019 opgehouden te bestaan. De betreffende onderdelen zijn of naar de algemene uitkering overgeheveld of omgezet naar aparte integratie-uitkeringen (Participatie, Beschermd wonen en Voogdij/18+). Wij beschikken wel over een rekentool waarbij wij uit de algemene uitkering ons aandeel voor de gedecentraliseerde taak jeugdhulp kunnen berekenen. Voor 2022 betreft dit een bedrag voor Schouwen-Duiveland van € 5.934.250 (excl. de extra compensatiemiddelen die we voor 2022 ontvangen voor jeugdzorg). Aan de hand van de hierboven genoemde cijfers is sprake van een aanzienlijk tekort. Immers, we ontvangen € 5,9 miljoen en we ramen € 7,4 miljoen uit te geven aan jeugdhulp. Echter, dat is niet het complete verhaal. Ten eerste, de kosten voor jeugdhulp zijn niet uitsluitend te relateren aan de uitgaven via de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ). Waar we de inkoop van maatwerkaanvragen voor specialistische jeugdhulp hebben georganiseerd. Binnen de gemeente zelf maken wij ook uitvoeringskosten. Namelijk binnen de toegang.
Om de uitvoeringskosten voor jeugdhulp binnen de gemeentelijke toegang te kunnen berekenen, is een zeer uitgebreide rekenexercitie noodzakelijk. Zo zijn de totale kosten voor de toegang voor 2022 geraamd op € 2,4 miljoen (stand begroting 2021 – 2024, excl. uitvoeringskosten IJZ). Binnen de toegang vinden echter meer taken alleen plaats dan jeugdhulp. Er zijn daarnaast ook taken binnen de terreinen Wmo, participatie en de jeugdtaken die al bij de gemeente lagen voor de decentralisatie in 2015. Omdat binnen de toegang integraal wordt gewerkt, is het uitermate lastig om de specifieke kosten voor jeugdhulp te kunnen herleiden uit de totale kosten voor de toegang. Overigens, is er ook nog sprake van een overheadcomponent van 40% op de personeelslasten binnen de toegang.
Aangezien deze drukt op een ander taakveld, maakt deze uit geen onderdeel van de genoemde € 2,4 miljoen. 2.1. Wijziging woonplaatsbeginsel Vanaf 2022 vindt een uitname plaats van het gemeentefonds in het kader van het woonplaatsbeginsel. Het woonplaatsbeginsel in de Jeugdwet regelt welke gemeente financieel verantwoordelijk is voor de jeugdhulp. Voor 2022 was deze verantwoordelijkheid gekoppeld aan de ouder(s) met het gezag woonachtig in een gemeente. Het nieuwe woonplaatsbeginsel kent als woonplaats van een jeugdige de gemeente waar de jeugdige stond ingeschreven direct voorafgaand aan de zorg met verblijf. Overzicht van de gevolgen van de wijziging van het woonplaatsbeginsel Inkomsten verlaging door beoordeling als voordeelgemeente
€ 599.000
Vertrekkende jeugdigen
46 jeugdigen
Geboekt in de begroting 2021
€ 599.000 via taakstellin g
Vertaald zich in verlaging van de uitgaven bij de IJZ vanaf september 2022
€ 1,3 miljoen
Jeugdigen die naar de gemeente SchouwenDuiveland komen Extra uitgaven bekend in september 2022 opgenomen in de uitgaven IJZ
11 jeugdigen
?
Informatie met betrekking tot bovenstaand overzicht; Het Rijk beschouwt ons als voordeelgemeente. Hierdoor worden we structureel € 599.000 gekort. Via het raadsvoorstel meicirculaire 2021 is deze korting als negatieve taakstelling opgenomen binnen onze begroting. Dit in afwachting van de nog aan te passen GGD-begroting. Om eventuele tegenvallers met betrekking tot het woonplaatsbeginsel op te vangen zijn vanaf 2022 structurele extra middelen gereserveerd. Het gaat hier om € 653.625, het betreft hier voor jeugd gereserveerde deel van de middelen. Voor de naar de gemeente toekomende jeugdigen geldt dat het nog onbekend is wat de financiële impact is voor onze gemeente. Dit komt omdat een uithuisplaatsing buiten de regio meestal duidt op een pleeggezinplaatsing of een speciaal traject (beter bekend onder de term LTA; landelijk transitiearrangement). Het laatste is in de regel zeer kostbaar omdat het vaak om een hoog specialistische hulpverleningsvorm gaat. In het overzicht hierboven ziet u terug dat het aantal jeugdigen dat vertrekt aanzienlijk hoger is dan het aantal jeugdigen dat naar de gemeente komt. Dat sluit aan bij de verwachting van het rijk waardoor wij gekort zijn. Het verschil is op dit moment dusdanig dat het zeker niet uit te sluiten is dat we de gereserveerde middelen niet nodig hebben. Een compleet beeld daarover verwachten we na de zomer.
De financiële gevolgen van de wijziging van het woonplaatsbeginsel maken nog geen onderdeel uit van de meerjarenbegroting GGD, onderdeel Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ).
2.2. Extra middelen vanuit het rijk voor 2021, 2022, 2023 en verder Het kabinet besloot voor 2021 extra incidentele middelen beschikbaar te stellen. In 2022 stelt het Kabinet ook eenmalig extra geld beschikbaar. Dit voor de tekorten vanwege jeugdzorg. Aanleiding daarvoor was een uitspraak van de arbitragecommissie. Op advies van de provincie hebben alle gemeenten in de jaarschijven 2023 tot en met 2025 een maximum van 75% als stelpost mogen opnemen in de begroting. Het nieuwe kabinet moest besluiten over de structurele financiën en noodzakelijke aanpassingen aan het jeugdhulpstelsel om de jeugdhulp in de toekomst effectief en beheersbaar te houden. In de nieuwe begroting is daarmee rekening gehouden. Daarvan voegde de gemeenteraad 50% toe aan de budgettaire ruimte vanwege het feit dat de tekorten op de jeugdhulp in het verleden uit de budgettaire ruimte zijn gedekt. De gemeenteraad besloot de overige 50% vooralsnog binnen de egalisatiepost maatwerkvoorzieningen Wmo en jeugd te reserveren. Deze toevoeging dient in eerste instantie ter dekking van de nog niet goed in te schatten financiële gevolgen van de invoering van het woonplaatsbeginsel in 2022. De besluitvorming hierover vond plaats via de Programmabegroting 2022 – 2025 waarbij de bedragen waren gebaseerd op een eerdere, indicatieve inschatting van het rijk.
Via de septembercirculaire 2021 vond de definitieve toevoeging aan de algemene uitkering plaats voor 2022. Deze viel iets lager uit dan het indicatieve bedrag van € 1.800.000. Aan de hand van het definitieve bedrag voor 2022 is het raadsvoorstel septembercirculaire 2021 rekening gehouden met een correctie van de stelpost vanaf 2023. Hieronder staat een overzicht waarin de actuele bedragen staan zoals deze nu zijn opgenomen in de begroting. Jaar
Via gemeentefonds
Waarvan naar budgettaire ruimte
2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
€ 1.743.000 € 1.307.250 € 1.307.250 € 1.307.250 € 1.307.250 € 1.307.250 € 1.307.250
€ 871.500 € 653.625 € 653.625 € 653.625 € 653.625 € 653.625 € 653.625
Waarvan naar egalisatiepost maatwerkvoorzieningen Wmo / jeugd € 871.500 € 653.625 € 653.625 € 653.625 € 653.625 € 653.625 € 653.625
2.3. De Hervormingsagenda De Hervormingsagenda behelst maatregelen die gemeenten moeten uitvoeren om een besparing op de jeugdzorgkosten te realiseren, zoals bijvoorbeeld afname residentiële zorg, afbakenen reikwijdte jeugdwet en standaardisatie uitvoering inkomensafhankelijke ouderbijdrage. Het Rijk en de VNG hebben zich, in samenwerking met betrokken partijen zoals onder andere cliënten, aanbieders en professionals, aan het opstellen van deze agenda gecommitteerd. Met de agenda moet een structureel houdbaarder jeugdstelsel worden gerealiseerd. Via het nu voorliggende raadsvoorstel wordt voorgesteld de verwachte financiële gevolgen van deze agenda meerjarig in de begroting te verwerken via een taakstelling Hervormingsagenda en hieraan
de volgende bedragen te koppelen: 2022 € 200.000, 2023 € 360.000, 2024 € 440.000 en 2025 € 540.000. Reden hiervoor is vanwege de Hervormingsagenda de algemene uitkering uit het gemeentefonds zal afnemen, vanwege de in de Agenda opgenomen maatregelen geldt dat naar verwachting ook voor de lasten jeugdzorg. Om die reden wordt voorgesteld de daling van het gemeentefonds één-op-één te verwerken in een taakstelling.
Jaar 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028
Daling gemeentefonds € 200.000 € 360.000 € 440.000 € 540.000 € 920.000 € 970.000 € 970.000
Taakstelling Hervormingsagenda € 200.000 € 360.000 € 440.000 € 540.000 € 920.000 € 970.000 € 970.000
Voor de volledigheid merken wij nog op dat we bij deze bedragen vanaf 2023 zijn uitgegaan van het volledig te verwachten effect van de Hervormingsagenda op het gemeentefonds en niet van 75%. 2.3. Actuele ontwikkelingen Inmiddels zijn we opnieuw ingehaald door de werkelijkheid. In januari heeft de VNG een resolutie ingediend. Deze resolutie is het gevolg van de extra maatregelen die voor jeugdhulp zijn opgenomen in het regeerakkoord voor de jaren 2024 en 2025. Het gevolg is dat gemeenten vanaf die twee jaren minder middelen krijgen dan eerder was aangekondigd. Het gevolg hiervan is dat de Hervormingsagenda niet gereed is in februari zoals eerder aangekondigd. Het proces rondom de hervormingsagenda ziet er nu als volgt uit;
Eerst vinden er gesprekken plaats met het Rijk over het regeerakkoord. Op de korte termijn is er vooral behoefte aan zekerheid over de financiële situatie voor 2023. De VNG wil dat het Rijk de aangekondigde extra bezuiniging laat vervallen of de garantie dat de aangekondigde extra bezuiniging niet ten koste komen voor de gemeenten. Na de impasse wordt het bestuurlijk traject met betrekking tot de inhoud van de Hervormingsagenda en randvoorwaarden hervat. De afgelopen periode is gewerkt aan een aantal bouwstenen van de agenda. Deze opbrengst gebruikt de VNG voor de voorbereiding van de bestuurlijke gesprekken.
2.4. Samenvatting en overwegingen Het raadsvoorstel over de compensatiemiddelen en Hervormingsagenda, is gebaseerd op de aanname dat de maatregelen opgenomen in de Hervormingsagenda resulteren in een evenredige afname van de lasten voor jeugdzorg. Om die reden wordt voorgesteld om te werken met een taakstelling. De afname van de baten in het gemeentefonds verwerken we daarin een-op-een.
Mocht deze taakstelling in de praktijk niet realiseerbaar zijn, dan hoeven we niet meteen een beroep te doen op de budgettaire ruimte. Een beroep daarop is alleen nodig als het gereserveerde bedrag van € 653.625 volledig ter dekking nodig is voor het woonplaatsbeginsel. Uit de voorlopige cijfers lijkt dit niet nodig. Daarnaast bevat de egalisatiepost maatwerkvoorzieningen jeugd / Wmo nog een structureel saldo. Naast hetgeen boven omschreven staat spelen de extra beleidsmaatregelen die voor jeugdhulp zijn opgenomen in het regeerakkoord voor de jaren 2024 en 2025. De vraag is nog of deze resulteren in bezuinigingen die financiële consequenties hebben voor gemeenten en dus onze budgettaire ruimte kunnen raken. Deze vraag legden wij voor aan een extern specialist gemeentefonds die veel gemeenten adviseert hoe om te gaan met mutaties in dat fonds. Deze specialist adviseerde ons de gevolgen vooralsnog niet in de begroting op te nemen. In het regeerakkoord zijn maatregelen aangekondigd zoals een door gemeenten te innen inkomensafhankelijke ouderbijdrage en het verkorten van hulpverleningstrajecten. De aanname is dat deze maatregelen onderaan de streep geen financieel effect op de gemeenten heeft. In de praktijk is dat nog maar de vraag, de maatregelen moeten nog verder uitgewerkt worden.
Gelet op dit al, is de vraag of de 50% van de compensatiemiddelen, die met het vaststellen van de Programmabegroting 2022 – 2025 zijn toegevoegd aan de budgettaire ruimte, veiligheidshalve toch niet beter gereserveerd kunnen worden voor alle financiële risico’s die op ons afkomen. Ook deze vraag legden wij voor aan de extern specialist gemeentefonds. Deze gaf aan geen aanleiding te zien om deze middelen te reserveren. Volgens de specialist is in het voorliggende raadsvoorstel terecht een daling van het gemeentefonds meegenomen. De specialist gaf aan zich te kunnen vinden in de taakstelling waarmee we de gevolgen van de Hervormingsagenda budgettair neutraal in onze begroting verwerken. Tot slot, het feit blijft dat de ontwikkeling van de jeugdhulpkosten grillig verloopt en wij niet op alle ontwikkelingen evenveel grip hebben. Om die reden valt het, los van de effecten van het woonplaatsbeginsel, de Hervormingsagenda en de extra bezuinigingen vanuit het regeerakkoord, niet uit te sluiten dat hiervoor op enig moment middelen vrijgemaakt dienen te worden. Ook valt het niet uit te sluiten dat we eenmalig een beroep moeten doen op de algemene middelen ter dekking van extra investeringen die we moeten uitvoeren om de beoogde daling van de zorgkosten te bewerkstelligen.