CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20220125 Raadsbrief Implementatie Levensloopfunctie veiligheidsregio Zeeland bijlage 5

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.853 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage 5

1.

Toelichting op de begroting 2022

Algemeen

De landelijke uitgangspunten voor de financiering van de Levensloopfunctie zijn: de financiering volgt de cliëntzorg; alle verschillende activiteiten kunnen kostendekkend uitgevoerd worden; zo min mogelijke verschillende financiers en regelingen; passend binnen de bestaande zorgstelsels.

• • • •

Omdat het aantal Levensloopcliënten beperkt is, maar de continuïteit van zorg onvoorspelbaar door de diverse financiële stelsels heen beweegt, is het inregelen van de sluitende financiering voor de Levensloopfunctie complex. Elk stelsel kent eigen uitvoeringskaders die nog niet op elkaar aansluiten en soms leiden tot negatieve stapelingseffecten in de uitvoering van de Levensloopfunctie. De begroting 2022 is voor de aanmeld- en opstartkosten en het casemanagement Levensloopfunctie berekend op enerzijds het aantal te verwachten cliënten die in het eerste uitvoeringsjaar aangemeld worden door de betrokken Zeeuwse partners. Anderzijds is in de begroting rekening gehouden met de diverse landelijke uitvoeringstoetsen in de pilotregio’s en met de ervaringen uit de pilot hoog risicopatiënten van de Dienst Justitiële Inrichtingen.

2.

Levensloopteam GGZ Emergis

GGZ Emergis is aangewezen als Zeeuws brede levensloopaanbieder. Zij geven uitvoering aan de aanmeld- en opstartfase, het casemanagement Levensloopfunctie en de integrale trajectcoördinatie tussen de Wmo, Zvw, Wlz, verslavingszorg en forensische zorg. Dit vindt plaats vanuit het multidisciplinair Levensloopteam, waarin de aansluiting tussen de ambulante begeleiding en zorg en de klinische (beveiligde) zorg geborgd is. Hierin wordt ook de kennis van geestelijke gezondheidszorg, verstandelijke gehandicaptenzorg, verslavingszorg en forensische zorg geborgd. Aanvullend wordt er in samenwerking met GGZ Breburg en GGZ West-Noord Brabant, vormgegeven aan het opzetten van een Forensische High Intensive Care afdeling voor de beveiligde intensieve zorg niveau 2. Deze afdeling wordt gepositioneerd op het terrein van GGZ West-Noord Brabant. Dit is een apart project, buiten dit dossier om.

2.1 De aanmeld- en opstartkosten Cliënten kunnen door de convenantpartners van het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland1 aangemeld worden voor de Levensloopfunctie onder de Ketenveldnorm. De inzet in de aanmeld- en opstartfase betreft twee deelprocessen: de aanmeldfase en opstartfase.

1 Https://veiligheidshuiszeeland.nl/onze-partners. ’s Heeren Loo, Gors, Zuidwester en Philadelphia worden uitgenodigd om aan te

sluiten.

[Typ hier]

1

WFAdvies

2.1.1 De aanmeldfase De kosten in de aanmeldfase zijn gekoppeld aan de dossiervoorbereiding en inzet van tijd schrijvende beroepen1 aan de inclusietafel. Het betreft de inzet vóórdat de opstart- of de uitvoeringsfase Levensloopfunctie start, onder voorbehoud dat er (nog) geen aanspraak gemaakt kan worden op financiering uit lopende trajecten binnen de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet Forensische zorg (Wfz), de Wet langdurige zorg (Wlz) of de Wmo2015. 2.1.2 De opstartfase De opstartfase start na het besluit tot inclusie in de Levensloopfase en voorafgaand aan instroom in een regulier stelsel2. Concreet betreft dit inzet bij het opstarten van een cliënttraject, bezoeken van een cliënt om kennis te maken, indien nodig de cliënt verleiden tot (opnieuw) meewerken aan hulp, overleg met partners binnen de trajectafspraken of het toeleiden naar specialistisch zorgaanbod. Het betreft een outreachende aanpak als reguliere bemoeizorg en zorginzet ontoereikend zijn of wanneer de cliënt de Levensloopfunctie tijdelijk onderbreekt. Omdat ongeveer 70% à 80% van de cliëntgroep zich kenmerkt door het mijden van zorg, vooraf en gedurende het levenslooptraject, is continuïteit van zorg en gezichten cruciaal. De opstartfase wordt daarom vormgegeven door de aangewezen casemanager van het Levensloopteam.

2.1.3 Gemiddeld tarief De aanmeld- en opstartkosten zijn gebaseerd op de gemiddelde kosten à € 2000,- per uniek aangemelde cliënt. Een gemiddeld bedrag voor een mix aan deskundige inzet in de aanmeldfase en inzet in de opstartfase vanuit het multidisciplinaire levensloopteam, tot de geleverde zorg binnen een regulier stelsel past. Het gemiddelde tarief betreft een inschatting die begin 2020 gemaakt is op basis van ervaringen in twee pilotregio’s. Uitgaande van gemiddeld 11 uur tijdsbesteding per aangemelde cliënt met uurtarief van €180,00 per uur (inclusief BTW). Afgerond een gemiddeld bedrag à €2000,00 per cliënt. Vanuit pragmatisch oogpunt en het voorkomen van administratieve lasten wordt gerekend met dit éénmalige normbedrag. De landelijke kanttekening bij dit gemiddelde tarief is dat de in 2020 begrootte tijdsbesteding voor deze cliënten marginaal is ingeschat. Anno 2021 is er meer ervaring opgedaan met de Levensloopfunctie. Dit heeft vooralsnog niet tot aanpassing van het gemiddelde tarief geleid. 2.1.4 De inzet in de opstartfase is afgebakend De toeleidende inzet eindigt wanneer de cliënt zorg en ondersteuning ontvangt binnen de Zorgverzekeringswet, Wet Langdurige zorg en/of Wmo2015 en/of de Forensische zorg, of de cliënt uiteindelijk nooit toestemming voor zorg geeft en er ook nog geen verwijzing van een (huis)arts is.

Als de betrokken cliënt blijft weigeren om in zorg te komen, wordt in overleg met de ketenpartners bepaald welke alternatieve routes ingezet kunnen worden en welke scenario’s daarin mogelijk zijn binnen de keten Zorg & Veiligheid. Daarbij wordt ook gekeken naar wat de risico’s en mogelijke scenario’s zijn.

1 Regie behandelaren, zorgverantwoordelijken, psychiaters, forensisch arts, verslavingsarts, arts voor verstandelijk gehandicapten,

verpleegkundig specialisten 2 Financiering uit de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet Forensische zorg (Wfz), de Wet langdurige zorg (Wlz), Wet

Maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

[Typ hier]

2

WFAdvies

2.1.5 Begroting Zeeland In het eerste uitvoeringsjaar worden de meeste aanmeldingen voor de inclusietafel verwacht; ca 20 van de 60 à 65 Zeeuwse cliënten. De bij de implementatie betrokken partners hebben reeds cliënten in beeld die worden aangemeld zodra de Levensloopfunctie start. Vanaf 2023 begroten we ca 10 cliënten per jaar. De meerjarige financiële doorvertaling is opgenomen in paragraaf 4. Alle andere partijen die in het Zorg- en Veiligheidshuis aansluiten aan de inclusietafel worden gefinancierd via de reguliere taken en financieringsstromen. Indien de feitelijke aanmeld- en opstartkosten hoger zijn, vindt (tussentijdse) bijstelling van de begroting plaats. De uitvoeringskosten van de aanmeld- en opstartkosten en het casemanagement Levensloopfunctie, worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de NZa kaders, gekoppeld aan de uitvoering door tijdschrijvende beroepen binnen de GGZ, de gehandicaptensector en de forensische zorg.

2.2 Casemanagement Levensloopfunctie De casemanagement taken zijn zowel cliëntgebonden als niet-cliëntgebonden taken, aanvullend op de direct cliëntgebonden ondersteunings- en zorgtijd die wordt geboden binnen de Wmo begeleiding, de verzekerde zorg (Zvw/Wlz) of de forensische zorg. Omdat de cliënt gedurende de Levensloopfunctie pendelt tussen de Wmo, Zorgverzekeringswet, Wet Langdurige zorg en/of Forensische zorg, varieert de betaaltitel van de casemanager veelvuldig gedurende het meerjarig Levensloopfunctie traject. Gedurende de Levensloopfunctie is de financiering van de casemanagers, en daarmee de continuïteit van de cliëntbegeleiding, een combinatie financiering van de Wmo, de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. 2.2.1 Begroting Zeeland De begroting is gebaseerd op de ervaringen in de pilotregio’s, diverse uitvoeringstoetsen en analyses van de financieringsstelsels. Hierin wordt op landelijk niveau intensief samengewerkt tussen de GGZ Levensloopaanbieders, de Nederlandse GGZ, de Ministeries VWS en J&V, zorgverzekeraars, het Zorginstituut Nederland en de regionale projectleiders. Uit de pilotregio’s blijkt dat er meestal een vorm van behandeling of forensische zorg ingezet wordt. In de perioden dat er geen sprake is van verzekerde of forensische zorg, dient het casemanagement Levensloopfunctie geborgd te zijn onder de Wmo.

Ondanks het gegeven dat deze gesprekken nog lopen, kunnen we voor de begroting van het Casemanagement Levensloopfunctie onder de Wmo, uitgaan van ca € 10.000 per cliënt per jaar voor de indirecte tijd die de casemanager nodig heeft om de zorgcontinuïteit en multidisciplinaire afstemming gedurende de niet te voorspellen inzet van de Levensloopfunctie. Op grond van de pilots wordt de indirecte tijd voor deze cliënten geschat op ca 70%. Omdat er ook de inzet van het casemanagement onder de Wmo dienen te monitoren vanaf de start, is de begroting gebaseerd op 10 cliënten, wetende dat dit bedrag over meerdere cliënten verdeeld kan worden.

[Typ hier]

3

WFAdvies

Indien de feitelijke aanmeld- en opstartkosten hoger zijn, vindt (tussentijdse) bijstelling van de begroting plaats. De uitvoeringskosten van de aanmeld- en opstartkosten en het casemanagement Levensloopfunctie, worden jaarlijks geïndexeerd op basis van de NZa kaders.

3.

Bekostiging inzet Levensloopteam GGZ Emergis

De uitvoeringskosten vallen onder de Wmo middelen en de extra middelen die gemeenten hebben gekregen bij de ondertekening van het Hoofdlijnenakkoord GGZ. Aanvullend stelt het Kabinet, met terugwerkende kracht over 2021, middelen beschikbaar om de overheidsdienstverlening voor mensen in kwetsbare posities extra te ondersteunen. De verdeling van deze middelen is gepubliceerd in de Decembercirculaire 2021, en gemaakt op basis van een visiedocument van de VNG. De aanmeld- en opstartkosten en het Casemanagement Levensloopfunctie zijn onderdeel van de algemeneuitkering ‘Versterking Dienstverlening gemeenten’, actielijnen ‘Versterking ondersteuning wijkteams’ en ‘Impuls integraal werken’.

4.

Extra taken Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland

De volgende extra taken worden per 2022 structureel geborgd: a. Intensivering ketensamenwerking en procesregie ten behoeve van de levensloopbestendige ondersteuning van personen met een (hoog) veiligheidsrisico en verward gedrag. Dit betreft het invulling geven aan het aanmeldproces, de 1ste beoordeling en risicoselectie, het organiseren en voorzitten van de inclusietafel, voeren van procesregie en het monitoren van de Levensloopfunctie op cliëntniveau. Hierin wordt samenwerkt met de gemeenten en met regionale instellingen voor geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg en voor beschermd wonen. b. Het hiervoor structureel in stand houden van kennis, expertise en personele capaciteit voor de domein overstijgende aanpak van deze doelgroep in de Veiligheidsregio. Om deze versterking mogelijk te maken is er landelijk € 10 miljoen beschikbaar gesteld als Decentralisatie Uitkering in het Gemeentefonds, met een verdeling over de veiligheidsregio’s. Voor de veiligheidsregio Zeeland betreft dit ca € 200.000 via de gemeente Middelburg. Dit bedrag is meerjarig vastgezet, zonder indexering. De middelen zijn bestemd voor extra inzet op de aanpak van (hoog) risicovol verward gedrag door het Zorgen Veiligheidshuis. Aan een decentralisatie uitkering kunnen voorwaarden gesteld worden.

In dit geval is vanuit de Beheerders Gemeentefonds de voorwaarde gesteld dat besteding via de Zorg- en Veiligheidshuizen moet. De sturing op de inzet, en daarmee ook de verantwoording over de middelen, is aan het Bestuur van het Zorg- en Veiligheidshuis. De uitvoeringskosten van het Zorg- en Veiligheidshuis zijn daarom geen onderdeel van dit Collegeadvies.

5.

Kanttekening

Een beperkte cliëntgroep vraagt, vooraf niet te begroten, extra inzet op Zeeuws niveau. In de voorbereiding van de Levensloopfunctie werd uit de gesprekken met zorgaanbieders, reclassering, de Penitentiaire inrichtingen, het Zorg- en Veiligheidshuis en gemeentelijk vertegenwoordigers, duidelijk dat er Zeeuws breed ca 4 à 5 cliënten zijn die een ‘Levensloop plus’ aanpak nodig hebben. Een ‘plus’ omdat deze cliënten moeilijk te structureren gedrag hebben en/of het gedrag reeds lange tijd leidt tot ernstige maatschappelijke veiligheidsrisico’s en veiligheidsrisico’s voor professionals, en toch alleen in Zeeland willen wonen. [Typ hier]

4

WFAdvies

Deze cliënten pendelen tussen de Zeeuwse gemeenten en zijn niet alleen een zorg van de gemeenten waar de complexere zorgvoorzieningen historisch aanwezig zijn. Ze kunnen zich overal vestigen en komen pas in beeld als het verkeerd gaat of er slachtoffers zijn. Door een regionale teamaanpak komen en houden we deze cliënten beter in beeld, signaleren we vroegtijdiger escalaties en kunnen we de omgeving beter beschermen.

6.

Doorkijk begroting 2022 tot en met 2026

De regionale coördinatie dient per 2023 structureel geborgd te zijn in de samenwerkingsstructuur zorgveiligheid-sociaal domein, onder coördinatie van het bestuur Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland en GGZ Emergis als Levensloopaanbieder. De benodigde structurele fte 2023-2026 wordt in 2022 uitgewerkt, in samenhang met de coördinatie binnen het samenwerkingsverband Zeeland- West-Brabant.

[Typ hier]

5

WFAdvies

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11074174/1