20211217- 04 AB Notitie Prenataal Huisbezoek 5e begrotingswijziging 2022
Tekst van het document
AB N O T I T I E Onderwerp Soort Opsteller Datum Agendapunt
Prenataal Huisbezoek / 5e begrotingswijziging 2022 ☐ Hamerstuk
☒ Bespreekstuk
Joke Gaemers
☐ Informatiestuk
Namens
01-12-2021
Datum DB
17-12-2021
20211217-04
Kenmerk
04
Voorstel aan het Algemeen Bestuur: -
Kennisnemen van de notitie Prenataal Huisbezoek
-
Het Algemeen Bestuur voorstellen in te stemmen met deze 5e begrotingswijzing 2022.
-
Deze begrotingswijziging ter zienswijze voorgelegd aan de gemeenteraden.
Toelichting op het voorstel vwb managementletter/ reactie op managementletter
Op 22 juni 2021 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel waarin een prenataal huisbezoek als gemeentelijke taak wordt opgenomen in de Wet Publieke Gezondheid (WPG). Het prenataal huisbezoek wordt vanaf 1 juli 2022 onderdeel van het wettelijk basistakenpakket. Wij vragen uw toestemming om de financiering op basis van onderstaande verdeling op te nemen in de begroting van de GGD. De verdeling per gemeente wordt dan op basis van 0-18 jarigen. Op initiatief van het PAO is gekozen voor onderstaand groeimodel. Tijdens het eerste evaluatiemoment medio 2023 wordt gekeken in hoeverre het toegroeien naar 16,5% ook haalbaar is, of dat het groeimodel moeten worden aangepast. Zeeland
Kosten Prenataal huisbezoek conform groeimodel, uitgaande van 3500 geboortes per jaar
Te ontvangen financiering door gemeenten vanuit het rijk
per huisbezoek €292,50 16,5 % van aantal geboortes per huisbezoek €190 2022 m.i.v. 1 juli 2022
7,5% X 1750 X €292,5
16,5 X 1750 X €190
= €38.390,62
= €54.862,50
2023
10% = €102.375,00
€109.725
2024
12,5% = €127.968,75
€109.725
2025
16,5% = €168.918,75
€109.725
Aangezien het wetsvoorstel in juni 2021 is vastgesteld zijn deze kosten niet eerder in de begroting opgenomen.
2. Toelichting op het voorstel Op 22 juni 2021 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel waarin een prenataal huisbezoek als gemeentelijke taak wordt opgenomen in de Wet Publieke Gezondheid (WPG). Met de wijziging worden gemeenten verplicht een prenataal huisbezoek aan zwangeren en/of gezinnen in een kwetsbare situatie aan te bieden. De gemeente moet deze taak beleggen bij dezelfde organisatie die voor de gemeente de jeugdgezondheidszorg uitvoert. Voor Zeeland is dat dus GGD Zeeland. Het prenataal huisbezoek werd tot nu als aanvullende dienst vanuit de GGD aangeboden. Deze aanvullende dienst vervalt met de implementatie van deze wettelijke taak. In de wet (memorie van toelichting) wordt uitgegaan van 16,5 % van het aantal geboortes. Dit percentage is gebaseerd op vroeggeboorte en/of laag geboortegewicht. Binnen de wetswijziging wordt uitgegaan van 2 ½ uur voor een prenataal huisbezoek. Het wetsvoorstel voorziet niet in het aantal huisbezoeken, maar voorziet in tijdige hulp en ondersteuning. Het is aan de gemeente om voor een voldoende aanbod te zorgen ter opvolging van het prenatale huisbezoek. Op dit moment zijn er al verschillende Zeeuwse gemeenten die het prenataal huisbezoek als vorm van aanvullende dienst inkopen. Voor de inzet van dit huisbezoek als aanvullende dienst, worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: de duur van het consult is 4,5 uur.
Landelijk is in de duur van het consult slechts rekening gehouden met het huisbezoek en de administratieve last. De ervaring leert dat er ook veel tijd gaat zitten in het opbouwen en onderhouden van het netwerk. Daarom wordt in de uitvoering van het prenataal huisbezoek in de Zeeuwse gemeenten gerekend met een consult van 4,5 uur. Landelijk wordt uitgegaan van 16,5% van aantal geboortes. Dit kunnen we pas bereiken na netwerkopbouw, omdat het netwerk de zwangeren moet doorverwijzen, en daarom wordt een aanloopperiode verwacht voordat het percentage prenatale huisbezoeken van 16,5% bereikt is. Voorstel is om voor Zeeland een groeimodel in begroting opnemen: -
2022: 7,5 %
-
2023: 10%
-
2024: 12,5 %
-
2025: 16,5 %
In de evaluatiemomenten die zullen worden ingepland, met een eerste moment medio 2023, zal worden gekeken in hoeverre het toegroeien naar 16,5% ook haalbaar is, of dat het groeimodel moeten worden aangepast.
3. Financiële consequenties. Verdeling per gemeente op basis van 0-18 jarige: aantal 0-18 %
2022
2023
2024
2025
Borsele
6,61%
€ 2537,62
€ 6.767
€ 8.458,73
€ 11.165,53
Goes
9,65%
€ 3704,69
€ 9.879
€ 12.348,98
€ 16.300,66
Hulst
6,31%
€ 2422,45
€ 6.460
€ 8.074,83
€ 10.658,77
Kapelle
3,81%
€ 1462,68
€ 3.900
€ 4.875,61
€ 6.435,80
Middelburg
13,5%
€ 5182,73
€ 13.821
€ 17.275,78
€ 22.804,03
Noord-Beveland
1,57%
€ 602,73
€ 1.607
€ 2.009,11
€ 2.652,02
Reimerswaal
7,78%
€ 2986,79
€ 7.965
€ 9.955,97
€ 13.141,88
SchouwenDuiveland
8,17%
€ 3136,51
€ 8.364
€ 10.455,05
€ 13.800,66
Sluis
5,01%
€ 1923,37
€ 5.129
€ 6.411,23
€ 8.462,83
Terneuzen
13,18%
€ 5059,88
€ 13.493
€ 16.866,28
€ 22.263,49
Tholen
7,89%
€ 3029,02
€ 8.077
€ 10.096,73
€ 13.327,69
Veere
5,64%
€ 2165,23
€ 5.774
€ 7.217,44
€ 9.527,02
Vlissingen
10,88%
€ 4176,90
€ 11.138
€ 13.923,00
€ 18.378,36
100%
€ 38.390,625
€ 102.374
€ 127.968,75
€ 168.918,75
Totaal
Datum
Vergadering
Besluit