20211207 Raadsbrief Monitor Sociaal Domein 1e Halfjaarrapportage 2021 (490031)
Tekst van het document
Raadsbrief
Onderwerp Zaaknummer Datum Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever
Monitor Sociaal Domein 1e Halfjaarrapportage 2021 490031 23 november 2021 Werken, Wonen en Leven (WWL) P. Schot Afdelingshoofd WWL
Inleiding De monitor Sociaal Domein informeert u tweejaarlijks over de stand van zaken qua kosten en aantallen op het gebied van jeugdhulp, maatwerkvoorzieningen Wmo en ontwikkelingen in de Participatiewet. Met deze raadsbrief wordt u geïnformeerd over het eerste half jaar 2021 met een doorkijk naar de verwachte realisatie over het hele jaar. Kernboodschap Op het gebied van de jeugdhulp en Wmo zien we nog oplopende kosten en aantallen en tegelijkertijd positieve signalen. Op het gebied van de jeugdhulp zien we dat door de extra rijksmiddelen er weer middelen terug kunnen vloeien naar de algemene middelen, daar waar we voorgaande jaren steeds moesten putten uit de algemene middelen om de tekorten te dekken. De krappe arbeidsmarkt resulteert in een hogere uitstroom dan instroom bij de Participatiewet. Dit vraagt vervolgens weer om nieuwe oplossingen voor mensen die (al langer) niet uitstromen. Consequenties 1.1 De kosten voor jeugdhulp nemen toe. Het aantal jeugdigen met een hulpvraag is gestegen ten opzichte van het eerste half jaar 2020. We zien dat de kosten (7,6%) ten opzichte van de aantallen (4,8%) meer zijn gestegen. De verklaring hiervoor is een langere behandelduur per individuele jeugdige. Dit betekent net als vorig jaar een stijging van de kosten per individuele jeugdige.
Er zijn een aantal factoren die ervoor zorgen dat de kosten voor jeugdhulp in 2021 stijgen ten opzichte van het eerste half jaar in 2020: a. In 2021 heeft de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland (IJZ) te maken gehad met een hoog ziekteverzuim -en personeelsverloop. Door inhuur vallen de uitvoeringskosten alleen dit jaar hoger uit, omdat IJZ vanaf september 2021 uitvoering geeft aan het verbeterplan “van pionieren naar professionaliseren”. b. We zien een toename van het aantal maatwerk voorzieningen vanuit het Landelijk Transitiearrangement (LTA). Het gaat bij deze voorzieningen om een uitzonderlijk specialistisch jeugdhulpaanbod dat binnen de regio niet aanwezig is. Waarom we juist dit jaar een toename zien van jeugdigen met deze ondersteuningsbehoefte is nog niet duidelijk. Op dit moment onderzoeken we binnen individuele casuïstiek de ontwikkelingen zodat we meer inzicht krijgen. Op basis van deze inzichten willen we samen met de Inkooporganisatie Jeugdhulp Zeeland en de Zeeuwse zorgaanbieders passende maatregelen nemen. c. Ook zien we een toename van het aantal aanvragen voor jeugdhulp uitgevoerd door de GGZ. We denken dat dit te maken heeft met de nasleep van corona. We zien dezelfde ontwikkeling binnen andere regio’s. d. Tot slot zien we een toename van de uitgaven bij aspecifieke beschikkingen.
Aspecifiek betekent dat er geen specificatie van de productcode en uren wordt afgegeven. De gemeente toetst na afloop of passende zorg is geleverd. Het doel van aspecifiek toewijzen is beperken van de administratieve lasten en ruimte bieden aan de specialist. De toename bij aspecifieke beschikkingen sluit aan bij de toename van het aantal aanvragen uitgevoerd door de GGZ. Aspecifiek beschikken vindt vooralsnog alleen plaats bij aanvragen jeugdhulp, uitgevoerd door de GGZ. De stijgende kosten in perceel 1 (perceel met duurste en specialistische producten) hebben we opgenomen in de factsheet, omdat we na 2020 een verdere stijging verwachten. We zien dat de aantallen niet verder stijgen, wat positief is. We zien wel de kosten per cliënt stijgen. Over de totale begroting verwachten we een tekort van € 168.000,- te realiseren. Vanuit de arbitragezaak tussen VNG en het Rijk hebben gemeenten compensatiemiddelen ontvangen voor 2021. Het bedrag dat wij Pagina 1 van 3
ontvangen hebben is € 610.000,-. Daarnaast is via het voorstel 'Meicirculaire 2021' € 35.000,- toegevoegd aan de stelpost Jeugd. In totaal verwachten we met deze aanvullende middelen over 2021 € 477.000,- over te houden. Dit bedrag valt vrij ten gunste van de algemene middelen. 1.2 We zien een stijging van de Wmo-kosten Op het gebied van de Wmo-maatwerkvoorzieningen binnen SWVO verwachten we voor het eerst sinds 2018 weer binnen de begroting te blijven. Het begroten op basis van eigen data en verwachtingen laat daarmee zien goed te werken. De SWVO-begroting is via een apart raadsvoorstel aan de raad voorgelegd. We hebben nog steeds wel te maken met oplopende kosten en aantallen ten opzichte van vorig jaar. Die vindt vooral plaats op de huishoudelijke hulp met 7,6% stijging van het aantal cliënten. Ook het aantal cliënten binnen begeleiding stijgt (licht met 2,1%), maar daar blijven we binnen de begroting. Dit najaar starten we zowel lokaal als regionaal met de uitvoering van diverse maatregelen die hopelijk op korte termijn effect hebben. De resultaten monitoren we lokaal en regionaal. Diverse data-analisten uit verschillende gemeenten werken daarin samen. Buiten de SWVO-begroting zien we een andere zorgelijke stijging bij de individuele woningaanpassingen. Deze voorziening loopt direct via de gemeente en valt ook onder het abonnementstarief.
Ouderen blijven langer zelfstandig wonen waardoor de behoefte aan individuele woningaanpassingen toeneemt. Het tekort op deze voorziening wordt voor 2021 geschat op € 162.000,-. We stellen later dit jaar voor het tekort voor dit jaar te dekken via de 2e financiële programmarapportage 2021. In de komende jaren dekken we dit tekort uit de egalisatiepost Maatwerkvoorzieningen Wmo en jeugd. Tegelijk ontwikkelen we beleid om mensen te stimuleren om zelf op tijd te kiezen voor een woonomgeving die past bij langer zelfstandig (thuis) wonen. 3. De uitstroom binnen de Participatiewet is hoger dan de instroom. Gelet op alle verwachtingen in de afgelopen anderhalf jaar is dit positief nieuws. Na een stijging in 2020 realiseren we in 2021 een daling ten opzichte van 2019. Dit is terug te zien in de kosten voor uitkeringen. De gemeente ontvangt van het Rijk budget om de uitkeringslasten te bekostigen. Dit budget is gebaseerd op een objectief verdeelmodel (op basis van objectieve factoren) en een historisch verdeelmodel (op basis van gerealiseerde gemeentelijke lasten in het verleden). Omdat ons objectief deel veel groter is dan het historisch bepaalde deel loont het voor ons om te zorgen dat het uitkeringsbestand lager is dan gemiddeld in Nederland.
Dit kunnen we doen door de instroom in de uitkering laag te houden door goed in te zetten op preventie en de uitstroom hoog door re-integratie en fraudebestrijding. Het bedrag dat wij over 2021 ontvangen van het Rijk aan gebundelde uitkering is € 7.027.168,-. Op basis van een doorrekening in oktober 2021 hebben wij de verwachting over de uitgaven bijgesteld. Er is gekeken naar het aantal personen dat een uitkering heeft ontvangen in 2021 aangevuld met een voorspelling van het aantal personen dat nog gaat instromen in 2021. Om een inschatting te maken van het aantal instromers in de uitkering kijken we naar de economische situatie, het aantal personen dat een WW uitkering ontvangt en onze taakstelling met betrekking tot het huisvesten van statushouders (asielzoekers). Het werkelijke aantal personen dat nog zal instromen plus het bedrag dat hiermee gemoeid is wordt pas definitief als het jaar is afgerond. Op basis van deze voorspelling verwachten we eind 2021 ten opzichte van de begroting een incidenteel voordeel van € 432.386,-. Tegenover dit goede nieuws zien we nog steeds dat een relatief grote groep al langdurig een uitkering ontvangt en niet aan het werk komt ondanks de momenteel kansrijke arbeidsmarkt. Voor deze doelgroep zijn onder andere instrumenten zoals loonkostensubsidie en jobcoaching in het leven geroepen.
Deze worden steeds vaker ingezet waardoor de doelgroep die geen volledige loonwaarde kan verdienen toch in het reguliere bedrijfsleven aan het werk kan. In het eerste half jaar hebben we een stijging van 15% gerealiseerd met het aantal loonkostensubsidies: 47 over heel 2020 en 54 over het eerste half jaar in 2021. Daarnaast vormen ook andere problemen, zoals psychische problematiek of grote afstand tot de arbeidsmarkt door langdurige inactiviteit, een belemmering om te kunnen werken. Juist omdat de huidige arbeidsmarkt krap is en er veel behoefte is aan personeel, is de noodzaak hoog ook de langdurig bijstandsgerechtigden te activeren. Dit doen we enerzijds lokaal door een grondige analyse van het bestand en de inzet van bijvoorbeeld diagnose-instrument Startbloq en de Ruilwinkel en anderzijds sluiten we aan bij (landelijke) ontwikkelingen via de arbeidsmarktregio zoals inzet op psychische problematiek en ‘leven lang ontwikkelen’ waarbij getracht wordt mensen zo ruim inzetbaar mogelijk te maken door passende (praktische) scholing. We werken hierin samen met onderwijs en bedrijfsleven op de gezamenlijke agenda's Vitale arbeidsmarkt en de Zeeuwse arbeidsmarktregio en voeren dit uit via concrete projecten als Participatielab en praktijkroutes. Pagina 2 van 3
Vervolg Dit jaar ontvangt u twee raadsvoorstellen over de financiële consequenties op het gebied van de jeugdhulp en Wmo (2e begrotingswijziging SWVO). Het incidentele voordeel op de Participatiewet nemen we mee in de 2e Financiële Programmarapportage. In het voorjaar van 2022 kunt u de jaarrapportage 2021 van de monitor Sociaal Domein verwachten. Bijlagen 1. Factsheet Jeugd 2. Factsheet Wmo 3. Factsheet Participatiewet
Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, M.K. van den Heuvel
J.Chr. van der Hoek MBA
Secretaris
Burgemeester
Pagina 3 van 3