20211116 Raadsbrief Notitie gebruik knalapparatuur bijlage 3 notitie
Tekst van het document
Notitie Algemene regels gebruik knalapparatuur voor het verjagen van vogels 2021 1. Inleiding, voorgeschiedenis en ervaringen Knalapparaten worden voornamelijk gebruikt in de land- en tuinbouw en produceren een harde knal om wild en gevogelte (meestal ganzen en duiven) te verjagen teneinde de teelt te beschermen tegen vraatschade. Meestal gaat het om gewassen als spruiten, bloemkool, boerenkool, erwtjes en andere peulvruchten, chicorei, witlof en diverse graansoorten. De knal die het knalapparaat voortbrengt is ver in de omtrek waar te nemen. Dit leidt in bepaalde perioden van het jaar regelmatig tot klachten over het gebruik van deze apparaten. Hoewel regelgeving voorhanden is, blijkt in de praktijk dat door het subjectieve karakter van de klachten een bevredigende afhandeling daarvan niet altijd goed en op een structurele manier mogelijk is. De in deze beleidsnotitie opgenomen algemene regels dienen twee doelen. Het voorkomen dat ontoelaatbare geluidsoverlast voor omwonenden en andere geluidsgevoelige functies in de omgeving optreedt en de gebruiker zoveel mogelijk duidelijkheid bieden over het gebruik van knalapparatuur en voorhanden zijnde alternatieve afschrikmiddelen. Voor 23 april 2009 diende een agrariër, die vraatschade wilde voorkomen middels het gebruik van knalapparatuur, een ontheffing bij de gemeente aan te vragen. Beleid was daarvoor nog niet vastgesteld.
Op 23 april 2009 werden de eerste eenvoudige algemene regels vastgesteld. Hierin was echter geen duidelijke tijdsafbakening opgenomen en een normerend geluidskader ontbrak. Van de knalapparatuur mocht tussen zonsopgang en zonsondergang gebruik worden gemaakt. Gevolg was dat in enkele gevallen erg vroeg of nog erg laat werd geknald. Dat leverde veel klachten op. Een van de klachten leidde tot een gang naar de rechter. De uitspraak van de rechtbank resulteerde in de noodzaak tot aanpassing van onze algemene regels en het opstellen van geluidsnormen en knaltijden in het beleid en aanpassing van onze algemene regels op 17 januari 2012. Deze luidden als volgt. 1. De gebruiker van de knalapparaten dient voor de eerste dag van gebruik daarvan schriftelijk melding te doen aan het gemeentebestuur van Schouwen-Duiveland. De melding dient plaats te vinden met behulp van het in de bijlage opgenomen formulier, dan wel eenzelfde informatie te bevatten. 2. De knalapparatuur wordt maximaal 6 weken gebruikt (en met maximaal 6 weken verlengd). 3. De kortste afstand tussen een knalapparaat en een geluidsgevoelig object of een natuurgebied bedraagt 250m. 4.
Indien bij een perceel nabij een natuurgebied de afstand van 250 meter niet uitvoerbaar is mag een uiterste afstand van 150 meter tussen het knalapparaat en de grens van het natuurgebied worden gehanteerd ( de afstand ten aanzien van andere geluidsgevoelige objecten dient wel minstens 250 meter te zijn). 5. Knalapparatuur mag niet in werking zijn van 21.00 tot 07.00 uur. 6. De kortste afstand tussen een knalapparaat en de openbare weg bedraagt ten minste 50 meter. 7. De knalfrequentie bedraagt maximaal 10 knallen per uur. 8. Het geluidsniveau van een enkelvoudige knal (Lknal) mag bij een woning van derden en andere geluidsgevoelige gebouwen niet meer bedragen dan 72,5 dB(A) op een hoogte van 1,5 meter. 9. Staan meerdere knalapparaten op minder dan 300 meter van een geluidsgevoelig object opgesteld dan geldt samen het maximum van 10 knallen per uur. 10. Vrij opgestelde knalapparaten dienen voorzien te zijn van een duidelijk leesbaar label, waarop de naam, adres, woonplaats en (mobiel)telefoonnummer van de gebruiker staan vermeld. 11. Tijdens het gebruik moet desgevraagd kunnen worden aangetoond of aannemelijk worden gemaakt, dat ook minimaal één andere verjagingsmethode wordt toegepast.
1
Inmiddels is ons beleid van 2012 aan een evaluatie en actualisatie toe. Jaarlijks ontvangen we toch nog enkele klachten over het gebruik van knalapparaten. Niet altijd wordt het gebruik gemeld bij de gemeente, soms is een apparaat te dicht op woningen geplaatst of is de loop van het apparaat niet van geluidsgevoelige terreinen afgericht. Het aantal knallen per uur wordt door een enkeling als te veel en de minimale afstand van 250 meter als te dichtbij ervaren. Ook het opeenvolgend gebruik van een knalapparaat, 6 weken op het ene perceel en nog enige tijd op een ander perceel in dezelfde omgeving levert klachten op. Daarnaast klinkt een enkele keer de roep om het afschaffen van de algemene regels en het invoeren van de strikte vergunningplicht. Ook het niet in voldoende mate handhavend optreden van de gemeente klinkt in de klachten door. De handhaafbaarheid is dan ook een uitdaging. Soms zijn knalapparaten niet te lokaliseren omdat deze verdekt zijn opgesteld, is niet duidelijk hoe lang het knalapparaat al in gebruik is of is niet vast te stellen welk van de knalapparaten de overlast veroorzaakt bij meerdere knalapparaatgebruikers in dezelfde woonomgeving. Vanuit de gebruikerszijde heeft ZLTO Agrarisch Schouwen Duiveland meegedeeld dat de ervaringen met de algemene regels voor knalapparatuur in grote lijnen goed werken.
Daarbij merkt zij op dat de regels niet nog meer beperkend moeten zijn. De gebruiker van de knalapparatuur krijgt met steeds meer beperkende regels te maken. Verder deelt zij mee dat voor veel agrariërs de algemene regels voor knalapparatuur helemaal niet bekend zijn. Daarom wordt ook niet altijd een melding ingediend. Ook komt het wel eens voor dat apparatuur wordt gestolen of beschadigd. ZLTO is van mening dat de alternatieve afschrikmiddelen als poppen en slingers weinig tot geen toegevoegde waarde bieden. In de voorbereiding op vaststelling van deze beleidsnotitie is gedurende een termijn van 6 weken de mogelijkheid van inspraak aangeboden. Dat heeft geleid tot een drietal reacties van burgers/omwonenden en een gezamenlijke reactie van eigenaren van natuurgebieden en belangenbehartigers van natuurwaarden. Deze laatste pleiten voor meer aandacht voor het belang van de natuurwaarden, Natura 2000 gebieden, de Wet Natuurbescherming en de overlast die knalapparaten kunnen veroorzaken bij (broedende) vogels. Schouwen-Duiveland kent immers veel natuurgebied. De geluidsnorm ten aanzien van natuurgebied en vogels is een andere dan die voor die in het kader van geluidshinder voor omwonenden. In deze beleidsactualisatie willen we ook hierin een slag maken.
In de uitvoering willen we inzetten op een meer zorgvuldige toetsing van de melding of aanvraag en een effectieve handhaving van knalapparatuur die niet is gemeld of niet volgens de regels wordt gebruikt. Zo willen we bij het toetsen van de melding of ontheffingaanvraag meer aandacht schenken aan het aanleveren van goede perceel- en teeltinformatie en het toepassen van alternatieve afschrikmiddelen. Tot nu toe beschouwden we knalapparatuur als de primaire verjaagmethode. Door meer de nadruk te leggen op de plicht van het toepassen van een tweede verjaagmethode, brengen we daar verandering in. Ook willen we de meldingsplicht beter communiceren op onze website en via de kanalen van ZLTO en willen we bij een ontheffingaanvraag voor verlenging van de knalperiode toetsen op de aannemelijkheid van de noodzaak daarvan. 2. Definities In het vervolg van deze notitie komt een aantal begrippen ter sprake. Deze hebben in het kader van deze notitie de volgende betekenis. -
-
Knalapparatuur: een gaskanon dat een knal veroorzaakt met als doel wild of gevogelte te verjagen. Perceel: stuk grond al dan niet met de bebouwing, dat bij het kadaster is geregistreerd en als opgenomen in de “gecombineerde opgave” van het RVO. Gevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van art. 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidgevoelige gebouwen, met uitzondering van gebouwen behorende bij de betreffende inrichting*. Gevoelige terreinen: terreinen die op grond van art. 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidgevoelig terrein, met uitzondering van die terreinen behorende bij de betreffende inrichting en verder kampeer- en natuurterreinen.
2
-
-
-
-
-
Kampeerterrein: een terrein waarbij op grond van het bestemmingsplan toegestaan is om te kamperen. Natuurterrein: een terrein zoals benoemd in het bestemmingsplan, op grond van de Wet Natuurbescherming of Natura 2000. Milieubeschermingsgebied: gebied dat door Gedeputeerde Staten is aangewezen ter bescherming van de omgevingskwaliteit rust en stilte. dB(A, imp): eenheid voor het geluidniveau, uitgedrukt in decibel. De toevoeging (A, imp) duidt erop dat het resultaat A-gewogen (hoorbaar geluid voor het menselijk oor) is en dat gemeten is in de meterstand impuls. Bij impulsachtig geluid komen in het geluidsbeeld geluidsstoten voor die minder dan 1 seconde duren en een zekere repetitie kennen. Achtergrondniveau: het referentieniveau van het omgevingsgeluid. Het referentieniveau van het omgevingsgeluid: de hoogste waarde van de volgende geluidniveaus: a. Het L95 van het omgevingsgeluid. b. Het equivalente geluidniveau veroorzaakt door zoneringsplichtige verkeersbronnen verminderd met 10 dB. L95: Het geluidniveau dat, in een bepaalde periode, gedurende 95% van de tijd wordt overschreden. Lknal: het geluidniveau van een enkelvoudige knal. Lr : Het geluidniveau voor herhaald hoorbare knallen in een bepaalde tijdsperiode.
Deze wordt bepaald door het aantal knallen dat per uur wordt geproduceerd en de geluidniveaus van de afzonderlijke knallen gemeten met de A-weging en de impulskarakteristiek, de zogenaamde Lknal. Het geluidniveau wordt berekend met de formule: Lr = Lknal + 10 lg n – 33 dB(A), waarin n het aantal is. Dagperiode: de periode van 07.00 tot 19.00 uur. Avondperiode: de periode van 19.00 tot 21.00 uur Nachtperiode: de periode van 21.00 tot 07.00 uur. Scary man: dit is een bewegende pop op een accu. Birdguard: een apparaat welke het geluid van verschillende roofvogelsoorten imiteert. RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Gecombineerde opgave: met deze opgave geeft een agrariër gegevens aan het RVO door, waaronder teelt- en perceelsgegevens, voor de Landbouwtelling, de mestwetgeving en emissierapportages. *Met “inrichting” wordt in het kader van dit beleid het bedrijf van de agrariër bedoeld die geluidsapparatuur voor de verjaging van gevogelte wil plaatsen.
3. Wettelijk kader. 3.1 Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en Wet milieubeheer Een knalapparaat of geluidsapparatuur valt niet onder de werkingssfeer van de Wet milieubeheer, tenzij het staat opgesteld binnen de grenzen van een inrichting. Per geval zal onderzocht moeten worden of de Wet milieubeheer werkelijk niet van toepassing is. Met name bij akkerbouw- en fruitteeltbedrijven kunnen naast het erf en de gebouwen de bijbehorende velden onderdeel van de inrichting zijn. Dit beleid is dan niet rechtstreeks van toepassing, maar zal leidend zijn bij het opstellen van maatvoorschriften in het kader van de Wet milieubeheer. Daarnaast is het knalapparaat als zodanig niet aangewezen als vergunningplichtig in het kader van de Wet milieubeheer en heeft het gebruik een betrekkelijk tijdelijk karakter. Het gebruik van een knalapparaat valt onder de regels van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van de gemeente Schouwen-Duiveland. In de APV is het volgende bepaald:
3
Artikel 4:6 Overige geluidhinder • 1.Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer of van
• • •
het Besluit op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2.Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. 3.Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale milieuverordening. 4.Het verbod in lid 1 geldt niet voor het gebruik van knalapparatuur om vogels te verjagen van bedrijfsmatig in gebruik zijnde gronden, indien wordt voldaan aan de door het college vastgestelde algemene regels en indien het gebruik van de knalapparatuur voor de eerste dag van gebruik bij het college is gemeld.
3.2 Wet geluidhinder: circulaire schietlawaai. Omdat het geluid van gaskanonnen (knalapparatuur) sterk overeenkomt met dat van schietwapens is voor de beoordeling van het geluidsniveau aansluiting gezocht bij de circulaire schietlawaai 2006. De circulaire acht voor het beoordelen van hinder twee waarden relevant: a. het maximale geluidsniveau van een enkelvoudige knal (Lknal) b. het geluidniveau voor herhaald hoorbare knallen in een bepaalde omgeving (Lr) Het geluidsniveau van een enkele knal, waarbij schrikeffecten optreden, is afhankelijk van het achtergrondgeluidsniveau. Ongeacht de hoogte van het achtergrondgeluid zullen er altijd schrikeffecten optreden wanneer het niveau hoger is dan 75 dB(A). De circulaire adviseert daarom ervoor zorg te dragen dat deze waarden niet worden overschreden. In de onderstaande grafiek zijn de geluidsgrenswaarden die gelden op grond van de circulaire opgenomen.
Hieruit is de volgende tabel afgeleid met geluidgrenswaarden. In de onderstaande tabel zijn de geluidsgrenswaarden die gelden op grond van de circulaire opgenomen:
4
Periode Omgevingsgeluid Lknal Dag 07.00-19.00 uur 45 dB(A) 72,5 dB(A) Avond 19.00-23.00 uur 40-45 dB(A) 70-72,5 dB(A) Nacht 23.00-07.00 uur 35-40 dB(A)* * In de nachtperiode mag er niet geschoten worden
Lr 45 dB(A) 40-45 dB(A)
Bij de beoordeling van het geluid wordt beoordeeld in welke mate een individuele geluidsbron invloed heeft op het heersende omgevingsgeluidsniveau. Landelijke gemiddelden hiervoor zijn: stedelijke omgeving 50 dB(A) rustige woonwijk 45 dB(A) landelijk gebied 40 dB(A) als etmaalwaarde. Uitgangspunt is dat de individuele geluidsbron niet een verhoging van het omgevingsgeluid tot gevolg heeft. Plaatselijk, bijvoorbeeld aan een drukke weg, kan het omgevingsgeluid afwijken van de landelijke gemiddelden en dient door meting of berekening te worden bepaald.
3.3 Wet Natuurbescherming en Omgevingsverordening Zeeland De Wet Natuurbescherming is op 1 januari 2017 in werking getreden en vervangt sindsdien de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en faunawet, en de Boswet. De wet bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en de belangrijkste natuurgebieden in Nederland. Deze wet bevat, naast een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten, specifieke regels voor de aanwijzing, het beheer en de bescherming van Natura 2000-gebieden, waaronder een groot aantal gebieden die als essentieel leefgebied dienen voor vogels. Het belangrijkste rechtgevolg van de aanwijzing als Natura 2000-gebied is dat er een vergunningplicht geldt voor alle activiteiten die mogelijk schade kunnen toebrengen aan een gebied. Provincies hebben de belangrijkste taken en bevoegdheden voor de uitvoering van de wet, waaronder een duidelijke verplichting om actieve beschermingsmaatregelen te nemen voor soorten die dat nodig hebben en de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen die van provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarden of landschappelijke waarden. De provincies hebben daarnaast bevoegdheden om vrijstellingen en ontheffingen te verlenen voor schadebestrijding, overlast, populatiebeheer en andere redenen.
In de Omgevingsverordening Zeeland 2018, de omgevingsverordening 2021 verkeert nog in de ontwerpfase, heeft Gedeputeerde Staten milieubeschermingsgebieden aangewezen ter bescherming van de omgevingskwaliteit rust en stilte. Hieronder vallen onder meer Natura 2000 gebieden. In de Omgevingsverordening is opgenomen dat het gebruik van knalapparatuur voor het verjagen van vogels binnen deze gebieden beperkt is toegestaan, dat wil zeggen tot maximaal 3 knallen per uur. Verder gelden in deze gebieden richtwaarden voor het maximaal gemiddeld toegestane geluid van 40 dB(A) voor het kerngebied (groen in onderstaande afbeelding) en 48 dB(A) voor het overgangsgebied (blauw in onderstaande afbeelding), de eerste 250 meter vanuit de grens. Deze richtwaarden hebben ook tot gevolg dat knalapparatuur die in de nabijheid van de milieubeschermingsgebieden zijn opgesteld gebonden zijn aan die waarden. In de praktijk betekent dit niet dat daarmee het gebruik van knalapparatuur nu onmogelijk is in de nabijheid van milieubeschermingsgebieden. Knalapparatuur met een bronniveau van 131 dB(A) kan nog steeds op minimaal 250 meter afstand van de grens van het natuurgebied of milieubeschermingsgebied worden gebruikt met een enkelvoudige knal van 72,5 dB(A) gemeten op die grens.
De nu nog bestaande mogelijkheid om bij een milieubeschermingsgebied op minder dan 250 meter een knalapparaat te kunnen plaatsen is nu niet meer houdbaar. Alleen een ontheffingaanvraag met onderbouwing dat met een afstand van minder dan 250 meter toch aan de norm van 48 dB(A) kan worden voldaan kan nog een mogelijkheid bieden. Bij de meldingacceptatie of ontheffingverlening in de nabijheid van milieubeschermingsgebieden toetsen we of er noodzaak is de melder naar de provincie Zeeland te verwijzen voor een ontheffing of omgevingsvergunning.
5
Een weergave van de milieubeschermingsgebieden die in de Omgevingsverordening Zeeland 2018 (en ontwerp 2021) zijn aangewezen. In deze gebieden gelden restricties ten aanzien van gedragingen en activiteiten en zijn richtwaarden voor het maximaal gemiddeld toegestane geluid vastgesteld (40 dB(A) voor het kerngebied (groen) en 48 dB(A) voor het overgangsgebied (blauw), de eerste 250 meter vanuit de grens (Bron Provincie Zeeland).
4. Beleidsoverwegingen. 4.1 Belangenafweging Het telen van gewassen is een belangrijke bron van inkomsten voor agrarische bedrijven in de gemeente Schouwen-Duiveland. Inherent hieraan is het treffen van maatregelen ter beperking van opbrengstschade. Het gebruik van het knalapparaat ter beperking van vogel(vraat)schade kan daarbij een hulpmiddel zijn. Een zekere mate van hinder ten gevolge van geluidsapparaten in de agrarische bedrijfstak wordt aanvaardbaar geacht, mits de mate en de tijdsperiode waarin de hinder kan worden ondervonden beperkt is. De knalapparatuur wordt door de meeste agrariërs slechts gedurende enkele weken per jaar gebruikt. Tegenover de belangen van de agrarische bedrijven staan de belangen van de bescherming van natuurwaarden, van omwonenden en bezoekers van onze gemeente die genieten van de natuur en stilte die Schouwen Duiveland te bieden heeft. Het is dan ook van belang het gebruik van knalapparatuur in tijd en omvang beperkt te houden. 4.2 Verjagingstechnieken Naast knalapparaten staan de telers ook andere hulpmiddelen ter beschikking om vraatschade te kunnen beperken. In deze beleidsactualisatie willen we meer inzetten op het toepassen van minimaal één andere afschrikmethode naast het gebruik van knalapparatuur.
Het is noodzakelijk dat ondernemers knalapparatuur zoveel mogelijk afwisselen met alternatieven, zodat gewenning en hierdoor juist een aantrekkend effect van vogels kan worden voorkomen. Binnen de agrarische sector worden diverse verjagingstechnieken gebruikt: - jagers: verjagen regelmatig vogels of wild, afhankelijk van de regelgeving in de Wet Natuurbescherming kan wild worden afgeschoten - gaskanon/knalapparaat: veroorzaakt knallen om vogels en wild te verjagen - alarmpistool: waarmee patronen worden afgevuurd om te midden van vogels te detoneren - scary man: dit is een bewegende pop op een accu, door de pop op te pompen en de lucht vervolgens weer te laten ontsnappen, gaat de pop bewegen
6
-
roofvogels: zowel in plastic alsook het laten wegvliegen van bijvoorbeeld een valk door een valkenier (VOB-methode) birdguard: (mundi-sound installatie) imitatie van verschillende roofvogelsoorten, hierdoor ontstaat afschrikking bij schadeveroorzakende vogels ballonnen: deze zweven boven het gewas vogelverschrikkers: staan in het veld vliegers en slingers laser: d.m.v. laserstralen wordt het wild en gevogelte opgeschrikt. Deze variant kan erg kostbaar zijn en wordt daarom zelden toegepast.
Uit diverse onderzoeken in de literatuur blijkt dat vooral het afwisselend gebruik van verschillende verjagingstechnieken het meest effectief is. Wij concluderen dat er voldoende verjagingstechnieken in de agrarische sector aanwezig zijn om te variëren in de technieken. Ook kunnen in de vroege ochtend diverse stille verjagingstechnieken worden toegepast zoals bewegende poppen, roofvogels of door over het perceel lopende mensen. 4.3 Beoordeling van geluidsoverlast Het geluid van een knalapparaat is zeer kortstondig van aard. Hierna wordt op het daarbij behorende beoordelingskader ingegaan. Voorafgaande aan de vaststelling van het beoordelingskader zal eerst voor het gehele grondgebied het omgevingsgeluid moeten worden vastgesteld. Het omgevingsgeluid is immers bepalend bij de vaststelling van de beoordelingskaders voor geluidsapparatuur. Een gemiddeld geluidniveau ter plaatse van een gevoelig gebouw of gevoelig terrein veroorzaakt door herhaald hoorbare knallen (Lr) in de dagperiode lager dan 45 dB(A) zal in SchouwenDuiveland in het algemeen niet leiden tot hinder. Wanneer dit niveau 50 d(A) zal bedragen zal dit sporadisch leiden tot klachten, terwijl verwacht mag worden dat een niveau van 55 dB(A) alom tot hinder zal leiden. In Schouwen-Duiveland zijn er verscheidene locaties met een laag omgevingsgeluidniveau.
Dit is ook een als zodanig benoemde kwaliteit van Schouwen-Duiveland. Deze locaties sluiten aan bij de gemiddelde norm van 40 dB(A) voor het landelijk gebied. Daarnaast zijn er gebieden waar het geluid als gevolg van de aanwezigheid van wegen en industrie ruim boven dit niveau zit, op sommige locaties tot wel 50 dB(A) toe. Omdat apparatuur voor verjaging gedurende korte periodes worden gebruikt en naar haar aard meestal op een behoorlijke afstand van woningen, is de overlast beperkt. Voor de eenvoud kan dan ook gekozen worden voor een gemiddelde richtwaarde voor het omgevingsgeluid in het buitengebied:45 dB(A) etmaalwaarde. Voor de dagperiode (07.00-19.00 uur) hanteren wij dus een richtwaarde voor het omgevingsgeluid van 45 dB(A) en voor de avondperiode (vanaf 19.00 uur tot 23.00 uur) een richtwaarde van 40 dB(A) voor het omgevingsgeluid. Deze 2 verschillende richtwaarden zou betekenen dat er ook 2 verschillende normen komen voor het aantal knallen. Dit is in de praktijk niet goed werkbaar. Vooral in de avondperiode vanaf 21.00 uur zal de overlast als groter beleefd worden omdat het dan rustiger wordt wat betreft het omgevingslawaai. Om zowel de omgeving als de ondernemer tegemoet te komen is gekozen om de avondperiode te stellen tussen 19.00 uur en 21.00 uur en ook hier een richtwaarde van 45 dB(A) te hanteren.
Het aantal toegestane knallen (met een maximum per uur) is dan in de periode tussen 07.00 uur en 21.00 uur gelijk en in de periode tussen 21.00 uur en 07.00 uur is het niet toegestaan de knalapparatuur te gebruiken. Hierdoor is een goede balans tussen de mogelijkheden voor de gebruiker en de bescherming van de omgeving. Ook in het kader van toezicht en handhaving is dit goed te controleren. 4.4 Knalapparatuur Om te beoordelen of er sprake is van een ontoelaatbare hinder door knalapparaten wordt aangesloten bij de genoemde circulaire schietlawaai. De gelijkenis tussen de soort en aard van geluid van knalapparaten met geweerschoten voor recreatieve schietactiviteiten is groot. Bij beide is sprake van schrikeffecten uitgedrukt in Lknal of het effect van meerdere schoten op het achtergrondniveau uitgedrukt in Lr. Bij de vaststelling van de geluidsgrenswaarde voor knalgeluiden in de dag- en avondperiode wordt de richtwaarde voor het omgevingsgeluid voor dezelfde periode aangesloten. Concreet betekent dit dat het geluidsniveau van een enkele knal ter plaatse van een gevoelig gebouw of
7
gevoelig terrein maximaal 72,5 of 70 dB(A) respectievelijk voor de dag- of avondperiode mag bedragen. De invloed van herhaald hoorbare knallen (uitgedrukt in aantal knallen per uur) is afhankelijk van het bronniveau (Lknal ) van het knalapparaat en de afstand. Geconcludeerd wordt dat het immissieniveau Lknal bepalend is. Het bepalen of sprake is van een overschrijding kan op basis van berekening of meting.
De gemeente Horst aan de Maas heeft in het najaar van 2004 en het voorjaar van 2005 een aantal representatieve geluidsmetingen uitgevoerd. Uit die metingen blijkt dat een aantal uitgangspunten een rol spelen bij de beoordeling van knalapparaten, zoals de situering van het apparaat (lees afstand tot geluidgevoelige objecten), het bronvermogen van het apparaat en de afscherming van het apparaat. Daarnaast blijkt uit de resultaten van de metingen dat tijdens het gebruik van het apparaat sprake is van een bandbreedte van geluidsniveaus bij de gevoelige objecten. Deze bandbreedte wordt bij gaskanonnen (het meest toegepast) vooral veroorzaakt door: · de variatie in gasvulling; · de windsterkte en windrichting; · de gebruiksduur; · de uitschuiflengte van de loop van het gaskanon; · de rotatiemogelijkheden van een gaskanon. Concreet veroorzaken deze factoren een bandbreedte van 5 dB(A). Daarnaast is geconstateerd dat een gaskanon richtingsafhankelijk afstraalt. In voorwaartse richting wordt meer geluid afgestraald dan in achterwaartse richting. De bronsterkte in achterwaartse richting bedraagt gemiddeld 140 dB(A) ten opzichte van de bronsterkte in voorwaartse richting van 148 dB(A). Verder is geconstateerd dat er ook verschillen zijn tussen een ongedempt en gedempt gaskanon. De demping ontstaat door het inschuiven van de loop van het kanon.
De bronsterkte (in achterwaartse richting) varieert dan van 135 dB(A) bij gedempt gebruik tot 143 dB(A) bij ongedempt gebruik. Op basis van literatuur blijkt verder dat afscherming van de knalapparaten (richting de gevoelige objecten) een reductie van circa 5 dB(A) kan betekenen. Het bronvermogen van het knalapparaat en de afstand tot gevoelige objecten is bepalend of aan de gestelde geluidsgrenswaarden kan worden voldaan. Tijdens de geluidsmetingen bij de geluidsgevoelige objecten op een afstand van 250 meter is een bandbreedte geconstateerd van 66 dB(A) tot 74 dB(A). Deze bandbreedte komt bij een en hetzelfde gaskanon voor. Het zwaartepunt van de Lknal bij metingen op 250 meter ligt bij 68 dB(A). Ook is er geconcludeerd dat de afstand van 250 meter tot geluidgevoelige objecten leidt tot verantwoord gebruik van knalapparaten, omdat voldaan wordt aan een grenswaarde van de enkelvoudige knal van 72,5 dB(A). Deze afstand kan als indicatieve afstand benut worden voor de opstelling van gaskanonnen op landbouwgronden.
Samenvatting akoestisch rapport gemeente Horst aan de Maas: Op basis van een geluidsonderzoek van de gemeente Horst aan de Maas is een minimale afstand van 250 meter noodzakelijk om schrikreacties te voorkomen. De herhaald hoorbare knallen (Lr) zijn te berekenen met de volgende formule uit de Circulaire schietlawaai: Lr=Lknal+10log(aantal schoten)-33 dB(A). Door de bandbreedte van het geluidsniveau van de enkelvoudige knal is echter een objectieve beoordeling van de herhaald hoorbare knallen door middel van berekening niet mogelijk. Te meer daar het gebruik van knalapparatuur over een langere periode wordt gehanteerd en hiermee controle door meting van de herhaald hoorbare knallen door de bandbreedte van geluidsniveaus niet uitvoerbaar is. Lr is als op te nemen norm niet zinvol. Door het stellen van een maximum aan het aantal knallen in de dagperiode en de avondperiode tot uiterlijk 21.00 wordt geluidhinder bij een gevoelig gebouw of gevoelig terrein op een afstand van 250 meter en meer afdoende voorkomen.
8
Om onze keuze van 8 knallen per uur, de norm van 72,5 dB(A) op minimaal 250 meter en de bruikbaarheid van het akoestisch rapport van Horst aan de Maas anno 2021 te toetsen hebben we een aanvullend deskundigenonderzoek verricht. Het optredend geluidniveau voor de Lr wordt niet in dB(A)’s genormeerd, maar gerelateerd aan het aantal knallen in relatie tot de afstand. De gemeente Schouwen-Duiveland normeert het gebruik van een knalapparaat op 8 knallen per uur. De Lr wordt dan als volgt berekend: Lr = Lknal + 10*log(aantal schoten) – 33. Lr = 72,5+9-33= 48 dB(A). Een overzicht voor de geluidswaarden voor diverse afstandsnormen is in onderstaand schema opgenomen.
Lr in dB(A) bij 8 knallen per uur Lr in dB(A) bij een bronvermogen van Afstand (m)
131 dB(A)
137 dB(A)
143 dB(A)
150
53
59
65
200
50
56
62
250
48
54
60
300
46
52
58
350
45
51
57
400
44
50
56
Het resultaat is dat een maximaal aantal knallen van 8 per uur redelijk kan worden geacht. Het feit dat met 8 knallen per uur op 250 meter afstand het geluidsniveau gemiddeld 48 dB(A) bedraagt en dus 3 dB(A) hoger is dan het achtergrondgeluid van 45 dB(A), zal niet tot onevenredig meer hinder leiden voor omwonenden. De hinderbeleving zit voornamelijk in de schrikreactie van de enkelvoudige knal. Door voldoende afstand te houden tot de woningen wordt die in voldoende mate beperkt. Voor het gebruik van knalapparatuur bij de grens van natuurbeschermingsgebieden sluit die 48 dB(A) volledig aan op de norm die in de omgevingsverordening Zeeland is gesteld ten behoeve van bescherming van rust en stilte in en bij milieubeschermingsgebieden. In ons onderzoek wordt vastgesteld dat dan een bronvermogen geldt van 131 dB(A) bij 250 meter afstand en voor elke 6 dB(A) toename van het bronniveau dient de afstand van het knalapparaat tot de grens van het milieubeschermingsgebied te worden verdubbeld. Voor de praktijk betekent het dat een knalapparaat op 250 meter afstand van de grens van een milieubeschermingsgebied kan worden gebruikt waarbij de enkelvoudige knal 72,5 dB(A) bedraagt en het gemiddelde geluidsniveau 48 dB(A). Daarbij gaan we uit dat het gemiddelde geluidsniveau in het kerngebied van het milieubeschermingsgebied ten hoogste 40 dB(A) bedraagt.
Die waarde wordt in de buitendijkse milieubeschermingsgebieden door de dempende werking van de dijken zeker gehaald. In de praktijk blijkt dat agrarische ondernemers soms in elkaars nabijheid gelijktijdig knalapparaten kunnen gebruiken. Dit gezamenlijk gebruik leidt tot cumulatie van geluid bij een gevoelig gebouw of gevoelig terrein. Indien dit het geval is dan is een afstand van 300 meter tot een gevoelig gebouw of gevoelig terrein noodzakelijk. 4.5 De wijzigingen in de algemene regels Zoals in de inleiding is gezegd is het ontheffingensysteem voor het gebruik van knalapparatuur ter voorkoming van schade aan vruchten en gewassen eerder al veranderd in een meldingensysteem. De opgedane ervaringen en zienswijzen nemen we nu op als basis om onze algemene regels aan te passen. Er moet nog steeds voldaan worden aan een aantal algemene regels die zijn ontleend aan de hiervoor opgenomen beleidsafwegingen. Kan men redelijkerwijs niet aan de algemene regels voldoen en wil men afwijken van die regels dan kan een ontheffing worden aangevraagd.
9
Het gebruik van geluidsapparatuur voor verjaging moet terughoudend worden toegepast. De normstelling voor knalapparaten is gebaseerd op een beperkte duur van enkele weken per jaar. Belangrijk bij de toetsing van een melding of ontheffingaanvraag is ook dat, als de melding of ontheffingaanvraag wordt getoetst, we uitgaan van de eerste dag van gebruik van de knalapparatuur en niet van de datum van de melding of aanvraag. Bij een aanvraag voor ontheffing of een melding die na de aanvang van het gebruik van knalapparatuur wordt ingediend kan dat dus betekenen dat voor minder dan 6 weken ontheffing wordt verleend. Onze algemene regeling wordt op de volgende onderdelen als volgt aangepast: •
•
• • • • • • •
•
•
De mogelijkheid om binnen de algemene regels een tweede periode van 6 weken te mogen knallen, direct opvolgend op de eerder gemelde periode van 6 weken, vervalt. Indien een verlenging van de periode nodig is dient een ontheffing te worden aangevraagd. Hierbij is een extra knalperiode van maximaal 3 weken mogelijk. De noodzaak daarvan moet wel aannemelijk zijn, zo moet er daadwerkelijk sprake zijn van de aanwezigheid van vogels of wild die de teelt schaden en de belangen van omwonenden en andere belanghebbenden zullen bij de ontheffingsaanvraagbehandeling moeten worden meegewogen. Op één en hetzelfde perceel mag maximaal 2 maal per jaar een periode van 6 weken (met evt. verlenging van maximaal 3 weken) gebruik worden gemaakt van knalapparatuur. Tussen die perioden zit minimaal 2 maanden (60 kalenderdagen) van rust. We voegen een extra geluidsnorm (gemiddeld bij 8 knallen per uur 48 dB(A)) toe voor knalapparatuur in de nabijheid van milieubeschermingsgebieden/natuurgebieden. De knalapparatuur dient van een gefixeerde loop te zijn voorzien en van geluidsgevoelige bestemmingen en woonkernen afgewend te zijn. Een draaiende loop is toegestaan indien de knalapparatuur minimaal 400 meter van geluidsgevoelige bestemmingen staat opgesteld. Een tweede afschrikmethode moet nu (beter) in de melding worden uitgewerkt en worden toegepast.
De knalapparatuur en de melding(acceptatie) is gebonden aan één perceel en teelt/gewas. Het knalapparaat moet zijn voorzien van het adres en telefoonnummer van de gebruiker. Het maximaal aantal enkelvoudige knallen van de knalapparatuur per uur bedraagt 8, dat was 10. Voor het gebruik van knalapparaten binnen milieubeschermingsgebieden geldt een maximum van 3 knallen per uur. Dit is de norm die de provincie Zeeland hanteert in haar Omgevingsverordening. Bij de melding en ontheffingsaanvraag dienen de perceelnummers en de registratiedocumenten uit de gecombineerde opgave te worden aangeleverd waarbij in de perceelfoto de exacte locatie van de knalapparatuur moet worden aangegeven. Op deze wijze ontstaat een beter handhaafbare meldingacceptatie en ontheffing. Het maakt ook het plaatsen van een markeringsvlag overbodig. Bij de melding en ontheffingaanvraag dient het bronniveau en documentatie van het apparaat te worden overlegd. In plaats van documentatie kan ook het merk en typenummer van de apparatuur worden aangeleverd als de melder geen documentatie kan aanleveren.
4.6 Calamiteitenregeling Het college behoudt de mogelijkheid om in geval van calamiteiten de algemene regels buiten toepassing te verklaren indien (achteraf) aannemelijk kan worden gemaakt door de ondernemer dat sprake is geweest van een calamiteit zoals een plotselinge vogelplaag en de ondernemer hierdoor genoodzaakt is geweest de algemene regels te overtreden. De ondernemer is verplicht het college onmiddellijk op de hoogte te stellen dat een calamiteit heeft plaatsgevonden en welke acties hij heeft ondernomen om de schade te beperken. Indien dit handelen tot overlast leidt (heeft geleid) dan zal het college beslissen in hoeverre de ter beschikking staande handhavingsmiddelen worden ingezet. Dit kan ook achteraf.
10
4.7 Conclusie Het bovenstaande in aanmerking nemend kan worden geconcludeerd dat het verantwoord en wenselijk is dat in het buitengebied geluidsapparatuur ter voorkoming van (vraat)schade door wild en gevogelte aan vruchten en gewassen zonder ontheffing mag worden gebruikt zolang aan de algemene regels kan worden voldaan. Is dat niet het geval dan moet er een ontheffing worden aangevraagd waarbij het beschreven beleid kaderstellend zal zijn. Een andere conclusie is ook dat slechts een deel van de klachten en suggesties van omwonenden, natuurbelangen vertegenwoordigers en de wensen van ZLTO tot aanpassing van ons beleid en de algemene regels leidt. Sommige aspecten verdienen meer aandacht aan de uitvoerings- en handhavingskant; het zorgvuldig toetsen van de melding en ontheffing en, waar nodig, actief optreden in de zin van geluidsmeting en buiten gebruik stellen van niet gemelde knalapparatuur. Als laatste kunnen we concluderen dat het gebruik van knalapparatuur en de toetsing van de melding of ontheffingaanvraag voor die apparatuur voor gebruik in de onmiddellijke nabijheid van natuurgebieden of milieubeschermingsgebieden, extra aandacht vraagt om te kunnen voldoen aan de geluidsnormen. 5. Algemene regels - de melding Om een knalapparaat zonder ontheffing te mogen gebruiken moeten de volgende algemene regels worden nageleefd. 1.
De gebruiker van de knalapparaten dient voor de eerste dag van gebruik daarvan schriftelijk/elektronisch melding te doen aan het gemeentebestuur van SchouwenDuiveland. De melding dient plaats te vinden met behulp van het in de bijlage opgenomen (elektronisch)formulier. 2. Op één en hetzelfde perceel mag maximaal 2 maal een periode van 6 weken per kalenderjaar gebruik worden gemaakt van knalapparatuur. Tussen die perioden zit minimaal 2 maanden (60 kalenderdagen)van rust. 3. De knalapparatuur staat in het te beschermen perceel opgesteld, dient van een gefixeerde loop te zijn voorzien en van geluidsgevoelige objecten, gebouwen of bestemmingen en woonkernen afgewend te zijn. 4. Een draaiende loop is toegestaan indien de knalapparatuur minimaal 400 meter van geluidsgevoelige objecten, gebouwen of bestemmingen staat opgesteld. 5. De knalapparatuur moet zijn voorzien van het adres, de naam en het telefoonnummer van de gebruiker. 6. De kortste afstand tussen een knalapparaat en een geluidsgevoelig object, gebouw of bestemming bedraagt 250m. 7. De kortste afstand tussen een knalapparaat en de openbare weg bedraagt ten minste 50 meter. 8. Knalapparatuur mag niet in werking zijn van 21.00 tot 07.00 uur. 9. De knalfrequentie bedraagt maximaal 8 enkelvoudige knallen per uur en maximaal 3 knallen per uur in de milieubeschermingsgebieden. 10.
Staan meerdere knalapparaten op minder dan 300 meter van een geluidsgevoelig object, gebouw of bestemming opgesteld dan geldt samen het maximum van 10 enkelvoudige knallen per uur. 11. Binnen tweehonderdvijftig meter van een reeds geplaatst knalapparaat wordt geen ander knalapparaat opgesteld. 12. Het geluidsniveau van een enkelvoudige knal (Lknal) mag bij een woning van derden en andere geluidsgevoelige objecten, gebouwen of bestemmingen niet meer bedragen dan 72,5 dB(A) op een hoogte van 1,5 meter. 13. Het geluidsniveau van een enkelvoudige knal (Lknal) op de grens van een milieubeschermingsgebied mag niet meer bedragen dan 72,5 dB(A) op een hoogte van 1,5 meter en 48 dB(A) gemiddeld (Lr). 14. In de meldingsinformatie en tijdens het gebruik moet kunnen worden aangetoond of aannemelijk worden gemaakt dat ook minimaal één andere verjagingsmethode wordt toegepast. 15. In de melding en de ontheffingaanvraag dient het bronniveau en documentatie van het apparaat te worden overlegd. Eventueel wordt het merk en typenummer verstrekt. 16. Met het gebruik van knalapparatuur wordt niet gehandeld in strijd met de Wet Natuurbescherming.
11
6. Afwijking algemene regels - de ontheffing Afwijken van de bovenstaande algemene regels is alleen mogelijk na het aanvragen en toekenning van een ontheffing (artikel 4:6 lid 2 Apv). Indien de aanvrager sterk wil afwijken van de (geluid)aannames die in dit beleid zijn gemaakt, dan dient een dergelijk verzoek vergezeld te gaan van een akoestisch onderzoek en/of berekening of een certificaat van de knalapparatuur, waaruit de geluidsbelasting op de gevoelige gebouwen of gevoelige terreinen blijkt. Bij een certificaat moet het brongeluidsniveau blijken. Indien uit het akoestisch onderzoek of het certificaat blijkt dat afwijking van de algemene regels niet leidt tot onaanvaardbare hinder dan heeft het college de bevoegdheid om gemotiveerd van de algemene regels af te wijken. In andere gevallen zal aan de hand van de aannames in dit beleid beoordeeld worden of een ontheffing acceptabel is. Voorbeelden waarvoor in ieder geval ontheffing voor moet worden aangevraagd: - Het verlengen van de gemelde 6 weken periode met maximaal 3 weken. - Indien men toch meer dan tweemaal per jaar op hetzelfde perceel gebruik wenst te maken van knalapparatuur. - Indien men sterk wil afwijken van de (geluid)aannames die in dit beleid zijn gemaakt - Indien een knalapparaat op minder dan 250 meter van de grens van een natuurbeschermingsgebied wordt geplaatst omdat er geen andere mogelijkheden zijn.
Voorbeeld waarvoor geen ontheffing zal worden verleend: - voor een knalperiode van langer dan 6 weken aaneengesloten (de verlengingsperiode van maximaal 3 weken uitgezonderd) en voor een knalapparaat dat op minder dan 250 meter van geluidsgevoelige bestemmingen is geplaatst. Een ontheffing is een besluit in het kader van de Algemene wet bestuursrecht. Daartegen staat bezwaar en beroep open. Bij de ontheffingsaanvraag moeten ook de belangen van de direct omwonenden goed worden afgewogen. Daarom is het noodzakelijk dat de ontheffing op tijd wordt ingediend. Het nemen van het besluit mag 8 weken in beslag nemen. Het streven is het besluit binnen 14 kalenderdagen te nemen. Aan de ontheffing worden voorschriften verbonden en bij de aanvraag moet goed gemotiveerd worden aangegeven dat de noodzaak tot afwijken van de algemene regels aannemelijk is. Ook bij een verzoek tot verlenging van de zeswekenperiode met maximaal 3 weken moet de noodzaak daartoe aannemelijk zijn.
De aanvraag voor de ontheffing dient aan de volgende criteria te voldoen. De aanvraag bevat: • • • • • •
• • •
De naam van de gebruiker, adres, woonplaats. (mobiel)telefoonnummer van de melder. De gegevens van de gecombineerde opgave van het RVO, perceelnummer en perceelfoto met aanduiding locatie knalapparatuur. Het doel en de noodzaak van de apparatuur. De inzet van tenminste 2 verjagingstechnieken. Een akoestisch rapport of een certificaat van de apparatuur, indien de toe te passen apparatuur of methode afwijkt van de (geluid)aannames in deze notitie. Met behulp van de in dit beleid beschreven methodiek moeten dan de geluidsniveaus op de geluidsgevoelige objecten zijn berekend of door middel van het certificaat vooraf duidelijk zijn. De reden waarom de periode van gebruik moet worden verlengd en tot welke datum alsmede bewijs dat er daadwerkelijk sprake is van de aanwezigheid van vogels of wild die de teelt schaden. De reden waarom meer dan twee perioden van 6 weken per jaar gebruik moet worden gemaakt op het betreffende perceel. De reden waarom een knalapparaat op minder dan 250 meter van de grens van een natuurbeschermingsgebied wordt geplaatst. Hierbij dient een akoestische rapportage te worden verstrekt.
12
7. Klachten en handhaving Omwonenden of bedrijven kunnen bij geluidsoverlast of het anders niet naleven van de regels omtrent gebruik van knalapparatuur een klacht indienen. Er zijn diverse mogelijkheden om dit kenbaar te maken: via de knop 'Melding Servicelijn' in het menu van de website van de gemeente, via een melding bij de milieuklachtenlijn (0118) 412 323 24 uur per dag 7 dagen per week of via een melding bij de politie. Ook kan een verzoek tot handhaving worden ingediend teneinde de ongewenste situatie te beëindigen. De gebruiker van de knalapparatuur zal bij een klacht of handhavingsverzoek in de gelegenheid worden gesteld om alsnog aan de regels te gaan voldoen. Bijvoorbeeld het alsnog melden van het gebruik, het aanvragen van een ontheffing of het op de juiste afstand opstellen van het knalapparaat. Afhankelijk van de klacht kan een geluidmeting noodzakelijk zijn. Voor de formele afhandeling van de klacht of het handhavingsverzoek is het handhavingsprotocol van de gemeente Schouwen-Duiveland van toepassing. 8. Evaluatie We willen de algemene regels elke 4 jaar evalueren en daar waar nodig actualiseren. Indien de noodzaak er is, bijvoorbeeld door optredende ongewenste effecten, zullen we de nieuwe algemene regels eerder actualiseren. 9.
Inwerkingtreding Deze notitie kan worden aangehaald als “Notitie algemene regels gebruik knalapparatuur voor het verjagen van vogels 2021” en treedt in werking met ingang van de dag na die van bekendmaking. Bij inwerkingtreding van deze notitie wordt de “Notitie algemene regels gebruik knalapparatuur voor het verjagen van vogels” van 17 januari 2012 ingetrokken. Vastgesteld door burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland op
Zierikzee, Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, De secretaris, De burgemeester,
M.K. van den Heuvel
J. Chr. van der Hoek
13
Bijlage. MELDINGSFORMULIER De hieronder vermelde (rechts)persoon meldt hierbij het gebruik van knalapparatuur
Aan het gemeentebestuur van Schouwen-Duiveland Afdeling RenM Postbus 5555 4300 JA Zierikzee
Let op: Als u in afwijking van de criteria van de algemene regels voor knalapparatuur gebruik wilt maken van knalapparatuur dient u een ontheffingaanvraag in te dienen. Voor de algemene regels zie :
1. Gegevens aanvrager Bedrijfsnaam:
Naam:
Adres:
14
06-telefoonnummer :
Emailadres:
KvKnr:
2. Bedrijfsmatig gebruik, terrein, perceel en teelt Wordt het betreffende perceel bedrijfsmatig gebruikt?
Ja/nee
De perceels- en teeltgegevens toevoegen uit de gecombineerde opgave van het RVO.
Kadastrale aanduiding perceel:
Voeg ook de perceelfoto uit de gecombineerde opgave toe waaruit duidelijk de plaats en de schietrichting van het apparaat blijkt
Perceelnummer gecombineerde opgave:
Teelt:
(evt.)GPS coördinaten locatie knalapparaat:
3. Tijdsduur gebruik Knalapparaat (maximaal 6 weken aanééngesloten)
Eerste of tweede melding lopend jaar?
Datum:
t/m datum:
Tijden:
t/m
………………………………………….. Kenmerk eerdere meldingacceptatie dit jaar:
Betreft het een verlenging van een periode van 6 weken? U dient een Ontheffing aan te vragen.
Kenmerk eerdere meldingacceptatie die verlengd moet worden:
4. Knalapparatuur Aantal knalapparaten
……
15
Aantal knallen per uur per apparaat
……
Merk en type knalapparaten (voeg documentatie toe)
Merk:
Type:
Gefixeerde of roterende loop? (roterende loop alleen toegestaan vanaf 400 meter van woningen, natuurgebied en recreatieterreinen).
…………………………….
Bronvermogen
dBa:
5. Gewas/teelt Soort gewas/teelt
………
Looptijd teeltcyclus gewas
……….
6. Afstand van het knalapparaat in relatie tot de omgeving Afstand tot dichtstbijzijnde woningen
………….. meter
Afstand tot de openbare weg
…………… meter
Afstand tot natuurgebieden
…………….meter
Afstand tot kampeer- en recreatieterreinen
……………..meter
7. Bij meerdere knalapparaten: Wat is de onderlinge afstand?
8. Alternatieven Welke andere verjagingstechniek gebruikt u?(U dient minimaal één andere verjagingstechniek toe te passen)
……………………………..
o o o o o
Ondersteunend afschot / jager Vlaggen en/of linten Vogelverschrikkers Vliegers Inzet van roofvogels
16
o o o o o
Elektronische geluidsgolven/angstkreten Laserstralen Scaryman Ratels Andere…namelijk:
9. Noodzaak gebruik knalapparatuur Beschrijf waarom volgens u knalapparatuur noodzakelijk is en van welke vogelsoorten u vraatschade ondervindt. Ondergetekende verklaart dat hij/zij bovenstaande vragen naar waarheid heeft ingevuld en dat hij/zij zich houdt aan de algemene regels voor het gebruik van knalapparatuur van de gemeente Schouwen-Duiveland Datum: Plaats: Handtekening: - Deze melding is alleen van toepassing als u zich aan de algemene regels voor gebruik van knalapparatuur houdt. - Indien u buiten dit kader knalapparatuur wenst te gebruiken dan moet u minimaal 8 weken voor gebruik een ontheffing aanvragen bij het college van burgemeester en wetouders. Wij streven er naar de aanvraag binnen 14 kalenderdagen af te handelen. - Ook indien u uw eerder gemelde periode van 6 weken met maximaal 3 weken wenst te verlengen dient u vooraf een ontheffing aan te vragen. - Indien u wilt afwijken van de in het beleid gedane geluidaannames dient dat te zijn onderbouwd in een akoestisch rapport of een certificaat. Overleg met de gemeente welke eisen aan dit rapport worden gesteld. - Bij de ontheffingaanvraag dient u aan te geven welke andere verjagingsmethoden u gaat toepassen.
AANVRAAGFORMULIER ONTHEFFING De hieronder vermelde Aan het gemeentebestuur van Schouwen-Duiveland (rechts)persoon vraagt hierbij Afdeling RenM ontheffing aan voor het gebruik van Postbus 5555 knalapparatuur 4300 JA Zierikzee Let op: Als u zich aan de criteria van de algemene regels voor knalapparatuur kunt houden dient u een melding in te dienen. U hoeft dan geen ontheffing aan te vragen. Voor de algemene regels zie :
17
1. Gegevens aanvrager Bedrijfsnaam:
Naam:
Adres:
06-telefoonnummer :
Emailadres:
KvKnr:
2. Terrein, perceel en teelt Wordt het betreffende perceel bedrijfsmatig gebruikt?
Ja/nee
De perceels- en teeltgegevens toevoegen uit de gecombineerde opgave van het RVO.
Kadastrale aanduiding perceel:
Voeg ook de perceelfoto uit de gecombineerde opgave toe waaruit duidelijk de plaats en de schietrichting van het apparaat blijkt
Perceelnummer gecombineerde opgave:
Teelt:
(evt.)GPS coördinaten locatie knalapparaat:
3. Tijdsduur gebruik Knalapparaat
Datum:
t/m datum:
Tijden:
t/m
Betreft het een verlenging van een eerder gemelde periode van 6 weken?
Ja/nee
Welke 6 wekenperiode was dit?
Datum:
t/m datum:
18
Kenmerk meldingacceptatie eerder gemelde periode :
4. Knalapparatuur Aantal knalapparaten
……
Aantal knallen per uur per apparaat
……
Merk en type knalapparaten (voeg documentatie toe)
Merk:
Type:
Gefixeerde of roterende loop? (roterende loop alleen toegestaan vanaf 400 meter van woningen, natuurgebied en recreatieterreinen).
…………………………….
Bronvermogen
dBa:
5. Gewas/teelt Soort gewas/teelt
………
Looptijd teeltcyclus gewas
……….
6. Afstand van het knalapparaat in relatie tot de omgeving Afstand tot dichtstbijzijnde woningen
………….. meter
Afstand tot de openbare weg
…………… meter
Afstand tot natuurgebieden
…………….meter
Afstand tot kampeer- en recreatieterreinen
……………..meter
7. Bij meerdere knalapparaten: Wat is de onderlinge afstand?
……………………………..
19
8. Alternatieven Welke andere verjagingstechniek gebruikt u?( U dient minimaal één andere verjagingstechniek toe te passen)
o o o o o o o o o o
Ondersteunend afschot / jager Vlaggen en/of linten Vogelverschrikkers Vliegers Inzet van roofvogels Elektronische geluidsgolven/angstkreten Laserstralen Scaryman Ratels Andere…namelijk:
9. Noodzaak gebruik Knalapparatuur en ontheffingaanvraag Beschrijf waarom volgens u het gebruik van knalapparatuur noodzakelijk is en van welke vogelsoorten u vraatschade ondervindt.
………………………….
Beschrijf op welk vlak u van de criteria voor de algemene regels wenst af te wijken en wat de noodzaak daarvan is.
………………………….
Indien u meer knallen per uur of anderszins van de geluidsaannames in ons beleid wilt afwijken dient dat door u te zijn onderbouwd in een akoestisch rapport of een certificaat.
Ondergetekende verklaart dat hij/zij bovenstaande vragen naar waarheid heeft ingevuld Datum: Plaats: Handtekening: Op uw aanvraag wordt uiterlijk 8 weken na indiening een besluit genomen. Wij streven er naar de aanvraag binnen 14 kalenderdagen af te handelen.
20