20211116 Raadsbrief Notitie gebruik knalapparatuur (492581)
Tekst van het document
Raadsbrief
Onderwerp Zaaknummer Datum Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever
Notitie Algemene regels gebruik knalapparatuur voor het verjagen van vogels 2021 492581 16 november 2021 Ruimte en Milieu (RenM) J.G. Smit Afdelingshoofd RenM
Inleiding Bij het gebruik van knalapparatuur botsen soms meerdere belangen met elkaar en dat levert elk jaar weer klachten en bezwaren op. Omwonenden willen hun woongenot gerespecteerd zien, de natuurorganisaties zien liever geen verstoring van de natuur, recreatiebedrijven willen hun gasten graag rust en ruimte bieden en de agrariër wil zijn teelt beschermen tegen vraatschade. Met het actualiseren van de algemene regels en de ontheffingsmogelijkheid denken we daar meer balans in te vinden. Met ons besluit van 6 april 2021 (zaak 409560) hebben wij een concept van de notitie algemene regels gebruik knalapparatuur voor het verjagen van vogels 2021 vastgesteld en voor een periode van 6 weken aangeboden voor inspraak. In de inspraaktermijn, die van 12 april tot en met 23 mei 2021 liep, zijn 9 zienswijzen ontvangen. In de antwoordnotitie hebben wij de zienswijzen samengevat en van een algemeen antwoord voorzien. Nu de inspraaktermijn is afgerond hebben wij de notitie, de algemene regels en de antwoordnotitie zienswijzen definitief vastgesteld. Kernboodschap Het college heeft het volgende besluit genomen: 1. De Notitie Algemene regels gebruik knalapparatuur voor het verjagen van vogels 2021 hebben we vastgesteld. 2. De antwoordnotitie Notitie Algemene regels gebruik knalapparatuur voor het verjagen van vogels 2021 hebben we vastgesteld.
3.De Algemene regels gebruik knalapparatuur voor het verjagen van vogels 2021 hebben we vastgesteld. Consequenties 1.1 en 3.1 Het is hoog tijd voor een evaluatie en actualisatie Inmiddels werken we al weer sinds 2012 met de huidige algemene regels. Normaal gesproken evalueren we beleid eens in de 4 jaar. Het is dus hoog tijd om te evalueren en daar waar nodig de algemene regels aan te passen. Ook in het licht van dat we jaarlijks nog klachten ontvangen. Die klachten en bezwaarprocedures, leveren waardevolle informatie op voor het beleidsproces. Ook zijn er sinds 2012 meer alternatieven voor knalapparatuur ontwikkeld die we hebben meegewogen. 1.2 en 3.2 Belangrijke stakeholders al bij het concept betrokken Het is gebruikelijk dat we Agrarisch Schouwen-Duiveland (ASD), dit is een afdeling van het ZLTO, betrekken bij ons beleid voor het gebruik van knalapparatuur. ASD behartigt de belangen van de Schouwse agrariërs. We hebben in een tweetal gesprekken de klachttypen van de laatste jaren en enkele mogelijke beleidswijzigingen doorgenomen. Hiermee zijn voor de agrariër werkbare algemene regels ontstaan terwijl we de belangen van onder anderen omwonenden in voldoende mate beschermen. Bij het maken van de notitie hebben we de inhoud van de klachten en bezwaren van de laatste jaren tegen het licht gehouden en enkele van de reclamanten betrokken in het proces.
Pagina 1 van 3
Enkele van de klachtaspecten hebben tot aanpassing van de algemene regels geleid, andere weer niet. Een van de meest in het oog springende wijzigingen is dat we het gebruik van knalapparatuur binnen de algemene regels wat meer beperken. Tot nu toe is het aantal malen dat men een zes wekenperiode mag knallen niet beperkt. Dat leverde klachten op. In het nieuwe beleid hanteren we een maximum van twee perioden van zes weken per jaar voor een perceel met een tussenliggende periode van rust van twee maanden. Het verlengen van een zeswekenperiode kan straks alleen nog met een ontheffingsaanvraag waarbij de aannemelijkheid van de noodzaak van de verlenging door de gebruiker moet worden aangetoond. Ook mag die verlenging maximaal 3 weken zijn. Een belangrijk verschil tussen melding en ontheffing is dat bij een melding omwonenden geen bezwaar of beroep kunnen instellen. Bij een ontheffing staat die weg wel open. Met deze wijziging komen we de omwonenden dan ook tegemoet in hun wens bezwaar te kunnen indienen als een periode van zes weken met enige weken wordt verlengd. Wat we niet in de notitie hebben verwerkt is het verzoek van enkele omwonenden om de afstand van een knalapparaat tot woningen te vergroten naar bijvoorbeeld 300, 350 of 400 meter in plaats van 250 meter. Dat zou voor de gebruiker van het knalapparaat te beperkend zijn.
De norm van 250 meter wordt ook landelijk veel toegepast. In de inspraakprocedure hebben zich nog enkele burgers en natuurorganisaties gemeld. Hun zienswijzen hebben op enkele onderdelen nog tot aanpassing van de notitie geleid. Vooral op het vlak van natuur en het nader onderzoeken van het door ons aangehaalde geluidsnormenonderzoek van de gemeente Horst aan de Maas van 2004. Deze dient als basis voor het toegestane maximum geluidsniveau van 72,5 dB(A) op 250 meter afstand van het knalapparaat voor een enkelvoudige knal. Dat nadere onderzoek, verricht door Kraaij adviesbureau, leverde de conclusie op dat onze geluidsnormen nog steeds valide en verdedigbaar zijn. 1.3 en 3.3 Meer focus op natuur In de definitieve notitie en de algemene regels hebben we alsnog ruim aandacht geschonken aan het belang van natuur, natuurgebieden en beschermde vogels. De provincie Zeeland is het bevoegd gezag ten aanzien van de Wet Natuurbescherming en heeft in haar omgevingsverordening milieubeschermingsgebieden (stiltegebieden) aangewezen en maximum normen van geluidsniveau's vastgesteld. In de oude notitie en algemene regels was nog ruimte om, als een afstand van 250 meter afstand van het knalapparaat van de grens van een natuurgebied niet haalbaar was voor de agrariër, een afstand van minimaal 150 meter aan te houden.
Van die mogelijkheid werd maar een enkele keer gebruik gemaakt en is nu vervallen omdat anders niet aan de norm van 48 dB(A) gemiddeld op de grens van het natuurgebied/ milieubeschermingsgebied kan worden voldaan. Bij deze gebieden dient het knalapparaat dus ook op minimaal 250 meter afstand te worden geplaatst, zoals bij woningen. Voor ASD is dit wel een gevoelig punt omdat bij smalle percelen bij bijvoorbeeld de Oosterscheldedijken of de dijken langs het Grevelingen dan nagenoeg het gebruik van knalapparatuur onmogelijk is. We hebben met de provincie nader overleg gevoerd om te bepalen waar precies de grens van stiltegebieden ligt, aan de landkant van de dijk of aan de waterkant. Dat is een verschil van 50 tot 70 meter afhankelijk van de locatie. De grens ligt aan de waterkant van de dijken aan de oevers dus. Hiermee kan toch nog op een redelijke wijze en schaal van knalapparatuur gebruik worden gemaakt. 2.1 Inspraak Op de gevolgde inspraakprocedure is onze inspraakverordening en afdeling 3:4 van de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing (de uniforme openbare voorbereidingsprocedure). In de inspraaktermijn, die van 12 april tot en met 23 mei 2021 liep, zijn 9 zienswijzen ontvangen. 5 personen en 4 (natuur)organisaties. In de antwoordnotitie hebben wij de zienswijzen samengevat en van een algemeen antwoord voorzien.
Enkele van de zienswijzen zijn aanleiding geweest om de notitie op onderdelen aan te passen. Met name het onderdeel bescherming van natuur en natuurwaarden was in onze eerdere notitie van 2012 en de conceptnotitie van 2021 onderbelicht.
Pagina 2 van 3
Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, M.K. van den Heuvel
J.Chr. van der Hoek MBA
Secretaris
Burgemeester
Pagina 3 van 3