CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20211026 Raadsbrief omgevingsvergunning voor het realiseren van 43 appartementen aan de Calandweg bijlage 2

Gemeenteraad 23 december 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken26.566 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.6

Energie en duurzaamheid

Het Bouwbesluit stelt eisen aan energiezuinigheid van nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen. Op 1 januari 2021 is de EPC vervangen door de norm voor een Bijna Energie Neutraal Gebouw (BENG). De energieprestatie voor bijna energieneutrale gebouwen zal dan vastgelegd worden aan de hand van drie eisen: 1. maximale energiebehoefte in kWh per m2; 2. maximale primaire fossiel energiegebruik in kWh / m2 en 3. minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten. Aanvragen van de Omgevingsvergunning voor nieuwbouw moeten vanaf 1 januari 2021 voldoen aan deze BENG norm. In het kader van de Wet Voortgang Energie Transitie (VET) is de aansluitingsplicht van aardgas bij nieuwbouw geschrapt. Voor wat betreft circulaire economie is in het Bouwbesluit opgenomen dat bij de aanvraag Omgevingsvergunning het bij nieuwbouwwoningen en kantoren groter dan 100 m2 verplicht is om een Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) te overleggen. Een MPG is een belangrijke maatstaf voor duurzaamheid van een gebouw. De bouwblokken worden aardgasvrij ontwikkeld. De bouwblokken worden daarnaast voorzien van een individuele luchtwarmtepomp en WTW ventilatie (ventilatie met warmteterugwinning). Op de platte daken komen, waar mogelijk, zonnepanelen. Voor woonblok B geldt een EPC-eis waardoor het energiegebruik hier

Juust

27

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

volledig wordt gecompenseerd. De gebouwen krijgen een zonwering op het zuiden en zuidwesten. De gebouwen worden geïsoleerd met harde isolatie beplating voor de gevels en het dak, evenals een uitvoering van de beglazing in triple glas. De isolatie voldoet aan de eisen van het Bouwbesluit en de BENG-norm. Eveneens wordt een Milieu Prestatie Gebouwen (MPG) opgesteld.

4.7

Geluid

Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). Bij ruimtelijke plannen kan akoestisch onderzoek nodig zijn om geluidhinder bij geluidgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) te voorkomen. De Wet geluidhinder (Wgh) bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidzone van een bestaande geluidbron of indien het plan een nieuwe geluidbron mogelijk maakt. Het plangebied is gelegen aan de Calandweg, Caustraat, De Huijbertstraat en de Brauwstraat. Voor deze wegen geldt een maximale snelheid van 30 km/uur. Dit soort wegen zijn op basis van de Wet geluidhinder uitgesloten van akoestisch onderzoek. Wel dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening het woon- en leefklimaat beoordeeld te worden. De locatie ligt daarnaast in de geluidzone van de N59. Op basis hiervan is een akoestisch onderzoek nodig.

Op 12 juli 2021 heeft Kraaij Akoestisch Adviesbureau een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 2). Uit dit onderzoek blijkt dat de berekende geluidbelasting niet overal voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 48dB. De geluidbelasting bedraagt vanwege gezoneerde en niet gezoneerde wegen maximum 50dB. Hoewel het kokosscherm dat langs de N59 is geplaatst feitelijk een afschermende werking heeft dient wel een hogere grenswaarde van 50dB te worden vastgesteld. De maximale waarde voor een aanvaardbaar woonmilieu van 52dB wordt niet overschreden. Een aanvullend maatregelenonderzoek is daarom niet nodig. Ook na cumulatie wordt het woon- en leefklimaat als overwegend goet tot matig beoordeeld volgens de milieukwaliteitsmaat. De standaardeisen uit het Bouwbesluit m.b.t. een karakteristieke geluidwering zijn in beginsel voldoende om het goede woon- en leefklimaat te waarborgen. In verband met cumulatie is het wel gewenst gebruik te maken van een gebalanceerd ventilatiesysteem met mechanische luchttoe- en afvoer. Een bouwakoestisch onderzoek is in dat geval niet noodzakelijk.

4.8

Kabels en leidingen

In het bestemmingsplan worden uitsluitend kabels en leidingen (gas, water, elektra, rioolpersleidingen) opgenomen die ruimtelijke relevantie hebben, of van belang zijn in het kader van externe veiligheid, beheer of gezondheidsrisico. Voor deze kabels en leidingen geldt een waarborgzone omdat deze wellicht een risico met zich meebrengen. Het gaat hier met name om een verhoogd risico als ze bij werkzaamheden worden geraakt. In of in de nabijheid van het plangebied liggen geen planologisch relevante kabels en/of leidingen. Uit de KLIC-melding blijkt dat er geen doorlopende kabels en leidingen aanwezig zijn onder de percelen (afbeelding 14).

Juust

28

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

Afbeelding 14 | KLIC-melding (Bron: Kadaster; bewerking: Tarra architectuur en stedenbouw B.V.) Met betrekking tot eventueel aanwezige overige (planologische niet relevante) leidingen (zoals rioolleidingen, leidingen nutsvoorzieningen, drainageleidingen) in of nabij het projectgebied zal op het moment van daadwerkelijke realisering van de voorgenomen ontwikkeling tenminste drie werkdagen voor de aanvang van graafwerkzaamheden door degene die de graafwerkzaamheden uitvoert contact (moeten) worden opgenomen met het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC), waarbij gemeld zal (moeten) worden waar en wanneer wordt gegraven.

4.9

Luchtkwaliteit

In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Als het een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit betreft, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is, is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Beoordeeld moet worden of de ontwikkeling 'Niet In Betekende Mate' (NIBM) bijdraagt aan de concentraties van diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10) in de buitenlucht. Als een project tot een toename voor NO2 en PM10 leidt die lager is dan de NIBM grens van 1,2 µg/m3 hoeft het project niet getoetst te worden aan de grenswaarden. Vanzelfsprekend moet er wel sprake zijn van een goede ruimtelijke ordening. In de regeling NIBM is aangegeven, dat een woningbouwlocatie met maximaal 1.500 woningen en één ontsluitingsweg is aan te merken als een ontwikkeling die NIBM bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De gewenste ontwikkeling voorziet in de realisatie van 43 appartementen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is gerekend met de NIBM-tool. Voor de verkeersgeneratie is uitgegaan van 177 motorvoertuigen per etmaal (zie 4.12 Verkeer en parkeren). Uit de onderstaande rekentool blijkt dat de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate is.

Het plan draagt niet in betekenende mate bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Onderzoek naar luchtkwaliteit is niet benodigd.

Juust

29

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plangebied inzichtelijk gemaakt aan de hand van NSL-monitoringstool. In de onderstaande afbeelding zijn de concentraties NO2, PM10 en PM2,5 voor het peiljaar 2020 weergegeven.

Afbeelding 15 | Uitsnede NSL 2020-monitor (bron: Rijksoverheid) Hieruit blijkt dat in de omgeving van het plangebied de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 respectievelijk maximaal 17.6 ìg/m3 (rekenpunt 15536796), 17,0 ìg/m3 en 9,6 ìg/m3 bedraagt. De jaargemiddelde grenswaarde voor NO2, PM10 (beide 40 ìg/m3 ) en PM2,5 (25 ìg/m3) wordt niet overschreden. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24 uurgemiddelde concentratie is afgerond 6, waardoor het maximum van 35 dagen niet wordt overschreden. De luchtkwaliteitssituatie vormt daarmee geen belemmering voor de uitvoering van de gewenste ontwikkeling.

4.10

Natuur

De Wet natuurbescherming zorgt voor bescherming van gebieden, diersoorten, plantensoorten en bossen. De beschermde flora en fauna mag niet worden verstoord, verjaagd of worden gedood. Voorafgaand aan een ontwikkeling moet worden onderzocht of er beschermde dieren- of plantensoorten in het plangebied leven.

Juust

30

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op een afstand van ca. 1,5 kilometer tot het Natura 2000-gebied 'Oosterschelde', op een afstand van 5,2 kilometer tot het Natura 2000-gebied 'Grevelingen', op een afstand van ca. 14,0 kilometer tot het Natura 2000-gebied 'Kop van Schouwen' en op een afstand van ca. 10,3 kilometer tot het Natura 2000-gebied 'Voordelta'. De ontwikkeling betreft 18 zorgwooneenheden, 9 doorstroom appartementen en 16 reguliere wooneenheden. De stikstofeffecten zijn berekend met de AERIUS-calculator. Zowel de realisatie- als de gebruiksfase van het plan zijn doorgerekend. De uitkomst is tijdens de realisatiefase van de appartementen een tijdelijke stikstofdepositie van 0,02 mol/ha/j op het Natura 2000-gebied 'Oosterschelde'. Het betreft de volgende twee habitattypes: schorren en zilte graslanden (buitendijks) en slijkgrasvelden. Bij deze habitattypen wordt de kritische depositiewaarde niet overschreden. (NB: de berekening is uitgevoerd voor 1 juli 2021. Op 1 juli is nieuwe wetgeving van kracht geworden waarbij de realisatiefase is vrijgesteld van vergunningverlening). Tijdens de realisatiefase van de buitenruimte en de gebruiksfase is er geen stikstofdepositie. In bijgevoegde memo en berekeningen (Bijlage 3) is één en ander nader onderbouwd. Het aspect stikstof vormt geen belemmering voor uitvoering van het plan.

Daarmee zijn significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden uitgesloten. De locatie ligt verder niet in de omgeving van een gebied van het Natuurnetwerk Nederland, waardoor ook effecten op die gebieden zijn uitgesloten. Soortenbescherming Nieuwe ontwikkelingen kunnen effect hebben op beschermde soorten (dieren en planten). Het plangebied is braakliggend, maar wordt wel regelmatig gemaaid en onderhouden. Op 27 januari 2021 is door Braber groenvoorziening een bomeninventarisatie uitgevoerd waarin de 18 aanwezige bomen afzonderlijk zijn beoordeeld (zie Bijlage 4). In de bomeninventarisatie is advies gegeven hoe het beste omgegaan kan worden met elke boom. Het grootste deel van de bestaande bomen wordt behouden en er gaat geen leefgebied voor beschermde soorten verloren (afbeelding 15). Omdat de meeste bomen gehandhaafd blijven is een nadere quickscan naar beschermde soorten niet benodigd, leefgebied voor eventueel aanwezige soorten blijft in voldoende mate gehandhaafd. Het rooien en onderhoud zal plaatsvinden buiten het broedseizoen en de structuur van de bomen wijzigt niet.

Afbeelding 15 | Bomen in huidige en nieuwe situatie (Bron: Tarra architectuur en stedenbouw B.V.)

4.11

Niet gesprongen explosieven

In de Tweede Wereldoorlog is in Zeeland veel gevochten. Doordat tijdens de gevechten niet alle munitie is ontploft zijn er tot op de dag van vandaag blindgangers in de bodem te vinden. De Provincie Zeeland heeft een kaart ontwikkeld waar op te zien is waar gevochten is en waar een grote kans is om blindgangers in de bodem aan te treffen Op basis van de beleidskaart Conventionele Explosieven (CE) van de Gemeente Schouwen-Duiveland blijkt dat de ontwikkeling plaatsvindt in een gebied met verlaagde trefkans op niet gesprongen explosieven. Omdat de locatie reeds na de oorlog bebouwd is geweest hoeft ook niet met het protocol "Toevalstreffer CE uit de Tweede Wereldoorlog"•worden gewerkt. Het aspect 'niet gesprongen explosieven' vormt geen belemmering voor dit plan.

Juust

31

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

4.12

Verkeer en parkeren

Een goede ontsluiting en voldoende parkeerfaciliteiten zijn belangrijk voor een goed functionerende ontwikkeling. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de gevolgen van het plan op de verkeerssituatie in de omgeving, de verkeersgeneratie, de ontsluiting en de wijze waarop voldoende parkeergelegenheid in het plan is gewaarborgd. De gemeente kent een eigen verkeer- en vervoersplan 'Integraal Verkeer- en Vervoerplan Schouwen-Duiveland (IVVP 2017)'. De IVVP 2017 is een mobiliteitsplan waarin op hoofdlijnen is vastgesteld wat de gemeente op het gebied van verkeer en vervoer wil bereiken. Het verkeersbeleid is vastgelegd en is aan de hand van een aantal thema's vertaald in een aantal concrete doelen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Daarnaast heeft de gemeente een eigen parkeerbeleid 'Parkeerbeleid 2017-2020 Schouwen-Duiveland'. In het parkeerbeleid worden diverse aspecten rondom het parkeren in Schouwen-Duiveland behandeld, zoals parkeerregulering en de toegankelijkheid en het kwaliteitsniveau van parkeerplaatsen. Bewust zijn geen parkeernormen opgenomen, omdat situaties vaak erg specifiek zijn en maatwerk vaak nodig is. Daarvoor kan gebruik worden gemaakt van de landelijke CROW-richtlijnen. In de beleidsnota wordt voor de gemeente Schouwen-Duiveland de stedelijkheidsgraad 'weinig stedelijk' aangehouden.

Als locatie wordt voor de gehele gemeente, met uitzondering van Zierikzee, 'rest bebouwde kom' (wanneer gelegen binnen de bebouwde kom) en 'buitengebied' (wanneer gelegen buiten de bebouwde kom) gehanteerd. Voor Zierikzee geldt voor de historische binnenstad het gebiedstype 'centrum' en het gebiedstype 'schil centrum'. Het plangebied is gelegen binnen het gebiedstype 'schil centrum'. Parkeren De parkeernormen van de gemeente Schouwen-Duiveland zijn opgenomen in het gemeentelijk parkeerbeleid 2017-2020. De normen zijn gebaseerd op de gemiddelde parkeerkencijfers van het CROW. Hierbij zijn de kenmerken ‘weinig stedelijk’ en ‘schil centrum’ gehanteerd. Voor de appartementen inclusief de zorgwooneenheden (huur, midden/goedkoop) geldt een minimale parkeernorm van 0,8 parkeerplaatsen en een maximale parkeernorm van 1,6 parkeerplaatsen per appartement. Dit betekent een gemiddelde parkeernorm van 1,2 parkeerplaatsen per appartement. De zorgwoningen worden hierin volledig meegerekend omdat deze in de toekomst mogelijk omgevormd worden tot reguliere woningen. Hoewel deze procedure daar niet op ziet is het belangrijk dat in de parkeerbehoefte, die voor een reguliere woning hoger ligt dan voor een zorgwoning, ook in de toekomst kan worden voorzien. Voor de situatie in de nabije toekomst is dit een worst case scenario.

Voor de 43 appartementen betekent dit dat er 51,6 parkeerplaatsen (afgerond 52) gerealiseerd moeten worden. Binnen het plangebied is voldoende ruimte aanwezig om de parkeerbehoefte binnen eigen terrein te voorzien (afbeelding 16). Binnen het plangebied zijn reeds 10 parkeerplaatsen aanwezig in de openbare ruimte, welke niet primair bedoeld zijn voor de toekomstige bewoners van de appartementen. Het plan voorziet in het toevoegen van 60 parkeerplaatsen (waaronder 2 mindervaliden), waarvan 56 parkeerplaatsen op eigen terrein worden gerealiseerd. Verder worden er 4 kiss and ride parkeerplaatsen (waarvan 1 mindervalide) gerealiseerd. Het plan voldoet aan de parkeernormen.

Juust

32

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

Afbeelding 16 | Toekomstige parkeerplaatsen (Bron: Tarra architectuur en stedenbouw B.V.) Verkeersgeneratie Voor de appartementen (huur, midden/goedkoop) geldt een minimale verkeersgeneratie van 3,7 motorvoertuigbewegingen per etmaal en een maximale verkeersgeneratie van 4,5 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De gemiddelde verkeersgeneratie betreft 4,1 motorvoertuigbewegingen per etmaal. De totale verkeersgeneratie betreft 176,3 (afgerond 177) motorvoertuigbewegingen per etmaal. De verkeersbewegingen worden voornamelijk afgewikkeld via de Huijbertstraat, Caustraat, De Brauwstraat en de Calandweg. De wegen zijn toereikend voor de invulling van de percelen met genoemde functies.

4.13

Water

Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) stelt een watertoets in ruimtelijke plannen verplicht. Beschreven moet worden op welke wijze in het plangebied met water en watergerelateerde aspecten wordt omgegaan. Voorkomen moet worden dat ontwikkelingen in het ruimtegebruik ongewenste effecten hebben op de waterhuishouding. Een goede afstemming tussen beiden is derhalve noodzakelijk om problemen, zoals bijvoorbeeld wateroverlast, slechte waterkwaliteit, verdroging, etc., te voorkomen. Aan de hand van de criteria uit de Handreiking watertoets van het Waterschap Scheldestromen is nagegaan of het voorliggende plan strijdig is met de waterdoelstellingen van het waterschap en of er maatregelen nodig zijn. In de navolgende tabel is ingegaan op de wateraspecten. De watertoets is in het kader van wettelijk vooroverleg voorgelegd aan het Waterschap. De opmerkingen van het Waterschap zijn verwerkt in onderstaande watertoetstabel. Thema en water(beheer)doelstelling Uitwerking Veiligheid waterkeringen Het plangebied is niet gelegen in nabijheid van een Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening waterkering en dus ook niet binnen de houden met de daarvoor benodigde ruimte. beschermingszone van de waterkering.

Juust

33

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties. In de huidige situatie bestaat het plangebied voor 125 m2 uit dichte bodemverharding (bestaande parkeerplaatsen). Het overige deel van het plangebied (6.389 m2 ) bestaat uit gras. Tot 2017 heeft op de locatie het gebouw van de MFC gestaan met een dakoppervlak van 1.462 m2 en een dichte bodemverharding van 2.425 m2 . Destijds was op de locatie een oppervlakte van 2.550 m2 bedekt met dichte bodemverharding. De totale verharding in de voormalige situatie bedraagt 4012 m2 . In de toekomstige situatie zal er 1.600 m2 (1.475 m2 gebouwen en 125 m2 bergingen) aan dakoppervlak zijn. Daarnaast zal er in totaal 1.930 m2 dichte bodemverharding komen, bestaande uit 1.330 m2 verharding aan parkeerplaatsen en ca. 600 m2 aan verharding voor de buitenruimte (plein en paden). De overige inrichting van de buitenruimte bestaat voor 3.025 m2 aan groen. Het groen bestaat uit 200 m2 groen van de eerste 80 cm van de parkeervakken en 2.825 m2 aan groen van de buitenruimte. In totaal is er in de nieuwe situatie een verharding van 3.530 m2 .

Dit betekent dat in de nieuwe situatie, in vergelijking met de voormalige situatie, minder verhard oppervlakte gerealiseerd wordt. Op basis hiervan hoeft er geen watercompensatie plaats vinden. Op het plangebied is voldoende doorlatende ruimte aanwezig om het hemelwater te laten infiltreren in de bodem. Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Het huishoudelijk afvalwater (DWA) wordt gescheiden Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ van het hemelwater (HWA) en beiden afgevoerd naar RWZI's en van de (gemeentelijke) rioleringen. het gescheiden rioolstelsel. Deze riolering heeft Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in voldoende capaciteit. Het plan heeft geen negatieve verband met de reductie van hydraulische belasting van effecten op de waterhuishouding. de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten. Grondwaterkwantiteit en verdroging De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast grondwater. De ontwikkeling veroorzaakt evenmin en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen mogelijke grondwateroverlast. van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Juust

34

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

Grondwaterkwaliteit Zowel tijdens de bouwfase als de gebruiksfase worden Behoud of realisatie van een goede geen uitlogende materialen gebruikt. Er zijn (daardoor) grondwaterkwaliteit. Denk aan geen nadelige gevolgen voor de waterkwaliteit te grondwaterbeschermingsgebieden. verwachten. Oppervlaktewaterkwaliteit Er zal geen gebruik worden gemaakt van uitloogbare Behoud of realisatie van goede materialen. Er zijn (daardoor) geen nadelige gevolgen oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht voor de waterkwaliteit te verwachten. van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren. Volksgezondheid In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico's via o.a. de daarvoor benodigde ruimte. Bodemdaling De polderpeilen worden niet aangepast. Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) zal niet optreden. maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken. Natte natuur In het plangebied is geen natte natuur aanwezig. Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur. Onderhoud oppervlaktewater In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden.

Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting. Anderer belangen waterbeheer Relatie met eigendom waterbeheerder In het plangebied zijn geen gronden van het Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de waterschap gelegen. werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren. Wegen in beheer bij het waterschap In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen (alleen invullen voor zover van toepassing) wegen gelegen die in beheer zijn bij het waterschap. * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer? *na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd? * na realisatie: parkeren Wordt er op uw eigen terrein geparkeerd? * na realisatie: (ver)bouwen Bent u voornemens om binnen 20 meter van een waterschapsweg een bouwwerk te (ver)bouwen? (zoals een woning of afscheiding (gefundeerd).

Juust

35

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

4.14

Milieu Effect Rapportage

In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden geldt een m.e.r.-plicht. In onderdeel D is per activiteit de drempelwaarde benoemd. Als een activiteit voorkomt in onderdeel D en boven de dremeplwaarde komt, geldt voor het te nemen besluit een m.e.r.-beoordelingsplicht. Indien er activiteiten plaatsvinden die in onderdeel D zijn opgenomen, maar onder de drempelwaarde blijven, dient er nagegaan te worden of het project grote milieugevolgen heeft. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria uit bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. De hoofdcriteria waaraan getoetst moet worden zijn: kenmerken van het project, plaats van het project en kenmerken van het potentiële effect. Het bevoegd gezag dient vervolgens voor de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan een besluit te nemen of er een MER moet worden opgesteld. De grondslag hiervoor is een vormvrije m.e.r.-beoordeling. In onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. is de volgende activiteit opgenomen: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen (D.11.2).

De bijbehorende drempelwaarde is: a) een oppervlakte van 100 hectare of meer, b) een aaneengesloten gebied en 2000 woningen of meer, of c) 200.000 m² bedrijfsvloeroppervlakte of meer. Activiteit D11.2 is van toepassing. De gewenste ontwikkeling valt ver onder de bijbehorende drempelwaarden. Het gewenste plan is een stedelijk ontwikkelingsproject gezien de aard en omvang (zie voorgaande paragrafen). Een vormvrije m.e.r-beoordeling is noodzakelijk. Hiervoor is een aanmeldnotitie opgesteld (zie Bijlage 5). Op basis van deze notitie (en voorgaande paragrafen) is gebleken dat het gewenste plan niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen.

4.15

Conclusie

De milieu- en andere sectorale aspecten ten aanzien van het onderhavige plan zijn onderzocht en hierboven toegelicht. Deze aspecten vormen geen belemmering voor de ontwikkeling. Planologische medewerking aan het initiatief ligt dan ook in de rede.

Juust

36

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

Hoofdstuk 5 5.1

Uitvoerbaarheid

Financiële uitvoerbaarheid

Voor bouwplannen zoals die zijn aangewezen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het uitgangspunt dat de gemeenteraad een exploitatieplan vaststelt. Van de verplichting een exploitatieplan vast te stellen kan onder andere worden afgeweken als het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld door een anterieure overeenkomst of doordat de verplicht te verhalen kosten zijn verdisconteerd in de grondprijs. Er is sprake van een bouwplan zoals hierboven bedoeld. Tussen de gemeente en de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten waarin afspraken worden gemaakt over plankosten en het verhaal van eventuele planschade. De nieuwbouw vindt plaats voor rekening en risico van de initiatiefnemer.

5.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg Vooroverleg zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is voor dit plan van toepassing. In het kader van dit bestuurlijke vooroverleg is het plan in ieder geval toegezonden aan de provincie, het waterschap en de veiligheidsregio. Ter inzagelegging ontwerpbesluit omgevingsvergunning Gelet op het bepaalde in artikel 3.8 Wro in combinatie met afdeling 3.4 Awb wordt een ontwerpbestemmingsplan, na voorafgaande bekendmaking, gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder is dan in de gelegenheid zijn of haar zienswijze mondeling of schriftelijk kenbaar te maken bij de gemeenteraad. Vaststelling van het bestemmingsplan, al dan niet in gewijzigde vorm, gebeurt met inachtneming van de ingediende zienswijzen.

Juust

37

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

Hoofdstuk 6 conclusie

Samenvatting

en

Zeeuwland is voornemens om de locatie op de hoek van de Calandweg en de Caustraat te Zierikzee, het gebied van het voormalige MFC in de wijk Malta, te herontwikkelen ten behoeve van woningbouw voor regulier wonen en huisvesting van bijzondere woondoelgroepen in combinatie met zorgfuncties. Om deze gewenste ontwikkeling mogelijk te maken, wordt gebruik gemaakt van (uitgebreide procedure voor) de omgevingsvergunning 'afwijken bestemmingsplan' op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a, onder 3 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Voorliggende rapportage voorziet in de daarvoor noodzakelijke ruimtelijke onderbouwing. Alle relevante aspecten zijn hierin aangehaald en gemotiveerd. Het project past binnen het geldende beleid. Aangetoond is dat er geen planologische belemmeringen zijn voor de beoogde ontwikkeling en er sprake is van een goed woonen leefklimaat. Ook de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van plan is beschreven. Op basis van deze ruimtelijke onderbouwing kan worden geconcludeerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en dat de voor het project benodigde vergunningen kunnen worden verleend.

Juust

38

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

Bijlagen bij toelichting

Juust

39

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek

Juust

40

Hoek Calandweg, Caustraat, Zierikzee

VERKENNEND BODEMONDERZOEK VOLGENS NEN 5740 INCLUSIEF PFAS CALANDWEG TE ZIERIKZEE

Opdrachtgever

:

Juust B.V. Dhr. G. Verweij Goessestraatweg 17a 4421 AD te Kapelle

Vestiging

:

ABO-Milieuconsult B.V. Amundsenweg 29 4462 GP Goes tel. +31 (0)113 362280

Projectnummer Periode onderzoek Datum rapportage

: : :

ANL21-5779 April - mei 2021 10 mei 2021

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 3 1 INLEIDING ........................................................................................................................................ 5 2 VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 6 2.1 Algemene bodem- en locatiegegevens .................................................................................... 6 2.2 Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal ........................................................ 7 2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek......................................................................................... 7 2.4 Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie .................................................................. 8 2.5 Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit ....................................................... 9 2.6 Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek .................................................................. 10 3 VELDWERKZAAMHEDEN .............................................................................................................

11 3.1 Opzet veldwerkzaamheden .................................................................................................... 11 3.2 Resultaten veldonderzoek ...................................................................................................... 11 4 LABORATORIUMONDERZOEK .................................................................................................... 12 4.1 Opzet laboratoriumonderzoek ................................................................................................. 12 4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader ................................................................ 13 4.3 Toetsingstabellen grond en grondwater.................................................................................. 13 4.4 Overschrijdingstabellen grond en grondwater ........................................................................ 13 5 CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................... 16 5.1 Conclusies ............................................................................................................................... 16 5.2 Aanbevelingen ........................................................................................................................

17 TABELLEN TABEL 2.1: Algemene bodem- en locatiegegevens TABEL 2.2: Conclusie en hypothese vooronderzoek TABEL 3.1: Verrichte veldwerkzaamheden TABEL 3.2: Peilbuisgegevens TABEL 3.3: Zintuigelijke waarnemingen TABEL 4.1: Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters TABEL 4.2: Overschrijdingstabel grond TABEL 4.3: Overschrijdingstabel PFAS TABEL 4.4: Overschrijdingstabel grondwater BIJLAGEN BIJLAGE 1a: Locatie aanduiding op topografische ondergrond + foto’s onderzoekslocatie BIJLAGE 1b: Historische kaarten en luchtfoto BIJLAGE 2: Situatietekening onderzoekslocatie BIJLAGE 3: Boorprofielen BIJLAGE 4: Analyserapporten BIJLAGE 5: Toetsingstabellen grond en grondwater BIJLAGE 6: Toetsingskader BIJLAGE 7: Vooronderzoek

Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

2/17

SAMENVATTING Op de locatie gelegen aan de Calandweg te Zierikzee is in april - mei 2021 door ABO-Milieuconsult B.V. een vooronderzoek en een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uitgevoerd in opdracht van Juust B.V. De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als Gemeente Zierikzee, sectie G, nummers 851, 853, 892, 893 en 1024 (ged.). Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek betreft het opstellen van een bestemmingsplan en de daaruit voortvloeiende aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn in totaal 17 boringen verricht. 9 boringen zijn tot 0,5 m-mv, 6 boringen tot 2,0 m-mv en 2 boringen zijn tot maximaal 3,2 m-mv verricht. Van deze boringen zijn 2 boringen afgewerkt met een peilbuis (Boringen 1 en 17, filterstelling wisselend van 1,8 – 3,2 m-mv). Conclusies Overige terrein inclusief gedempte watergangen Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bijmengingen aangetroffen die te relateren zijn aan de voormalige (gedempte) sloten. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de watergangen zijn gedempt met gebiedseigen grond. De grond is licht verontreinigd met kwik en lood. Voormalige boven- en ondergrondse tank Bij de voormalige ondergrondse en bovengrondse tanklocaties zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op verontreinigingen met olieproducten.

In de ondergrond van de voormalige ondergrondse tank is analytisch geen minerale olie aangetroffen. Voormalige boomgaard De bovengrond ter plaatse van de voormalige boomgaard is licht verontreinigd met bestrijdingsmiddelen. PFAS gehele terrein Het PFAS gehalte in de bovengrond voldoet aan de achtergrondwaarde. In het mengmonster van de zandige ondergrond overschrijdt het PFOS gehalte de toepassingsnorm voor bodemkwaliteitsklasse Wonen en Industrie. Het PFAS gehalte van de kleiige ondergrond voldoet aan achtergrondwaarde. Grondwater In het grondwater zijn enkel verhoogde concentraties aan barium aangetroffen. Algemene conclusie De hypothese "De onderzoekslocatie is onverdacht” dient op basis van de onderzoeksresultaten formeel gezien verworpen te worden.

Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

3/17

Aanbevelingen De bodemkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen bestemmingswijziging en aanvraag voor de omgevingsvergunning activiteit bouwen en de voorgenomen ontwikkeling van het terrein. In de ondergrond, ter plaatse van boringen 1 en 12 zijn verhoogde gehalten aan PFOS gemeten die hoger liggen dan de toepassingseisen van grond binnen de bodemkwaliteits- en/of functieklasse Wonen of Industrie. Hergebruik van deze grond elders is niet zonder meer toegestaan op basis van de gemeten gehalten aan PFOS. Het RIVM heeft voor de som-parameters PFOS, PFOA en overige PFAS-parameter GenX, INEV’s (Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreinigingen) opgesteld. De INEV voor de parameter PFOS is door het RIVM vastgelegd op 110 µg/kg ds. Op basis van de resultaten blijkt dat in grondmengmonster MM3ogPFAS 7,9 µg/kg ds. aan PFOS (som) zijn aangetoond. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de aangetoonde gehalten niet de INEV overschrijden en geen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Opgemerkt dient te worden dat aan de hand van de bevindingen van onderhavig onderzoek geen absolute uitspraken kunnen worden gedaan over de hergebruiksmogelijkheden van eventueel af te voeren grond.

Om te bepalen of er sprake is van grond (bodemkwaliteitsklasse achtergrondwaarde, wonen of industrie) ofwel een bouwstof gelden er andere beoordelingscriteria en onderzoeksstrategieën. Voldaan moet worden aan het Besluit bodemkwaliteit. Veldmedewerkers:

C. Snoeren (BodemBasics B.V. erkend BRL 2001 & 2002) N. Fleischmann (BodemBasics B.V. erkend BRL 2001 & 2002)

Projectadviseur:

Dhr. Ing. B. Lijmbach

Handtekening:

Dhr. R.J. van der Helm General Business Unit Manager Zonder toestemming van de opdrachtgever of ABO-Milieuconsult B.V. mag deze uitgave niet anders dan in zijn geheel worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van fotokopie, microfilm of welke andere wijze dan ook. Alle opdrachten worden uitgevoerd volgens onze Algemene Voorwaarden, zoals gedeponeerd bij de KvK Zuidwest-Nederland te Middelburg onder nr. 22065838. Op verzoek kunnen de Algemene Voorwaarden naar u worden toegestuurd.

Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

4/17

1 INLEIDING Door Juust B.V. is aan ABO-Milieuconsult B.V. opdracht verleend een vooronderzoek en verkennend bodemonderzoek conform NEN 5725 en NEN 5740 uit te voeren op de locatie gelegen aan de Calandweg te Zierikzee. Straat, Plaats Gemeente

: Calandweg te Zierikzee : Schouwen-Duiveland

Kadastrale gegevens Sectie Nummer

: G : 851, 853, 892, 893 en 1024

Gemeente

: Zierikzee

Oppervlakte

: 6.600 m2

Omschrijving

: De onderzoekslocatie bestaat momenteel uit braakliggend terrein met ten noordwesten van de onderzoekslocatie een met kasseien verharde parkeerplaats.

Zie bijlage 1 voor de regionale ligging en bijlage 2 voor een overzicht van de onderzoekslocatie. Doel van het onderzoek Het onderzoek heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de algemene kwaliteit van de bodem c.q. de aard en de concentraties aan milieubelastende stoffen die in de grond en het grondwater voorkomen. Aanleiding van het onderzoek Aanleiding voor het uitvoeren van het onderzoek betreft het opstellen van een bestemmingsplan en de daaruit voortvloeiende aanvraag van een omgevingsvergunning (activiteit bouwen). Rapportage In het onderhavige rapport worden de uitgangspunten en de resultaten van dit verkennend bodemonderzoek beschreven. In hoofdstuk 2 van het rapport zijn de resultaten van het vooronderzoek en de gehanteerde hypotheses weergegeven. De veldwerkzaamheden en het laboratoriumonderzoek zijn beschreven in de hoofdstukken 3 en 4. In hoofdstuk 5 zijn de conclusies en aanbevelingen vermeld. ABO-Milieuconsult B.V. heeft als onafhankelijk adviseur geen enkele juridische binding met de eigenaar van de onderzoekslocatie.

Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

5/17

2

VOORONDERZOEK In dit hoofdstuk wordt het voormalige, het huidige en het toekomstige bodemgebruik besproken. Dit zal leiden tot een hypothese over de mogelijke verontreinigingssituatie van de onderzoekslocatie. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding / zijn de volgende aanleidingen vastgesteld: A: Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen.

2.1 Algemene bodem- en locatiegegevens De algemene locatiegegevens en algemene gegevens met betrekking tot de bodem worden als volgt samengevat: Tabel 2.1: Algemene bodem- en locatiegegevens Algemene onderzoeksaspecten 1.

Bron(houder)

Locatiegegevens en ligging

Adres en plaats

Calandweg te Zierikzee

Kadaster

Burgerlijke gemeente

Schouwen-Duiveland

Kadaster

Kadastrale gemeente

Zierikzee

Kadaster

Sectie(s)

G

Kadaster

Nummer(s)

851, 853, 5892, 893 en 1024 (ged.)

Kadaster

Oppervlakte (m2)

Circa 6.600

Opdrachtgever/ kadaster perceel

Gemiddelde hoogte (m t.o.v. NAP)

-0,4

AHN

Ligging op kaart

Zie bijlage 1 en 2

Kadaster

Verhardingen

Braakliggend en kasseien

Opdrachtgever

Antropogene lagen

Onbekend

Opdrachtgever

Dempingen

Meerdere gedempte sloten zijn aanwezig geweest in de periode 1916 - 1961

Provincie Zeeland (Geoloket)

Grondwaterbeheersplan

Geen grondwaterbeheersgebied

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Geohydrologie

Zie §2.4

Dinoloket

2.

3.

Bodemopbouw

Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

Zonering bodemkwaliteitskaart (BKK)

D Naoorlogse bebouwing en buitengebied rond Zierikzee

Nota bodembeheer / Zeeuws bodemvenster

BKK klasse bovengrond

Wonen

Nota bodembeheer / Zeeuws bodemvenster

BKK klasse ondergrond

Achtergrondwaarde

Nota bodembeheer / Zeeuws bodemvenster

BKK functieklasse

Wonen

Nota bodembeheer / Zeeuws bodemvenster

Boomgaardenkaart (periode)

Westelijk deel in 1936

Zeeuws bodemvenster

Aandachtsgebied lood

Nee

Zeeuws bodemvenster

Aandachtsgebied arseen in grondwater

Ja, verhoogde kans

Provincie Zeeland (geoloket)

Asbestkansenkaart

Niet gezoneerd

Provincie Zeeland (BIS)

Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

6/17

Voormalig stortplaats bekend

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Opslagtanks bekend

Ja, voormalige boven- en ondergrondse olietank

Gemeente (BIS)/ Nazca-i

Geval van ernstige bodemverontreiniging bekend

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Bodemdocumenten bekend

Zie §2.3

Gemeente (BIS), Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

4.

Gebruik en beïnvloeding van de locatie

Voormalig gebruik

Landbouwschool

Opdrachtgever, Topotijdreis

Huidig gebruik

Braakliggend

Opdrachtgever, Topotijdreis

Toekomstig gebruik

Wonen

Opdrachtgever

Aard bebouwing

Braakliggend

BAG (gemeente)

Periode bebouwing

1962 – 2019

BAG (gemeente)

Bedrijventerrein

Nee

Provincie Zeeland (Geoloket of BIS)

Calamiteiten bekend

Nee

Opdrachtgever, Gemeente (BIS), RUD Zeeland (BIS)

Bodembedreigende activiteiten bekend

Nee

Opdrachtgever, Gemeente (BIS), RUD Zeeland (BIS)

Relevante vergunningen beschikbaar

Nee

Gemeente (BIS), RUD Zeeland (BIS)

Toepassing asbestverdachte materialen

Nee

Gemeente (BIS), RUD Zeeland (BIS)

Geen.

BodemBasics

5.

Terreinverkenning

Bijzonderheden

ABO Milieuconsult B.V.

2.2 Historische kaarten, luchtfoto’s en overig beeldmateriaal Op basis van historische topografische kaarten (Topotijdreis) kan worden geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sinds medio 1962 bebouwing zichtbaar is. Het type, de locatie en de omvang van de bebouwing is in de loop der jaren meerdere malen aangepast. Omstreeks 2019 is de bebouwing gesloopt, waardoor vanaf 2019 de onderzoekslocatie uit braakliggend terrein bestaat. Op historische kaarten (periode 1916 – 1961) is aan van noord naar zuid aan de westzijde van de onderzoekslocatie een sloot zichtbaar. 2.3 Eerder uitgevoerd bodemonderzoek Volgens beschikbare informatie (bodemloket.nl en Nazca-i) is in het verleden één (bodem)onderzoeken uitgevoerd. Verkennend bodemonderzoek, De Huijbertstraat 35 Zierikzee, Sagro Milieu Advies Zeeland B.V., kenmerk: 859528.14, d.d. 7 december 2005. Aan de Huijbertstraat 35 te Zierikzee is in 2005 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. In de bovengrond (traject 0,0 – 0,7 m –mv) zijn plaatselijk bijmengingen met sporen puin waargenomen. Ter plaatse van de voormalige ondergrondse tank is in het grondwater een lichte verontreiniging met naftaleen aangetoond. In de grond zijn geen verontreinigingen aangetroffen. Ter plaatse van de voormalige bovengrondse tank zijn geen verhoogde gehalten aan olieproducten aangetroffen.

Ter plaatse van het overige terrein worden maximaal lichte verontreinigingen aangetroffen met de parameters PAK, minerale olie, koper, kwik, lood en zink. In het grondwater wordt een lichte verontreiniging aangetroffen met de parameter arseen.

Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

7/17

Ter plaatse van de Calandweg ong. te Zierikzee hebben volgens de beschikbare gegevens de volgende activiteiten plaatsgevonden die (bodem) verontreiniging zouden kunnen veroorzaken; -

Bovengrondse olietank (Onbekend inhoud, verwijderd omstreeks 1994, Kiwa-certificaat: onbekend); Ondergrondse olietank (Onbekend inhoud, verwijderd omstreeks 1994, Kiwa-certificaat: onbekend).

Op basis van voorgaand onderzoek kan worden geconcludeerd dat de bovengrondse tank geen bodemverontreiniging heeft veroorzaakt. Ook ter plaatse van de ondergrondse tank is de grond onverdacht op bodemverontreiniging. In het grondwater is maximaal een lichte verontreiniging aangetoond. 2.4 Bodemsamenstelling en geohydrologische situatie De gemiddelde hoogteligging van de onderzoekslocatie bedraagt circa 0,4 m -NAP. De regionale ligging van de locatie is opgenomen in bijlage 1. Voor inzicht in de bodemopbouw (geologie en geohydrologisch) op de onderzoekslocatie is het digitale kaartmateriaal, zoals beschikbaar gesteld door TNO op de website van DINO loket, ingezien. In onderstaand figuur is het schematisch model (50 meter diepte) van de geologie ter plaatse van de onderzoekslocatie. De zwarte verticale lijn snijdt de onderzoekslocatie.

Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

8/17

2.5 Interpretatie verwachte milieuhygiënische bodemkwaliteit In de NEN 5725:2017 zijn per generieke aanleiding zoals benoemd in het begin van dit hoofdstuk, diverse te beantwoorden onderzoeksvragen geformuleerd. Na het verkrijgen van de gegevens beschreven in voorgaande paragrafen dienen in onderhavig onderzoek nog de volgende vragen te worden beantwoord om een onderzoekshypothese te vormen: A. Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. -

Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Het onderzoek beperkt zich tot de grenzen zoals aangegeven op de situatietekening in bijlage 2.

-

Is er sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? In het verleden zijn er een boven- en een ondergrondse dieseltank aanwezig geweest. Op basis van voorgaand onderzoek kan worden geconcludeerd dat de tanks geen bodemverontreiniging hebben veroorzaakt. Een deel van de onderzoekslocatie is in het verleden in gebruik geweest als boomgaard. Op dit terreingedeelte zijn mogelijk verhoogde gehalten aan bestrijdingsmiddelen in de (boven)grond aanwezig. Verder zijn twee gedempte watergangen aanwezig waarvan het vermoeden bestaat dat deze zijn gedempt met gebiedseigen grond.

-

Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? De bodem is niet asbestverdacht. Voor bodemkwaliteitsklasse zie tabel 2.1: algemene bodem- en locatiegegevens.

-

Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? De verwachte bodemopbouw betreft klei en zand.

-

Is er sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Nee, er is geen informatie bekend met betrekking tot beïnvloeding vanuit de omgeving.

-

Wordt op de locatie of een deel daarvan (geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Nee.

-

Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Motiveer het antwoord. Veld- en analytisch onderzoek is noodzakelijk vanwege de voorgenomen transactie en de periode van meer dan 5 jaar na de uitvoering van het laatste bodemonderzoek.

-

Welke hypothese en strategie zijn van toepassing bij de uitvoering van bodemonderzoek (inclusief de indeling van de onderzoekslocatie in deellocaties met verschillende hypotheses over de aard en verdeling van de verontreinigende stoffen)? Zie §2.6

Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

9/17

2.6 Conclusies met betrekking tot het vooronderzoek Tabel 2.2: Conclusie en hypothese vooronderzoek (Deel)locatie Overig terrein Oppervlakte (m2)

Circa 5.200

Bijzonderheden

-

Conclusie

Grond

Onverdacht met aandacht voor de gedempte sloten

Grondwater

Onverdacht

NEN5740

§5.1 ONV-NL

Hypothese Onderzoeksstrategie (Deel)locatie

Voormalige boomgaard 2

Oppervlakte (m )

Circa 1.400

Bijzonderheden

-

Conclusie

Grond

Verdacht op bestrijdingsmiddelen

Grondwater

-

NEN5740

Maatwerk

Hypothese Onderzoeksstrategie (Deel)locatie

Voormalige boven- en ondergrondse olietank 2

Oppervlakte (m )

-

Bijzonderheden

-

Conclusie

Grond

Onverdacht (op basis van eerder onderzoek)

Grondwater

Onverdacht (op basis van eerder onderzoek)

NEN5740

Maatwerk/actualisatie

Hypothese Onderzoeksstrategie

Indien één of meer geanalyseerde parameters in de grond of het grondwater worden aangetoond in een gehalte/concentratie boven de achtergrondwaarde voor grond van de toetsingstabel uit de Regeling bodemkwaliteit Bijlage B, tabel 1 (13 december 2007) of streefwaarde voor grondwater uit de Circulaire Bodemsanering 2013, wordt de hypothese verworpen. Voor de toetsing van de parameters PFAS wordt aangesloten bij het tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie, d.d. 8 juli 2019) inclusief de aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS d.d. 2 juli 2020.

Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

10/17

3

VELDWERKZAAMHEDEN

3.1 Opzet veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden, te weten het uitvoeren van de boringen, het plaatsen van de peilbuizen, het bemonsteren van de grond, het bemonsteren van het grondwater en het zintuiglijk onderzoek van de grond(water)monsters zijn uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000, protocollen 2001 en 2002 (laatst vigerende versie). Voor de monstername is tevens aangesloten bij de Handreiking PFAS bemonsteren (V1.0, 25 juni 2020) opgesteld door het Expertisecentrum PFAS, VVMA en VKB. PFAS staat voor: Poly- en PerFluor Alkyl Stoffen. De grond is, afhankelijk van de zintuiglijke waarnemingen en bodemopbouw, per 0,5 m bemonsterd. De situering van de boorpunten en de peilbuis is weergegeven in bijlage 2. De boorbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 3. 3.2 Resultaten veldonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitbesteed aan BodemBasics B.V.. De boorwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 14 april 2021 door de SIKB BRL 2000 erkende veldwerker dhr. C. Snoeren. Het grondwater is bemonsterd op 21 april 2021 door dhr. N. Fleischmann. In de volgende tabellen zijn de verrichte werkzaamheden schematisch weergegeven.

Tabel 3.1: Verrichte veldwerkzaamheden Locatie Aantal boringen Calandweg te Zierikzee (circa 6.600 m2) 9 tot 0,5 m-mv (boringen 3, 6, 8, 10, 11 en 13 t/m 16) 6 tot 2,0 m-mv (boringen 2, 4, 5, 7, 9 en 12) Tabel 3.2: peilbuisgegevens Watermonster Filterdiepte (m -mv) 01-1-1 1,80 - 2,80 17-1-1 2,20 - 3,20

Grondwater-stand (m -mv) 0,49 0,51

pH (-) 8,4 7,7

Aantal peilbuizen 2 (standaard filterstelling) (boringen 1 en 17)

EC (µS/cm) 685 832

Troebelheid (NTU) 14 11

EC: elektrisch geleidingsvermogen pH: zuurgraad Temp.: temperatuur NTU: Nephelometric Turbidity Unit

Troebelheid is een kwalitatieve meting die een waarde geeft over de helderheid van water tussen 1 en 10 NTU is een natuurlijke waarde, hoe hoger hoe troebeler het monster. In het grondwater is een verhoogde troebelheid gemeten Een verhoogde troebelheid kan in sommige gevallen leiden tot een overschatting van de gehalten aan organische parameters in het grondwater. Bij het voorliggende onderzoek is de index van geen enkele organische parameter groter dan 0,5. De eventuele overschatting van de gehalten als gevolg van een verhoogde troebelheid heeft geen gevolgen voor de interpretatie van de onderzoeksgegevens en de conclusies van dit rapport. Aanvullend onderzoek naar de verhoogde troebelheid is daarom niet uitgevoerd. Geen van de overige in het veld gemeten waarden in het grondwater wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden, verwacht kan worden. De boven- en de ondergrond tot 3,2 m -mv (maximale boordiepte) bestaat wisselend uit klei- en zandlagen. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn geen bijmengingen aangetroffen die te relateren zijn aan de voormalige (gedempte) sloten. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de watergangen zijn gedempt met gebiedseigen grond. Ook bij de voormalige ondergrondse en bovengrondse tanklocaties zijn geen bijzonderheden waargenomen die duiden op verontreinigingen met olieproducten.

Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

11/17

Tijdens het zintuiglijk onderzoek van de grond zijn verschillende bodemvreemde en/of op verontreiniging duidende kenmerken waargenomen. In tabel 3.3 zijn de zintuiglijke waarnemingen weergegeven. Tabel 3.3: Zintuiglijke waarnemingen Boring Diepte boring (m -mv) 02 2,00 04 2,00 05 2,00 06 0,50 07 2,00 09 2,00 12 2,00 13 0,50 16 0,50 17 3,20

Traject (m -mv) 0,50 - 1,00 0,00 - 1,00 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 1,00 0,50 - 1,00 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50 0,00 - 0,50

Grondsoort

Waargenomen bijzonderheden

Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei Klei

sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen matig zandhoudend, sporen baksteen sporen baksteen sporen baksteen

Opgemerkt wordt dat in het kader van dit onderzoek geen specifiek onderzoek (conform NEN 5707, bodeminspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem) is verricht naar het voorkomen van asbest in de grond. De aangetroffen bijmengingen met (sporen) baksteen worden (conform bijlage A4, NEN5725) niet als asbestverdacht beschouwd. Gezien de geringe hoeveelheid bijmengingen (<1%) en het feit dat tijdens de monstername geen asbest verdachte materialen zijn aangetroffen, wordt asbestonderzoek niet noodzakelijk geacht. 4

LABORATORIUMONDERZOEK

4.1 Opzet laboratoriumonderzoek Het samenstellen van de mengmonsters en de grondanalyses is uitgevoerd door het AS3000 en RvAgeaccrediteerde laboratorium van Eurofins Analytico te Barneveld. De geanalyseerde (meng)monsters en hun samenstelling zijn als volgt. Tabel 4.1: Overzicht samenstelling (meng)monsters en analyseparameters Analysemonster Traject Deelmonsters (m-mv) Bodem: MM1bg 0,00 - 0,50 01 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) MM2bg 0,00 - 0,50 02 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) MM3og 0,50 - 1,00 02 (0,50 - 1,00) 04 (0,50 - 1,00) 05 (0,50 - 1,00) 07 (0,50 - 1,00) 09 (0,50 - 1,00) MM4og 1,00 - 1,50 02 (1,00 - 1,50) 04 (1,00 - 1,50) 05 (1,00 - 1,50) 07 (1,00 - 1,50) 09 (1,00 - 1,50)

Motivatie

Analysepakket

Algemene kwaliteit bovengrond

Standaardpakket grond inclusief lutum, organische stof

Algemene kwaliteit bovengrond

Standaardpakket grond inclusief lutum, organische stof

Algemene kwaliteit ondergrond

Standaardpakket grond inclusief lutum, organische stof

Algemene kwaliteit ondergrond

Standaardpakket grond inclusief lutum, organische stof

Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

12/17

01-2 05-1 06-1 PFAS MM1bgPFAS

MM2bgPFAS

MM3ogPFAS MM4ogPFAS

Grondwater: 01-1 17-1

12 (1,00 - 1,50) 17 (1,00 - 1,50) 0,50 - 1,00 01 (0,50 - 1,00)

Meest verdachte laag ter plaatse van de voormalige ondergrondse olietank Bovengrond zandlaag deel boomgaard Bovengrond kleiaag deel boomgaard

Minerale Olie (C10-C40), Organische stof (gloeiverlies) Lutum + Organische stof, OCB (25) Lutum + Organische stof, OCB (25)

0,00 - 0,50 01 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) 0,00 - 0,50 02 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) 0,50 - 1,00 01 (0,50 - 1,00) 12 (0,50 - 1,00) 0,50 - 1,00 02 (0,50 - 1,00) 04 (0,50 - 1,00) 05 (0,50 - 1,00) 07 (0,50 - 1,00) 09 (0,50 - 1,00) 17 (0,50 - 1,00)

Algemene kwaliteit kleilaag bovengrond

Organische stof (gloeiverlies), PFAS (28) Handelingskader

Algemene kwaliteit zandlaag bovengrond

Organische stof (gloeiverlies), PFAS (28) Handelingskader

Algemene kwaliteit zandlaag ondergrond

Organische stof (gloeiverlies), PFAS (28) Handelingskader Organische stof (gloeiverlies), PFAS (28) Handelingskader

1,80 - 2,80 Filterstelling 2,20 - 3,20 Filterstelling

Algemene kwaliteit grondwater Algemene kwaliteit grondwater

0,00 - 0,50 05 (0,00 - 0,50) 0,00 - 0,50 06 (0,00 - 0,50)

Standaard pakket grond:

Standaard pakket grondwater:

OCB: PFAS:

Algemene kwaliteit kleilaag ondergrond

Standaardpakket grondwater Standaardpakket grondwater

Bestaat uit de parameters: 9 metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, somPCB’s (som van PCB 28, PCB 52, PCB 101, PCB 118, PCB 138, PCB 153 en PCB 180), som-PAK’s (som van naftaleen, fenantreen, antraceen, fluorantheen, chryseen, benzo(a)antraceen, benzo(a)pyreen, benzo(k)fluorantheen, indeno(1,2,3 cd)pyreen en benzo(ghi)peryleen) en minerale olie (GC). Bestaat uit de parameters: 9 metalen: barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink, vluchtige aromatische koolwaterstoffen (de som van benzeen, tolueen, ethylbenzeen som-xylenen (som o, m, p,) styreen en naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen: de som van 19 stoffen en minerale olie (GC). Organochloorbestrijdingsmiddelen. Poly- en perfluoralkylstoffen.

In bijlage 4 zijn de analyserapporten van de grond(meng)monsters opgenomen. Alle laboratoria van Eurofins zijn RvA-geaccrediteerd. 4.2 Resultaten laboratoriumonderzoek/toetsingskader Wet bodembescherming (Wbb) Bij de beoordeling van de kwaliteit van de grond is gebruik gemaakt van de toetsingstabel zoals vermeld in het Besluit- en de Regeling bodemkwaliteit en de Circulaire bodemsanering 2013. Hiervoor is gebruik gemaakt van BOTOVA-gevalideerde software. (BoToVa staat voor Bodem Toets en Validatie). Deze toetsingstabel bevat achtergrond-, streef- en interventiewaarden voor de beoordeling van concentratieniveaus van diverse milieubelastende stoffen in de bodem. Een nadere uitleg betreffende het toetsingskader is opgenomen in bijlage 6. Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS (2 juli 2020) De onderzoeksresultaten van de PFAS analyses zijn getoetst aan de landelijke normen voor toepasbaar op land zoals genoemd in de Kamerbrief van 2 juli 2020 met betrekking tot Aanpassing tijdelijk handelingskader PFAS. In bijlage 6.2 van onderhavig onderzoek zijn de toepassingsnormen in tabel opgenomen. 4.3 Toetsingstabellen grond en grondwater De achtergrondwaarden en interventiewaarden van de grond hebben betrekking op een bodem met bepaalde organische stof- en lutumpercentages zoals deze in de tabellen zijn gepresenteerd.

In bijlage 5 zijn de toetsingsresultaten aan de Wet bodembescherming en het tijdelijk handelingskader PFAS weergegeven. Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

13/17

4.4 Overschrijdingstabellen grond en grondwater In onderstaande tabellen worden de overschrijdingen van de parameters in de grond en het grondwater aangegeven. Tabel 4.2: Overschrijdingstabel grond AnalyseTraject monster (m-mv) MM1bg 01 (0,00 - 0,50) 03 (0,00 - 0,50) 04 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) MM2bg 02 (0,00 - 0,50) 05 (0,00 - 0,50) 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) MM3og 02 (0,50 - 1,00) 04 (0,50 - 1,00) 05 (0,50 - 1,00) 07 (0,50 - 1,00) 09 (0,50 - 1,00) MM4og 02 (1,00 - 1,50) 04 (1,00 - 1,50) 05 (1,00 - 1,50) 07 (1,00 - 1,50) 09 (1,00 - 1,50) 12 (1,00 - 1,50) 17 (1,00 - 1,50) 01-2 01 (0,50 - 1,00) 05-1 05 (0,00 - 0,50)

06-1 > AW >I Index

06 (0,00 - 0,50)

> AW (+index) Licht verontreinigd Kwik (-) Lood (0,15)

> I (+index) Sterk verontreinigd -

Bbk monster-conclusie Indicatief Klasse wonen

Kwik (-) Lood (0,13)

-

Klasse wonen

Kwik (-) Lood (0,07)

-

Altijd toepasbaar

-

-

Altijd toepasbaar

Som 21 Organochloorhoud. bestrijdingsm () beta-HCH (0,01) DDE (som) (0,12) DDD (som) (0,03) DDE (som) (0,01) DDD (som) (-)

-

Altijd toepasbaar Klasse industrie

-

Klasse wonen

: geen overschrijdingen : > Achtergrondwaarde : > Interventiewaarde : (GSSD - AW) / (I - AW)

Verkennend bodemonderzoek, Calandweg te Zierikzee, ANL21-5779

14/17

Tabel 4.2: Toetsing analyseresultaten (aangepast) tijdelijk handelingskader PFAS. AnalyseDeelmonsters Analyseresultaten in µg/kg ds. Monster-conclusie1) monster PFOS PFOA Overige PFAS MM1bgPFAS 01 (0,00 - 0,50) 1,1 0,4 <0,1 Voldoet aan 03 (0,00 - 0,50) achtergrondwaarde 04 (0,00 - 0,50) 06 (0,00 - 0,50) 07 (0,00 - 0,50) 12 (0,00 - 0,50) 13 (0,00 - 0,50) 15 (0,00 - 0,50) 16 (0,00 - 0,50) 17 (0,00 - 0,50) MM2bgPFAS 02 (0,00 - 0,50) 1,3 0,2 <,1 Voldoet aan 05 (0,00 - 0,50) achtergrondwaarde 08 (0,00 - 0,50) 09 (0,00 - 0,50) 10 (0,00 - 0,50) 11 (0,00 - 0,50) 14 (0,00 - 0,50) MM3ogPFAS 01 (0,50 - 1,00) 7,9 0,2 0,7 Voldoet niet aan Wonen en 12 (0,50 - 1,00) Industrie MM4ogPFAS 02 (0,50 - 1,00) 0,2 0,1 0,2 Voldoet aan 04 (0,50 - 1,00) achtergrondwaarde 05 (0,50 - 1,00) 07 (0,50 - 1,00) 09 (0,50 - 1,00) 17 (0,50 - 1,00) 1) De toepassingsnorm voor PFAS in bodemfunctieklasse landbouw/natuur bedraagt voor de parameters overige PFAS inclusief GenX 1,4 µg/kg ds en PFOS 1,9 µg/kg ds. Opgemerkt dient te worden dat gebiedsspecifiek mogelijk een hogere achtergrondwaarde wordt gehanteerd. De toepassingsnormen voor PFAS in bodemfunctieklasse Wonen en Industrie zijn respectievelijk 3 µg/kg ds. voor de overige PFAS, PFOS en GenX en voor PFOA 7 µg/kg ds.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10701651/1