CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20211012 Raadsbrief Transitievisie Warmte & Regionale Warmte Structuur bijlage 3

Gemeenteraad 21 oktober 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken18.722 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hybride warmtepompen en lokale aardgasvrije opties

•

Warmtenet

•

Elektrische warmtepompen

•

Besparen en warmteoptie later herijken

•

Warmteopties voor bijzondere gebieden, zoals bedrijventerreinen, nieuwbouwlocaties en recreatievastgoed

4.1 Hybride warmtepompen en lokale aardgasvrije opties Wat? In Schouwen-Duiveland zien we dat de gebouwde omgeving vooral bestaat uit kleine kernen en buitengebieden. Dit patroon zien we terug in heel Zeeland. Kenmerkend voor kleine kernen en buitengebieden in Zeeland is de diversiteit van de bebouwing en het relatief grote aandeel vooroorlogse bebouwing. Oude en nieuwe gebouwen staan door elkaar heen, en uitbreidingsgebieden zijn vaak relatief klein geweest. SchouwenDuiveland kenmerkt zich door het hoge aantal monumenten.

23

Naast isolatie, ventilatie en elektrisch koken, beginnen we in deze buurten met de overstap naar hybride warmtepompen. Een hybride warmtepomp is een warmtepomp met een Cv-ketel ernaast voor koude dagen en voor warm tapwater. Hybride warmtepompen besparen snel veel gas en CO2uitstoot. Naast hybride warmtepompen zullen ook elektrische warmtepompen en kleinschalig collectieve opties, zoals een WKO, een rol spelen. De ouderdom van het gebouw zal vaak bepalend zijn of de overstap naar een elektrische warmtepomp logisch is, of dat een hybride warmtepomp logischer is. Een hybride warmtepomp kan een tussenoplossing zijn voor een elektrische warmtepomp als de woning nog onvoldoende is geïsoleerd, en een hybride warmtepomp kan alleen een eindoplossing zijn als er op termijn voldoende duurzaam gas beschikbaar komt. Bij het herijken van de TVW houden we in de gaten hoeveel duurzaam gas er beschikbaar komt. Ondertussen blijven we inzetten op voldoende stapsgewijze isolatie volgens de landelijke Standaard voor woningisolatie, zodat we zoveel mogelijk voorbereid zijn op elektrische warmtepompen, mocht er in de toekomst onvoldoende duurzaam gas beschikbaar zijn.

Waar? We zien het transitiepad hybride warmtepompen en lokale aardgasvrije opties veelvuldig voorkomen als dominant pad in alle dorpskernen en bebouwing in buitengebied van Schouwen-Duiveland, onder andere in de kernen Kerkwerve, Zonnemaire, Brouwershaven, Noordgouwe, Dreischor, Nieuwerkerk, Ouwerkerk, Oosterland, Bruinisse, Serooskerke, Ellemeet, Scharendijke, Noordwelle, Renesse en Burg-Haamstede. Deze opsomming betreft een selectie. De transitiekaart laat een volledig overzicht zien. Hoe? Gebouweigenaren maken hier hun gebouwen transitiegereed door zoveel mogelijk op natuurlijke momenten te isoleren volgens de landelijke Standaard en door te ventileren, kieren te dichten en over te stappen naar elektrisch koken. Daarnaast gaan we in deze buurten starten met het overstappen op hybride warmtepompen en waar mogelijk naar elektrische warmtepompen of kleinschalig collectieve opties. Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak (zie hoofdstuk 5) te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.

georganiseerde particuliere gebouweigenaren of VvE’s zijn. Zij maken het mogelijk dat daarna overige gebouweigenaren kunnen aansluiten.

4.2 Warmtenet Wat? In warmtenetbuurten krijgen zoveel mogelijk gebouwen en woningen een warmtenetaansluiting. De temperatuur van dat warmtenet is afhankelijk van de beschikbare bronnen. Bij het bepalen van de temperatuur van het warmtenet is het belangrijk dat die temperatuur ook op lange termijn CO2neutraal kan worden geleverd. Wanneer de brontemperatuur te laag is voor verwarming van gebouwen, is er soms nog een collectieve warmtepomp bij de bron nodig.

24

•

Er is in de buurt perspectief op een duurzame bron. Die bron hoeft niet altijd in de buurt zelf aanwezig te zijn, maar hoe groter de afstand tussen de bron en de buurt, hoe kostbaarder het wordt om de warmte te transporteren en hoe minder efficiënt het warmtenet werkt. In Schouwen-Duiveland zijn restwarmte, aquathermie en mogelijk geothermie de meest logische warmtebronnen.

Een warmtenet is een oplossing voor de hele buurt, maar toch kan een gebouw soms een eigen oplossing krijgen, bijvoorbeeld omdat het gebouw afwijkt van de rest van de buurt. We verwachten daarom dat er ook op kleine schaal warmtepompen zullen voorkomen in warmtenetbuurten.

Een warmtenet realiseren we met een gebiedsaanpak. Daarbij stemmen we zoveel mogelijk de werkzaamheden op elkaar af. De tijd die nodig is om een gebied aan te sluiten, inclusief het opstellen van een uitvoeringsplan, is vijf à tien jaar.

Waar? Warmtenetten zijn het meest logisch in naoorlogse buurten met een hoge bebouwingsdichtheid. In deze buurten staan veel flats die relatief eenvoudig en tegen relatief lage kosten zijn aan te sluiten. Ook zijn er in deze buurten veel sociale huurwoningen waardoor een warmtenet relatief eenvoudig is te organiseren. Delen van de gemeente waar warmtenetten mogelijk een rol spelen zijn in de wijk Malta in Zierikzee. In deze wijk is mogelijk een perspectief op een warmtenet dankzij kansen voor aquathermie. In Sirjansland is door een aantal tuinders een houtgestookte biomassacentrale gerealiseerd met CO2 afvang. Samen met Hogeschool Zeeland is een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor geothermie.

4.3 Besparen en warmteoptie later herijken

Hoe? In tegenstelling tot gas en elektra zijn warmtenetten nog niet overal aanwezig. De ontwikkeling van nieuwe warmtenetten én duurzame bronnen is afhankelijk van drie voorwaarden:

Waar? Dit transitiepad zien we terugkomen in de buurten Malt en Poortambacht. Hier is het nog onzeker wat de uiteindelijke warmteoptie gaat zijn.

•

Er is voldoende schaal en dichtheid in een buurt. Bij een te lage dichtheid of een te laag aantal woningen is een warmtenet vaak niet haalbaar. Er is geen gouden regel, maar als richtlijn kan een minimum van 30 woningen per hectare worden aangenomen.

•

Er is in de buurt een grote gebouweigenaar aanwezig die in korte tijd veel woningen en gebouwen kan aansluiten. Dit is in de praktijk vaak een woningcorporatie, maar het kunnen ook

Wat? In deze buurten is de uiteindelijke warmteoptie nog onduidelijk. Dat komt omdat de kosten voor verschillende warmteopties dichtbij elkaar liggen en het optimale alternatief nader moet worden onderzocht. Bij de (minimaal) vijfjaarlijkse herijking van de TVW kan de warmteoptie dan opnieuw worden vastgesteld. Dat betekent niet dat we in deze buurten niet kunnen beginnen. Ook in deze buurten kunnen we starten met besparen door woningen transitiegereed te maken en over te stappen naar hybride warmtepompen als tussenoplossing.

Hoe? Gebouweigenaren maken hier hun gebouwen transitiegereed door zoveel mogelijk op natuurlijke momenten te isoleren volgens de landelijke Standaard en door te ventileren, kieren te dichten en over te stappen naar elektrisch koken. Daarnaast gaan we in deze buurten starten met het overstappen op hybride warmtepompen als tussenoplossing.

Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.

4.4 Elektrische warmtepompen Wat? Bij dit transitiepad stappen we over naar elektrische warmtepompen. Uiteindelijk is er dan alleen nog een elektriciteitsnet in de wijk nodig. Dit heet ook wel ‘all-electric’. Voordat een woning over kan naar een elektrische warmtepomp moet deze volledig transitiegereed zijn én beschikken over een afgiftesysteem voor lage temperaturen. Hybride warmtepompen, waarbij een cv-ketel bijspringt als het buiten heel koud is en dient voor warm tapwater, zijn een tussenoplossing voor gebouwen die nog onvoldoende zijn geïsoleerd. In deze buurten kunnen gebouweigenaren ook kiezen voor kleinschalig collectieve oplossingen met bijvoorbeeld WKO. Ook dan is er vaak nog een warmtepomp in het gebouw of de woning aanwezig. Waar? Buurten waar de warmtepomp de meest logische route is, zijn relatief nieuwe buurten die al goed geïsoleerd zijn of buurten met een lage bebouwingsdichtheid aan de rand van de stad. In Schouwen-Duiveland zien we geen volledige buurten waar de all electric oplossing de voorkeur heeft, maar er is wel sprake van aandachtsgebieden buurten waar allelectric een logisch transitiepad voor is. Het gaat dan bijvoorbeeld om gebieden in Zierikzee, Nieuwerkerk en Oosterland. Hoe? De route naar elektrische warmtepompen wordt bepaald door de gebouweigenaren.

Zij zullen tussen nu en 2050, zoveel mogelijk op natuurlijke momenten de overstap maken, dit doen zij door hun gebouw geschikt te maken voor verwarmen met lage temperatuur. Het is van belang om de overstap naar elektrische warmtepompen stapsgewijs te doen. Ten eerste omdat er nog innovaties worden verwacht, zoals warmteopslag in de woning, en warmtepompen die nog steeds efficiënter worden. Daarnaast zijn dit vaak relatief nieuwe buurten waar gasleidingen nog niet zijn afgeschreven. Bovendien is de klimaatwinst in deze buurten beperkt omdat deze al vrij goed geïsoleerd zijn.

25

Wanneer gebouweigenaren overstappen naar elektrische warmtepompen zal uiteindelijk het elektriciteitsnet extra moeten worden verzwaard. De netbeheerder houdt in de gaten wanneer dit nodig is, en zij kiest samen met de gemeente een natuurlijk moment uit om het elektriciteitsnet te verzwaren, bij voorkeur op een moment dat de maatschappelijke kosten zo laag mogelijk zijn. Het is in deze gebieden logisch om een doelgroepgerichte aanpak te kiezen waarbij eigenaren van gebouwen met dezelfde kenmerken geholpen worden door een aanpak die past bij hun gebouw.

4.5 Warmteopties voor bijzondere gebieden Wat? In de gebouwde omgeving zijn verschillende gebieden met een warmtevraag die afwijkt van bestaande woonwijken. Voor deze gebieden geldt dat per type gebied moet worden bekeken welke warmteoptie optimaal is. We onderscheiden de volgende bijzondere gebieden: •

Bedrijventerreinen: Voor bedrijventerreinen geldt dat de warmtevraag sterk afhankelijk is van het type bedrijven op het terrein. Over het algemeen hebben bedrijven een grotere koudevraag dan woningen en is het aantal eigenaren beperkt, waardoor kleinschalig collectieve oplossingen met warmtepompen en WKO logische opties zijn. In het geval van hallen of loodsen geldt dat er wellicht helemaal geen warmtevraag is.

•

Glastuinbouw: afhankelijk van de teelt hebben kassen een grote vraag naar warmte, licht en/of CO2. Die vraag wordt in de regel ingevuld met een warmtekrachtkoppeling (WKK), een soort kleine energiecentrale bij de kas die op aardgas werkt. WKK’s kunnen verduurzaamd worden met groen gas of geothermie. Welke optie optimaal is moet per glascluster worden bekeken.

•

Recreatieterreinen: recreatievastgoed ligt vaak op terreinen die beschikken over een grote, zakelijke elektriciteits- en gasaansluiting. De infrastructuur op het terrein is eigendom van een beheerder. Voordeel is dat elektriciteit op deze plekken goedkoop is dankzij een lage energiebelasting, waardoor elektrificeren loont. Dit, gecombineerd met het feit dat de warmtevraag in het laagseizoen beperkt is, maakt dat

infraroodpanelen aangevuld met een (zonne)boiler voor warm tapwater een betaalbare en logische oplossing is. Infrarood is geschikt als bijverwarming of om kleine ruimtes te verwarmen. Ook bij permanente bewoning is dit een logische warmteoptie als de woningen beschikken over enige mate van isolatie en het te verwarmen oppervlak beperkt blijft. •

Gebiedsontwikkeling: Op gebiedsontwikkelingslocaties ligt de keuze voor de duurzame warmteoptie vaak nog open. Bij vrijwel alle nieuwe woningbouw zal een elektrische warmtepomp de meest logische keus zijn. Alleen bij locaties waar in korte tijd veel woningen in hoge dichtheden worden gebouwd is het logisch om een collectieve oplossing zoals een warmtenet of bronnet te onderzoeken.

Waar? In het bedrijvenpark Zierikzee Zuid, in Bruinisse, maar ook in diverse kleinere deelgebieden vinden we bedrijfspanden en utiliteit. In bedrijvenpark Zierikzee Zuid zijn mogelijke kansen voor restwarmte dat kan worden ingezet voor eigen of andere gebouwen. In de kop van Schouwen liggen veel recreatieterreinen. Glastuinbouw komt met name voor rond Oosterland en Sirjansland. Hoe? Voor bedrijventerreinen, glastuinbouwgebieden, recreatieterreinen en gebiedsontwikkelingslocaties geldt dat een gebiedsgerichte aanpak logisch is om voor die locatie de optimale warmteoptie te kiezen en ontwikkelen. In alle gevallen is er namelijk maar sprake van één of enkele eigenaren of ontwikkelaars. De gemeente kan een rol spelen om deze eigenaren, samen met andere belanghebbenden en marktpartijen, te helpen met een aanpak om te komen tot de overstap naar aardgasvrij. Dat kan bijvoorbeeld de vorm hebben van een uitvoeringsplan.

4.6 De transitiekaart voor Schouwen Duiveland 4.6.1 Hoe is de transitiekaart tot stand gekomen? De transitiekaart is tot stand gekomen op basis van een vergelijkende analyse en zorgvuldige afwegingen per buurt, waarbij onze uitgangspunten leidend zijn geweest:

26

•

Een vergelijkende analyse van drie verschillende modelstudies waarmee we inzicht hebben gekregen in de laagste maatschappelijke kosten voor warmteopties per buurt.

•

Als buurtgrenzen zijn de buurtgrenzen aangenomen zoals het CBS die hanteert. Omdat die grenzen niet altijd logisch of herkenbaar zijn, hebben we daarbovenop gebieden gemarkeerd waar de gebouwde omgeving afwijkt van de rest van de buurt, en waar dus ook een ander transitiepad gevolgd zal worden.

•

Omstandigheden per buurt in overleg met de betrokken partijen. Het gaat dan bijvoorbeeld over plannen van inwonerscollectieven, gebiedsontwikkelingen, recreatiegebieden en het goed meenemen van buurten die al (deels) aardgasvrij zijn.

4.6.2 Wat betekent de transitiekaart? De transitiekaart (figuur 5) laat zien welk transitiepad we in welke buurt doorlopen. Zoals eerder aangegeven beschrijft de TVW de hoofdlijnen van het transitiepad en is het nog geen definitief besluit voor een bepaalde warmteoptie per buurt. Wel biedt de transitiekaart een richtlijn waarmee we als gemeente stappen kunnen zetten: •

Op basis van de transitiekaart kunnen we per buurt duidelijkheid geven aan gebouweigenaren over welke maatregelen zij moeten nemen voor hun gebouw. Die maatregelen zijn in deze TVW al op hoofdlijnen beschreven.

•

Met de transitiekaart kunnen we uitvoeringsplannen voor buurten gaan opstellen. Daarin worden zaken zoals techniek, betaalbaarheid en uitvoering voor een buurt duidelijk.

•

De transitiekaart opent het gesprek voor de gemeente en haar partners, zoals de woningcorporaties, inwonerscollectieven en netbeheerders. De gemeente kan de transitiekaart gebruiken als onderbouwing om bepaalde initiatieven van partners te steunen.

•

De transitiekaart biedt een onderbouwing voor het gebruik van nieuwe regels en middelen die de gemeente mogelijk ontvangt van de Rijksoverheid. Zo verwachten we bijvoorbeeld dat de gemeente tijdens de nieuwe kabinetsperiode instrumenten voor warmtenetten in de bestaande bouw.

4.6.3 Tot welk eindbeeld leidt de transitiekaart? Nu maken we in bijna de hele gemeente nog gebruik van aardgasverwarming. In 2050 hebben we te maken verschillende warmteopties die gebruik maken van duurzame elektriciteit, duurzaam gas en lokale, duurzame warmtebronnen. Wij hebben uitgerekend hoeveel energie onze mix van warmteopties in 2050 zal gebruiken op jaarbasis. Daarbij hebben we gekeken naar het hele energiegebruik in de gebouwde omgeving, dus verwarming, koeling, apparaten, licht en elektrisch koken bij elkaar. Om te beginnen zien we dat we in de toekomst veel minder energie gaan gebruiken in de gebouwde omgeving. Dat komt vooral omdat we gaan isoleren. Daarnaast zien we dat we veel minder gas gaan gebruiken. Dat komt omdat we verwachten dat duurzaam gas schaars zal blijven en we dus onze gasvraag zo klein mogelijk moeten maken. In de toekomst gebruiken we alleen nog duurzaam gas voor de piekvoorziening van warmtenetten en voor hybride warmtepompen. We zien dat ons elektriciteitsverbruik zal toenemen. Dat komt vooral omdat we op verschillende plekken in de gemeente gebruik zullen maken van warmtepompen. Voor de levering van schone elektriciteit en gas zullen we afhankelijk zijn van de verduurzaming van de landelijke elektriciteits- en gasvoorziening, omdat we daarvoor een nationale infrastructuur hebben.

4.6.4 Alles gekleurd, overal starten? De doelstelling is om in 2050 woningen en gebouwen in SchouwenDuiveland aardgasvrij te verwarmen. Alle buurten zullen hier dus op den duur mee aan de slag moeten, daarom hebben alle buurten een transitiepad. Belangrijk om te realiseren bij het lezen van de kaart, is dat de (tussen)stappen en de snelheid en intensiteit daarvan, sterk kunnen wisselen, en dat een transitiepad een proces beschrijft en niet een moment waarop de schop in de grond gaat. Concrete stappen zoals een buurtaanpak of een haalbaarheidsonderzoek vinden plaats in uitvoeringsplannen als vervolg op de TVW. Dat wil niet zeggen dat er nog niks moet en kan gebeuren. Gemeentebreed zijn energie besparen en het transitiegereed maken van gebouwen de eerste stappen richting aardgasvrij. Dat zal bij voorkeur gebeuren op natuurlijke momenten, bijvoorbeeld bij renovaties of bij afschrijving van de CV-ketel als dat haalbaar en betaalbaar is voor de

27

gebouweigenaar. Het doel van de TVW en de transitiekaart is om inzicht te bieden in de richting voor de komende jaren. Tussen nu en 2050 zullen er naar verwachting nog diverse technische verbeteringen doorgevoerd worden in volgende generaties warmtetechnieken. Ook zullen er nog innovaties volgen die nu nog in de kinderschoenen staan of die we nog niet kennen. We moeten echter wel nu starten om in 2050 een aardgasvrije en CO2-neutrale stad te kunnen hebben gerealiseerd. Als de TVW wordt bijgesteld zal telkens opnieuw gekeken worden naar de stand van de techniek en nemen we dat mee in de route die we bewandelen op weg naar 2050.

Figuur 5: Transitiekaart van Schouwen-Duiveland

28

5 Stappen richting uitvoering

aanpak voor de overstap naar (hybride) warmtepompen. Bij het categoriseren van doelgroepen onderscheiden we de volgende groepen:

Bouwjaar De warmtetransitie is complex en wordt niet van de ene op de andere dag uitgevoerd. Er zijn aanpassingen aan gebouwen en infrastructuur nodig, er zijn duurzame energiebronnen nodig, en er komen grote investeringen bij kijken. Deze transitie vraagt ook om nieuwe vormen van samenwerken met gebouweigenaren, met inwoners en met het bedrijfsleven en andere partijen lokaal en regionaal. Het vraagt tevens om veranderingen binnen de gemeentelijke organisatie. Samenwerken in de warmtetransitie betekent meer dan het naast elkaar uitvoeren van de projecten van de individuele stakeholders. Enerzijds dient er coördinatie te zijn op de (samenhang tussen) de specifieke projecten en opgaven. Anderzijds liggen er stevige uitdagingen op het gebied van samenwerking, strategie, communicatie & participatie en financiering. Dit vraagt om een gestructureerde aanpak en sturing. De gemeente neemt hierin de regie. In dit hoofdstuk maken we een doorkijk naar de eerste stappen richting uitvoering.

5.1 De transitiepaden omzetten naar praktijk

Isolatieaanpak <1950

Focus op isolatie op basis van maatwerk, in verband met grote diversiteit. Monumentale panden, en waterwoningen (woningen getroffen door de watersnoodramp in 1953) zijn een aparte doelgroep.

1951 – 1975

Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar de Standaard inclusief elektrisch koken en het aanpassen van ventilatie

1976 – 1990

Isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar de Standaard inclusief elektrisch koken en het aanpassen van ventilatie Als (al deels) is geïsoleerd: hybride warmtepomp mogelijk

>1990

Verschillende transitiepaden vragen om verschillende type aanpakken. In Schouwen-Duiveland onderscheiden we een doelgroepenaanpak en een gebiedsgerichte aanpak. 5.1.1 Doelgroepenaanpak voor individuele maatregelen In het vorige hoofdstuk hebben we gezien dat er in veel transitiepaden maatregelen nodig zijn die vragen om een doelgroepgerichte aanpak. Een dergelijke aanpak is bedoeld om individuele gebouweigenaren, bedrijven, recreatiebedrijven en VVE’s te faciliteren en motiveren bij de keuzes die zij moeten maken voor het nemen van individuele stappen zoals isolatie of een warmtepomp. Elke eigenaar is anders en heeft een eigen type vastgoed en beslismoment. Het is mogelijk om hierin een aantal verschillende doelgroepen te formuleren als we kijken naar de meest logische stappen die een gebouweigenaar kan zetten, bijvoorbeeld op basis van bouwjaar van de woning, de mate van isolatie of type vastgoed, zoals waterwoningen. Met deze doelgroepenaanpak maken we onderscheid in een aanpak voor het isoleren van gebouwen en een

29

Aanpak

(na) isolatie met gestandaardiseerde aanpak naar de Standaard inclusief elektrisch koken en het aanpassen van ventilatie (zie bijlage F voor informatie over de Standaard). Als (al deels) is geïsoleerd: hybride warmtepomp mogelijk

Aanpak (hybride) warmtepompen <1990

Als (al deels) is geïsoleerd: hybride warmtepomp mogelijk

>1990

Aanpak voor de overstap naar een aardgasvrije oplossing door hybride warmtepomp

>2005

Aanpak voor de overstap naar een volledig elektrische warmtepomp

Uiteraard hangt het van de gebouweigenaar af of er al maatregelen aan het gebouw zijn getroffen. Het verkrijgen van meer informatie over reeds genomen renovatiemaatregelen en over een mogelijk CV-ketel vervangingsmoment, kan helpen om gerichter inzichtelijk maken waar de komende tijd stappen gezet kunnen worden. Een analyse is noodzakelijk om op basis van de actuele situatie van een gebouw te kunnen beoordelen welke vervolgstappen nodig zijn. Sturingsmogelijkheden Vanuit de gemeente zijn er momenteel weinig sturingsmogelijkheden om het daadwerkelijk nemen van maatregelen te stimuleren. Het nemen van deze individuele maatregelen vindt dus plaats op basis van vrijwilligheid zolang er geen wetgeving is om deze sturing mogelijk te maken. Met de juiste boodschap en middelen willen we de verschillende benoemde doelgroepen stimuleren om toch de stappen richting transitiegereed te gaan zetten. Hoe we inwoners daarin willen ondersteunen, beschrijven we in paragraaf 5.2. Uit de verschillende informatieavonden met inwoners blijkt dat inwoners sterk gemotiveerd zijn om hun woningen te isoleren. Zowel voor het comfort dat het oplevert, de financiële besparingen als de klimaatwinst. Om de juiste stappen te kunnen zetten willen inwoners beter inzicht krijgen in welke maatregelen ze kunnen nemen en wat daarvoor natuurlijke momenten zijn.

Bescherming van soorten Bij renovatie of isolatie van woningen moet altijd bekeken worden of er geen beschermde dieren in het kader van de Wet natuurbescherming in het gebouw of de woning zitten. Beschermde soorten in of rondom woningen en gebouwen zijn onder andere vleermuizen, huismussen en gierzwaluwen. In het kader van de zorgplicht moeten isolatiebedrijven voordat de werkzaamheden beginnen onderzoeken of er vleermuizen tussen de spouwmuren zitten. Door onder andere vleermuiskasten op te hangen, zorgen we er samen voor dat de vleermuizen weer voldoende verblijfplaatsen terugkrijgen. Bij uitvoeringsplannen zal worden bekeken of er proactief met een Soort Management Plan (SMP) kan worden gewerkt om nadelige effecten voor beschermde diersoorten te voorkomen.

30

5.1.2 Gebiedsgerichte aanpak: drie aanknopingspunten Naast de kansen om op basis van doelgroepen stappen te maken in de transitie, liggen er ook nadrukkelijk mogelijkheden om gebiedsgericht aan de slag te gaan. Daarnaast is een gebiedsgerichte aanpak een welkome aanvulling op een doelgroepenaanpak, omdat je op een gebied meer grip hebt als gemeente en partners, waarmee de besparingsdoelstellingen voor 2030 haalbaarder worden. Vanuit het Klimaatakkoord zijn zogenaamde uitvoeringsplannen bestempeld als middel om gebiedsgericht te werken. Vanuit onze kijk op de warmtetransitie (zie paragraaf 2.2) zien we drie aanknopingspunten voor een gebiedsgerichte aanpak om binnen buurten, wijken of dorpen verder te gaan verkennen: Uitvoeringsplannen Het uitvoeringsplan beschrijft hoe de gemeente de gebiedsgerichte aanpak in een wijk of dorp wil (laten) uitvoeren of regisseren. Het plan beschrijft voor één of meerdere gebieden op welk duurzaam alternatief deze gebieden overgaan. Het beschrijft ook welke maatregelen in het gebied nodig zijn om tot de gewenste situatie te komen. Het uitvoeringsplan biedt daarmee een totaaloverzicht van de stappen die door diverse partijen gezet gaan worden om de isolatie-aanpak en/of het alternatief voor aardgas voor het gebied te realiseren.

Het uitvoeringsplan wordt opgesteld in samenwerking met bewoners, gebouweigenaren en stakeholders, zoals netbeheerders en woningcorporaties. Bron: Rijksoverheid (2021), Programma aardgasvrije wijken. https://aardgasvrijewijken.nl/themas/regieenorganisatie/uitvoeringspl an/wat+is+een+uitvoeringsplan/default.aspx

1. Clustering Gebouwen met vergelijkbare eigenschappen zoals het bouwjaar, kunnen vragen om een vergelijkbare oplossing. Als deze gebouwen geclusterd zijn binnen een gebied, kan een gebiedsgerichte aanpak uitkomst bieden. De aandachtsgebieden in de transitiekaart laten deze clustering zien. In bijvoorbeeld een all electric aandachtsgebied staan woningen geclusterd waar een collectieve inkoopactie voor warmtepompen opgezet zou kunnen worden. Gezien de homogeniteit in bouwjaren van na 1990 is hier namelijk waarschijnlijk al voldoende isolatie aanwezig om deze stap te zetten. Daarnaast zou een clustering van woningen waar een isolatieslag wenselijk is een kans kunnen zijn om met een collectieve isolatieaanpak te starten. Deze isolatiekansen hebben we inzichtelijk op blokniveau, en zijn gezien de kleinere schaal niet zichtbaar op de transitiekaart. We lichten dit in het kader op de volgende pagina verder toe. 2. Aansluiten bij de sociale energie in een buurt, wijk of dorp (sociale warmte) In de Zeeuws-brede samenwerking is verkend waar sociale energie in een buurt, wijk of dorp aanwezig is om met aardgasvrij aan de slag te gaan. De zogenoemde sociale warmtebronnen. Deze zijn samengebracht in de Sociale Warmte Atlas Zeeland. De atlas bestaat uit meerdere kaarten, die verschillende aspecten laten zien van de sociale warmte in Zeeland.

Sociale energie is essentieel in een buurt om initiatieven vanuit de wijk van de grond te krijgen. Niet alleen omdat hier mogelijk een initiatiefnemer de kar kan trekken, maar ook omdat de wijk of het dorp als sociaal netwerk kan dienen en op die manier draagvlak of gezamenlijk initiatief gecreëerd kan worden. Voorbeelden van sociale warmtebronnen om bij aan te sluiten zijn:

31

•

Initiatiefnemers, verenigingen, inwonerscollectieven, energie coöperaties, VvE’s, dorps/wijkstadsraden en -projectgroepen die in de buurt, wijk of dorp aan de slag willen met verduurzaming.

•

Partijen die als katalysator kunnen werken, zoals een kerkgemeenschap, sportvereniging of school. De gemeente kan, samen met een dergelijke partij een isolatie aanpak opzetten en uitvoeren. Deze partij kan de achterban ook meer vertellen over deze aanpak.

•

Andere organisaties die met duurzame maatregelen aan de slag willen.

3. Aansluiten bij andere lokale opgaven en kansen De warmtetransitie in een wijk staat nooit op zichzelf, vaak zijn er andere opgaven op het gebied van renovatie, vergroening, veiligheid en andere thema’s die ook spelen in een wijk. Het is belangrijk dat ambities en plannen worden afgestemd daar waar dat logisch is, en dat werkzaamheden worden gecombineerd om overlast voor inwoners en kosten te besparen. Aan de andere kant wordt het te complex als we in alle wijken alles met alles verknopen. Een balans tussen integraliteit en focus is essentieel. Er zal afstemming plaatsvinden met en over: •

Aangrenzende duurzaamheidsthema’s zoals klimaatadaptatie, circulariteit, opwek duurzame energie, en mobiliteit;

•

Opgaven in de openbare ruimte, zoals rioleringsvervangingsopgaven;

•

Sociale thema’s zoals energiearmoede, leefbaarheid en sociale problemen in een buurt, wijk of dorp;

•

De drukte in de ondergrond;

•

Verschillende visies en plannen, zoals de energiebalans van Schouwen-Duiveland.

•

En met plannen van andere stakeholders zoals de woningcorporaties. Een woningcorporatie en de gemeente kunnen samen verkennen waar kansen liggen voor de warmtetransitie. Bijvoorbeeld waar renovatieplannen gaan plaatsvinden en kansen liggen voor de collectieve inkoop van isolatie. Bij een dergelijke ontwikkeling kan ook verkend worden of er isolatie kan worden aangeboden aan de particulieren in die buurt, wijk of dorp.

Van aanknopingspunten naar startkansen Op basis van de aanknopingspunten kunnen we in Schouwen-Duiveland de komende tijd verder verkennen waar we gebiedsgericht aan de slag willen. We gebruiken de Energie Transitie Atlas (zie kader rechts voor meer informatie) om inzichtelijk te maken of en hoe deze aanknopingspunten elkaar kunnen versterken. De atlas maakt het mogelijk om op kleinere schaal naar kansen te kijken dan het CBS-buurtniveau zoals aangehouden in de transitiekaart. Op dit kleinere schaalniveau kunnen we clustering van vergelijkbare woningen, sociale warmtebronnen en koppelkansen beter inzichtelijk maken en over elkaar heen leggen. Op dat niveau wordt ook de kaartlaag interessant met isolatiekansen per deelgebied en zelfs op blokniveau, om te verkennen waar een gebiedsgerichte isolatieaanpak voor de hand ligt. Om isolatiekansen inzichtelijk te maken is gefilterd op: bovengemiddelde warmtevraag, bovengemiddeld gasverbruik, en de aanwezigheid van startkansen voor isolatiemaatregelen (spouw, zoldervloer en grondvloer). Een voorbeeld van een gebied waar aanknopingspunten samenkomen is in Renesse en is gevisualiseerd in figuur 5.

Bijschrift: In Renesse komen verschillende sociale warmtebronnen, de stikstofproblematiek en isolatiekansen samen. Bovenstaande kaart laat bijvoorbeeld de aanwezigheid van een aantal nabijgelegen sociale warmtebronnen zien die als katalysator een bijdrage kan leveren aan het concretiseren van de isolatieaanpak. Zoals een bedrijvenvereniging die actief is en samen met de dorpsraad werk wil maken van het verduurzamen van vastgoed. De komende periode vullen we de Atlas verder aan met bruikbare data om een completer beeld te hebben van het gebied. Uiteraard blijft het een ‘praatplaat’ voor het gesprek met de projectgroep om met lokale kennis te valideren en verrijken en op die manier weloverwogen keuzes te maken in welke startkansen we wanneer verder willen verkennen. Bovenstaande uitsnede is gemaakt op basis van de Energie Transitie Atlas, 2021.

Energie Transitie Atlas De Energie Transitie Atlas is een op GIS-gebaseerde online tool die via de webbrowser geraadpleegd kan worden. Aan de atlas ligt een rekenmodel ten grondslag dat (ruimtelijke) gegevens, aannames en uitgangspunten vertaalt naar kaartbeelden die uitspraken doen over de impact van de energietransitie. De atlas is bedoeld om processen in de energietransitie te ondersteunen, faciliteren en versnellen. Het kan ingezet worden in alle fases van de transitie: van notie en urgentie, tot kansen en inzicht, tot gedragen visies en projecten, en uiteindelijk als ondersteunende tool in de uitvoering. Daarmee vormt de ETA een gezamenlijke, Zeeuwse database en analysetool voor o.a.:

Figuur 5: Renesse als focusgebied voor isolatie met nabijgelegen sociale warmte (verenigingen, stads/wijk/dorpsraden, inwonerinitiatieven, etc.)

.

32

•

De uitwerking van de Regionale Energie Strategie (RES);

•

De transitie naar een aardgasvrije gebouwde omgeving met Transitievisies Warmte en uitvoeringsplannen;

•

Het plannen en realiseren van een toekomstbestendige laadinfrastructuur.

5.2 Hoe gaan we inwoners informeren, motiveren en faciliteren? Communicatie Communicatie met inwoners is een cruciaal onderdeel voor een succesvol verloop van de warmtetransitie. Het onderwerp leeft onder inwoners, omdat de bijbehorende werkzaamheden en aanpassingen zich voor een deel achter de voordeur afspelen. Met het opstellen van een heldere communicatiestrategie en een communicatieaanpak zetten we de eerste stappen voor een succesvolle samenwerking met onze inwoners. Daarom zetten we in op de volgende punten:

33

•

Communiceren (periodiek) over het nut en de noodzaak van de warmtetransitie en specifiek over isoleren via verschillende kanalen;

•

Inwoners die aan de slag willen voorzien van objectieve, heldere en toegankelijke informatie. Zoals informatie over handelingsperspectieven op de gemeentelijke website of via de loketten. Deze informatie is eenduidig en Zeeuws-breed afgestemd. Ook informatie over subsidies, leningen, energie adviseurs zal in een overzichtelijk informatieblad voor bewoners en bedrijven worden opgesteld;

•

Adressentool, waarin bewoners en bedrijven kunnen zien welk transitiepad betrekking heeft op hun woning of pand. In de adressentool is ook een handelingsperspectief beschreven, waarin bewoners en ondernemers te weten kunnen komen welke stappen in de warmtetransitie zij kunnen nemen.

•

Zelf inwoners actief benaderen op basis van een doelgroepenaanpak;

•

De warmtetransitie koppelen met opgaven en thema’s die spelen in specifieke buurten, wijken en dorpen als er sprake is van een gebiedsgerichte aanpak met koppelkansen;

•

Communiceren (periodiek) over het proces dat plaatsvindt over de verschillende stappen die worden gezet in de warmtetransitie. Waar vervolgstappen in de transitie voorzien worden, deze vroegtijdig communiceren

•

Inspirerende voorbeelden delen bijvoorbeeld via www.duurzame huizenroute.nl.

Terugblik inwonersavond en informatiebijeenkomst voor bedrijventerreinen vastgoedeigenaren De gemeente Schouwen-Duivenland heeft drie informatiebijeenkomsten georganiseerd, waarvan twee met bewoners en een sessie met ondernemers uit gemeente. Voor de eerste inwonersavond op 22 juni hadden 27 inwoners zich opgegeven om meer te weten te komen over de plannen voor de warmtetransitie in Schouwen-Duivenland. Voor de bijeenkomst twee dagen later op 24 juni hadden 25 inwoners zich aangemeld. Op 7 juli waren 23 ondernemers en andere geïnteresseerden aanwezig. Zij kwamen allen om antwoord te krijgen op de vragen: wat is een TVW en wat staat er precies in? De visie beschrijft hoe gemeente Schouwen-Duiveland in 2050 aardgasvrij is. Omdat op rijksniveau nog veel onduidelijk is, geven we in de TVW alleen de richting weer naar aardgasvrij verwarmen. Op enkele clusters na is het devies voor de gemeente om voornamelijk in te zetten op besparing, lokaal aardgasvrij en op termijn de overstap naar duurzaam gas. Daarnaast zullen er veel maatwerkoplossingen komen, bijvoorbeeld inzet op lokale initiatieven, die we samen met de woningeigenaren gaan vormgeven. Dit kan per woning, per blok of per dorp zijn. Daarnaast kwam naar voren dat er voor bedrijven en voor recreatie een aparte aanpak noodzakelijk is. Er zijn nog veel uitdagingen en de gaskraan gaat niet zomaar van de ene op de andere dag dicht.

Deelnemers van alle drie de bijeenkomsten konden hun reactie geven op de visie. Zij vinden dat er nog veel onzekerheid en onduidelijkheid is. Een inwoner merkte op: “kan het netwerk het in de wijken wel aan als we veel meer elektrisch gaan verwarmen?” Ze missen ook informatie over de kosten die komen kijken. Een monumenteigenaar vroeg zich af hoe hoog de kosten voor het aardgasvrij maken van zo’n woning zullen worden. En op wiens rekening komt dat te staan?

Daarnaast werden vraagtekens gezet bij hoe alle inwoners van Schouwen-Duiveland (34.000) betrokken kunnen worden. Ondernemers noemden de beschikbaarheid van alternatieve technologieën als belemmering. Daarbij zouden deelnemers graag zien dat er meer aandacht komt voor collectieve oplossingen en zou er meer inzicht moeten komen in de bestaande subsidies. De kleine kernen in Schouwen-Duiveland worden gekarakteriseerd door hun saamhorigheid. Als deze kernen geënthousiasmeerd kunnen worden kunnen er mooie initiatieven ontstaan. Maar, zo zei een inwoner: “goede begeleiding is hier wel een randvoorwaarde”. Inwoners en ondernemers worden op verschillende manieren ondersteund door de gemeente. Naast regievoering wil de gemeente graag initiatieven ondersteunen, voorlichting geven en bewustwording creëren over de financieringsregelingen. Naast de algemene informatiebijeenkomsten zijn de meeste stads-, dorps- en wijkraden geïnformeerd door middel van presentaties. Energiebesparing in Schouwen-Duiveland: tips van inwoners •

Zorg voor onafhankelijk en persoonlijk advies aan huis. Inwoners willen weten waar ze moeten beginnen met isoleren.

•

Werk aan een gedetailleerde planning wanneer wijken van het gas af gaan, zodat eigenaren hun verbouwplanning erop aan kunnen passen

•

Stel besparingsambassadeurs aan in wijken: inwoners met een voorbeeldwoning waarin alle effecten zichtbaar zijn

•

Specifieke ondersteuning en begeleiding voor VVE’s, monumenten eigenaren en eigenaren van waterwoningen (woningen die in 1953 onder water hebben gestaan en daardoor een specifieke problematiek hebben m.b.t. isolatie).

•

Communiceer gericht en duidelijk over campagnes, collectieve inkoopacties en leningen die beschikbaar komen

•

Grijp de isolatie opgave als kans om lokale ondernemers te betrekken en lokaal werkgelegenheid te creëren

Participatie Vanuit de informatiebijeenkomsten hebben vertegenwoordigers van dorpsraden, bedrijvenorganisaties, inwoners en ondernemers aangegeven mee te willen denken over de TVW en hoe dat vormgegeven kan worden. Hoe inwoners en ondernemers hierbij verder betrokken worden is essentieel. Vanuit actieve inwoners, dorps,-stads- en wijkraden en andere organisaties een is een bewonersgroep opgericht om inwoners te ondersteunen met het nemen van maatregelen. Hoe verder we komen richting uitvoering, hoe concreter de plannen worden en hoe belangrijker de inbreng van inwoners en ondernemers wordt om mee te denken en beslissen in de planvorming voor hun wijk of dorp. In onze participatiestrategie starten we het overleg met de stads-, dorpsen wijkraden en de bedrijvenorganisaties. Vandaaruit zorgen we dat inwoners en ondernemers voldoende kunnen worden betrokken bij de Warmtetransitie. Dit kan door informeren, raadplegen, adviseren, coproduceren of meebeslissen (burgerparticipatie). Maar andersom zullen er ook steeds meer initiatieven vanuit inwoners en organisaties ontstaan waarbij een samenwerking met de gemeente gezocht wordt. De participatiestrategie moet daarom ook laten zien op welke manier wij bereid zijn om te ondersteunen in gebiedsgerichte projecten die opgezet zijn vanuit lokale initiatiefnemers (overheidsparticipatie).

Presentatie over de warmtetransitie in Sirjansland

34

Financiering Er zijn verschillende mogelijkheden om inwoners financieel te ondersteunen bij maatregelen in de woning. Denk aan subsidies, leningen, en collectieve inkoopacties. Op gemeentelijk niveau willen we onze isolatiesubsidie voortzetten en deze zodanig inzetten dat de minst energiezuinige woningen de meeste subsidie krijgen. In het kader van circulariteit willen we biobased isoleren stimuleren. Verder willen we onze bestaande duurzaamheidslening en blijverslening omzetten in een duurzaam langer thuis lening. We willen kansen voor gemeente overstijgende constructies verkennen, te denken valt aan collectieve inkoop en samenwerking met Zeeuwse installateurs. Daarnaast willen we inwoners kunnen informeren over financiële instrumenten die beschikbaar komen vanuit het Rijk. Zowel gemeentelijk als regionaal. Hoewel iedere eigenaar de maatregelen individueel treft, kan er altijd een collectief aanbod georganiseerd worden, waar meerdere eigenaren tegelijk gebruik van kunnen maken.12 Tijdens de inwonersavond is duidelijk naar voren gekomen dat gebouweigenaren willen weten van welke middelen ze gebruik kunnen maken om maatregelen te nemen, zoals rekentools, woningscans, (digitale) loketten, subsidies, leningen en voorbeeldwoningen. Er werd een duidelijke behoefte geuit aan een overzichtelijke en makkelijk toegankelijke plek waar deze informatie te vinden is.

Wij hechten eraan dat informatie duidelijk en centraal te vinden is, in plaats van versnipperd. Monitoring In de jaarlijkse energiebalans monitort de gemeente Schouwen-Duiveland het energieverbruik (elektriciteit en gas), de duurzame energieopwekking en de CO2 uitstoot. Deze energiebalans zal uitgebreid worden met aantal woningen die aardgasvrij zijn. Input voor de energiebalans komt van de netbeheerder, klimaatmonitor en initiatiefnemers die grootschalig duurzame energie opwekken.

12 In bijlage D treft u een overzicht van financieringsinstrumenten en initiatieven die

reeds in de Zeeuwse gemeenten worden uitgerold. Leningen die genoemd zijn, zijn

35

5.3 Zeeuws-brede samenwerking: hoe gaan we het organiseren? In de voorgaande paragrafen zijn de doelgroep- en gebiedsgerichte aanpak beschreven die door de gemeente in samenwerking met betrokken partijen na de TVW verder worden uitgewerkt. Daarnaast liggen er concrete aanknopingspunten om bepaalde onderdelen van de uitvoeringsstrategie Zeeuws-breed op te pakken, samen met andere gemeenten. De voordelen van Zeeuws brede samenwerking zijn schaalvoordeel in de uitvoering, het kunnen leren van elkaars ervaringen, en uniformiteit in communicatie, voorlichting en andere uitingen richting inwoners. De samenwerkingskansen worden omschreven in de volgende paragrafen. Tevens wordt in een stappenschema toegelicht hoe de Zeeuws-brede samenwerking verder georganiseerd kan worden.

5.3.1 Zeeuws-brede doelgroepen aanpak: samen aan de slag met besparen en woningen transitiegereed maken Aan de slag gaan met besparen en transitiegereed maken van woningen met een doelgroepgerichte aanpak is in alle Zeeuwse gemeenten de eerste stap. Het ligt dan ook voor de hand om hier samen in op te trekken, middels het standaardiseren van een isolatieaanpak: elke Zeeuwse inwoner kan gebruik maken van hetzelfde verduurzamingspakket dat voor het bouwjaar of woningtype van zijn of haar woning relevant is. Dit verduurzamingspakket zou door de hele provincie heen op dezelfde manier aangeboden kunnen worden via uniforme communicatie waarbij het Duurzaam Bouwloket en Platform Energiek Zeeland een belangrijke rol kunnen spelen in de uniformiteit. Bijvoorbeeld in het aanbieden van woning- of straatscans in heel Zeeland. Ook kan er via de Zeeuws-brede samenwerking worden afgesproken om per gemeente te focussen op een bepaalde doelgroep (op basis van woningtype en bouwjaar, zie paragraaf 5.1.1) door middel van gerichte campagnes. Zo kan elke gemeente zich toespitsen op één doelgroep en leren hoe deze het beste benaderd kan worden. Deze ervaringen kunnen

niet allemaal op dit moment actief. Mogelijk worden er nieuwe rondes waarin deze leningen worden vrijgegeven uitgeschreven.

vervolgens Zeeuws-breed worden uitgewisseld. De gemeenten gaan komende winter in gesprek hoe dit nader ingevuld zou kunnen worden.

5.3.2 Zeeuws-brede gebiedsgerichte aanpak Ondanks dat een gebiedsgerichte aanpak in de basis plaatsvindt in een afgebakend gebied dat binnen de gemeente ligt, zijn er kansen voor een Zeeuws-brede samenwerking – met name als het gaat om kennisuitwisseling. Een gebiedsgerichte aanpak richt zich met name op een verdere verkenning van de haalbaarheid voor een warmteoptie in een wijk of dorp. Hierin wordt intensief samengewerkt met lokale stakeholders en gebruik gemaakt van de gemeentelijke en lokale kennis in dat gebied. Voordeel van een dergelijke lokale aanpak is dat beweging en betrokkenheid kan ontstaan van onderop, door de betrokkenheid van lokale initiatiefnemers (woningcorporatie, inwonersinitiatief of gemeente). Dergelijke initiatiefnemers zorgen voor betrokkenheid van inwoners door te fungeren als ambassadeur en dragen bij aan het draagvlak van een bredere groep inwoners in de omgeving. In de verschillende gemeentes in Zeeland zien we duidelijke gebiedsgerichte kansen. De Zeeuws-brede samenwerking leent zich bij uitstek als platform van kennisuitwisseling over deze gebiedsgerichte ervaringen. Tevens zouden er binnen deze samenwerking afspraken kunnen worden gemaakt tussen gemeentes om te focussen op een uitvoeringsplan warmtenet in de ene gemeente, een uitvoeringsplan allelectric wijk in de andere gemeente, en een aanpak recreatiepark in een volgende gemeente.

Op die manier kunnen er in de verschillende gebiedsgerichte plannen lessen opgehaald die kunnen terugvloeien naar de Zeeuws-brede samenwerking. Dit komt de versnelling van de warmtetransitie in Zeeland ten goede. 5.3.3 Zeeuws-breed uniform communiceren over dezelfde inkoopacties en financieringsmogelijkheden Er liggen Zeeuw-breed kansen om richting inwoners en andere betrokken partijen inzicht te geven in de beschikbare financieringsmogelijkheden op zowel regionaal, provinciaal als landelijk niveau. Of informatie op het gebied van voorbeeldwoningen die in naburige gemeenten te bezoeken zijn, en voorlichtingsavonden en evenementen die georganiseerd worden in Zeeland over besparen en transitiegereed maken.

36

Ook de aanpak voor bedrijventerreinen kan Zeeuws-breed opgepakt worden. Bijvoorbeeld door goede voorbeelden (provinciaal/regionaal) te verzamelen en de lessen te delen in een makelaarsrol. Of door kansen voor een financieel haalbare oplossing te delen.

5.3.4 Stappen richting Zeeuws-brede samenwerking De voordelen van een Zeeuws-brede samenwerking op de verschillende aanpakken is in de voorgaande paragrafen toegelicht. Deze paragraaf zal verder ingaan op de stappen die nodig zijn om de Zeeuws-brede organisatie op te zetten. Figuur 6 geeft een voorstel voor een mogelijke samenwerkingsvorm voor een Zeeuws-brede samenwerking. Voor de verdere organisatie van de Zeeuws-brede samenwerking zien we de volgende stappen die na de TVW moeten worden uitgewerkt: 1. Zoveel mogelijk aansluiten bij de bestaande structuren. Binnen het al bestaande samenwerkingsverband, de regionale subtafel TVW met alle gemeenten en andere samenwerkingspartners, valideren of het voorstel voor een organisatievorm juist is. Hier kan gekeken worden of de tafel moet worden aangevuld met andere partijen. 2. Afspraken maken voor de definitieve invulling van het organogram. Onder ander over bezetting tussen gemeenten onderling en andere betrokken partijen. Hierbij specifieke aandacht voor de strategische en uitvoerende lagen binnen de organisatievorm. Binnen deze lagen kunnen verschillende partijen zitting nemen. Dit hoeven niet dezelfde mensen te zijn en niet dezelfde organisaties. 3.

Na deze stap verder concretiseren en toewijzen van de verschillende taken die vallen binnen de organisatievorm over de betrokken partijen en de verschillende gemeenten, zoals de doelgroepen aanpakken.

5.3.5 Doorlopend: afstemming met stakeholders Bovengenoemde manier van organiseren zorgt ervoor dat partijen op verschillende niveaus en op verschillende onderwerpen doorlopend met elkaar in gesprek blijven. Mogelijk met eventuele aanvullende partijen. Dat is belangrijk omdat we nadrukkelijk al onze partners en hun kennis en kunde nodig hebben om de warmtetransitie tot een succes te maken.

Regionale subtafel TVW met externe partijen

Doelgroepgerichte aanpakken (regionale subtafel TVW faciliterend)

Besparing en transitiegereed

(Hybride) warmtepomp

Gebiedsgerichte- en doelgroepgerichte aanpakken (gemeente in de lead)

Uitvoeringsplan warmtenet

Uitvoeringsplan individuele oplossingen

Aanpak bedrijventerreinen

Aanpak recreatiegebieden

Participatie en communicatie

Financiering

Figuur 6: Voorstel voor een organisatievorm voor een Zeeuws-brede samenwerking voor de warmtetransitie

37

Wanneer de gemeente stimuleringsmaatregelen voor (hybride) warmtepompen organiseert is het van belang dat zowel de netbeheerder als de gemeente dit kunnen monitoren door tijdige afstemming. Wanneer we weten hoe de transitie verloopt in buurt, wijk of dorp houdt de netbeheerder op die manier grip op de impact op het energienetwerk. Tijdige afstemming realiseren we door de plannen van de gemeente te vergelijken met de prognoses van Enduris. Ook met de corporaties actief in de gemeente wordt doorlopende afstemming gezocht om renovatieplanningen op elkaar af te stemmen en mogelijk nieuwe aanknopingspunten te identificeren. Met corporaties wordt ook nadrukkelijk gekeken of collectiviteit georganiseerd kan worden, bijvoorbeeld wanneer isolatiepakketten worden ingekocht door corporaties. Mogelijk kunnen particulieren in die wijken dan aanhaken bij de inkoop die de corporaties voor hun woningen doen.

5.4 Gemeentelijke invulling: gemeentelijke rol en capaciteit 5.4.1 Gemeentelijke rol Vanuit het Klimaatakkoord wordt de gemeente als regisseur bestempeld in de warmtetransitie. We zullen deze regierol invulling geven door het verdere proces van de warmtetransitie in onze gemeente te blijven leiden en de daartoe zo belangrijke samenwerking met onze belangrijkste partners voort te zetten en uit te breiden. We zien ons daarin vooral als ‘trekker’ van het gesprek en hebben een belangrijke uitvoerende rol met ons grote bezit in de gemeente. Maar we zien partijen als Zeeuwland, Zeeuwind en Enduris als voorwaardelijke partners om gezamenlijk en met gedeelde verantwoordelijkheid de warmtetransitie verder te brengen. Als concrete vervolgstap op de TVW, zien wij dan ook het voortzetten van de projectgroep met lokale externe partijen als Zeeuwland, Zeeuwind en Enduris, uitgebreid met vertegenwoordigers van burgers en ondernemers,

als lokale TVW tafel. Een belangrijke taak van deze tafel is het meedenken over de uitwerking van de lokale doelgroepen aanpak en verder verkennen en opstarten van uitvoeringsplannen voor de meest kansrijke startgebieden. Een andere belangrijke taak is het monitoren van de voortgang en de relatie tussen de voortgang en het gestelde doel voor 2030. En hoewel vanuit de subtafel TVW een opzet wordt gemaakt voor een doelgroepenaanpak, zien wij een rol in het vertalen van deze aanpak en bijbehorende middelen naar een lokale inzet die passend is voor en herkend wordt door de inwoners van Schouwen-Duiveland. We zijn aanspreekpunt voor onze inwoners en organisaties en houden hen andersom blijvend betrokken om gezamenlijk in de warmtetransitie op te trekken. Naast een regierol, zien we hier een motiverende en faciliterende rol met bijbehorende taken zoals eerder beschreven in paragraaf 5.2. Als gemeente ‘lenen’ we dus aanpakken en middelen uitgewerkt op de regionale subtafel TVW, maar zorgen we ook dat inzichten daar weer naar terugvloeien. Dat kunnen lessen zijn uit gebiedsgerichte projecten waar andere gemeenten gebruik van kunnen maken. Maar ook monitoringsresultaten om gezamenlijk met andere gemeenten de regionale voortgang van de warmtetransitie accuraat te blijven volgen en waar nodig de strategie bij te sturen.

5.4.2 Gemeentelijke capaciteit De energietransitie in de gebouwde omgeving vraagt om een grotere inzet van de gemeentelijke organisatie. Het rapport Uitvoeringskosten van het Klimaatakkoord voor decentrale overheden in 2022 - 203013 (verder ROB rapport) laat zien dat een aanzienlijke groei in het aantal fte nodig is om de taken die in het Klimaatakkoord aan gemeenten is toebedeeld te kunnen invullen. Onderstaande tabel geeft per gemeentelijke taak de capaciteitsinschatting uit het rapport, voor de energietransitie in de gebouwde omgeving (warmtetransitie inclusief energiebesparing).

13 Rapport in het kader van art. 2-onderzoek Klimaatakkoord in opdracht van de Raad voor het

Openbaar Bestuur. AEF, 2020.

38

Schouwen-Duiveland valt in de categorie kleine gemeenten (<40.000 inwoners). Onderstaande tabel laat zien dat voor een gemeente als Schouwen-Duiveland, vanaf 2022 capaciteitsinzet van minimaal twee fte wordt verwacht voor het realiseren van de warmtetransitie gemeentebreed (zie tabel 2). Deze capaciteit is nu al belegd binnen de verschillende beleidsvelden als energietransitie, wonen, vastgoed, economie en toerisme en communicatie. Daar bovenop komt nog extra capaciteit per wijk waar een wijkaanpak (uitvoeringsplan) wordt opgesteld. In de meerjarenbegroting van Schouwen-Duiveland is als uitgangspunt opgenomen dat er gemiddeld twee uitvoeringsplannen per jaar worden opgesteld met een financiële inzet van € 50.000,00 per uitvoeringsplan.

Tabel 2: Capaciteitsinzet Gemeentelijke taken voor de uitvoering van het Klimaatakkoord (op basis van ROB-rapport) Gemeentelijke taken

Klein

Middel

G40

(Wijk) Uitvoeringsplan – planfase

0,8 – 1,1

0,9 – 1,4

1,2 – 1,8

fte per per jaar per wijk

(Wijk) Uitvoeringsplan – uitvoeringsfase14

1,7 – 2,1

1,9 – 2,4

1,9 – 2,4

fte per jaar per wijk

Totaal

In Schouwen-Duiveland is begroot om met twee uitvoeringsplannen per jaar aan de slag te gaan. Dit betekent tussen de 1,6 – 2,2 fte voor de planfase en 3,4 – 4,2 voor de uitvoeringsfase van een uitvoeringsplan per jaar.

Hoeveel capaciteit er extra nodig is, hangt dus sterk af van het aantal uitvoeringsplannen waaraan wordt gewerkt. In hoeverre er sprake is van ophoging van het gemeentefonds ten behoeve van de warmtetransitie is in het voorjaar van 2022 bekend. Vooruitlopend hierop is in de begroting van 2022 rekening gehouden met de inhuur van capaciteit voor twee uitvoeringsplannen per jaar. Dit betekent tussen de 1,6 – 2,2 fte voor de planfase en 3,4 – 4,2 voor de uitvoeringsfase van een uitvoeringsplan. Daarnaast is het belangrijk om niet te kijken naar de warmtetransitie als losstaande opgave, zoals eerder aangestipt. In de planvorming en uitvoering kunnen koppelingen worden gemaakt met opgaven op andere beleidsterreinen. Deze samenhang heeft geen plek in bovenstaande tabel.

5.5 Uitvoeringsagenda: stappen richting uitvoering voor de komende twee jaar Samenwerking corporaties & VVE’s

0,3 – 0,4

0,6 – 0,9

1,4 – 2,1

Vergunningverlening, toezicht en handhaving

fte per jaar

Beperkt

Gemeentebrede communicatie incl. energieloket

0,9 – 1,1

1,8 – 2,2

3,8 – 4,6

fte per jaar

Verduurzamen eigen vastgoed

0,1 – 0,2

0,5

0,75 – 1,25

fte per jaar

Verduurzamen maatschappelijk vastgoed

0,3 – 0,5

0,5 – 0,7

1,1 – 1,5

fte per jaar

Verduurzamen overige utiliteitsbouw

0,3

0,5

0,75

fte per jaar

Monitoren en herijken TVW

0,25

0,3 – 0,5

1 – 1,5

fte per jaar

Totaal

2,15 – 2,75

4,2 – 5,3

8,8 – 11,7

fte per jaar

14 Het ROB-rapport gaat uit van een capaciteitsberekening op basis van een wijkuitvoeringsplan. In

de praktijk kan dit afwijken van een uitvoeringsplan die een andere gebiedsgrens heeft.

39

In tabel 3 is de uitvoeringsagenda opgenomen met daarin de acties voor de komende twee jaar die voortvloeien uit de hiervoor besproken stappen richting uitvoering. Sommige acties moeten Zeeuws breed uitgevoerd worden en andere acties gemeentelijk.

Tabel 3: Uitvoeringsagenda voor de stappen richting uitvoering de komende twee jaar Onderwerp

Zeeuws breed

Gemeentelijk

Uitwerken van de doelgroepenaanpak (op basis van bouwjaar) voor besparing en transitie gereed en (hybride) warmtepompen

Doelgroepgerichte aanpak binnen gemeente. Inzet op energiebesparing door middel van isolatie en gedragsmaatregelen. Inzet op alternatieven voor aardgas als (hybride) warmtepompen of andere lokale opties. Stimuleren van energieopwekking voor eigen gebruik door middel van zonnepanelen.

Kennisdeling en uitwisseling over (proces richting) wijk uitvoeringsplannen. Opstellen van gezamenlijk aanpak voor opstellen uitvoeringsplannen.

Doelgroepen aanpak

Uitwerken aanpak voor specifieke groepen als: -

Monumenten eigenaren/waterwoningen

-

Vereniging van Eigenaren

-

Huurders (in samenspraak met woningbouwcorporaties)

Verduurzaming en aardgas vrijmaken van eigen gemeentelijk vastgoed.

Gebiedsgerichte aanpak

40

Uitwerken van een standaard procesaanpak voor 1) bedrijventerreinen en 2) recreatiegebieden Communicatie

Stimuleringsmaatregelingen: Stimuleren monumentenpaspoort en ondersteunen van monumenteneigenaren door monumentencoach Onderzoek naar verduurzaming van waterwoningen. Uitgeven van duurzaamheidvouchers voor VVE. Prestatieafspraken met woningbouwcorporaties -

Afstemming bovenlokale warmtebronnen (RSW) en twee jaarlijkse update van de RSW.

Keuze voor warmtebron en afstemming met buurgemeenten en vaststellen van geactualiseerde RSW

Gezamenlijk verkennen/ontwikkelen van demonstratieprojecten rondom onderwerpen als collectieve toepassingsmogelijkheden van aquathermie, zonthermie, energieopslag e.a.

Opstellen van uitvoeringsplan per dorp en wijk (gemiddeld twee tot drie uitvoeringsplannen per jaar) Geleerde lessen inventariseren en bundelen als input voor gezamenlijk plan van een aanpak.

Opstellen plan van aanpak verduurzaming per bedrijventerrein. Uitgeven van duurzaamheidsvouchers voor (recreatie) bedrijven

Opstellen gezamenlijk communicatie items die Zeeuws breed gedeeld kunnen worden.

Uitvoeren gemeentelijke communicatie-aanpak bestaande uit: Inrichten gemeentelijke website met relevante informatie en adressentool Folder met regelingen en subsidies. Informatie in maandelijkse Duurzaam Doen pagina in de Wereldregio Organiseren van bijeenkomsten

Faciliteren regionale energieloketten als duurzaam Bouwloket, platform energiek zeeland, monumentenpaspoort van erfgoed Zeeland.

Inrichten lokaal informatieloket voor gemeente specifieke informatie met één aanspreekpunt voor inwoners en ondernemers.

Opstellen van handvaten voor een participatieaanpak Inwonerparticipatie in de Zeeuwse warmtetransitie verder stimuleren en te faciliteren.

Lokale participatie-aanpak: Faciliteren bewonersgroep bestaande uit actieve inwoners, vertegenwoordigers van dorps-, stads- en wijkraden en andere organisaties. Overleg met dorps-, stads en wijkraden en ondernemersverenigingen. Presentaties in openbare bijeenkomsten van dorps-, stads- en wijkraden en ondernemersverenigingen. - Uitwisseling van goede voorbeelden via de www.duurzamehuizenroute. nl

Participatie

Ondersteunen kennisuitwisseling tussen Zeeuwse inwonerscollectieven via organisaties als de ZVKK, Dorpen voor Morgen, de Zeeuwse participatiecoalitie e.a.

Financieringregelingen

5.6 Financiering Afstemmen van financieringsmogelijkheden Ontwikkelen van instrumenten.

Kansen voor nieuwe regionale constructies collectieve inkoop en samenwerking met installateurs op Zeeuws breed niveau?

Voortzetten isolatiesubsidie Schouwen-Duiveland Opzetten en uitvoeren stimuleringslening Duurzaam en Langer Thuis Uitvoeren stimuleringslening verduurzaming bedrijven. Uitvoeren van collectieve inkoopacties gemeente breed of buurtgericht. Contact onderhouden met lokale bouwbedrijven, erkende zzp’ers en installateurs.

Momenteel worden er in het kader van de uitvoering van de Energieagenda al projecten uitgevoerd die gericht zijn op energiebesparing en alternatieven voor aardgas. Deze zijn: •

Stimuleringsregelingen voor particulieren als: isolatiesubsidie en duurzaamheidslening.

•

Stimuleringsregelingen voor ondernemers als: duurzaamheidsvouchers, stimuleringslening voor bedrijven, jaarlijkse Duurzaam Ondernemen Prijs.

•

Duurzaamheidsloketten als deelname aan Regionaal Duurzaam Bouwloket, Platform Energiek Zeeland, Monumentenpaspoort en Duurzame Huizenroute.

Monitoring en evaluatie

Samenwerking en organisatie Rol en taken

Regionale afstemming over beschikbaar stellen van data. Monitoring stand van zaken op Zeeuws breed niveau. Evaluatie van de uitvoering van de TVW op Zeeuws breed niveau en voorstel voor actualisatie.

Monitoring van CO2 reductie op gemeentelijk niveau via de jaarlijkse energiebalans.

•

Communicatie door middel van de Duurzaam Doen pagina in de Wereldregio en de lokale website.

Evaluatie uitvoering Transitievisie Warmte en voorstel voor actualisatie.

•

Monitoring via de jaarlijkse energiebalans.

•

Voortzetten zeeuwsbrede samenwerking in subtafel TVW. Rol van de subtafel Transitievisie Warmte bestaat uit uitwisseling, afstemming en monitoring.

Voortzetten lokale projectgroep bestaande uit: gemeente, Zeeuwland, Zeeuwind, Enduris.

Samenwerking op RES niveau door middel van de hoofdtafel gebouwde omgeving en de subtafel Transitievisie Warmte. Op bestuurlijk niveau wordt op het gebied van energietransitie samengewerkt binnen het Overleg Zeeuwse Overheden (OZO).

Instellen bewonersgroep met actieve deelnemers vanuit de samenleving (actieve burgers/ dorps-, stad- en wijkraden en andere organisaties) Instellen één aanspreekpunt bij de gemeente.

Capaciteit en middelen Afstemming binnen Overleg Zeeuwse Overheden

41

Capaciteit en middelen meenemen in meerjaren begroting.

Bij de behandeling van de meerjarenbegroting is een voorstel gedaan om deze projecten voor de komende vijf jaar voort te zetten en indien noodzakelijk hier financiële middelen voor vrij te maken. In het voorjaar 2022 wordt duidelijk hoeveel extra financiële middelen er vanuit het Rijk naar de gemeenten komen om de Warmte transitie uit te voeren (uitvoeringslasten Klimaatakkoord). Deze extra financiële middelen willen we met name inzetten voor de gebiedsgerichte aanpak of te wel het opstellen van wijkuitvoeringsplannen. De inschatting is dat voor gemiddeld twee of drie wijkuitvoeringsplannen per jaar in totaal € 100.000,00 per jaar nodig is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10657804/1