20210713 Raadsbrief Ontwerpbestemmingsplan Schouwse Valleien - Bijlagen toelichting Bijlage 3 Aanmeldnotitie vormvrije m e r-beoordeling
Tekst van het document
De Schouwse Valleien Schouwen-Duiveland Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
identificatie
planstatus
projectnummer:
datum:
20190976
07-07-2021
projectleider:
opdrachtgever:
C.A. Louws
Fiorinvest B.V.
auteur(s):
S.E.H. Lie
Inhoud
1.
2.
3.
4.
Inleiding
4
1.1. 1.2. 1.3. 1.4.
4 5 5 5
Aanleiding Besluit milieueffectrapportage Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in? Leeswijzer
Plaats en kenmerken van het project
7
2.1. 2.2.
Plaats van het project Kenmerken van het project
7 10
Kenmerken van de milieueffecten
13
3.1. 3.2. 3.3. 3.4. 3.5. 3.6. 3.7. 3.8. 3.9.
13 14 15 15 16 17 18 19 19
Verkeer Geluid Luchtkwaliteit Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid Bodem en water Ecologie Cultuurhistorie en archeologie Aanlegwerkzaamheden Maatregelen om negatieve milieu-effecten te voorkomen
Conclusie
Bijlagen Bijlage 1 – Deelrapport verkeer en parkeren Bijlage 2 – Deelrapport geluid – industrielawaai Bijlage 3 – Deelrapport geluid – wegverkeerslawaai Bijlage 4 – Deelrapport luchtkwaliteit Bijlage 5 – Deelrapport hydrologie Bijlage 6 – Voortoets Bijlage 7 – Soortenonderzoek Bijlage 8 – Archeologisch onderzoek Bijlage 9 – Niet gesprongen explosieven
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
21 22 22 23 24 25 26 27 28 29 30
20190976
Inleiding
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
3
20190976
4
1. Inleiding
1.1.
Aanleiding
Initiatiefnemer is voornemens het bestaande verblijfsrecreatieterrein Duinrand aan de Hogeweg te Burgh-Haamstede te herstructureren. Het voornemen betreft de herstructurering van de bestaande deellocaties van Duinrand Recreatie tot verblijfsrecreatieterrein ‘De Schouwse Valleien’, een modern en toekomstgericht verblijfsrecreatieterrein. Duinrand Recreatie (in de toekomst De Schouwse Valleien) bestaat uit een oostelijk en een westelijk deel, Duinrand Oost (Hogeweg 88-90) en Duinrand West (Hogeweg 96A). Hoewel beide deelgebieden fysiek van elkaar worden gescheiden door een ander verblijfsrecreatieterrein, vormen beide deelgebieden in functioneren één geheel, met één centrale receptie en centrale voorzieningen op deelgebied West. Beide deelgebieden behoren voorts tot één eigenaar en worden door één ontwikkelaar in samenhang met elkaar gefaseerd ontwikkeld. Verblijfsrecreatieterrein De ontwikkeling van het deelgebied West past geheel binnen het geldende bestemmingsplan ‘Kop van Schouwen’, op het mogelijk maken van 100 kampeerhuisjes na. Voor De Schouwse Velleien West is reeds een wijzigingsplan vastgesteld, waarmee de beoogde 100 kampeerhuisjes op dat deel planologisch mogelijk worden gemaakt.
Op Duinrand Oost is de realisatie van een gedeelte van de recreatiewoningen niet mogelijk binnen het geldende bestemmingsplan; de herinrichting van het terrein past ook hier binnen het bestemmingsplan Kop van Schouwen. Om die reden wordt voor deelgebied Oost een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Omdat sprake is van één project, met één eigenaar en één ontwikkelaar en met samenhangende ruimtelijke effecten is deelgebied West – bij wijze van consolidatie – opgenomen in het bestemmingsplan. De planologische, ruimtelijke en milieu-effecten worden voor beide deelgebieden gecombineerd beschreven en getoetst. De milieueffecten van de totale ontwikkeling zullen in deze aanmeldnotitie worden beoordeeld. Ten behoeve van het wijzigingsplan voor het mogelijk maken van de 100 kampeerhuisjes op deelgebied West is reeds een aanmeldnotitie (d.d. 17 juli 2020) ingediend, waarbij de milieu-effecten van het gehele project (oost en west) gezamenlijk zijn beschouwd. Het bevoegd gezag heeft op @@@ het merbeoordelingsbesluit genomen. Daaruit volgt dat er geen belangrijke nadelige milieueffecten optreden die nopen tot het opstellen van een MER. Het nu vast te stellen bestemmingsplan ziet op de oost en west gezamenlijk. Hoewel het project (qua aantallen en locatie) niet is gewijzigd, is er wel meer informatie bekend over de milieueffecten.
Vanuit zorgvuldigheidsoverwegingen wordt beoordeeld of de gewijzigde inzichten nog steeds leiden tot de conclusie dat er geen belangrijke nadelige milieueffecten optreden. Met deze aanmeldnotitie wordt verzocht om die beoordeling in de vorm van een nieuw mer-beoordelingsbesluit te nemen. De milieueffecten van het totale project (De Schouwse Valleien oost en west) zijn dan ook weer in deze aanmeldnotitie met alle kennis van nu beschouwd, zodat deze door het bevoegd gezag kunnen worden beoordeeld.
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
20190976
Inleiding
1.2.
5
Besluit milieueffectrapportage
In het Besluit milieueffectrapportage is in onderdeel D.10 van de bijlage opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van permanente kampeer- en caravanterreinen m.e.r.-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op 25 hectare of meer. De beoogde ontwikkeling betreft circa 13,1 hectare en blijft daarmee onder de drempelwaarde. Behalve het vervangen van de verblijfsrecreatieve eenheden zal ook het terrein geheel opnieuw worden ingericht. In dat kader zal een glooiend duinlandschap worden gerealiseerd, waarvoor grondverzet nodig is. Dat gebeurt overigens met een gesloten grondbalans. Het afgraven van de grond maakt onderdeel uit van D16.1 uit het Besluit milieueffectrapportage. Hierin is opgenomen dat de ontginning dan wel wijziging of uitbreiding van de ontginning van steengroeven of dagbouwmijnen, met inbegrip van de winning van oppervlaktedelfstoffen uit de landbodem, anders dan bedoeld onder D16.2, milieu-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van meer dan 12,5 hectare. De ontgrondingen zullen niet plaatsvinden op het gehele plangebied, maar hebben betrekking op een oppervlakte van circa 12,3 hectare. Ter plaatse van de centrumvoorzieningen vinden geen ontgrondingswerkzaamheden plaats.
Hiermee blijven de ontgronden onder de drempelwaarde en kan worden volstaan met een zogenaamde ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’. Dit document bevat deze beoordeling.
1.3.
Wat houdt een m.e.r.- beoordeling in?
In een m.e.r.-beoordeling wordt getoetst of een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe ‘nee, tenzij’. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen’ die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: • de plaats van het project; • de omvang van het project; • de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke maatregelen. De aanmeldnotitie wordt als bijlage bij opgenomen bij het ontwerpbestemmingsplan voor De Schouwse Valleien.
1.4.
Leeswijzer
Deze m.e.r.-beoordelingsnotitie: • beschrijft in hoofdstuk 2 de plaats en omvang van het project; • licht in hoofdstuk 3 de verwachte effecten voor de verschillende milieueffecten toe; • geeft ten slotte in hoofdstuk 4 de conclusie weer voor de m.e.r.-beoordeling. Bij de analyse in hoofdstuk 2 en 3 is gebruik gemaakt van informatie uit het uitgangspuntendocument van de ontwikkeling, de uitgevoerde onderzoeken en het conceptwijzigingsplan dat is opgesteld ten behoeve van de beoogde ontwikkeling.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Inleiding
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
6
20190976
7
2. Plaats en kenmerken van het project
2.1.
Plaats van het project
Het plangebied is gelegen ten westen van Burgh-Haamstede, in een grootschalig verblijfsrecreatief gebied met enkele woonclusters, nabij het duingebied van de Kop van Schouwen (zie figuur 2.1). Het plangebied ligt tussen verschillende verblijfsrecreatieterreinen in. Duinrand Oost en Duinrand West worden van elkaar gescheiden door verblijfsrecreatieterrein Wielewaal met recreatiewoningen en standplaatsen. Aan de oostzijde en overzijde van de Hogeweg, ten zuiden van het plangebied, zijn parken met recreatiewoningen en chalets gelegen. Ten westen van Duinrand West zijn naast verblijfrecreatie in recreatiewoningen ook permanente woningen aanwezig. Aan de Hogeweg zelf liggen verspreid enkele burgerwoningen. Ter hoogte van Duinrand West gaat het om de woningen Hogeweg 96, 98 en 100. Ter hoogte van Duinrand Oost gaat het om de woningen Hogeweg 84, 86 en 88. Ten noorden van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen.
Figuur 2.1 Ligging plangebied ten opzichte van directe omgeving (bron: basisviewer.rho)
Rho adviseurs voor leefruimte vestiging Rotterdam
20190976
Plaats en kenmerken van het project
8
Het plangebied is in gebruik als kampeerterrein. Hier zijn momenteel (juni 2021) 473 verblijfseenheden aanwezig. Op West zijn nog 274 stacaravanplaatsen in gebruik en zijn nog 48 recreatiewoningen aanwezig. Op Oost zijn er 102 stacaravanplaatsen in gebruik en eveneens 48 recreatiewoningen aanwezig. Verder is hier nog 1 logeerhuis aanwezig. Nabij de entree van deelgebied West zijn algemene voorzieningen gelegen zoals de receptie, een multifunctionele ruimte en ondersteunende horeca. In totaal bedraagt de oppervlakte van die bebouwing circa 1.500 m2. Op het terrein staat tevens een zendmast voor telecommunicatie (GSM-antennemast). In totaal zijn circa 800 parkeerplaatsen op het terrein aanwezig. Figuur 2.1 geeft de ligging van het plangebied weer inclusief de directe omgeving. Ligging plangebied ten opzichte van beschermde/bijzondere gebieden Voor het plangebied voor Oost en West is in het bestemmingsplan ‘1e herziening Kop van Schouwen’ (vastgesteld op 22-05-2019) een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie – 6’ opgenomen. Deze bestemming is voor het behoud en bescherming van de archeologisch waarden van de gronden. Archeologisch onderzoek is noodzakelijk indien er werkzaamheden plaatsvinden waarbij de bodemingrepen een grotere oppervlakte beslaan dan 2.500 m2 en een grotere diepte dan 50 cm onder maaiveld.
Het plangebied is niet gelegen in kwetsbaar en/of gebied met een beschermde status. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Kop van Schouwen’ grenst aan het plangebied (figuur 2.2). Dit is ook meteen het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Zeeland (figuur 2.3). Het plangebied is niet gelegen binnen stiltegebieden of waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (figuur 2.4).
Figuur 2.2 Ligging plangebied (globaal rood omkaderd) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Bron: AERIUS Calculator)
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Plaats en kenmerken van het project
9
Figuur 2.3 Ligging plangebied (globaal rood omkaderd) ten opzichte van Natuurnetwerk Zeeland (Bron: Provincie Zeeland)
Figuur 2.4 Ligging plangebied (globaal rood omkaderd) ten opzichte van waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden (Bron: Provincie Zeeland)
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Plaats en kenmerken van het project
2.2.
10
Kenmerken van het project
Het bestaande verblijfsrecreatieterrein Duinrand, bestaande uit de deelgebieden Oost en West wordt getransformeerd naar een nieuw recreatiecomplex: De Schouwse Valleien. Dit verblijfsrecreatieterrein zal bestaan uit maximaal 247 eenheden (100 kampeerhuisjes en 146 recreatiewoningen, en één logeerhuis), met een aantal voorzieningen op het westelijke deel: receptie met kantoor, dienstverlening, horeca en zwembad. De oppervlakte van het park neemt niet toe. In tabel 2.1 is het huidige planologisch toegestane gebruik en het feitelijke gebruik afgezet tegen de planologisch gewenste situatie voor De Schouwse Valleien. Figuur 2.5 geeft de voorgenomen globale inrichting van De Schouwse Valleien weer. De gehele opbouw van het park, alsmede de recreatiewoningen en kampeerhuisjes zelf, hebben een uniek karakter. Het karakter van het park wordt in belangrijke mate bepaald door de ligging grenzend aan het natuurgebied Kop van Schouwen. Het gehele park wordt ingebed in een glooiend duinlandschap, dat volledig aansluit op de omgeving. Daartoe zal ongeveer 9.000 m3 grond worden verplaatst (met een gesloten grondbalans). Hiermee wordt de natuur letterlijk in het park doorgezet, wat het unieke karakter onderstreept en een luxe uitstraling geeft.
De kwaliteit van beide terreinen wordt daarmee aanzienlijk verbeterd, het gesloten en private karakter van de huidige bebouwing wordt compleet herzien waarbij openheid, ruimtelijk en natuurlijk de sleutelwoorden worden. In de nieuwe situatie is het park jaarrond geopend, net als in de bestaande situatie. Tabel 2.1 Uitgangspunten herontwikkeling De Schouwse Valleien Huidig Huidig feitelijk planologisch Permanente standplaatsen 5291 376 Niet-permanente standplaatsen Recreatiewoningen Logeerhuis Totaal aantal eenheden Bedrijfswoning Aanvullende voorzieningen
Bebouwd oppervlak recreatieverblijven
1
Gewenst planologisch
100 kampeerhuisjes, max. 51m² + bijgebouw van max. 6m² 20 0 0 79 96 146, max. 70m² + bijgebouw van max. 6m² 1 1 1 629 473 247 1 1 0 5.900m² 1.500m² 1.500m2 In de vorm van In de vorm van Receptie en horeca: ca. 450m² dienstverlening, dienstverlening, Dienstverlening: ca. 300m² zwembaden, receptie, horeca, Zwembad: ca. 600m² receptie, horeca, zendmast, zendmast, multifunctionele multifunctionele ruimte. ruimte. 29.415 m2 16.605 m2
exclusief 20 niet-permanente standplaatsen
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Plaats en kenmerken van het project
11
Figuur 2.5 Globale inrichting van het nieuwe park De Schouwse Valleien. (Links De Schouwse Valleien West en rechts De Schouwse Valleien Oost) Ontwikkeling De Schouwse Valleien Op De Schouwse Valleien zijn 100 kampeerhuisjes en 146 recreatiewoningen beoogd op evenzoveel standplaatsen. Daarnaast blijft het bestaande logeerhuis aanwezig. De kampeerhuisjes hebben een oppervlakte maximaal 51 m2, met elk een bijgebouwtje van maximaal 6 m2. Deze huisjes hebben een goot- en bouwhoogte van maximaal 5,5 m. De recreatiewoningen op deelgebied West hebben een maximum oppervlakte van 70 m2 met elk een bijgebouwtje van 6 m2. De recreatiewoningen binnen deelgebied Oost hebben een gevarieerde omvang van maximaal 75m2 tot maximaal 130m2. De kampeerhuisjes zijn bedoeld voor het verblijf van 4 personen per huisje. In de recreatiewoningen kunnen 4 tot 16 personen verblijven, afhankelijk van de grootte van de recreatiewoning. Het logeerhuis is geschikt voor 24 personen. Ontsluiting Door Arcadis is in februari 2020 een onderzoek naar verkeer en parkeren uitgevoerd voor beide parken, zie bijlage 1. Hierin wordt onder andere de wijze van ontsluiting omschreven. Het verblijfsrecreatieterrein is voor gemotoriseerd verkeer direct ontsloten op de Hogeweg, een erftoegangsweg.
De belangrijkste route richting het hoofdwegennet loopt via de gebiedsontsluitingsweg Kraaijensteinweg in oostelijke richting naar de N57. De Haaymanweg en Lageweg zijn eveneens erftoegangswegen. De Haaymanweg ligt tussen de Lageweg en de Kraaijensteinweg en kan ook gebruikt worden richting de N57. Deze ontsluitingsroutes zullen ook gebruikt worden voor de ontgrondingswerkzaamheden. Parkeren Parkeren gebeurt in de huidige situatie volledig op het terrein zelf. Bij de toegangspunten zijn centrale parkeerplaatsen voor auto’s beschikbaar welke toegankelijk zijn zonder slagbomen te passeren. Naast deze parkeerplekken op de centrale parkeerplaats is het mogelijk om te parkeren bij de recreatiewoningen en standplaatsen op het verblijfsrecreatieterrein zelf. In principe heeft elk huisje/caravan daarmee een eigen parkeervoorziening. Voor bezoekers is beperkt parkeergelegenheid beschikbaar.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Plaats en kenmerken van het project
12
Gebruik natuurlijke hulpbronnen en productie van afvalstoffen Voor de realisatie van de beoogde ontwikkeling van het gebied worden de gebruikelijke bouwmaterialen en natuurlijke hulpbronnen benut. Verontreiniging, hinder, risico van zware ongevallen en rampen, risico’s voor de menselijke gezondheid Deze thema’s komen mede aan bod in het volgende hoofdstuk. Cumulatie met andere projecten De deelgebieden van De Schouwse Valleien West en Oost worden gefaseerd ontwikkeld. Voor zover bekend zijn er verder geen redelijkerwijs te verwachten toekomstige ontwikkelingen in de buurt waarmee cumulatieve effecten verwacht kunnen worden.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Kenmerken van de milieueffecten
13
3. Kenmerken van de milieueffecten
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste milieueffecten van de beoogde ontwikkeling beschreven. Het is gebruikelijk de milieueffecten van de beoogde situatie te vergelijken met de referentiesituatie. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie inclusief autonome ontwikkelingen. De effectbeoordeling in dit hoofdstuk is onder andere gebaseerd op de informatie uit de onderzoeken van Arcadis en de Natuurtoets die voor de beoogde ontwikkeling zijn opgesteld. In de door Arcadis opgesteld onderzoeksrapporten Verkeer en parkeren, Akoestisch onderzoek Industrielawaai en Akoestisch onderzoek Wegverkeerslawaai) is uitgegaan van de destijds door de gemeente Schouwen-Duiveland gehanteerde normering voor het aantal parkeerplaatsen en het aantal verkeersbewegingen per verblijfsrecreatieve eenheid. Na het opstellen van de Arcadisrapporten in februari 2020 zijn de gemeentelijke kengetallen voor parkeren en verkeersgeneratie in juni 2020 gewijzigd, zie paragraaf 3.4.5. Het gaat daarbij om een verlaging van het kengetal voor de verkeersgeneratie van 4 naar 2,2 verkeersbewegingen per parkeerplaats, waarbij per 3 bedden één parkeerplaats moet worden gerealiseerd.
Als de verkeersgeneratie van De Schouwse Valleien met de nieuwe gemeentelijke kengetallen zou zijn berekend, zou zowel voor de bestaande situatie als voor de nieuwe situatie sprake zijn van substantieel minder verkeer (grofweg een halvering). Dat betekent dat de onderzoeken van Arcadis een overschatting geven van de verkeersintensiteiten en de geluidbelasting op de omgeving als gevolg van het verkeer van en naar de parken, zowel in de bestaande als in de nieuwe situatie. In dat licht kunnen de uitkomsten van de onderzoeken verkeer en parkeren, wegverkeerslawaai en industrielawaai door Arcadis worden gezien als een worstcasebenadering. Dat laat onverlet dat de conclusie uit de onderzoeken van Arcadis dat in de toekomstige situatie per saldo een verbetering optreedt van de geluidsbelasting in de omgeving, als gevolg van de afname van de verkeersstromen, onverkort van kracht blijft. Die verbetering is op basis van de nieuwe gemeentelijke kengetallen groter dan op basis van de door Arcadis gebruikte kengetallen. Gelet op het voorgaande zijn de conclusies van de door Arcadis uitgevoerde akoestische onderzoeken wegverkeersen industrielawaai (dat de aspecten verkeer en parkeren, industrielawaai en wegverkeerslawaai zich niet verzetten tegen de beoogde ontwikkeling) onverkort actueel.
3.1.
Verkeer
Uit het onderzoek van Arcadis naar de verkeerssituatie (bijlage 1) blijkt dat het aantal verkeersbewegingen afneemt en dat de bereikbaarheid voor het gemotoriseerde verkeer zal verbeteren doordat er minder voertuigen van en naar het verblijfsrecreatieterrein rijden. Er zijn ruim minder, maar grotere, eenheden gepland waardoor per saldo het aantal verkeersbewegingen afneemt. Dit zorgt voor een afname van de verkeersintensiteit op de wegen in het invloedgebied. De wegen die direct grenzen aan het verblijfsrecreatieterrein laten een afname zien van maximaal 53%, de invloed op de overige wegvakken is kleiner. In het onderzoek van Arcadis is het aantal motorvoertuigbewegingen op basis van kentallen in de notitie ‘Regelgeving Agenda Toerisme 2018-2026’ bepaald. Hierin is een afname te zien, als gevolg van een
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Kenmerken van de milieueffecten
14
afname van het aantal eenheden. Na het uitvoeren van het onderzoek door Arcadis is op 4 juni 2020 door de gemeente de memo ‘kengetallen parkeren en verkeer Agenda Toerisme’ vastgesteld. Op basis van deze memo zijn de gemeentelijke kengetallen voor het aantal parkeerplaatsen en de verkeersgeneratie fors verlaagd. In paragraaf 4.9 van de toelichting op het bestemmingsplan De Schouwse Valleien is een berekening opgenomen van de verkeersgeneratie in de huidige en toekomstige situatie op basis van de laatste, actuele kengetallen. Vanwege de afname van het aantal eenheden in de toekomstige situatie sprake van een afname van circa 36% ten opzichte van het totaal aantal motorvoertuigbewegingen in de referentiesituatie. Dit betekent dat er vanuit het aspect verkeer geen negatieve milieueffecten te verwachten zijn. Met de afname in de verkeersbewegingen en verkeersgeneratie is er sprake van een positief effect.
3.2.
Geluid
Industrielawaai Door Arcadis is in februari 2020 een onderzoek naar industrielawaai uitgevoerd, dit is te vinden in bijlage 2. Uit de vergelijking van de geluidbelasting in de referentiesituatie en de plansituatie blijkt dat voor veel reguliere woningen in de omgeving de geluidbelasting in de plansituatie zal afnemen. Deze afname bedraagt voor woningen die meer dan 50 dB(A) geluidbelasting ervaren in totaal 52%. Voor een aantal woningen blijft er sprake van overschrijdingen van de etmaalwaarde. Het bevoegd gezag beschikt over beoordelingsruimte en kan aansluiting zoeken bij de in de jurisprudentie van de Afdeling aanvaarde methode Miedema. Deze methode behelst een kwalitatieve beoordeling van de optredende geluidbelasting. Vanuit deze methode kan gemotiveerd worden dat de huidige akoestische situatie niet verslechtert. De etmaalwaarde in de huidige akoestische situatie ter plaatse van de woningen aan de Hogeweg 92, 96 en 98 bedraagt meer dan 50 dB(A). Momenteel valt de akoestische situatie voor de Hogeweg 98 binnen de klasse ‘matig’. In de nieuwe situatie valt de geluidsbelasting voor de woningen Hogeweg 92, 96 en 98 binnen de klasse ‘goed’ tot ‘redelijk’. Bij twee van de drie genoemde woningen is de geluidsbelasting in de bestaande situatie slechter dan in de toekomstige situatie.
Uitgaande van de etmaalwaarde van het Lar, LT bij de woning aan de Hogeweg 92 is er vanwege een verslechtering van 1 dB(A) ten opzichte van de huidige situatie geen sprake van een relevante verslechtering. Uitgaande van de LAmax is er alleen bij de woning aan de Hogeweg 98 sprake van een (beperkte) verslechtering van de nu al slechte situatie. Omdat er geen wezenlijke verdere verslechtering optreedt van de milieukwaliteitsmaat, omdat de omgevingskwaliteit van de oude en de nieuwe geluidbelasting verschuift van slechtere klassen naar betere klassen, mag de geluidbelasting in de nieuwe situatie volgens de methode Miedema als aanvaardbaar worden beschouwd. Maatregelen zijn niet nodig. Wegverkeerslawaai Door Arcadis is in februari 2020 een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd, dat is te vinden in bijlage 3. Uit de vergelijking van de geluidbelasting vanwege wegverkeer in de referentiesituatie, en de toekomstige situatie blijkt dat het aantal (ernstig) geluidgehinderden gelijk blijft. Tussen deze situaties treden geen veranderingen op. Voor de geprojecteerde kampeerhuisjes en recreatiewoningen wordt voldaan aan 48 dB (voorkeursgrenswaarde) vanwege wegverkeerslawaai. Ontgrondingswerkzaamheden Tijdens de ontgronding kan sprake zijn van hinder als gevolg van de beoogde werkzaamheden.
Graafmachines en een (toename van) vrachtverkeer naar het projectgebied kunnen voor geluidhinder zorgen. Echter, de verkeersgeneratie is beperkt en de werkzaamheden zijn van tijdelijke aard. Belangrijke nadelige milieueffecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen dan ook worden uitgesloten.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Kenmerken van de milieueffecten
15
Vanuit het aspect geluid zijn er geen onevenredig negatieve effecten te verwachten.
3.3.
Luchtkwaliteit
Door Arcadis is in februari 2020 het aspect luchtkwaliteit onderzocht, zie bijlage 4. Hieruit blijkt dat er vrijwel geen verschillen optreden tussen de referentiesituatie en de plansituatie. Omdat de verschillen vele malen kleiner zijn dan de NIBM-grenswaarde van 1,2 µg/m³, geldt dat de plansituatie aan te merken is als 'Niet in betekenende mate'. Voor zeer fijn stof (PM2.5), zijn geen verschillen zichtbaar tussen de plansituatie en de autonome ontwikkelingssituatie. Voor PM2.5 geldt het besluit NIBM echter niet. Nadere bestudering van de berekeningsresultaten wijst uit dat de maximaal berekende concentratie in zowel de referentiesituatie als plansituatie niet hoger is dan 10,7 μg/m3. Hiermee voldoet ook de jaargemiddelde concentratie PM2.5 ruim aan de grenswaarde van 25 μg/m3. De transformatie van het verblijfsrecreatieterrein, heeft dan ook geen invloed om de fijnstofconcentraties in het studiegebied. Vanuit het aspect luchtkwaliteit worden er geen negatieve effecten verwacht.
3.4.
Risico’s op zware ongevallen of rampen en risico’s voor de menselijke gezondheid
Externe veiligheid Het aantal eenheden op De Schouwse Valleien zal in de toekomstige situatie flink afnemen (tot 247). Binnen het plangebied liggen twee propaantanks met elk een risicocontour van 15 meter. Met de herinrichting komen deze propaantanks te vervallen. Op naastgelegen recreatieterrein Wielewaal is een propaantank gelegen zonder risicocontour. Op ruimere afstand zijn ook propaantanks aanwezig op andere verblijfsrecreatieterreinen. De risicocontouren van deze propaantanks reiken niet tot het plangebied. Daarnaast wordt er een zwembad gerealiseerd. Dit valt niet onder het besluit Bevi en er zijn geen wettelijke grens- en richtwaarden waaraan getoetst moet worden. Omdat er bij het zwembad chloorbleekloog wordt opgeslagen, is de Leidraad Risicoregister Gevaarlijke Stoffen van toepassing. Voor de chlooropslag van het zwembad geldt een PR 10-6-contour van 0 m. Er is geen sprake van een invloedsgebied van het groepsrisico. Uit de provinciale risicokaart blijkt verder dat er in de nabije omgeving van het plangebied geen andere risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Daarnaast vindt er geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over de weg, het spoor, het water of door buisleidingen dat van invloed is op de risicosituatie in het plangebied.
De N57 maakt onderdeel uit van het basisnet en heeft een groepsrisicocontour van 355 meter, maar ligt op ruim 650 meter van het plangebied. De beoogde ontwikkeling betreft geen risicobron en zal dan ook geen negatief effect hebben op omliggende (beperkt) kwetsbare objecten. Verder zijn, overeenkomstig de professionele risicokaart waarin relevante risicobronnen getoond worden, in de nabije omgeving van het plangebied geen risicovolle bronnen gelegen met een externe werking op het plangebied. Verder worden binnen of in de nabije omgeving van het plangebied geen gevaarlijke stoffen vervoerd over het water, het spoor of door buisleidingen. Negatieve effecten als gevolg van de beoogde ontwikkeling kunnen dan ook worden uitgesloten. Risico’s op rampen door klimaatverandering Als gevolg van de beoogde ontwikkeling zal het verhard oppervlak met meer dan de helft afnemen. De parkeerplaatsen zullen bestaan uit doorlatende verharding. Ook zullen er laagtes op het terrein gerealiseerd worden, wat de mogelijkheden voor waterberging vergroot bij intensieve neerslag. Wanneer de berging vol zit, treedt een overstort in werking waarbij het water op de leggerwaterlopen afwatert. Risico’s op rampen door klimaatverandering nemen ten gevolge van de beoogde ontwikkeling dan ook af.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Kenmerken van de milieueffecten
3.5.
16
Bodem en water
Bodem Het feitelijke gebruik als verblijfrecreatieterrein verandert niet. Middels de transformatie van De Schouwse Valleien vindt enkel een wijziging van de inrichting van het terrein en een wijziging in aantallen en type verblijfeenheden plaats. Met de functiewijzigingen zelf vinden geen bodemingrepen plaats. Voor de herinrichting van het terrein vinden wel bodemingrepen plaats en zal een glooiend duinlandschap met vochtige duinvalleen gecreëerd worden. Uitgangspunt hierbij is dat er sprake zal zijn van een gesloten grondbalans. Voorafgaand aan de herinrichting dient de kwaliteit van de bodem te worden vastgesteld en dient de aanwezigheid van asbest uitgesloten te worden. Daarbij dient een aantal deellocaties separaat te worden onderzocht. Aanvullend bodemonderzoek is noodzakelijk voor de aanvraag omgevingsvergunning. Omdat voor de ontgrondingen sprake is van een gesloten grondbalans, is onderzoek naar PFAS niet noodzakelijk. Op basis van het Bodemvenster ligt de beoogde ontwikkeling in een gebied waar niet-gesprongen explosieven kunnen voorkomen. De gemeente Schouwen-Duiveland beschikt over een inventarisatie van niet-gesprongen explosieven, op basis van historisch onderzoek, ooggetuigenverklaringen en eerdere vondsten.
Op grond van deze informatie is gezien de voorgenomen bodemingrepen ten aanzien van de herinrichting van het terrein een onderzoek naar niet-gesprongen explosieven noodzakelijk. Dit onderzoek is medio 2020 uitgevoerd door Bodac, zie bijlage 9. Uit dit onderzoek blijkt dat het plangebied onverdacht is op het voorkomen van conventionele niet gesprongen explosieven. Bij graafwerkzaamheden dient men alert te zijn en het in bijlage 3 van dat onderzoek opgenomen protocol te hanteren. Water Ten opzichte van de huidige situatie zal het aantal recreatieve verblijfseenheden afnemen. Dit betekent dat er een afname in verharding zal plaatsvinden waardoor de waterhuishouding verbeterd zal worden. Daarnaast ligt het plangebied niet in de beschermingszones van een waterkering. Een klein deel van de beschermingszone van een watergang valt binnen het plangebied. Deze watergang is gelegen aan de Hogeweg. Het plangebied wordt middels een aarden wal met haag van deze watergang gescheiden. Binnen de beschermingszone kan en worden geen bebouwing/kampeerhuisjes gerealiseerd. Door Arcadis is in februari 2020 een hydrologisch onderzoek opgesteld waarin de ontgrondingen zijn meegenomen, zie bijlage 5. In dit onderzoek is de infiltratiegeschiktheid van de bodem onderzocht. Daarbij is uitgegaan van een eerder ontwerp met waterpartijen.
Uit het onderzoek blijkt dat waterpartijen met een beperkte diepte (tot 2,5 m beneden maaiveld) geen negatieve effecten geven voor de waterhuishouding van het aangrenzende natuurgebied. In een latere fase van de planvorming is om meerdere redenen besloten om de waterpartijen te laten vervallen. Omdat uit het hydrologisch onderzoek blijkt dat waterpartijen met een beperkte diepte (tot 2,5 m) geen problemen opleveren, zorgen minder diepe delen ter (tijdelijke) berging van water evenmin voor problemen. De conclusie uit het hydrologisch onderzoek blijft dan ook van kracht. De oppervlakte verharding neemt sterk af (met meer dan de helft van de huidige oppervlakte verharding, tot een maximum van 30% per deelgebied) en parkeerplaatsen worden halfverhard aangelegd. Ter voorkoming van diffuse verontreinigingen van het oppervlakte- en grondwater worden duurzame, niet-uitloogbare materialen gebruikt. Omdat er sprake is van een afname van de verkeersintensiteit, is er op het gebied van waterkwaliteit een positief effect. Dit geldt ook voor de ontwateringsdiepte, droogte, wateroverlast en -tekort. Vooral bij laatstgenoemde is een positief effect te verwachten door de afname van verhard oppervlak en toename van groen.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Kenmerken van de milieueffecten
3.6.
17
Ecologie
Gebiedsbescherming Het plangebied bevindt zich naast Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. Omdat de verandering van gebruik een vermindering van eenheden betreft, heeft deze functiewijziging geen negatieve ecologische effecten binnen de grenzen van het verblijfsrecreatieterrein zelf. Vanwege de ligging van het plangebied naast Natura 2000-gebied, is voor de totale transformatie van De Schouwse Valleien, inclusief de ontgronding een Voortoets verricht. Deze is opgenomen in bijlage 6. Geconcludeerd is dat de totale transformatie (deelgebieden West en Oost), gelet op zowel de aanlegfase als de gebruiksfase, geen significante gevolgen heeft voor de Natura 2000-gebieden Door de afname van het aantal bezoekers en het gebruik van duurzamere/schonere energiebronnen is sprake van een afname van de stikstofdepositie. Op het park worden geen stikstofemissie veroorzakende installaties gebruikt. Het verkeer is de enige bron van stikstofemissie. Dit heeft, ondanks dat het park permanent gebruikt gaat worden, een gunstig effect op de kwaliteit van de betreffende habitats. Het Natuurnetwerk Nederland overlapt hier vrijwel volledig met Natura 2000. Aard en omvang van de effecten in de aanleg- en de gebruiksfase zijn daarom identiek aan de effecten zoals beschreven in deze paragraaf. Het provinciaal beleid stelt op dit punt geen nadere toetsingseisen.
Aanvullend is er wel een klein NNN-areaal N17.06 Vochtig en hellinghakhout dat niet overlapt met het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. De provinciale Omgevingsverordening 2018 artikel 2.23. stelt: 'In een bestemmingsplan worden geen bestemmingen aangewezen of regels gesteld die, ten opzichte van het daaraan voorafgaande bestemmingsplan, mogelijk maken dat de wezenlijke kenmerken of waarden van de in bijlage 9 aangegeven gebieden met de aanduiding Bestaande natuur per saldo significant worden aangetast. Ook mag de bestemming niet leiden tot een significante vermindering van de oppervlakte van de gronden of tot een significante aantasting van de samenhang tussen gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Zeeland. ' Vermindering van de oppervlakte van de gronden of aantasting van de samenhang tussen gebieden is voor het onderhavige plan niet aan de orde. Mogelijke effecten op de kenmerken en waarden van dit beheertype hebben betrekking op verstoring door geluid in de aanlegfase. Dit boselement ligt binnen de 42 dB(A)-contour in de aanlegfase zodat in de theorie een tijdelijke verstoring van de karakteristieke bosvogels gedurende 1,5 jaar kan optreden. Dit bosgebied ligt in de huidige situatie echter al binnen de 42 dB(A)-verstoringscontour vanaf de Kraaijensteinweg (zie figuur 5.2).
Eventuele extra verstoring door geluid vanuit het plangebied tijdens de aanlegfase zal daarom zeer gering en niet significant zijn. Andersoortige effecten zullen niet optreden op het NNN. Soortenbescherming In bijlage 7 is het soortenonderzoek opgenomen. In het plangebied komen diverse soorten voor. Geconcludeerd kan echter worden dat belangrijke nadelige milieueffecten op beschermde soorten door de transformatie van De Schouwse Valleien niet aan de orde zijn. Dat geldt voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Gebleken is dat het beoogde bestemmingsplan uitvoerbaar is gelet op de Wet natuurbescherming. Wel dienen de maatregelen uit paragraaf 6.3 van bijlage 7 te worden uitgevoerd, ook ter voorkoming dat verbodsbepalingen van de Wet natuurbeheer worden overtreden gedurende de aanlegfase. Belangrijke nadelige milieueffecten zijn in de gebruiksfase eveneens uit te sluiten, door de ruimere opzet van het nieuwe park, afname van verharding en bezoekers en toename van groen. Na aanleg van de beoogde natuurvriendelijke inrichting en het beheer wordt de ecologische kwaliteit van het gebied in de gebruiksfase ook verder verbeterd ten opzichte van de referentiesituatie.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Kenmerken van de milieueffecten
3.7.
18
Cultuurhistorie en archeologie
Cultuurhistorie Op de uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart, zie figuur 3.1, is te zien dat er in de nabije omgeving een aantal historische boerderijen en objecten zijn gelegen en dat het plangebied is gelegen in de zone van de Lintbebouwing Burgh-Haamstede. Het beleid van de provincie Zeeland is erop gericht dat deze karakteristieke bebouwing en het karakteristiek bebouwingslint behouden blijven, omdat ze een belangrijk onderdeel vormen van de Zeeuwse geschiedenis en daarmee de identiteit van Zeeland. De wijziging van de beoogde realisatie zal op de verblijfsrecreatieterreinen zelf plaatsvinden en heeft geen invloed op de nabij gelegen cultuurhistorisch objecten. Hiermee worden negatieve milieuaspecten wat betreft cultuurhistorie uitgesloten.
Figuur 3.1 Fragment cultuurhistorische waardenkaart (bron: Provincie Zeeland) Archeologie Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een archeologisch onderzoek uitgevoerd door Artefact (zie bijlage 8. Op basis van dit onderzoek worden twee gebiedscategorieën onderscheiden. Voor het overgrote deel van het plangebied kan een vrijstellingsoppervlakte gelden voor archeologisch onderzoek van 2.500 m2 en een vrijstellingsdiepte tot 0 m NAP. Voor drie deellocaties (zie figuur 3.2.) geldt een oppervlaktevrijstelling van 250 m2 en een dieptevrijstelling tot 0,5 m beneden maaiveld. Als werkzaamheden boven deze drempelwaarden worden uitgevoerd, wordt archeologisch onderzoek uitgevoerd.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Kenmerken van de milieueffecten
19
Figuur 3.2. Archeologische verwachtingskaart
3.8.
Aanlegwerkzaamheden
Gelet op de tijdelijkheid van de aanlegwerkzaamheden kunnen blijvende negatieve milieueffecten uitgesloten worden. De aanlegwerkzaamheden zijn daarnaast ook in enkele onderzoeken meegenomen en beoordeeld. Tevens zal vanwege de kleinschaligheid ook geen sprake zijn van significante negatieve milieueffecten, zoals geluid- en stofoverlast, ten tijde van de werkzaamheden.
3.9.
Maatregelen om negatieve milieu-effecten te voorkomen
Maatregelen ten behoeve van het aspect water Op sommige locaties zal het maaiveld worden verhoogd zodat aan de aangenomen ontwateringsnorm van 50 cm beneden onderkant vloer kan worden voldaan. Per deelgebied zal niet meer dan 30% van de totale oppervlakte van het terrein worden verhard. Bij de parkeerplaatsen wordt halfverharding toegepast. Om effecten op de waterhuishouding in het Natura-2000-gebied te voorkomen, wordt niet dieper gegraven dan 2,5 m beneden het huidige maaiveld. Er zullen geen uitlogende materialen worden gebruikt. Maatregelen beschermde soorten Indien op basis van het nog af te ronden soortenonderzoek verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden kunnen worden, zullen waar mogelijk alternatieven worden ingezet, zodat geen sprake meer is van overtreding van de verbodsbepalingen.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Kenmerken van de milieueffecten
-
-
-
-
20
Uitvoeren werkzaamheden zal buiten het broedseizoen plaatsvinden. Er wordt geen standaardbroedperiode in het kader van de Wnb gehanteerd, maar de broedperiode loopt grofweg van 15 maart tot 15 juli. Afhankelijk van de weersomstandigheden kan deze periode verschuiven. Een deskundig ecoloog zal beoordelen wanneer werkzaamheden kunnen plaatsvinden. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken worden geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt gemaakt en gehouden, om vestiging van broedvogels te voorkomen. Bomen die gebruikt worden als verblijfplaats voor vleermuizen worden gespaard. Afschermen terrein met amfibieënschermen om inloop rugstreeppadden vanuit het duingebied te voorkomen. Voorkomen aanwezigheid van stagnerend water in de periode april tot en met juli af om te voorkomen dat rugstreeppadden dit gebruiken als voortplantingshabitat. Indien stagnerend water ontstaat wordt dit gedempt of afgedekt. Werkzaamheden worden uitgevoerd in één richting, in de richting waarin soorten kunnen vluchten.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Conclusie
21
4. Conclusie
Om te beoordelen of er belangrijke nadelige milieueffecten zijn als gevolg van de beoogde ontwikkeling, is onderzoek verricht naar de kenmerken, de plaats en de kenmerken van de potentiële milieueffecten. Daarvoor zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd, die in deze aanmeldnotitie zijn betrokken. Wanneer deze milieueffecten afzonderlijk en integraal worden beoordeeld in samenhang met de te treffen maatregelen, moet tot de conclusie worden gekomen dat de ontwikkeling niet leidt tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Voor vele aspecten is er zelfs sprake van een verbetering. Het doorlopen van een (uitgebreide) m.e.r.-procedure is niet nodig.
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Bijlagen
22
Bijlagen
Bijlage 1 – Deelrapport verkeer en parkeren
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Bijlagen
23
Bijlage 2 – Deelrapport geluid – industrielawaai
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Bijlagen
24
Bijlage 3 – Deelrapport geluid – wegverkeerslawaai
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Bijlagen
25
Bijlage 4 – Deelrapport luchtkwaliteit
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Bijlagen
26
Bijlage 5 – Deelrapport hydrologie
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Bijlagen
27
Bijlage 6 – Voortoets
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Bijlagen
28
Bijlage 7 – Soortenonderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Bijlagen
29
Bijlage 8 – Archeologisch onderzoek
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976
Bijlagen
30
Bijlage 9 – Niet gesprongen explosieven
Rho adviseurs voor leefruimte. vestiging Rotterdam
20190976